Hoofdstuk 3 tot §11

Beoordeling 6.6
Foto van Alec
  • Samenvatting door Alec
  • 5e klas vwo | 2678 woorden
  • 10 juli 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 3 Zuidoost-Azië

 

§2 Natuurrampen

In Zuidoost-Azië bevinden zich een aantal plaatgrenzen, die ervoor zorgen dat er regelmatig: vulkaanuitbarstingen, aardverschuivingen, aardbevingen en tsunami’s. Een gevolg van een vulkaanuitbarsting kan in deze regio ook nog een lahars tot gevolg hebben. Een lahars is een  modderstroom, die door een vulkaanuitbarsting ontstaat. Door de enorme regenval in combinatie met de eruptie ontstaat er een brei van modder, water en vulkanische as. Een lahar kan ook ontstaan wanneer een ijskap op de top van de vulkaan plotseling smelt.

Echter dreigt er ook gevaar vanuit de zee voor de kustgebieden in Zuidoost-Azië. Komende jaren neemt de relatieve zeespiegelstijging drastisch toe. De relatieve zeespiegelstijging is het stijgen van de zeespiegel als gevolg van de daling van de bodem in combinatie met het stijgen van de zeespiegel. Hierdoor worden kustgebieden bedreigt door het water, maar zeker ook de delta’s van de grote rivieren zoals: de Mekong in Vietnam. Het water van de Mekong voed miljoenen mensen, die afhankelijk zijn. Door de stijging dringt het zoute/zilte water, de delta binnen. Het gevolg is, dat de kustgrond verzilt en gewassen afsterven en niet meer kunnen groeien.


Niet alleen de zee is voor het land een boosdoener ook de tropische cyclonen en taifoens vormen een gevaar voor de landen in Zuidoost-Azië.  Deze stormen als gevolg van de moessons kunnen er toe leiden, dat het water in de delta’s wordt teruggeduwd, waardoor rivieren het water niet kunnen afvoeren. Wanneer er daarnaast ook nog veel ijs smelt in de bergen en veel neerslag valt ontstaan er enorme overstromingen, waardoor duizenden mensen dakloos kunnen raken.

 

§ 3 Natuurrampen en beleid

In Zuidoost-Azië liggen veel grote steden aan delta’s en aan de randen van de platen, waardoor ze makkelijk vatbaar zijn voor overstromingen. Wanneer er naast overstromingen, hevige moessons plaatsvinden of aardbevingen weten mensen vaak wat er moet gebeuren. Echter kiezen weinig mensen ervoor permanent deze gebieden te verlaten omdat ze vaak geen alternatief hebben.

De natuurlijke risico’s vinden op verschillende schalen plaats waardoor de riscoperceptie van iedere soort risico anders zijn en het gedrag van de bevolking bepalen. Risicoperceptie betekent de inschatting van het gevaar. Een voorbeeld is de uitbarsting van de vulkaan de Krakatau in 1861, dit vond iets meer dan 150 jaar geleden plaats waardoor een boer niet gauw zijn akker verlaat omdat het voor zijn idee heel lang geleden plaats vond, dus minder dreigend is dan een gebeurtenis in de afgelopen jaren.

Wanneer een land dan risico loopt worden er voorzorgsmaatregelen getroffen. Hazardmanagement is de planmatige vorm van gevarenbescherming. Zoals het bouwen van aardbeving bestendigen gebouwen in aardbevingsrisico gebieden. Goed hazardmanagement vraagt om een goede risicoanalyse ook wel het in kaart brengen van de risico’s, maar vraagt ook om een goed rampenplan op te stellen voor als het daadwerkelijk misgaat.


De beschreven maatregelen vragen om veel geld en goed georganiseerde overheid, wat er vaak niet aanwezig is de landen van Zuidoost- Azië. Daarom kun je in het algemeen stellen dat: Hoe zwakker het bestuur is, hoe slechter het hazardmanagement is en hoe ernstiger de gevolgen voor de ‘gewone man’ zijn.

Een soft state, een land met een zwak bestuur slaagt er daarom moeilijk in om adequaat op natuurrampen te reageren.

 

§ 4 Milieuproblemen: Ontbossing

Iedere minuut verdwijnen er in Zuidoost-Azië bossen als gevolg van de grootschalige ontbossing. Bijna geheel Vietnam en de Filipijnen zijn ontbost in de afgelopen tientallen jaren.  De oorzaken voor de ontbossing liggen in handen van zowel de boeren in de landen zelf als de grote mno’s. Het doel van de kap is om de vruchtbare grond te gebruiken voor landbouw, maar de kap heeft een nare keerzijde. De keerzijde is, dat de tropische regenwouden onherstelbaar worden beschadigt, maar ook de grond. Er zijn vier grote groepen betrokken bij de kap, met elk een eigen reden:

1. Sedentaire boeren, die als gevolg van de enorme bevolkingsgroei grotere permanente akkers willen en het hout gebruiken als brandstof.

2. Commerciële houtkap, die door concessies te doen aan de zogeheten soft states wordt toegestaan om grote gebieden te mogen kappen zoals in Myanmar, Laos of Indonesië.

3. Projectontwikkelaars, die het tropische wil laten wijken voor enorme plantages waar o.a. palmen voor hun palmolie. Echter worden er ook toeristenresorts en garnalenkwekenrijen op de plekken neergezet.

 4. De inheemse bevolking, die door de bevolkingsgroei richting de bossen trekt om op de vrijkomen grond aan ladangbouw doet, ook wel zwerflandbouw genoemd. De inheemse bevolking kan ook echter aan de roofbouw doen, wanneer zij in dienst van een grotere partij bossen kappen. 

Juist de bossen in o.a. Zuidoost-Azië bevatten de hoogste biodiversiteit ter wereld, waardoor er vele diersoorten verdwijnen met de enorme kap. Alleen al in Borneo werden in de laatste jaren weer honderden nieuwe plant- en diersoorten ontdekt. Voor de ecosystemen zijn de bossen belangrijk, maar ook voor waterbalans in de regio. Door het kappen ontstaat er landdegradatie en bodemerosie, die leidde tot enorme aardverschuivingen en overstromingen tijdens de moessons. De reden is, dat de bossen het water vast houden en spreidden, maar wanneer deze er niet meer zijn spoelen de grond weg. In droge periode leid dit tot verdroging, waardoor de grond binnen enkele jaren uitgeput is en er niets anders over blijft dan een kale, dorren grond.

Wanneer er tijdens moessons aardverschuivingen en overstromingen plaats vinden stroomt er veel slib van het land de rivieren in, waardoor haar mondingen verder de zee in komen te liggen, wat leidt tot vertroebeling van het water en aftserven van koraalriffen. Door de kap beschadigt niet alleen de ecosystemen in het oerwoud maar ook in rivieren en koraalriffen. Op korte termijn levert het voor de boeren vruchtbare grond op, maar op langere termijn blijft er een dorren grond over. Er wordt door het verlies van de bossen minder CO2 opgenomen wat weer leidt tot de opwarming van de aarde.

 

§5 Milieuproblemen: luchtverontreiniging

De afgelopen jaren is het straatbeeld in honderden Zuidoost-Aziatische landen verander, door de steeds groter wordende industrie. Mensen met mondkapjes voor zijn een normaal beeld, wanneer je over straat loopt. Jaarlijks overlijden er honderden mensen als gevolg van luchtverontreiniging in de grote steden. Niet alleen de industrieën zijn de boosdoener ook de toegenomen bosbranden in de regio als gevolg van de in de vorig beschreven paragraaf kappen van de bossen voor de landbouw. Kleine brandjes op akker vormen samen met tientallen andere samen een grote brand, die enorme roetwolken tot gevolg hebben. De wolken verspreidden zich naar andere landen in de regio, die daardoor weken last hebben van een dikke smog over het land.

 

§ 6 Milieuproblemen: bodem- en waterverontreiniging

Wanneer je door Zuidoost-Azië reist zie op het platteland nog veel sawa’s, de traditionele landbouw. Toch kom je op steeds meer plekken gemoderniseerde plantages tegen om de, maar steeds groter worden bevolking in de regio te kunnen voeden. Echter lijdt deze modernisering tot nadelige effecten waaronder:

1. Door het intensieve bodemgebruik ontstaat er snel verwering, toename van verzilting en chemische verontreiniging in het oppervlakte water. De argochemicaliën komen daardoor in de voedselkringloop terecht.

2. Het effect van de chemische stoffen die worden weggespoeld leidt tot vertroebeling van de rivieren en afsterven van koraalriffen langs de kust.

3. Door de monocultuur zijn de planten erg gevoelig voor plantenziekten. Ter bestrijding wordt er gekozen om gifstoffen te gebruiken, die ertoe leiden, dat de natuurlijke vijanden van de luizen die de boosdoener zijn worden omgebracht en er zo nog meer gespoten moet worden.

4. Binnen de veeteelt ontstaan er in de regio ook problemen, door de grote aantallen vee die opgepropt staan in de stallen met als gevolg, dat er gemakkelijker ziektes uitbreken, waaronder varkensgriep of vogelgriep.

 

§ 7 Globalisering op het platteland

In de loop van de twintigste eeuw nam in Zuidoost-Azië het aantal commerciële landbouwbedrijven toe. De groene revolutie begonnen in de jaren ’70 versnelde de ontwikkeling echter. Met de groene revolutie wordt de modernisering van de landbouw, gebruik van machines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen, nieuwe hoogwaardige gewassen, verbeterd fokvee en irrigatie bedoelt.

Sinds enkele jaren worden al deze producten door de grote agromultinationals verkocht als een samengesteld pakket aan de boeren. De boeren vormen echter al wel een onderdeel, doordat de grond al in handen is van zo’n multinational. Ook kopen ze producten op van de boeren, waardoor een boer in het globaliseringsproces wordt gezogen en onderdeel wordt van de agribusiness. Een agribusiness, is een wereldwijd economisch en politiek netwerk dat zich bezig houdt met de gehele productiekolom van voedsel en de ontwikkeling van een product. Hierdoor moet een boer niet alleen concurreren met een boer uit de omgeving en regio, maar met de gehele wereld.

De modernisering leidt echter ook tot het proces van de agrarische of rurale involutie. Wat inhoud, dat er steeds meer mensen betrokken raken bij de landbouw zonder, dat er extra mogelijkheden komen voor de mensen als gevolg van de bevolkingsgroei. Het gevolg is, dat meerdere mensen het werk doen van wat eerder werd gedaan door minder mensen. Dit leidt tot geringere opbrengsten per persoon, die weer minder monden kunnen voeden.

Er zijn op dit moment ontwikkelingen gaande in de landbouw in Zuidoost-Azië waaronder:

- Subcontracting, wat het uitbesteden van werk is door een groep collectieve boeren, die het werk aan onderaannemers geven. De oogst wordt machinaal geoogst, waardoor landarbeiders overbodig worden.

- Ondanks de deagrarisatie werken er nog steeds miljoenen mensen in Zuidoost-Azië in de landbouwsector.

- De sociale ongelijkheid neemt nog wel toe als gevolg van de groene revolutie, de lonen zijn fors gedaald.

- Het milieu heeft naast de bevolking het meeste te leiden gehad als gevolg van de revolutie, door de massale toename van gifstoffen voor het beschermen van de gewassen.

De boeren die ten onder gingen aan de revolutie trokken richting de steden, waar zij zich moesten vestigen in de steeds groter wordende krottenwijken. Juist hier ontstaat meer en meer een groep van mensen die de politiek islam (het moslimfundamentalisme) gaan aanhangen. Uit deze groep komen strijders voort, die gezien worden door de internationale gemeenschap als terroristen.

 

§ 8 Globalisering in de stad

In de grote steden zoals Seoul of Singapore zijn de tijden van enorme staduitbreidingen voorbij en wordt er vooral kleinschalig geïnnoveerd in de stad. Dit geldt echter niet voor de opkomende steden in andere delen van de regio. Steden als Manila, Jakarta of Bangkok schieten de gebouwen de grond uit, terwijl sommige steden zoals Yangon of Vientiane nauwelijks zijn veranderd.

Enkele grote lijnen die in de enorme ontwikkelingen naar voren komen zijn, dat er door de ontwikkeling overal uniforme stedelijke gemeenschappen ontstaan. De snelheid waarmee de ontwikkelingen in de steden plaats vindt ongekend is en dit vaak bewust wordt gedaan. Het wordt bewust gedaan om gemakkelijker oude wijken te kunnen weghalen er nieuwe neer te zetten of wegen te kunnen aanleggen zonder te hoeven overleggen met de oorspronkelijke bewoners. De groei van de steden trekt ook meer en meer mensen aan, waardoor er steeds meer megasteden ontstaan in Zuidoost-Azië.

Nadelen van de razendsnelle groei en toename van de bevolking in de steden zin , dat er overurbanisatie ontstaat. Simpelweg kan een stad in zijn stadsplanning de groei van de bevolking niet bijbenen. Het resulteert in steeds groter worden krottenwijken rondom steden. De overheid probeert via regels de overbevolking tegen te houden, doormiddel van o.a. toegang verbieden, wat vaak echter leidde tot groter wordende krottenwijken.

In de steden is voor veel bewoners als gevolg van de enorme toename van het inwonertal geen werk in de formele sector, waardoor de zogeheten vluchtsector volloopt met de nieuwkomers die weer net zoals op het platteland gebeurde het werk onderling moeten verdelen. Deze trend wordt ook wel urbane involutie genoemd.

 

§9 Ontwikkeling in verschillende snelheden

Op dit moment wordt Zuidoost-Azië gezien als een van de meest dynamische regio’s door haar proces van uitschuiving. De intraregionale handel draagt hier aan bij, die blijft toenemen. Binnen de regio is er wel sprake van een piramide verhouding op gebied van regionale en sociale ongelijkheid waarin Singapore bovenaan staat en waaronder een groep staat van o.a. Thailand en Indonesië. Onderaan komen de nog achterlopende landen: Myanmar, Cambodja, Vietnam en Laos.

De grote regionale verschillen zijn het gevolg van de globalisering, die de landen verschillend maken van elkaar. In Singapore vindt een meer autonome ontwikkeling plaats, terwijl eilanden ver weg in het oosten van Indonesië wordt geleid door andere partijen die daar de koers bepalen. Dit wordt ook wel afgeleide ontwikkeling genoemd.

Op een lager schaalniveau profiteert het platteland minder dan de moderne steden. De omgeving daar wordt vaak afgeroomd, door de houtkap en het gevolg van landdegradatie als gevolg. Er vindt afroming plaats, wat in houd dat het beste aan natuur, kapitaal en arbeid, daar wordt weggehaald ten behoeve van een ander gebied. Twee andere begrippen, die ook vormen van afroming zijn, zijn braindrain (De emigratie van een (groot) deel van de beter opgeleide mensen van de beroepsbevolking. Vaak betreft dit migratie vanuit de Derde Wereldlanden richting landen met betere economische mogelijkheden. De braindrain is erg negatief voor de ontwikkeling van de Derde Wereld, omdat men juist behoefte heeft aan hoog opgeleide mensen) en cirkelmirgatie (is een vorm van migratie waarbij men af en toe weer terug gaat naar de plek waar men vandaan kwam, en daarna weer terug).

De interactie die plaatsvindt door heel de regio is ontstaan, doordat er werd voldaan aan de drie voorwaarde: complementariteit, transporteerbaarheid en het ontbreken van tussenliggende mogelijkheden. Dat is de reden, dat sommige landen verder zijn ontwikkeld dan andere.

 

§ 10 Conflicten met mensen

Al eeuwen vormen de Chinezen in Zuidoost-Azië een dominante groep. Tot op de dag van vandaag zijn zij in vrijwel ieder land daar in de regio een etnische en culturele minderheid. Etnisch, omdat het een ander volk betreft en cultureel, omdat hun manier van leven (hun normen, waarden en tradities) in het land niet dominant is.

Sinds de onafhankelijkheid van de meeste landen in de regio worden zij bestuurd door autocratische regimes, die proberen de verschillende culturen met elkaar te verenigen. In moeilijke periode zijn vaak de dominante etnische groep chinezen het slachtoffer van de oorspronkelijke bevolking.

De mate waarin de integratie en assimilatie in deze landen plaats vindt is verschillend, maar hangt wel af van een aantal factoren, zoals het aantal van de populatie in een land. Ook de mate waarin zij in het verleden werden gedwongen te assimileren en de mate van cultuurverschil maken of de groep makkelijker of moeilijker assimileert. Echter wordt er in sommige landen een (strenge) assimilatie-politiek gevoerd om de eigen cultuur te bevorderen ten koste van de andere etnische of culturele groepen.

 

§ 11 Conflicten met gebieden

In sommige gebieden zijn er groepen, die in zo’n grote mate aanwezig zijn, dat ze streven naar regionale autonomie, soms via de politieke weg en soms doormiddel van geweld. De roep om regionale autonomie is afhankelijk van een aantal factoren waaronder:

- Grote van sociale en regionale ongelijkheid binnen een land.

- Grote van etnische en culturele verschillen binnen een land.

- Mate van ruimtelijke gescheiden wonen van volkeren binnen een land.

- Mate van grilligheid van vorm van een land.

In sommige gebieden verschild de daar dominante groep zoveel met de centrale politiek, dat er separatisme ontstaat. Overheden proberen dit echter te voorkomen, doormiddel van het in te zetten van nation building. Dit is een proces waarbij getracht wordt een nationale eenheid en identiteit te smeden of te forceren.

Echter kan een overheid op verschillende manieren reageren op de roep om meer regionale onafhankelijkheid, waaronder:

- Verzet met militair geweld de kop in drukken.

- Een vorm van regionalisme toestaan, waarbij een regio een zekere autonomie heeft op een aantal gebieden.

- Voor het kiezen van een federale staatvorm.

- Het toestaan van separatisme.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Alec