Paragraaf 1: Canada: een groot en leeg land

Wat moet je leren?

  • Waar gaat AK over?
  • Waar in Canada de meeste en minste mensen wonen?
  • Wat is het verschil tussen overzichtskaarten en thematische kaarten?
  • Welke vier dingen nodig zijn bij kaartlezen?

Begrippen

  • Bevolkingsdichtheid;
  • Bevolkingsspreiding;
  • Gebied;
  • Kaart;
  • Legenda;
  • Overzichtskaart;
  • Schaal;
  • Thematische kaart.

Aardrijkskunde gaat over gebieden: een bepaald stuk van het aardoppervlak. Zo'n gebied kan klein zijn maar ook heel erg groot, zoals Canada.

Canada is een dunbevolkt land, het is heel erg groot, 240× groter dan Nederland. Toch wonen er maar 35 miljoen mensen. Dat komt omdat er per vierkante kilometer 2,5 inwoners wonen, dat noemen we de bevolkingsdichtheid. In het noorden van Canada wonen er weinig mensen, in het zuiden wonen er heel veel mensen.

Het verschil tussen overzichtskaarten & thematische kaarten is dat bij een thematische kaart heeft het een onderwerp en laat zien waar de meeste mensen wonen. En bij overzichtskaarten staan er belangrijke steden, rivieren, zeeën en bergen.

Voor kaart lezen heb je vier dingen nodig:

  1. De titel = onderwerp en/of gebied op de kaart;
  2. Legenda = betekenis van de kleuren en symbolen;
  3. Schaal = hoeveel het gebied verkleind is;
  4. Noordpijl = de pijl die het noorden aangeeft op de kaart.

Paragraaf 2: inzoomen op Calgary

Wat moet je leren?

  • Wat de verschillen zijn tussen stadscentrum en de buitenwijken?
  • Wat het verschil is tussen inzoomen en uitzoomen?
  • Welke vijf schaalniveaus er zijn.

Begrippen

  • Continentale schaal;
  • Inzoomen;
  • Lokale schaal;
  • Mondiale schaal;
  • Nationale schaal;
  • Plattegrond;
  • Regionale schaal;
  • Schaalniveau;
  • Uitzoomen.

Het verschil tussen stadscentrum en buitenwijken is dat stadscentrum veel wolkenkrabbers hebben, hotels, winkels en de straten zijn recht en hebben nummers in plaats van namen. Bij buitenwijken is er alleen maar laagbouw en de straten zijn niet recht maar slingerend en hebben grote parken.

Bij het inzoomen doe je dat als je de aarde dichterbij wilt halen en bij uitzoomen ga je van een klein gebied naar een groot gebied

Bij schaalniveaus zijn er vijf soorten

  1. Lokale schaal (plaats bijv. Enschede);
  2. Regionale schaal (provincie bijv. Overijssel);
  3. Nationale schaal (land bijv. Nederland);
  4. Continentale schaal (werelddeel bijv. Europa);
  5. Mondiale schaal (wereld bijv. De aarde).

Paragraaf 3: bronnen: de ligging van Calgary

Wat moet je leren?

  • Wat de landschappen en het klimaat is in Calgary;
  • Wat het verschil is tussen absolute en relatieve afstand;
  • Waarom de relatieve afstand voor iedereen anders is;
  • Waarom de relatieve afstand kan veranderen.

Begrippen

  • Absolute afstand;
  • Hooggebergte;
  • Hoogteligging;
  • Hoogvlakte;
  • Relatieve afstand.

De ligging van Calgary is 1.048 meter boven zeeniveau. Calgary ligt op een hoogvlakte dat is een zacht golvend gebied op hoogte van meer dan 500 meter ligt. Calgary heeft een droog en zonnig klimaat. 's Zomers is het warm: in juli is het overdag zo'n 20 tot 25°C. Maar 's Winters is het heel erg koud. Temperaturen van –20 tot –30. Gelukkig duurt de kou nooit lang.

Het verschil tussen absolute en relatieve afstand is dat absolute afstand gaat over kilometers (hemelsbreed). En bij relatieve afstand is het in tijd en kan dus veranderen, maar de absolute afstand veranderd nooit.

De relatieve afstand is voor iedereen anders want je kijkt ook naar het vervoersmiddel. Bijvoorbeeld een auto is veel sneller dan een fiets.

Paragraaf 4: Canada in de atlas

Wat moet je leren?

  • Hoe je de aarde opdeelt in breedte-en lengtecirkels;
  • Hoe je de bladwijzer, de inhoud, het register en de legenda gebruikt.

Begrippen

  • Breedtecirkel;
  • Breedteligging;
  • Evenaar;
  • Gebied;
  • Lengtegraad;
  • Meridiaan;
  • Noordelijk halfrond;
  • Noorderbreedte;
  • Noordpool;
  • Nulmeridiaan;
  • Oostelijk halfrond;
  • Oosterlengte;
  • Overzichtskaart;
  • Parallel;
  • Westelijk halfrond;
  • Westerlengte;
  • Zuidelijk halfrond;
  • Zuiderbreedte;
  • Zuidpool.

De bladwijzer: staat meestal achter in de kaft van je atlas. Je gebruikt de bladwijzer als je ongeveer weet waar iets ligt en als je snel een kaart wilt zoeken.

De inhoud: je kan ook kaarten zoeken in de inhoud. Daarin staat alles ingedeeld in gebieden.

Register: Achter in de atlas vind je een register. Dat is een alfabetische lijst met namen van plaatsen, rivieren en bergen.

De legenda: voor alle kaarten is er een legenda. Het staat meestal naast de kaart.

Je kunt de aarde opdelen in breedte- en lengtecirkels de evenaar is de langste breedtecirkel= links naar rechts, lengte= boven naar beneden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.