Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 4, Nederland Wateroverlast

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1996 woorden
  • 11 november 2009
  • 231 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 231 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Samenvatting Aardrijkskunde 4 Havo
Hoofdstuk 4, Nederland Wateroverlast

Paragaaf 2, Hoe rivieren werken
Stroomstelsel: een rivier met al haar zijrivieren. = geheel van hoofdstroom en zijtakken. Kun je verdelen in 3 delen:
Bovenloop: begin van de rivier het bovenste deel dat meestal in de bergen stroomt.
Middenloop: middelste deel van een rivier, tussen boven- en benedenloop
Benedenloop: laagste deel van een rivier, net voordat hij de zee in stroomt
Verval: Het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier.

Verhang: het gemiddelde verval per kilometer
Door een geringe verhang neemt de stroomsnelheid af en gaat rivier slingeren =
Meanderen: Slingerend stromen van een rivier: bochten
Stroomgebied: gebied waarin al het regen- en smeltwater via een hoofdrivier naar zee stroomt.
Waterscheiding: de grens tussen twee stroomgebieden à zijn altijd gebergten of andere verhogingen in het landschap.
Hoe snel neerslag in de rivier komt hangt af van verschillende factoren:
-Wat de vegetatie in een bepaald gebied is
-Hoe de aard van de bodem en onderliggende gesteente is.
Bijv.: Bos - vangt met bladerdek nogal wat water op + wortels zuigen veel water op uit bodem.
Kale grond - stroomt water vrij snel richting sloten en rivieren.
Water zakt sneller weg in zand dan in klei.

Vertragingstijd: de hoeveelheid tijd die water nodig heeft om na een regenbui in de rivier te komen
Rivieren worden gevoerd door regenwater, smeltwater of combinatie van beide à Hierdoor: varieert waterafvoer gedurende een jaar =
Regiem: de schommelingen in de waterafvoer van een rivier gedurende het jaar.
Aan regiem kun je zien wat voor een type rivier het is:
Gletsjerrivier: rivier die gevoed wordt door het smeltwater van een gletsjer > komt vooral smeltwater vrij in het voorjaar, waarneer gletsjers in de bergen afsmelten. Deze rivier staat dan hoger dan normaal. (Maas)
Regenrivier: rivier die gevoed wordt door regenwater > Kenmerkend voor deze type rivier = hoge waterafvoer in de natte maanden van het jaar: voorjaar, najaar en winter.
Gemengde rivier: rivier die gevoed wordt door zowel gletsjer- als regenwater > dit type rivier: heeft het meeste regelmatige regiem. (Rijn)
Debiet: de totale hoeveelheid water die een rivier afvoert op een bepaalde plek per tijdseenheid (sec). à zowel regiem als debiet kunnen variëren. In natte jaren is debiet hoger dan in droge jaren. Gebied met in bepaalde periodes zeel veel neerslag = het regiem heel grillig: de maximale afvoer tijdens een hoogwaterperiode.
Door versterkt broeikaseffect > veranderingen in het klimaat heeft ook gevolgen voor de rivieren:
Elke graad temperatuurstijging veroorzaakt in bepaalde gebieden 1 tot 3% meer neerslag. Dat leidt dus tot een hoger debiet
Zullen meer extreme weersituaties voordoen: bijv. lange tijd droogte of periode met intensieve neerslag. Hierdoor neerslagregime wordt onregelmatiger. Piekafvoeren kunnen daardoor tot overstromingen leiden
Gemiddelde tempratuur in Nederland zal tot aan 2100 met 2 graden toenemen. Hierdoor stijgt zeespiegel zo’n 60cm. Gevolg: Maas&Rijn steeds lastiger hun water kwijt kunnen in de zee.
Paragaaf 3, De mens grijpt in
Zo’n 10.000 jaar geleden stroomden Maas en Rijn nog vrij door Nederland, veranderde regelmatig van richting en overstroomde ook vaak.
Als gevolg van meanderen en meanderhalsafsnijdingen veranderde de rivierloop vaak, terwijl meanderlussen langzaam opdroogde.
In riviergebieden zijn resten van oude verlaten rivierlopen zichtbaar. Waar vroeger rivieren stroomden: vinden we afzettingen die neergelegd zijn door de rivieren bij overstromingen. In natte seizoen: nam waterafvoer toe en overstroomde de rivier.
Oeverval: Zandrug, direct naast de rivier gelegen, ontstaan door sedimentatie bij overstroming.
Kom: Laaggegelegen gebieden langs de rivier waarin klei is afgezet
à Hierdoor: hebben rivieren afgelopen 10.000 jaar het gebied opgehoogd met metersdik sediment.
Vanaf 11e eeuw: zorgde mensen voor betere bescherming door het aanleggen van dijken langs de rivier
Winterdijk: hoge dijk, wat verder van de rivier afgelegen.
Doordat bij hoog water dijken regelmatig doorbraken gingen bewoners op een ophoging wonen
Terp: door de mens aangelegde woonheuvel ter bescherming tegen overstromingen
Tussen de rivier en winterdijk lag een gebied dat bij hoogwater kon overstromen:
Uiterwaard: Gebied tussen rivier en winterdijk dat overstroomt wanneer de rivier buiten haar oevers treedt. à geen water in de uiterwaarden stond: diende het als grasland voor vee.
19e eeuw: men ging verder met beteugeling van de rivier. Om uiterwaarden zoveel mogelijk te kunnen gebruiken: nieuwe duik aangelegd direct langs de rivier.
Zomerdijk: Lage dijk, dichtbij de rivier. à zorgt ervoor dat in de zomer de uiterwaarden niet overstroomt, zodat koeien daar kunnen grazen.
Laatste 100 jaar heeft de mens ingrepen gedaan die de veiligheid niet altijd bevordert heeft:
-Kribben: Golfbrekers die moeten voor voorkomen dat de over afkalft en die er tevens voor zorgen dat het meeste water in het midden van de rivier blijft stromen.
Het aanleggen van kribben wat er ook voor zorgt dat de geul diep genoeg blijft voor zeevaart.
-Aanleggen van dijken en die op te hogen: kan rivier niet gemakkelijk overstromen en vindt afzetting sediment alleen nog in de uiterwaarden en de rivierbed zelf plaats. Daardoor => hoogt de rivier zich als het ware zelf op en blijven we bezig dijken te verhogen.
-Grote stukken rivier gekanaliseerd ten behoeft van de scheepvaart en daarmee bochten afgesneden. Water loop nu sneller door de rivier: kans op overstroming toegenomen.
Langs rivier is verstedelijking sterk toegenomen:
Verstedelijking: ontstaan van stedelijke gebieden à neerslag via riool komt meteen in rivier terecht. Door verstening is de vertragingstijd steeds korter, water komt sneller in rivier. Verstening: Door toegenomen verstedelijking neemt het oppervlakte van straten en wegen toe waardoor regenwater sneller afspoelt. à rivieren hierdoor in korte tijd veel water te verwerken. Bij veel neerslag ontstaat er:
Verhoogde Piekafvoer: Extreme toename van de waterafvoer in een rivier als gevolg van uitzonderlijk veel neerslag : kan leiden tot overstromingen.
Box 1: Benedenloop rivier: verhang afgenomen: waardoor stroom snelheid afneemt: river gaat kronkelen(meanderen) : door lage stroomsnelheid: wordt sediment dat is meegenomen uit boven- en middenloop van de rivier, neergelegd in eigen bedding en bij overstroming ook langs de rivier. Door sediment van zand en klei: rivier in benedenloop vrij ondiep: aan beide zijde van de rivierbedding ontstaan 2 oeverwallen = Stroomrug: geheel van rivierbedding met de beide oeverwallen. à In benedenloop: rivier in natuurlijke situatie, zonder dijken, makkelijk zijn loop verleggen door bijv.: meanderhalsafsnijding of spontaan verplaatsing > gaat als volgt:
A Terwijl in boven- en middeloop rivier voornamelijk diepte insnijdt (verticale erosie), overheerst in de benedenloop de sedimentatie en de horizontale erosie.
Buitenbocht : treedt erosie op. Binnenbocht: treedt sedimentatie op.
Geleidelijk wordt meanderlus groter: totdat bijv. bedding verstopt raakt : rivier zal bocht doorsteken en op een andere plaats een nieuwe meander maken. Verlaten meanderlus: gaat verlanden en wordt opgevuld met klei en dichtgroei met riet : een verlaten stroomrug.
B Kan gebeuren dat rivier spontaan door zijn eigen oevers heen breekt en een hel nieuwe stroomrichting kiest. Ook dit geval droogt de verlaten rivierloop op.
Paragaaf 5, Grootschalige maatregelen in de rivieren
Zijn steeds meer mogelijkheden om gedrag van rivieren na onze hand te zetten, belangrijkste eis = Hoe houden we het rivierengebied veilig tegen overstromingen en hoe houden we rivieren bevaarbaar.
Dijkverzwaringen: versteviging en verhoging van de dijken om het achterland beter te beschermen à gebeurde vooral na dijkdoorbraken. Ook zijn er verschillende stukken van rivieren gekanaliseerd.
Noodoverloopgebieden of retentie: Tijdelijk opslag van water bij hoogwater om de rivierwaterstand stroomafwaarts te verlagen à hiervoor wordt een bepaald gebied aangewezen. In de winterdijk zat dan een zogenaamde overlaat, waardoor water bij hoge waterstand weg kan stromen uit rivier na een nabij gelegen omdijkt stuk land. Er zijn ook extra rivierlopen gegraven om overstromingsgevaar in bestaande rivieren te verminderen.
Na WOII zijn er stuwen aangelegd om de rivier beter bevaarbaar te houden.
Stuwen: vaste of regelbare dam in de rivier voor het handhaven van het waterpeil en het regelneven de wateraanvoer.
Na overstromingsramp in Zeeland 1953 kwam er een Deltawet: stond in over rivieren: dat alle dijken zo hoog moesten dat ze weerstand konden bieden aan extreme hoge waterstanden.
Door overheid zijn er nieuwe maatregelen gekomen waarin centraal staat om de veiligheid te verbeteren maar er is ook veel aandacht voor de natuurlijke waarden van de rivieren:
Verlaging van de uiterwaarden: door afgraven van de kleilaag en de daaronder liggende zandlaag kunnen de uiterwaarden verlaagd worden: rivier krijgt daarmee meer ruimte
Aanleggen van Nevengeulen in de uiterwaarden.
Nevengeul: extra riviergeul, bedoeld om de afvoercapaciteit van de rivier te vergoten.
Verwijderen of aanpassen van obstakels in het winterbed (bijv. pilaren van bruggen: stuwen de waterstand bovenstroomsop) Door obstakels aan te passen: wordt water snelle afgevoerd en daalt het (hoog)waterpeil.
Uiterwaardverbreding door dijkverlegging: door landinwaarts verleggen van dijken worden de uiterwaarden breder en krijgt de rivier meer ruimte
Retentie: door tijdelijk opvangen van water vermindert de hoeveelheid water door de rivier af te voeren.
Bypasses en groene rivieren: zijn bedekte gebieden die aftakken van een rivier om een deel van het water via een andere route af te voeren.
Vermindering van zijdelingse toestroom: daardoor kan water een waterstandverlagend effect hebben.
Kribverlaging: kribben veroorzaken bij hoogwater opstuwing: door verlaging wordt dit effect verminderd. De functie van kribben - de vaargeul ‘vasthouden’ en op diepte houden - wordt niet wezenlijk beïnvloed.
Zomerbedverdieping: kan de afvoercapaciteit van de rivier vergroten.
Dijkverhoging: nog steeds een maatregel om het riviergebied tegen overstromingen te beschermen. Maar draagt niet bij verlaging waterpeil in de rivier bij hoogwater.
In het hele rivierengebied worden nu plannen voor projecten gemaakt.
Zoals Waal bij Nijmegen. Plan o.a. = dijk landinwaarts te verleggen, dus Rivierbedverruiming. En men is van plan een nevengeul aan te leggen. Ook zullen uiterwaarden dieper worden uitgegraven en obstakels in de rivier weggenomen worden.
Rivierbedverruiming: meer ruimte aan de rivier geven doorbijtvoorbeeld de rivierdijk landinwaarts te verleggen.
Paragaaf 6, Nationaal en internationaal waterbeleid
Het is noodzaak dat de oeverstaten van een rivier gezamenlijk goede afspraken maken: d.m.v.
Intergouvernementele samenwerking: Afspraken en samenwerking tussen landen.
Lokaal en regionaal niveau
Afgelopen jaren hebben: het Rijk, unie van Waterschappen, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Interprovinciaal Overleg afspraken gemaakt om in de toekomst bij lokale bouwprojecten en andere ruimtelijke plannen meer rekening te houden met het water.
Bij toekomstige projecten, zoals infrastructuurplannen, bestemmingsplannen, de watertoets toegepast worden.
Watertoets: waterhuishoudkundige voorschiften die gevolgd moeten worden bij alle projecten uit de ruimtelijke ordening. à in feite: men dient rekening te houden met een extra voorschift i.v.m. het water. Bijv. nieuwe woonwijk: moet in plannen worden opgenomen op welke manier regenwater beste afgevoerd na dichtstbijzijnde rivier en in een rivierengebied gaan verschillende instanties beter samenwerken zodat er veiliger gebouwd gaat worden.
Nationaal waterbeleid
Maatregelen uit paragaaf 4: komen uit ‘Nota Ruimte’ hierin staat de visie van het rijk op het waterbeheer tot 2020. Beleid gericht op: behoud van schoon water en voorkomen van wateroverlast.
Staan drie termen centraal: Vasthouden - Bergen - Afvoeren = de drietrapsstrategie Drietrapsstrategie: waterbeheer in drie stappen, vasthouden, bergen en afvoeren.
In bovenloop rivier: wil men dat regenwater weer de grond intrekt en pas na langere tijd in de rivier komt (vasthouden). Dijken en kades moeten verder van rivier af komen te liggen: zo meer plaats voor overstromingswater. Moeten gebieden aangewezen worden die in het uiterste geval mogen overstromen om acuut overstromingsgevaar elders te voorkomen (bergen).
In de uiterwaarden moeten zoveel mogelijk obstakels worden opgeruimd zodat het water snel kan worden afgevoerd (afvoeren)
Internationaal Waterbeleid
Niet alleen Nederland maar ook andere oeverstaten hebben te maken gehad met dreigende overstromingen.
Sinds jaren ‘70 houden de Rijnoeverstaten( landen waar Rijn doorheen stroomt) eens in de 5 jaar Rijnconferentie
Rijnconferentie: Conferentie van de Rijnoeverstaten waar afspraken gemaakt zijn over het beheer van de Rijn en waar het Actieplan hoogwater is overeengekomen.
Actieplan Hoogwater: Internationale afspraken die gemaakt zijn door de Rijnoeverstaten wat betreft het beheer van de Rijn en haar zijrivieren.
Belangrijkste onderdelen uit het Actieplan Hoogwater zijn:
- Tegengaan van overstromingen door water beter vast te houden en te bergen. Bijv. door op verschillende plekken in stroomgebied retentiebekkens te bouwen en noodoverloopgebieden aan te wijzen
- Tegengaan van overstromingen door de rivier meer ruimte te geven, meer ruimte krijgen om te meanderen. Denken aan: bredere uiterwaarden en andere overstromingsgebieden
- Verbetering van waarschuwingssysteem bij hoogwater.
Rijnoeverstaten hiertoe afspraken gemaakt over wat moet gebeuren bij hoge waterstanden:
Op basis van historische gegevens(100j. waarnemingen) is maatgevende afvoer voor Rijn bij Lobith in 2001 op 16.000 m3/sec gesteld en Maas bij borgharen op 3.800m3/sec. = hoeveelheid water die rivieren kunnen verwerken zonder gevaar voor overstroming. Komt afvoer daarboven, dan worden de waterschappen en Rijkswaterstaat gewaarschuwd.



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

dit is tog g1 samenvattig mir, zo lang

11 jaar geleden

B.

B.

Zegt degene die niet eens nederlands kan.

7 jaar geleden

H.

H.

ik vind hem wel chil thanks

10 jaar geleden

G.

G.

goed maar wel beetje lang

10 jaar geleden

A.

A.

het is zeker een goede samenvatting, wel lang inderdaad!

10 jaar geleden

A.

A.

Goeie Samenvatting, DAnkjeeee !

10 jaar geleden

M.

M.

goeie samenvatting! ik heb morgen een toets en ik ben mijn boek kwijt -,- dus dat helpt zeker =D

10 jaar geleden

A.

A.

goede samenvatting alleen de maas is een regenrivier.
voor de rest egt een goeie samenvatting bedankt.

10 jaar geleden

E.

E.

goed

10 jaar geleden

H.

H.

echt donders gers dit, ik heb morgen examen en kijk het nog even over

9 jaar geleden

J.

J.

ook ik heb morgen examen en dit is wel verdomd handig xD, ik heb die blaadjes allemaal niet meer met havo 4 hoofdstukken.
Thanks!

9 jaar geleden

L.

L.

Thnxx! ;)

9 jaar geleden

C.

C.

Goede Samenvatting:)

9 jaar geleden

K.

K.

Veel te lang

7 jaar geleden

M.

M.

Het is helaas geschreven met de bedoeling om het zelf te leren, niet per se voor anderen. Hoe de tekst is opgesteld is een beetje vaag.

6 jaar geleden

M.

M.

Wat betekenen die rare à's overal?

6 jaar geleden

�.

�.

Deze persoon weet niet hoe hij ''á'' moet gebruiken. Daarentegen bevat deze samenvatting ook niet alle hoofdstukken.

4 jaar geleden