Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 2.2 t/m 2.10

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 1297 woorden
  • 6 maart 2015
  • 27 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 27 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

§2, gesteente verandert



Verwering




  • Uit elkaar vallen van gesteente



Mechanische verwering




  • Uit elkaar vallen van gesteente in kleinere stukken zonder dat de samenstelling van het gesteente verandert



Er zijn 3 soorten mechanische verwering:




  • Vorstverwering: water in scheuren en spleten -> bevriezen -> uitzetten van het water -> scheuren en spleten steeds groter -> breekt een stuk af

  • Verbrokkeling: overdag warm-> nachts koud-> uitzetten en krimpen-> breekt een stuk af

  • Biologische verwering: plantenwortels tussen spleten-> wortel dikker-> steen afbreken



Chemische verwering




  • Verandering van de samenstelling van het gesteente-> zuurstof & vocht reageren met gesteente

  • Warm vochtig klimaat-> snelle chemische verwering

  • Droog koud klimaat-> langzame verwering



Grotten



Grotten -> chemische verwering



Het oplossen van gesteente kan hele landschapen doen veranderen. In karstgebieden (gebieden die worden gekenmerkt door het oplossen van kalksteen) zijn op die manier grote volumes gesteente verdwenen.



§3, gesteente wordt verplaatst



Massabewegingen



Lang een helling naar beneden bewegen van gesteente = massabewegingen               Op welke manier het materiaal de helling af beweegt, hangt af van onder andere de omvang van het gesteente en hoe steil de helling is. Steile helling -> gesteente rollen of vallen. Flauwe helling -> gesteente langzaam naar beneden schuiven. Het onderste deel van de helling = puinhelling



Erosie



Stenen komen in de rivier -> schuren langs elkaar -> sten raken afgerond -> grind -> uitschuren gaat lang door -> rivierdalen in de vorm van de letter V         In berggebieden kan erosie veroorzaakt worden door gletsjers.



Zand en klei



Korreltjes die je met het blote oog kan zien, zijn zand & grind. De hele kleine korreltjes die alleen met een microscoop te zien zijn, heet klei.



§4, waar blijft alle zand, grind en klei?



De rivier de Po



De rivier de Po stroomt door een laaggelegen en vlak gebied, een laagvlakte. Als je in de Povlakte een gat in de grond zou graven, kom je metersdikke lagen zand, grind & klei tegen. Po en al haar zijrivieren beginnen in de Alpen. Als de rivier meer moet vervoeren, dan ze aankan, stroomt het water over een vlak gebied, tenminste als er geen dijken staan. Omdat het water hier stilstaat of langzaam stroomt, blijft het grind, zand & klei achter = sedimentatie



Op plaatsen waar rivieren uitkomen in de zee, laat de rivieren al het zand en klei dat nog niet is afgezet op het land, in zee vallen. Hierdoor komen er onder water nieuwe lagen, die langzaam aan groeien -> nieuw land = delta.                    Op plekken waar een sterke werking is tussen eb & vloed, zal het neergelegde materiaal juist door de zee worden meegenomen. De zee zal bij hoogwater een stuk de rivier op kunnen stromen -> trechtervormige monding = estuarium.





De zee



Ophoping zand & klei = zandbank



Golf -> schelpen en sten bewegen heen en weer -> blijft meer zand liggen dan weggaat = aanslibbingskust



Duinen= ophoping van zand op het strand, beginnen klein -> steeds groter



Sedimentgesteente



Bij een dikte van honderden meters worden de zand- kleikorreltjes samengeperst-> losse zand en klei veranderen in steen




  • Zand -> zandsteen

  • Klei -> schalie                                 = sedimentgesteente

  • Schelpen -> kalksteen



Er worden in het steen ook overblijfselen van schelpen of planten gevonden = fossielen



§5, gebergten verslijten, gebergten ontstaan



Jonge en oude gebergten



Alpen = hooggebergte met scherpe hoge pieken -> slijtage is nog bezig = jong gebergte ~ tientallen miljoenen jaren



Ardennen = heuvelland -> bergtoppen afgerond door erosie = oud gebergte ~ driehonderd miljoen jaar



Zeebodem of berg?



Op plaatsen waar platen tegen elkaar botsen, komen de sedimentgesteenten in de verdrukking -> omhoog gedrukt -> lang proces -> berg



Alpen als voorbeeld



Platen drukken tegen elkaar -> zee wordt smaller -> bodem van de zee in verdrukking -> lagen sediment worden samengeperst, verbogen en kilometers omhooggeduwd tot ver boven zeeniveau (SJAAL!) = plooiingsgebergte





Stollingsgesteente



Vloeibaar materiaal uit de aardmantel omhoog = magma -> stollingsgesteente graniet



§8, het landschap in Hoog Nederland



Het afvoerputje van Europa



De Maas & de Rijn en hun voorlopers hebben in de afgelopen jaren vele stroomgebieden (gebieden die afwateren op een rivier een haar zijrivieren) gehad.



Stuwwallen en dekzand



Saale-ijstijd -> gletsjers in Nederland -> ijstongen duwen rivierzand & grind tot op de heuvels -> stuwwallen



Spoelt water door kleine spleten -> smeltwaterdal



Ijs komt naar Nederland met keien -> gaat smelten -> keien blijven liggen = zwerfkeien



Na Saale-ijstijd -> poolklimaat -> Noordzee staat droog -> wind neemt zand mee van de bodem = dekzand



De arme zandgronden



Zandgrond = onvruchtbaar -> regenwater kan gemakkelijk door het grove zand heen de grond infiltreren ->water neemt voedingsstoffen mee -> mest nodig voor vruchtbaarheid -> schapenpoep



§9, het landschap in Laag Nederland



Waddenzeeën en moerassen



Westelijk deel van NL ligt laag.



10 000 jaar is zeespiegel gestegen -> ontstaan grondstoffen



Openingen tussen duinrijen sluiten-> waddenzeeën -> moerassen



Ontstaan van veen:




  • Genoeg plantenmateriaal

  • Zuurstof arme lucht

  • Vochtige omgeving         

  • Warm



Laag Nederland: zuurstof arm + grondwater



Hoog Nederland: keileem + hoogveen



Gedroogd veen = turf



Een saai landschap?



De verkaveling is rechtlijnig in NL. Vroeger woonden mensen op hoge terpen.



Bedijking



1100 na Chr. -> er werden dijken aangelegd -> boerderijen, akkers en weilanden beschermen tegen water-> geen terpen meer nodig-> geen overstromingen meer



Buitendijkse kant van de dijk ging sedimentatie door -> de wadden werden langzaam opgehoogd met een nieuwe laag -> hoog genoeg? Grond nodig? -> deel van het buitendijkse gebied van een nieuwe dijk voorzien -> polders met vruchtbare landbouwgronden.                                                                                             Regen in de polder?-> weggepompt met gemalen, vroeger met molens



Bij het afgraven van turf zijn meren ontstaan -> drooggelegd voor landbouwgrond & weilanden voor ’t vee -> droogmakerijen



Elke droogmakerij is een polder. Maar elke droogmakerij is geen polder.



§10, het landschap in Zuid-Limburg



Uitloper van de Ardennen



Wat ligt er in Zuid-Limburg in de grond?




  • Kalksteen

  • Mergel

  • Zandsteen

  • Schalie

  • Vuursteen



Dit gesteente komt ook in de Ardennen voor. Dit gesteente is geplooid, daarom zeggen we ook wel dat Limburg een uitloper van de Ardennen is.



Opheffing en erosie



Dallandschap -  Het Zuid-Limburgse landschap dat bestaat uit een plateau met rivierdalen



Löss- ziet eruit als stof, met korrels die groter zijn dan klei, maar kleiner dan zand. Is terecht gekomen na de Saale-ijstijd toen de wind dekzand achterliet



Help, de heuvels verdwijnen



Hard regent -> gevaar voor:




  • Vruchtbare löss verdwijnt

  • Löss komt in het dal, riolering dichtslibt & wegen worden spekglad



Alleen waar hellingen bebost zijn, trekt het water de grond in. Daar blijft löss liggen en wordt bodemerosie voorkomen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.