H3: China

Beoordeling 7.3
Foto van Ilse
  • Samenvatting door Ilse
  • Klas onbekend | 818 woorden
  • 11 december 2015
  • 80 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 80 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

3.1 bevolking in China



China is een enorm groot land. Er zijn maar drie andere landen die groter zijn. Als je kijkt naar de bevolkingsspreiding (← verdeling van mensen over land of gebied), zie je dat de meeste Chinezen in het oosten van het land wonen. Daar liggen de dichtbevolkte gebieden met grote steden als Beijing (Peking), Shanghai en Guangzhou (Kanton). De bevolkingsdichtheid in het westen is laag. Dit kom door de ongunstige natuurlijke factoren. Het is er te hoog, te koud of te droog.



In het oosten van China wonen de Han-Chinezen, de grootste bevolkingsgroep van het land. Ze spreken de Chinese taal en hebben de Chinese leefgewoontes.



55 andere bevolkingsgroepen met een eigen cultuur. Zij wonen in het westen.



Het westen is leeg, het oosten is vol. De Chinese regering wil de bevolking beter verdelen over het land. Als Han-Chinezen verhuizen naar het westen krijgen zij een huis aangeboden. Door die migratie 'verchinezen' de afgelegen streken in het westen.



In China wonen bijna 1,4 miljard mensen en er komen jaarlijks 6,5 miljoen bij. Chinese vrouwen krijgen gemiddeld 1,5 kind. Dat is nog minder dan in Nederland. Het geboortecijfer is dus laag.



In 1970 kregen de Chinese vrouwen gemiddeld 5 kinderen, de bevolking groeide snel. Zo snel dat de regering een ingrijpende maatregel nam: gezinnen mochten niet meer dan één kind hebben anders kregen ze een fikse boete. Die éénkindpolitiek was een succes.



De éénkindpolitiek wordt de laatste jaren minder streng toegepast. Op het platteland mogen ouders bijvoorbeeld een tweede kind krijgen als het eerste kind een meisje is.



De éénkindpolitiek had grote nadelen: verwend door (groot)ouders en overvoed. Ook vergrijzing was een nadeel.



De éénkindpolitiek heeft ook gruwelijke kanten: ouders op het platteland kiezen voor een abortus als het ongeboren kind een meisje is, ze willen liever een zoon voor op het land. Zo is er een groot jongensoverschot ontstaan.





3.2 migratie in China



China heeft een strenge regering. Er is één partij die alles voor het zeggen heeft: de communistische partij. Het land heeft een éénpartijstelsel.



Tot 1980 had China weinig contact met het buitenland. Bedrijven als Apple, Sony of Philips waren verboden, ook de westerse cultuur was verboden.



Na 1980 is er meer openheid gekomen. Buitenlandse bedrijven zijn nu welkom, eerst alleen in het kustgebied, later ook in het binnenland. Ze profiteren van de lage lonen in China. Voor de Chinezen betekent dat werk en inkomen.



De Chinezen hebben nu ook iets meer vrijheid gekregen; briljante studenten mogen zelf naar het buitenland om te studeren. 3 van de 4 studenten blijven er na hun studie wonen. Op die manier verliest China kennis aan het buitenland. Dit noem je brain drain (brain=hersenen, drain= afvloeien.



In 1980 woonde nog 80% van de Chinezen op het platteland, 20 jaar later nog maar de helft. Dit komt door de sociale bevolkingsgroei: sinds 1980 zijn er miljoenen migranten verhuisd naar de stad. Er zijn 7 megasteden (← steden met meer dan 10 miljoen inwoners) in China. De snelle urbanisatie heeft alles te maken met de armoede op het platteland, de inkomens in de stad zijn veel hoger.



Vroeger mocht je als plattelander nooit in de stad gaan wonen en moest je altijd blijven wonen in het gebied waar je was geboren. Dit noem je het hukoustysteem. De regels zijn nu minder streng maar je moet nog steeds toestemming vragen om te verhuizen. Doen ze dit niet, dan hebben ze geen recht op voorzieningen.







3.3 wonen in de stad



In China wonen veel mensen in oude, traditionele wijkjes. Ze zijn gebouwd in een rechthoekig stratenpatroon. De bebouwingsdichtheid is hoog. Er zijn gemeenschappelijke toiletgebouwen. In Beijing heet zo'n wijk hutong. In deze buurten is er veel sociale controle: iedereen let op elkaar.



Ze maken afspraken en helpen elkaar. Op die manier doen de bewoners actief mee aan de leefbaarheid in de wijk. Dit noem je participatie.



Vroeger woonde driekwart van de stadsbewoners in de hutongs. Nu zijn er veel van die arme, slecht onderhouden wijken verdwenen. Ze zijn platgegooid en vervangen door hoogbouw.



Bij nieuwbouw spelen projectontwikkelaars een grote rol, de mensen die bouwprojecten in de stad ontwikkelen.



Veel chinezen vinden het wel prima om door die bouwprojecten te verhuizen. Ze worden hun huis uitgezet en krijgen een flat aangeboden. Ze hebben dan meer luxe.



Andere chinezen willen niet weg uit hun woonwijk, ze hebben hier werk of een winkel of omdat hun vrienden en familie hier ook wonen. Nog een reden is geld; sommige mensen hebben geen geld om de flat te betalen.



In China heb je als burger niets te vertellen. Hier in Nederland wel, er is inspraak. De overheid is de baas in China maar toch begint er wel iets te veranderen:



De overheid krijgt in de gaten dat de traditionele wijkjes horen bij de Chinese cultuur.



Ook is er steeds meer aandacht voor de leefomstandigheden van de migranten die in de stad komen te wonen.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Ilse