profielwerkstuk Straattaal

Probleemstelling:

Welke factoren dragen bij aan de ontwikkeling en het gebruik van straattaal?

Deelvragen:

Hebben het opleidingsniveau  en de opvoeding invloed op de ontwikkeling van en het gebruik van straattaal?

Jongeren spelen een rol bij taalverandering. Deze veranderingen van taal worden vaak beïnvloed door jongeren uit de middenklasse. De middenklasse doet aan hypercorrect taalgedrag.

Hypercorrectie is het verschijnsel dat iemand uit angst om een taalfout te maken, daardoor juist een taalfout maakt. Ze bootsen het taalgedrag van de hoge sociale klasse na, maar met meer invloedrijkere varianten dan de jongeren uit de hoge sociale klasse zelf. Hierdoor ontstaan vaak nieuwe  uitspraakvarianten, waardoor er een taalverandering kan plaatsvinden. Kortom ze willen beter zijn dan de hoge sociale klasse.

De lage sociale klasse doen niet aan hypercorrectie. Zij zorgen voor variatie van taal, bijvoorbeeld door het verzinnen van nieuwe woorden en door straattaal te spreken. De lage sociale klasse gaat eerder voor het gemak van het communiceren, bijvoorbeeld door nieuwe woorden te verzinnen om te communiceren. Ze hoeven de ander niet te overtreffen, zoals dat wel het geval is bij de hogere sociale klasse.

Dat is vooral terug te zien bij de migranten. Een groot deel van de migranten  behoort tot de lage maatschappelijke klassen. Dit is af te meten aan drie criteria.

  • Onderwijs: allochtone kinderen doen het vaak minder goed op school in vergelijking met autochtone leeftijdsgenoten. Zij hebben vaak slechtere CITO-scores en doen ook een laag niveau op de middelbare school. Ook onder de minderheden in de bevolking meet meer men drop-outs.

De verklaringen voor deze achterstand:

  • Er is in hun gezinnen weinig cultureel kapitaal, want de ouders hebben een lage opleiding;
  • Kinderen van immigranten hebben een taalachterstand;
  • Docenten hebben soms vooroordelen waardoor ze minder verwachten van allochtone kinderen, daarnaast zijn de toetsen ook onvoldoende gericht op allochtonen.
  • Arbeid en inkomen: Tegenwoordig hebben niet- westerse allochtonen hebben een slechtere positie op de arbeidsmarkt. Ze zijn eerder en langer werkloos. Ze worden sneller ontslagen en zijn oververtegenwoordigd in de allerlaagste functies.

De verklaringen hiervoor:

  • Ten eerste hebben allochtonen lagere opleidingen en spreken ze minder goed de taal. Ze kunnen daardoor vaak alleen lage functies bekleden, maar door automatisering/lagelonenlanden is er steeds minder behoefte aan laagopgeleide werknemers;
  • Er vindt discriminatie plaats op de arbeidsmarkt;
  • Niet-westerse migranten hebben een kleiner sociaal netwerk waarmee ze werk kunnen vinden, ze kennen namelijk (bijna) niemand.
  • Huisvesting: Hoogopgeleide kennismigranten wonen in betere buurten, dan niet-westerse allochtonen. Niet-westerse allochtonen wonen in oude stadswijken waar veel problemen zijn zoals werkloosheid, kleine, oude en slechte woningen, probleemjongeren en onveiligheid. Daarnaast heeft de concentratie van sommige groepen allochtonen het beeld van sommige wijken veranderd.

Verklaringen voor deze slechte omstandigheden:

  • Door hun lage economische positie moeten zij in wijken wonen met veel sociale huurwoningen;
  • Sommige migranten kiezen bewust voor een wijk waar veel medemigranten wonen.

Je ziet dus hier enkele belangrijke punten, waarbij het opleidingsniveau van belang is naar voren komen. De ouders hebben lage opleidingen. Ze doen een laag niveau op de middelbare school. Ze hebben vaak slechtere CITO-scores. Ze zijn oververtegenwoordigd in lage functies, maar aan laagopgeleide werknemers is steeds minder behoefte.

De immigrantengroepen worden in Nederland als inspiratiebron gebruikt voor de jongerentaal oftewel straattaal. Jongeren laten zich vooral inspireren door de immigrantengroepen in de lagere sociale klassen. Kortom je afkomst lijkt er meer toe te doen dan je opleidingsniveau.

Behalve dat woorden en uitdrukkingen uit migrantentalen worden gebruikt, worden er ook bij deze manier van praten opzettelijk taalfouten gemaakt en soms een niet-Nederlandse uitspraak gebruikt. In het begin werd deze nieuwe spreekstijl in Nederland ‘smurfentaal’ genoemd. Omdat dit begrip een zekere taalarmoede suggereerde, omdat smurfen het woord ‘smurfen’ gebruikten in plaats van bijna elk werkwoord – wordt het tegenwoordig meestal aangeduid met de term ‘straattaal’. Het begrip straattaal is door René Appel geïntroduceerd.

Het is dus niet gek dat er in de straattaal van vandaag de dag Marokkaanse, Surinaamse, Turkse en  woorden afkomstig uit het Papiaments zitten, het waren namelijk koloniën van Nederland of we haalden daar onze  arbeidsmigranten vandaan. Sommigen bleven hier in Nederland, vandaar dus dat je veel woorden uit die talen in de straattaal terug vindt.

Naast je opleiding heeft ook je opvoeding een grote rol in de ontwikkeling van straattaal. Het heeft namelijk deels te maken met je zelfvertrouwen, maar ook met wat je is aangeleerd. Iedereen wil graag geaccepteerd worden, want dat geeft je zelfvertrouwen en een zekere sociale status. Een van de taken van je ouders in je opvoeding is er voor zorgen dat je zelfvertrouwen hebt, door bijvoorbeeld af en toe een compliment te maken. Doordat je zelfvertrouwen omhoog gaat, maak je bijvoorbeeld makkelijker vrienden en dat is dus belangrijk voor je sociale ontwikkeling.

Als men een slechte opvoeding heeft gehad, proberen jongeren op andere manieren een zekere sociale status te  verkrijgen. De jongeren doen dat bijvoorbeeld door stoer te doen en stoer tegen elkaar te praten om te worden geaccepteerd. Door middel van het spreken van straattaal krijgen ze dus een bepaalde sociale status en dat zorgt voor meer zelfvertrouwen.

Het andere deel van de opvoeding, het aangeleerde is ook belangrijk, want je ouders hebben je aangeleerd hoe je je gedraagt tegen je vrienden, familie en ouderen. Ze leren je bepaalde normen en waarden aan. Als je ouders je goed hebben opgevoed, dan weet je wat wel en wat niet kan. Door de goede opvoeding weet je dus hoe je je moet gedragen. Dit heeft altijd een invloed op je taal, want het bepaalt ook deels met welke vrienden je omgaat en je vrienden bepalen ook voor een groot deel of je straattaal spreekt of niet.

Samenvatting:

De mensen die behoren tot de lage maatschappelijke klassen  hebben grote invloed op de ontwikkeling van straattaal. Ze doen namelijk niet aan hypercorrect gedrag, maar zorgen voor variatie van taal door het spreken van straattaal.

In de lage maatschappelijke klassen zijn het vooral migranten die de grootste bijdrage leveren aan de ontwikkeling van straattaal. Met als de allerbelangrijkste oorzaak dat ze in de lage maatschappelijke klasse komen door een lage opleiding. In de lagere maatschappelijke klasse zitten veel migranten. De migranten gebruiken vaak een mengelmoes van talen, vooral hun eigen taal en Nederlands. Deze groep spreekt vooral straattaal. Ze gebruiken woorden en uitdrukkingen uit hun migrantentalen en maken soms ook nog opzettelijk taalfouten. Dus eigenlijk is je afkomst belangrijker dan je opleiding.

In een goede opvoeding is vooral heel belangrijk dat je ouders je zelfvertrouwen geven door je complimentjes te geven en je normen en waarden aan te leren. Dat bepaalt namelijk uiteindelijk of je straattaal gaat spreken en in welke mate.

 

Vindt de vorming van straattaal plaats binnen een bepaalde leeftijdsgroep of is het niet leeftijdsgebonden?

De vorming van straattaal vindt vooral plaats binnen een bepaalde leeftijdsgroep, namelijk jongeren. De jongeren praten onderling het meest straattaal, maar hoe dit precies tot stand komt leg ik hieronder uit.

 Jongeren worden ook wel adolescenten genoemd. Adolescenten hebben een leeftijd bereikt waarop ze sterk beïnvloedbaar zijn. Ze zijn het meest beïnvloedbaar door leeftijdsgenoten. Adolescenten krijgen te maken met verandering van taal. Dat komt omdat ze bij een groep willen horen, het liefst een populaire. Ze willen daarom zoveel mogelijk doen zoals anderen.

Straattaal wordt vooral gesproken door jongeren, maar ook door volwassenen, die niet volwassen willen worden,  van verschillende culturele en sociale achtergronden.

René Appel, taalkundige en hoogleraar Nederlands heeft een artikel geschreven over straattaal. Hij heeft voor zijn artikel gebruikt gemaakt van gegevens van een enquête, die in 1998 op drie scholen in Amsterdam is afgenomen. Het onderzoek werd gehouden onder jongeren van twaalf tot en met zeventien jaar. Uit de resultaten van deze enquête bleek dat ze over het algemeen weten wat er met straattaal bedoelt wordt. Zo’n 70 procent van de meisjes en zo’n 80 procent van de jongens die de enquête hebben ingevuld gaven aan straattaal te spreken. Uit het onderzoek bleek ook dat de gemiddelde straattaalspreker zestien à zeventien jaar oud is.

Er gaat van de leeftijdsgebondenheid van straattaal een sterke uitsluitende werking uit.  Voor de jongeren uit de “focusgroups” blijkt dat leeftijd voor hen een belangrijk kenmerk is voor iemand die wordt gerekend tot de ‘wij’ groep, wanneer het om straattaal gaat. Straattaal verbindt jongeren van een bepaalde leeftijd met elkaar en sluit andere jongeren weer uit. Deze functie draagt bij tot het vormen van een sociale identiteit, omdat leeftijdgenoten elkaar vinden in deze gedeelde mening over straattaal.

Een andere reden waarom straattaal leeftijdsgebonden is, omdat leeftijdsgenoten zich bevinden op hetzelfde ‘niveau’, waardoor je met hen straattaal kunt spreken. Het zijn immers leeftijdsgenoten.  Daarom praten jongeren thuis ‘gewoon netjes’. Dit heeft te maken met respect. Ouders en leerkrachten zijn namelijk van een  ‘hoger niveau’ en daarom praten jongeren daar beleefd tegen.

Samenvatting:

Jongeren zijn zeer beïnvloedbaar door leeftijdsgenoten. Ze willen deel uitmaken van een groep en daarvoor doen ze anderen na. Een groep heeft een verbindende werking en een uitsluitende werking.

De  reden waarom jongeren alleen onderling straattaal spreken is omdat ze voor ouderen respect hebben en daarom netjes tegen hun praten.

Maar het zijn niet altijd alleen maar  jongeren.  Er zijn ook oudere mensen  die vaak straattaal spreken, omdat ze nog niet volwassen willen doen. Het is dus informeel taalgebruik. Het feit dat het informeel is blijkt ook uit de gemiddelde leeftijd van een straattaalspreker, die is namelijk zestien à zeventien jaar oud. Dit alles duidt op het feit dat straattaal leeftijdsgebonden is.

Is de ontwikkeling van straattaal afhankelijk van subculturen/vriendengroepen?

Voor het antwoord op deze vraag moeten we helemaal terug gaan naar het ontstaan van de subculturen.

Het ontstaan

Het begin van het verschijnsel jongerentaal vond zijn oorsprong rond het jaar 1960. Voor die tijd gingen de meeste kinderen gelijk na de basisschool werken, omdat het toen nog niet verplicht was om verder te leren.  Dus je werd van het ene op het andere jaar volwassen.

Toen in 1960 het voortgezet onderwijs verplicht was worden, zorgde dit voor de opmars van de jongeren. Als gevolg van het feit dat jongeren langer doorleerden, kwam er een tussenfase tussen de bassischooltijd en de volwassenheid. In die tussenfase kwamen jongeren meer met elkaar in aanraking. Ze kregen in die tijd de gelegenheid om samen met andere jongeren van deze levensperiode te genieten. Er vormden zich stromingen binnen de jongerencultuur. De ‘leden’ trokken met elkaar op en vormden groepen. De groepen ontwikkelden zich richting een bepaalde culturele richting. Ze gingen bijvoorbeeld hun eigen taal, kleding-, haar- en muziekstijl ontwikkelen. Ze  wilden zich onderscheiden van de rest.  Er ontstonden verschillende groepen jongeren, en dus ook de eerste jongerenculturen.

Naast het feit dat de jongerenculturen zich gingen uiten in hun uiterlijk en muziek gingen ze zich ook uiten door middel van hun eigen mening en visie over het leven en de politiek.

Een eigen taal

De subculturen/jongerenculturen hadden allemaal hun eigen soort taal bedacht. Het creëert een band tussen de personen die de taal spreken. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Hippies:        Zij introduceerden het begrip “flowerpower”. Het begrip                         flowerpower houdt in dat ze  zich verzetten tegen de                                    materialistische en kapitalistische maatschappij. De                            hippies hadden een eigen manier van spreken ontwikkeld                        die vooral erg traag en “relaxed” was;
  • Kakkers:       De kakkers introduceerden begrippen en zinnen zoals:                              “lullo” en “nog geneukt?” die erg populair werden.                                       Kakkers woeden vaak in verband gebracht met Het Gooi                       en de uitspraak van “de Gooise r”. Naast de uitspraak  en woorden                                 waarmee  ze zich identificeerden hadden ze  ook afkortingen van woorden                        zoals: “pedo” en “alto”, die ze vaak gebruikten;
  • Skaters:        Zij hadden en veel Engelse woorden in hun taal, zo hadden veel trucjes een                   Engelse naam zoals: “kickflip” en “grinden”. Skaters spraken over het                                        algemeen platter dan  het Algemeen Beschaafd                                                                           Nederlands;
  • Hiphoppers: Ze waren erg creatief met taal. Ze gaven elkaar                                       bijnamen  aan de hand van  de eigenschappen van de                               ander. Ze hadden nogal een grove taal afkomstig                                uit raps, bijvoorbeeld het woord “chickies”.

De verschillende subculturen hadden dus elk een eigen manier van spreken en een eigen vocabulaire, afhankelijk van welke subcultuur de jongeren deel van uitmaakten. Al die nieuwe culturen brachten ook nieuwe dialecten naar het Nederlands, die samen de jongerentaal vormden. Deze jongerentaal heeft een aantal kenmerkende aspecten:

  • Afkortingen:  Zijn het resultaat van het afkorten van woorden. Afkortingen zijn                                    bijvoorbeeld woorden die worden beëindigd door de letter o, zoals                               “emo” voor emotioneel, “alto” voor alternatief en “pedo” voor pedofiel.                           Afkortingen zorgen `voor een manier waarop jongeren makkelijker en kort                      volwassen woorden kunnen gebruiken;
  • Leenwoorden uit andere talen: In Nederland zijn dat vooral woorden uit het Amerikaans                    en Engels. Voorbeelden daarvan zijn “Shit”, “Fuck” en “Cool”. Deze                                    woorden worden meestal gebruikt om iets te versterken of om mee te                    schelden. Ook vertalen we vanuit andere talen naar het Nederlands. Een                        voorbeeld hiervan is “See you later”. In de Nederlandse straattaal is dit                       terug te vinden als “Zie je later”. Aan sommige woorden die we hebben                        overgenomen geven we een andere betekenis. Het woord “vet” is het                          Engelse woordje voor dierenarts, maar heeft in het Nederlands een nieuwe                 betekenis gekregen;
  • Grammaticale fouten: In de straattaal worden vaak fouten gemaakt. Soms expres en                         soms ook niet. Vaak is dat met de keuze van werkwoorden en aanwijzende                      voornaamwoorden. Een van de bekendste voorbeelden is dat ze vaak                                “hebben” als werkwoord gebruiken in plaats van “zijn”. Een ander                             voorbeeld is het gebruik van “die” in plaats van “dat”;
  • Versterkende woorden: Deze woorden maken deel uit van de algemene taal van                                 jongeren. Ze laten iets interessanter klinken of om indruk te maken op                             anderen. De leenwoorden die eerder zijn genoemd zijn hier een voorbeeld                    van. Enkele Nederlandse versterkende woorden zijn: “super”, “kapot”,                             “gaaf”, “cool” en “top”.

Taal als identiteit

Jongeren gebruiken vaak straattaal. Daar zijn verschillende redenen voor. Twee van die redenen zijn hieronder te zien:

  • Ze willen laten zien dat ze jongeren zijn, want ze willen zich onderscheiden van de kinderen en de volwassenen;
  • Ze willen ook laten zien dat ze bij een bepaalde groep horen.

Kortom, ze gebruiken het eigenlijk dus om hun identiteit  ermee uit te drukken, net zoals ze dat willen laten zien met hun kleding-, haar- en muziekstijl of hun visie op de politiek en het leven.

Naast dat straattaal wordt gebruikt om zich te uiten, creëert het ook een band tussen de personen die de taal spreken en sluit het de mensen die het niet spreken buiten. Straattaal geeft dus de cultuur van een groep aan.

Veel jongeren gebruiken ook straattaal omdat ze het Nederlands van vandaag de dag te gewoon en te saai vinden, en daarom verzinnen ze ook elke keer steeds weer nieuwe woorden, zodat het een soort geheimtaal wordt. Jongeren gebruiken het ook voor een andere reden. Ze gebruiken het namelijk ook omdat niemand anders het gebruikt, en als de verzonnen worden niet echt meer exclusief zijn, dan verzinnen ze gewoon weer nieuwe woorden, want anders is het niet leuk meer. Dit is één van de redenen waardoor er zoveel verschillende soorten straattaal zijn. Het is dus een beetje spelen met taal, en elke groep doet dat op zijn eigen manier.

Straattaal in beweging

Door de tijd heen verdwijnen er subculturen en ontstaan er nieuwe, waardoor er ook steeds woorden verdwijnen en er nieuwe woorden ontstaan. Als je vandaag de dag tegen iemand “saggo” zou zeggen, dan zullen ze je waarschijnlijk gek aankijken. Ze hebben er namelijk waarschijnlijk nog nooit van gehoord, omdat door de tijd heen woorden in verval raken.  Over vijftig  jaar zullen ze waarschijnlijk eveneens gek op kijken als je ineens met het woord “gabber” komt. Straattaal verandert dus voortdurend oftewel het gaat met zijn tijd mee.

Samenvatting:

Door de komst van het voortgezet onderwijs zijn er subculturen ontstaan. De subculturen gingen zich op verschillende manieren uiten, mede door een eigen taal te ontwikkelen. Hun taal verschilt in uitspraak, afkortingen en begrippen. Al de nieuwe subculturen brachten nieuwe dialecten naar het Nederlands, die samen de jongerentaal vormden. De jongerentaal van nu heeft een aantal kenmerkende aspecten. Er wordt gebruik gemaakt van afkortingen, van leenwoorden, van grammaticale fouten en versterkende woorden. Jongeren gebruiken straattaal, omdat ze willen laten zien dat ze jongeren zijn en bij een bepaalde groep horen. Zo drukken ze hun identiteit dus uit. Daarnaast verandert straattaal zich voortdurend, omdat er nieuwe subculturen ontstaan en er oude verdwijnen. Dus straattaal is inderdaad afhankelijk van subculturen.

 

  1.  

Hebben religie en de omgeving (platteland en stad) invloed op de ontwikkeling van straattaal?

Het is bekend dat straattaal in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag wordt gesproken, maar de taal verschilt per stad.

Er is niet één straattaal. Je zegt namelijk niet dat is dé straattaal, er zijn verschillen tussen steden en soms zelfs tussen wijken.

Sommige mensen categoriseren ‘straattaal’ als een Nederlands sociolect, dat  wil zeggen dat het een soort van groepstaal/streektaal is. Straattaal is volgens hen een dialect, omdat het in een specifieke regio wordt gesproken, namelijk  de sprekers ervan zijn opgegroeid of geboren in de grote steden in de randstand; het is een sociolect omdat deze verscheidenheid gebruikt wordt door jongeren.

De verschillen in straattaal tussen wijken of binnen één stad.

In een wijk is het van belang in welke sociale klasse de mensen zich bevinden. Al woon je in een wijk met mensen, die zich bevinden in de hoge klasse, dan wordt er weinig tot geen straattaal gesproken. Straattaal wordt namelijk vooral gesproken door de lage sociale klasse. Helaas is dat vaak een achterbuurt, want daar woont voornamelijk de lagere sociale klasse. Doordat deze jongeren vaak in een achterbuurt wonen, krijgen ze al snel het etiket hangjongeren opgeplakt. Het imago van sommige jongeren wordt met de straattaal nog wel eens geprojecteerd op crimineel gedrag, wangedrag, vrouwelijk- en homo onvriendelijk gedrag. Dit zorgt voor een afkeer door de hogere sociale klasses.

De verschillen door de omgeving hebben deels te maken met wie er in die stad of wijk wonen. Wonen er meer Turken in de stad of wijk dan Surinamers dan zullen er in de straattaal meer Turkse woorden voorkomen. De samenstelling van de wijk is dus belangrijk.

Dr. Jacomine Nortier, universitair hoofddocent bij de afdeling Taalkunde en de opleiding Nederlands geeft nog een reden waarom de samenstelling van een wijk of buurt belangrijk is. De  reden is namelijk dat autochtone jongeren tegen hun allochtone leeftijdsgenoten opkijken en dat zij hen stoer vinden. Een manier om dit imago over te nemen is door op dezelfde manier te praten. Ze kopiëren dus de allochtone jongeren. Er wordt door jongeren dan ook voornamelijk straattaal overgenomen wannneer zij veel in contact komen met allochtone jongeren. Alleen dan kunnen woorden echt geleerd en overgenomen worden. Om deze reden wordt straattaal meestal in vriendengroepen gebruikt.

De oorsprong van bepaalde woorden is ook schoolgebonden: op één school gebruiken scholieren het woord “jimmy” voor ‘suf persoon’, omdat er op die school een niet al te inspirerende Jimmy rondliep.

De samenstelling van de school is ook belangrijk. Op de ene school in Amsterdam-West zitten vooral Marokkanen. De straattaal wordt op die school dus het meest beïnvloed door het Marokkaans, terwijl op een school in Amsterdam-Zuidoost het Surinaams de straattaal het sterkst beïnvloedt.

Uit een onderzoek van René Appel en Rob Schoonen bleek dat vooral scholieren uit de Randstad straattaal spreken, dit was met name in grote steden het geval.  Uit het onderzoek bleek ook dat op een grote plattelandsschool het gebruik van straattaal echter zeer beperkt was. Ze zagen dat straattaal ook in een plaats als Groningen begon door te dringen, maar de weelderige groei en de dynamiek, die bijvoorbeeld wel in Rotterdam en Amsterdam te zien zijn, ontbreken daar echter nog.

De verschillen in straattaal op regionaal, nationaal en internationaal niveau

Op het platteland is er bijna geen straattaal te vinden, dit komt waarschijnlijk doordat er een kleine concentratie aan jongeren is in vergelijking met de steden. Doordat er weinig jongeren op het platteland zijn, zijn er ook minder jongeren uit de lage sociale klasse en dus ook minder migranten. Een andere reden kan zijn dat het platteland nogal geïsoleerd ligt, vergeleken met de grote steden en dat daarom op het platteland minder straattaal wordt gesproken.

De verschillen tussen steden, komt ook door de afkomst van de inwoners in de stad. In Amsterdam wonen meer Surinamers dan bijvoorbeeld Turken, waardoor het Turks minder tot straattaal zal doordringen dan het Surinaams.

Met de omgeving bedoelen we ook het dialect dat de mensen in je omgeving spreken. De straattaal is in Amsterdam een combinatie van het Amsterdamse dialect, Surinaams, Engels, Turks, Marokkaans, Arabisch, Antilliaans en het Nederlands. Maar in Vlaanderen is de Antwerpse straattaal een combinatie van het Antwerps dialect, Marokkaans, Berbers, Frans en het Amerikaanse Engels.

Je ziet dus dat je omgeving bepaalt uit welke woorden de straattaal van die streek bestaat en met welk dialect het wordt gesproken.

Naast dat er verschillen zijn tussen de steden, wijken en regio’s zijn er natuurlijk ook verschillen tussen landen. Een goed voorbeeld hiervan is hierboven genoemd. De straattaal in België verschilt weer totaal van de Nederlandse straattaal. De Belgische straattaal is een combinatie van totaal andere talen dan de Nederlands straattaal. Daarnaast verschillen de verschillende dialecten ook.

Religie:

Ik heb een enquête uitgevoerd over straattaal onder 132 deelnemers met verschillende religies en de gegevens in de volgende cirkeldiagrammen verwerkt. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is 16,6 jaar.

Als we de gegevens  van de cirkeldiagrammen met elkaar vergelijken, blijkt dat de deelnemers die christelijk zijn het minst straattaal praten gevolgd door niet-gelovigen en als laatste moslims, waarbij 51,4% van de deelnemers veel straattaal sprak. Het valt erg op dat moslims veel meer straattaal praten dan de mensen van andere religies. Uit deze gegevens kun je dus vaststellen dat christelijke jongeren een stuk minder straattaal praten in vergelijking met jongeren die nergens in geloven en dat de moslimjongeren  het meest straattaal praten. Hieruit kun je de conclusie trekken dat het geloof uitmaakt hoe vaak je straattaal praat en hoe groot je straattaal woordenschat is.

17

Aan het onderzoek met de enquête zijn echter ook een paar nadelen, want je weet niet welke factoren nog meer hebben meegespeeld met het feit dat uit de enquête blijkt dat moslims meer straattaal praten dan anderen. Enkele van die factoren zijn afkomst, de samenstelling van de wijk en in welke sociale klasse het gezin zich bevindt. Om er voor te zorgen dat deze enquête in het vervolg betrouwbaarder is zou ik de factoren moeten elimineren en de enquête door een veel groter aantal jongeren laten invullen.

Uit de uitlag van de  enquête blijkt dus dat moslims meer straattaal kennen en er aan doen in vergelijking met anderen, maar dat wil niet zeggen dat ze helpen bij de verbreiding van straattaal. Een voorbeeld waarbij dit echter wel het geval is, is de Bijbel in straattaal. Deze Bijbel is vertaald door Dominee Daniël de Wolf. Zijn doel met deze Bijbel is om een mogelijkheid voor de jongeren te bieden om de moeilijke kwesties van het geloof beter te begrijpen, en zich er ook meer in te herkennen en zich meer aangesproken te voelen. Naast het feit dat het het christendom verbreidt, verbreidt het ook de straattaal. De Bijbel zorgt namelijk voor veel aandacht onder jongeren voor de Bijbel in straattaal.  Veel jongeren vinden het interessant en grappig dat de Bijbel in straattaal is vertaald. Sommige jongeren gaan de Bijbel in straattaal lezen en komen woorden tegen uit de straattaal die ze nog niet  kennen. Ze gaan dan de betekenis opzoeken of ze kunnen de betekenis opmaken met behulp van hun Bijbelkennis. Op deze manier verspreidt straattaal zich dus ook.

Samenvatting:

De omgeving heeft invloed op straattaal. Dit hangt van verschillende factoren af, zoals de samenstelling van de wijk of van de school waar je op  zit, in welke streek/land je woont en of je in de stad of op het platteland woont. Zo praten mensen op het platteland bijna geen straattaal en jongeren in de randstad juist heel veel.

Met de samenstelling bedoelen we van welke afkomst mensen zijn en in welke sociale klasse ze zich bevinden. Zo zijn er op een school waar veel Marokkanen zitten meer Marokkaanse invloeden terug te vinden in de straattaal.

Dat straattaal afhangt in welke streek/land je woont hangt af van de welke talen er een grote rol spelen in dat gebied en wat het dialect van de streek is. Dit heeft namelijk ook invloed op de ontwikkeling van straattaal.

Religie heeft ook invloed op straattaal. Een voorbeeld hiervan is de Bijbel in straattaal. Een reden daarvoor is, is dat jongeren het interessant of grappig vinden. Er komt dus meer aandacht voor straattaal. Sommigen gaan het ook lezen en vergroten zo hun straattaal-woordenschat.

Dragen evenementen/actualiteiten/kunstuitingen (bijv. muziek, graffiti, films, reclame en gedichten) bij aan de vorming van (nieuwe) straattaalwoorden en de verbreiding ervan?

Muziek

Er zijn best wel wat liedjes waarin straattaal voorkomt. Straattaal komt echter het meest voor in het muziekgenre “rap”. Voorbeelden van straattaal in rapmuziek zijn de liedjes van De Jeugd van Tegenwoordig en de Nederlandse rapper Def Rhymz.  Def Rhymz scoorde een hit  met het nummer “Doekoe”.Hieronder zie je een gedeelte van het liedje “Ik ben niet te stoppe” van deze rapper:

deze beat is echt rauw, deze beat is echt lauw, deze beat is echt asjemenauw

deze beat is echt siekie, siekie, siekie, siekie, tikkie!!!!!

deze beat is echt tranga,echt tranga zo tranga als mijn je weet wel.

deze beat is echt dope, zo dope, wil je deze beat hebben? KOOP!

deze beat is echt vet, ik kan me niet rustig houden want het liedje maakt me GEEEEEEEKKKK!!!

Je ziet dat er sommige woorden geel zijn gearceerd, dit zijn woorden die afkomstig zijn uit de straattaal.

Graffiti

Een voorbeeld van straattaal in graffiti is te zien in de afbeelding hiernaast. Je ziet hier het woord real staan. Real is een woord afkomstig uit het Engels en is in straattaal opgenomen. Het woord real betekent in straattaal goed of cool.

Zoals je ziet is er maar één woord afgebeeld, graffiti bestaat namelijk meestal uit één woord, het zijn eigenlijk een soort kreten.

 

 

 

 

gedichten

Straattaal vindt je zelfs terug in gedichten, zoals hieronder is te zien. Naast het gedicht  Sr op de volgende pagina staat de vertaling, zodat je weet wat er allemaal gezegd wordt. Door het gebruik van straattaal, kun je dus dingen vertellen door middel van een gedicht. Zonder het gebruik van straattaalwoorden zou dit gedicht helemaal niet rijmen. Dus de woorden hebben hier ook een bepaald nuttig effect.

 

ik dacht nooit aan morge main.                               Ik dacht nooit aan morgen man.

Vandaag duurde al lang met al die shit.                   Het duurde vandaag al lang genoeg met                                                                            al die rotzooi.

Ik ben geen softy chickie main                                 ik ben geen bange meid man.

van een beetje ruzie zie ik niet wit.                          Van een beetje ruzie word ik niet bang.

 

 

word vaak genoeg in mijn face gesmackt.                           Word vaak genoeg in mijn gezicht geslagen.

Omdat ik de aandacht van players trek.                  Omdat ik de aandacht van players trek

Het leven is ook focking lauw JWZ.                          Het leven is ook te gek, je weet zelf.

Maar ik speel hard to get.                                        Maar ik doe het moeilijk

 

Voor de 1 ben ik een dushi.                                      Voor de één ben ik een schatje.

De andere brada vind me een pussy.                       De andere broer vindt me een                                                                                            mietje/watje.

Maar voor mij is dat no spang.`                               Dat is voor mij niet spannend.

De aandacht daar geniet ik van.                               De aandacht, daar geniet ik van.

 

Ik fake alles doe als of alles flex is                           Ik doe net alsof alles goed is.

Check me leven main. This wat het is.                     Kijk naar me leven man. Dit is het.

easy to pimp and play                                               makkelijk te versieren en te spelen.

je weet toch het leven zit niet mee.                         Je weet toch dat het leven niet mee zit.

 

Televisie/internet

Verschillende media verspreiden straattaal en beïnvloeden het. Tegelijkertijd geven zij een hint wat betreft de interesses  van de sprekers. Tenslotte hebben televisieseries en artiesten weinig belang bij het gebruik van straattaal als tot hun doelgroep geen jongeren behoren. Dus als het op de televisie over straattaal gaat, dan is de doelgroep bijna altijd jongeren. Straattaal kom je ook af en toe op de televisie tegen en regelmatig op het internet. Maar ook in films. Eén van die films is Tjotsie. Tjotsie betekent gangster. Maar naast films zijn er ook enkele programma’s waarin straattaal voorkomt, hieronder zijn er een paar opgesomd:

  • Lingo, daar deden ze een keer een aflevering in het thema straattaal. Er werden toen alleen maar woorden uit het straattaal gevraagd;
  • Groot dictee der Nederlandse straattaal;
  • Popoz, dat is een komedie serie op FOX. Er komt straattaal in voor, grove humor en geweld. Dit vinden jongeren erg aantrekkelijk. Hierdoor ontstaat er een grotere kans dat jongeren woorden gaan overnemen.

Een voorbeeld van een evenement is “De Avond van de Straat”  die  24 september 2006 werd gehouden, die in het teken stond van straattaal. Enkele onderdelen daarvan worden hierboven genoemd, zoals Lingo met als thema straattaal en het Groot dictee der Nederlandse straattaal.

Maar straattaal komt ook voor in reclames van onder andere Douwe Egberts en Pepsi Cola. In de reclame van Douwe Egberts praten twee omaatjes in straattaal tegen elkaar en dit zorgt voor een  komisch effect, waardoor jongeren het na gaan doen of ze laten het aan vrienden zien.

Je vindt straattaal zelfs terug in het onderwijs. Op schooltv is er namelijk zelfs een hele pagina aan gewijd. De pagina is gemaakt voor het vak Nederlands. Er wordt hier uitgelegd wat straattaal is, wat het zegt over iemands taalbeheersing, waarom iemand het spreekt en hoe je het herkent.

Het nieuws:

Het nieuws heeft ook invloed op de ontwikkeling van straattaal. Het nieuws laat zo nu en dan haar mening over straattaal horen. Zo wordt er beweert dat straattaal zorgt voor een slechte beheersing van de Nederlandse taal. Terwijl een ander beweert dat het een verrijking is, omdat jongeren creatief met  hun taalgebruik omgaan. Als er door een voorval een discussie ontstaat over straattaal, dan wekt dit de interesse van jongeren. Er gaat dan dus meer interesse uit naar straattaal en dat kan zorgen voor een verspreiding van straattaal.

Het nieuws maakt jongeren soms nieuwsgierig. Bijvoorbeeld toen in het nieuws kwam dat de Bijbel in straattaal uitkwam vonden veel jongeren het interessant en maakte het ze nieuwsgierig naar hoe het er uit zou zien. Maar het nieuws vermaakt de jongeren ook, als er een grappige situatie optreedt dat te maken heeft met straattaal, dan nemen jongeren vaak de woorden over, die in die situatie zijn voorgekomen.

Ook als er straattaal in het nieuws in verband wordt gebracht met geweld en agressiviteit dan nemen jongeren dit over, dit zijn vooral jongens. Ze gaan in straattaal met elkaar praten, omdat ze stoer willen doen. Ze doen aan machogedrag. Ze gebruiken straattaal om mensen te intimideren, dit doen ze omdat ze gezag en macht willen hebben.

Verkiezingen:

Ook tijdens de verkiezingen duikt straattaal op. Voor de verkiezingen had het CDA in Zevenaar haar verkiezingsprogramma  vertaald naar straattaal. Ze deed dit om jongeren aan te spreken. De aanleiding hiervoor was een scholierendebat.

Samenvatting:

Straattaal uit zich op veel verschillende manieren. Het is terug te vinden in de muziek met name in de rap, in gedichten, op televisie en internet. Het is zelfs op de straatmuren geverfd en op het nieuws of we  gebruiken het tijdens de verkiezingen.

Straattaal is terug te vinden op de televisie in reclames, maar ook in films en programma’s, die worden uitgezonden. Als er op de televisie iets over straattaal gaat is de doelgroep bijna altijd jongeren.

Als straattaal er aandacht voor straattaal in de media komt, wekt dit de interesse van veel jongeren. Ze gaan zich er meer mee bezighouden, wat de ontwikkeling en verspreiding van straattaal bevordert.

 

 

 

Wordt de straattaal verbreid door (social) media?

Social media is een belangrijk hulpmiddel om snel en makkelijk dingen aan de orde van de dag te stellen. Het is een communicatiemiddel. Je communiceert via social media met je vrienden, kennissen en familie. Tegenwoordig hoef je maar een tweet te plaatsen en al je vrienden weten het. Mensen zijn veel sneller van alles op de hoogte vergeleken met vroeger. Vandaag de dag is social media de snelste manier om nieuws te verspreiden.

Naast dat social media ervoor zorgt dat het nieuws sneller gaat, zorgt het er ook voor dat het bereik van het nieuws veel groter is vergeleken met vroeger. Het komt nu namelijk bij veel meer mensen aan, waarna die het soms weer door sturen.

Een voorbeeld is van het bedrijf KLM. Een klant vroeg hulp aan bij KLM hoe hij het beste een reis kon boeken. In zijn vraag om hulp gebruikte hij straattaal. De KLM-medewerker antwoordde terug met het gebruik van straattaal. Dit ging toen snel facebook over en kreeg veel bekendheid.

Straattaal spreek je niet alleen, maar je schrijft het soms ook. De technologie heeft, in de vorm van computers, mobiele telefoons en – meer recent- tablets, bijgedragen aan de ontwikkeling van geschreven straattaal. Het begon ooit met sms en MSN Messenger en inmiddels zijn deze vervangen door Whatsapp en Facebook Messenger.

Dagelijks gebruik:

Jongeren zetten vaak berichten op social media en dat is dan voor al hun vrienden te zien. Sommigen praten straattaal en schrijven dit ook. Sommigen gebruiken het ook in hun berichten. Het bericht is voor alle vrienden te zien. Zo neemt een kleine groep kennis van straattaal. Het verspreidt zich op deze manier wel, maar het heeft een klein effect.

Groepen:

Social media staat vol met groepen. Elke groep is ergens anders van. Je kunt een groep oprichten voor je vereniging, je klas, je vriendengroep, een bepaald onderwerp, maar ook voor mensen met dezelfde interesses. Op social media vind je ook verscheidene groepen die zich bezig houden met straattaal. Ze zijn niet groot, maar ze zijn er wel. Er zijn groepen voor de Amerikaanse straattaal, maar ook voor de Afrikaanse en Nederlandse. De groepen praten dus over straattaal. Leden van zulke groepen raken dus steeds meer  met straattaal in contact. In zo’n groep kunnen ze ook onderling nieuwe woorden gaan verzinnen. Als andere mensen kennis nemen van de nieuwe woorden en het uiteindelijk over gaan nemen, kunnen er dus nieuwe woorden in de straattaal worden geïntroduceerd.

Beroemdheden:

Als beroemdheden, zoals 50 Cent, Bill Gates en Barack Obama een bericht op social media zetten, komt dit bij een grote groep mensen terecht. Voor de verspreiding van straattaal spelen voornamelijk rappers, zoals 50 Cent een grote rol. Rappers praten vaak straattaal. Ze gebruiken dit namelijk in hun liedjes, maar ze gebruiken het ook in hun berichten die ze op social media zetten, die  te zien zijn voor al hun fans. Daardoor komt een grote groep mensen in aanraking met straattaal of nieuwe straattaalwoorden. Fans zijn geneigd om hun idolen na te doen, dit zorgt dus voor een verspreiding van straattaal. Het gaat om hetzelfde principe als in het dagelijks gebruik, alleen komt dit bij een veel grotere groep terecht en heeft dus ook een groter effect.

Nieuwe woorden ontstaan:

Doordat er verschillende soorten social media zijn en  jongeren dagelijks over social media praten, verzinnen zie hier nieuwe woorden voor. Ze bedenken allemaal namen en termen voor verschillende situaties, die je tegenkomt op social media. Voorbeelden van woorden die bedacht zijn voor veelvoorkomende situaties op facebook of er mee in verband zijn:

  • Facebookaholic: iemand die aan facebook verslaafd is;
  • Facebook aids: als een update van facebook voor foutenmeldingen veroorzaakt en ervoor zorgt dat het programma crasht;
  • Facebook Abuser: iemand die te veel commentaar geeft, chat of dingen “liked’ op facebook.

Doordat ook social media constant in ontwikkeling is, ontstaan er ook nieuwe situaties, waarvoor nieuwe woorden voor worden bedacht en gebruikt, terwijl andere woorden weer in verval raken. Je kunt het zien als een vicieuze cirkel. Het proces is constant in gang. Social media ontwikkelt zich, terwijl oude woorden in verval raken. Voor de nieuwe en oude situaties moeten weer nieuwe termen en woorden worden bedacht.

Samenvatting:

Social media is een belangrijk hulpmiddel. Het zorgt ervoor dat we op een makkelijke manier snel dingen met elkaar kunnen delen. Dankzij social media komt het nieuws bij veel meer mensen terecht in vergelijking met vroeger. Straattaal wordt op verschillende manieren op social media verspreid. In het dagelijks leven in groepen, maar ook door beroemdheden. In het dagelijks leven en bij beroemdheden gaat het vooral over de verspreiding van straattaal, terwijl in groepen er ook een kans is op het ontstaan van nieuwe woorden. Naast dat social media een hulpmiddel is voor de verspreiding van nieuwe woorden, is social media op zich ook straattaal geworden. Er zijn namelijk in straattaal woorden bedacht die veelvoorkomende situaties op social media beschrijven.

 

 

 

 

 

Eindconclusie:

De factoren die bijdragen aan de ontwikkeling en het gebruik van straattaal zijn hieronder opgesomd:

  1. Het opleidingsniveau en de opvoeding hebben invloed op het gebruik en de ontwikkeling van straattaal, want vooral mensen in de lagere sociale klasse spreken straattaal en de opvoeding heef ook invloed op het gebruik van straattaal, maar wat eigenlijk meer uitmaakt dan het opleidingsniveau is je nationaliteit

 

  1. Straattaal is leeftijdsgebonden, want een onderzoek van René Appel wijst uit dat de gemiddelde straattaalspreker zestien à zeventien jaar oud is. Daarnaast heeft het ook te maken met respect voor ouderen, want tegen ouderen praten jongeren netjes en beleefd en tegen hun leeftijdsgenoten niet. Alleen sommige oudere mensen praten straattaal, omdat ze nog niet volwassen willen doen, maar dit alles wijst op het feit dat het straattaal van een jonge leeftijdsgroep is en daarom is het dus leeftijdsgebonden.

 

  1. Straattaal is afhankelijk van subculturen/vriendengroepen, want de invoering van het secundair onderwijs heeft ervoor gezorgd dat jongeren meer met elkaar optrokken. De jongeren gingen verschillende groepen vormen en wilden zich van elkaar onderscheiden, dit was en is ook nog steeds vandaag de dag terug te vinden in hun taal.

 

 

  1. Religie en de omgeving hebben invloed op de ontwikkeling van straattaal. Bij de omgeving is vooral de samenstelling van de omgeving van belang, zoals in welk land je woont, welk dialect ze er spreken en wie er allemaal in de stad/wijk wonen en wat de samenstelling van de school is. Naast de omgeving heeft ook religie invloed op straattaal, de enquête wees immers uit dat moslims het  meest van straattaal afwisten en er gebruik van maakten, ook de Bijbel in straattaal zorgt voor een verbreiding van straattaal.

 

  1. Evenementen, actualiteiten en kunstuitingen dragen bij aan de ontwikkeling. In de tekst heb ik enkele voorbeelden hiervan geven, zoals de De Avond van de Straat, gedichten, de verkiezingen en het nieuws.

 

 

 

 

  1. Straattaal wordt verbreidt door social media. Je vindt het overal terug op social media. Je ziet het terug bij beroemdheden, in het dagelijks gebruik en in groepen dat mensen straattaalwoorden van elkaar overnemen. Daarnaast zijn er zelfs straattaalwoorden ontstaan voor bepaalde situaties die voorkomen bij social media.

Vervolgonderzoek:

Als ik een vervolgonderzoek zou uitvoeren, dan zou ik net zoals ik eerder zei bij de deelvraag over religie, dat als ik de enquête over religie en straattaal bij jongeren over zou doen, ik dan zou proberen enkele factoren die invloed kunnen hebben op het resultaat te elimineren en de enquête door een groter aantal jongeren laten invullen van verschillende religies en niet-gelovigen jongeren. Hierdoor wordt het resultaat betrouwbaarder.

Als ik het bovenstaande onderzoek heb overgedaan, zou ik gaan onderzoeken waardoor de verschillen komen van het onderzoek en deze te proberen te verklaren. Ik zou als eerste kijken in welke talen deze religies worden  gesproken.

 

 

Bronnen:

Hebben het opleidingsniveau  en de opvoeding invloed op de ontwikkeling van en het gebruik van straattaal?

Drs. T. de Vos van der Hoeven

‘De kracht van een compliment’

< http://www.opvoedadvies.nl/compliment.htm >

(geen datum weergeven)

 

Sonja

‘Welke invloed heeft straattaal op het Nederlands?’

< http://www.scholieren.com/beschouwing/23026 >

7 oktober 2005

 

Anoniem

‘Straattaal’

< http://neon.niederlandistik.fu-berlin.de/nl/nedling/langvar/straattaal >

(geen datum weergeven

 

Maartje vd Heuvel en Roos vd Ven

‘Wat is straattaal?’

< http://pwsstraattaal.webklik.nl/page/wat-is-straattaal- >

(geen datum weergeven)

 

 

 

Ditty Eimers

‘Die batty gaan we dissen’

< http://dittyeimers.nl/onderwerpen/opvoeding/126-straatcultuur >

Oktober 2010

 

 

 

Vindt de vorming van straattaal plaats binnen een bepaalde leeftijdsgroep of is het niet leeftijdsgebonden?

Maartje vd Heuvel & Rroos vd Ven

‘Wie spreken er straattaal?’

< http://pwsstraattaal.webklik.nl/page/wie-spreken-straattaal- >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘Staattaal woordenboek’

< http://straattaal.com/straattaal-woordenboek/ >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘Wie gebruiken er straattaal?’

< http://onderzoeknaarstraattaal.weebly.com/wie-gebruiken-straattaal.html >

(geen datum weergeven)

 

Shantie Ramlal-Jagmohansingh

‘Straattaal is ook Nederlands, dus keur het niet snobistisch af’

< http://www.volkskrant.nl/leven/straattaal-is-ook-nederlands-dus-keur-het-niet-snobistisch-af~a3342861/ >

5 november 2012

 

 

Is de ontwikkeling van straattaal afhankelijk van subculturen/vriendengroepen?

Anoniem

‘Waaraan kun je jongerenculturen herkennen?’

< http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal-cultureel/78563-waaraan-kun-je-jongerenculturen-herkennen.html >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘Kleding en taal binnen de subcultuur hiphop’

< http://artikelen.foobie.nl/samenleving/kleding-en-taal-binnen-de-subcultuur-hiphop/ >

(geen datum weergeven)

 

crazygirlzzz

 ‘Skaters’

< http://www.scholieren.com/werkstuk/31460 >

28 augustus 2006

 

Anoniem

‘Straattaal’

< http://fries.argumentum.nl/straattaal.htm >

(geen datum weergeven)

 

 

 

 

Mieke Zijlmans

‘Straattaal is onze geheime code’

< http://taalschrift.org/editie/70/straattaal-onze-geheime-code >

8 april 2010

 

Jolanda van den Braak

‘Het verschijnsel straattaal: een verkenning’

< http://www.idalium.eu/index_bestanden/Page919.htm >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘Deelvraag 2: waarom gebruiken jongeren een andere taal?’

< http://jongerentaal.webklik.nl/page/deelvraag-2 >

(geen datum weergeven)

 

Pleun

‘Groepstalen’

< http://www.scholieren.com/werkstuk/7890 >

2 februari 2003

 

Leonie Cornips & Vincent de Rooij

‘Straattaal of het Nederlands van de toekomst’

< http://www.kennislink.nl/publicaties/straattaal-of-het-nederlands-van-de-toekomst >

6 september 2007

 

 

Laura Siegers

“Straattaal: ‘Praat gewoon hoe je bent’”

< http://dare.uva.nl/cgi/arno/show.cgi?fid=214400 >

Februari 2011

 

 

Hebben religie en de omgeving (platteland en stad) invloed op de ontwikkeling van straattaal?

Nicole van der Sijs

‘Taal in stad en land’

< http://www.kennislink.nl/publicaties/taal-in-stad-en-land >

4 april 2007

 

Anoniem

‘Straattaal’

< http://straattaal.com/ >

(geen datum weergeven)

 

Daniel de Wolf

 ‘De torrie van Mattie, het evangelie van Mattëus in straattaal’

< http://www.protestantsamsterdam.nl/actueel/kerk-in-mokum6/1312-de-torrie-van-mattie,-het-evangelie-van-matt%C3%ABus-in-straattaal.html >

December 2012

 

Anoniem

‘straattaal’

< http://www.vermeulenbrauckman.nl/projectarchief/17-projecten-2011/20-project4 >

(geen datum weergeven)

 

 

 

 

Mathilde Jansen

‘Jongerentaal’

< http://www.kennislink.nl/publicaties/jongerentaal >

10 oktober 2007

 

Anoniem

‘Straattaal’

< http://www.meertens.knaw.nl/profielwerkstukken/straattaal.html >

(geen datum weergeven)

 

Réne Appel & Rob Schoonen

‘Hé sma, warr gha jai?’

< http://www.kennislink.nl/publicaties/ha-c-sma-warr-gha-jai >

13 mei 2007

 

Leonie Cornips

‘Autochtone en allochtone jongeren: jongerentaal’

< www.meertens.knaw.nl/respons/0505.leonie.pdf >

(geen datum weergeven)

 

Tom Koole, Jacomine Nortier, Bert ahitu

‘Vijfde sociolinguïstische conferentie’

<http://books.google.nl/books?id=1RX8HavanVwC&pg=PA98&dq=straattaal+regio&hl=nl&sa=X&ei=zlOEVOq_Oob2OvWNgPAF&ved=0CCIQ6AEwAA#v=onepage&q&f=false >

2006

 

 

 

 

Anoniem

‘Jongeren- en straattaal’

< http://www.idalium.eu/index_bestanden/Page442.htm >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘Stadstaal en dialecten’

< http://www.idalium.eu/index_bestanden/Page447.htm >

(geen datum weergeven)

 

Henk Hendriks

‘Straattaal’

< http://home.dekrant-info.nl/minikul/20250-straattaal.html >

8 december 2009

 

Anouchka van Breugel

‘Ewa, waar is die meisje?’

<file:///C:/Users/Sjoerd/Downloads/Anouchka%20van%20Breugel%203669696%20eindwerkstuk%20definitief%20met%20bijlagen.pdf >

1 april 2014

 

 

Dragen evenementen/actualiteiten/kunstuitingen (bijv. muziek, graffiti, films, reclame en gedichten) bij aan de vorming van (nieuwe) straattaalwoorden en de verbreiding ervan?

“Pepsi trekt ‘racistisch’ reclamefilmpje terug”

< http://nieuws.thepostonline.nl/2013/05/02/pepsi-trekt-racistisch-reclamefilmpje-terug/ >

2 mei 2013

 

‘Heeft straattaal een invloed op muziek, advertenties en reclame?’

< http://pwsstraattaal.webklik.nl/page/heeft-straattaal-een-invloed-op-muziek-advertenties-en-reclame- >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘CDA-programma in straattaal: ‘Zevenaarse shit oplossen’’

Je gaat eerst naar < http://www.gldstemt.nl/  > vervolgens ga je naar gemeenten en dan naar Zevenaar, dan zie je tussen de artikelen het artikel staan.

25 februari 20014

 

Anoniem

‘Straattaal centraal op tv-avond BNN’

< http://taalunieversum.org/agenda/847/straattaal_centraal_op_tvavond_bnn/ >

(geen datum weergeven)

 

Anoniem

‘Def Rhyms – ik ben niet te stoppe’

< http://www.songteksten.nl/songteksten/33795/def-rhymz/ik-ben-niet-te-stoppe.htm >

(geen datum weergeven)

Anoniem

‘Straattaal,, het leven main’

< http://www.gedichten-freaks.nl/777147/ >

3 april 2011

 

Shelly Delwel

‘Mattie, de KLM gaat viral!’

< http://www.coopr.nl/blog/mattie-de-klm-gaat-viral >

14 januari 2014

 

Anoniem

‘Straattaal’

< http://www.scholieren.com/opstel/7438 >

18 januari 2003

 

 

 

 

Wordt de straattaal verbreid door (sociale) media?

Anoniem

‘Social Media’

< http://www.social-media.nl/ >

(geen datum weergeven)

 

TVCN

‘Dat is andere taal: straattaal’

< http://www.tvcn.nl/nl/blog/2014/1/30/dat-is-andere-taal-straattaal/ >

30-1-2014

 

Anne Hak

‘Taalwatcher’

< http://www.trajectum.hu.nl/node/10042 >

17-12-2009

 

YoungWorks

‘Wat is …: Swag?’

< http://blog.youngworks.nl/signalen/swag >

25 juli 2011

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.