Hoofdstuk 2.1 t/m 2.3

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas vwo | 1191 woorden
  • 29 december 2014
  • 53 keer beoordeeld
Cijfer 7.2
53 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Maak jij weleens gebruik van de achteraf betalen-optie bij een webshop?

Voor veel jongeren is het de normaalste zaak van de wereld, maar het kan ook risico’s met zich meebrengen. Zo belandde Maura in de schulden: 'Wat begon met achteraf betalen eindigde met een schuld van zo’n 3.000 euro.'

Lees nu het interview

Aardrijkskunde samenvatting 1:

Het Amazonegebied ligt in Zuid-Amerika en is 130 x zo groot als Nederland

Het bestaat uit dichtbegroeide, bijna ondoordringbare bossen, tropisch regenwouden.

De kenmerken van het tropisch regenwoud:

  • Ze liggen in de tropen. Dat is het gebied dicht bij de evenaar, tussen 23.5 NB en ZB.  Hdet is er het hele jaar tussen de 25 en de 30 graden. Er is veel neerlag, 2000 mm per jaar.
  • In de warme vochtige omgeving groeien vele soorten planten en bomen. Het is een heterogeen bos.
  • De bomen verschillen enorm in lengte. En zijn er van 10-15 meter en ook van 25-30 meter hoog, en zo steeds hoger. Er zijn dus etages van boomkruinen. Door de verschillende daken van bladeren, is het in het bos altijd schemerig.
  • De bomen zijn het hele jaar groen.

De oorspronkelijke bewoners van het Amazone gebied zijn de Indianen. Zij wonen in  kleine dorpjes verspreid in het hele regenwoud. In grote delen is de bevolkingsdichtheid minder dat 1.

De indianen leven van de jacht, visserij en het verbouwen van groenten en graan.  Ook doen ze aan zwerflandbouw:

  1. ze steken een stuk bos in de brand
  2. ze verbouwen hun granen en groenten erop
  3. na 2/3 oogsten is de bodem uitgeput
  4. ze steken een nieuw stukje in de brand
  5. ondertussen groeien in het aangestoken en gebruikte bos alweer nieuwe bomen en planten.
  6. Na dit stukje te hebben gebruikt kunnen ze verder, of als het bos al ver genoeg is weer daar beginnen.

Steeds minder indianen doen aan zwerflandbouw, dat komt doordat ze steeds meer te maken krijgen met de buitenwereld. Er zijn wegen aangelegd voor de winning van natuurlijke hulpbronnen:  producten uit de natuur die mensen goed kunnen gebruiken. Ook komen er grote akkers voor het Verbouwen  van veevoer.

Voor indianen zijn deze contacten vaak nadelig. Door ontbossing verliezen ze hun leefgebied en moeten ze verhuizen.

De zon is een vuurbal van wel 6000 graden.  De breedteligging van een plaats is van grote invloed de temperatuur.  Op hoge breedte is het kouder dan op lage breedte. Dat komt doordat:

  • De aarde is een bol, de zonnestralen vallen in de poolstreken daardoor schuin op het aardoppervlak. En schuine zonnestralen geven minder warmte af, dan rechte stralen. Dat komt doordat ze dan een groter oppervalk moeten beschijnen.
  • Een andere reden van dat rechte stralen meer warmte afgeven is deze: in de lucht bevinden zich wolken en stofdeeltjes. Een deel van de zonnestralen botst daar tegenaan en kastst terug het heelal in. Schuine stralen moeten een langere weg afleggen er komen dus meer wolken en stofdeeltjes tegen.

Neerslag heeft te maken met opstijgende lucht. Hoe hoger je komt hoe kouder het is. Lucht die opstijgt koelt dan ook af. Koude lucht kan minder water bevatten en dus gaat het regenen, sneeuwen of hagelen.

Droogte heeft te maken met dalende lucht. Lucht die daalt, warmt op. Warme lucht kan meer water bevatten dan koude lucht. De bewolking lost op en de zon gaat schijnen, het is droog.

Bij de evenaar stijgt de lucht door opwarming. De zon staat er loodrecht aan de hemel. Door de opwarming stijgt de lucht. Stijgende lucht koelt af en valt neer in een vorm van neerslag. Dat verklaart waarom het zoveel regent in de tropen. Dit heet stijgingsregen.

Maar de lucht blijft niet stijgen. Op grote hoogte stroomt de lucht in noordelijke richting en in zuidelijke richting. Tussen de 20 en 40 NB en ZB daalt hij. Dalende lucht wordt warmer, waardoor het droog blijft, ontstaan van woestijnen.

De oorspronkelijke plantengroei zijn alle planten en de bomen die ergens van nature groeien. Dit heet ook wel vegetatie.

Door mensen is een groot deel van de oorspronkelijke plantengroei verdwenen. Grond die wordt gebruikt voor akkerbouw of veeteelt heet cultuurgrond.

Een groot gebied met dezelfde natuurlijke vegetatie heet een natuurlijke zone.

Paragraaf 2: Nunavut is ruim 60 x zo groot als Nederland, toch wonen er maar 28.000 mensen. De bevolkingsdichtheid is laag.

Het is er zelfs is de zomer kouder dan gemiddeld 10 graden. Je ziet alleen maar grassen, mossen en lage struikjes. Je bent hier ten noorden van de boomgrens, in de boomloze Toendra.

In de Toendra zijn de winters lang. De bodem is negen maanden keihard bevroren en met sneeuw bedekt. Iets dieper is de grond blijft de vorst het hele jaar zitten. Dat noem je permafrost.

Doordat in de zomer de sneeuw smelt, kan het door de permafrost nauwelijks zakken. Dus blijft het op de bodem en in de Toendra ’s zomers erg moerassig.

In het noorden van de toendra is het zo koud dat het er altijd vriest. Ook gaat de sneeuw die er ligt nooit meer weg. Die noem je eeuwige sneeuw. De laag eeuwige sneeuw wordt steeds dikker en uiteindelijk samengeperst tot ijs. Dat ijs noemt men landijs. Het bevroren zeewater noem je zeeijs of pakijs. Als er stukken ijs af breken noem je het drijfijs.

Op de aardbol liggen drie zones:

  1. De poolstreken
  2. De gematigde zones
  3. De tropen

Je kunt deze luchtstreken aangeven in breedtecirkels. Dit noem je de wiskundige begrenzing.

Tropen: 23,5 tot 23,5, keerkringen

Gematigde zone: 23,5 tot 66,5,

Poolstreken: 66,5 tot 66,5 poolcirkels

Toendra: als de zomertemperatuur lager is dan 10 *c, kunnen er geen bomen groeien. Je bent hier ten noorden van de boomgrens, in de boomloze Toendra.

 

Naaldbossen (taiga): als de temperatuur in de zomer hoger wordt dan 10 maar onder de 15 blijft, groeien en naaldbommen. Er zijn geen echte grenzen van de loof naar de naaldboombossen.

Loofbossen: in de gematigde zone is er een groot temperatuur verschil tussen zomer en winter. Als het in de zomer hoger dan 15 graden wordt, is het warm genoeg loofbommen.

paragraaf 3:

Grindelwald ligt in Zwitserland. Vroeger leefden de mens er van de landbouw, nu is dat vervangen door het toerisme. Dat kun je zien aan de inrichtingselementen. Toch zie je nog steeds het natuurlandschap. Dat zie je aan de verschillende hoogtegordels op de bergen.

De alpen liggen midden in Europa en is het grootste berggebied van Europa. Veel bergen zijn er boven de 1500 meter. Daarom heten de alpen een hooggebergte.

Bevolkingsdichtheid = laag. Boven in de bergen zijn veel minder inrichtingselementen. Daar is het een natuurlandschap.

Een natuurlijke zone op een berg is een hoogtegordel. :

•Eeuwige sneeuw

4000 m hoog

Temperatuur: -4 graden C

Hier ligt de sneeuw die nooit verdwijnt.

 

•Rotsgordel

2500 - 3500 m hoog

Temperatuur 3000 m: 2 graden C

Het is hier te koud van plantengroei

 

•Alpenweide

2000-2500 m hoog

Temperatuur 2000 m: 8 graden C

Hier heb je nog lage struikjes maar geen bossen meer.

 

 

•Naaldboomgordel

1000-2000 m hoog

Temperatuur 1000 m: 14 graden C

Hier is het ’s zomers lager dan 10 graden Celsius, hier is ook de boomgrens.

 

•Loofboomgordel

0-1000 m hoog

Temperatuur 0 m: 20 graden C

Hier is het ’s zomers warmer dan 15 graden Celsius.

Beneden is het warmer doordat:

  1. De zon verwarmt de aarde
  2. De dampkring laat de zonnewarmte gewoon door. Als de zonnestralen op het aardoppervlak vallen geven ze hun warmte af. Daardoor wordt het aardoppervlak warm.
  3. Het opgewarmde oppervlak geeft nu zelf warmte af
  4. De lucht en de onderkant van de dampkring worden dus verwarmd
  5. Daardoor is het beneden warmer

ALS JE 100 METER HOGER KOMT, WORDT HET 0.6 C KOUDER! DUS PER 1000 METER 6 C!

REACTIES

G.

G.

goeie samenvatiing, thanks!!!!!1

6 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.