Hoofdstuk 1 Systeem Aarde: De actieve aarde

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 1099 woorden
  • 24 juni 2016
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 4 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

1.1 Het ontstaan en de opbouw van de aarde



Aarde 4.5 miljard jaar oud

Actualiteitsprincipe: natuurwetten verleden zelfde als heden



Schillen aarde:

Chemische samenstelling:

- Aardkern:

o IJzer

o 3000-5000 graden

- Aardmantel:

o Magnesium en ijzer

o 1800-2800 graden

- Aardkorst:

o Continentale korst:

 30-70 km

 Licht gesteente (graniet)

o Oceanische korst:

 1-7 km

 Zwaar gesteente (basalt)

Fysische samenstelling:

- Lithosfeer:

o Harde, vaste buitenlaag

Omvat:

 Aardkorst

 Harde bovengedeelte mantel

o 60-150 km dik

 Dunner onder oceaan

- Asthenosfeer:

o Zachtere laag

o Plastisch gesteente

o Beweegt makkelijker dan lithosfeer

- Binnenmantel: vaster gesteente

- Buitenkern: vloeibaar

- Binnenkern: hard gesteente



Inwendige warmtebronnen:

- Meteorietinslagen: warmte opgehoopt

- Radioactiviteit gesteenten:

o Warmte door lithosfeer d.m.v.:

 Geleiding

 Breken vanwege druk magmabel

Uitwendige warmtebronnen: Zon









1.2 Verhaal van de gesteenten



Gesteente: mengsel vaste mineralen en organische stoffen

Mineraal: verbinding met chemische eigenschappen



Stollingsgesteenten: afkoeling en stolling magma

- Dieptegesteenten:

o Langzame stolling magma

o Voldoende tijd en ruimte: kristallen

o Graniet: mengsel mineralen, continenten

- Uitvloeiingsgesteenten:

o Vulkaanuitbarsting: als lava over hellingen vulkaan

o Snelle stolling door temperatuur

o Basalt: ijzer en magnesium, oceaanbodem

- Ganggesteenten:

o Afkoeling gesmolten magma in vulkanische gangen

o Snelle en langzame stolling: grote en kleine kristallen

o Andesiet

Sedimentgesteenten: afzettingen in lagen neergelegd

- Klastisch sediment:

o Zand en klei

o Dikke lagen

o Door druk samengeperst

o Zandsteen, kleisteen, schalie

- Chemisch/organisch sediment:

o Neerslaan mineralen in oplossing

 Zoutsteen

o Opeenhoping organisch materiaal

 Kalksteen

Metamorfe gesteenten: gesteente lange tijd onder invloed hoge druk en hoge temperatuur

o Mineralen vallen uiteen: nieuwe kristallen

o Kalksteen --> Marmer

o Schalie of kleisteen --> Leisteen --> Schist

Ontstaan:

o Diep in aardkorst of aardmantel

o Gebergtevorming

o Binnendringen magma in laag gesteenten



Gesteentecyclus: Kringloop van opbouw en afbraak gesteenten













1.3 Schuivende continenten



Principes voor bepalen relatieve ouderdom gesteenten:

Sedimenten afgezet in horizontale beddingen

Superpositie: De onderliggende laag is ouder dan de bovenliggende laag

Bepalen absolute ouderdom: radioactief verval gesteenten



Aanwijzingen in elkaar passen continenten:

- Overeenkomsten flora en fauna

- Aansluitende gesteenten

- Gelijktijdige vergletsjering



Paleomagnetisme: bepalen richting aardmagnetisch veld in oude gesteenten

Aarde = Magneet: Vloeibare buitenkern van ijzer, draaiing aarde --> magnetisch veld

IJzerhoudende mineralen in stollingsgesteenten: mineralen richten zich bij stolling naar huidige noordpool

Magma omhoog bij bergruggen. Verder weg van bergrug --> Ouder gesteente, andere magnetische gerichtheid: weggedrukt d.m.v. seafloor spreading --> Oceanen breder

Platentektoniek: processen waarbij platen ontstaan, bewegen en verdwijnen

Plaatbeweging door convectiestromen: stroming plastische gesteenten in aardmantel







1.4 Plaatgrenzen en aardbevingen



Instabiele zones aan randen platen: breuklijnen

Aardbeving: trillingen door verschuiving van gesteenten langs breuklijn

Hypocentrum: plaats beving in aardkorst of aardmantel

Epicentrum: plaats op aardoppervlak recht boven hypocentrum

Schaal van Richter: bepaalt magnitude: maat voor energie die bij aardbeving vrijkomt

Schaal van Mercalli: intensiteit en schade van beving



Typen breuklijnen:

Divergente breuklijn:

- Platen van elkaar af

- Meestal oceanische platen

- Ridge push: wegduwen nieuwe lithosfeer van mid-oceanische rug door zwaartekracht

- Schildvulkanen

- Scheuring continentale platen: vallei



Convergente breuklijn:

-  Platen botsen

oceanische plaat >< continentale plaat:

- Subductie: oceanische plaat duikt onder continentale plaat

- Slab pull: naar beneden trekken oceanische lithosfeer door convectiestromen

- Deel continentale plaat meegetrokken --> trog

Oceanische lithosfeer smelt --> magmabellen stijgen en koelen af --> aangroei continentale korst aan onderkant/verder omhoogkomen bergketens/vorming explosieve vulkanen



oceanische plaat >< oceanische plaat:

- Oudste plaat zwaarder

- Subductie --> diepzeetrog/gebergten met vulkanen --> eilandenboog



Tsunami: gigantische vloedgolf door omhoogkomen zeebodem bij aardbeving



continentale plaat><continentale plaat:

- Platen even zwaar

- Hoog gebergte: lithosfeer dik

- Plooiing gesteenten door hoge druk/temperatuur --> metarmofose

- Diepe lagen kunnen omhoogkomen: Himalaya



Transversale breuklijn:

- Platen langs elkaar

- Lange ophoping spanning --> verschuiving van tientallen meters

- Geen vulkanisme



Schild: uitgestrekt, stabiel gebied op continent met oud gesteente









1.5 Vulkanen



Centrale uitbarsting: magma komt via kraterpijn en 1 krater naar buiten

3 Soorten:

Schildvulkaan:

Waar?

- Divergente breukzones op land (breukgebergte met horsten/slenken)

- Divergente breukzones op land (mid-oceanische ruggen)

- Hotspots/mantelpluimen

Waarom? Afwezigheid druk

Eruptietype: Effusief

Waarom? magma/lava is dun/stroperig --> vloeit uit

Dunne lava verspreidt zich verder van vulkaan

Stollingsgesteente: Basalt

Voorbeeld: Skjaldbreidur



Stratovulkaan:

Waar?

- Subductiezones

Waarom? Door subductie ontstaat menging gas/gesmolten plaat --> veel druk

Eruptietype: Explosief

Waarom? Hoge druk

Dikke, stroperige lava blijft na eruptie in buurt vulkaan en vloeit minder uit

Stollingsgesteente: Graniet (+andesiet)

Voorbeeld: Popocatépetl

Pyroclastische stromen: Stroom van hete as, stof en gassen in gloeiend hete wolk die met enorme snelheid de helling afrolt



Caldeira:

Ingestorte krater: Krachtige vulkaanuitbarsting --> magmakamer loopt leeg --> ‘dak’ magmakamer wordt niet meer ondersteund --> vulkaan stort in

Voorbeeld: Crater Lake

Spleeteruptie: magma komt naar buiten via scheuren. Komen voor op mid-oceanische ruggen: mantelpluimen en hotspots

Mantelpluim: grote massa gesteente stijgt met zeer hoge temperatuur naar het aardoppervlak Mantelpluim --> hoge druk --> Korst omhoog/scheurt --> Lange breuken --> Basaltstromen: grote hoeveelheden gesmolten basalt komen naar buiten via spleeterupties

Restant: mantelpluimstaart/hotspot

Plaat schuift --> Oude vulkaan gaat dood --> Nieuwe vulkaan ontstaat --> Hotspotspoor



Black smokers: schoorstenen van mineralen die heet, zwart water uitstoten

Zeewater via breuken in lithosfeer van mid-oceanische ruggen --> sterk verwarmd, mineralen opgelost in heet water --> water onder hoge druk bij na buiten persen --> contact met koud water: mineralen weer afgezet --> Schoorsteen









1.6 Chili en IJsland onder de loep



ChilI:

- Convergente breukzone

- Subductie

- Stratovulkanen: Chaitén

- Aardbevingen: mei 1960, 9.5 op s.v.R.

- Bergketens: Andes

- Plooiingsgebergte: gebergte dat ontstaat door plooiing aardkorst

- Granieten rotsmassa’s in Andes: Torres del Paine

IJsland:

- Divergente breukzone

- Schildvulkanen: Skjaldbreidur

- Stratovulkanen: Eyjafjallajökull

- Hotspot

- Breukgebergten

- Horsten en slenken: de hoger en lager gelegen gebieden tussen breuken in een breukgebergte


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.