Hoofdstuk 2 paragraaf 2 t/m 10

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3163 woorden
  • 29 december 2014
  • 40 keer beoordeeld
Cijfer 5.1
40 keer beoordeeld

§2 Mediterraan klimaat en landschap

Middellandse Zeeklimaat
De Middellandse Zee is een bijzonder gebied. Nergens op aarde is er zo’n grote binnenzee, die slechts door een smalle opening bij Gibraltar verbonden is met de Atlantische Oceaan. Het klimaat in dit gebied is zo bijzonder dat het zelfs zijn eigen naam heeft gekregen: Middellandse Zeeklimaat of mediterraan klimaat. Het is eigenlijk een mengvorm van het steppeklimaat van Noord-Afrika en het gematigde klimaat van Nederland. De zomers zijn warm en droog, winters zijn mild en vochtig. In de zomer schuiven de hogedrukgebieden vanuit Noord-Afrika op naar het noorden en in de winter schuiven die hogedrukgebieden weer terug.

Het dichtbevolkte en toeristische Middellandse Zeegebied heeft een probleem. Omdat het er ’s zomers veel droger is dan ’s winters. Er onstaat ’s zomers dan ook een watertekort. Dat kun je aantonen door het verschil in neerslag en verdamping à De waterbalans. Bij een  negatieve waterbalans is er meer potentiële verdamping dan neerslag.
De meeste regen valt in de winter. De enkele zomerse buien zijn vaak zware onweersbuien, maar ook de winterse buien kunnen hevig zijn. Je zegt dan dat de intensiteit van de neerslag hoog is. Daarnaast valt er in het ene jaar veel regen, maar in het andere weinig. Dan is er een hoge variabiliteit in neerslag.

Landschap
Het klimaat heeft grote invloed op het landschap. Je ziet klimaatverschillen terug in het Middellandse Zee landschap. Het Europese deel in het noorden en westen ontvangt meer regen en is groener dna het Afrikaanse en Aziatische deel in het zuiden en oosten.

Het Middellandse Zeegebied is onderdeel van de subtropische landschapszone. Er zijn bijzondere plantsoorten die zich hebben aangepast aan de droogte: olijfbomen, kurkeiken, wijnranken en sinaasappelbomen. Ze hebben meestal leerachtige bladeren om uitdroging tegen de gaan. Ook al is de mediterrane vegetatie aangepast aan de droogte, de planten groeien beter als er extra water bij komt. Daarom wordt er veel geïrrigeerd, dat soort landbouw noemen we irrigatielandbouw.
Mediterrane landbouw
is dus nogal gebaat bij water. Maar waar komt het nou eigenlijk vandaan? Spanje heeft een enorme verziltinginstallatie gebouwd om zout zeewater om te zetten in zoet drink- en irrigatiewater. Israel haalt veel water uit de Jordaan. Egypte heeft de Nijl

 

§3 Aardbevingen en vulkanen

Bergen en aardbevingen
De Middellandse Zee is de plek waar Afrika tegen Europa botst. Of beter gezegd: de Afrikaanse plaat tegen de Euraziatische plaat. Doordat deze aardkorstplaten op elkaar botsen, zijn de gebergtes onstaan. En ze groeien nog steeds. We noemen het gebied daarom een alpien plooiingsgebied. Dat wil zeggen dat botsende platen het gebied in de afgelopen 65 miljoen jaar sterk geplooid en opgeheven hebben.

De gebergtevorming gaat meestal rustig aan. Maar soms verschuift een stuk van de aardkorst plotseling wat meer. Dan is er sprake van een aardbeving. De grens tussen 2 platen die op elkaar botsen nomen we de convergente plaatgrens.

Vulkanen
Bij plaatgrenzen vind je ook vulkanen. In en rond de Middellandse Zee vind je er dan ook verschillende. Zo ligt op de oostkust van Sicilië de vulkaan de Etna. Dit is een actieve vulkaan die vaak rustig uitbarst, maar ook met veel geweld à explosieve eruptie

Bij een uitbarsting komt gesmolten gesteente naar buiten. Zolang dit in de aarde zit, is het magma, maar zodra het naar buiten komt is het lava. Daarnaast komt er ook as mee. De lava en as hopen zich op rond de krater en vormen een kegelvormige vulkaan, opgebouwd uit laagjes as en laagjes lava. Dit is een stratovulkaan. Geleidelijk wordt de as samengedrukt door nieuwere lagen. Er onstaat dan tuf, een heel licht gesteente vol met gaatjes.  
De Etna is een bijzondere vulkaan, omdat er een oude oceaanbodem in de ondergrond zit, komt er deels hetzelfde materiaal naar boven als in IJsland: basalt. Dit is een zwaar gesteente dat nogal zwaar is en in Nederland wordt gebruikt bij de bouw van dijken.

Santorini
In Griekenland ligt een bijzonder resultaat van vulkanisme bij het eiland Santorini. De Afrikaanse plaat duikt hier onder de Griekse plaat. De wegduikende aardkorst begint op diepte te smelten en zorgt voor een onrustige aarde. Rond 1500 voor Christus ontplofte de vulkaan van Santorini met zo’n geweld dat er van de vulkaan weinig overbleef, dan een grote baai omringd door eilanden. Zo’n baai, of een meer als de vulkaan op land ligt, noemen we een caldera.

 

§4 Mens en natuur

Van gebergte naar landschap
Het bergachtige landschap rond de Middellandse Zee is ontstaan door krachten uit het binnenste van de aarde. Het verandert door verwering, erosie en sedimentatie.

  • Verwering is het geleidelijk uiteenvallen van gesteente onder invloed van allerlei externe factoren, zoals het uitzetten en krimpen van gesteente door temperatuursverschillen, plantenwortels en gravende dieren, en allerlei chemische processen.
  • Erosie is de daaropvolgende opname van los materiaal door wind, water en soms ook ijs. Erosie kan ook worden veroorzaakt door de zwaartekracht. Als hele stukken grond naar beneden schuiven en soms in gang gezet door een aardbeving, heb je het over aardsverschuivingen.
  • Sedimentatie is het vallen van materiaal dat geërodeerd is, en dat valt op een plek waar het minder hard waait of stroomt.

Door al deze processen onstaan: rivierdalen, duinen en delta’s à landvormen
De wetenschap die landvormen bestudeerd heet: geomorfologie

De mens als stimulator
Door de droge zomers is de vegetatie in het Middellandse Zeegebied nogal kwetsbaar. Als je iets teveel schapen en geiten laat grazen, blijft er te weinig over om te bodem te beschermen. Ook branden kunnen de vegetatie beschadigen. Wind en water kunnen als gevolg hiervan de bodem sneller laten eroderen dan normaal à versnelde bodemerosie. 

Met name water kan voor heftige erosie zorgen. Als de bovenste laag van een bodem wordt meegenomen heet dat afspoeling, maar als het water zich gaat concentreren in geulen spreken we van geulerosie. Dit laatste kan ervoor zorgen dat hele gebieden onbruikbaar worden voor landbouw.

Van kwaad tot erger?
Op den duur kan verwoestijning ontstaan als de bodem sterk geërodeerd is. Verwoestijning betekend dat er na een tijd een woestijnachtig land ontstaat. Bodems kunnen ook minder bruikbaar worden door verzilting. Dit betekend dat bij irrigatie zout achterblijft als het water verdampt. De meeste planten kunnen niet tegen zulke grote hoeveelheden zout.

De geleidelijke beschadiging van de bodem door wat voor reden dan ook, noemen we landdegradatie.

Het verminderen van de problemen
In het Middellandse Zeegebied zijn ze bezig landdegradatie tegen te gaan door middel van duurzaam landgebruik. à bedekt houden van de bodem, onder boomgaarden worden andere  gewassen geteeld en op steile hellingen word steeds meer bebost. Druppelirrigatie wordt toegepast om verzilting tegen te gaan. Het is goedkoper dan andere vormen van irrigatie en er blijft nauwelijks zout over. De kwaliteit van de bodem kan ook worden verbeterd door minder bestrijdingsmiddelen en kunstmest te gebruiken.

§5 Wereldwijde luchtstromen

Atmosferische circulatie

Tropische Regenwouden

Evenaar/ITCZ

LageLuchtdruk

Woestijnen

30°

HogeLuchtdruk   

Gemengde zone

60°

LageLuchtdruk

Poolgebieden

Pool

HogeLuchtdruk

 

Passaten en moessons
In de tropen waait de wind op het noordelijk halfrond meestal uit het noordoosten en op het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten. Deze winden noemen we meestal de passaten. 

De luchtdrukgebieden verplaatsen per jaargetijde door de stand van de aarde en de zon. Het lagedrukgebied rond de evenaar (ITCZ) schuift dan ook naar het noorden in onze zomer en naar het zuiden in onze winter. In onze zomer kruist de zuidoostelijke passaat de evenaar. Op het noordelijk halfrond aangekomen krijgt de wind een afwijking naar rechts en waait dan als zuidwestelijke wind door. Op het zuidelijke halfrond is er een afwijking naar links. Wind waait dan overheersend naar lage luchtdruk gebieden. Deze omgebogen passaten worden moessons genoemd. Moessons zorgen vaak voor regen.

 

§6 Zeestromen en klimaatgebieden

Zeestromen
De wind waait op veel plaatsen vaak uit dezelfde richting. Zo hebben we in Nederland vaak een zuidwestenwind. Dat heeft te maken met de atmosferische circulatie. Wind die over zee waait, sleurt als het ware ook het zeewater mee. Daardoor ontstaan zeestromen. Die voor een belangrijk deel hetzelfde patroon hebben als de luchtstromen. Ze vormen een onderdeel van de oceanische circulatie.

Een zeestroom noemen we warm (warme zeestroom) als die vanuit een relatief warm gebied afkomstig is. Zo stroomt de Golfstroom van het Caribische gebied naar Noordwest-Europa. Het zorgt voor warmte en ijsvrije havens tot in Murmansk. Een zeestroom noemen we koud (koude zeestroom) als die vanuit een relatief koud gebied afkomstig is. Zo stroomt de Labradorstroom vanuit de Baffinbaai langs de kust van Canada. Het zorgt voor een extra koud klimaat en dichtgevroren havens tot zo zuidelijk als Newfoundland.
In de subtropen vind je aan de kusten met een koude zeestroom veel woestijnen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Baja California (Californische stroom). Het koude zeewater koelt de lucht erboven af, waardoor deze weinig vocht kan vasthouden. Als deze koude lucht naar het land komt, vindt daar opwarming plaats. De lucht kan nu meer vocht vasthouden, maar er is geen vocht om vast te houden, er is immers land. De wind voelt daarom droog aan en er valt geen neerslag.

De lucht- en zeestromen zijn erg belangrijk. De tropen krijgen heel erg veel zonnewarmte, omdat de zon daar hoog aan de hemel staat. Zonder lucht- en zeestromen zou het daar nog warmer zijn en op hogere breedten nog kouder. In Antarctica is er iets bijzonders aan de hand. Er stroomt namelijk een koude zeestroom rondom het continent. Waardoor het daar koud is en blijft en dat was erg belangrijk voor de opbouw van de witte ijskap die er nu ligt.

Klimaatgebieden
De atmosferische circulatie bepaalt voor een groot deel het patroon van klimaten op aarde. Grote gebieden met hetzelfde klimaat noemen we klimaatgebieden. Rond de evenaar vind je tropische klimaten. Rond 30° ZB en NB drogeklimaten. Bij 60° ZB en NB gematigde klimaten aan zee en landklimaten landinwaarts. Rond de polen de polaire klimaten. Bergen houden wind tegen en dat zorgt voor droge gebieden in het binnenland. En de moesson die voor veel regen zorgt in Zuid-Azië terwijl dat op dezelfde hoogte ligt als de Sahara.

§7 Landschapzones 1

Landschapszones
In het landschap zie je de klimaatgebieden terug in wat we landschapszones noemen. Dit zijn gebieden waarin bepaalde bodem- en vegetatietypen domineren. Toch is het idee van landschapszones nogal ouderwets. Gebergtes, de zee, zeestromen en de moesson veroorzaken een patroon van klimaten dan het begrip landschapszones doet denken. Ook zijn er verschillen in grond-, dier- en plantensoorten en menselijke invloed. We gebruiken de landschapszones als fundering om de echte landschappen op aarde te bespreken.

Tropische zone
De tropische zone wordt gekenmerkt door tropische regenwoud rond de evenaar en daaromheen savanne. Rond de evenaar is het het hele jaar warm en vochtig. Planten groeien dus goed en plantenresten worden snel afgebroken om weer als voedingsstof te dienen voor nieuwe planten. De bodem heel onvruchtbaar. Van oudsher branden mensen een stukje oerwoud plat om daar wat jaren te akkeren en daarna zochten ze een nieuw plekje. Met een beetje geluk kon het oerwoud en de bodem zich herstellen. Door de bevolkingsgroei is die steeds problematischer geworden. Er zijn echter plaatsen waar de tropen lekker gaan. Zo kent Java jonge vulkanische bodems, die nog wel vruchtbaar zijn. Daarom wordt er veel rijst verbouwd op terrassen.

Aride zone
Richting het noorden en zuiden wordt de savanne steeds droger. Als er geen bomen meer over zijn, spreken we van een steppe; als er geen vegetatie meer is, zijn we in een woestijn. Dit is de aride zone. Er is hier weinig leven, waardoor voedingstoffen in de bodem nauwelijks worden afgebroken. Met wat irrigatiewater valt goed te boeren. Er zijn ook veel woestijnen die bestaan uit stenen, waar je als mens zelfs met irrigatiewater weinig mee kan doen.

Op de steppes vind je nomaden, die met hun vee rondtrekken om nog wat voedsel bij elkaar te schrapen. De meeste nomaden zijn vaak geharde mensen omdat het een hard leven is.
Niet alle woestijnen liggen in het verlengde van de savanne. Zo ligt de Gobiwoestijn in de regenschaduw van de Himalaya. Het is daar minder heet en het kan er zelfs erg koud zijn

 

§8 Landschapzones 2

Subtropische zone
De subtropische zone is de benaming voor het gebied dat een Middellandse Zeeklimaat heeft of daarop lijkt. Buiten de Middellandse Zee vind je ook delen van California, Chili, Zuid-Afrika en Australië met droge, hete zomers en milde, regenachtige winters. In feite schuift het hogedrukgebied van een nabijgelegen woestijn ’s zomers over dit gebied heen.

Afhankelijk van het type klimaat vind je daarop aangepaste vegetatie. Bij een droge zomer is de vegetatie aangepast aan de zomerse droogte. De bladeren zijn hard en leerachtig om vochtverlies te beperken. Denk aan olijfbomen en kurkeiken. In een gebied met droge winters zijn de planten minder sterk aangepast. De winter is immers kouder, waardoor het vochtverlies sowieso minder is. Wanneer het hele jaar door regen valt zie je nog minder aanpassingen.

Gematigde zone
De gematigde zone  is de landschapszone waar wij wonen. Het is er niet bijzonder warm of koud, droog of nat. Gematigd dus. Toch zijn er een paar uitzonderingen. Zo zijn de relatief droge steppes van Kazachstan heel wat anders dan de eeuwige regen in Ierland.

In de gematigde zone vind je veel loofbossen die in de herfst hun blad verliezen. In de drogere gebieden vind je grassteppes en in de koudere naaldbossen.
De gematigde zone is erg geschikt voor bewoning. Vooral de loofbossen worden gekapt om plaats te maken voor landbouw of steden.

Boreale zone
De boreale zone lijkt een beetje op de gematigde zone, maar is vooral in de winter erg veel kouder. Er zijn veel naaldbossen die door de kou slecht worden afgebroken, zo slecht dat er geen nieuwe vegetatie ontstaat. De naaldbossen worden vaak gebruikt voor productie van hout als grondstof (stoelen, tafels en paper etc.). Je vindt de boreale zone in het noorden van Canada,  Alaska, Siberië en Scandinavië. Dit type landschap is nauwelijks te vinden op het zuidelijke halfrond omdat er nagenoeg geen land is rond 60° ZB.

Polaire zone
In de polaire zone is het koud. Richting de Noordpool worden de naaldbossen steeds minder dicht totdat er alleen nog maar mossen en grassen groeien. Dit is de toendra. Mensen die op een toendra wonen, leven van de jacht op rendieren en visserij. Ze leven vaak nomadisch. De oude Sovjet-Unie gebruikte de toendra’s als laboratorium voor kernproeven en voor de bouw van strafkampen.

Nabij de polen vind je ten slotte de ijskappen van Groenland en Antarctica.
In de bergen vind je eenzelfde soort opeenvolging van landschapszones als op de aarde als geheel. De voet van de Kilimanjaro in Kenia en Tanzania staat namelijk in de tropische zone, maar op de top ligt ijs.
 

§9 Landschap en klimaatverandering

Landschap
Er is nooit stilstand in een landschap. Rivieren stromen, koeien grazen en het zand stuift. Een landschap is daardoor constant in verandering: het is een dynamisch systeem.

Om een landschap als een dynamisch systeem beter te begrijpen hebben wetenschappers een analyse gemaakt om te zien welke factoren dat landschap bepalen. De factoren die hierin staan, noemen we geofactoren.
Klimaat, gesteente en reliëf bepalen voor een groot deel het landschap. Regen, milde winters en koele zomers zorgen bijvoorbeeld voor een groen landschap.
De mens is tegenwoordig een hele dominante geofactor. Zo heeft de mens gekozen voor runderen in de wei, bomen op steile hellingen en luchtverontreiniging. Landschappen doen er altijd lang over om te veranderen en te ontwikkelen.
Je ziet dat alle geofactoren samenhangen. Als de een veranderd, veranderen de andere mee. Dit gebeurt op schaalniveau van een landschap, landschapszone en zelfs de hele wereld.

Klimaatverandering
Het klimaat is een enorm ingewikkeld systeem. Daarom is het erg moeilijk om te bestuderen. Temperatuurmetingen op veel plaatsen op aarde geven aan dat de aarde geleidelijk aan warmer word. Dat klinkt verontrustend, maar het is net zoiets als hoofdpijn. Je kunt het krijgen van te weinig drinken, of een zware hersenschudding. Het een betekend drinken, het ander ziek op bed…

Wetenschappers hebben voor het klimaat een zware hersenschudding gevonden: het versterkte broeikaseffect. Door verbranding van fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool) komt CO2 vrij. In de atmosfeer houdt dit de warmtestraling tegen, waardoor de warmte als het ware blijft hangen. Een soort broeikas dus. Wetenschappers denken nu dat de diagnose van klimaatverandering wel gesteld is.
Als de temperatuur blijft stijgen, veranderen landschappen. Op mondiaal niveau zul je zien dat landschapszones verschuiven. Nederland zou in de subtropische zone kunnen komen en Spanje in de aride. Economische schade en verlies aan planten en diersoorten lijkt waarschijnlijker.

 

§10 Landdegradatie en duurzaam landgebruik

Landdegradatie
In sommige plekken op de wereld wordt er geboerd zonder na te denken over de toekomst. Het gevolg is dat de bodem geleidelijk in kwaliteit achteruit gaat. Dit noemen we ook wel landdegradatie. Het kan verschillende oorzaken hebben. Als er te weinig vegetatie is om stromend water te remmen of om bodem bij elkaar te houden door de wind noemen we dit versnelde bodemerosie. Het gebeurt meestal na ontbossing en als boeren hun akkers in de droge tijd braak laten liggen. Ook gebeurt het als boeren te veel vee laten grazen (overbeweiding).

Een andere vorm van landdegradatie kan worden veroorzaakt door irrigatie. Als irrigatiewater verdampt, blijft er een beetje zout achter. Als dit zout zich gaat ophopen, spreek je van verzilting. Het is erg problematisch, omdat veel gewassen niet tegen zulke hoeveelheden zout kunnen. Het zout gaat ook in poriën van de bodem zitten, waardoor er te weinig zuurstof in de bodem kan komen voor een gezond bodemleven.
Versnelde bodemerosie en verzilting komen vooral voor in de aride en subtropische landschapszones. Daar is immers weinig vegetatie en veel behoefte aan irrigatiewater. Beide problemen kunnen ervoor zorgen dat het onmogelijk is voor planten om te groeien. Er ontstaat dan een woestijnachtig landschap, dit noemen we verwoestijning. Dit proces wordt tegenwoordig versterkt door de opwarming van de aarde. Meer droogte zorgt voor minder vegetatie en dus voor meer verwoestijning.
Verwoestijning is niet in de eerste plaats het gevolg van klimaatverandering, maar van versnelde bodemerosie en verzilting. Het is een vorm van landdegradatie, niet van klimaatverandering. Mocht dit op grote schaal toch gebeuren. Dan zou dat een milieuramp zijn.

Oplossingsrichtingen
Om landdegradatie tegen te gaan, zijn er heel wat mogelijkheden. Ze kosten wel wat centjes, zeker vanuit de ogen van ontwikkelingslanden gezien. Bodemerosie kan je tegen gaan door op akkers verschillende gewassen in stroken te verbouwen. Zo voorkom je dat water snel naar beneden stroomt tussen rijtjes van één soort gewas of dat de hele helling een tijd braak ligt. Verzilting kan je tegen door irrigatiewater snel af te voeren via buizen in de grond (drainage). Zo voorkom je dat het op de akker verdampt en zout achterlaat. Al deze maatregelen horen bij duurzaam landgebruik, landgebruik dat erop gericht is de kwaliteit van de bodem in stand te houden.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.