De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Hoofdstuk 1 Grensgebied tussen Mexico en de VS

1.
Mexico was vroeger geen welvarend gebied. Het had een snelgroeiende arme bevolking, en weinig werk. Tegen over de VS was dit verschil groot. Dit verschil zorgde voor veel migratie van de Mexicanen naar de VS. Omdat het noorden van Mexico zo arm was begon er export industrie te bestaan. Buitenlandse bedrijven gingen industrieproducten voor de wereld markt maken. Ze gingen naar Mexico voor de goedkope arbeiders en de belastingvoordelen die de Mexicaanse overheid aan buitenlandse bedrijven gaf. De migratie maakte de VS een multiculturele samenleving. Veel Mexicanen wonen in het zuiden van de VS, ook wel Mexamerika genoemd. 

Kenmerken en verschillen 

van de grensregio’s

1. Ruimtelijke kenmerken

-lange grens (kunstmatig en natuurlijk) die moeilijk bewaakt kan worden

-Aan de buitenkant (periferie) van het land

2. Bevolkingsspreiding

-voorkomen van dubbelsteden

3. Bevolkingsdichtheid

-relatief dunbevolkt

4. Bevolkingsgroei 

-hoge natuurlijke bevolkingsgroei in Mexicaanse grensregio

5. Cultuur (taal, godsdienst, gewoonten en gebruiken enzovoort)

-Spaanse taal ook in grensregio veelvoorkomend

6. Economie

Grote verschillen in inkomen, koopkracht en bnp tussen Mexico en VS.

7. Voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg, water)

Grote verschillen in woonomstandigheden en voorzieningen tussen Mexico en VS.

 

 

2.

  • Een grensregio is een gebied waar een politieke grenslijn een scheiding vormt tussen twee samenlevingen. 
  • Het braceroverdrag is gemaakt door de Amerikaanse overheid om Mexicaanse seizoensarbeiders te werk te stellen. De seizoensarbeiders waren dus legaal.

 

  • De toestroom van arme illegale arbeiders leidde tot etnische spanningen tussen de verschillende culturen.
  • Er zijn grote sociale verschillen. Veel Mexicanen vormen een onderklasse, hierdoor moeten ze de kost bij elkaar schrapen op de informele sector, vaak illegaal.

 

  • NAFTA betekent North American Free Trade Association. De NAFTA is gemaakt om handel tussen de VS, Canada en Mexico vrij te maken (liberalisering). Zo zou er langzaam een vrijhandelszone ontstaan.
  • De NAFTA liet de handel en buitenlandse investeringen sterk toenemen, hierdoor moest de Mexicaanse landbouw het opnemen tegen de machtige landbouw van de VS en Canada.Voedingsmiddelen uit Mexico werden vaak niet geaccepteerd door de VS of Canada vanwege gezondheidsargumenten. Hierdoor waren de Mexicaanse boeren de dupe van de NAFTA.
  • Door de economische terugval was er veel minder werk in de VS. Hierdoor waren de Mexicanen als lastige concurrenten gezien voor de werkzoekende Mexicanen. Omdat de angst van verdringing op de arbeidsmarkt erger werd werden de regels verscherpt, dit zorgde voor een toename van de illegale migratie in de VS.
  • Er worden ontzettend veel geldinzendingen (overmakingen) van de Mexicaanse migranten naar Mexico gestuurd. Dit komt doordat de Migranten en de Achterblijvers vaak een hechte band hebben en het geld word vaak gebruikt om de achterblijvers naar de VS te halen.

 

VS

Mexico

Groot BNP

Klein BNP

Hoge inkomens

Lage inkomens

Hoge koopkracht

Lage koopkracht

Normale bevolkingsgroei

Snelle bevolkingsgroei

Post-transitiefase

In de transitiefase

Goede voorzieningen

Slechte voorzieningen

Geen/minder armoede

Veel armoede

 

 

3.

Macro.
Verschil tussen landen.

Meso.
Voor en Nadelen afwegen.

Micro.
Persoonlijke redenen. 

 

Als je om economische zaken emigreert heet dit arbeidsmigratie.
Als je om veiligheidsredenen emigreert heet dit asielmigratie.

Vraaggestuurde migratiestroom > het resultaat van de vraag uit een rijk land met arbeidstekorten.
Aanbodgestuurde migratiestroom > Ontstaat door migranten die uit eigen initiatief migreren.

Pushfactoren zijn factoren waardoor de mensen uit het land immigreren (Negatief).
Pullfactoren is waarom ze naar een land toe migreren (Positief).

 

Fase’s

aanbodgestuurde migratiestroom

1

Er is eerst sprake van tijdelijke migratie van jongen arbeidsmigranten. De migranten blijven veel contact houden met  het herkomst gebied. Ze sturen regelmatig geld naar hun familie.

2

De verblijfsduur word verlengd. Migranten bouwen steeds meer sociale contacten in hun nieuwe omgeving op.

3

De migranten laten hun partner of hele gezin overkomen. Ze wennen steeds meer aan het idee om in hun nieuwe land te blijven. Er worden eigen verenigingen, winkels en restaurants opgericht.

4

De migranten vestigen zich permanent. Ze krijgen een verblijfsvergunning of paspoort van het vestigingsland. De migranten kunnen eigen bedrijven opzetten. Soms helpen legale migranten landgenoten die illegaal verblijven. Ze kunnen onderdak bieden of helpen de nieuwkomers aan illegale arbeid.

 

 

4.

Een land met een ongelijke ontwikkeling heeft een centrum-periferiestructuur. Dit betekend dat er veel economische verschillen in een land zijn.

Toen het braceroverdrag werd op gezegd was het veel moeilijker om seizoenswerk in de VS te verrichten. De werkloosheid in Mexico nam snel toe. Toen de Mexicaanse overheid de werkgelegenheid wilde verbeteren zette ze het PIF (Programa de Industrailzación Fronteriza) programma op. Dit moest er voor zorgen dat door belastingvoordelen buitenlandse bedrijven naar Mexico te halen. In het begin maakte vooral de Amerikaanse bedrijven hier gebruik van door dicht op de grens assemblagebedrijven te zetten die gericht waren op het in elkaar zetten (assemblage) van allerlei industrieproducten. Deze buitenlandse bedrijven staan bekend als maquiladoras. 

Dit werd een succes door niet alleen door de belastingvoordelen maar ook door  de aanwezigheid van veel laaggeschoolde arbeidskrachten. De loonkosten waren daardoor ook erg laag. 

 

De maquiladoras stonden eerst veel bij de grens in de grote grenssteden. Dit is in de loop van de tijd veranderd op 3 manieren:

1. Een verschuiving naar het binnenland

Door de groei van de maquiladoras werd de vraag naar arbeid in het grensgebied steeds groter. Ook werden de lonen hoger. Hierdoor trokken bedrijven meer naar het binnenland waar de lonen lager waren. Zo trekken ze steeds zuidelijker om de lage lonen te blijven houden.

  1. Een niveauverhoging van de bedrijven in de grenszone

In de grenszone kwamen steeds meer bedrijven met ingewikkeldere processen en goed geschoolde arbeidskrachten.

3.Steeds meer niet-Amerikaanse bedrijven

Eerst waren het vooral Amerikaanse bedrijven, nu zie je ook bedrijven uit Japan, Zuid-Korea, Duitsland, Frankrijk en Nederland zich vestigen in Mexico. Ook word er meer geïnvesteerd vanuit Mexico zelf, veel Mexicaanse bedrijven hebben een samenwerkingsverband (joint venture) met buitenlandse bedrijven.

 

5.
Door de industriële revolutie begon er een internationale taak verdeling, gebieden in de periferie leveren producten aan centrum landen. Periferie landen gingen veel exporteren tegen relatief lage prijzen naar centrum landen maar moesten tegen hoge prijzen van de centrum landen importeren. Doordat de ruilvoet niet in evenwicht was, was er sprake van een ruilvoetverslechtering. 

 

Importvervangende industrialisatie.
Bij importvervangende industrialisatie gaat een land producten die het normaal moet invoeren, de producten zelf maken. Op deze manier kreeg Mexico een grote industrie. Toch zaten er nadelen aan, doordat Mexico de producten zelf ging maken ontstond er een monopoliepositie (monopolie = marktvorm waarbij een ondernemer de enige aanbieder is).  Dat had het als gevolg hoge prijzen en lage kwaliteit. Ook heeft Mexico een lage koopkracht, productie word goedkoper als je meer produceert. De lage koopkracht belemmerde dus de afzet op de binnenlandse markt.

 

Exportgeoriënteerde industrialisatie
Langzaam aan gingen ontwikkelingslanden die industrie opbouwden zich richten op productie voor de export, bijvoorbeeld de maquiladoras. Door aantrekkelijke voorwaarden probeerde de staat buitenlandse bedrijven en investeringen aan te trekken door bijvoorbeeld belastingvoordelen te geven en export industriezones te maken.

 

Ontwikkelingsfases van de maquiladoras. 

Hoofdstuk 2. Vrije landbouw en handel in Europa

1.
Het WTO (Wereldhandelsorganisatie) wil voor landbouwproducten vrij handel in de hele wereld. Dit lukt nog niet. Dat komt omdat veel landen hun eigen landbouw beschermen. Ze bemoeilijken de import van landbouwproducten uit het buitenland door invoerrechten te heffen en buitenlandse producten duur te maken. De EU deed dit ook, maar in het kader van vrije wereldhandel worden veel subsidies voor boeren nu afgeschaft of verminderd. Hierdoor krijgt de Europese boer het moeilijk, omdat het meer concurrentie krijgt. Als de boer wilt overleven zal hij zijn bedrijf moeten veranderen. Hij moet goedkoper werken of zoeken naar aanvullende inkomsten. 

 

2.
Er is geen vrijhandel van landbouwproducten in de wereld doordat veel landen hun eigen landbouw beschermen. Dit doen ze door belasting te heffen op buitenlandse producten en door eigen boeren subsidies te geven.

De marktordening van suikerbieten binnen de EU.

Marktordening bestaat uit 4 elementen:

1.Een vastgestelde prijs: productiesubsidie.
Productiesubsidie bestaat uit twee delen: een vergoeding voor de productiekosten en een stuk gegarandeerde winst.

2. Een vastgestelde productie omvang.
Door de EU word jaarlijks vastgesteld hoeveel er van een product geproduceerd mag worden.

3. Heffingen op import
Door de productsubsidies zijn de prijzen van de landbouw binnen de EU hoger dan op de wereldmarkt. Om te voorkomen dat er goedkopere producten van buiten de EU komen gebruikt de EU een tarief muur van importheffingen. Deze importheffingen verhogen de prijs van geïmporteerde producten. Zo is er sprake van handelsbescherming: protectie.

4. Exportsubsidies

Een ton suiker kan bijvoorbeeld in de EU 630 euro kosten en op de wereldmarkt nog geen 300 euro. De EU compenseert dan 360 euro, die compensatie noemen ze dan exportsubsidies. Dit verstoort natuurlijk de vrije wereldhandel. 

Niet alleen de EU beschermt hun eigen markt, ook de VS, China, Australië en vele andere landen beschermen hun eigen markt. Veel landen hebben hier kritiek op, daarom is in ’95 het WTO (Wereldhandelsorganisatie) opgericht. Hierin overleggen verschillende landen over de voorwaarden voor hun onderlinge handel. 

Bietentelers en suikerproducenten zijn belangrijke betrokken (actoren) bij een vrije wereldhandel. Voor beide wordt de vermindering van de marktordening een groot probleem. De inkomensdaling van de boer word gedeeltelijk goedgemaakt door de inkomenssubsidie. 

 

3.
De EU kent van haar oprichting een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Op het begin concentreerde het vooral op een stabiel aanbod van levensmiddelen. Nu staat vooral de verduurzaming van de EU centraal. Met duurzame landbouw bedoelen we een landbouw die economisch rendabel, ecologisch verantwoord en sociaal aanvaardbaar is. Voor toekomstige generaties zijn drie aspecten van belang:

 

1.Het Economisch aspect. 
Dit betekent dat voldoende voedsel geproduceerd moet kunnen worden en dat de boeren daar ook vrij van moeten leven. Er moeten producten geteeld worden die op de vrije wereldmarkt eerlijk kunnen concurreren.

 

2. Het Ecologisch aspect. 
Dit houdt in dat de landbouw er voor moet zorgen dat het milieu gezond blijft. 

 

3. Het Sociale aspect.
Veranderingen in de landbouw mogen niet ten koste gaan van een leefbaar en aantrekkelijk platteland.

De Europese landbouw word duurzamer door:

 

  1. Een nieuw subsidie systeem. 

Export subsidies zijn verdwenen, importheffingen worden geleidelijk afgebouwd. Ook productie subsidies worden geleidelijk aan afgebouwd en hiervoor in de plaats krijgen landbouwbedrijven inkomenssubsidie.

  1. Sanering van de EU-begroting (een minder uur landbouwbeleid)

Subsidies zijn financieel voor Europese boeren een zware last. In de loop van de tijd is het bedrag hiervoor alleen maar gestegen.

  1. Aandacht voor dierenziekte en dierenwelzijn

Dier ziekten komen steeds meer voor. Dit komt door de hoge dier dichtheid en dat leidt gemakkelijk tot het uitbereiding van ziekten. Inenting is een oplossing maar dit kan tot problemen leiden in sommige landen. Dieren moeten meer leef ruimte hebben.

  1. Aandacht voor voedselveiligheid

Voedsel moet veilig zijn. De EU stelt om voedselveiligheid te bevorderen strenge eisen aan de gezondheid van dieren en productiemiddelen van levensmiddelen.

  1. Plattelandsontwikkeling

De landbouw is allang niet meer de enige activiteit op het platteland. Het moet aantrekkelijk blijven voor de stedeling. De EU stimuleert dit door 3 soorten maatregelen:

-Maatregelen die ervoor zorgen dat boeren blijven

-Maatregelen die zorgen voor natuur en landschap 

-Maatregelen die zorgen voor goede voorzieningen van recreatie en meer welzijn in de dorpen.

 

4.

Minder inkomsten en meer concurrenten en meer eisen voor de landbouw. Dat is waar de Europese boeren op kunnen uitkijken. Dit kan verschillende gevolgen voor een boer hebben: Bedrijfsbeëindiging, schaalvergroting of verbreding. Of een combinatie.

 

Vergroting van de productie in samenhang met lagere of gelijkblijvende kosten is de kern van schaalvergroting. Er zijn vier mogelijke vormen van schaalvergroting:

  1. Vergroting van bedrijfsoppervlak

Meer hectare voor productie en dus een hogere opbrengst. 

 

  1. Mechanisatie

Minder arbeidskrachten nodig, minder arbeidskosten.

 

  1. Intensivering

Het streven naar een grotere opbrengst per hectare. De intensieve veehouderij is hier een voorbeeld van. Hier worden grote aantallen dieren op een beperkt oppervlak in grote schuren gestopt. 

 

  1. Specialisatie. 

Je richten op één gewas of product. 

 

Verbreding 

Verbreding wil zeggen dat nieuwe producten met een hogere opbrengst of nieuwe activiteiten aan het bedrijf worden toegevoegd.

Er zijn twee vormen van verbreding:

  1. Het kiezen van productie met een hogere toegevoegde waarde

Bijvoorbeeld door Landbouw

  1. Het toevoegen van nieuwe activiteiten aan het bedrijf

Bijvoorbeeld door toerisme, huisverkoop, zorg, energieproductie, stalling van caravans, loonwerk of onderhoud van houtwallen. Dit heet Diversificatie. 

 

5.

Soorten landbouwlandschap:

 

  1. Landbouwlandschap met grootschalige grondgebonden landbouw.

Schaalvergroting door vergroting van percelen (stuk grond met een bepaalde vorm van grondgebruik)en verder gaande mechanisatie zijn hier goed mogelijk. Hier ben je grondgebonden, dit wil zeggen dat wat je verbouwd aan de grond ligt. 

 

2. Landbouwlandschap met sterke intensivering en specialisatie (industrieel landbouwlandschap).

Er wordt maar 1 product geproduceerd. Alles word kunstmatig geregeld. 

 

3. Landbouwlandschap met veel natuur en een hoge landschappelijke kwaliteit.

Vergroting van percelen en sterke mechanisatie is hier niet mogelijk. Alleen verbreding is mogelijk. Ook subsidies van de overheid zullen moeten zorgen voor een aanvullend inkomen.

 

 

  1. Natuurlandschap met landbouw als beheersvorm.

Waar natuur domineert, is de landbouw aan regels gebonden. Beheer en onderhoud is het enige wat de boer kan doen. Hij moet voor zijn activiteiten door de overheid betaalt worden.

6,

In grondgebonden landbouw speelt de grondsoort, grondwaterstand en het reliëf (vlak of golvend) een rol. De boer heeft zich aangepast aan de natuurlijke omstandigheden. Niet-grondgebonden landschap komt ook duidelijk voor. 

 

Er zijn vijf soorten landbouw gebieden in Nederland:

  1. Akkerbouw gebieden.

In akkerbouw gebieden is het landschap open en grootschalig met grote kavels en rechte wegen en sloten. 

 

  1. Veeteelt gebieden.

Weilanden met veel sloten vol water. 

 

  1. Gebieden met gemengd bedrijf.

Landschap is kleinschalig met veel natuur.

 

  1. Gebieden met intensieve veehouderij.

Boeren houden op hun beperkte oppervlak grote aantallen dieren in grote schuren.

 

  1. Tuinbouwgebieden

Vaak in kassen. Denk aan: bloemen, fruit, groenten.

 

Kenmerken Nederlandse landbouw:

  1. Hoge opbrengsten en veel kennis.

De Nederlandse landbouw binnen Europa doet het goed, dit komt vooral door de tuinbouwbedrijven en intensieve veehouderij. Kennis en kwaliteit staan hierbij voorop.

 

  1. Tuinbouw belangrijk.

Meer dan een derde van uit onze landbouw bestaat uit fruit, groenten en bloemen. 

 

  1. Weinig grote bedrijven

Alleen in de akkerbouw komen een beperkt aantal bedrijven voor die redelijk groot zijn, de rest is klein.

 

4.Veel boeren verlaten de landbouw.

Door de schaalvergroting.

Het aantal landbouw bedrijven is met 40% gedaald de afgelopen jaren. De oorzaken zijn de dalende prijzen van melk, groenten en akkerbouw producten. 

 

Om het inkomen van de Nederlandse boer veilig te stellen zijn de mogelijkheden beperkt:

 

  1. Vergroting van bedrijfsoppervlak

Bijvoorbeeld door het samenvoegen van boerderijen. 

 

  1. Intensivering. 

 

  1. Verhoging toegevoegde waarde.

Bijvoorbeeld door: biologische landbouw.

 

  1. Diversificatie.

Bijvoorbeeld door: het stallen van caravans, zorg of toerisme. 

 

7.

 

Soorten landbouwgebieden in Oostenrijk/bergachtig landschap: 

 

  1. Runderveehouderij in het alpengebied. 

Hier leven boeren van vlees en melk productie. 

 

  1. Akkerbouw in het noordoostelijke laagland.

De landbouw is vrij grootschalig in dit gebied. Dit komt doordat het gebied vlakker is. 

 

  1. Gemengde landbouw in het noordelijke en zuidelijke alpenvoorland.

Op het heuvelachtige landschap komen verschillende landbouw vormen naast elkaar voor.  Het is kleinschalig met veel bos.

 

  1. De wijnbouw.

De wijnbedrijven zijn meestal niet groot en bevinden zich in het oosten en zuidoosten. 

 

Kenmerken Oostenrijkse landbouw:

 

  1. Minder hoge opbrengsten

Oostenrijk is een minder belangrijk landbouwland. Ze brengen gemiddeld veel minder op, dit komt doordat tuinbouw en intensieve veehouderij minder belangrijk is. 

 

  1. Veel kleine bedrijven. 

Alleen de akkerbouw is wat grootschaliger. 

 

  1. Veel biologische landbouw.

De Oostenrijkse regering heeft dit flink gestimuleerd door subsidies. 

 

  1. Veel nevenbedrijven

Bij een nevenbedrijf word minder dan 50% van het hele inkomen aan landbouw verdient. 

Het grootste deel word bijvoorbeeld door toerisme verdient. 

 

 

  1. Veel bergboerenbedrijven

Dit zijn landbouwbedrijven die van de EU subsidies krijgen via de bergboerenregeling. 

 

Om te voorkomen dat de Oostenrijkse landbouw verdwijnt zijn de mogelijkheden beperkt:

 

  1. Vergroting van bedrijfsoppervlak
  2. Intensivering
  3. Verhoging toegevoegde waarde (door bijvoorbeeld biologisch te gaan verbouwen)
  4. Diversificatie (door bijvoorbeeld toerisme)

 

Een typologie van Europese landbouw.

Marktordening bestaat uit 4 elementen:

 

1.Een vastgestelde prijs: productiesubsidie.

Productiesubsidie bestaat uit twee delen: een vergoeding voor de productiekosten en een stuk gegarandeerde winst.

2. Een vastgestelde productie omvang.

Door de EU word jaarlijks vastgesteld hoeveel er van een product geproduceerd mag worden.

3. Heffingen op import

Door de productsubsidies zijn de prijzen van de landbouw binnen de EU hoger dan op de wereldmarkt. Om te voorkomen dat er goedkopere producten van buiten de EU komen gebruikt de EU een tarief muur van importheffingen. Deze importheffingen verhogen de prijs van geïmporteerde producten. Zo is er sprake van handelsbescherming: protectie.

4. Exportsubsidies

Een ton suiker kan bijvoorbeeld in de EU 630 euro kosten en op de wereldmarkt nog geen 300 euro. De EU compenseert dan 360 euro, die compensatie noemen ze dan exportsubsidies. Dit verstoort natuurlijk de vrije wereldhandel. 

 

Niet alleen de EU beschermt hun eigen markt, ook de VS, China, Australië en vele andere landen beschermen hun eigen markt. Veel landen hebben hier kritiek op, daarom is in ’95 het WTO (Wereldhandelsorganisatie) opgericht. Hierin overleggen verschillende landen over de voorwaarden voor hun onderlinge handel. 

 

Bietentelers en suikerproducenten zijn belangrijke betrokken (actoren) bij een vrije wereldhandel. Voor beide wordt de vermindering van de marktordening een groot probleem. De inkomensdaling van de boer word gedeeltelijk goedgemaakt door de inkomenssubsidie. 

 

3.

De EU kent van haar oprichting een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Op het begin concentreerde het vooral op een stabiel aanbod van levensmiddelen. Nu staat vooral de verduurzaming van de EU centraal. Met duurzame landbouw bedoelen we een landbouw die economisch rendabel, ecologisch verantwoord en sociaal aanvaardbaar is. Voor toekomstige generaties zijn drie aspecten van belang:

 

  1. Het Economisch aspect. 

Dit betekent dat voldoende voedsel geproduceerd moet kunnen worden en dat de boeren daar ook vrij van moeten leven. Er moeten producten geteeld worden die op de vrije wereldmarkt eerlijk kunnen concurreren.

 

  1. Het Ecologisch aspect. 

Dit houd in dat de landbouw er voor moet zorgen dat het milieu gezond blijft. 

 

  1. Het Sociale aspect.

Veranderingen in de landbouw mogen niet ter koste gaan van een leefbaar en aantrekkelijk platteland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Europese landbouw word duurzamer door:

 

  1. Een nieuw subsidie systeem. 

Export subsidies zijn verdwenen, importheffingen worden geleidelijk afgebouwd. Ook productie subsidies worden geleidelijk aan afgebouwd en hiervoor in de plaats krijgen landbouwbedrijven inkomenssubsidie.

  1. Sanering van de EU-begroting (een minder uur landbouwbeleid)

Subsidies zijn financieel voor Europese boeren een zware last. In de loop van de tijd is het bedrag hiervoor alleen maar gestegen.

  1. Aandacht voor dierenziekte en dierenwelzijn

Dier ziekten komen steeds meer voor. Dit komt door de hoge dier dichtheid en dat leidt gemakkelijk tot het uitbereiding van ziekten. Inenting is een oplossing maar dit kan tot problemen leiden in sommige landen. Dieren moeten meer leef ruimte hebben.

  1. Aandacht voor voedselveiligheid

Voedsel moet veilig zijn. De EU stelt om voedselveiligheid te bevorderen strenge eisen aan de gezondheid van dieren en productiemiddelen van levensmiddelen.

  1. Plattelandsontwikkeling

De landbouw is allang niet meer de enige activiteit op het platteland. Het moet aantrekkelijk blijven voor de stedeling. De EU stimuleert dit door 3 soorten maatregelen:

-Maatregelen die ervoor zorgen dat boeren blijven

-Maatregelen die zorgen voor natuur en landschap 

-Maatregelen die zorgen voor goede voorzieningen van recreatie en meer welzijn in de dorpen.

 

4.

Minder inkomsten en meer concurrenten en meer eisen voor de landbouw. Dat is waar de Europese boeren op kunnen uitkijken. Dit kan verschillende gevolgen voor een boer hebben: Bedrijfsbeëindiging, schaalvergroting of verbreding. Of een combinatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergroting van de productie in samenhang met lagere of gelijkblijvende kosten is de kern van schaalvergroting. Er zijn vier mogelijke vormen van schaalvergroting:

  1. Vergroting van bedrijfsoppervlak

Meer hectare voor productie en dus een hogere opbrengst. 

 

  1. Mechanisatie

Minder arbeidskrachten nodig, minder arbeidskosten.

 

  1. Intensivering

Het streven naar een grotere opbrengst per hectare. De intensieve veehouderij is hier een voorbeeld van. Hier worden grote aantallen dieren op een beperkt oppervlak in grote schuren gestopt. 

 

  1. Specialisatie. 

Je richten op één gewas of product. 

 

 

 

 

 

Verbreding 

Verbreding wil zeggen dat nieuwe producten met een hogere opbrengst of nieuwe activiteiten aan het bedrijf worden toegevoegd.

Er zijn twee vormen van verbreding:

  1. Het kiezen van productie met een hogere toegevoegde waarde

Bijvoorbeeld door Landbouw

  1. Het toevoegen van nieuwe activiteiten aan het bedrijf

Bijvoorbeeld door toerisme, huisverkoop, zorg, energieproductie, stalling van caravans, loonwerk of onderhoud van houtwallen. Dit heet Diversificatie. 

 

5.

Soorten landbouwlandschap:

 

  1. Landbouwlandschap met grootschalige grondgebonden landbouw.

Schaalvergroting door vergroting van percelen (stuk grond met een bepaalde vorm van grondgebruik)en verder gaande mechanisatie zijn hier goed mogelijk. Hier ben je grondgebonden, dit wil zeggen dat wat je verbouwd aan de grond ligt. 

 

2. Landbouwlandschap met sterke intensivering en specialisatie (industrieel landbouwlandschap).

Er wordt maar 1 product geproduceerd. Alles word kunstmatig geregeld. 

 

3. Landbouwlandschap met veel natuur en een hoge landschappelijke kwaliteit.

Vergroting van percelen en sterke mechanisatie is hier niet mogelijk. Alleen verbreding is mogelijk. Ook subsidies van de overheid zullen moeten zorgen voor een aanvullend inkomen.

 

 

  1. Natuurlandschap met landbouw als beheersvorm.

Waar natuur domineert, is de landbouw aan regels gebonden. Beheer en onderhoud is het enige wat de boer kan doen. Hij moet voor zijn activiteiten door de overheid betaalt worden.

6,

In grondgebonden landbouw speelt de grondsoort, grondwaterstand en het reliëf (vlak of golvend) een rol. De boer heeft zich aangepast aan de natuurlijke omstandigheden. Niet-grondgebonden landschap komt ook duidelijk voor. 

 

Er zijn vijf soorten landbouw gebieden in Nederland:

  1. Akkerbouw gebieden.

In akkerbouw gebieden is het landschap open en grootschalig met grote kavels en rechte wegen en sloten. 

 

  1. Veeteelt gebieden.

Weilanden met veel sloten vol water. 

 

  1. Gebieden met gemengd bedrijf.

Landschap is kleinschalig met veel natuur.

 

  1. Gebieden met intensieve veehouderij.

Boeren houden op hun beperkte oppervlak grote aantallen dieren in grote schuren.

 

  1. Tuinbouwgebieden

Vaak in kassen. Denk aan: bloemen, fruit, groenten.

 

Kenmerken Nederlandse landbouw:

  1. Hoge opbrengsten en veel kennis.

De Nederlandse landbouw binnen Europa doet het goed, dit komt vooral door de tuinbouwbedrijven en intensieve veehouderij. Kennis en kwaliteit staan hierbij voorop.

 

  1. Tuinbouw belangrijk.

Meer dan een derde van uit onze landbouw bestaat uit fruit, groenten en bloemen. 

 

  1. Weinig grote bedrijven

Alleen in de akkerbouw komen een beperkt aantal bedrijven voor die redelijk groot zijn, de rest is klein.

 

4.Veel boeren verlaten de landbouw.

Door de schaalvergroting.

Het aantal landbouw bedrijven is met 40% gedaald de afgelopen jaren. De oorzaken zijn de dalende prijzen van melk, groenten en akkerbouw producten. 

 

Om het inkomen van de Nederlandse boer veilig te stellen zijn de mogelijkheden beperkt:

 

  1. Vergroting van bedrijfsoppervlak

Bijvoorbeeld door het samenvoegen van boerderijen. 

 

  1. Intensivering. 

 

  1. Verhoging toegevoegde waarde.

Bijvoorbeeld door: biologische landbouw.

 

  1. Diversificatie.

Bijvoorbeeld door: het stallen van caravans, zorg of toerisme. 

 

7.

 

Soorten landbouwgebieden in Oostenrijk/bergachtig landschap: 

 

  1. Runderveehouderij in het alpengebied. 

Hier leven boeren van vlees en melk productie. 

 

  1. Akkerbouw in het noordoostelijke laagland.

De landbouw is vrij grootschalig in dit gebied. Dit komt doordat het gebied vlakker is. 

 

  1. Gemengde landbouw in het noordelijke en zuidelijke alpenvoorland.

Op het heuvelachtige landschap komen verschillende landbouw vormen naast elkaar voor.  Het is kleinschalig met veel bos.

 

  1. De wijnbouw.

De wijnbedrijven zijn meestal niet groot en bevinden zich in het oosten en zuidoosten. 

 

Kenmerken Oostenrijkse landbouw:

 

  1. Minder hoge opbrengsten

Oostenrijk is een minder belangrijk landbouwland. Ze brengen gemiddeld veel minder op, dit komt doordat tuinbouw en intensieve veehouderij minder belangrijk is. 

 

  1. Veel kleine bedrijven. 

Alleen de akkerbouw is wat grootschaliger. 

 

  1. Veel biologische landbouw.

De Oostenrijkse regering heeft dit flink gestimuleerd door subsidies. 

 

  1. Veel nevenbedrijven

Bij een nevenbedrijf word minder dan 50% van het hele inkomen aan landbouw verdient. 

Het grootste deel word bijvoorbeeld door toerisme verdient. 

 

 

  1. Veel bergboerenbedrijven

Dit zijn landbouwbedrijven die van de EU subsidies krijgen via de bergboerenregeling. 

 

Om te voorkomen dat de Oostenrijkse landbouw verdwijnt zijn de mogelijkheden beperkt:

 

  1. Vergroting van bedrijfsoppervlak
  2. Intensivering
  3. Verhoging toegevoegde waarde (door bijvoorbeeld biologisch te gaan verbouwen)
  4. Diversificatie (door bijvoorbeeld toerisme)

 

Een typologie van Europese landbouw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Als iemand weg gaat het het emigreren. Klein foutje

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast