Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 1 t/m 3, Migratie en vervoer

Beoordeling 4.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2034 woorden
  • 19 januari 2005
  • 22 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.3
  • 22 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Hoofdstuk 1: de Reis naar het Noorden

§1 Kolonialisme en Zuid-Noordmigratie
- De migratiecontacten waren eeuwenlang eenzijdig van Noord naar Zuid.
- Na 1960 op grote schaal ommekeer, de stroomrichting wordt omgedraaid, er komen 3 migratiegolven, gericht van Zuid naar Noord.
o Gevolg van dekolonisatie (1950-1960); als gevolg hiervan vond er een belangrijke migratie plaats uit de koloniën naar het moederland: 2 groepen migranten; de repatrianten, dat zijn Europeanen die terugkeren naar vaderland. & Autochtonen die weggaan uit angst voor de politieke en economische situatie.
o Economische bloei van (West-)Europa; er was een tekort aan laaggeschoolde en ongeschoolde arbeiders. Deze wierf met eerst uit Zuid-Europa maar later ook in de Noord-Afrikaanse landen.

o Vluchtelingen; Wereldwijd is er sprake van een omvangrijke stroom vluchtelingen en asielzoekers tussen de Derde Wereld en de rijke industrielanden en binnen de Derde Wereld zelf.
• De Zuid-Noordmigratie wordt us vooral bepaald door politieke en economische factoren.

§2 Arbeidsmigratie
- Na de WOII heerste in Noord- en West-Europa een gunstig ondernemersklimaat, onder meer door het relatief lage loonniveau. Daardoor kwam er een snelle industrialisatie op gang.
- Landen konden niet aan de vraag naar arbeid voldoen dus ging men elders zoeken.
- Oorzaak van weinig ongeschoolde mensen is de verlenging van de leerplicht.
- Arbeidsmigratie doorloopt meestal een aantal stadia;
o Arbeidsmigranten zijn afkomstig uit de meer geürbaniseerde en geïndustrialiseerde gebieden in het land van herkomst. Kortlopende arbeidscontracten door jonge mannen.
o De leeftijd van de migranten wordt steeds hoger een ook getrouwde mannen gaan deelnemen. Meer afkomstig uit de kleinere steden en omringende plattelandsgebieden. Langzamerhand gaan veel mannen terug: retourmigratie.
o Gemiddelde leeftijd blijft stijgen een neemt de duur van het verblijf toe. Bovendien komen vrouwen en kinderen over: de (primaire) gezinshereniging/volgmigratie begint.

o Gezinshereniging gaat door, huwelijkskandidaten voor de kinderen worden uit land van herkomst gehaald, zo ontstond de secundaire gezinshereniging/ gezinsvormende migratie
• Eind jaren ’80 bevinden de meeste landen zich in het laatste stadium.
- Wereldwijd vindt er nog steeds arbeidsmigratie plaats. De belangrijkste reden voor migratie is werkloosheid.
- Momenteel zijn de Golfstaten bestemmingsgebied voor migranten.

§3 Vluchtelingen verlaten hun vaderland
- Er vindt nog steeds migratie plaats van het Zuiden naar het Noorden. Opvallend is dat in de jaren ’90 de migratie tussen de ontwikkelingslanden onderling groter is dan de migratie vanuit deze landen naar het Noorden.
- Sinds 1985 komen steeds meer migranten uit Azië. Italië en Spanje zijn binnen Europa belangrijke bestemmingen geworden, terwijl dit eerst juist vertrekgebieden waren. Voor deze migratiestromen zijn drie belangrijke groepen push- en pull-factoren aan te wijzen:
o Een groep met politieke achtergrond.
o Eén met economische beweegredenen.
o Eén vanuit de milieuhoek.
• De eerste en laatste hebben geleid tot een enorme vluchtelingenstroom. Economische invalshoek niet echt vluchtelingen, maar arbeidsmigratie binnen de Derde Wereld.
- Massaal slaan binnen de ontwikkelingslanden mensen op de vlucht als gevolg van oorlogen tussen staten, etnische conflicten binnen staten, vervolging op grond van geloof, ras en politieke overtuiging en zeker ook door vernietiging van het leefmilieu. Zo is er een enorme stroom vluchtelingen ontstaan.
- Wanneer spreek je van een vluchteling?
Iemand die uit gegronde vrees voor vervolging wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich buiten het land bevindt waarvan hij de nationaliteit bezit en die bescherming van dat land niet kan of uit hoofde van bedoelde vrees niet wil inroepen.

- Van een asielzoeker is sprake als iemand in een ander land dan het zijne verzoek indient om erkend te worden als vluchteling.
- Ecologische vluchtelingen = mensen die hun woongebied moeten verlaten als gevolg van een milieuramp die hun bestaan bedreigt.
- Wat voor gevolgen hebben de genoemde migratiestromen voor de landen van herkomst en voor de bestemmingslanden?
Het wegtrekken van de relatief hooggeschoolden (braindrain) betekent voor de vertreklanden een verlies van mensen die voor de opbouw van het land belangrijk zijn. De opnamecapaciteit van veel ontwikkelingslanden is vaak groter dan die van de rijke landen, rijke landen raken dus snel vol.

§4 Migratiefactoren
- Generalisaties = algemene regels, die je kunt vaststellen door veel migraties te bestuderen. Voorbeelden zijn de volgende regels;
o Naarmate de relatieve afstand toeneemt, vermindert de migratie; afstandsverval.
o Tussen twee gebieden is er meer migratie, naarmate deze gebieden meer inwoners tellen
o Sommige groepen migranten zijn meer geneigd om te migreren dan de andere.
• Migratie is dus selectief.
- Migratie verloopt vaak in etappes. Bijv. mensen die het platteland verlaten op weg naar grote steden gaan vaak eerst naar kleinere steden om ervaring op te doen met de stedelijke leefwijze; getrapte migratie.
- Mensen migreren niet zomaar. Redenen om weg te gaan (push-factoren) & Aangetrokken (pull-factoren).
- Complementariteit = in het ene gebied is er iets wat in het andere niet of onvoldoende aanwezig is
- De meeste push- en pull-factoren zijn onder te brengen in 4 categorieën:
o Economische; ergens anders een goed bestaan te kunnen opbouwen.
o Fysische; de natuur.
o Politieke; bijv. door vervolging
o Sociaal-culturele; als ergens een groep migranten heeft gevestigd, worden ze vaak na enige tijd gevolgd door land- of dorpsgenoten
- De beslissing om te vertrekken hangt sterk af van de perceptie van de migrant-in-spe, dat wil zeggen, van het beeld dat hij heeft van de push- en pull-factoren.
- Positieve ervaringen leiden tot volgende verhuizingen. Blijven de goede berichten komen, dan gaan nog meer mensen weg; kettingmigratie.
- Een wens tot migratie kan wel eens geen werkelijkheid worden, doordat er sprake is van tussenliggende hindernissen. Bijv. de relatieve afstand tussen vertrek- en vestigingsgebied is te groot.

Hoofdstuk 2: Verstedelijking in het Zuiden

§5 De groei van steden
- Op de allergrootste steden en duizenden middelgrote steden is de druk schrikbarend toegenomen en vrijwel onbestuurbaar geworden.
- De urbanisatiegraad (percentage mensen dat in de steden woont) is relatief laag. De ontwikkelingslanden hebben dus een achterstand op de ontwikkelde landen maar halen die snel in
- Urbanisatietempo = de snelheid waarmee de stedelijke bevolking groeit.
- Door hoge urbanisatietempo is de urbanisatiegraad sterk toegenomen. In het Zuiden is sprake van overurbanisatie, er wonen te veel mensen in de stad en de steden zijn te groot.
- Primate city’s = Steden die door de snelle groei zijn ontstaan die vele malen groter zijn.
- Mensen blijven naar de stad trekken omdat het leven op het platteland niet meer te harden is, eigenlijk is er sprake van vlucht: de steden hebben amper pull-factoren te bieden.

§6 De migratie van platteland naar stad: oorzaken
- De stedelijke groei is een optelsom van: natuurlijke groei in de steden zelf, van het migratiesaldo en in een aantal gevallen van de inlijving van kleinere steden op het platteland.
- Platteland = rurale gebied & Stad = urbane gebied

- Belangrijke reden om het platteland te verlaten is de verslechtering van het leven op het platteland. Door de grote natuurlijke bevolkingsgroei op het platteland komt er een toenemende druk op de beschikbare hoeveelheid grond, brandstof en water. De schaarste aan landbouwgrond wordt mede veroorzaakt door het feit dat er steeds meer grond in handen komt van grootschalige, kapitaalkrachtige bedrijven. Door het gebruik van machines zijn veel arbeidskrachten overbodig; deze mensen trekken naar de stad.
- Een reden waarom men zich tot de stad aangetrokken voelt is natuurlijk de hoop en het vooruitzicht op een baan en op een betere (bij)verdienste. (In werkelijkheid niet waar.)
- De meeste werkgelegenheid is te vinden in de informele sector. Daarbij is iemand niet officieel in dienst van een persoon of bedrijf, maar probeert hij wat te verdienen in bijv. straathandel, reparatiewerk, prostitutie, afvalverwerking of sjouwwerk.
- Een andere reden waarom de mensen de stad aantrekkelijk vinden, zijn de betere voorzieningen in de stad. (Onderwijs en gezondheid in stad betere kwaliteit, niet de sloppenwijken.)
- De sterke toename van de ruraal-urbane migratie (ook wel: landvlucht) heeft ook te maken met het wegvallen van een aantal hindernissen. Door verbetering van het openbaar vervoer en uitbreidingen van het wegen- en spoorwegennet is de relatieve afstand kleiner geworden.
- De trek naar de stad blijkt in hoge mate selectief te zijn.

§7 De migratie van platteland naar stad: problemen en oplossingen
- De massale trek naar de steden heeft, voor zowel vertrek- als de vestigingsgebieden, geweldige gevolgen op economisch, sociaal en ruimtelijk plein.
- Op het platteland zullen bepaalde voorzieningen verdwijnen omdat door het vertrek van de bevolking het draagvlak sterk is afgenomen. Dit zal leiden tot ecologische problemen als bodemerosie en overstromingen.
- De omvangrijke trek naar de steden leidt tot een enorme vraag naar woonruimte. Een vraag waaraan de stedelijke overheid bij lange na niet kan voldoen. Het gevolg daarvan is dat velen terechtkomen in een tweetal soorten woonwijken:
• Goedkope huurwoningen in en om de stadscentra; deze snel verpauperende wijken worden krottenwijken (slums) genoemd.
• Grond waarvan men vermoedt dat er niets mee wordt gedaan, wordt gekraakt en binnen afzienbare tijd volgebouwd met hutjes van allerlei materialen. Deze snelgroeiende wijken heten squattertowns (to squat = kraken).
- In squattertowns dreigt een ecologische ramp;
• De gebrekkige en soms afwezige controle op de verontreiniging van het oppervlaktewater en het grondwater.
• De vuilverwerking is ontoereikend; gevolg is overal zichtbare vuilnisbelten.
• Vuilnisbelten zijn zeer geliefd; voor dagelijks dieet of voor straathandel.
- 2 oplossingen; probleem bij wortels aanpakken of het beste van de situatie maken.
- Wortels aanpakken; verminderen van de ruraal-urbane migratie en de stedelijke natuurlijke groei
- Beste van situatie maken; aanpak van de enorme woningnood.
- Site-and-services-projecten = de overheid zorgt voor de plek en de voorzieningen en de mensen voor de woning en de directe woonomgeving.
- In de sloppenwijken in de binnenstad is er ook sprake van samenwerking tussen overheid en bewoners. Samen werken ze aan het opknappen van de verpauperde woningen of vervangen deze door nieuwbouw. We spreken dan van slum improvement.

Hoofdstuk 3: De rusteloze Nederlander

§8 Migratie en afstand
- Migratie over grote afstand heeft vooral te maken met de werkmotieven, migratie naar een naburige gemeente vaak door het feit dat het daar net wat leuker wonen is.
- Binnenlandse migratie op 2 schaalniveaus;
• Migratie tussen bepaalde regio; de intraregionale migratie.
• Migratie tussen twee regio’s; de interregionale migratie.

§9 Interregionale migratie
- Na de WOII leidde de mechanisatie tot een overschot aan arbeidskrachten in de plattelandsprovincies. In de stedelijke gebieden vond een groei plaats van de werkgelegenheid. Zo vulden de gebieden elkaar aan waardoor er een –door motieven ingegeven- omvangrijke migratie op gang kwam.
- Werk was een belangrijke pull-factor, door de welvaartsgroei werd de Nederlander mobieler, relatieve afstanden werden kleiner. Daardoor ontstond bij velen de wens om wat verder van het werk een mooie woonomgeving te zoeken.
- Door middel van infrastructurele verbeteringen en vestigingspremies probeerde de overheid bedrijven te interesseren voor vestiging in gebieden waar de werkloosheid sterk was gegroeid.
- Door aanleg van de Zeelandbrug en een aantal Deltadammen was het geografisch isolement van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden verbeterd.

§10 Interregionale migratie
- Urbanisatie = migratie van platteland naar stad
- Suburbanisatie = migratie van stad naar platteland
- Agglomeratie = de uitbreidende randgemeenten en de centrale grote stad samen
- Stadsgewest = ruimtelijk netwerk van functionele relaties tussen de centrale stad en de omringende plattelandsgemeenten.
- In de jaren ’70 twee ontwikkelingen waardoor suburbanisatie toenam;
o Toegenomen ruimteconsumptie; per woning meer oppervlakte grond, woningverdunning.
o Gezinsverdunning; daling geboortecijfer en stijging echtscheidingen
• Overloop = de groep stedelingen die gedwongen werd buiten de stad naar een woning te gaan zoeken.
- Het Groene Hart is het open landelijk gebied tussen Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.
- De overloop uit de centrale stad moest worden opgevangen in enkele gemeenten rond de centrale stad, de zogenaamde groeikernen. De bedoeling was, dat andere plattelandsgemeenten dan niet verder zouden gaan groeien.
- Desurbanisatie = Het inwonertal daalt ten gunste van de buitenste ring van landelijk gelegen dorpen in het stadsgewest
- Er moest een einde komen aan de leegloop van de steden, de groei van met name enkele groeikernen moest worden ingeperkt en het woon-werkverkeer aangepakt. Het compacte-stadbeleid deed zijn intrede.
- De groeisteden uit de jaren ’70 krijgen hun natuurlijke opvolgers in de stedelijke knooppunten.
- VINEX-locaties = het opvangen van de stedelijke overloop in grootschalige nieuwbouwlocaties.
- Veel panden in de oudere wijken worden uitermate chic opgeknapt voor zeer veel geld verkocht aan vermogende één- of tweepersoonshuishoudens die zich aangetrokken voelen tot de stedelijke sfeer en de nabijheid van het werk in de binnenstad. Deze vorm van re-urbanisatie wordt gentrification genoemd.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.