Hoofdstuk 1 (Migratie & Mobiliteit)

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 391 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Migratie en Mobiliteit
Samenvatting van Hoofdstuk 1

- Forensisme: heen en weer reizen tussen woon en werk gemeente
- Interregionale migratie: migratie van ene regio naar de andere
- Intraregionale migratie: migratie binnen de regio
- Transhumanse: Seizoensgebonden verplaatsingen van veehouders, afhankelijk van de beschikbaarheid van gras.
- Seizoenscirculatie: Bijvoorbeeld bij toerisme, tijdelijke trek naar een arbeidsplek
- Toerisme: met recreatieve bedoelingen een ander gebied bezoeken.

- Remigratie, terugkeren naar het land van herkomst

- Mobiliteit: alle vormen van verplaatsingen van mensen
- Migratie: Verplaatsing van personen over een grens met de bedoeling om zich permanent te - vestigen in een nieuwe woonplaats.
- Alle vormen die niet aan bovenstaande eisen voldoen heten circulatie.
- Getrapte migratie: van het platteland naar een kleinere stad, dan naar een provinciestad, dan naar een grotere stad.

Waarom gaan mensen naar een ander gebied?
- afstandsverval
- complementariteit
- tussenliggende gelegenheden

* Afstandsverval, mensen migreren eerder over korte dan lange afstand
* Complementariteit, twee gebieden vullen elkaar aan, gebieden wisselen mensen uit met behulp van push en pull factoren. Deze push en pull factoren kunnen worden onderverdeeld in vier groepen:
- fysische factoren (natuurlijke oorzaak, aardbeving, overstroming, mooi klimaat)

- economische factoren (werk op andere plaatsen)
- politieke factoren (politieke vluchtelingen, angst voor vervolging)
- sociaal – culturele factoren (bij mensen uit hetzelfde land wonen, religieuze redenen zoals migratie van Moslims en Hindoeisten tussen India / Pakistan)
Bij pullfactoren is ook perceptie belangrijk. Dit kan de keuze van het nieuwe woongebied verklaren. (Perceptie is een manier waarop mensen een subjectief beeld vormen)

*Tussenliggende gelegenheden
Bijv: Een Marokkaan die onderweg was naar Nederland kan in Frankrijk al een goede baan krijgen en blijft daar.
(Tussenliggende hindernissen zijn juist tegenovergesteld: dit zijn problemen waardoor de migratie vertraagd wordt of helemaal niet doorgaat. Dit kunnen problemen zijn met een visum, of problemen met een grens. Tot 1989 was het IJzeren Gordijn een hindernis voor mensen uit Oost-Europa om in het westen te gaan werken.)

Sommige groepen mensen zijn meer geneigd te migreren dan anderen. Leeftijd en geslacht zijn daarbij belangrijk.
- Mensen in steden migreren minder dan mensen op het platteland.
- Vrouwen migreren meer in eigen land, mannen meer in het buitenland.
- Migranten zijn naar het buitenland meestal volwassenen, gezinnen verlaten minder snel het land.
- Migratie verloopt vertrapt, de stap van het platteland naar een grote stad is meestal te groot.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.