Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Aardrijkskunde hoofdstuk 3

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vmbo | 3126 woorden
  • 27 juni 2021
  • 6 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 6 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Aardrijkskunde:                                  Hoofdstuk 3 Grenzen en Identiteit


Paragraaf 3.1: Grenzen.


Landen en Grenzen. Grenzen kom je overal tegen: bijv tussen klimaten, culturen en arme en rijke gebieden. En natuurlijk tussen landen. Een land is een gebied met grenzen en een eigen regering. De landsgrens is de scheidingslijn tussen 2 landen. Die grens kun je herkennen aan een hek of aan grenspalen. Binnen Europa zijn er bij de landsgrenzen weinig controles. Een open of zachte grens maakt reizen en handel gemakkelijk. Soms is er een harde, gesloten grens. Die kan bestaan uit een hoog hek of een muur.


Grenzen lopen ook door het water. Vanaf het Nederlandse Noordzeestrand hoort nog 12 zeemijl (22 kilometer) van de zee bij nederland. Dit noemen we de territoriale wateren.


Het luchtruim, de bodem en de ondergrond is in dit deel van de Noordzee van Nederland. Zeeën, meren, rivieren en gebergten vormen natuurlijke grenzen. Het gebergte de Pyreneeën is zo’n grens. Een kunstmatige grens is door mensen getrokken. Zo’n grens zorgt soms voor problemen. In Marokko kom je allerlei verschillende soorten grenzen tegen.


Binnen de grenzen. Mensen horen op 3 manieren bij een land:



  1. Politiek: Elk land wordt bestuurd door een regering. Daardoor is een land soeverein: het is een zelfstandig en onafhankelijk land. In democratische landen bepaalt de bevolking hoe het lande geregeerd wordt, De inwoners mogen bij verkiezingen hun stem uitbrengen. Een Afrikaan die in Nederland bij zijn Nederlandse vriendin wil intrekken, moet eerst inburgeren. Dus hij moet de Nederlandse nationaliteit krijgen.

  2. Economisch: Veel mensen zijn economisch aan hun land gebonden. Een Rotterdammer huurt een huis in deze stad, doet er boodschappen mee en geeft zo het meeste geld uit in Nederland. Ook betaald hij dan belasting aan de Nederlandse overheid. Als hij werkloos of ziek wordt krijgt hij van de Nederlandse overheid een uitkering. 

  3. Sociaal en cultureel: In veel landen hebben de inwoners dezelfde cultuur. Ze spreken bijv dezelfde taal, hebben dezelfde godsdienst en gewoonten. Door deze overeenkomsten voelen ze zich vaak sociaal verbonden met elkaar en met hun land.



Paragraaf 3.2 Identiteit.


Identiteit. Op je ID-kaart staan allerlei gegevens, zoals je foto, naam, geboortedatum, lengte en geslacht. Dat zijn uiterlijke kenmerken. Wie je echt bent, wat je denkt en wat je belangrijk vindt, staat er niet op. 


Nederland hoort bij het westerse cultuurgebied. Het christendom is de belangrijkste godsdienst. Veel mensen hebben dezelfde gewoonten en spreken dezelfde taal.


Indeling. De streek waar je woont of waar je bent opgegroeid bepaalt vaak van welke voetbalclub je fan bent. Bij de voetbalclub Heerenveen wordt het Frysk Folksliet gespeeld, er zitten vooral Friezen op de tribune. Dit is een voorbeeld van regionalisme: de inwoners van een regio, een gebied, houden vast aan hun eigen geschiedenis en cultuur.


Een inwoner van Loosdrecht vindt dat de gemeente Wijdemeren een parkeerplaats moet regelen vlakbij zijn woning. Of er in Ankeveen, dat in dezelfde gemeente ligt, voldoende parkeerplaatsen zijn, interesseert hem niet zo. Gemeenten beslissen over bijvoorbeeld de aanleg van wegen en het bouwen van nieuwe huizen. Door samenvoeging neemt het aantal gemeenten af, omdat grote gemeenten beter te besturen zijn. Bewoners protesteren hier soms tegen. Zij vinden hun eigen dorp of gemeente het belangrijkste. Dit wordt lokalisme genoemd. Lokale voorzieningen als een dorpshuis of een basisschool vindt men belangrijker dan een voorziening ver bij hun eigen dorp vandaan.


Mentaliteit. Als je bent opgegroeid in een dorp ken je vast veel dorpsgenoten. Waarschijnlijk ken je van de meeste huizen de bewoners en groet je ze. In West-Nederland en in grote steden is dat vaak anders. In de Randstad lijken de mensen meer bezig te zijn met hun werk en zichzelf. In de Randstad bemoeien mensen zich vaak minder met hun directe omgeving dan mensen buiten de Randstad.  Er wordt daarom wel eens geklaagd over de Randstedelijke mentaliteit.


Westerlingen moeten buiten de Randstad vaak wennen aan het leven in een dorp en het ons-kent-ons gevoel. Een westerling voelt zich er vaak buitengesloten, je noemt dat uitsluiting. Als het wel lukt om je er thuis te voelen noem je dat insluiting. De provinciale mentaliteit herken je soms aan een eigen dialect en aan bijzondere gewoonten. Het valt voor een westerling niet mee om carnaval te vieren in een klein Brabants dorp.
Paragraaf 3.3 Ruimtegebruik.


Ruimte vol mensen. De bevolking in een land woont binnen grenzen en heeft vaak een eigen identiteit. Dat gebied binnen die grenzen is de leefruimte. In 2016 heeft Nederland 17 miljoen inwoners. Er wonen dan gemiddeld 504 mensen op een vierkante kilometer. Dus:  de bevolkingsdichtheid is 504. 


De Randstad is er dichtbevolkt (meer dan 1000 inwoners per km2), in Den Haag is de bevolkingsdichtheid zelfs 6344. In de provincie Groningen is de bevolkingsdichtheid maar 250. In het dichtbevolkte Nederland is niet genoeg ruimte voor wensen als een grote voor en achtertuin. 


Als je de ruimte in Nederland goed wilt gebruiken, moet je overleggen wat je waar kunt doen. Bedrijven, gemeente besturen, provincies en de landsregering bespreken deze ruimtelijke problemen. Dit noemen we ruimtelijke ordening. De overheid maakt plannen voor het inrichten van de ruimte. 


Leefbaarheid. Veel gemeenten hebben een slogan. Gemeenten willen laten zien hoe goed het leven is op hun grondgebied. Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor de inrichting van de ruimte in de gemeente. Het bestuur moet bijv voor goede fietspaden zorgen en het ophalen van huisvuil regelen. Ook moeten straatlantaarns, winkelcentra en scholen goed onderhouden worden. 


Als een gemeente dit soort zaken niet goed regelt, gaat de leefbaarheid achteruit. Dat kan voor de bewoners vervelende gevolgen hebben.


Inspraak en bezwaar. Inspraak van bewoners op plannen die met de ruimtelijke ordening te maken hebben, is een recht. De wethouder luistert goed naar de bezwaren, maar hij legt ook uit dat de overheid en de gemeenteraad over de plannen beslissen.


Paragraaf 3.4 Nederlanders en Belgen.


Eenheidsstaten. Nederland en België zijn eenheidsstaten, het zijn gebieden met grenzen eromheen en met eigen wetten en afspraken. Nederland en België zijn dus zelfstandige landen, maar binnen de landsgrenzen zijn er verschillen. In Nederland zijn er verschillen in welvaart tussen de Randstad en bij het platteland. In België gaat het vaak om verschillen tussen het rijkere Vlaanderen en het wat achtergebleven Wallonië.


In Nederland kennen we verschillen tussen de provincies. Meestal zijn de inwoners best trots op hun provincie, maar niet chauvinistisch. Chauvinisme is overdreven liefde voor je vaderland of het gebied waar je woont. 


België kent tien provincies, maar de verdeling in gemeenschappen is belangrijker. Er zijn eigenlijk drie culturele groepen:


Nederlandstalige Vlaanderen.


Franstalige Wallonië.



  • Duitstalig.


De taal die een Belg van huis uit spreekt en de gemeenschap waartoe hij behoort, bepaalt sterk zijn identiteit. De vlaming spreekt Nederlands, de Walloniër Frans en beiden de taal van de ander vaak niet of heel matig.


Identiteit en mentaliteit. Nederlanders worden door Belgen soms als zuinig en arrogant gezien. Als belg heb je een Belgische identiteitskaart, maar veel Belgen zeggen eerder dat ze Vlaming of Walloniër zijn. De meeste Belgen zijn van huis rooms-katholiek, dat is nog altijd een belangrijk onderdeel van de Belgische identiteit. Belgen zijn vaak meer dan Nederlanders gericht op het persoonlijke contact. Ze vinden een goed contact vaak belangrijker dan een goed contract. Dat zegt dus iets over hun mentaliteit.


Maar ondanks de verschillen in taal en achtergrond spelen Vlamingen en Walloniërs wel samen in het Belgische voetbalelftal. Als dat voetbalelftal goed speelt, versterkt dat Belgische identiteit.


Paragraaf 3.5 De grenzen van Nederland.


Grenzen. Sinds 1830 zijn België en Nederland 2 zelfstandige landen. De landsgrens tussen Nederland en België is meestal een kunstmatige grens, die met grenspalen zichtbaar is gemaakt. Bij Baarle vormen stukjes België en Nederland één dorp. Kleine Belgische gebiedjes liggen hier als eilandjes, enclaves, in Nederland. In Limburg vormt de Maas een natuurlijke grens. De Westerschelde hoort bij de territoriale wateren van Nederland, maar vormt ook de verbinding van Antwerpen met de Noordzee.


De grens met Duitsland ligt voor een groot deel al honderden jaren op dezelfde plaats. Alleen na de Tweede Wereldoorlog zijn er enkele grenscorrecties uitgevoerd. 


De Noordzee vormt de natuurlijke grens met het Verenigd Koninkrijk en een deel van die zee hoort bij de territoriale wateren van beide landen. In het Caribisch gebied zijn er nog 6 eilanden die bij het Koninkrijk der Nederlanden horen. Daardoor grenst ons koninkrijk op Sint Maarten voor 10 kilometer aan Frankrijk.


Samenwerken. De grenzen met onze buurlanden zijn open grenzen. Een aantal landen binnen de Europese Unie heeft afgesproken dat er geen grenscontroles meer worden gehouden. Aan de landsgrenzen werkt Nederland samen met de buurlanden. Zo’n grensoverschrijdend samenwerkingsverband van gebieden wordt een euregio genoemd. 


Buren. Er zijn afspraken gemaakt tussen Nederland en België over:



  • De Schelde-Rijnverbinding. Dit is een scheepvaartverbinding van Antwerpen via het Schelde-Rijnkanaal naar Dordrecht. Door dit kanaal is de Schelde met de Rijn verbonden. Deze waterweg is dus belangrijk voor beide landen.

  • De Grensmaas. Om overstromingen van de grensrivier de Maas te voorkomen kreeg de rivier meer ruimte, dat is belangrijk als er veel water moet worden afgevoerd. Soms vinden er grenscontroles plaats, omdat de huidige grens onlogisch is. Dat gebeurde in 2016 bij Maastricht.

  • De IJzeren Rijn. Dit is een spoorlijn tussen Antwerpen en Mönchengladbach in Duitsland. Een ongebruikt deel van deze lijn loopt over Nederlandse grondgebied. België wil dat de hele lijn wordt opengesteld: De spoorlijn is belangrijk als goede spoorverbinding tussen de Antwerpse haven en Duitsland. Nederland heeft hier moeite mee, omdat een deel van het traject door een Nationaal Park loopt.



Paragraaf 3.6 De grenzen van België.


Grenzen. België grenst in het noorden aan Nederland, in het oosten aan Duitsland en Luxemburg en in het zuiden aan Frankrijk. In het westen vormt de Noordzee de natuurlijke grens met het Verenigd Koninkrijk. België kent provinciegrenzen, maar nog belangrijker zijn de grenzen tussen de drie Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige gemeenschappen. Deze gemeenschappen beslissen over cultuur, sport, onderwijs, onderzoek, gezondheid, welzijn en taalgebruik. 


Overal in België zijn diensten voor anderstaligen geregeld. Een Nederlandstalige gemeente moet dus alle diensten ook in het Frans en/of het Duits aanbieden.



Taalgrens. België kent ook een indeling in gewesten. Dat zijn de gewesten Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Er is een Nederlandstalig deel, een Franstalig deel en een deel waar twee talen naast elkaar voorkomen. De taalgrens in België is wettelijk vastgelegd en is eigenlijk ontstaan toen het Romeinse Rijk zijn macht verloor. De hoofdstad Brussel ligt als een soort eiland in het Vlaamse gewest en in het Nederlandstalige deel van België.



Als in een gemeente de meerderheid Frans spreekt, moet het officieel een Franstalige gemeente worden. Maar al deze gemeente in het Nederlandstalige Vlaanderen ligt, moeten er allerlei voorzieningen in het Nederlands en het Frans beschikbaar zijn. Dit zorgt voor veel ergernissen en problemen.



Afspraken met Nederland. In de euregio Scheldemond moet goed worden samengewerkt. Er zijn een aantal belangrijke zeehavens: Gent, Zeebrugge en Antwerpen in België. Terneuzen en Vlissingen in Nederland. Het gebied rond het kanaal van Gent naar Terneuzen wordt de Kanaalzone genoemd. De Westerscheldetunnel is daar een snelle autoverbinding tussen Zeeland en Vlaanderen. Door samenwerking moet de Kanaalzone een aantrekkelijk gebied zijn met een goede bereikbaarheid voor bedrijven en burgers.



De haven van Antwerpen is na Rotterdam de tweede grootste haven van Europa. Ze is door de Schelde en de Westerschelde verbonden met de Noordzee. Het deel van de Schelde van de Nederlandse-Belgische grens tot de plaats Gentbrugge wordt de Zeeschelde genoemd. In dit deel van de rivier zijn eb en vloed nog merkbaar. 


Voor Antwerpen is het belangrijk dat Nederland de Westerschelde regelmatig uitbaggert. Anders verzandt de Westerschelde en zijn de havens voor grote zeeschepen onbereikbaar.


Paragraaf 3.7 Het grensgebied van Nederland en België.


Schengen. In Schengen (Luxemburg) hebben België, Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk in 1985 afgesproken om de grenscontroles af te schaffen. Sinds 1993 kunnen kapitaal, goederen, diensten en personen zonder controles de grenzen passeren. Later hebben ook andere landen het Verdrag van Schengen ondertekend. Door het verdrag kunnen vluchtelingen die het is gelukt Europa binnen te komen, makkelijk van land tot land reizen. Dat levert veel problemen op en sommige landen hebben daarom weer grenscontroles ingevoerd.


Heen en weer. In de Belgische grensstreek wonen veel Nederlanders, omdat dat een goede plek is om te wonen. Het gebied ligt gunstig te opzichte van de Randstad, je betaalt minder belasting en de huizen zijn er vaak goedkoper. Er is een grote grenspendel onder de Nederlanders in België. Bijna dagelijks gaan ze de grens over om in Nederland te werken, om hun kinderen daar naar school te brengen en om familie te bezoeken. 


Niet alleen mensen passeren de grens, ook veel goederen. België exporteerde in 2014 voor 41 miljard euro naar Nederland. Andersom exporteerde Nederland goederen te waarde van ongeveer 47,5 miljard euro naar België.


Samenwerken. In de Kanaalzone wordt over de grens heen samengewerkt. Het Biopark Terneuzen en de Ghent Bio-Energy Valley werken samen in een grensoverschrijdend project. 


In het project Biopark Terneuzen werken bedrijven op duurzame en milieuvriendelijke wijze samen door elkaars bijproducten en reststoffen (afval) opnieuw te gebruiken. Het doel is om bestaande bedrijven te laten uitbreiden en om nieuwe bedrijven aan te trekken.


Toch zorgt zo’n nieuw industrieel project bezorgdheid onder de burgers. Duurzaamheid kan goed zijn voor het milieu. Maar als er nieuwe bedrijven komen en andere bedrijven gaan uitbreiden, dan kan de milieuschade toch groter worden. Gelukkig hebben bewoners inspraak in bestemmingsplannen, zoals bijv in de gemeente Terneuzen voor wat betreft de Kanaalzone.


Paragraaf 3.8 De bewoners van Rusland.


De Russische bevolking. Tot 1992 was Rusland een van de republieken van de Sovjet-Unie. Tegenwoordig zijn deze republieken zelfstandige landen geworden. De inwoners van die nieuwe landen hebben hun eigen nationaliteit en horen bij hun land. Toen die landen zelfstandige staten werden, bleef een enorm centraal gebied over: Rusland. Rusland hoort bij het christelijk-orthodoxe cultuurgebied. 


Rusland ligt in het oosten van Europa en voor een groot deel in Azië. In het Europese deel wonen de meeste mensen. Daar liggen grote steden als Moskou en Sint-Petersburg. Het oosten van Rusland, Siberië, is zeer dunbevolkt. Grote delen ervan bestaan uit toendralandschap. Hier woont gemiddeld minder dan één inwoner per vierkante kilometer. 


Russische Federatie. Rusland bestaat uit republieken die met elkaar samenwerken. Daarom heet het land officieel de Russische Federatie. Maar omdat Rusland bepaalt wat er gaat gebeuren, hebben we het meestal over Rusland, in plaats van over de Russische Federatie. De Federatie bestaat uit zo’n tachtig deelgebieden: Republieken, Provincies en een aantal andere gebieden.


In de tijd van de Sovjet-Unie zorgde men ervoor dat er in het hele land Russen in het bestuur kwamen en dat overal het onderwijs in het Russisch werd gegeven, In alle delen van de Sovjet-Unie gingen Russen wonen. Daardoor wonen er tegenwoordig nog steeds veel Russen in landen die vroeger bij de Sovjet-Unie hoorden. In de tijd van de Sovjet-Unie is deze bevolkingsspreiding door de regering bevorderd.


In Rusland wonen zelf  ook veel verschillende etnische groepen. Je hebt het dan over de afkomst van volken en hun cultuur. Zo wonen er Turkse en Mongoolse volken met elk hun eigen cultuur.


Ruim 20% van de bevolking van Rusland hoort bij een andere etnische groep dan de groep van de Russen. In totaal zijn er ongeveer 160 etnische groepen in Rusland. Deze mensen hebben het als minderheid moeilijk. Hun cultuur is anders dan de Russische cultuur, maar omdat ze in de minderheid zijn is het lastig volgens hun eigen cultuur te blijven leven.


Paragraaf 3.9 Conflicten in Rusland.


Kaukasus. Rusland is opgedeeld in verschillende gebieden die bepaalde zaken zelf mogen regelen, maar het zijn geen zelfstandige staten. Dat geeft vooral rond de Kaukasus problemen. Hier wonen veel verschillende etnische groepen. Er komen hier verschillende wereldgodsdiensten voor: christendom, islam en boeddhisme. Er zijn dus grote culturele verschillen.



In Tsjetsjenië wonen moslims en christenen. Tsjetsjenië wil een zelfstandige staat worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het grootste deel van Tsjetsjenen naar Azië weggevoerd. Later keerden velen terug, maar hun bezittingen waren overgenomen door de Russen.


Het bestuur en het onderwijs waren inmiddels Russisch geworden. Ook niet-Russen moesten de Russische taal en cultuur overnemen. Deze russificatie vond in de hele Sovjet-Unie plaats. Toen rond 1990 de Sovjet-Unie uiteen viel, wilden de Tsjetsjenen zelfstandig worden. Dit Tsjetsjeense nationalisme zorgde voor conflicten.


Oekraïne. Het schiereiland de Krim was voor de Sovjet-Unie belangrijk door de grote marinehaven. Maar Oekraïne werd een zelfstandig land na 1990 en de Russen verloren zo hun invloed in dit land en op de Krim. 


In Oekraïne ging de russificatie te ver, waardoor veel mensen het Russisch nog goed beheersen. 67% van de bevolking heeft het Oekraïens als moedertaal en voor 24% is dat het Russisch. Het grootste deel van de bevolking is oosters-orthodox. 


Rusland. Rusland heeft veel problemen met het separatisme van de republieken. De Russen willen niet dat deze regio’s zelfstandig worden, onder andere omdat er waardevolle grondstoffen in de bodem zitten. De Russen willen daar zelf van profiteren en slaan daarom opstanden met geweld neer. 


Door de spanningen in de Kaukasus en Oekraïne is de vreemdelingenhaat in Rusland toegenomen. Veel Russen komen op voor hun eigen land en zijn sterk nationalistisch. Dit zorgt overal in Rusland voor problemen met etnische minderheden.


Paragraaf 3.10 Russische grondstoffen.


Economie. Rusland is een van de BRIC-landen. Dat zijn landen waarvan de economie snel groeit. Ook in Rusland was dat tot 2014 het geval. Maar de economie is te afhankelijk van de export van grondstoffen als aardolie, aardgas, steenkool enz.


Vooral in de gebieden langs de grenzen met Kazachstan, Mongolië en China zijn deze delfstoffen te vinden. Enkele Russische megabedrijven hebben het grootste deel van de productie in handen en verdienden daar veel geld mee.


Problemen rond grondstoffen. De grondstoffen zorgen voor conflicten en problemen: 



  • Economie - Door de export van grondstoffen is de Russische economie een tijd hard gegroeid. Als er politieke problemen met het buitenland zijn, heeft dat invloed op de Russische export.

  • Sociale ongelijkheid - Een kleine groep Russen profiteert van de grondstoffenexport. Deze rijken geven een groot deel van hun geld buiten Rusland uit. 

  • Milieu - Door slecht onderhoud is er veel lekkage in het olie en aardgas netwerk, waardoor rivieren en de bodem worden vervuild. Dat heeft gevolgen voor het drinkwater. Ook is er veel luchtvervuiling door de chemische industrie. In de grote rivieren zijn stuwdammen gebouwd die het natuurlijk evenwicht verstoren.

  • Politiek - Verschillende republieken willen zelf van de aanwezige grondstoffen profiteren. Ze willen niet dat de opbrengsten naar de overheid en de fabrieksdirecteuren gaan. 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.