Vergelijking van de propaganda van de Nazi's en de Sovjets ten tijde van de WO 2

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 10462 woorden
  • 19 mei 2001
  • 174 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 174 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inhoudsopgave
Inleiding 3
Propaganda wat is het eigenlijk? 4
Definities van propaganda 5
Soorten propaganda 6
De technieken en middelen 9
De Technieken 9
Middelen 12
Propaganda van de Nazi’s ten tijde van de Tweede Wereldoorlog 14
Inleiding 14
Hoe werd de propaganda gebruikt? 15
De inrichting van het propaganda-apparaat 17

De doelstelling(en) van de propaganda. 18
Conclusie 20
Propaganda van Rusland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog 21
Hoe werd de propaganda gebruikt? 22
De inrichting van het propaganda-apparaat 23
De doelstelling(en) van de propaganda 24
Conclusie 25
Het gebruik van film in de propaganda van beide landen 26
Film bij de Nazi’s 26
Film bij de Sovjets 27
Conclusie 28
Algehele conclusie 29
Bijlagen 30
Literatuurlijst 30

Plan van aanpak 30
Logboek 31

Inleiding
Propaganda heeft vaak een belangrijke rol gespeeld in de oorlogsstrategie, maar heeft nooit militaire kracht, uitgebreide verdedigingsmiddelen of een bekwame onderhandelingspolitiek kunnen vervangen. Niemand kan de grote invloed van de Duitse propaganda ontkennen, die de Fransen in 1940 murw maakte, of die van de Sovjets, die het Duitse volk na Normandië voorbereidde op hun overgave.
De term ‘propaganda’ in dit werkstuk is op een groot aantal gebieden van toepassing – op de affiches, films en stripverhalen, die het thuisfront beelden van de vijand toonden, maar ook op de ‘psychologische oorlogsvoering’ die bedoeld was om het handelen van de vijandelijke troepen en burgers te beïnvloeden. In ruime zin behelsde propaganda in de Tweede Wereldoorlog bijna alles wat de gevoelens en het gedrag van de betrokkenen, zowel ten opzichte van de inspanningen van hun eigen land als die van hun vijanden, beïnvloedde of versterkte.
Voor het onderzoek hebben wij ons de volgende vragen gesteld:
Wat is propaganda en hoe werd het gebruikt?
Hoe groot was de invloed van de propaganda?
Wat voor tactiek werd er gebruikt?
Hoe werd de propagandafilm in Duitsland en Rusland gebruikt?
Tot welke doeleinden diende de propagandafilm van Duitsland en Rusland?
In welke opzichten was de propagandafilm in beide landen verschillend van elkaar?
Wat waren overeenkomsten in de propagandafilm in beide landen?
Wij hebben getracht in ons onderzoek zo volledig mogelijk een antwoord te geven op deze vragen.
Er zijn negen hoofdstukken die ieder onder verdeeld zijn in verschillende paragrafen. Aan het eind van ieder hoofdstuk staat een conclusie.
We willen graag de volgende personen en bedrijven bedanken voor hun medewerking aan het tot stand komen van dit werkstuk: Boom Uitgevers BV, Meppel; Hugo Teekens, Meppel; Anja Admiraal, Meppel; Hans Buenk, Zwolle.
Propaganda wat is het eigenlijk?
Inleiding
Van huis uit is een mens propagandist. Hij wil mensen om zich heen overtuigen, overhalen tot
zijn manier van leven, geloven, zijn politiek of godsdienstig ideaal. Of tot zijn visie op mens en maatschappij, tot zijn levensstijl of consumptiepatroon. En omdat een mens nu eenmaal onder de mensen is, in staat (sommigen zeggen zelfs gedoemd) om te communiceren, is hij object van propaganda. Elke zender van propagandaboodschappen is teven een ontvanger ervan, en elke ontvanger is ook weer een zender. Propaganda is een werkwoordsvorm van het Latijnse ‘propagare’ en dat betekent onder meer het planten van denkbeelden, in de hoop dat ze elders verder groeien. Dat ‘planten’ kan in de kerk, in de politiek, in de cultuur en in de consumptiewereld gebeuren. Doen we dat nu als mensen onder elkaar bewust? Soms wel, soms helemaal niet. De dynamiek van elk levensterrein wordt onder meer door propaganda bepaald. Eigenlijk is propaganda alomtegenwoordig, in alle menselijke situaties aanwezig, gebruik makend van alle communicatie instrumenten en, naar het schijnt, soms almachtig. Kijk eens naar de wereldgeschiedenis: wat heeft propaganda niet teweeg gebracht en wat brengt ze niet teweeg in onze tijd? Goede en slechte dingen. Door propaganda kunnen mensen verheven worden tot grote hoogten van menselijk handelen en andere meetrekken naar een verfijnd en verantwoord leven. Door propaganda kunnen mensen meegetrokken worden tot in de diepste krochten van onmenselijkheid: de hel van vernietiging, rassenwaan, machtswellust en gevaarlijk fanatisme. Propaganda kan onze geest verruimen, verrijken, en verzieken. Door propaganda kunnen we mensen redden en vernietigen, lange tijd leugens in stand houden, een volk bedriegen, voorgoed vervreemden van andere volken, geestelijk vermoorden. Maar met propaganda zouden we ook een betere samenleving kunnen opbouwen, de vrede kunnen dienen, armoede en honger kunnen bestrijden. Zoals je ziet, propaganda is een krachtig instrument. Het ligt er maar net aan wie het hanteert en welke boodschap wordt overgebracht.

Definities van propaganda
Over het algemeen hebben studenten een hekel aan definities, maar toch zullen we een poging wagen. Laten we dicht bij huis beginnen. Van Dale omschrijft propaganda als ‘een werkzaamheid, inzonderheid van een organisatie, om aanhangers te winnen voor zekere principes’ en voegt er aan toe dat in het gepropageerde een ideëel element moet zitten. Anders spreek je van reclame. Kijk je dan onder reclame, dan staat daar dat je ook reclame kunt maken voor een bepaalde leer of een systeem om er aanhangers voor te werven. Dus: propaganda kan geen reclame zijn, maar reclame wel propaganda. Hieruit blijkt hoe vaag de grenzen zijn tussen alle begrippen die met communicatie te maken hebben. Het heeft weinig zin om honderden definities van propaganda neer te typen, het is interessanter om te kijken naar de verschillende nadrukken die de auteurs leggen. Als je dat doet, komen er twee hoofdgroepen naar voren:
definities die nadruk leggen op de intentie van de zender, dus op zijn motivatie om propaganda te maken en op het doel dat hij wil bereiken.
Definities die nadruk leggen op het overtuigende karakter van de propaganda, het omzeilen of ontnemen van de controlemacht aan de zijde van de ontvanger.
We geven van deze 2 groepen een voorbeeld.
Definitie met nadruk op intentie
K. Young: Propaganda is ‘het meer of minder bewust uitgewerkte systematische gebruik van symbolen door middel van suggesties en verwante psychologische technieken, via weloverwogen methoden met als doel het veranderen en controleren van opinies, denkbeelden en waarden en uiteindelijk het veranderen van uiterlijke gedragingen’.
(K. Young, Handbook of Social Psychology, London 1946, p. 578)
Definitie met nadruk op overtuigen
L.M. Fraser: ‘Propaganda is the activity or the act, of inducing others to behave in a way they would not behave in its absence’.
(L.M.Fraser, Propaganda, Oxford 1957, p.1)
Het is ook allemaal veel eenvoudiger te zeggen: Propaganda in onze wereld betekent niets anders dan dat ik iets geloof of aanhang , dat mij door anderen is overgedragen en dat ik op mijn beurt het weer doorgeef, om er een nieuwe aanhang voor te vinden. Of dat nu een politieke partij is, een bedrijf, een kerk, een voetbalvereniging, dat doet er in wezen niet toe.

Soorten propaganda
Monopolistische en dialogische propaganda
Je kunt dit onderscheid ook aangeven met andere tegenstellingen, bijv. Open-gesloten, democratisch-totalitair, etc.
Veel propaganda is onontkoombaar, omdat ze in handen is van dictatoriaal geleide staten, van partijen met een alleenvertoningsrecht of van een kerk die een monopoliepositie heeft in een bepaald land. Alternatieven zijn er niet. Wie de macht heeft moet gelijk hebben. Die dwaasheid heeft al heel wat schade bij mensen aangebracht: het heeft lang geduurd, na de 1e en 2e wereldoorlog, voordat burgers en soldaten werkelijk inzagen dat ze bedrogen waren door hun leiders. Sluit alle alternatieve informatie af en je kunt op den duur mensen alles wijs maken. Die propaganda noemen we dus monopolistisch.
Daartegenover staat die andere soort propaganda: de democratische, dialogische, open propaganda, gebaseerd op het fundament van vrije keuze uit alternatieven.
In de discussies over propaganda worden deze twee wel eens hinderlijk door elkaar gehaald, met als gevolg dat men alle propaganda op een hoop veegt en als ongewenst en schadelijk verwerpt. Maar het moreel aanvaardbare of onaanvaardbare karakter van de propaganda wordt bepaald door het specifieke doel van de propagandist, of door de middelen die hij aanwendt. Gelukkig zijn er ook mensen die wel degelijk de positieve kanten van propaganda zien. Per slot van rekening kun je door propaganda mensen pushen om zich in te zetten voor goede zaken. Zonder propaganda geen wereldweide vredesbeweging en een snel groeiend milieubewustzijn!
Massale en kleinschalige propaganda
Als we het woord propaganda gebruiken, denken we meestal aan de benadering van grote massa via de massamedia, en dan moeten we denken aan de snelpers die de grootschalige verspreiding van kranten mogelijk maakte aan het eind van de 19e eeuw, aan de film, de radio en de tv. Deze hebben allemaal een ongelooflijk grote invloed gehad op de ontwikkeling van de propaganda. Het is niet moeilijk om te bedenken dat Nazi-Duitsland nooit zo snel, nooit zo ingrijpend en indringend vorm zou vorm zou hebben gekregen, als er geen massapers en radio waren geweest. De grote leiders van vroeger moesten hun toespraken doen vanaf balkons, waar niet alleen zij zelf maar ook de hele schare lijfelijk aanwezig moesten zijn. Het is moeilijk te realiseren hoe enorm de betekenis is geweest van de technische uitvindingen die de grote leiders in staat stelden de mensen te manipuleren vanuit hun veilige werkkamers of vanuit de studio. De massamedia hebben het gezicht van de politieke propaganda maar ook van de andere vormen van propaganda voorgoed veranderd.
Naast de massale propaganda zien we ook de kleinschalige. Je moet dan denken aan de “training’ van kleine groepen mensen in ‘cellen’, van waaruit de ideologie verder wordt uitgedragen. Je kunt hierbij denken aan de communistische propaganda, maar bijvoorbeeld ook aan de verkondiging door de Jehova’s-Getuigen. Maar wie propaganda bedrijven op bijvoorbeeld het gebied van milieu-educatie, moet er van uit gaan dat de totale ‘markt’ op dit gebied betrekkelijk klein is voor de ideeën van de organisaties op dit gebied. Oftewel: de inhoud van de boodschap, dat wat men wil overdragen. Bepaalt de schaal waarop propaganda
bedreven wordt.
Geleide en spontane propaganda
Geleide propaganda wordt vanuit een centrum bedacht en gedirigeerd. Pas in de 2 grote wereldoorlogen hebben de strijdende mogendheden bureaus of ministeries voor propaganda opgezet en van veel geld en menskracht voorzien. Engeland speelde daarin een belangrijke rol: in 1918 richtte Northcliffe een ‘Ministerie van Propaganda’ op en in Rusland tuigde Kerensky na de revolutie een compleet propaganda-trainingsapparaat op. Het meest omvangrijke en ingrijpende apparaat is wellicht door de Nazi-Propagandaminister Goebbels opgezet in zijn ‘Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda’ (1933). Een onwaarschijnlijk sterk staaltje van organisatievermogen en vooral van psychologisch inzicht in wat de publieke opinie vraagt en kan verdragen. Als nooit van tevoren werd geprobeerd vanuit een strakke ideologie de massa’s te motiveren dor indoctrinatie en manipulatie. Tot in alle uithoeken van het leven drong de propaganda door, in scholen, kerken, jeugdbewegingen, vooral door en via de media en amusementswereld. Goebbels bedreef de propaganda vanuit het concept van de ‘comprehensive approach’: hij verbond alle activiteiten tot een zinvol geheel. Men kwam overal de propaganda tegen, in alle dingen, bij alle mensen, in alle straten, in alle gesprekken, en in de totale symboliek.
Kortom: geleide propaganda is ideologisch en technisch geleide propaganda vanuit een zenuwcentrum. De beste voedingsbodem voor geleide propaganda is uiteraard de totalitaire.
Spontane propaganda
Daaronder verstaan we de propaganda die, niet georganiseerd of geleid vanuit een bepaald centrum, door mensen individueel of in groepen word ondernomen.
Spontane propaganda is vaak onbewuste propaganda. Men realiseert zich niet eens dat men bepaalde visies demonstreert of gedachten uitdraagt. Kijk maar eens naar die groeperingen of sekten die er helemaal geen behoefte aan hebben om zich naar buiten toe te presenteren, maar slechts door hun aanwezigheid getuigenis afleggen. Bijv. De ‘Amish People’ in Canada en de V.S., die door hun extreme levenshouding iets uitstralen wat niet door propagandamiddelen ondersteund hoeft te worden.
Totale en partiële propaganda
Mensen die tijdens de laatste wereldoorlog in Duistland leefden en die vertwijfeld nog enige afstand wouden nemen van wat voor de massa aannemelijk en goed was, moeten zich duizenden malen hebben afgevraagd hoe ze in vredesnaam konden ontkomen aan die propaganda! Was er dan geen enkel gebied meer waar ze zichzelf konden zijn of hun eigen mening konden vormen. Er is een onderscheid tussen totalitaire propaganda en totale propaganda. Soms vallen ze samen, zoals in de communistische propaganda en de Nazi-propaganda, maar soms vind je ook totale propaganda in democratische landen. Met het woord totaal wordt dan aangeduid dat de propaganda bijv. voor een bepaalde levensstijl in alle facetten van het leven door moet klinken.
Partiële propaganda, deze soort kunnen we aantreffen wanneer propaganda niet alle terreinen van het leven wil bedekken, maar zich slechts op één terrein begeeft.
Actieve en reactieve propaganda
Onder actieve-propaganda verstaan we soorten en vormen van propaganda die op initiatief van leiders of van personen bewust worden ondernomen. Meestal zit er een beleid achter en worden er bepaalde doelstellingen nagestreefd.
Reactieve propaganda is propaganda die door een tegenpartij wordt ondernomen om de aandacht te vestigen op ‘de andere kant van de zaak’. In de oorlogspropaganda wordt dat laatste contrapropaganda genoemd. Die houdt iets meer in dan alleen maar reageren op wat de ander doet, dus antwoord geven op de eerste klap. Contrapropaganda bedrijf je op basis van een plan. Wat doe ik als hij dat doet?
Informatieve en persuasieve propaganda
Is propaganda dan niet altijd persuasief? Er zijn ook soorten propaganda die niet uitdrukkelijk gericht zijn op het bekeren of overhalen, maar op kennisvermeerdering en daardoor attitude- en gedragsverandering van de ontvanger. Het accent wordt gelegd op de vergroting van inzicht bij de ontvanger. Je zou ook kunnen zeggen dat dit soort propaganda meestal voorafgaat aan de meer persuasieve, maar dat is niet noodzakelijk. Er zijn ook groepen in de samenleving die er wel behoefte aan hebben anderen te vertellen wat ze doen en nastreven, maar er bepaald niet op uit zijn dat iedereen zich bij hen aansluit.
Persuasieve propaganda richt zich op de verandering van attitudes en gedrag van ontvangers; is meer op verleiding en misleiding gericht dan op leiding; wil niet het al dan niet accepteren van de boodschap overlaten aan de beleefdheid van de ontvanger, dus hem/haar begeleiden tot aan de poort van de beslissing, maar wil de ontvanger bij de hand nemen naar de plek waar de propagandist hem hebben wil. Dat gebeurt door overreding, overdonderen, dreigen, verlokken, en nog meer andere technieken die nu aan de orde komen.

De technieken en middelen
Hier komt dan een lijst met technieken en middelen voor propaganda, de lijst is waarschijnlijk niet compleet, want er zijn altijd weer andere technieken en middelen te bedenken. De aangegeven technieken zijn bovendien niet alleen op propaganda van toepassing, vele ervan zijn ook terug te vinden in de reclame en voorlichting. Maar goed…dan nu de lijst.
De Technieken
Afleiding
De propagandist probeert de aandacht af te leiden van belangrijke gebeurtenissen door op iets heel anders de aandacht te vestigen dat, vergeleken met het belangrijke, betrekkelijk neutraal is of zelfs onbelangrijk.
Aperte beweringen
Met grote stelligheid betrekkelijk eenvoudige ‘waarheden’ naar voren brengen. Zoals: “Geen Amerikaan komt Koeweit levend uit”, riep Sadam. Dit type beweringen functioneert als een kapstok om allerlei gedachten aan op te hangen
Bandwagon
Een kar waarin de muziek zit tijdens een parade of iets dergelijks.
Belachelijk maken
Goebbels was een meester in het belachelijk maken van de tegenstander. In cartoons, spotliedjes en muurtekeningen worden politieke tegenstanders onderuit gehaald. In de anti-Duitse propaganda werd Hitler (die huisschilder was geweest) voortdurend aangeduid met de term: ‘Behanger’.
Canvassing
Dat bijv. de politici de bevolking persoonlijk benaderen met het doel stemmen te werven. Handen schudden, een praatje maken, gewoon doen, een kind optillen oude mensen in rolstoelen net even iets meer aandacht geven, opvallend nonchalant met jongeren praten.
Cardstacking
Feiten zo selecteren, dat de zaak slechts van een kant wordt belicht. Het resultaat is een (opzettelijk bedoelde) verkeerde voorstelling van zaken.
Claimen van uitspraken
De techniek om de eigen waarheid steeds meer het karakter van een algemene en definitieve waarheid te geven, door zich te beroepen op de uitspraken van beroemdheden. Bijvoorbeeld: ‘Zei Jezus niet eens……’
Compensatie
Wanneer je je aansluit bij een politieke groepering en dar openlijk voor uitkomt, of bij een kerkgenootschap, dan kan het zijn dat je je contacten met het verleden moet afsnijden. De groep waarin je onderdak vindt biedt compensatie door bijv. een hechte band te bieden, een uniform, een nieuwe taak.
Een andere soort compensatie is: wie eenmaal ja heeft gezegd tegen een beweging, moet soms het een en ander slikken, teleurstellingen verwerken. Grote manifestaties en prestaties, successen en zichtbare resultaten ‘compenseren’ deze teleurstellingen.
Geruchtverspreiding
Een gerucht is een onbevestigd, informeel en onzeker bericht dat in de regel mondeling verspreid wordt van persoon tot persoon en waarbij meestal gebruik wordt gemaakt van informele nieuwskanalen. Belangrijke kenmerken van het gerucht zijn: het onbevestigde, onzekere en informele karakter. Dat geeft het iets ‘mystieks’. Meestal treden geruchten in crisissituaties op. Geruchten hebben of met angst, onzekerheid, negatieve verwachtingen, of met hardnekkig optimisme te maken. Bewust verspreiden van geruchten is een geducht middel in de politieke propaganda. Bestrijding van de geruchten is bijna onbegonnen werk.
Glittering generalities
De schitterende algemeenheden vormen de confetti van de politieke propaganda. De inhoud van de algemeenheden stelt niets voor maar doet de mensen toch wel iets. Zoeken we niet allemaal vrede en gerechtigheid. Onze partij streeft naar eerlijke verdeling en een menselijk bestaan! Wie dat gelooft zal de innerlijke rust ervaren. De wereld is zondig en de mensen zijn verdorven! Het is toch wel duidelijk dat het met de wereld verkeerd gaat!
Leiderschap
Lang niet alle, maar wel de meeste grote bewegingen die hun ideologie of geloof propageren, hechten alles wat ze hebben aan de leider, de stichter.
Maar leiders kunnen ook erg hard vallen of na hun dood ontmanteld worden door opvolgers.
De destalinisering van Rusland onder Chroesjtsjov is er een goed voorbeeld van.
Leiders blijven meestal wat hun uiterlijk en levenswijze eenvoudig. Hun charisma is sterk genoeg om ook zonder pracht en praal op te vallen. Wat kan er allemaal niet voor moois worden toegedicht aan de grote politieke leiders! Vrede, Adeldom, gerechtigheid, liefde voor hun volk. Zij brengen het offer van hun leven voor de mensen. Op eenzame hoogte vervullen zij hun roeping, zich bewust van de verschrikkelijk zware roeping die op hun schouders ligt. Zo staat dat in veel propaganda tijdschriften. We weten wel beter. Het was vooral Goebbels die het ‘onafhankelijke’ Führerbeeld heeft geschapen voor Hitler.
Mythologisering
Het begrip mythe kan verschillende zaken betekenen, zoals een oud overgeleverd verhaal over oeroude tijden, goden en helden, maar ook een fabel, een kletspraatje of een veel beweerde ,maar nooit bewezen, waarheid over een bepaald persoon, land of een gebeurtenis. Grote leiders zijn omgeven met mythen, ze worden hen op den duur als mantels omgeworpen, allerlei heldendaden worden hen toegedicht als zij eenmaal aan de macht zijn.
Oppositie
In de propaganda moten vijanden duidelijk worden aangegeven en bestreden. Het bewust inbrengen van oppositie kan ook een afleidingseffect hebben. Je kunt je eigen fouten toeschrijven aan vijanden die niemand echt kent.
Orkestratie
Propaganda moet alle instrumenten gebruiken zoals men die in een orkest gebruikt. Je moet de instrumenten op elkaar afstemmen, zoadat een dezelfde melodie wordt gehoord. Maar ook: niet alle mensen houden van alle instrumenten. Dus je moet bepaalde groepen met een bepaald ‘geluid’ benaderen. Mensen willen de waarheid horen in hun eigen taal, op hun toonhoogte en in hun begrijpbare omgeving. De massa zal de eenvoudigste dingen onthouden, wanneer ze voortdurend herhaald worden. Een wijsheid van Hitler uit Mein Kampf!
Orkestratie doet de boodschap wel verder komen, maar de waarheden veranderen naarmate ze steeds aan het hoofd en hart van de ontvanger moeten worden aangepast.
Overdracht
Propaganda moet zich aansluiten bij bestaande meningen, vooroordelen en gevoelens. Propaganda is niet oppermachtig. Om mensen te winnen moet men mensen kennen en vooral hun diepste gevoelens, vrees, haat, hoop en verlangens. De overdrachtstechniek bestaat hierin, dat de verborgen sentimenten in een volk worden opgespoord en de boodschap van de propaganda als het ware op die sentimenten wordt overgedragen.
Overdrijving
De mens heeft een natuurlijke neiging tot overdrijven, de meeste mensen passen het overdrijven toe als ze iets aan een ander vertellen. Overdrijving kan positief werken, de dingen komen krachtiger, indrukwekkender over. Het effect kan ook negatief zijn, namelijk dat het ongeloofwaardig wordt.
Overtuiging
Op grond van feiten worden negatieve en positieve informaties verstrekt. Het is niet altijd zo dat propaganda met leugens werkt of met halve waarheden. Het is wel degelijk mogelijk met rationele argumenten en feiten mensen tot andere gedachten te brengen. Mensen blijven per slot van rekening niet buigen voor leugens, ze willen tenslotte niets anders dan de waarheid en die overtuigt het duidelijkst.
Projectie
Met de techniek van projectie schrijf je aan anderen toe wat eigenlijk op jezelf van toepassing is. Het falen van een gevallen regering wordt door de nieuwe regering genadeloos uitgebuit om hun eigen fouten te bedekken. Het heeft alles te maken met afleiden en het zoeken van een zondebok: ongeveer iedereen heeft de schuld, behalve de verantwoordelijke persoon. Projectie komt erg in de buurt van scapegoating.
Pseudo-gebeurtenissen
Onze media staan er bol van. Wij hebben niet meer genoeg aan eenvoudige feiten. De feiten worden omringd met ‘toegevoegde waarden’ en afgeleid nieuws. Beroemdheden zijn de scheppers van het nieuws. Dat nieuws biedt zich niet spontaan aan, het wordt gemaakt, het is synthetisch en de drijfveer om het te maken is vaak de commercialiteit.
In de politieke propaganda hebben deze pseudo-gebeurtenissen altijd een zeer grote rol gespeeld. Goebbels maakte bijv. van begrafenissen van op zich zelf onbeduidende Nazi’s politieke happenings.
Rationalisatie
Dit is het achteraf verklaren met verstandelijke argumenten wat eigenlijk emotioneel werd gedaan. In de oorlogspropaganda kunnen dingen die hopeloos mis zijn gegaan, achteraf verklaard worden en goedgepraat met redelijk argumenten. Alsof een complete strategie achterzat.
Retoriek
Het is niet alleen de kunst van het spreken, maar ook de kunst van het opstellen van een rede, de rangorde aanbrengen in de onderdelen, de tactiek om door zo goed mogelijk te argumenteren, te scoren.
Scapegoating
Dat is de veelbedreven techniek van het zondebok zoeken. Je stel een persoon of een groep personen verantwoordelijk voor negatieve ontwikkelingen en situaties. De zondebok is meestal een zwakke persoon in de groep, of een zwakke groep als zodanig.
Simplificatie
Dat is de kunst om ingewikkelde zaken zeer eenvoudig voor te stellen of te formuleren Of: in een slogan simpele ‘waarheden’ naar voren te brengen (“Roken moet mogen!”) en anderen die waarheid voor te houden.
Stereotypering
We verstaan hieronder een generaliserend toekennen van eigenschappen aan individuen of groepen, alleen op grond van hun lid zijn van een bepaalde categorie mensen. Er zijn negatieve en positieve stereotypen. Stereotypen ontstaan in conflictsituaties binnen een persoon, waarbij gegrepen wordt naar vereenvoudigingsmogelijkheden. Natuurlijk heeft stereotypering alles te maken met vooroordeel, verdringing en suggestie. Het is een van de gevaarlijkste technieken die we hanteren kunnen, omdat het neutraliseren van stereotyperingen bijzonder moeilijk is.
Suggestie
Een machtig wapen in de propaganda. Je suggereert verraad, hoop, toekomst, overwinning, goed en kwaad. Met suggereren probeer je anderen ertoe te brengen bepaalde opvattingen over mensen en dingen te gaan koesteren of zelfs over bepaalde producten en feiten. Suggestie berust kennelijk op de mogelijkheid bij mensen onbewuste gedachten en gevoelens op te roepen. Het is meer en anders dan het naïeve ‘iets wijs maken’. Suggestie behoeft immers wel degelijk toelating bij de ontvanger, acceptatie, er moet in iets geloofd worden .
Suggestie kan zeer gevaarlijk worden indien ze gepaard gaat met simplificatie en stereotypering. Alles wat fout ging in Duitsland was te wijten aan de joden of aan de zigeuners.
Tegenopenbaarheid
Je gebruikt de methoden en symbolen van de tegenstander, of die de tegenstander toeschrijft , om hem daarmee te confronteren met zijn gemene bedoelingen. Bijv. bij de ontruiming van de kraakpanden in A’dam is het enkele malen voorgekomen dat de krakers de ME verwelkomden met ‘Heil Hitler’ en hakenkruisbanden om de armen.
Unanimiteit
Dat is de techniek die speelt met de collectieve geest, het grote SAMEN. Wij, Nederlanders, de arbeiders van Frankrijk eisen, Amsterdam leeft mee. Hiermee wordt gewerkt met de suggestie van eenheid en algemene instemming met beleid en activiteiten van een regering. ‘Wollt Ihr den totalen Krieg?’ Ja hoor, iedereen wilde die.
Verzwijgen
Ook wel eens ‘ongeoorloofde stilte’ genoemd. Het verzwijgen van feiten en gebeurtenissen is een bekend fenomeen in de propaganda. Het is niet overdreven te stellen dat het meeste wat er in de oorlog is gebeurd verzwegen is door de propagandisten van de betrokken landen. Wat ons in de propaganda niet uitkomt bestaat eigenlijk niet moet althans geen stem hebben.
Middelen
Technieken maken gebruik van bepaalde middelen waarvan we er nu een aantal zullen noemen.
· Het gesproken woord;
· Het geschreven woord;
· Het lied, de muziek;
· De symbolen, de vlaggen en de beelden;
· Het imago;
· Het theater en het cabaret;
· Demonstraties, optochten, intochten, processies en meetings;
· Gebouwen, paleizen en tempels;
· Munten en postzegels;
· Daden.

Propaganda van de Nazi’s ten tijde van de Tweede Wereldoorlog
Inleiding
Na de Eerste Wereldoorlog kwam de leiding over het gebroken en verslagen Duitsland in de handen van de Republiek van Weimar. Hitler, toen nog een jonge ambitieuze politicus, bevond zich in het begin van zijn carrière in een ongunstige positie. Hij betrad de jungle van de Duitse naoorlogse politiek met zoveel, wat hem tegenzat, dat iedereen, die verstand van zaken had, hem afgeraden zou hebben het op een politieke carrière aan te leggen. Door afkomst en familie onderscheidde hij zich niet. Zijn opleiding was niet noemenswaard en verschafte hem niet de nog hoog aangeslagen Verbindungen-relaties, die zijn opkomst via de nog overgebleven traditionele kanalen zouden hebben vergemakkelijkt. Zijn politieke zienswijze deden hem vreemd staan tegenover de nieuwe orde, die er in Midden-Europa na de Eerste Wereldoorlog heerste. Ofschoon hij op grond van zijn militaire loopbaan in de oorlog onderscheiden was met het IJzeren Kruis, toch had zijn diensttijd in het Duitse leger hem, Oostenrijker van geboorte, nog niet eens het Duitse staatsburgerschap verschaft, toen de vijandelijkheden waren gestaakt.
Toch kwam Hitler verwonderlijk snel aan politieke macht. Hij zette openlijk een samenzwering op touw tegen de Republiek van Weimar, terwijl hij alleen in die zin een revolutionair was, dat hij het ‘systeem’ van Weimar verachtte en dat hij noot dacht in termen van een mogelijk compromis ermee. Hitler had geen revolutionaire traditie achter zich die te vergelijken was met een ander land in Europa achter waar een revolutie had plaats gevonden. Hitler zelf en zijn partij maakten deze traditie in Duitsland. Het gebruik van ‘propaganda’ werd daarbij een centraal bestanddeel.
Hitler en Goebbels hebben propaganda tot een wapen op zich zelf gemaakt, een instrument dat onderwerpen aandraagt waarover je spreekt in de tram, hoopte Goebbels.
Hoe werd de propaganda gebruikt?
Na de machtsovername van Hitler vonden in Duitsland regelmatig massabijeenkomsten plaats. Op deze bijeenkomsten waren veel vaandeldragers en klonk er luid trompetgeschal. Als Hitler het podium betrad, werd lievelingsmars van de Führer - de Badenweiler – gespeeld. Hitler kwam in uniform met kaplaarzen en met een strenge gezichtsuitdrukking kaarsrecht op. Zijn toespraken hadden vaste thema’s: het herstellen van ‘Groß Deutschland’, de decadentie van de democratieën, de vervuiling door de Joden en de beestachtigheid van de Bolsjewieken. Deze thema’s werden herhaald in radioprogramma’s en films. In zijn eerste jaar als kanselier verzorgde Hitler meer dan vijftig grote radio-uitzendingen. Als Hitler zelf of een andere belangrijke nazi-leider een toespraak hield, moest het werk op kantoren en in fabrieken worden stilgelegd.
Naast radio was film het lievelingetje van Goebbels. In richtlijnen voor de films van toen kun je lezen: ‘Wij kennen geen beter medium dan de film voor de verspreiding van onze nationaal-socialistische ideologie – met name voor onze jongste schoolkinderen. De nationaal-socialistische staat gebruikt de film doelbewust voor het overbrengen van zijn ideologie.’
In de film werd ook antisemitisme gepropageerd.
Zogenaamde weerzinwekkende Joden met kromme neuzen zie je schone Duitse maagden verkrachten.
Een ander belangrijk visueel propagandamiddel was de poster.
De poster heeft bij de machtsovername van de nazi’s een grote rol gespeeld. Naar massabijeenkomsten of de film hoefde je niet te gaan, een krantenartikel kun je naast je neerleggen en de radio kun je uitzetten. Maar iedereen wandelt wel eens op straat. En als je dan op iedere hoek posters ziet hangen van meer dan levensgrote Hitler en heldhaftige soldaten, kun je die niet vermijden. De posters ontbraken in geen enkele Duitse stad. Een nazi-leider heeft eens het volgende over de posters gezegd: “Langdradige redevoeringen hebben niet het effect dat Mjolnir [een bekende ontwerper van posters] met zijn door vurig fanatisme geïnspireerde en indringende kunst in een seconde kan bereiken.”
Hoewel Hitler in zag dat de man die in de toekomst de grote massa in zijn macht had het land zou beheersen, deed hij geen poging om zijn verachting voor de massa’s te verbergen. ‘De psyche van de grote massa’, schreef hij, ‘is niet gevoelig voor de zwakte. Ze lijkt op een vrouw, wier psychische gesteldheid meer door een emotioneel verlangen naar een sterke kracht, die haar aard kan aanvullen, wordt bepaald dan door abstracte redeneringen. Op deze wijze houdt de grote massa ook van een leider en veracht ze een bedelaar.’
Tegen zijn vriend Rauschnigg zei hij: ‘Heb je nooit een mensenmenigte gezien die zich om een straatruzie heen verzamelt? Ze hebben ontzag voor gewelddadigheid en fysieke kracht. De gewone man heeft voor niets meer ontzag dan voor kracht en hardheid – vrouwen trouwens ook. De massa’s hebben iets nodig, waar ze van afgrijzen huiveren.’
In de volgende vijftien jaar zou Hitler ze juist hiervan in toenemende mate voorzien.
Hij ging van de vooronderstelling uit dat propaganda zich mo8est richten op de emoties en niet op de intelligentie. De propaganda moest zich concentreren op een paar eenvoudige thema’s, die zwart-wit werden gebracht. ‘Propaganda’, schreef hij, ‘is gebaseerd op het inpalmen van de massa’s en niet op het ontwikkelen van diegenen, die al geschoold zijn.’ Hij moest niets hebben van intellectuelen of de hogere maatschappelijke standen.
Goebbels had de methoden bestudeerd die de fascisten in Italië hadden gebruikt voor het creëren van het heroïsche beeld van Mussolini, en hij paste ze daarom met des te meer reden toe op Hitler. Hij beseft dat, als hij de massa’s wilde imponeren, de moderne dictator tegelijk een superman en een man van het volk moest zijn, afstandelijk en toch toegankelijk, wijs maar toch eenvoudig, eenzaam op zijn Olympische hoogte en toch bereid zich onder het volk te begeven. Dit kwam tot uitdrukking in twee artikelen, die Goebbels in zijn krant Der Angriff (De Aanval) schreef – ‘Adolf Hitler, Staatsman’, en ‘Adolf Hitler, Mens’. In het eerste liet hij een Führer zien die onfeilbaar was in zijn politieke oordelen; ze gingen menselijk verstand te boven. Toch was hij volgens de tekst van het tweede artikel verbazingwekkend menselijk en vriendelijk. ‘De eenvoudigste mensen’, schreef Goebbels, ‘treden hem met vertrouwen tegemoet, omdat ze voelen dat hij hun vriend en beschermer is.
Voor zijn legendevorming rondom de Führer maakte Goebbels veel gebruik van de massademonstraties die na de machtsovername door Hitler regelmatig in nazi-Duitsland werden gehouden. Hij ontdekte dat manipulatie van de emoties bij deze mammoetbijeenkomsten het meeste effect sorteerde, wanneer toeschouwers en deelnemers in dezelfde roes kwamen als de Führer en elk individu door zijn woorden ‘een soort metamorfose van een kleine worm naar een deel van een grote draak’ onderging. Deze demonstraties vonden na 8 uur ’s avonds plaats, als de mensen moe waren en niet veel weerstand konden bieden. Ze vormden dan een gewillig gehoor. Op de jaarlijkse bijeenkomst in Neurenberg, de heilige stad van de nazi’s, zagen een half miljoen mensen op de tribunes 200.000 geüniformeerde vaandeldragers, die tot de overvloed van nazi-organisaties hoorden, langs de Führer marcheren, die duidelijk zichtbaar voor iedereen op een podium stond.
De inrichting van het propaganda-apparaat
Op 13 maart 1933 werd in Duitsland het ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda opgericht. Het ministerie werd belast met het toezicht op de pers, radio, film, kunst en literatuur. De invloed van dit ministerie was groot. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verstrekte het dagelijks richtlijnen voor de kopij aan redacteuren van kranten. Deze waren zo gedetailleerd dat de kranten bijna letterlijk werden gedicteerd. Joseph Goebbels stond aan het hoofd van dit ministerie.
Enige tijd voor de dag dat Hitler de macht had waren de eerste grondslagen voor de beheersing van het Duitse volk door middel van de staat al gelegd. Op 9 januari 1929 was Goebbels Reichspropagandaleiter van de partij geworden. De kans om zijn eigen positie te versterken en om de macht van zijn bureau te vergroten deed zich in 1932 voor. De activiteiten daarvan vielen voor een groot deel samen met die van de Reichsorganisationsleitung – de afdeling voor partijorganisatie –, waarvan Gregor Strasser het hoofd was. Toen dan ook het steeds nog hangende probleem van de positie van Gregor Strasser binnen de partij in de herfst van 1932 opnieuw acuut werd, greep Goebbels deze gelegenheid aan om de organisatie van de propaganda te herzien en te versterken. Hij was ervan overtuigd, dat Hitler op het punt stond de macht in Duitsland over te nemen en zijn reorganisatie van het propaganda-apparaat voerde hij uit met dat doel voor ogen. De belangrijkste functie van het apparaat was tot die tijd geweest: een snel en soepel doorgeven van de richtlijnen van de top van de hiërarchie aan de plaatselijke organisaties. Nu zorgde Goebbels er in de eerste plaats voor, dat de centrale organisatie verbreed en onderverdeeld werd in gespecialiseerde afdelingen, die elk onderdeel van de propaganda op zich konden nemen.
De afdeling die te maken had met ‘actieve propaganda’ (Amt I), was de kern van de organisatie; hier werd gezorgd voor de politieke agitatie: van de monsterbijeenkomsten met hun problemen op het gebied van regie, accommodatie, transport enzovoort tot aan de kleine bijeenkomsten op het platteland toe. Voor de eerstgenoemde organisatie was er een speciale onderafdeling voor Grossveranstaltungen. De organisatie van de grote partijdagen werd echter verzorgd door een onafhankelijk permanent kantoor in Neurenberg, dat onder directe supervisie van de Reichspropagandaleiter stond. De belangrijkste onderafdeling, die naar verhouding een lange geschiedenis had, hield zich bezig met het Rednerwesen, de leiding van de openbare redevoeringen. Het bureau voor ‘actieve propaganda’ gaf ook zijn eigen krant uit: Unse Wille und Weg, die in 1931 was opgericht.
Vervolgens waren er afdelingen, die gingen over ‘de cultuur’ – de architectuur inbegrepen, een terrein, waar Hitler speciale belangstelling voor had -, over de radio, de film en ook over het ‘contact met de ministeriële bureaus’. Na januari 1933 werden deze afdelingen uitgebreid, voor die tijd bestonden ze nog slechts in rudimentaire (onontwikkelde) vorm. Dezelfde indeling werd gehandhaafd in de lagere regionen van de organisatie: de Gaupropagandaleiter waren verantwoordelijk voor vijf afdelingen, die, op provinciaal niveau, correspondeerden met die in het centraal bureau; lager in de hiërarchie kwamen de Kreispropagandaleiter – propagandaleiders voor de districten – en de Ortsgruppenpropagandaleiter, die hun werkterrein vonden op het niveau van de plaatselijke partijorganisatie. De hiërarchie diende ervoor om bevelen naar beneden door te geven en om informatierapporten over de stand van zaken – peilingen van het publiek enzovoort – hogerop bekend te maken. Geregeld werden iedere maand verslagen over de toestand doorgegeven door de laagste rangen via dezelfde hiërarchie. In 1934 had het apparaat voor de partijorganisatie ongeveer 14.000 mensen in dienst.
Toch werd dit mechanisme, dat de propagandistische activiteiten van de nazi’s leidde, zorgvuldig voor de buitenwacht verborgen gehouden. Iedereen kon de marionetten wel zien, maar de touwtjes en degenen, die eraan trokken bleven onzichtbaar; dat zou de illusie anders verstoord hebben.
Hoewel de interne structuur van het partijpropaganda-apparaat dikwijls hervormd werd en hoewel de functies ervan vaak samenvielen met die van andere partijafdelingen of na 1933 met die van staatsdepartementen, toch kreeg Goebbels er een unieke machtspositie door. Deze machtspositie werd nog versterkt toen hij in maart 1933 de eerste nationaal-socialistische minister van voorlichting en propaganda werd.
De doelstelling(en) van de propaganda.
Het is zeer typerend dat men propaganda in Nazi-Duitsland een heel ministerie waardig achtte. In geen enkel land, ook niet in Duitsland, had ooit een ‘Ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda’ bestaan. Het was een teken des tijds in de eeuw van de Gewone Man, waarin de nu ontwakende en tot dusver apolitieke en ongeschoolde grote massa’s werden gemanipuleerd. De nazi’s (en in mindere mate de Sovjets) werden zich het eerst bewust dat hierin het geheim van politiek succes lag. Een half decennium vóór ze dat succes behaalden, gebruikten de nazi’s al vakkundig alle nieuwe media van de 20e eeuw – pers, radio, films en affiches – om de mensen onder de duim te houden, te leiden en te coördineren. Het Ministerie van Propaganda verstrekte op het hoogtepunt van zijn macht tijdens de Tweede Wereldoorlog in heel Duitsland dagelijks richtlijnen voor de kopij aan de redacteuren van nieuwsbladen. Deze waren zó gedetailleerd, dat de kranten praktisch al op papier stonden voor de redacteuren.
Nazi-Duitsland zou propaganda op zo’n grote schaal en zó doeltreffend toepassen, dat tegen 1939 het Duitse volk volledig geïndoctrineerd leek te zijn. Tot het laatst toe geloofden de meesten nog dat Adolf Hitler een onbaatzuchtig heerser en zelfs een messias was, die zich op de eerste plaats bekommerde om hun welzijn en uiteindelijk om dat van het menselijk ras.
Hoe verwierf hij die schijnreputatie? Het voldoet niet te zeggen dat de Duitsers altijd gevoelig zijn geweest voor patriottische leuzen als ‘De plicht die roept’, ‘De eer van het ras’ en ‘De edelmoedige dood van een soldaat’. Er waren een aantal andere factoren: Hitlers eigen, bijna bovenmenselijke energie, zijn genadeloze uitschakeling van de oppositie, zijn geraffineerde ‘verdeel en heers’-politiek en zijn manipulatie van de strijdkrachten. Hitlers toepassing van propaganda was misschien niet zijn meest effectieve wapen (vergeleken met bijvoorbeeld militaire overwinningen), maar het was zeker zijn meest noodlottige, want het was er opgericht – en slaagde er onder de meesterlijke leiding van Goebbels ook in – de Duitsers te overtuigen dat het nazi-systeem de grandeur van hun land zou herstellen.
Hitler had zich vóór de Eerste Wereldoorlog voor het eerst gerealiseerd wat de mogelijkheden en haar toepassingen waren. In zijn vroege werk refereert hij aan de Oostenrijkse marxisten is Wenen, ‘die wisten hoe zij de massa’s moesten lokken’. Tijdens de oorlog zag hij de invloed van de Engelse propaganda op de soldaten van de Centrale Mogendheden; later las hij de woorden van Lord Northcliff: ’Het bombarderen van de Duits geest is bijna net zo belangrijk als het bombarderen van een kanon’. Northcliff streefde ernaar ‘door propaganda het Duits leger in zo’n gemoedstoestand te brengen dat het zich zou overgeven en het zijn hopeloze militaire situatie doen inzien’.
Hitler schreef hierover: ‘De vijand deed met vakbekwaamheid, vernuft en overleg juist datgene op het gebied van propaganda, waarin wij tekort schoten.’ Het is veelbetekenend dat Hitler in het begin op het politieke toneel verscheen in de rol van militair propagandist. De officieren van het Eerste Beierse Jagersregiment, waarin hij diende, zagen in de goed van de tongriem gesneden korporaal een toegewijde nationalist, wiens retoriek een antwoord zou kunnen geven op het revolutionaire marxisme, dat in opmars was bij de gedemoraliseerde troepen. Zij stelden hem aan als ‘regimentsofficier voor politieke vorming’. Hij had opmerkelijk veel succes.
Toen hij een paar jaar later Mein Kampf (Mijn Strijd) schreef, wijdde hij twee hoofdstukken aan de studie en het gebruik van propaganda. Hoewel hij zei dat in de toekomst de man die de grote massa in zijn macht had het land zou beheersen , deed hij geen poging om zijn verachting voor de massa’s te verbergen. ‘De psyche van een vrouw, wier psychische gesteldheid meer door een emotioneel verlangen naar een sterke kracht, die haar aard kan aanvullen, wordt bepaald dan door abstracte redeneringen. Op deze wijze houdt de grote massa ook van een leider en veracht ze een bedelaar.’
Tegen zijn vriend Rauschnigg zei hij: “Heb je nooit een mensenmenigte gezien die zich om een straatruzie heen verzamelt? Ze hebben ontzag voor gewelddadigheid en fysieke kracht. De gewone man heeft voor niets meer ontzag dan voor kracht en hardheid – vrouwen trouwens ook. De massa’s hebben iets nodig, waarvoor ze van afgrijzen huiveren.” In de volgende vijftien jaar zou Hitler ze juist hiervan in toenemende mate voorzien.
Hij ging van de vooronderstelling uit dat propaganda zich moest richten op de emoties en niet op de intelligentie. De propaganda moest zich concentreren op een paar eenvoudige thema’s, die zwart-wit werden gebracht. ‘Propaganda’, schreef hij, ‘is gebaseerd op het inpalmen van de massa’s en niet op het ontwikkelen van diegenen, die al geschoold zijn.’ Hij moest niets hebben van intellectuelen of de hogere maatschappelijke standen.

Conclusie
Hitler had al vrij vroeg gezien dat, mits hij het goed gebruikte, de propaganda hem kon helpen met het veroveren van politieke macht en later tot het veroveren van Europa. Hij had Goebbels daarom opdracht gegeven om een grondig systeem op te zetten dat door het hele land, en later Europa, de mensen kon bereiken. Hij maakte gretig gebruik van de moderne media – radio en film – en verspreidde enorme aantallen van pamfletten, kranten en tijdschriften. Het onderwerp antisemitisme kwam hier uitgebreid in voor, maar ook Hitler zelf was vaak het onderwerp.
De organisatie, het Ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda, was zo efficiënt ingericht om snel en duidelijk de richtlijnen van de top door te geven aan lagere organisaties.
Duidelijk is dat Hitler een verachting had voor de massa’s, hij zag hen als een kneedbare en volgzame leden van zijn partij. Maar hij had wel door dat hij hen nodig had voor zijn politieke ideeën en militaire ondersteuning. Men probeerde om de bevolking zo op te zwepen dat ze zich onvoorwaardelijk overgaven aan de ideeën van de Führer.
Propaganda van Rusland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog
Inleiding
Net als in Duitsland had de staat in Rusland voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog het monopolie op de media. Na de Russische revolutie waren binnen korte tijd alle vormen van drukwerk – boeken, kranten, pamfletten en posters – in handen van de Staatsonderneming voor Publiciteit. Dit orgaan oefende toezicht uit op alle vormen van publiciteit. Een afdeling Censuur onderzocht alles wat van de drukpers rolde. Een hindernis bij het bereiken van het volk met behulp van propaganda vormde het alom voorkomende analfabetisme. Op het platteland werden daarom in alle openbare ruimten radio’s geplaatst en door middel van propagandatreinen konden films overal door het land worden vertoond. Via de radio hoorden de Russen over de decadentie en de onrechtvaardigheid van de tsaren en over de goedheid van de bolsjewieken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog greep men opportunistisch terug op een groots verleden. Ze werden als voorbeeld gesteld aan de Russische soldaten. Dit laatste zag men ook in de posters terugkomen. In Moskou werkten zo’n 200 kunstenaars aan de productie van posters. Door het hele land werden ze opgehangen: in fabrieken, kantoren, ziekenhuizen, scholen en openbare ruimten.
Hoe werd de propaganda gebruikt?
Terwijl de nazi’s, evenals de fascisten van Mussolini, zichzelf voornamelijk als strijders presenteerden en door onophoudelijk machtsvertoon (militaire parades, massabijeenkomsten en strijdlustige toespraken), probeerden de rest van Europa zoveel angst in te boezemen dat het zich zou onderwerpen (dit was bijvoorbeeld het effect van de naziefilm De Vuurdoop op Noorwegen en Nederland in 1940), stelden de Sovjets zich altijd vredelievend op. Hitler en Mussolini stapten altijd rond in uniform, maar Russische leiders verschenen tijdens de zeldzame gelegenheden dat ze zich buiten het Kremlin lieten zien, altijd in hun nette, donkere pakken en met slappe deukhoeden, als de personificatie van burgerlijke deugdzaamheid. Het gebruik van het woord ‘vrede’ door de Sovjets is een van de meest opmerkelijke prestaties die met propaganda in onze tijd is bereikt. Ze maakten het zich volledig eigen en eisten het als het ware voor hun exclusief gebruik op.
Als het propaganda mechanisme door de staat geleid wordt, kan men gemakkelijk met behulp van een speciale vocabulaire tegenstrijdigheden verklaren. De invasie van de Sovjet-Unie in Finland in 1940 betekende bijvoorbeeld voor de meeste mensen ‘oorlog’. Voor de Sovjetpropagandisten was het ‘een grenscorrectie om het vredelievende Rusland tegen een aanval van de westerse imperialistische oorlogsstokers te beschermen’.
Lang voordat Goebbels op het toneel verscheen, waren de communisten zich volledig bewust van het belang van propaganda. Al in 1902 had Lenin in zijn boek Wat moet er gebeuren? de revolutionair waarde ervan uitvoerig besproken. In 1910 leidde zijn waarnemer in Bakoe, Josef Stalin, een compleet propagandadepartement, dat met de opbrengsten uit bankovervallen werd gefinancierd. Na de triomf van de Oktoberrevolutie in 1917 zetten zij in Moskou het Ministerie van Actie en Propaganda op, dat toezicht hield op alle informatiemedia.
De Sovjets probeerden hun bevolking het vertrouwen en kracht in de regering teruggeven. Ze moesten de medewerking van hun mensen winnen, want zonder de kracht van de arbeiders zou er nooit een machtig en stabiel economisch systeem opgezet kunnen worden.
De inrichting van het propaganda-apparaat
In korte tijd waren alle vormen van drukwerk (boeken, kranten, pamfletten en posters) in handen van de Staatsonderneming voor Publiciteit, die zicht uitoefende op drukpersen en papierbevoorrading. Er was een censuurafdeling aan toegevoegd die alle boeken, manuscripten, filmscripts, tekeningen, muziek en zelfs landkaarten onderzocht. Op 12 november 1920 werd het Hoofdcomité voor Politieke Opvoeding van de Republiek opgericht, waarvan de vertakking parallel liep met de politieke verdeling in regio’s, districten, steden en dorpen.
Het overal voorkomende analfabetisme was een urgent probleem, waarvoor de pas uitgevonden radio en film uitkomst boden. In plattelandsdistricten werden radiotoestellen in gemeenschappelijke ‘leeshutten’, clubs, slaapzalen, culturele centra, museums, parken en andere openbare instellingen geplaatst. De boeren werden aangemoedigd in deze ruimten samen te luisteren. In de leeshutten zagen ze ook posters en luisterden ze naar radio-uitzendingen. De hutten waren primitief gebouwd en hadden over het algemeen lemen vloeren. De boer moest hiernaar toe voor informatie over de voedselsituatie en rantsoenering, plaatselijke mededelingen, enz. Hier kreeg hij tirades op de radio te horen over de onrechtvaardigheden van het oude tsaristische systeem en de voordelen van het nieuwe bolsjewisme.
De communisten gebruikten al even snel de bioscoop voor de analfabeten. Zij waren de vernieuwers op het vlak van de documentaire en hun films hadden een grote overtuigingskracht. Er werden ook andere actuele onderwerpen uit het Vijfjarenplan gebruikt om de arbeiders en boeren ervan te overtuigen dat geen opoffering te groot was om de doelstellingen te bereiken.
De doelstelling(en) van de propaganda
Toen propaganda nog in de kinderschoenen stond in de eerste dagen na de revolutie, maakten de eerste bolsjewistische leiders veel fouten. Ze waren verstandig genoeg om in te zien dat religie, ofwel ‘opium voor het volk’ van Lenin, een machtige psychologische vijand zou zijn. Vastberaden de
gevoels- en gedachtenwereld van het volk te beheersen, hadden ze besloten dat religie van de ene dag op de andere afgeschaft moest worden. Hiermee overspeelden zij hun hand. Hun ‘Bond van militante Goddelozen’ organiseerde in de straten van Moskou een processie met alle goeden en profeten. Boeddha reed op een paard met losbandige wellust, de Maagd Maria lag in een wulpse houding op haar rug en een weerzinwekkend uitgedoste priester lonkte naar een knap meisje. In december 1922 bouwde de Bond van militante Goddelozen in Leningrad midden op het plein een schavot, waarop standbeelden van de goden, heiligen, pausen en profeten ceremonieel werden onthoofd en verbrand. In de Sovjetpers werd de geestelijkheid van alle geloofsrichtingen onophoudelijk aangevallen op de zogenaamde religieuze eetfestijnen en dronkemanspartijen. De kerken werden me talles wat erin stond, zoals doopfonteinen, liturgische gewaden, kerkklokken, etc. uitgeroepen tot nationaal bezit en veranderd in warenhuizen, bioscopen en stallen.
Dit soort zaken kan enige invloed hebben gehad, maar de meeste arbeiders en boeren – de grootste zorg van het regime – waren diep geschokt door deze heiligschennis. Zarianov, een vooraanstaand communist, klaagde over de matige resultaten, die deze atheïstische propaganda opleverde. Hij zei dat de ‘Anti-God Campagne’ totaal verkeerd was aangepakt. De 2000-jarige heerschappij van de kerk kon niet door primitieve politieke toespraken worden uitgevlakt.
Ze zagen er nu vanaf de kerk direct te vervolgen en begonnen subtielere methoden te gebruiken. Grove parodieën op religieuze thema’s en karikaturen van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders werden vervangen door serieuze lezingen, discussies en congressen met wetenschappelijke debatten. Het antagonisme tussen sekten en geloofsovertuigingen werd discreet aangemoedigd en de priesters mochten zonder beledigd te worden hun dagelijkse werk doen.
In de jaren twintig, voordat nazi-Duitsland de belangrijkste vijand werd, was de Sovjet-propaganda voornamelijk gericht tegen de machtige westerse ‘plutocratieën’ en de plagen die hun kapitalistische systeem tussen 1914 en 1918 op de wereld had losgelaten.
De oorlog van 1939 bracht directe veranderingen in de Sovjet-propaganda met zich mee. Hoewel de Sovjet-Unie zichzelf steeds presenteerde als de ‘kampioen van de vrede’, begon ze het volk voor te bereiden op de oorlog. De strijdkrachten werden enorm uitgebreid. Een kleine maar veelbetekende aanwijzing voor deze verandering was de uitgave van postzegels, waarop de strijdmacht van de Sovjet-Unie stond afgebeeld.
Toen in juni 1941 de Duitsers aanvielen en de Sovjet-Unie zich had aangesloten bij de westerse democratieën, werden postzegels uitgegeven, waarop de leiders van de Grote Drie broederlijk met elkaar stonden te discussiëren met boven hun hoofd de in elkaar verstrengelde nationale vlaggen van hun landen. Tegelijkertijd werd er minder de nadruk gelegd op het internationale ka-rakter van het communisme. De wil tot verzet van het Russische volk werd aangemoedigd door meer een beroep te doen op hun vaderlandslievendheid dan op hun communisme; de oorlog werd officieel beschreven al ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’.
In de donkere dagen van 1941 was het doel van deze propagandisten het volk ervan te overtuigen dat Moedertje Rusland uiteindelijk moest zegevieren. Posters met reusachtige Russische handen en een stalen tang die een Duitse nek stevig toeknepen, drukten het stijgende vertrouwen uit na de eerste succesvolle tegenaanvallen.

Conclusie
Ook de Sovjets zagen het nut in van propaganda. Zij zagen ook in dat ze de bevolking nodig hadden voor hun politiek. Door middel van propagandatreinen bereikten ze alle hoeken van hun grote land.
Ze hadden duidelijk het probleem dat hun land zo groot was, maar ze losten dit goed op. Ze plaatsten in de openbare ruimtes radio’s en filmdoeken, zo konden ze makkelijk veel mensen bereiken. Het systeem was efficiënt en er kon op snelle wijze nieuwe berichten – bijvoorbeeld van het Oostfront – worden doorgezonden naar alle uithoeken van het land.
Toen de oorlog in aantocht was hebben de Russen hun propaganda aangepast, voornamelijk om hun bevolking er op voor te bereiden. Langzaam gingen ze vaker het thema ‘oorlog’ gebruiken. Waar ze eerst nog de geallieerden meden in hun propaganda krijgt nu hun samenwerking tegen de nazi’s volop aandacht.
De Sovjets riepen vaak het beeld op van de ‘oude dagen’ waar de Russen machtig en welvarend leefden. Streven was om de mensen klaar en bereid voor de oorlog te maken, ze moesten winnen!

Het gebruik van film in de propaganda van beide landen
Film bij de Nazi’s
Het filmbedrijf was Goebbels’ liefste pleegkind. Hij had niet alleen een zwak voor vrouwelijke filmsterren (van wie een aantal zijn minnares werd), maar hij begreep al snel dat deze nieuwe kunstvorm een veel groter publiek kon bereiken dan boeken of het theater. Het idee van duizenden volwassen mannen en vrouwen, die allemaal opgesloten in het donker naar hetzelfde beeld op het witte doek zaten te staren, appelleerde aan zijn gevoel voor uniformiteit. De film met zijn afgezaagde clichés – spanning, avontuur, liefde, misdaad, moord – kon ook gericht worden op de laagste gemene deler van het menselijk intellect. Dankzij het aanmoedigingsbeleid van de regering verviervoudigde het bioscoopbezoek in de periode van tien jaar tussen 1933 en 1942.
Omdat de nazi’s de film als zo’n doeltreffend medium beschouwden, moest het personeel – acteurs, regisseurs, elektriciens, cameramannen, etc. – onmiddellijk de eed van trouw aan de Führer afleggen. Reeds op 1 mei 1934 legden 5000 werknemers bij de UFA-studio’s hem zonder duidelijke bezwaren af. De oude filmwet uit 1920 werd vervangen door de Rijksfilmwet, waarin werd bepaald dat het onderwerp van elke uit te brengen film ‘vóór het maken van de film voor onderzoek’ moest worden ‘ingeleverd bij de Rijksfilmdramaturg in de vorm van een samenvatting en scenario’. In Paragraaf 2, lid 5, was het doel van de censor officieel vastgelegd: ‘het afwijzen van die onderwerpen, die tegen de tijdsgeest ingaan’.
Goebbels had een grote persoonlijke interesse voor alle films die tijdens de het Derde Rijk werden gemaakt en hij greep vaak persoonlijk in om iets te veranderen of toe te voegen. Zijn welbekende verslaving aan de film veroorzaakte soms onverwachte en zelfs gênante situaties. Hij had een keer een voorvertoning van een film over het leven in het ziekenhuis – het gebruikelijke liefdesverhaal van dokters en zusters – en was op weg naar een andere afspraak. In zijn haast zei hij in het voorbijgaan tegen zijn adjudant: ”Nu hebben we voorlopig genoeg van deze Arztefilms (doktersfilms). Zeg dat ze ermee ophouden!” De adjudant dacht echter dat hij ‘Ernstefilms’ (ernstige films) had gezegd. Hij bracht de instructies plichtsgetrouw over naar de scenarioschrijvers, met als resultaat dat het Ministerie voor Propaganda nog vele maanden daarna werd overspoeld met grote hoeveelheden lichte komedies – en dit in een tijd (1943) waarin de nazi-leiders het vertrouwen van de mensen wilden vergroten door het vertonen van ernstige en heroïsche films van het type Frederik de Grote.
De bekendste films uit de nazi-tijd zijn Triumph des Willens, over de manifestatie in Nürnberg van 1934 van Leni Riefenstahl in de documentaire vorm die zij perfectioneerde, en Olympia, een andere documentaire van Leni Riefenstahl over de Olympische Spelen va 1936 in Berlijn. Beide zijn nazistische, maar tamelijk subtiele propagandafilms. De eerste begint met het luchtruim en prachtige opnames van wolkenformaties. Op de achtergrond klinkt het dreigende geluid van Hitlers bommenwerpers. We zien de Führer uit een vliegtuig stappen en vervolgens wordt de hele bijeenkomst in Nürnberg gefilmd. Met haar technische vakmanschap was Riefenstahl in staat de Partij en haar leiders voor de Duitsers heroïsche en voor buitenlanders respectabel over te laten komen. De film gaf de mensen ook het gevoel dat ze meededen aan de bijeenkomst. ‘De voorbereidingen voor de manifestatie en het camerawerk werden tegelijkertijd getroffen’, schreef Riefenstahl. Dat wil zeggen dat de bijeenkomst niet alleen als een spektakel was gepland, maar ook als spectaculaire filmpropaganda. Zo werden ook de arena’s en toegangswegen tot de Olympische Spelen zowel voor de talrijke cameramensen van Riefenstahl als voor de atleten ontworpen en gebouwd.
Het ministerie van Propaganda bemoeide zich ook met de censuur van buitenlandse films. Zij verbood officieel de op de roman van Zola gebaseerde Franse film Nana wegens een scène met een soldaat en een prostituee. Omdat het leger het fundament van de staat is, zo redeneerde men, ondermijnt de afbeelding van een soldaat, die met een prostituee samenhokt, de autoriteit van de staat.
De film was het propagandamedium bij uitstek, dat werd gebruikt voor de indoctrinatie van de jeugd. In April 1934 werd in Keulen het eerste ‘Filmuur voor de Jeugd’ geopend. Twee maanden later gaf Goebbels’ filmbeheerder, dr. Rust, heb bevel op alle scholen van het Rijk ‘politiek waardevolle films’ te draaien. In zijn richtlijnen schreef hij: ‘Wij kennen geen beter medium dan de film voor de verspreiding van onze nationaal-socialistische ideologie – met name voor onze jongste burgers, de schoolkinderen’.
Film bij de Sovjets
De propagandatrein was een exclusief Russisch verschijnsel in oorlogstijd. De coupés waren veranderd in drukkerijen of filmzalen en het geheel werd bemand door een staf van sprekers, acteurs en kunstenaars. Ze reden door het land, hielden toespraken en gaven informatie over de oorlog; ze reden zelfs het strijdtoneel binnen, waar de gecamoufleerde trein op een rangeerspoor achter de linies stond.
De bioscoop speelde ook een belangrijke rol bij de Russische oorlogsinspanningen. Binnen drie dagen na de inval van de nazi’s werden de eerste bioscoopjournaals met frontnieuws uitgebracht. Daarna deden cameramensen van het bioscoopjournaal verslag van alle oorlogsfronten; in de grote metrostations van Moskou werden filmprojectoren aangebracht, zodat het publiek gratis naar commentaren kon kijken. Films zoals Eisensteins anti-Duitse Alexander Nevski werden weer van stal gehaald en er werden ook anderen vaderlandslievende films over Russische helden, zoals Kutuzov, uitgebracht. In Zoja (1944), een film over de partizanenvrouw Zoja Kosmodemjanskaja, die achter de Duitse linies werkte en daar gevangen werd genomen, gemarteld en opgehangen, werd de barbaarsheid van de Duitsers afgeschilderd. Een andere film over activiteiten van partizanen, Secretaris van het Districtscomité, kreeg de Stalinprijs van 1942. De film Meisje no. 217 van Mikhail Romm was gemaakt om de verschrikkingen van het leven in nazi-Duitsland in beeld te brengen en verhaalt over een onmenselijke Duitse familie, die een Russisch meisje als slavin had gekregen.
De studio’s voor de documentaires werden opnieuw ingericht en er werden beroemde filmregisseurs in dienst genomen. De eerste documentaires waren kort, omdat snelheid belangrijk was, maar tegen het eind van de oorlog vormden ze een completen kroniek van de oorlogsgeschiedenis – De Nederlaag van de Duitse legers bij Moskou (1942), Het beleg van Leningrad (1942), De strijd om de Oekraïne (1943), De strijd om Orel (1943), Berlijn (1945), Wenen (1945). Deze documentaires lieten niet alleen zien hoe ze werden gewonnen maar ook hoe ze waren gepland.

Conclusie
Beide landen hadden een voorkeur voor het gebruik van films. En ze maakten er dan ook veelvuldig gebruik van. Hoewel ze het ieder op hun eigen manier deden en met een eigen doelstelling zagen ze beide in dat het een zeer geschikt middel is om je eigen politieke richtlijnen en ideeën te propageren.
Het verschil was dat Rusland een groot land was. De mensen waren moeilijk te bereiken en de mensen woonden vaak ver weg van een grote stad. Daarom hadden de Russen de propagandatreinen bedacht, het waren omgebouwde treinen die door het hele land reden en zo de mensen bereikten. Dit is natuurlijk enorm slim bedacht en het werkte perfect. In hun films werden vaak, tijdens de oorlog, anti-Duitse thema’s gebruikt.
De Duitsers konden makkelijker hun films projecteren op kleinere schaal, ze hadden een kleiner land en de mensen konden makkelijker naar steden. Ze, voornamelijk Goebbels, zagen in dat ze de film konden gebruiken om mensen te beïnvloeden. Ze maakten zeer veel films en voor heel veel doelgroepen. Door al op basisscholen de kinderen bepaalde films te laten zien konden ze er van uitgaan dat die kinderen hen vrijwel blindelings zouden volgen, als ze ouder werden.

Algehele conclusie
Is er zoveel verschil tussen het Hitler-Goebbels-propaganda type en het Leninistische model? Uiteraard is dat verschil er. Niet zozeer in methoden en technieken, wel in visie, wel in uitgangspunten en doelstellingen. Beide hebben het overal aanwezig zijn gemeen en de geslotenheid van hun systeem. Beide laten geen alternatieve (andere dan hun eigen) informatie toe, stelden mondigheid niet op prijs, wijzen persvrijheid af, dwingen tot navolging, tot gelijk denken en handelen. Beide verstonden de kunst van de veelvormige groepen benadering: dezelfde boodschap vertaald naar verschillende niveaus. Beide konden liegen en moesten dat, beide wisten zich superieur. Beide hadden een Leider nodig. Beide hebben ook hetzelfde type mens nodig.
In zijn autobiografie schreef Chaim Weizmann dat communisme en Nazi-dom ondanks het feit dat ze tegenpolen zijn, in hun intellectuele in houd als overeenkomst hebben dat beide een emotionele aantrekkingskracht uitoefenen op het persoonlijkheidstype, dat het prettig vindt te worden ondergedompeld in een massabeweging en zich aan een hogere macht te onderwerpen.
Er is altijd sprake geweest van een samenspel van tijd, omstandigheden, historische condities, aanwezig mensenreservoirs en zeker ook van een bepaalde volksaard. Maar er moeten leiders zijn, bezielende leiders en vooral: DADEN! Het is toch wel verbazingwekkend dat er in de boeken over propaganda zoveel nadruk wordt gelegd op de vraag: hoe kon het zo ver komen, psychologisch, dat mensen die onzin aanhingen en er zelfs voor stierven? Die vraag zal nooit bevredigend beantwoord worden. Er blijft zoiets als een raadsel mens en het raadsel wordt nog groter wanneer mensen zich samen aan iets binden. Je kunt er allerlei verklaringen voor aandragen: de mens zoekt veiligheid en geborgenheid, aansluiting bij de kudde, zoekt zelfs vernietiging, een heldhaftig sterven en offeren. Een mens is als het hondje van Pavlov: reageert op de signalen, de muziek, de vlaggen, wordt in extase gebracht, gilt en schreeuwt om een Leider, wordt gek van bloedgeur, maar dit alles is het niet alleen. Er zijn ook en vooral de daden. Woorden wekken, voorbeelden trekken. Het kan nu eenmaal niet ontkend worden dat de daden van regimes uiteindelijk de successen of het falen van de propaganda bepalen.
Het valt voor ons niet mee – en we nemen de Nazi-propaganda maar weer als voorbeeld – ons in te denken in de uitwerking van die propaganda op de ‘gewone’ mensen, die een generatie lang ellende en vernedering achter de rug hadden. Hoe men het wendt of keert: Hitler bracht rust in de straten, arbeid, vakantie, een radio voor iedereen, bouwde (verder aan de) autobanen, beloofde iedereen een auto, regelde de kinderbijslag, maakte het onderwijs gratis en bracht de gezondheidszorg binnen ieders bereik. In en door die aanwijsbare successen, later nog gevolgd door snelle militaire successen, zagen de mensen een nieuw ideaal: een Duits volk onder een Leider, met een roeping. Moet je niet over veel alternatieve informatie, een sterke geest en een enorm uithoudingsvermogen beschikken om je te blijven verzetten tegen deze aantoonbare positieve zaken?
Ook de Russische bevolking werd door Lenin en zijn regering gemanipuleerd en monddood gemaakt. Hoewel de Russen minder aantoonbare successen hadden, zowel op economisch, sociaal of militair gebied, slaagden ook zij erin om een enorm massa zover te krijgen dat ze bereid waren tot sterven voor hun Leider.

Bijlagen
Literatuurlijst
Rhodes, A..: Geïllustreerde geschiedenis van de propaganda in de Tweede Wereldoorlog. Alphen aan de Rijn, Atrium, 1993
Van der Meiden, A.: Propaganda. Muiderberg, Dick Coutinao, 1992
22 auteurs: Memo Geschiedenis voor de Tweede Fase. Den Bosch, Malmberg, 1999
Zeman, Z.A.B.: De propaganda van de nazi’s. ?, De Haan, 1966;
Dittrich, Z.R.: Hitlers weg naar de macht. Utrecht, 1951;
Brandt, C.D.J.: Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Zeist, Phoenix-pocket, 1959.

Plan van aanpak
Onderzoeksvraag:
Wat waren de verschillen en overeenkomsten tussen Duitse en Russische propaganda, en de propagandafilm, tijdens de Tweede Wereldoorlog?
Deelvragen:
Wat is propaganda en hoe wordt het gebruikt?
Hoe groot was de invloed van de propaganda?
Wat voor tactiek wordt er gebruikt?
Hoe werd de propagandafilm in Duitsland en Rusland?
Tot welke doeleinden diende de propagandafilm van de Duitsland en Rusland?
In welke opzichten was de propagandafilm in beide landen verschillend van elkaar?
Wat waren overeenkomsten in de propagandafilm in beide landen?
Hypothesen/ verwachtingen:
We verwachten dat propaganda zowel bij nazi-Duitsland als bij de Sovjet-Unie een belangrijke rol gespeeld heeft in het verspreiden van hun politieke programma. Maar propaganda werd ook, en dan vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog, gebruikt om de bevolking vals voor te lichten over de stand van zaken, maar ook om de bevolking op te zwepen tot hogere productie en meer bereidwilligheid om te sterven voor je land.
Van het propaganda-apparaat was de film een zeer belangrijk onderdeel. Het was toen een heel nieuw medium, maar zeer geliefd bij veel mensen. Met de film kan men makkelijk de kijker(s) beïnvloeden door montagetechnieken en regie.
Een groot verschil tussen de propaganda van de nazi’s en de Sovjets is dat de laatste een probleem hadden. Hun land was zo groot en er waren zo veel analfabeten, dat was een serieus probleem. Ze moesten hun propaganda zo aanpassen dat ze toch veel mensen konden bereiken. De Duitsers gebruikten hun propaganda ook meer om, tijdens de oorlog, het moreel van de geallieerden te breken.
Werkwijze/methoden
Door middel van de onszelf gestelde vragen proberen, aan de hand van de documentatie, een zo duidelijk en gedetailleerd mogelijk verslag schrijven.
Taakverdeling
Een ieder neemt een onderdeel van het verslag voor zijn rekening. Harm Jan het gedeelte over propaganda in het algemeen en Jan over Duitsland en Rusland. We gaan samen het eindproduct in elkaar zetten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.