Eindexamens 2024

Wij helpen je er doorheen ›

Zionisme

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 7354 woorden
  • 13 maart 2002
  • 97 keer beoordeeld
Cijfer 7.2
97 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Nieuw seizoen Studententijd de podcast!

Studenten Joes, Tess en Annemoon zijn terug en bespreken alles wat jij wilt weten over het studentenleven. Ze hebben het onder andere over lentekriebels, studeren, backpacken, porno kijken, datediners, overthinken, break-ups en nog veel meer. Vanaf nu te luisteren via Spotify en andere podcast-apps! 

Luister nu
Inleiding

Motivatie
Dit Profielwerkstuk gaat over de invloed van het Zionisme (= het Joods nationalisme) op het ontstaan van de staat Israël.
Ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat we tijdens de Geschiedenislessen door de jaren heen veel met het thema de Tweede Wereldoorlog hebben gewerkt.
Daarbij had ik vaak het idee dat ik wat miste. Ik kwam nooit echt te weten wat er nou met de Joden ná de oorlog gebeurde.
Daarbij wilde ik eigenlijk ook wel graag weten wat eraan vooraf ging. Door er met mijn Geschiedenis leraar, mr. Bakker, over te praten kreeg ik er een beter idee over.

Op deze manier kwam ik erachter dat het zionisme dus een hele belangrijke rol had gespeeld bij het ontstaan van de staat Israël.
Doordat er ook nog eens veel informatie over te krijgen was, was het onderwerp voor mijn Profielwerkstuk snel gekozen!

Korte voorgeschiedenis
In deze voorgeschiedenis zal ik beginnen met een korte beschrijving over de verspreiding van de Joden over Europa door de eeuwen heen. Te beginnen bij de middeleeuwen.

In de Middeleeuwen bevonden zich al belangrijke Joodse centra in Europa en Duitsland, Noord-Frankrijk, Engeland en Spanje.
In Duitsland, Frankrijk en Engeland leidde een groeiende onrust tot een sterke vervolging van de Joden. In het eerste hoofdstuk komt deze Jodenhaat (antisemitisme) ook aanbod.
In Duitsland waren de Joden nog een tijd lang beschermd door de keizerlijke privileges, maar de prijs voor deze bescherming werd steeds hoger.

Ook in het christelijke Spanje, waar de Joden enige eeuwen van de welvaart hadden genoten, werden zij vanaf 1391 bloedig vervolgd. Anders dan in andere landen probeerden veel Joden in Spanje zich daaraan te onttrekken door zich om te laten “dopen”.
Een deel van hen, de Maranen genoemd, bleef toch in het geheim het jodendom trouw. Tegen deze groep werd juist gestreden. Ook christenen met een Joodse afstamming waren op een gegeven moment niet meer veilig in Spanje.

Vanuit Portugal trokken veel van deze “nieuwe christenen” door naar Zuid-Frankrijk en de havensteden aan de Atlantische Oceaan. Vervolgens naar Antwerpen en vanaf het begin van de 17e eeuw ook naar Nederland...


Ten gevolge van deze rampzalige wending in het lot van de Joodse gemeenschap werd het verlangen naar een verlossing steeds heviger.
Er waren drie belangrijke kenmerken van deze “nieuwe tijd”:
· Het streven naar het verkrijgen van gelijke burgerrechten (emancipatie). Vooral in West-Europa en hier en daar in Centraal-Europa.
· Het streven naar een zó sterk geloofsleven, dat het innerlijke leven een bescherming biedt tegen de harde werkelijkheid (chassidisme).
· Een begin aan de aarzelende gedachte aan herstel door eigen kracht van een nieuw nationaal centrum (= pre-zionisme).

Vanuit deze punten begint dit werkstuk. Ik begin bij het verdere ontstaan en vorm krijgen van dit zionisme.

Hierbij heb ik de volgende Hoofd- en deelvragen gebruikt:

Hoofdvraag: Welke invloed heeft het Zionisme gehad op het ontstaan van de staat Israël?

Deelvraag 1: Wat is het Zionisme en waaruit is het ontstaan?
Deelvraag 2: Wat was de situatie van Palestina vóór en ná de Eerste Wereldoorlog?
Deelvraag 3: In wat voor situatie bevonden Palestina en Europa zich tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Deelvraag 4: Wat was de situatie van de Joden in Palestina en Europa na de Tweede Wereldoorlog?
Deelvraag 5: Hoe werd Israël onafhankelijk?


Verder ben ik niet veel problemen tegengekomen tijdens het maken van dit werkstuk. Af en toe was ik de draad een beetje kwijt... wat hoort waar en wanneer? Maar door me er goed in te verdiepen ben ik er naar mijn idee aardig uitgekomen!

Ik hoop dat het werkstuk voor de lezer ook interessant is om te lezen!

Het zionisme en zijn ontstaan

Om in de jaren ’20 de ontwikkelingen in het Midden-Oosten te kunnen volgen is het nodig om even terug te stappen in de tijd en de opkomst van het zionisme te volgen.

Volgens sommigen is het Zionisme net zo oud als het antisemitisme. Al tijdens de bijbelse Babylonische ballingschap (586-538 v. Chr.) bestaat er al een duidelijk verlangen om terug te keren naar ‘Zion’, het traditionele synoniem voor Jeruzalem en het land Israël.
Het Zionistische idee – van terugkeer naar het land van de bijbelse voorvaderen – komt voort uit het voortdurend verlangen naar het oude vaderland.
Die diepe verbondenheid met het land van Israël is door de eeuwen heen een belangrijk onderdeel van het joodse bestaan geweest. Het zionisme is de politieke uiting van het Joods Nationalisme, het verlangen naar een eigen staart dus
Het is dus goed om te realiseren dat het Zionisme wortelt in een zeer lange traditie, maar dat de term pas uit de vorige eeuw komt.
In de tweede helft van de 19e eeuw staken deze zionistische gedachten dus steeds vaker de kop op.

Ontstaan van Zionisme en het antisemitisme
De emancipatie van de Joden in de 19e eeuw deed velen van hen deelnemen aan de ontwikkeling van wetenschap en kunst. Sommigen namen zelfs een vooraanstaande plaats in de nationale en internationale politiek.
Maar deze vooraanstaande plaats was ook de oorzaak van een nieuwe vorm van Jodenhaat:

het maatschappelijk Antisemitisme.

Deze term is ontleend aan een beweging in Duitsland (de Antisemitistische Liga onder leiding van Wilhelm Marr) die streefde naar afschaffing van de pas verleende gelijke burgerrechten.
De nieuwe vorm betrof nu niet alleen een bestrijding van joden die binnen het joodse godsdienstige verband stonden, maar van iedereen die door afstamming van het joodse volk gerekend kon worden!

Ondanks dus de pogingen om te assimileren werden de joden in Europa steeds vaker geconfronteerd met soms felle vormen van dit antisemitisme.
Doordat ze nu in veel landen geen overheidsfuncties meer mochten vervullen en ook veel andere beroepen voor hen verboden waren, kwamen ze veelal terecht in de financiële dienstverlening: kredietverlening. Dit bezorgde hen de reputatie van woekeraars en geldwolven. Voor veel christenen waren de joden ook godsmoordenaars. Zij hadden immers Christus aan het kruis geslagen. Alle rampspoed zoals ziektes en natuurrampen was vervolgens ook de schuld van de joden. Langzamerhand ontstond er in Europa een sfeer van uitsluiting, vervolging en discriminatie van Joden.

Pogroms
Dit antisemitisme was het hevigst in Oost-Europa en vooral in Rusland. De joden werden hier als zondebok aangewezen voor de slechte economische en sociale situatie. Aan het einde van de 19e eeuw vinden dan ook de eerste pogroms plaats in Rusland.
Het woord “pogrom” betekent in het Russisch “een gewelddadige aanval op een deel van de gemeenschap”. De eerste anti-joodse pogrom vond plaats in 1871 in Odessa.
Vooral in Pale, het gebied waar de Russische Joden gedwongen waren zich te vestigen, vonden pogroms plaats. In 1881 vonden in Kiev en omstreken aanvallen op joden en joodse eigendommen plaats waartoe waarschijnlijk de autoriteiten hadden aangezet. Tussen 1882 en 1899 vond anti-joods geweld vooral plaats met als oorzaak boeren-onrust ten gevolge van misoogsten. In de jaren 1902 tot 1906 nam het aantal pogroms toe waarbij de regering hiertoe aanzette.

In veel Oost-Europese landen kwamen ook steeds vaker bloedige vervolgingen voor. De joodse gemeenschap was voor een aanzienlijk deel geassimileerd. Hierdoor was ze een minder hechte bevolkingsgroep geworden en dus minder weerbaar voor discriminatie en antisemitisme. Als gevolg hiervan verlieten steeds meer joden Europa.

In 1882 groeide het aantal joodse immigranten in Palestina aanzienlijk: de eerste “aliya” begon. Aliya is het Hebreeuwse woord voor opstijgen, opgaan. Het woord wordt hier gebruikt om de massale trek van joden naar hun vroegere thuisland aan te duiden.
Deze immigratie naar Palestina was een van de belangrijkste factoren in het ontstaan van Israël in de 20e eeuw.

De Dreyfus-affaire en Theodor Herzl
In Frankrijk ontstond aan het einde van de 19e eeuw de Dreyfus-affaire.
De joodse officier in het Franse leger Richard Dreyfus werd in 1894 beschuldigd van spionage voor het Duitse leger.Wanneer hij in de beklaagdenbank plaatsneemt, is daarbij ook aanwezig de Oostenrijkse Theodor Herzl.
Dreyfus werd zwaar gestraft (levenslange deportatie) en heel Frankrijk juichte het vonnis toe. Het antisemitisme leefde weer op: velen zagen in het verraad van Dreyfus het joodse verraad door de eeuwen heen.
Maar al snel werd duidelijk dat hij volledig onschuldig was. In Frankrijk ontstonden heftige discussies tussen dreyfuards (mensen die overtuigd waren van de onschuld van Dreyfus) en de anti-dreyfusards (mensen die zeker wisten dat Dreyfus schuldig was). De debatten kregen een behoorlijke antisemitistische lading. In de ogen van Herzl was het niet de officier Dreyfus die aangeklaagd werd, maar de jood Dreyfus. Dat deed de affaire pas echt losbarsten.
De zaak werd uiteindelijk opnieuw onderzocht en in 1906 werd Dreyfus vrijgesproken.
De Dreyfus-affaire toonde aan dat het antisemitisme in Europa diep geworteld was en dat joden verre van volledig geaccepteerd werden.

Het feit dat Dreyfus dus vanwege zijn joods zijn werd beschuldigd, gaf voor Herzl de doorslag om zich in te zetten voor een terugkeer van de joden naar Palestina. Volgens hem kon er alleen met een terug keer naar Palestina een einde komen aan de jodenvervolgingen en processen zoals tegen Dreyfus. Herzl zette in zijn boek “der Judenstaat, Versuch einer modernen Lösung der Judenfrage” (1896) heel duidelijk de problemen van het Joodse volk uiteen. De enige manier om een eind te maken aan het antisemitisme was de erkenning van de wereld dat de Joden een volk zijn en dat dit volk recht heeft op een eigen staat.
Deze ideeën van Herzl waren niet echt heel nieuw. In de tweede helft van de 19e eeuw hadden velen al dergelijke gedachten verwoord, maar Herzl liet het niet alleen bij woorden: hij begon met de oprichting van verschillende Zionistische organisaties en legde contacten met een aantal staatshoofden om zijn zaak te bepleiten. Herzl werd daarmee de vader van het moderne zionisme.


Religieus zionisme en Modern zionisme
Het moderne zionisme wordt ook wel politieke zionisme genoemd. Deze verschilt van het religieuze zionisme.
De religieuze zionisten verlangden namelijk naar een eigen Joodse staat in Palestina omdat dat door god beloofd zou zijn – de terugkeer naar het beloofde land. Deze orthodoxe Joden vertrouwden op de terugkeer van de Messias en wilden niet het heft in eigen hand nemen.
Het moderne zionisme (Herzl) ziet het oprichten van een eigen staat juist als een oplossing voor het antisemitisme. De joden moesten juist in actie komen. Volgens deze zionisten hoefde de Joodse staat niet persé in Palestina te komen. Ieder stuk land kon er voor in aanmerking komen, alhoewel Palestina wel de voorkeur had. Hier woonden immers al vele Joden en het was de bakermat van de cultuur en religie van het Joodse volk.

De Zionistische Wereldorganisatie
Het moderne zionisme ontstond dus als reactie op de aanhoudende onderdrukking en vervolging van Joden in Oost-Europa. En ook de toenemende teleurstelling over de emancipatie in
West-Europa telde hierin mee. Deze had noch een einde gemaakt aan de discriminatie, noch geleid tot de integratie van Joden in de plaatselijke samenlevingen.
Het boek van Herzl heeft veel weerklank. In augustus 1892 roept Herzl samen met zijn medewerkers Max Nordau en David Wolffsohn in Bazel het Eerste Zionistische Congres uit. Hier wordt ook de oprichting van de Zionistische Wereldorganisatie (1897) uitgeroepen waarvan Herzl de eerste president werd. Deze organisatie was belangrijk voor het formeel tot uiting laten komen van het zionistische denken. Het moest als een soort regering functioneren voor de nog op te richten Joodse staat.

Het Congres stelt het volgende voor:

1. De doelmatige bevordering van de kolonisatie van Palestina van Joodse boeren, handwerks- en zakenlieden.

2. De organisatie en samenbundeling van het gehele Jodendom door daartoe geschikte plaatselijke en algemene maatregelen in overeenstemming met de wetten van het land.
3. De versterking van het Joodse zelfgevoel en volksbewustzijn.
4. Voorbereidende stappen ter verkrijging van de regeringsmachtigingen, die noodzakelijk zijn om de doelstellign van het zionisme te verwezenlijken.

Dit Bazeler programma van de Zionistische beweging bevatte zowel ideologische als praktische elementen, gericht op de terugkeer van de Joden naar het land Israël. Zoals de bevordering van de sociale, culturele, economische en politieke terugkeer van het joods nationaal leven. Ook de verkrijging van een internationaal erkent, wettig gegarandeerd tehuis voor het Joodse volk in zijn historisch thuisland. Hierin zouden de joden gevrijwaard zijn van vervolging en in staat zijn weer een eigen leven en identiteit op te bouwen.
Om dat te bereiken moest de emigratie van Joden naar Palestina bevorderd worden en moesten de Joden zich verenigen in organisaties. Daarnaast wilde men het nationale gevoel onder de Joden dus aanwakkeren en goede relaties met staatshoofden en regeringsleiders aanknopen.

Een Joodse staat?
Het beoogde grondgebied, Palestina, was op het moment van het ontstaan van het zionisme onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Dit Turkse Rijk had zijn beste tijd wel gehad en Herzl begon onderhandelingen met de sultan van Turkije. Hij beloofde financiële steun aan de Turken in ruil voor grondgebied in Palestina. Hij hoopte op die manier de Turken voor zijn zaak te winnen: met financiële steun zou de sultan sterker staan tegenover de Europese mogendheden die hem bedreigden.
Toen duidelijk werd dat de Turkse sultan niet gediend was van een Joods Palestina veranderde Herzl van strategie: er moest een tijdelijk joods tehuis komen op Cyprus of in Zuid-Afrika. Dit in afwachting van de val van het Ottomaanse Rijk. Daarna kon Palestina geclaimd worden.

Herzl richtte zijn aandacht nu op de Duitse en Engelse machthebbers, zonder al teveel resultaat.
In 1903 bood de engelse regering niet veel meer dan Oeganda, een Engelse kolonie in Oost-Afrika, om er een Joodse staat te vestigen. Herzl accepteerde dit voorstel maar gaf de claims op Palestina niet op.
Maar het Zevende Zionistische Congres keurde dit Oeganda-plan na een onderzoek ter plaatse echter af. Herzl was inmiddels overleden.

De nieuwe sterke man binnen de zionistische beweging werd nu de Russische Jood Chaim Weizmann.

Verdeling
Vanaf het Zevende Zionistische Congres was de beweging verdeeld in twee fracties.
Aanhangers van de eerste fractie heetten de “politieke zionisten”. Zij wilden eerst politieke garanties dat Palestina aan de joden zou worden toegekend, en dan pas de emigratie van de joden stimuleren.
De “praktische zionisten” waren de tweede fractie. Zij wilden niet afhankelijk zijn van de grootmachten. En dus emigratie bevorderen met of zonder politieke garanties. Zij wonnen uiteindelijk de strijd.

Uitgroeien zionisme tot populaire beweging
Intussen was het zionisme uitgegroeid tot een populaire beweging onder de Joden.
Veel joden, vooral in Oost-Europa, hadden door de activiteiten van Herzl hoop gekregen op een beter bestaan in eigen land.
De Joodse kwestie was nu ook op de agenda gekomen van de wereldpolitiek: een aantal regeringen en regeringsleiders was zich bewust geworden van de problemen van de Joden.

De immigratie naar Palestina zette onverminderd door. Een tweede aliya, dit keer vooral Russische Joden, zorgde voor een groei van de joodse bevolking in Palestina.
De zionistische structuur werd verder verstevigd door de oprichting van allerlei organisaties .


Palestina, vóór en ná de Eerste Wereldoorlog

Vooraf; overheersing van het Ottomaanse Rijk
Tussen 1099 en 1516 oefende verschillende heersers de macht uit over het Palestijnse gebied.
De overheersing door de christelijke kruisvaarders, die de joden en moslims vervolgden, werd afgewisseld door een Mongoolse en Arabische overheersing.
Onder de Arabische overheersing werden de Joden getolereerd. Ze moesten de moslimse heren hiervoor wel geld betalen. Verder mochten de joden geen overheidsfuncties bekleden en geen nieuwe synagogen oprichten.
Het Joodse leven in het gebied leed onder de machtswisselingen, maar bloeide af en toe door immigratie ook op, vooral in de kuststreek.
Regelmatig werden steden en synagogen verwoest, vonden er moordpartijen plaats en werden Joden verbannen.

In 1517 begon de periode van overheersing door het Ottomaanse (Turkse) rijk, die duurde tot 1917. In 1516 veroverden de Turken Palestina en werd het gebied onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Een periode van relatieve rust en welvaart brak aan waardoor de Joodse bevolking weer groeide. Halverwege de 19e eeuw woonden er ongeveer 12.000 Joden in Palestina. Aan het einde van de 19e eeuw waren dat er ongeveer 30.000.

De economische, politieke en militaire belangstelling van de Westerse mogendheden voor dit gebied nam toe. Vooral Engeland kreeg veel invloed. De regio werd belangrijk voor de handel tussen Oost en West, zeker toen het Suez-kanaal werd geopend. Een aantal landen opende zelfs consulaten in Jeruzalem.


Vóór de Eerste Wereldoorlog strekte het Ottomaanse Rijk zich uit over een groot deel van het huidige Midden-Oosten. Hoewel het een machtige staat leek was het een reus op lemen voeten...

Ottomaanse Rijk in verval
Palestina was op het moment van het ontstaan van het zionisme natuurlijk nog onderdeel van het Ottomaanse Rijk. Maar al in de 18e eeuw was het rijk in verval geraakt, waarbij grote delen van het sultanaat zich hadden losgemaakt, zoals Egypte.
Al in het vorige hoofdstuk viel te lezen dat de Turkse Sultan niet gediend was van de voorstellen van Herzl: financiële steun in ruil voor grondgebied in Palestina. Dit zou hij goed kunnen gebruiken om sterker te staan tegenover de Europese mogendheden die hem al bedreigden.
De turken zagen ervan af omdat ze wilden dat Palestina islamitisch zou blijven. De voorzichtige Joodse immigratie naar Palestina boezemden ze angst in. Ze hadden geen behoefte aan meer Joden. Ook waren ze bang voor Europese invloeden en vreesden ze dat de joden misschien privileges zouden gaan eisen. De Turken wilden dat de joden zich dus zouden blijven onderwerpen aan de religieuze meerderheid: de Islam.

Maar de immigratie naar Palestina bleef doorzetten. Deze tweede aliya van vooral Russische Joden zorgde weer voor een behoorlijke groei van de Joodse bevolking tot zo’n 85.000 in 1914.
Met de groei van de joodse bevolking groeiden ook de spanningen tussen hen en de moslims die er al eeuwen woonden. Veel moslims voelden zich bedreigt door de komst van de Joden en de verwerving van grond door deze nieuwkomers. Hierdoor kwam aan het begin van de 20e eeuw ook heel voorzichtig een Arabisch nationalisme opzetten. Dit ook als gevolg van de steeds zwakker wordende Turkse heerschappij...

De Eerste Wereldoorlog
In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en het Ottomaanse Rijk voegde zich aan de kant van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Duitsland stond Turkije bij in de opbouw van een modern leger en de aanleg van spoorwegen.
Maar zowel Joden als Arabieren boden hun diensten aan aan de Engelsen. Ze hoopten hier iets voor terug te krijgen: beide claimden Palestina en wilden beloftes van de Engelsen dat ze steun zouden verlenen aan hun ideaal. De Engelsen gingen hier gretig op in, zij konden de steun tegen de Duitsers goed gebruiken. . De verliezen voor de Engelsen in de Eerste Wereldoorlog waren inmiddels hoog opgelopen.

Het lukte Chaim Weizmann echter om de Engelse minister van Buitenlandse Zaken, Balfour, te winnen voor het zionistische idee. Hij bood daarbij nog extra steun van de Joden aan het front aan. De Engelsen namen het voorstel aan. Groepen Joden begonnen, onderleiding van Weizmann, de strijdende Engelsen in het Midden-Oosten te bevoorraden.

De Engelsen begonnen nu ook het belang in te zien van een door hen gecontroleerd Palestina. Ze begonnen al, voordat ze het gebied ook maar in handen hadden, vage beloftes te doen aan verschillende bevolkingsgroepen: zowel aan de Joden als aan de Arabieren!

Het einde van de Eerste Wereldoorlog
Vooral in de laatste oorlogsjaren was de rol van de Arabieren van het Ottomaanse Rijk aanzienlijk. Maar op 19 september 1918 volgt de beslissende slag, de Turken worden definitief verslagen.
Bij de daarop volgende vrede van Sèvres raakte het Ottomaanse Rijk grote stukken grondgebied kwijt. Alle niet-Turkse gebieden moesten worden opgegeven, terwijl in Turkije een bezettingsleger kwam. Hiermee was de rol van het Rijk op het internationale vlak uitgespeeld. Hierna rees de vraag welke regeling voor het Midden-Oosten tot stand gebracht moest worden.
Verschillende geheime afspraken waren er al gemaakt, zoals die van Balfour. De Fransen en de Britten waren al in de oorlog begonnen met onderhandelingen over de verdeling van de Turkse gebieden. Al op 16 mei 1916 waren zij tot een geheime overeenkomst gekomen...

De Sykes-Picot-overeenkomst
In 1916 sloten Frankrijk en Engeland de Sykes-Picot-overeenkomst. Ze besloten hierin het Ottomaanse Rijk onder elkaar te verdelen.
Engeland zou bezit nemen van Palestina (het huidige Israël en Jordanië), de gebieden rond de Perzische Golf en Bagdad. Terwijl Frankrijk over Syrië, Libanon en Turks Silicië het bestuur zou krijgen. Daarnaast werd afgesproken dat ten noorden van Syrië en Mesopotamië de Fransen een invloedssfeer zouden krijgen. De Britten zouden Arabie en de Jordaanvallei tot hun invloedssfeer mogen rekenen. Verder zou Rusland vrij toegang krijgen tot Turks Armenië en noordelijk Koerdistan. Jeruzalem zou een internationaal bestuur moeten krijgen.

Deze overeenkomst stond op gespannen voet met de Joodse Zionistische beweging en die van de Arabieren.


De Balfour Declaration
Maar de Engelse minister van Buitenlandse Zaken, Balfour, publiceerde in november 1917 de “Balfour Declaration”. Hierin verklaarde de Engelse regering de ontwikkeling van een Joods nationaal tehuis in Palestina te steunen. Ook werd er beloofd de rechten van de niet-Joodse bevolking te beschermen. De verklaring had tot doel op lange termijn een onafhankelijke Joodse staat te stichten en dat was een grote overwinning voor de zionisten.
De nationale gevoelens van de joden werden eindelijk erkend. Ook de Zionistische organisatie kreeg erkenning.

Maar dit verdrag leidde tot groeiende argwaan bij de Arabische nationalisten... hen waren ook allerlei beloftes gedaan! Namelijk: steun aan een onafhankelijke Arabische staat in hetzelfde gebied als dat van de Joden, Palestina.
Hiermee werd de Palestijnse kwestie steeds ingewikkelder. De verklaring werd de basis van het jarenlange conflict tussen de Joden en de Arabieren.

Mandaatgebied Palestina
Aan het einde van 1917 veroverden de Engelsen, met behulp van het Joodse Legioen, Palestina. Dit betekende het einde van de Turkse overheersing. De Balfour Declaration was een feit. Voor Arabische nationalisme was ook geen plaats meer. Zij noemden het dan ook het rampjaar.
In juli 1922 vertrouwde de Volkenbond Engeland het mandaat over Palestina toe. Dit hield in dat Engeland dus zeg maar als regering functioneerde over Palestina. Engeland kreeg de opdracht om de oprichting van een Joodse nationaal tehuis in Palestina te bevorderen.
Er kwam ook een Zionistische Commissie, geïnstalleerd door de Engelse regering, in Palestina. Deze bestond uit een aantal zionistische en een aantal niet-zionistische Joden uit Europa. Een van de belangrijkste leden was ook Chaim Weizmann. De Commissie trad op als vertegenwoordiger van de Joden in Palestina. Daarnaast hielpen ze mee aan de opbouw van het economische leven , het onderwijs, de gezondheidszorg en aan cultivering van het land.
Maar deze Commissie kwam regelmatig in conflict met de Engelse machthebbers.


In 1922 besloten de Raad van de Volkenbond en Engeland dat de bepalingen rond een Joods nationaal tehuis niet van toepassing waren op de streek ten oosten van de Jordaan. Deze streek besloeg drievierde deel van het mandaatgebied, en werd uiteindelijk het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië. Dit tot tevredenheid van de Arabieren.
Vanaf dat moment was het Joden niet meer toegestaan zich te vestigen aan de oostelijke kant van de Jordaan. Ze mochten er zelfs geen bezittingen hebben!
Arabische nederzettingen aan de westelijke kant van de Jordaan bleven echter wel bestaan. Ook begon Engeland de Joodse immigratie te beperken. Er werd zelfs een vorm van “zelfbestuur” in Palestina aangekondigd, maar hiervoor kwamen alleen Arabieren in aanmerking. De Joden werden dus overal verder buiten gehouden. De Engelse houding werd dus meer pro-Arabisch.

Opbouw Palestina door de Joden zelf
Maar de zionisten zaten niet stil en begonnen de immigratie juist te stimuleren. Weizmann lanceerde een groots immigratieprogramma op de vredesconferentie in Parijs. Het doel was om Palestina zo Joods mogelijk te maken. En dat lukte aardig: in de jaren ’20 kwamen er tienduizenden Joden naar Palestina. Dit wordt ook wel de derde en vierde aliya genoemd.

Het ging hier voornamelijk om joden uit Oost-Europa en Rusland.
Dit als gevolg van de Russische Revolutie (staatsgreep van Stalin), de Pools-Russische oorlog en de verslechterde situatie in Polen.
Deze Joden hielpen allemaal mee om het land op te bouwen. Een van de joodse leiders van die tijd, David Ben-Gurion, de latere stichter van de staat Israël, richtte een algemene arbeidersorganisatie op: de Histradut. Hiermee kreeg de opbouw van het land een nog grotere impuls, want deze bestond uit allerlei economische, culturele en onderwijsorganisaties.
Tegelijkertijd met de opbouw bloeide ook het culturele en intelectuele leven op. Het Hebreeuws leefde op en er werd meer aandacht besteed aan onderwijs en kunst.

Dit was zeer tegen de zin in van de Engelsen. De regering in Londen begon haar grip in het Midden-Oosten langzaam verliezen en kon er geen krachtige politiek tegenover zetten.

In diverse Engelse beleidsplannan (de “witboeken”) die in de jaren ’20 en ’30 over Palestina werden gepubliceerd werd duidelijk dat Engeland niet wilde dat er zoveel immigratie plaatsvond en dat de joden teveel grond aankochten.

Het Witboek van 1939
Het meest geruchtmakende witboek werd gepubliceerd in 1939. Hierin werd de vestiging van één staat in Palestina voorgesteld waarin joden en arabieren gezamenlijk zouden leven. Maar hierin zouden de Arabieren de meerderheid in vormen. De Joodse immigratie zou hiervoor zelfs gestopt moeten worden! Zowel de Joden als de Arabieren keurden het plan af.

Vijandigheid
Vanaf het midden van de jaren ’20 begonnen Arabieren en Joden zich vijandig tegen elkaar op te stellen. Heftige ongeregeldheden waren het gevolg. Bij beide partijen werden de nationale gevoelens steeds groter, de wens om in Palestina een eigen staat te stichten. En beide partijen voelden zich gesteund door de beloftes die de Engelsen hadden gedaan.
De Arabische irritaties groeiden doordat de Joden steeds meer inbreng kregen. Dit leidde tot gewelddadige acties tegen Joodse “indringers”. Rellen kwamen steeds vaker in het gebied voor, doordat ook de Zionisten demonstraties gingen houden. Vooral rond voor beide partijen heilige plaatsen zoals de Klaagmuur en de Tempelberg in Jeruzalem kwamen conflicten voor. De Engelsen probeerden in te grijpen, maar de haat tussen beide partijen was al een feit.
De Arabieren hadden zich verenigd in vele kleine legertjes die de “jihad” (=heilige oorlog) tot doel hadden. De Joden hadden zich weer verenigd in de strijdmacht de “Haganah”. Deze was in de eerste instantie opgericht om de Joden in Palestina te beschermen. Maar de organisatie ging steeds meer over op een aanvallende strategie. Ook werd in 1941 de “Palmach” opgericht. Dit was een soort elite korps en vormde later de basis van het Israëlisch leger.

Joden in Palestina en Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog

Spanningen in Europa voor de Tweede Wereldoorlog
In Europa was de situatie voor de Joden erg aan het verslechteren. De nieuwe nationaal-socialistische machthebbers in Duitsland begonnen anti-Joodse maatregelen te nemen.
In hun propaganda maakten zij openlijk gebruik van hun verering van het "Germaanse" of "arische" ras (blond haar, blauwe ogen), en de afschuw van de minderheden die anders waren. Dit werd een middel om de massa in Duitsland te bereiken. De joden werden de zondebrokken. Pas toen in 1929 een grote economische crisis in Amerika en Europa plaatvond, won deze nazi-partij aanhang op grote schaal; op 30 januari 1933 volgde de benoeming van Hitler tot Rijkskanselier en op 1 april 1933 kreeg hij de macht als alleenheerser/dictator.
Ook veel Oost-Europese landen begonnen anti-Joodse maatregelen te nemen.


De maatregelen die genomen werden zorgden voor een hernieuwde immigratiegolf naar Palestina, de vijfde aliya. Duizenden joden uit Duitsland, Polen, Tsjecho-Slowakije en omringende landen kwamen vaak op illegale wijze naar Palestina. Aan het einde van de jaren ’30 was het aantal joden in Palestina tot zo’n 450.000 Joden toegenomen.
Vanaf dat moment werd het echter vrijwel onmogelijk Europa en vooral Duitsland te verlaten.

Het Europese vluchtelingenprobleem
Bovendien verscherpten de Engelse machthebbers de Immigratie-regelingen.
De West-Europese landen zaten ondertussen wel met een vluchtelingenprobleem dat steeds groter werd. De meeste Europese landen weigerden daarom grote aantallen uit Duitsland gevluchte Joden op te nemen. En ook Engeland bleef weigeren de deuren naar Palestina verder open te zetten.
In juli 1938 werd in Frankrijk een vluchtelingenconferentie gehouden. Men probeerde toen te zoeken naar een oplossing voor het probleem, maar geen enkel land was bereid om de grote aantallen Joden op te nemen. Onder Engelse druk werd de emigratie van Joden naar Palestina buiten de oplossingen gehouden. De conferentie had dus geen nut, er kwamen slechts wat vage onderhandelingen met Hitler-Duitsland uit, waarin emigratie werd voorgesteld.
Maar niemand wist eigenlijk waar de op deze manier vrijgekomen Joden dan naar toe moesten...

Spanningen in Palestina voor de Tweede Wereldoorlog
De Engelsen wilden graag goede relaties met de Arabieren blijven onderhouden. Dat de meeste Arabische staten in het Europese conflict partij hadden gekozen voor Duitsland hinderde ze niet. De Engelsen waren bang voor opstanden onder de Arabieren. De Arabische druk was te groot. Hierdoor probeerden ze bijna tegen elke prijs de Arabieren te vriend te houden, zoals het tegenhouden van joodse immigratie.

Palestina tijdens de Tweede Wereldoorlog
Toen op 1 september Engeland Duitsland de oorlog verklaarde kwamen de Joden in Palestina voor een dilemma te staan. Strijden tegen Duitsland en Italië betekent strijden aan de zijde van de Engelsen. Maar deze laatsten waren in Palestina juist de vijanden.


Ben-Gurion bracht hun keuze tegen de Duitsers als volgt:
“We zullen in Israël strijden tegen de witboeken alsof er geen Tweede Wereldoorlog bestaat en we zullen tegen Hitler echten alsof er geen witboeken bestaan.”
Hij benadrukte voortdurend de deelname van de Joden in de strijd tegen Duitsland, maar bleef dus ook pleiten voor een joods thuisland en voor de opheffing van de immigratie-beperkingen.
Tijdens de oorlog verminderde de belangstelling voor de problemen in Palestina, maar het conflict verscherpte ondertussen wel. Radicale Joden probeerden via ondergrondse actiegroepen de Engelsen te verjagen. Veel Joden begonnen te beseffen dat geweld en verzet misschien de enige manieren waren om hun uiteindelijke doel te bereiken.

Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog: de Holocaust
Een van de belangrijkste gebeurtenissen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben afgespeeld was de poging tot “totale uitroeiing van de Joden” van Hitler Duitsland. Ook wel de “Endlösung” van Hitler.
In Duitsland en alle bezette gebieden werden aan Joden eerst allerlei beperkende maatregelen opgelegd; vervolgens werden Joden massaal gedeporteerd naar vernietigingskampen.
Deze waren speciaal ontworpen om mensen zo snel en met zo veel mogelijk uit te moorden.
De Duitsers waren in hun pogingen een heel eind gekomen. Zes miljoen Joden vonden de dood in concentratiekampen, gaskamers, massa-executies en opstanden.
Dit werd de Holocaust genoemd.

Weinig Joden slaagden erin te ontsnappen. Sommigen vluchtten naar andere landen, anderen werden verborgen door niet-Joden, die dit deden met gevaar voor eigen leven. Slechts éénderde deel van de Joodse bevolking van negen miljoen overleefde het.

Aan het eind van de oorlog
In de meeste landen bleef er van de Joodse gemeenschappen vrijwel niets meer over. Hier en daar waren pogingen ondernomen om verzet te plegen tegen de Duitse bezetting en hun antisemitisme, maar over het algemeen was actief verzet gewoon niet mogelijk.

De omvang van de Holocaust werd steeds zichtbaarder. En toen bleek ook nog dat de Geallieerden (ook de Engelsen) al een tijd op de hoogte waren van de Duitse misdaden zonder enige actie te ondernemen. Hierdoor werden veel Joden gesterkt in hun idee dat de enige manier voor het Joodse volk om te overleven een eigen Joodse staat was ín Palestina.

De situatie ná de Tweede Wereldoorlog

Hoop
Ondanks de ramp die de Joden tijdens de oorlog was overkomen waren velen na de oorlog hoopvol gestemd. De Joodse overlevenden die nu in opvangkampen in Duitsland en
Oost-Europa verbleven waren er van overtuigd dat de wereld Palestina nu open zou stellen voor de Joden. De noodzak van een eigen Joodse staat om te kunnen overleven was ruimschoots bewezen vonden ze.

Realiteit voor de Joden na de oorlog
Maar de aandacht van de wereld voor het Joodse probleem verslapte snel. Europa lag in puin en moest worden opgebouwd. In een aantal Europese landen bleek het antisemitisme niet te zijn afgenomen. Terugkerende Joden zagen dat hun bezittingen waren ingenomen en dat hun huizen door anderen werden bewoond. Ook de Engelse en Amerikaanse regeringen deden vrijwel niets om een oplossing te zoeken voor de Joden.

De Amerikanen hadden een zeer streng toelatingsbeleid en wilden slechts enkele Joden opnemen.

In Engeland kwam in de zomer van 1945 onverwachts de linkse Labour-partij aan de macht. Deze had voor de oorlog duidelijk gemaakt vóór de zionistische zaak te zijn. Maar na de oorlog was van die mening weinig over. Ze gingen de illegale immigratie naar Palestina juist harder aanpakken. En ondanks de druk van een onderzoekscommissie om Joden toe te staan naar Palestina te gaan en dus het witboek van 1939 af te keuren, Bleven de Engelsen erbij dat ze in Palestina de dienst wilden blijven uitmaken. Ze wilden ook dat alle illegale legers in Palestina opgedoekt moesten worden, en de Joden moesten nog steeds een minderheid blijven ten opzichte van de Arabieren.

Verzet tegen de Engelsen
De Haganah en de andere militaire groepen gingen nu ook acties voeren tegen de Engelse machthebbers. De Joodse ondergrondse verzetsbewegingen werden alleen maar sterker in hun wil de Engelsen te verdrijven en verhevigden hun gewelddadige acties.


Ook de illegale immigratie ging gewoon door. Veel illegale schepen werden echter door de Engelsen onderschept en tegengehouden of teruggestuurd naar Europa. Ook op Cyprus hadden de Engelsen opvangkampen opgericht om er joden te huisvesten. De joden waren intens kwaad en verdrietig dat ze na al het leed in de oorlog nu weer in kampen werden gezet.

Immigratieschip Exodus
Een dieptepunt in de behandeling van de illegale immigranten was het drama rond het schip Exodus. In juli 1947 kwam dit schip met 4500 immigranten voor de kust van Haifa in conflict met de Engelsen. De opvarende werden na flinke rellen in verschillende schepen terug gestuurd naar Frankrijk. De Fransen wilden de vluchtelingen wel opnemen maar Engeland dwong de schepen met Exodusopvarenden naar Duitsland te varen. Daar werden de Joden met geweld van boord gehaald en in een voormalig concentratiekamp gehuisvest...
De publieke opinie sloeg na dit drama definitief om ten gunste van de Joden en tegen de Engelsen die zich zo hard opstelden.

VN-hulp
Begin 1947 zag de Engelse regering het niet meer zitten in Palestina, dat zo langzamerhand in een wespennest was veranderd. Ze besloot zich terug te trekken en verzocht de Verenigde Naties een oplossing te zoeken voor de problemen in het gebied.
Het nieuwe voorstel was een verdelingsplan voor Palestina: een Joodse en een Arabische staat en een deel (Jeruzalem en omgeving) onder VN controle.
Op 29 november 1947 werd het VN-voorstel door de Veiligheidsraad aangenomen. De Joodse staat zou ongeveer 55% van Palestina omvatten. Ook zouden de Joodse en Arabische staat samen met het gedeelte onder de VN-controle een economische eenheid gaan vormen. Hierbij zou Engeland op 1 augustus Palestina volledig verlaten en in de tussentijd Joodse immigratie onbeperkt toelaten.
Vooral de Sovjet-Unie en de communistische satellietlanden steunden de oprichting van een Joodse staat.

Het voorstel werd door de Joodse leiders geaccepteerd maar de Arabieren waren tegen. Een nieuw conflict was in aantocht. Toch bleven de Joden optimistisch: eindelijk zou hun Joodse staat gerealiseerd worden en kwam er een einde aan de Engelse bezetting. Ook konden er nu eindelijk tienduizenden Joodse vluchtelingen onbeperkt naar het land komen.


De onafhankelijkheid van de staat Israël

Vertrek Engeland als mandataris
De Arabieren kondigden al aan dat ze zich met hand en tand zouden gaan verzetten tegen het VN-verdelingsplan. Engeland besloot intussen geen medewerking te verlenen aan de realisatie van het plan en besloot zelfs eerder terug te trekken: 15 mei 1948.

Zij zagen intussen ook door de vingers dat Arabische legertjes aanvallen begonnen uit te voeren op Joodse nederzettingen en wijken.

In Oorlog met de Arabieren
De terroristische acties en vergeldingen over en weer gingen langzamerhand over in een oorlog tussen de Joden en Arabieren, terwijl ze nog geen van beide een officieel erkende staat vormden. De Arabieren werden gesteund vrijwel alle omliggende Arabische landen. Deze stonden al klaar om in actie te komen zodra de Engelsen zouden vertrekken.

Onder leiding van Ben-Gurion begonnen de voorbereidingen voor de oprichting van de Joodse staat. Men werkte zo al aan de grondwet en een voorlopige regering.

De Haganah en de Palmach gingen zich beter bewapenen en organiseren. Zo zouden ze beter voorbereid zijn op wat waarschijnlijk komen zou. Ze voorzagen namelijk al de grote problemen met de Arabische landen zodra de Engelsen weg zouden zijn. Ook hadden ze hun eigen extremistische groepen zoals Irgun en Stern. Deze waren niet bang om terroristische aanslagen te plegen. Zo hadden ze bijvoorbeeld het hele Arabische dorp Deir Yassin, inclusief alle bewoners, vernietigd.

Het Israëlische leger zou later gevormd worden door de Haganah en de Palmach. Irgun en Stern zouden uit elkaar vallen.


Wraak
De Arabieren begonnen massaal te vluchten voor het Joodse geweld. Sommigen vluchtten naar naburige landen zoals Transjordanië. Anderen bleven in Palestina maar verlieten de plaatsen waar veel Joden woonden.

Ook namen Arabische terroristen wraak voor de aanslag op Deir Yassin en vermoordden 77 Joden die op de Scopusberg in een hinderlaag waren gelokt. Hierbij stonden Engelse troepen op korte afstand toe te kijken. Ze grepen niet in en hielden zelfs de Haganah die het bloedbad wilde voorkomen tegen...

Bezetting en verovering
In het voorjaar van 1948 bezetten de Joodse troepen zoveel mogelijk gebied. Zo konden ze op het moment dat de Engelsen vertrokken zo sterk mogelijk staan tegenover de oprukkende Arabische strijdmachten. Deze kwamen van alle kanten: Egypte, TransJordanië e Syrië.

De Joodse troepen veroverden geheel Galilea (Noord-Israël), de kustvlakte, delen van de Negev-woestijn en de weg naar Jeruzalem. Jeruzalem zelf werd opgeëist door zowel Joden als Arabieren. Half mei kwamen delen van Jeruzalem in handen van de Joden. Ook Arabieren veroverden grote delen van de stad en omgeving.

Onafhankelijk verklaren Israël
Op 14 mei 1948, één dag voordat de Engelse troepen zouden vertrekken, trokken de belangrijkste Joodse leiders naar het Tel Aviv Muzeum. Daar werd door Ben-Gurion de onafhankelijkheid van de staat Israël uitgeroepen.
In zijn verklaring beriep hij zich op het voorstel van de VN van 29 november 1947. verder verklaarde hij dat de nieuwe staat sociale en politieke rechten zou garanderen voor alle burgers, ongeacht geslacht, ras of geloof.

Er werd een voorlopige regering gevormd waarvan Ben-Gurion minister-president werd. Van de nieuwe republiek werd Weizmann de president. De vreugde van Israël was uitzinnig en er werd dan ook massaal feestgevierd.


Ongunstige situatie?
De situatie was niet zo gunstig voor de jonge staat. De joden waren ten opzichte van de Arabieren ver in de minderheid. Het Joodse leger was nog niet goed op de been en er stonden vijf buitenlandse legers klaar om het zojuist opgerichte land te vernietigen. Ook hadden ze niet veel steun van buitenaf en last van tegenwerking van de Engelsen.

Verandering
Maar die situatie veranderde snel: de Engelsen vertrokken en de immigratie en wapenleveranties konden op gang komen.

Nog veel belangrijker was dat ze na zoveel geleden te hebben eindelijk hun doel hadden bereikt. Ze zouden tot het bittere einde vechten om hun verkregen land te behouden.
Dit werd versterkt toen de Verenigde Staten vrij snel de staat Israël erkenden. De Sovjet-Unie en haar satellietlanden volgden enkele dagen later. Ook de meeste West-Europese landen.

Onafhankelijkheids-oorlog
In de nacht van 14 op 15 mei 1948 begon de onafhankelijkheids-oorlog. Vanuit drie verschillende kanten vielen de Arabische legers aan.

Er werd van alle kanten heel wat heen en weer veroverd en gevochten. Ben-Gurion speelde een belangrijke rol bij het houden van de rust binnen de organisatie van nieuwe leger, de Israeli Defence Force (IDF). Hij voorkwam een burgeroorlog tussen de verschillende extremistische groepen. Ook Jeruzalem werd opgedeeld.

Door de oorlogen die werden gevoerd waren er vele Arabieren gevlucht uit de gebieden die onder Israelisch bestuur vielen. Transjordanië kreeg hierdoor een groot vluchtelingenprobleem. De Arabische vluchtelingen waren ontheemd geraakt: zij waren hun land kwijt en voor hun gevoel werd hun plaats ingenomen door de nieuwe Joodse immigranten.


Einde van de onafhankelijkheidsoorlog
Toen de oorlog met een aantal wapenstilstanden beëindigd was, konden de Israëli’s beginnen met de opbouw van hun jonge staat. In 1948 kwamen er ongeveer 100.000 nieuwe immigranten naar Israël en in 1949 waren dat er meer dan 225.000. In totaal kwamen er in de eerste vier jaar 700.000 Joden naar het nieuwe land.
Deze immigratie werd vergemakkelijkt door twee wetten waarin iedere Jood het recht heeft te emigreren naar Israël, en dan ook bij aankomst een Israëlische nationaliteit krijgt.

Er moest verder nog heel veel gebeuren, waar ze tot in het heden nog mee bezig zijn.

Conclusie

In de conclusie probeer in het kort antwoord te geven op mijn hoofdvraag:

Welke invloed heeft het Zionisme gehad op het ontstaan van de staat Israël?

De Invloed van het Zionisme (Joods Nationalisme) was van groot belang voor de vorming van de Joodse staat Israël.

In hoofdstuk 1 het Zionisme en zijn ontstaan geef ik antwoord op de eerst deelvraag.
De ontstaansgeschiedenis van het Zionisme was belangrijk voor de vorming van de ideeën rond een Joods nationaal tehuis. Het kent een lange geschiedenis, want al ver terug in de Geschiedenis van de Joden worden ze al vervolgd en onderdrukt.
Hierdoor ontstaan verlangens naar een eigen land waar ze eindelijk veilig kunnen zijn. Waar ze niet meer vervolgd worden en een eigen leven kunnen opbouwen.

Belangrijke gebeurtenissen zoals de Dreyfus-affaire zijn weer van grote invloed op de aanwakkering van de zionistische gevoelens. Theodor Herzl is de eerste persoon die het zionisme in ging organiseren:
De verlangens werden nu omgezet in echte plannen. Er wordt actie ondernomen: er worden organisaties opgericht zoals het Eerste Zionistische Congres.
De Joden gaan nu een eigen eisen plek in deze wereld. En wel in Palestina. Daar ligt de geschiedenis van hun voorvaderen, de oorsprong en basis van de Joodse cultuur.
Dat wordt hun doel.

Je merkt hier dus meteen al hoe diep dat zionisme zit, en dat dat heel bepalend is voor de daadwerkelijke vorming van hun doel: het stichten van een eigen staat in Palestina.

In de hoofdstukken:
2 – Palestina, vóór en na de Eerste Wereldoorlog
3 - Joden in Palestina en Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog
4 - De situatie ná de Tweede Wereldoorlog
wordt vervolgens de geschiedenis verteld over hoe het nou verder ging met die Zionistische plannen. Te beginnen bij de invloed Turkse overheersing op het leven van de Joodse bevolking die al in Palestina woonde. Deze was in het begin positief: het was een periode van relatieve rust. Toen het rijk in verval begon te raken werden ook de bepalingen wat betreft de Joden anders. Ze werden onderdrukt en mochten vooral niet uitbreiden. Het Arabisch nationalisme kwam opzetten...
De Engelsen kwamen nu ook in het spel. Zij hadden al goede handelsknooppunten via Palestina met het Midden-Oosten. Dit wilden ze graag zo houden.


Ten tijde van de Eerste wereldoorlog werd de gehele situatie anders. De Turken hoorden bij de kant van de verliezer Duitsland en raakten veel grond kwijt: ook het gebied Palestina.
De Fransen en Engelsen maakten hier handig gebruik van met de Sikes-Picot-overeenkomst.
De Engelsen kregen het mandaat over Palestina.
Dit is ook belangrijk voor de verdere ontwikkelingen van de zionistische bewegingen. Door de Balfour Declaration werden de nationale gevoelens van de Joden eindelijk erkent. De Joden beginnen nu echt een claim op Palestina te leggen.

Onder Chaim Weizmann werd onder het gezag van de Engelsen door gestart met het proberen zelf te bereiken van hun doel. Er werden immigratiegolfen op gang gebracht. Vaak illegaal kwamen er tienduizenden Joden naar Palestina. De joodse druk voor een eigen staat nam zo toe.

De Engelsen wilden nog steeds vriendjes blijven met de Arabieren... en begonnen de Joden te beperken in hun immigratie... dit wakkerde de zionistische gevoelens alleen maar aan.
Hoe meer ze beperkt werden hoe meer de Joden gingen verlangen naar een eigen Joodse staat.

En na de gebeurtenissen in Tweede Wereldoorlog was dit natuurlijk helemaal menens.
Ze hadden nu eindelijk wel eens recht op een eigen land. Niet goedschiks dan maar kwaadschiks. En zo gebeurde het. De Joden namen steeds meer het heft in eigen handen.
Ze moesten en zouden hun doel bereiken! Door de Engelsen eruit te mikken en hulp te krijgen van de VN hadden ze nog maar een echte tegenstander die ook meende recht te hebben op het Palestijnse grondgebied:
De Arabieren.


Ook daar is een flinke strijd mee gevoerd. Al waren de joden in de minderheid, door de nationale gevoelens en wil om te overleven hebben ze het dan eindelijk zover geschopt:
Een eigen onafhankelijke staat: Ben-Gurion roept Israëls zelfstandigheid uit.

Zo valt duidelijkte zien hoe veel invloed dat zionisme had op het ontstaan van de staat Israël.

Bronnenlijst

· Edgar Senne – Een korte geschiedenis van de staat Israel en zijn betrekkingen met Nederland, Arch Publishing / Babel boeken, Amsterdam 1999

· Ellen Hirsch, vertaald uit het Engels door E.B.D. Mijering – Feiten over Israel, initiatief van de Ambassade van Israel in Dan Haag, Genootschap Nederland – Israël,
Israel informatiecenrum 1999

· Erhard Gorys, vertaald uit het Duits door: M.F.H. Brok – Israel: geschiedenis, kunst en cultuur van Joden Moslims en Christenen in het Heilige land, de Bilt: Cantecleer, 1e druk 1989

· K.R. van Dijk – Het Midden-Oosten, Den Bosch 1998

· Encarta(R) 99 Encyclopedie Winkler Prins Editie

Internetbron(nen):

· www.onsverleden.net - het Midden-Oosten

· www.geschiedenis.pagina.nl

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.