Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Basisboeknummers

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 969 woorden
  • 17 juli 2006
  • 113 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 113 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Basisboeknummers:
B 141 Stedelijk gebied:
> Agglomeratie = stad met daaraan vastgegroeide (voor) steden en dorpen.
* Stedelijk gebied = aantal agglomeraties dicht bij elkaar.
Voorbeeld: de Randstad.
# Netwerkstad = netwerk van contacten tussen verschillende plaatsen in een stedelijk gebied.
B 142 Landelijk gebied:
> Landelijk gebied = gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte.
Drie hoofdvormen van grondgebruik:
# Landbouw (akkers en weilanden) is grootste ruimtegebruiker.

# Natuur (onder andere bossen en heidevelden).
'Product': zeldzame planten en dieren en/of mooi landschap.
# Recreatie:
Speciaal aangelegde recreatiegebieden:
- landbouw- en natuurgebieden met wandel- en fietspaden (recreatief medegebruik)
B 154 Model van een stad:
> Eenvoudig stadsmodel:
* Binnenstad (oudste deel of centrum)
Cityvorming: woonfunctie grotendeels verdwenen;
nieuwe functies: werken, winkelen en uitgaan.
# Stadscentrum = het gebied met kantoren, winkels en uitgaansleven;
meestal gestrekter dan de historische binnenstad.
Centrale zakenwijk = deel van het stadscentrum met kantoren en winkels.
In het Engels: central business district (CBD).

* Rondom binnenstad: Oude woonwijken
Ouderdom: eind 19e eeuw/begin 20e eeuw.
Fabrieken nu verdwenen.
Nieuwe functie: wonen, recreatie, kantoren.
* Rand van de stad:
20e-eeuwse woonwijken; parken en sportterreinen; bedrijventerreinen bij de snelwegen.
B 155 Grondprijs en grondgebruik:
> Er is een verband tussen grondprijs en grondgebruik.
Binnenstad: dure grond.
Alleen betaalbaar voor bedrijven (kantoren en winkels)
* Er is nog een verband: hoe verder van de binnenstad hoe lager de grondprijs ---> huizenbouw.
# Let wel: het is een model. De werkelijkheid is altijd anders.
B 138 Voorzieningen: verzorgingsniveau:
> Verzorgingsniveau = aantal en kwaliteit van voorzieningen.
* Vaststellen van verzorgingsniveau aan de hand van vier sectoren:
Onderwijs
Medische zorg
Winkels
Sport en ontspanning
* Onderscheid nationale en regionale schaal.
B 139 Voorzieningen: draagvlak, drempelwaarde en reikwijdte:
> Niet alle dorpen en steden hebben evenveel voorzieningen.
Oorzaak: het draagvlak verschilt.
Draagvlak = het aantal mogelijke klanten in een gebied.
* Drempelwaarde = minimaal aantal klanten om te kunnen bestaan.
Voorzieningen met een laag draagvlak en een lage drempelwaarde kom je vaker tegen dan voorzieningen met een hoog draagvlak en hoge drempelwaarde.
* Reikwijdte = maximale afstand die mensen willen reizen om van een voorziening gebruik te maken.
B 111 Bestaansmiddelen:
> Om te bestaan hebben mensen allerlei dingen nodig (voedsel, onderdak, kleding)
Bestaansmiddelen = middelen om levensbehoeften te produceren.
* Drie hoofdgroepen:
landbouw (primaire sector, eerste sector)
industrie (secundaire sector, tweede sector)
diensten (tertiaire sector, derde sector)
# De primaire sector haalt producten direct uit de natuur:
landbouw, visserij, jacht, delfstofwinning.
De sector levert primaire producten.
# De secundaire sector bestaat uit bedrijven die de primaire producten bewerken: industrie.
# De tertiaire sector (of dienstsector) bestaat uit bedrijven die dienst verlenen.
Er zijn twee soorten:
overheidsdiensten en commerciële diensten.
B 112 Productiemiddelen:
> Om te produceren zijn drie productiemiddelen nodig:
* Arbeid: de mensen die bij de productie nodig zijn.
# Beroepsbevolking = mensen die betaald werk willen doen in één van de drie sectoren.
Werklozen horen ook tot de beroepsbevolking.
Werkloosheid = deel van de beroepsbevolking dat zonder werk is.
* Kapitaal: gebouwen, machines, hulpmiddelen en voertuigen die bij de productie nodig zijn.
* Natuur: onderdelen van de natuurlijke omgeving die bij de productie nodig zijn: grond, bossen, delfstoffen, water.
B 124 Grondstof of markt:
> Factoren bij keuze van vestigingsplaats:
* Grondstofgebonden: bedrijven die veel zware grondstoffen gebruiken (zware industrie)
Vestigingsplaats: bij vindplaats grondstoffen of bij andere gunstige plek (diep vaarwater of pijpleiding)
* De overige soorten bedrijven zijn marktgebonden. Twee soorten markten:
# Consumentenmarkt: mensen en bedrijven die hun producten willen verkopen.
# Arbeidsmarkt (vraag en aanbod van werk):
bedrijven zoeken goed opgeleide werknemers, werknemer zoeken een baan.
Vestigingsplaats: in dichtbevolkte, stedelijke gebieden.
B 121 De industrie:
> Twee soorten industrie:
* Lichte industrie = bedrijven die werken met halffabrikaten of onderdelen.
de eindproducten gaan regelrecht naar de markt.
* Zware industrie = bedrijven die veel grondstoffen gebruiken zoals steenkool, ijzererts en ruwe olie. Ze produceren halffabrikaten (die andere bedrijven nog moeten bewerken).
Voorbeelden zware industrie:
hoogovens, staalfabrieken, olieraffinaderijen en chemische fabrieken.
> Zware industrie en inrichting: grote terreinen, veel bebouwing en opvallende elementen als
schoorstenen en pijpleidingen.
* Zware industrie op drie plekken:
# Oude mijngebieden (vindplaats steenkool en ijzererts).
# Aan de kust (diep vaarwater).
# Aan het eind van een pijpleiding.
Begrippen:
Binnenstad: Historische deel, oudste deel van een stad.
Stadscentrum: Het gebied met kantoren, winkels en uitgaansleven.
Meestal gestrekter dan de historische binnenstad.
Centrale zakenwijk: Deel van het stadscentrum met kantoren en winkels.
Central Business District: Engels voor centrale zakenwijk.
Renovatie: Opknapbeurt.
Oude woonwijk: Buurt dichtbij fabrieken, ligt in een kring rond de binnenstad.
Cityvorming: Woonfunctie verdwenen, nieuwe functies zijn werken winkelen en uitgaan.
Dagelijkse voorziening: Een voorziening waarvan je dagelijks gebruik maakt ---> supermarkt.
Gespecialiseerde voorziening: Een voorziening waarvan je niet dagelijks gebruik maakt ---> pianowinkel.
Verzorgingsniveau: Aantal en kwaliteit van voorzieningen.
Stedelijke voorziening: Voorzieningen die steden wel hebben maar kleine plaatsen niet.
Verzorgingscentrum: Centrale stad met een verzorgingsgebied.
Verzorgingsgebied: Gebied dat voor stedelijke voorzieningen aangewezen is tot een verzorginscentrum.
Draagvlak: Het aantal mogelijke klanten in een gebied.
Drempelwaarde: Minimaal aantal klanten om te kunnen bestaan.
Reikwijdte: Maximale afstand die mensen willen reizen om van een voorziening gebruik te maken.
Bestaansmiddelen: Middelen om levensbehoeften te produceren.
Primaire sector: Landbouw.
Secundaire sector: Industrie.
Tertiaire sector: Diensten.
Beroepsbevolking: Mensen die betaald werk willen doen in één van de drie sectoren.
Werkloosheid: Deel van de beroepsbevolking dat zonder werk is.
Planeconomie: Dat de regering bepaald wat en hoeveel er gemaakt moet worden en niet de ondernemer zelf.
Productiemiddelen: Arbeid, kapitaal, natuur.
Kapitalisme: Alle bedrijven zijn privé eigendom, evenals de productiemiddelen. Een ondernemer bepaald zelf wat en hoeveel er in zijn bedrijf wordt geproduceerd.
Communisme: Alle bedrijven zijn van de regering, productie wordt door de regering bepaald.
Voordeel: Geen concurentie, kan niet failliet gaan.
Nadeel: Minder kwaliteit omdat er toch geen andere mogelijkheden zijn.
Marktgebonden: Afhankelijk van de markt (lichte industrie)
Grondstofgebonden: Afhankelijk van de grondstoffen (zware industrie)
Zware industrie: Bedrijven die veel zware grondstoffen gebruiken, ze produceren halffabrikaten.
Lichte industrie: Bedrijven die werken met halffabrikaten of onderdelen.
Producten gaan direct naar de markt.
Arbeidsmarkt: Vraag en aanbod van werk
Consumentenmarkt: Mensen en bedrijven die hun producten willen verkopen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Heb er veel aan gehad!
Dankjewelx

10 jaar geleden