Examenstof: Politiek en ruimte

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 2524 woorden
  • 13 mei 2002
  • 121 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 121 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
De politiek neemt beslissingen over verschillende zaken zoals de aankoop van een vliegtuig, hoogte van de uitkeringen en de aanleg van de HSL.
De aardrijkskunde gaat om de ruimte, het aardoppervlak en alles wat zich er in afspeelt.

De relatie tussen aardrijkskunde en politiek is als volgt: mensen leven altijd is groepen (samenlevingsverbanden) met de bijbehorende regels voor inrichting gemaakt door de politiek. Ook bakent de politiek gebieden af door grenzen te bepalen.

Gedragsruimte is de ruimte die je voor activiteiten gebruikt zoals wonen, werken, recreatie, vervoer en voedselproductie.


1. functionele gedragsruimte: hoe het werkt (woon-werkverkeer, koopgedrag)
2. mentale gedragsruimte : binding met het gebied (geschiedenis, taal,
eetgewoonten)

COROP: statische indeling, 40 gebieden die erg op elkaar lijken binnen die gebieden.

Verklaring verkeersstromen -> suburbanisatie in de jaren ’60.
1. cityvorming
2. gezinsverdunning
3. woningverdunning

De gezinnen kunnen niet meer allemaal in de stad wonen dus lopen ze over naar groeikernen maar blijven in de stad werken: allochtone forensen.

Met het groeikernen beleid wil de overheid het volgende ook bereiken
- het platteland kan zo zijn eigen karakter bewaren
- aanzwellende verkeersstromen beheersen

fysiek-ruimtelijke structuur-> ingericht landschap -> geheel van culturele en natuurlijke elementen.


Het model van Christaller
-> van het CPS; Centraal Plaatsen Systeem.
Elke stad heeft 1 of meerdere verzorgende diensten
- economisch: bakker
- soc. cult. : bibliotheek
- politiek : gemeentebestuur

Er zit verschillen tussen steden en dorpen, een soort hiërarchie. Een stad met een lage orde heeft weinig voorzieningen en een stad met een hoge orde heeft veel voorzieningen. Steden met een hoge orde zijn er minder dan die met een lage orde.

Het model Christaller draait om vooronderstellingen.
- elk dienst/goed heeft een bepaalde reikwijdte; hoeveel afstand men wil afleggen
om te bereiken.
- elk goed/dienst heeft een bepaalde drempelwaarde; minimum aantal klanten om te
kunnen blijven bestaan.
Verder wordt er vanuit gegaan dat het gebied een
- isotropevlakte is; het gebied is dus totaal gelijk en alles is even makkelijk te
bereiken.
- koopkracht; iedereen is er even rijk
- gelijke spreiding; bevolking woont gelijkmatig verspreid

Ideale verzorgingsgebied

In 1e instantie is het nog niet ideaal, er zijn nog holtes tussen de cirkels in en dus blijft er een stuk gebied onverzorgd.


1e 2e 3e

In 2e instantie is er al wat meer overlapping en dat is dus al een stuk idealer.
In 3e instantie is er helemaal geen overlapping maar wel de ideale situatie bereikt. De vorm van een zeshoek is ideaal voor deze methode.

Vormen van centra
Primair centrum: hoogste niveau; Rotterdam
Secundair centrum: ieder lager; Delft
Tertiair centrum: nog iets lager; Schiedam
Quartair centrum: weer iets lager; Bleiswijk

* Kleine nederzettingen hebben over het algemeen een kleine drempelwaarde voor hun diensten. Maar als er grote bedrijven zijn gevestigd, met een hoge drempelwaarde, hebben zij voordeel van de plaats.
* Hoe groter de nederzetting hoe meer diensten van hoge orde maar ook veel van de lage orde. Toeristische plaatsen hebben een uitgebreid voorzieningenapparaat tov van hun inwoners.
* Clustering; warenhuizen gaan dicht bij elkaar zitten zodat ze de ander z’n klanten kunnen gebruiken. Alle activiteiten zitten vlak bij elkaar. Er zijn toch genoeg mensen om hun drempelwaarde te halen.
- nadeel: slecht bereikbaar bij te veel clustering
stijging van grondprijzen
*Sleutelfuncties om tot een bepaald niveau te mogen horen. Die zijn arbitrair omdat je toch ergens een grens moet trekken.


Noordoost Polder 1942
- die moest ingericht worden via het Christallermodel. Emmeloord precies in het
midden, 10.000 inwoners en diensten met een hoge drempelwaarde. In een
zeshoek liggen om Emmeloord 6 kleinere plaatjes met 1000/2000 inwoners,
landarbeiders. Alles lag op een gelijke afstand van elkaar.
Het is maar deels gelukt omdat Emmeloord de hele regio bestrijkt. Dat komt omdat iedereen naar de grote stad gaat en niet naar de kleine winkeltjes in hun dorp.

In het westen zijn de verzorgingsgebieden kleiner dan in het noorden omdat de mensen in het westen dichter bij elkaar wonen.
Commerciële diensten: winst maken
Institutionele diensten: geen winst

Noord-Limburg heeft een erg groot verzorgingsgebied omdat er niks van primair niveau is. Pas als je steden bij elkaar telt wordt het primair. Dit is dus een complementair gebied.

Ruimtelijke ordening

Ruimte is in Nederland erg beperkt maar we kennen wel een hoge bevolkingsdichtheid. De ruimte die er is wordt dus erg intensief gebruikt.
Dit kan leiden tot tegenstrijdige belangen. Bij voorbeeld bij Rozenburg; Rotterdam wou er havens gaan plaatsen en dat zou ten koste gaan van de natuur. In dit geval moest de natuur wijken voor de economie.

Bij ruimtelijke ordening gaat het ook om de organisatie en inrichting. Er worden bepaalde doelen gesteld zoals het oplossen van de woningsnood of recreatieontwikkeling. Er wordt een standpunt ingenomen en dat wordt vastgelegd in de plannen.

De overheid kent drie bestuurslagen.




Rijk
Provincie
Gemeente


Voorbereiden

Koningin en ministers
G.S. en com. Bea
B&w


Vaststellen

Staten Generaal
Provinciale Staten
Gemeente Raad


Om tegenstrijdige beslissingen tegen te gaan controleert een hogere overheid de lagere overheid.
De overheid maakt plannen voor een langere termijn. Deze ideeën worden vastgelegd in een nota. Het nut van zo’n nota is informatie geven aan de bevolking.





1960: 1e Nota; congestie in het westen -> industrie spreiding
1966: 2e Nota; verstedelijking -> groeikernen
1974: 3e Nota; spreiding welvaart
1988: 4e Nota; steden centraal -> compacte stad
2000: 5e Nota; stedelijke netwerken

PKB; Planologisch Kern Beslissing. Dat is een inspraakprocedure.
De beleidsvoornemens zijn ter inzage gelegd en er mag op gereageerd worden. Na een bepaalde periode wordt er een definitief standpunt ingenomen.

Provincie heeft een bijna zelfde opbouw als de regering
- college van Gedeputeerde Staten
- Provinciale staten

Regionaal Bewustzijn 3 zaken
Identiteit – zelfpresentatie.
1. beeld dat men heeft van gebiedskenmerken
2. subjectieve beeld van de lokale bevolking
3. populatie kenmerken
Exclusiviteit – unieke dingen van het gebied
Afgrensbaarheid – logische indeling van het gebied

Streekplan
Dit wordt gemaakt op provinciaal gebied waarin de toekomstige ontwikkelingen in hoofdlijnen worden vast gelegd.

Er worden gebieden aangewezen voor wonen, industrie, natuur en dat soort zaken. Dit wordt allemaal in kaart gebracht.
Veel ligt echter al vast en daar moet dus rekening mee gehouden worden. Eens in de 10 jaar wordt het streekplan vernieuwd. Het streekplan is niet bindend.

Bestemmingsplan
Een hele precieze beschrijving van wat er met de grond gaat gebeuren, elke beslissing is erg exact.
Elke gemeente is verplicht om een bestemmingsplan te maken voor de bebouwde en onbebouwde kom.

Bij een bestemmingsplan gaat het om het grondgebruik. Daarom worden er ook bebouwingsvoorschriften in vastgesteld.

Wanneer dit plan eenmaal goedgekeurd is kan er niet meer vanaf geweken worden. Dit plan geldt ook 10 jaar lang als leiddraad.

Procedure

B&W maken een ontwerp, dat ter inzage wordt gelegd. Dan kan er bezwaar tegen gemaakt worden binnen 1 maand in te dienen bij de gemeenteraad. Bezwaar kan het milieu of uitzicht zijn.
Na alle bezwaren stelt de gemeente het plan vast.
Plan moet goed gekeurd worden door de gedeputeerde staten en daar kan je ook weer bezwaar maken. Tevens moet het ook stroken met het streekplan.

Grenzen

1851: in Nederland 1209 gemeenten
1996: in Nederland 458 gemeenten. Vee kleinere gemeenten hebben zichzelf samen gevoegd. Dit is logisch vanwege de economische groei en schaalvergroting tegenwoordig.

Gemeentelijke herindeling
-zelfde type gemeenten bij elkaar, maar grote steden pikken stukken dorp in.

# bestuur; kracht van ambtenaren maar bij te veel gespecialiseerde ambtenaren
daalt de toegankelijkheid.
# voorzieningen; meer mensen dus meer voorzieningen haalbaar
# kosten; bespaart kosten
# steden; krijgen meer ruimte

Herindeling principes
1. Zorg dat de nieuwe gemeente zoveel mogelijk een functionale eenheid wordt;
nodale model
2. Realiseer de schaalvergroting door vooral gelijksoortige gemeenten samen te
voegen; zonale model

AHRIwet: Administratieve Regeling Herindeling -> provincies zijn daardoor bevoegd om herindelingen door te voeren als daardoor het inwonertal van elke betrokken gemeente niet met meer dan 10% verandert. Deze regeling scheelt een boel gedoe.

Stadsprovincie -> 4e bestuurslaag
Rijnmond
1. global village. Bedrijven bepalen zelf waar ze willen zitten. Dan moet je als bedrijf slagvaardig op kunnen treden en met allerlei vergunningen rekening houden.
2. suburbanisatie. De sociaal zwakkeren blijven over in de stad maar zij kosten de gemeente vooral geld. Dorpelingen maken wel gebruik ervan terwijl het niet voor hen bedoeld is. Forensen zorgen voor veel verkeersproblemen.
3. grens. Grenzen worden overschreden omdat er te weinig ruimte is. Voor wonen komen de vinexlocaties. Het openbaar vervoer moet goed geregeld kunnen worden. Openbare orde moet 1 zijn. Het onderwijs moet 1 worden in de regio.

Echter
- bij annexatie raakt de randgemeente ondergesneeuwd en verliezen alle inspraak
- kosten dorp gaan omhoog als ze bij de stad komen
- het Rotterdam gevoel verdwijnt



Kostenverschillen gemeenten
- onderhoudskosten infrastructuur, voorzieningen met hoge drempelwaarde die ook
gebruikt worden door mensen van buiten de stad
- zwaar bestuurlijk apparaat nodig bij grote steden wat veel kost
- monumentaliteit
- demografische en sociale segregatie -> ongelijke verdeling in draagkracht

Gemeenten om aan meer geld te komen
- blijvende bijzondere structuurkenmerken -> Texel -> klein maar moet veel
uitgeven voor toeristen.
- frictieverschijnselen -> abnormaal sterke bevolkingsgroei, veel werklozen
- bijzondere functie -> universiteitssteden, beschermde objecten

Nog andere methoden zijn
- precoriarecht -> belasting op particulier bezit wat in of boven de gemeentegrond te
vinden is.
- legesgeld -> voor paspoorten, rijbewijzen en dat soort zaken
- obz -> belasting op onroerende zaken

Als het dan nog niet lukt komt de artikel 12 status van pas. De overheid verstrekt dan een uitkering maar neemt de gemeente onder toezicht

Nadelen Intergemeentelijke Overlegorganen
- andere gemeenten die niet de centrumgemeente zijn voelen zich achtergesteld
- geen middelen of macht om iets uit te voeren

Beste inrichting ruimte
- gebruikswaarde
- belevingswaarde
- toekomstwaarde

Europese Unie

Begin 1952 EGKS -> 1958 EEG -> 1992 EU
Doel: nooit meer een wereldoorlog door samenwerking op economisch, politiek en monetair gebied.
Nu: 15 lidstaten en er zijn nog wachtenden die nog niet toegelaten worden.

Landbouwbeleid EU
- begroting van de EU gaat grotendeels naar de landbouw.
- garantieprijzen

Men moest in staat zijn om de burgers gegarandeerd van de nodige landbouwproducten kunnen voorzien tegen een redelijke prijs. Ook moesten de agrarische sectoren verzekerd zijn van een redelijk inkomen

* inkomenspariteit -> een parallel tussen de stijging van de lonen van de boeren en
andere bevolkingsgroepen
* voedsel -> voldoende voedsel produceren tegen redelijke prijzen

‘de oplossing’: schaalvergroting; efficiëntie, groter, moderner en gespecialiseerd. Leidt alleen wel tot melk-, vlees- en wijnoverschotten.

Het markt- en prijsbeleid van de EU zorgt voor garantieprijzen. Overschotten worden opgekocht door het landbouwfonds om de prijs op peil te houden. De overschotten worden verwerkt tot eindproducten en verkocht aan landen buiten de EU. Of we dumpen het in een arm land waar we net onder de prijs gaan zitten van de plaatselijke aanbieders

Nadelen
- te duur -> enkel agrarische grond bezitten betekent al geld
- garantieprijzen zijn sterk verlaagd
- overschotten

Er zijn helaas nog geen goede structurele oplossingen. Mogelijke opties zijn
- quota
- braaklegging (bij grote bedrijven)

Visserij
# kustwater; voedselrijk bij zeebodem door naar beneden gezakt organisch
materiaal, vooral gebieden met omhoogkomend water
# schaalvergroting; grotere schepen, motorvermogen, overbevissing
# andere gebieden; Mauritanië en Senegal worden overbevist door opgekochte
visrechten wat ten koste gaat van de kleinschalige vissers.

# marokkko; visvrije periode en ook rechten verkocht. Ook moet een deel van de
visvangst verwerkt worden in Marokko. Of ze vragen toestemming om
op de Europese markt te komen.
#belangenverstrengeling; een visland als Spanje denkt op de korte termijn en
economisch terwijl de lange termijn gedachte
milieuvriendelijker is.


Elke kuststaat is de baas over een strook van 12 mijl -> territoriale wateren
Aansluitend op de 12 mijl is een Aansluitende Zone van weer 12 mijl waar de scheepvaart vrij is maar waar het land mag ingrijpen.
De rijkdommen van de zee rekent men tot 200 mijl vanaf de kust -> eez (exclusieve economische zone)

Alle EEZ bij elkaar zijn 1 geheel -> communautaire zee, alleen de 12 mijl zone blijft exclusief van het land

Gemeenschappelijk visserij beleid; TAC (total allowed catch) per soort en per gebied, evenwichtige hoeveelheid visservloot. EU kan landen dwingen andere landen toe te laten als zij te weinig hebben.





EU en de Industriesector en Dienstensector
Geen gemeenschappelijk beleid want elke lidstaat moet dat zelf regelen. EU treedt alleen op wanneer het nodig is -> subsidiariteitprincipe
Er is nog steeds paspoortcontrole omdat enkele landen de controle aan de buitenring niet vertrouwen.
- concurrentievermogen – EU stelt geld beschikbaar om beginnende bedrijven te
steunen
- transport – elk land moet binnenlandse vervoersmarkt openstellen
- R&D – (research&development) bundelen van nationale onderzoeken

EU wil de welvaartsverschillen ernstig verkleinen -> regionaal beleid
- om markt beter te laten functioneren zorgt de EU dat elke lidstaat genoeg geld
heeft.

Een land mag toetreden als:
- de politieke voorwaarden voldoen
- de economische voorwaarden voldoen
- de overige voorwaarden ook voldoende zijn
- de EMU richtlijken gevolgd worden

Elke aanvraag wordt van een advies voorzien. Dan wordt er nog niet gekeken naar de toelatingseisen. Men bekijkt of het land daar snel aan zal kunnen voldoen. Zo ja dan gaat men onderhandelen totdat het goed is.

Agenda 2000 bevat het advies voor de 10 landen met het verleden van een communistische planeconomie.
Vijf landen zijn nu druk aan het onderhandelen met financiële hulp van de EU, de pre-toetredingsstrategie die bestaat uit 3 elementen
- afsluiten Europa-accoord om samen te werken op het gebied van economische
overschakeling
- gestructureerde dialoog voor de voortgangevaluatie
- Phareprogramma – financieel hulpprogramma
In de toekomst moet er 1 gestructureerd pakket komen voor elk land -> partnerschap voor toetreding

Het slopen van de tariefmuren van de EU heeft veel nut gehad.
Al in 1947 GATT (general agreement on tariffs and trade) pas in 1973 echte daling invoerrechten.
GATT gaat vervangen worden door de WTO. WTO gaat samen met de IMF en de Wereldbank de economie reguleren om een economische crisis te voorkomen.

Japan heeft geen EU hulp nodig. Aziatische markt is moeilijk betreedbaar voor Europa. EU en Japan steken geld in elkaar.
De rest van Azië is een ander verhaal. De ECIP (european community investment partners) wil partners in onder andere Azië en de EU samenbrengen om joint ventures op te zetten om bij te dragen aan de verdergaande internationalisering.

Ontwikkelingslanden krijgen geld van de EU en de ACS landen ook -> groep landen (70) in Afrika, Caribisch gebied en Stille Oceaan, vroegere koloniën.


Global village
- ontwikkeling transport -> sneller en goedkoper
ontwikkeling communicatie -> satelliet, internet
Nederland is dus een onderdeel van Europa. Door het verdrag van Schengen zijn de grenzen in Europa open. Europa is dan weer een onderdeel van de wereld.
Hierdoor is haast alles onderling geregeld; de handelsrelaties, investeringen en handel en concurrentie. Net zoals de regionale ongelijkheid. Het Europees Fonds ondersteunt de regionale ongelijkheid, achtergebleven gebieden, door daar extra te investeren.

Zijn die investeringen wel rendabel??
- land moet zelf genoeg geld hebben om weg te geven
- we willen concurreren dus dan moet je ook in rijkere gebieden blijven investeren
- binnen de sterke gebieden oude stagnerende industrie. Die moeten
geherstructureerd worden.

Uitbreiding EU
Met Polen, Tsjechië en Hongarije -> Oost-Europa.
- oud-communistische landen dus kennen pas sinds kort de vrijmarkt economie (-)
- hun economie ligt op een lager niveau dan de onze, primitiever (-)
- wel een enorme markt voor ons (+)

Nafta/Asean -> soort EU
Akkoorden van Lome -> samenwerking voormalige West-Europese koloniën en de ACP landen (Afrika, Cariben, Pacific)
Door akkoord afspraken met EU dat zij hun landbouwproducten en grondstoffen makkelijk op de Europese markt kunnen brengen. Tevens ontwikkelingshulp.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Dankjewel, Superfrunk.

19 jaar geleden

J.

J.

Thanks, ik heb er heel veel aan gehad!
Een 7,8!!! Geweldig!

18 jaar geleden