Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 2 Globalisering

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 2044 woorden
  • 26 april 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Hoofdstuk 2: Globalisering





§1: Welke soorten landen zijn er?





-Economische kenmerken: Werk & welvaart



-Demografische kenmerken: Het aantal mensen & de veranderingen daarin



-Sociaal-culturele kenmerken: Taal, godsdienst en rituelen bevolking





In tegenstelling tot de ‘rijke landen’ in West-Europa, Noord-Amerika, Australië & Japan is het in Afrika & Midden-Azië normaal dat mensen relatief weinig bezitten.



àNoord-Zuid tegenstelling: Het Noordelijk halfrond rijker dan het Zuidelijk halfrond.





-BNP: Bruto Nationaal Product



àAlles wat er aan goederen en diensten in een land per jaar geproduceerd wordt.



-Met het BNP kan je de welvaart van verschillende landen met elkaar vergelijken. De officiële grens van armoede is 1 dollar per dag (volgens de VN). Dan telt de wereld bijna een miljard arme mensen.





Oorzaken van armoede:



•    Corrupte regeringen



•    (Burger)oorlog



•    Steeds veranderende/ingewikkelde wetten in een land.



•    Slechte infrastructuur.



•    Natuurlijke oorzaken- aardbevingen



•    Een verkeerd waterbeheer of bodemgebruik.



•    Het opleidingsniveau.



•    Veel mensen leven op het platteland. Het Percentage dat in de primaire sector werkt is hoog.





Veel goederen die we gebruiken zijn samengesteld uit onderdelen uit verschillende bedrijven.



Elke stap die naar een product leidt, noem je een product keten.



Het bestaat uit de driedeling:



Grondstof à Halffabricaat à Eindproduct



Bij elke stap stijgt de waarde van het product.



Dit gebeurt meestal in de rijke centrumlanden (waar veel industrie is).



















Centrum



Semiperiferie



Periferie



Rijk



Veel banen in de dienstensector en industrie





Ertussenin



Arm



Landbouw



Levert grondstoffen






-Periferielanden: Kwetsbaar, omdat ze maar 1 soort uitvoerproduct exporteren.



De exportlanden verdienen dus weinig aan de internationale handel, maar zijn wel veel geld kwijt aan dure importproducten



à ruilvoetverslechtering





-Dualistische economie: De bevolking van de periferielanden kan je in 2 groepen delen. Veel mensen op het platteland leven van zelfvoorzienend landbouw. De producten die ze gebruiken komen allemaal uit het gebied waar ze wonen. De andere groep produceert producten voor de wereldeconomie










-Urbanisatiegraad (verstedelijkingsgraad): Hiermee geven we aan hoeveel % van de bevolking in een stedelijk gebied woont.



àIn de meeste welvarende landen is dat ruim 90%. In ontwikkelingslanden soms minder dan 10%



-Urbanisatietempo: De snelheid waarmee de stedelijke bevolking groeit



àIn ontwikkelingslanden is het urbanisatietempo hoog, omdat er in stedelijke gebieden meer welvaart is





-Bevolkingsdichtheid: Wordt bepaald door het geboorte/sterfteoverschot



-Demografische transitie: De overgang van hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage





Hoge geboortecijfers komen door:



•    Religie



•    Door geen vrouwenemancipatie



•    Geen geld voor voorbehoedsmiddelen



Hoog sterftecijfer komt door:



•    Natuurrampen



•    Slechte verzorging/gezondheidszorg



•    Onhygiënisch water



•    Besmettelijke ziektes





-Vergrijzing: Steeds meer ouderen in de bevolking



àIn veel rijke landen is dat een probleem. Die mensen werken niet meer, en kosten geld.



De demografische druk (verhouding tussen het aantal mensen van 20 tot 65 jaar) is dan hoog.



àOplossing: Migratie van mensen uit armere landen die banen kunnen vervullen





-Pushfactoren: Redenen waarom mensen vertrekken uit hun eigen land



•    Oorlog



•    Honger



•    Natuurrampen





-Pullfactoren: Redenen die migranten aantrekken naar een bepaald land te vertrekken



•    Werken in een ander land voor de hoge lonen. (Mexicanen à VS)





 Mondiale migratiestromen:



-Gastarbeiders: Mensen die naar een land toegaan om daar te werken



Bijvoorbeeld de mensen uit het Middellandse Zeegebied die na 1960 naar West-Europa kwamen om daar te werken (pullfactor)



àBleven hier wonen



àMeer allochtonen





-    West-Europa heeft te maken met asielzoekers die zijn gevlucht vanwege oorlog.



-    Mensen komen uit vroegere koloniën (toen waren de toelatingsregels soepeler dan nu)



-    Mensen vertrekken vanwege een hoge opleiding (braindrain in India bv.)





-Vestigingskoloniën: Gebieden waar Europeanen zich gingen vestigen in Noord-Amerika



àIn die landen worden nog steeds Europese taal gesproken/Europese invloeden



àEuropeanisering





-Exploitatiekoloniën: Plaatsen waar de oorspronkelijke bevolking moest werken voor de Europese bezetter



àWerken op landbouwbedrijven die 1 product verbouwden



àMonocultuur (tabak, katoen, koffie)



§2: Samenwerking tussen landen





Alle landen hebben elkaar nodig d.m.v. handel. Wat het land zelf niet kan produceren, kan worden ingevoerd en overschotten kunnen worden verhandeld. Als er niet gehandeld word met het buitenland is dat goed voor de werkgelegenheid binnen eigen land. Alles moet dan immers in eigen land worden geproduceerd. Door invoerrechten en protectionisme (invoerheffing) werden er vroeger niet veel buitenlandse producten ingevoerd. Tegenwoordig wel. De invoerrechten worden zo veel mogelijk afgeschaft met als gevolg dat sommige bedrijven failliet gaan. Er komen betere en goedkopere producten op de markt. Er ontstaat nieuwe werkgelegenheid door transport etc. Door de WTO worden afspraken gemaakt over de handel.





Verklaringen voor toenemende handel in de wereld:




  • Door de dekolonisatie kunnen kolonies ook handelen met andere landen dan alleen hun moederland. En andersom kan het moederland nu ook uit andere landen die grondstoffen halen.

  • De snelheid waarmee goederen vervoerd kunnen worden is groter (trein, vliegtuig etc.)

  • De infrastructuur werd beter. Er werden kanalen gegraven waar je tijdwinst uit kreeg & ze maakten betere, snellere en groter boten à Tijdruimtecompressie.

  • Verandering in het communicatietechnologie door sms en internet etc.

  • Staatsbedrijven worden verkocht/zelfstandig gemaakt. Soms kunnen bedrijven dan beter samenwerken met het buitenland (zoals Schiphol) à Privatisering

  • Afschaffing van regels & voorschriften. De meeste bedrijven vinden het prettig meer vrijheid te hebben à Deregulering





Bij de internationale handel zie je dat er tussen sommige landen meer wordt gehandeld dan tussen andere landen. Geograaf Ullman heeft uitgezocht hoe dat komt:



•    Complementariteit: Er is veel handel tussen landen die elkaar aanvullen. Landen die hetzelfde kunnen produceren hoeven niet te handelen



•    Vervoerbaarheid: Sommige goederen zijn niet goed transporteerbaar. Zand is bijna niks waard en krijgt de transportkosten er niet uit, terwijl ze ananassen uit Ivoorkust met winst kunnen importeren en verkopen



•    Soms zijn er redenen dat er niet gehandeld kan worden, bijvoorbeeld door geschillen of door tussenliggende mogelijkheden





-Afstandsverval: Als landen handelspartners dichtbij vinden, is dat het goedkoopst





-Triade: West-Europa, Noord-Amerika & Japan



àVeel handel tussen deze 3 centrumlanden





-Modaliteiten:




  • Schip: Grote afstanden, grote hoeveelheden & lage personeel- en energiekosten

  • Vliegtuig: grote afstanden, snel, voor bederfelijke producten (bloemen bv.)

  • Trein: Middellange afstanden, lage personeelskosten





-Global Sourcing: Europese & Amerikaanse bedrijven zoeken steeds vaker de wereld af naar de goedkoopste plek om iets te kopen of te produceren



àLagelonenlanden



àGoedkopere locatie, arbeiders & producten



àVerschuiving van het economisch zwaartepunt & internationale arbeidsverdeling



àGlobal Shift





-Transitielanden: Landen die van een planeconomie naar een vrijemarkteconomie veranderen



àBv. Rusland (na het Communisme)





-Multi Nationale Ondernemingen (MNO’s): Bedrijven met meerdere vestigingen over de hele wereld



àBv. Zalando, Shell & McDonald’s





-Nieuwe Industrie Landen (NIL’s): Semiperifere landen met een snelgroeiende productie/economie (met behulp van kapitaal van MNO’s)





-OPEC-landen: Semiperifere en olieproducerende landen (bv. Venezuela & Koeweit)



Onderhandelen over de prijs (i.v.m. vraag & aanbod) en bepalen 2 keer per jaar hoeveel olie uit de grond moet worden gehaald





-Offshoring: Een bedrijf of een deel van de productie in een ander land laten plaatsvinden





-Outsourcing: Onderdelen & producten vanuit een ander land laten aanvoeren





-Non-gouvernementele organisaties: Particuliere organisaties die buiten de overheid om zijn opgezet door groepen mensen die veel contacten hebben met geldschieters. Vaak hebben zij een ideaal dat ze willen bereiken. Inkomsten d.m.v. tv-acties, lidmaatschapsgelden & collectes





-Internationalisering: Toename van contacten over de grens van mensen, informatie, bedrijven en geld.





-Fast World: Gebieden waar technologische, economische & politieke veranderingen snel worden doorgevoerd.



-Slow World: Gebieden waar technologische, economische & politieke veranderingen langzaam (of niet) worden doorgevoerd





-Fundamentalisme: Extreme vorm van het aanhangen van de eigen waarden en normen



à Andersdenkenden zijn vijanden





-Anti-globalisten: Tegenstanders van de globalisering.



-Anders-globalisten: Mensen die zowel voordelen als nadelen zien aan de globalisering & die nadelen proberen te bestrijden





-Federatie: Staatsvorm waarbij een land bestaat uit meerdere (deel)staten die eigen wetten en vrijheden hebben






§3: Groot-Brittannië & India





In de 19e eeuw kwam het binnenland van India onder Brits bestuur



à exploitatiekoloniën



à1947: India onafhankelijk



à lid van Britse Gemenebest: Organisatie van GB & voormalige koloniën die elkaar steunen op handelsgebied en politiek gebied



à19e eeuw: Groot-Brittannië ontwikkelde zich tot één van de machtigste landen ter wereld door:




  • Groot leger aan matrozen, soldaten en deskundige bestuurders

  • Scheepsbouw



àMet die schepen werden veel grondstoffen aangevoerd die GB nodig had




  • Mijnbouw in Wales & de Midlands





-Agglomeratievoordelen: Voordelen die bedrijven hebben wanneer deze dicht bij elkaar zitten



àHandelscontacten



àBv. De mijnen die dicht bij de hoogovens lagen & tegenwoordig een transportbedrijf in de buurt van een bedrijf/fabriek





- Groot-Brittannië: Had veel arbeiders uit de voormalige koloniën in Zuid-Azië & Midden-Amerika



àLonen bleven te hoog om de buitenlandse concurrentie te kunnen weerstaan



àWet van de remmende voorsprong: Landen die eerst een economische voorsprong hebben op andere landen, maar door gebrek aan modernisering (om kosten te besparen) later weer achterbleven en ingehaald werden door andere landen (vb. Groot-Brittannië)



àDe-industrialisatie: Het verdwijnen van de industrie (in Groot-Brittannië)







Veranderingen Groot-Brittannië door globalisering:




  • Laaggeschoolde fabrieksarbeid verdween

  • In winkels neemt het aantal producten uit lage lonen landen toe

  • Door het lidmaatschap van de EU kan Groot-Brittannië makkelijk zijn goederen verkopen in andere landen, maar andere landen kunnen ook makkelijk hun goederen in Groot-Brittannië verkopen



à meer concurrentie




  • Er kwamen Poolse arbeiders



àlagere loonkosten



àgunstig voor de Britse concurrentie positie




  • Er was voor Japan een quotum (beperking hoeveelheid importproducten) gesteld tot 2000 auto's per jaar



à veel Japanse autobedrijven gingen zich in Europa vestigen veel vestigden zich in Engeland àmeer arbeidsplaatsen/werk in Groot-Brittannië




  • Door veel werkloosheid ontstonden er sociale spanningen



à Polarisatie





Waarom zoeken bedrijven Londen op:




  • Londen is het Creatieve Centrum:



àVeel mensen, grote uitwisseling van ideeën/ontwikkelingen/innovaties




  • Het ligt op het knooppunt van vele netwerken (de Chunnel bv.)

  • Veel internationale bedrijven hebben er hun hoofdkantoor. In het centrum van Londen zit een belangrijke concentratie van banken & verzekeringsmaatschappijen.





-Wereldsteden: de 3 belangrijkste zijn New York, Londen & Tokyo





-India:




  • Hindoeïstische cultuur

  • Samenleving bestond uit kasten (sociale ladders)



               àPriesters à Adel à Landbouwers/handelaren




  • India bestaat uit (deel)staten à Federatie

  • Steeds meer hoogopgeleiden gaan naar het buitenland



à Braindrain



à Meer banen voor werklozen & er komt veel geld India binnen





India had een gesloten economie. Buitenlandse producten werden met hoge invoerrechten tegengehouden. In 1980 was er een crisis: De Indiase munt was bijna niks meer waard. Er kwamen toen gunstige voorwaarden voor buitenlandse bedrijven en de invoerrechten gingen omlaag of werden afgeschaft. De werkgelegenheid is  goed verbeterd vooral in de IT-sector. Veel bedrijven hebben ontdekt dat het in India veel goedkoper is en laten bijvoorbeeld hun administratie in India doen. Verwacht wordt dat de IT en dienstverlening 7% van het BNP verdienen. In Mumbai wordt 40% van het BNP van India verdiend.





-Nadelen van de Globalisering:




  • Veel kinderarbeid (goedkoper)



à Verbod op kinderarbeid



à Een deel van de industrie is nu verplaats naar woningen van mensen, want het verbod op kinderarbeid geldt niet thuis



à Lage lonen, lage grondprijs, gebrek aan milieuvoorschriften en de groeiende afzetmarkt spelen bij nieuwe werkgelegenheid op





-Postindustriële fase: Tijdperk na de industrie, waarin de dienstensector steeds belangrijker wordt.





-Polarisatie : Grote tegenstellingen tussen landen en groepen mensen.





-Face-to-face contacten: Persoonlijke contacten die voor sommige bedrijven heel belangrijk kunnen zijn





-Clustering: Bedrijven gaan bij elkaar in de buurt zitten.





-Citymarketing: 'Verkopen' van een stad door te wijzen op bijzondere gebouwen en activiteiten door publiciteit


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.