Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Hoofdstuk 10, §1 t/m 7

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 566 woorden
  • 25 februari 2008
  • 32 keer beoordeeld
Cijfer 7
32 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Van Nederlander tot Europeaan

§1 Welk beeld heb jij van Europa?

Europa is erg verschillend, in taal, gewoonten, klimaat, landschappen etc. Als deze verschillen positief zijn noem je dat regionale verscheidenheid, maar als die verschillen negatief zijn noem je dat regionale ongelijkheid. De Europese Unie wil er voor zorgen dat alle negatieve dingen(werkeloosheid, milieuvervuiling en vluchtelingen) worden weggewerkt. Dat doet de EU vooral door de voordelen van Europese Integratie te laten zien. Door samenwerking:
- pak je internationale problemen aan.

- verklein je de kans op oorlogen.
Tegenstanders van de Europese Integratie zijn bang dat:
- cultuur verdwijnt.
- je niet meer baas in eigen land kunt zijn.

§2 Bestaat dé Europeaan al?
Ieder volk heeft een eigen cultuur, en ook heeft een volk meestal een eigen staat. Als dat niet zo is dat een volk een eigen staat heeft zijn er 2 andere mogelijkheden:
- meer volken in 1 staat (België)
- volk over staten verspreidt (Basken)
Als de minderheden in een staat zelf een eigen staat willen noem je dat afscheidingsbewegingen of ook wel separatisme of etnische minderheid genoemd.

§3 Zijn grenzen nog ergens goed voor?
Een grens geeft aan waar een land begint/eindigt. Dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Toen er in 1993 de binnengrenzen werden opgeheven veranderde er nog niet veel. Dat kwam vooral doordat ieder land:
- eigen wetten/regels

- eigen onderwijs
- eigen media (kranten, tv)
- eigen post/telefoonverkeer
- het openbaar vervoer

§4 Op weg naar één Europa?
De EU wil met regionaal beleid de regionale ongelijkheid bestrijden. Daarom gaat er steun naar: arme regio’s, herstructureringsgebieden en plattelandsgebieden die economisch achter liggen. Nederland is geen herstructureringsgebied en de handelspartner van Nederland is Duitsland. Behalve de EU is Nederland ook lid van de NAVO en VN.

§5 Wat is de invloed van de EU op de landbouw?
De Europese integratie is begonnen in de landbouw. En omdat snel aanpassen nodig was werd gebruik gemaakt van specialisatie en schaalvergroting. Nu geeft de EU 50% van al het geld weg aan de landbouw. Het doel daarvan moet zijn dat er
- per boer meer productie komt
- per boer redelijk inkomen: garantieprijs
- overschotten worden vermeden: productiequota
- genoeg betaalbaar voedsel
- milieuvriendelijke producten
Door al deze dingen moesten al veel boeren stoppen met hun werk. Nu is er ook nog een verborgen werkeloosheid aanwezig, want er zitten nog 8 miljoen mensen in de landbouw die overbodig zijn.


§6 Wat is de invloed van de EU op de industrie?
De oude staalindustrie, koolmijnbouw, scheepsbouw en textielindustrie moeten geherstructureerd worden. Die neergang is gekomen door:
- afname van vraag.
- verlies arbeidplaatsen door mechanisatie en automatisering.
- Verschuiving van de vestigingsplaatsvoordelen: een bedrijf verhuisd omdat het ergens anders goedkoper is. Bedrijven die last hebben van inertie hebben waarschijnlijk geen toekomst. Footloose-bedrijven daarin tegen hebben wel een toekomst.

§7 Verschillen in Europa: worden ze al kleiner?
Voor 1989 was Oost-Europa communistisch en West-Europa kapitalistisch.
Verschillen tussen communisme en kapitalisme.
Communisme
Oude Oost-Europa
De regering is de baas
Planeconomie, veel overheidsbemoeienis
Geen motivatie, wat je verdient staat vast
Iedereen werken

Kapitalisme
Westen Rijke landen
Democratie, stem van het volk
Vrijemarkteconomie, weinig overheidsbemoeienis
Motivatie, vrij om prijs te kiezen
Minder werk

Het lijk dat de achterstand nog enorm groot is, maar er beginnen ook steeds meer overeenkomsten te komen:
- In Oost-Europa kun je vrij je mening uiten en vrij ondernemen: staatsinvloed is afgenomen.

- Oost-Europeanen kunnen makkelijker naar het buitenland reizen
- Economieën gaan meer op elkaar lijken, daardoor is de handel tussen oost en west toegenomen.

REACTIES

D.

D.

Zet de antwoorden van hoofdstuk 10 en hoger erop!

13 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.