Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 2, Module 2, Manipuleren van regionale beelden

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 677 woorden
  • 24 januari 2005
  • 23 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 23 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Module 2 H2 Manipuleren van regionale beelden

Zenders hebben eigen doelen bij het aanbieden van een gebied. Zenders zenden dus niet alles uit. Verschillende doelen:
nieuws; objectief (zakelijk), subjectief (smakelijk). Dit bepaalt de selectie en presentatie v/h nieuws
verkoopboodschap op economisch en commercieel terrein; nieuwe bewoners/bedrijven/toeristen trekken
politiek; groot draagvlak voor besluiten
Regionale beeld= nooit volledig. Onbewust selecteer je info. De één via t.v., de ander via rapporten/kaarten van het bestemmingsplan. Mens= heel selectief. Waarnemingen worden bepaald door vooroordelen, wat past in je beeld. Om een goed regionaal beeld te krijgen moet je leren selecteren. Je moet ecologische/economische/sociale kennis hebben en nieuwe info toets je hieraan.


De zender bereikt z'n doel door te manipuleren: beelden gunstiger te kleuren, weglaten of verstoppen van storende info.
Olympische Spelen, Atlanta max temp 35 graden is veel te hoog. Men zei toen dat de gemiddelde dagtemperatuur 26 graden was.
Kaarten en grafieken zijn handig voor beknopte info. Kaart= platte voorstelling van de aarde.
1. Mercatorprojectie: oppervlakte richting de polen is groter.
Afrika en Groenland lijken even groot, maar Afrika is 15x groter.
Europa lijkt in het midden te zitten, maar er is helemaal geen midden. Zo leek Europa het middelpunt van de wereld
Japan en de VS lijken ver bij elkaar vandaan te staan, daarom zag de VS Japan lang niet als concurrent
2. Peterskaart: wel goede omvang, maar minder goed vorm (landen worden uitgerekt). 2000km. N-Z lijkt langer dan 1000km. O-W
Kaart: opgebouwd uit kaartelementen (lijnen/symbolen) en kleuren.

1. grenzen duidelijk aangeven, gebieden benadrukken of grenzen weglaten, zodat het land groter lijkt.
2. vorm/grootte van symbolen: verstedelijking door middel van stippen, hoe groot/klein je die stippen maakt geeft een heel verschillende indruk. Met dikke snelwegstrepen lijkt heel Nl. geasfalteerd.
3. pijlen geven omvang en richting van bewegingen aan. De dikte beïnvloedt het beeld.
4. veelgebruikte kaartkleuren zorgen voor gewenning. Groen is begroeiing, blauw is koud, rood is warm
5. kleur is om gevaar te benadrukken. Rood= communisme, Warchaupact, blauw= Navolanden. Isolatie van landen laten zien door de buren een uniforme felle kleur te geven.
Klassengrenzen beïnvloeden het beeld ook erg. Geef je alle steden v.a. 25000 inwoners een stip of v.a. 50000.

Mensen uit dezelfde sociale groep hebben een bijna gelijk regionaal beeld, want ze hebben dezelfde contacten, ervaringen, informatiebronnen.
Collectief mentaal beeld= beeld wat de ene sociale groep heeft van de andere sociale groep/ gebied. Vaak een karakteristiek en soms ook een stereotype/imago.
Een sociale groep heeft één of meer kenmerken gemeenschappelijk:
sociaal culturele achtergrond: godsdienst/taal/volk/geschiedenis
economische omstandigheden: inkomen, soort beroep, opleiding
recreatiegedrag: soort vakantie, vakantieland
woongebied: dorp, wijk, streek, provincie, land, werelddeel
Verschillende schaalniveau's:
1. stadswijk-dorp
2. grote stad-streek (Friesland-Limburg)
3. volk/land (Dl.- Nl.)
4. continenten (Europa- Noord-Amerika)
Collectieve mentale beeld = soms vaag. Hoe meer eenheid er is, hoe duidelijker. Zenders uit de eigen groep (intern) of van buiten af (extern) kunnen positieve of negatieve informatie geven
Negatieve info: andere groep= concurrent/vijand. Dit zorgt voor meer eenheid. In Koude Oorlog was er een vijandbeeld; Navo en Warchaupact wilden allebei de wereldmacht. Nu is Japan een economisch gevaar. Er wordt een beeld gevormd dat ze agressief exporteert, maar eigen grenzen sluit.
Positieve info: vakantiefolders uit Turkije met zonnige stranden (extern). Intern kan ook; als een groep zich verbonden voelt met een andere groep, zullen ze positief over elkaar zijn.

Citymarketing: alle activiteiten om het imago van een stad te verbeteren. Glasgow was verpaupert, hoge werkloosheid, spanningen tussen katholieken en protestanten. Na actieve cultuurpolitiek is het nu een concurrente van Edingburgh.

Oppervlaktegetrouwe kaarten (Petersprojectie); soms ten koste van de vorm van de gebieden en de hoeken en richtingen
Hoekgetrouwe kaarten: afstanden en oppervlakte minder goed. Maar deze kaarten zijn handig met een kompas
Afstandsgetrouwe kaarten: goede onderlinge verhouding.
Er is geen volkomen goede kaart. Wel is eer één met een gemiddelde fout, alles een beetje. De fout ontstaat door de bolvorm. Hoe groter het gebied, hoe moeilijker.

Turkije als:
vakantieland a/d Middellandse Zee
Europees land; grens tussen oost en west
ontwikkelingsland; kloof tussen stad een platteland
islamitisch land; fundamentalisten tegengaan
terreurland; Koerden militair onderdrukt

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.