Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Provo

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 6e klas vwo | 4980 woorden
  • 8 april 2001
  • 224 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 224 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Inleiding

In klas 5 behandelden we met geschiedenis onder andere de jaren zestig, hierbij kwam ook de Provobeweging aan bod. De humor en de creativiteit die Provo gebruikte, sprak mij erg aan en ik vond het een leuk onderwerp. Toen aan het eind van klas 5 gevraagd werd om alvast eens over een onderwerp te bedenken voor het profielwerkstuk dat na de zomervakantie opgestart zou worden, dacht ik meteen hier aan. Ook Noord-Ierland leek me wel een leuk onderwerp, maar dat is veel lastiger en bovendien al vaker als onderwerp voor een werkstuk gebruikt. Dus werd het toch Provo.
Provo is een beweging die in de jaren zestig voor heel wat opschudding heeft gezorgd met hun ludieke plannen en acties tegen de autoriteiten en de burgerlijkheid. Zij hebben met deze acties mensen aan het nadenken gezet, wat veel heeft invloed gehad op die tijd, maar ook nu nog zijn sommige invloeden merkbaar. Om erachter te komen welke invloeden dat precies zijn, heb ik de volgende hoofdvraag bedacht.


Welke invloed heeft de provobeweging in Nederland inde jaren zestig gehad en welke invloeden zijn tegenwoordig nog steeds merkbaar?

Hierbij heb ik de volgende deelvragen bedacht:

-Wat houdt provo in?
-Wat was het doel van provo?
-Welke acties heeft provo ondernomen?
-Wat waren de gevolgen van de acties van provo?
-Heeft provo zijn doel bereikt?
-Welke gevolgen zijn nog merkbaar in de huidige maatschappij?

Nadat ik de hoofd- en deelvragen heb bedacht, ben ik begonnen met informatie zoeken, hiervoor ben ik naar de bibliotheek geweest om boeken te zoeken en informatie uit de documentatiemap te kopiëren. Ook heb ik op internet gezocht naar artikelen en ik had nog wat stencils van vorig jaar. Verder ben ik bij Mevr. x geweest om te vragen of zij nog meer informatie had, zoals video's, maar dat bleek niet zo te zijn. Daarna ben ik informatie gaan selecteren en heb per deelvraag kort het antwoord genoteerd. Vervolgens heb ik de vragen uitgewerkt in een schriftelijk verslag.
De boeken die ik had zijn betrouwbaar en representatief, de bronnen komen met elkaar overeen en zijn vooral gebaseerd op feiten. Het boek van Roel van Duyn is wat minder betrouwbaar, hij laat het vooral van zijn eigen standpunt zien. Daarentegen weet hij er wel alles vanaf en is het door de uitgebreidheid een heel bruikbare bron. De meeste artikelen zijn wat minder betrouwbaar, er zitten een aantal kranteartikelen bij die gekleurd zijn en een werkstuk van een meisje dat een beetje simpel en eenzijdig beeld geeft van het gebeuren. Het stuk geschreven door een geschiedenisleraar is wel betrouwbaar, maar bevat wat weinig informatie. Toch is het niet zo dat die artikelen helemaal onbruikbaar zijn; het meeste komt wel overeen met de rest van de bronnen en sommige kranteartikelen laten ook de andere kant zien.



Wat is Provo.....

Begin jaren 60 was de generatie van jongeren die in of na de Tweede Wereldoorlog geboren waren, op een kritische leeftijd. Zij hadden de armoede en werkloosheid van de jaren dertig en de oorlog niet bewust meegemaakt en hadden daarom geen begrip voor hun ouders, voor wie de toenemende welvaart iets geweldigs was. Steeds meer jongeren begonnen zich te verzetten tegen het kapitalisme en de consumptiemaatschappij. Hierdoor ontstond ook kritiek op de USA, dat erg kapitalistisch is. De ouderen daarentegen waren nog steeds dankbaar, omdat ze door hen bevrijd waren. Deze kritiek wordt flink versterkt door de oorlog in Vietnam. Hierbij speelt ook de televisie als nieuw medium een rol, men heeft veel meer kennis van hoe het er elders aan toe gaat. Door de welvaart en de verzorgingsstaat wordt de mens ook onafhankelijker en mondiger, men hoeft minder te ‘slijmen' bij de autoriteiten en de kerk. Dit leidt er toe dat traditionele waarden en normen, zoals seksualiteit, huwelijk en respect voor het gezag, op de tocht komen te staan.
Eind 1964 was de anarchist Roel van Duyn medewerker van het blad ‘De Vrije'. Toen hij het blad wilde vernieuwen, kreeg hij ruzie met andere medewerkers. Daarom besloot hij een eigen tijdschrift op te richten voor het nieuwe anarchisme. Eerst had hij de titel ‘Horzel' bedacht, omdat anarchisten zo klein in getal en invloed waren dat ze niets meer konden zijn dan een lastige horzel voor het paard dat de autoriteiten berijden. Maar uiteindelijk koos hij voor de naam ‘Provo'. Hij had namelijk in de krant gelezen over het proefschrift van de psycholoog Wouter Buikhuisen, die daarin de nozems zo noemde vanwege hun provocerende gedrag en vond het een leuke naam.
Op 25 mei 1965 werd in een pamflet de oprichting van het tijdschrift ‘Provo. Jongerentijdschrift ter vernieuwing van het anarchisme' aangekondigd. Kort daarop kwamen de eerste contacten tot stand tussen Robert-Jasper Grootveld en provo's als Roel van Duyn en Rob Stolk. Provo's voegden zich bij de wekelijkse happenings van Robert Jasper Grootveld.
Robert-Jasper Grootveld was al een bekend figuur in Amsterdam, al enkele jaren voerde hij een bezweringscampagne tegen de consumptiemaatschappij. Hiervoor stond volgens hem vooral de nicotineverslaving model. Hij bekladde sigaretten affiches met de ‘K' van kanker, waarvoor hij enkele malen opgepakt werd. Ook hield hij happenings in de anti-rooktempel en later bij het Lieverdje op het Spui. Dit beeldje was namelijk een cadeau van sigarettenfabriek Hunter aan de gemeente Amsterdam, en dus volgens Grootveld symbool van de verslaafde consument van morgen. Anti-rookhappenings werden elke zaterdag om middernacht gehouden. Met kreten als ‘ugge ugge ugge' en ‘publicity publicity' werd er om het Lieverdje gedanst. Door deze acties tegen de sigarettenindustrie kreeg hij de bijnaam de anti-rookmagiër, zelf bleef hij overigens wel gewone en marihuanasigaretten roken. Grootveld had Amsterdam uitgeroepen tot Magies Sentrum van de wereld en ontwierp samen met Bart Huges het symbool van het Magies Sentrum: het appeltje met de stip, later ook wel provo-appeltje genoemd. De stip in het midden stelt het Lieverdje voor, de ronding de grachtengordel en het steeltje de Amstel.
De eerste provo-pamfletten die in juni uitkwamen en rond het lieverdje verspreid werden, sloegen onmiddellijk in. Het eerste nummer van het tijdschrift Provo verscheen op 12 juli 1965. Een week later werd het in beslag genomen door de politie, die het blad opruiend vond. De redacteuren Roel van Duyn, Rob Stolk, Luud Schimmelpennink en Hans Metz, werden in hechtenis genomen.
De redactievergaderingen van Provo waren openbaar. Alle aanwezigen beoordeelden de binnengekomen stukken. Wie de moeite nam op zo'n vergadering te komen mocht meebeslissen wat er in Provo werd gepubliceerd. In de praktijk bestond de redactie uit een kleine groep mensen met Roel van Duyn en Rob Stolk voorop.
Er was een kleine groep initiatiefnemers die bestond uit ‘full-time' provo's: Roel van Duyn, Rob Stolk, Garmt Kroeze, Maarten Lindt, Hans Tuynman, Peter Bronkhorst, Hans Metz, Robert Jasper Grootveld, Luud Schimmelpennink, Duco van Weerlee, Bernard de Vries, Irene van de Weetering en Koosje Koster. Zij bepaalden de ontwikkeling van Provo en het gezicht van de beweging naar buiten toe. Ongeveer honderd mensen hebben een bijdrage geleverd aan het maken van de provobladen. Naast deze kleine groep bestond de achterban van Provo uit een grote groep toeschouwers, lezers en kiezers. Happenings trokken soms wel honderden mensen, maar een deel daarvan kwamen vooral, omdat ze graag Grootveld of liever nog de politie in actie wilden zien. Het blad Provo werd door heel Nederland verspreid in een oplage tot wel 20.000 voor sommige nummers. Veel aanhangers van Provo waren toen Provo zich verkiesbaar stelde voor de gemeenteraad in 1966 nog te jong om te stemmen. Toch stemden 13.105 Amsterdammers op Provo.
Overigens is het niet zo dat Provo alleen een Amsterdamse beweging was, ook in andere steden zowel binnen- als buitenland waren er anarchistische bewegingen die zich op dezelfde manier verzetten en soortgelijke bladen uitbrachten. Op 12 december 1966 kwamen de provo's uit verschillende landen zelfs bijeen, tijdens het ‘internationale provotariese konsilie' in Maastricht. Het is wel zo dat de Amsterdamse provo's het eerst waren en het meest in de media kwamen en hierdoor het bekendst waren.
Ook zijn de verschillende protestbewegingen in die tijd niet altijd zuiver te onderscheiden; provo's, vredesactivisten, studenten en artiesten zijn voor een deel dezelfde mensen die zich met verschillende uiteenlopende acties bezighielden.


Wat was hun doel...

In het eerste nummer van Provo schrijft Roel van Duyn in een ‘Inleiding tot provocerend denken' dat het doel van Provo verzet tegen de bestaande maatschappij is. Voor Provo is het anarchisme de inspiratiebron voor het verzet en willen het vernieuwen en zo onder de jeugd brengen. Ze zijn tegen elk soort gezag, vooral tegen het gezag van de politie. De politie verdedigt immers de ‘gevestigde orde'. Omdat een complete revolutie te hoog gegrepen is voor een klein groepje provo's, moet dan maar het klootjesvolk, zoals Provo de rest van de Nederlanders noemt, door acties op stang gejaagd worden. Dit gebeurt door middel van happenings en verschillende witte plannen, die in de volgende paragraaf aan bod komen. Deze happenings vat de politie op als ordeverstoringen en de politie treedt er dan ook hard tegen op.
Daarnaast boden ze ook verzet tegen de verburgerlijking van de grote massa, het consumptiedenken, de aantasting van het leefmilieu, de benepen seksuele moraal en het Amerikaanse optreden in Vietnam. Of zo als zij zelf zeiden:
‘Provo heeft iets tegen kapitalisme, kommunisme, fascisme, burokratie, militarisme, snobisme, professionalisme, dogmatisme en autoritairisme.'
Provo schrijft ook:
‘Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren wil het zich niet laten ontgaan.'
Hiermee geven ze zelf al aan dat de doelstelling waarschijnlijk niet gehaald zal worden, maar ze zich toch zoveel mogelijk zullen verzetten. Ludieke acties...

Vanaf juni 1964 hield Robert Jasper Grootveld zijn happenings bij het Lieverdje, het symbool van de verslaafde consument van morgen. Vreemd uitgedost, hield hij daar bijna elke zaterdagavond om 12 uur een soort van parareligieuze ceremonie, die vaak niet langer dan een halfuurtje duurden. Meestal kwam er vuur bij te pas, werd er iets uitgedeeld en werd er een toespraak gehouden. Ook werden er kreten geroepen als: ugge, ugge, ugge; publicity, publicity en wat zaait de boer? Waarop werd geantwoord met: de boer zaait hennep.
De politie die deze happenings als een ordeverstoring zag, zette alles op het spel om de happenings te doen ophouden. Hierdoor werden de happenings een soort spel tussen spelers en spelbrekers. De kunst was om zolang mogelijk vol te houden. Dit harde politieingrijpen, was een van de belangrijkste publiciteitsmakers van Provo en heeft uiteindelijk geleid tot ontslag van hoofdcommissaris Van der Molen en de wankele positie van burgemeester Van Hall.
De monarchie was voor Provo een autoritair en fascistisch regentendom. Het huwelijk van prinses Beatrix en Claus von Amsberg op 10 maart 1966 kwam voor de Provobeweging dan ook als een geschenk uit de hemel. Het feit dat Claus een Duitser was en in de Wehrmacht had gediend, was een uitstekende gelegenheid om in te spelen op de anti-Duitse en antimonarchistische gevoelens in Nederland. De eerste maanden van 1966 was Provo dan ook vooral bezig met dit aanstaande koninklijk huwelijk. Zo werd er een Oranje comité opgericht: De Parel van de Jordaan. Dit comité zamelde geld in voor een anti-geschenk op 10 maart. Om te provoceren werd de burgemeester van Amsterdam tot erelid benoemd. Bovendien werd 10 maart uitgeroepen tot ‘Dag van Anarchie'. Om de spanning erin te houden werden diverse ‘witte geruchten' verspreid over sabotage van het feest. Zo zouden zij met een verfkanon de stoet bombarderen met oranje verf, ze zouden op de dag zelf LSD in het leidingwater doen, ze zouden politiepaarden suikerklontjes met LSD voeren, zodat ze op hol slaan en ze zouden vanaf het dak van de studentenflat achter de Westerkerk uit luidsprekers het geluid van mitrailleurvuur laten klinken. De politie nam deze geruchten uiterst serieus, liet monsters van het leidingwater nemen en bruggen langs de route op explosieven controleren. Naarmate de huwelijksdag naderde, werd de stemming in Amsterdam steeds dreigender. Sommige provo's hielden er rekening mee dat ze in de nacht voor 10 maart gearresteerd zouden worden en doken onder. Door de angst voor geweld en de motregen, stonden er op de dag zelf langs de route van de koninklijke stoet opvallend weinig oranjepubliek. Maar het koninklijk huwelijk was een van de eerste gebeurtenissen die rechtstreeks via de televisie was te volgen. Dus ook de ongeregeldheden, met name enkele rookbommen en een witte kip in de Raadhuisstraat. Wat de camera's niet lieten zien, was het harde optreden van de politie tegen alles wat op provo's leek.
Behalve met rookbommen en happenings heeft Provo ook geschiedenis gemaakt met haar ludieke ‘witte plannen'. De kleur wit werd gekozen, omdat de provo's deze kleur beschouwden als de kleur van de onschuld en het geweldloos verzet.
Na het provoceren van de autoriteiten was het heroveren van de straat op de auto het belangrijkste thema van Provo. De straat moest weer een plek worden van spelende kinderen, voetgangers en fietsers, die daarom beschermd moesten worden tegen het ‘autofiele klootjesvolk'. Daarom werden tijdens de happening van zaterdag 28 juli 1965 enkele fietsen door provo's witgeschilderd en aan het publiek en de pers aangeboden. Deze fietsen waren dan voor publiek gebruik, als iemand een fiets nodig had kon die de witte fiets gebruiken en als hij klaar was, liet hij hem gewoon achter. Hierdoor hoefden er geen auto's meer in de binnenstad te komen. De politie trad hier echter tegen op en nam de fietsen in beslag, omdat ze diefstal zouden uitlokken. In augustus werd het Witte Fietsenplan door Luud Schimmelpennink verder uitgewerkt. Er werd gedacht aan meer openbaar vervoer, twintigduizend openbare witte fietsen en semi-openbare elektrische auto's, zodat men het autoverkeer in de binnenstad zou kunnen verbieden. Enkele jaren later werkte hij dit uit tot het Witkarplan, dat door de gemeente Amsterdam zonder succes werd uitgeprobeerd.
Als een vervolg op het Witte Fietsenplan werd door A.E. Root het Witte Lijkenplan bedacht. Bij een dodelijk verkeersongeval zou de politie met een krijtje de omtrek van het slachtoffer op het asfalt moeten aftekenen. Na vertrek van de ambulance zou ‘de moordenaar' onder toezicht van de politie het silhouet van het slachtoffer met beitel en hamer drie centimeter diep moeten uithakken en daarna de holte met witte specie moeten opvullen. Dit als waarschuwing voor andere automobilisten. Bovendien zouden de slachtoffers op kosten van hun ‘moordenaars' een witte begrafenis moeten krijgen.
Tegen de luchtvervuiling van de industrie werd in het Witte Schoorstenenplan voor een streng beleid gepleit. Er moest een heffing komen op de uitstoot, de opbrengst zou geïnvesteerd worden in schoon vervoer.
Het hardhandige politieoptreden tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus bracht Auke Broersma op het idee van het Witte Kippenplan. Er werd een comité opgericht: ‘Vereniging Vrienden van de Politie', die moest zorgen voor een betere communicatie tussen bevolking en politie. Politieagenten moesten veranderen in ongewapende sociaal werkers met verband, medicijnen, lucifers, voorbehoedmiddelen, appeltjes van oranje en kippeboutjes voor behoeftigen op zak. Ze zouden zich op witte fietsen door de stad moeten verplaatsen.
Provo's verzet tegen de benepen seksuele moraal, kwam tot uiting in het Witte Wijvenplan. Hierin constateerde Irene van de Wetering dat kinderen op steeds jongere leeftijd geslachtsrijp werden, maar dat het aan goede seksuele voorlichting ontbrak. Zij pleitte voor uitbreiding van de wijkconsultatiebureaus. Ook moest er een afdeling komen voor voorlichting aan vrouwen en minderjarige meisjes op het gebied van seksualiteit en voorbehoedmiddelen. Verder moesten, om het gevaar van overbevolking te keren, echtparen met twee kinderen er op worden gewezen dat verdere gezinsuitbreiding onverantwoord was. Als raadslid in de Amsterdamse gemeente verdedigde Van de Weetering in september 1969 haar Witte Wijvenplan, dat herschreven was tot ‘Nota inzake preventieve puber- en adolescentenzorg. Zij kreeg daarbij alleen steun van de PSP-fractie. Ook het Witte Kinderenplan stond in teken van de vrouwenemancipatie. Na positieve ervaringen in een Israëlische kibboets besloten Anneke Dijkstra en Tony Briggs hun twee kinderen niet op te voeden in de beslotenheid van het gezin, maar ander ouders te winnen voor het idee elkaars kinderen gezamenlijk groot te brengen. In de huizen van Anneke Dijkstra en Tony Briggs werd zo in het najaar van 1966 begonnen met een anti-autoritaire crèche. Om de beurt zorgden de ouders een week lang voor de kinderen, waarbij vaders net zoveel bij de opvoeding werden betrokken als de moeders. Vanwege het grote succes werd de crèche later verplaatst naar een pand in de Nieuwmarktbuurt.
Hans Niemeyer bedacht het Witte Woningenplan. Volgens hem werd de woningnood kunstmatig in stand gehouden, doordat de overheid, het bedrijfsleven en particuliere instanties samenspanden bij speculaties op de woningmarkt. In zijn plan stelde hij voor om te saneren woningen gratis te laten bewonen door urgente woningzoekenden en om deze huizen pas te slopen als de woningnood was opgelost. Verder moesten kantoor- en bedrijfsruimten in de binnenstad hun oorspronkelijke woonbestemming terugkrijgen, er onderzoek komen naar goedkopere en snellere bouwmethodes en speculaties worden opgeheven. Luud Schimmelpennink bedacht dat als toekomstige bewoners actief zouden worden betrokken bij de bouw van nieuwe woningen, deze woningen veel goedkoper zouden kunnen worden en ook zouden de bewoners zo de gelegenheid krijgen hun creativiteit uit te leven. In het Witte Huizenplan lanceerde Provo alternatieven voor het in gebruik nemen van leegstaande panden met inbegrip van het Paleis op de Dam, dat zou moeten worden uitgeroepen tot Stadhuis van Magies Sentrum Amsterdam. De deur en deurpost van de leegstaande woningen zouden witgeschilderd moeten worden, zodat men wist dat iedereen erin wonen kon. Ook zou er wekelijks een lijst met adressen van leegstaande huizen moeten worden uitgegeven. Verder moest volgens het Witte Vuilnisbakkenplan voor onbehuisden de woningnood van jonge gezinnen worden bestreden met tot wieg omgebouwde vuilnisbakken.
Overige plannen waren o.a. het Witte Bedjesplan, waarin de toren van de Nederlandse Bank aan het Frederiksplein ter beschikking werd gesteld als nieuwe huisvesting voor het Binnen Gasthuis en het Witte Ambtenarenplan, waarin werd opgeroepen tot het opblazen van het bevolkingsregister.
Deze witte plannen spraken tot de verbeelding van het Nederlands volk. Ze waren vooral prikkelend bedoeld, maar bevatten vaak ook praktische maatregelen. Een aantal van deze plannen zijn voorgesteld in de gemeenteraad, alwaar ze werden verworpen. Voor de rest ondernamen provo's zelf stappen.


Gevolgen van de acties...

Doordat de politie zo hard ingreep, waren er steeds meer mensen die in gingen zien dat de autoritaire houding van de politie niet deugde. Zo werden bij de happenings de aanwezigen hardhandig verspreid. Velen werden gearresteerd als ze niet snel genoeg aan de bevelen van de politieagenten gehoorzaamden. Op de dag van het Koninklijk Huwelijk werden in de straatjes achter de route hard opgetreden tegen alles wat op provo's leek. De foto's hiervan werden negen dagen later tentoongesteld in de uitgeverij Polak & Van Gennep. De belangstelling voor deze tentoonstelling was groot. De politie trad wederom hard op tegen de samengeschoolde belangstellenden op de Prinsengracht. In april daarop werd provo Hans Tuynman die juist vrijgelaten was, bij het Lieverdje gearresteerd omdat hij het woord imaazje mompelde. Hij werd tot drie maanden onvoorwaardelijk veroordeeld. Vlak daarna werd Koosje Koster gearresteerd, omdat ze bij het Lieverdje krenten uitdeelde ter prediking van de naastenliefde, volgens het boek Corinthen. Bovendien werd zij op het politiebureau in strijd met de wet door mannen gefouilleerd. Door dit harde optreden en deze waanzinnige straffen, maakte justitie zich volstrekt belachelijk en kon Provo op des te meer publiciteit rekenen. Ook de buitenlandse pers toonde belangstelling en ze werden zelfs een toeristische attractie zo kwam er bijv. in sommige foldertjes: ‘meet the provo's' te staan.
Toch bleef de sympathie voor de Provobeweging beperkt tot bepaalde kringen. De acties spraken vooral jongeren en een kleine groep van kunstenaars en intellectuelen aan. De meeste mensen vonden Provo namelijk maar niks. Men toonde weinig begrip voor de opvattingen en reageerden op de provocaties net als de autoriteiten en het ‘foute' dagblad De Telegraaf, namelijk door steeds harder te roepen om werkkampen voor die ‘langharige, werkschuwe provo's'. In December 1966 wees een enquête van het tijdschrift Revue uit dat 37 procent van de bevolking vond dat provo's in de gevangenis thuishoorden.
Ook de acties zelf hadden niet zo veel effect. Zo werden de witgeschilderde fietsen in beslag genomen door de politie, omdat ze niet op slot stonden en dus diefstal zouden uitlokken en ook van de andere plannen kwam nauwelijks wat terecht.
Wel hadden de acties genoeg publiciteit opgeleverd, om in de gemeenteraadsverkiezingen 13.105 stemmen te krijgen; ruim genoeg voor 1 zetel.
In april 1966 werd het besluit genomen om deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen. De deelname was niet alleen ludiek en provocerend. Provo's wilden hun plannen binnen de gemeenteraad aan de orde stellen om de wijze waarop de democratie tot dan toe werkte van binnenuit te verbeteren. Voor de gemeenteraadsverkiezingen werden alle witte plannen bij elkaar gebracht in een programma voor een Nieuw Amsterdam, inclusief het oprichten van wijkraden en andere departementen. Ook hadden zij als deelnemer aan de verkiezingen het recht om propaganda te maken, waar ze dan ook handig gebruik van maakten. Hun verkiezingsleus luidde: Stem Provo, kejje lachen en na een nacht hard werken, stond op bijna elke straathoek de witgeschilderde tekst ‘Provo 12' te lezen.
Om te voorkomen dat er naar carrière gejaagd zou worden of een onderdeel te worden van het gevestigde systeem, werd er afgesproken dat provoraadsleden steeds na een jaar hun zetel aan de volgende kandidaat op de lijst zouden afstaan. Tussen 1966 en 1970 namen 4 provo's zitting in de Amsterdamse gemeenteraad: Bernhard de Vries, Luud Schimmelpennink, Irene van de Weetering en Roel van Duyn. De provoraadsleden bleken niet op te kunnen tegen de rest van de raad en keerden veelal gedesillusioneerd weer terug. Verschillende van hun plannen zoals het Witte Fietsenplan en het Witte Wijvenplan zijn voorgesteld aan de gemeenteraad; ze werden besproken en vervolgens verworpen. Het Witte Fietsenplan is zelfs twee keer in de gemeenteraad besproken, de eerste keer door Bernhard de Vries waar het ging om 3000 fietsen en de tweede keer door Luud Schimmelpennink waar het ging om 2000 witte fietsen die zouden worden ingezet voor gebruik in de binnenstad.
Deze parlementaire activiteiten waren overigens ondergeschikt aan de acties op straat. Zelf zeggen ze hierover:
‘Provo dient aan inkapseling in het parlementaire systeem te ontkomen. Het belangrijkste blijven de demonstraties, happenings, provokaties en voetbalwedstrijden. Daarnaast zal Provo de politieke partijtjes provoceren en de gemeenteraad blijvend onveilig maken. De pers ziet nu al uit naar september, de maand waarin het nieuwe zittingsjaar begint.'


Het einde van Provo...

Steeds meer predikanten, kunstenaars en ook enkele politici getuigden in het openbaar van hun begrip voor de provo's. De Provobeweging was een instituut geworden waar men rekening mee ging houden. De belangstelling steeg en Provo werd een exportartikel. Steeds meer toeristen kwamen naar de provo's kijken. Maar naarmate de Provobeweging steeds meer een gevestigd belang werd, betekende dit de dood voor de zo kenmerkende creativiteit en spontaniteit. Provo's als Robert Jasper Grootveld, Hans Tuynman en Rob Stolk zagen dat in en vonden dat de beweging opgeheven moest worden. Sommige provo's, zoals Roel van Duyn, waren aanvankelijk tegen opheffing, maar konden zich later toch met het plan verenigen. Op zaterdag 13 mei 1967 werd in het Vondelpark de Provobeweging officieel opgeheven met een aantal toespraken van o.a. Robert Jasper Grootveld en Roel van Duyn.
Roel van Duyn had in het eerste nummer van Provo al geschreven dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat het zou lukken om de plannen van Provo te realiseren. Daar bleek hij gelijk in te hebben. Provo zelf heeft haar doelstelling niet bereikt; het verzet tegen het gezag had niet veel opgeleverd en ook andere doelstellingen zoals het verminderen van het autogebruik is niet gelukt, het autogebruik is alleen maar blijven groeien. Ook hun plannen leverden weinig op. Veel plannen werden nooit uitgevoerd, andere plannen mislukten. Zoals het Witte Fietsenplan; de fietsen werden in beslag genomen en latere voorstellen in de gemeenteraad kwamen er niet doorheen. Uit het Fietsenplan is nog wel de Witkarplan voortgevloeid. De Witkar werd door Luud Schimmelpennink ontworpen als een alternatief vervoermiddel voor de particuliere auto in de Amsterdamse binnenstad. De Witkar was een klein voertuig, groot genoeg voor 2 volwassenen en boodschappen. Het voertuig was in collectief bezit en het was uitgerust met een elektrische motor om de luchtvervuiling te reduceren. De Witkar heeft een tijd door de Amsterdamse binnenstad gereden, maar ook dit plan is uiteindelijk mislukt door gebrek aan financiële middelen.
Toch is het niet zo dat Provo helemaal niks veranderd heeft. Hoewel het ‘klootjesvolk' niks moest hebben van Provo, heeft Provo de mensen toch aan het nadenken gezet. Mensen gingen steeds meer zien dat de autoritaire houding van politie en overheid niet deugde en men zag dat je er ook tegen in kon gaan in plaats van lijdzaam staan toekijken. Provo had met haar opstand tegen de autoriteiten een golf van vrijheidsdrang losgemaakt, die in de jaren zestig en begin zeventig bleven doorwerken.
Ook heeft Provo een aanzet gegeven tot een beter milieubewustzijn. Hoewel de auto niet terug te dringen viel, zetten de acties de mensen wel aan het denken en samen met enkele rapporten die ook omstreeks die tijd uitgebracht werden, zorgde dat voor het begin van een andere, milieubewustere, omgang met het milieu.
Verder kwam er vooral bij de jeugd een lossere seksuele moraal, bij de oudere generaties veranderde dit niet, en werd er een aanzet gegeven tot de vrouwenemancipatie.
Provo heeft zo een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontstaan van een klimaat waarin bewegingen als het studentenverzet, de kraakbeweging, de vrouwenbeweging, de flikker- en pottenbeweging en de anti-kernwapenbeweging konden ontstaan.


De huidige maatschappij...

De gevolgen van Provo die in de huidige maatschappij merkbaar zijn, zijn vooral voortzettingen van processen die in de jaren 60 in gang zijn gezet. Een aantal van die processen zijn nog steeds bezig. Zo is er al heel veel gedaan om de milieuverontreiniging te verminderen, maar er moet nog veel meer gebeuren, wil het voldoende zijn. De vrouw is al veel geëmancipeerder geworden, maar is nog steeds niet gelijk aan de man. Ook de seksuele moraal is sterk veranderd. Van ongehuwd moederschap of abortus kijkt niemand meer op. Of je nu met elkaar naar bed gaat voor of na het huwelijk, of je nu hetero of homo bent, het is gewoon een privé zaak. Maar één van de belangrijkste veranderingen waar Provo toch ook wel een grote invloed heeft gehad is dat het respect voor de autoriteiten sterk is afgenomen. Niemand gelooft meer dat de overheid onfeilbaar is, kritiek op het vorstenhuis mag je rustig geven, de rol van de politie is ver terug gebracht en de kerken hebben hun massale aanhang verloren en oefent dus ook weinig invloed meer uit op de Nederlandse samenleving. Verder is de kritiek van Provo op het roken algemeen goed geworden. Robert Jasper Grootveld werd nog opgepakt omdat hij de ‘K' van kanker op affiches zette, tegenwoordig moet er verplicht op staan dat roken kanker kan veroorzaken.
Deze veranderingen zijn overigens niet alleen aan Provo te danken, maar alle bewegingen uit die tijd tezamen hebben voor de aanzet tot deze veranderingen gezorgd. Wel is het zo dat Provo één van de eerste Nederlandse protestbewegingen van na de Tweede Wereldoorlog was en dus het proces zo'n beetje heeft opgestart.

Conclusie

Provo was een anarchistische beweging, van 1965 tot 1967, dat door middel van ludieke acties de autoriteiten wilden provoceren. Daarnaast boden ze verzet tegen het consumptiedenken, de milieuvervuiling, de benepen seksuele moraal en het militarisme. Elke zaterdag om middernacht hielden ze happenings bij het Lieverdje, dat volgens hen het symbool was van de verslaafde consument van morgen. De politie zag deze happenings als ordeverstoringen en trad hier hardhandig tegen op. Ook gooiden ze tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus met rookbommen en bedachten ze verschillende witte plannen, die vooral prikkelend bedoeld waren, maar daarnaast ook praktische oplossingen aandroegen voor verschillende problemen. Provo heeft aan het eind van haar bestaan nog een zetel in de gemeenteraad gehad, maar toen het te veel een gevestigd belang werd, besloot Provo zichzelf op te heven.
Veel mensen vonden Provo maar niks, maar doordat de politie erg heftig reageerde, begonnen steeds meer mensen in te zien dat de autoritaire houding van de politie niet deugde. Verder zette Provo met hun acties de mensen aan het nadenken. Uit de Provobeweging zijn ook weer een aantal nieuwe bewegingen voortgekomen die verder streden. De plannen zelf hebben niet zo veel effect gehad.
De gevolgen van Provo voor de huidige maatschappij zijn vooral voortzettingen van processen die in de jaren zestig in gang zijn gezet. Zo is er al veel gedaan om de milieuverontreiniging te verminderen, is de vrouw geëmancipeerder geworden, is de seksuele moraal veranderd en het respect voor autoriteiten sterk afgenomen.
Ik vind het verzet dat Provo voerde erg goed en ben het eens met veel ideeën die ze hadden, al voerden zij het soms wat te ver door. Ook de manier waarop ze zich verzetten; de ludieke acties en de witte plannen vind ik erg goed. De creativiteit en de humor die zij gebruikten vind ik erg leuk. Bovendien ben ik blij dat een aantal dingen in onze maatschappij zijn veranderd, zoals meer milieubewustzijn, de veranderde seksuele moraal, de vrouwenemancipatie en het afnemen van de macht van het gezag. Van al deze dingen kan ik zeggen dat ik echt blij ben dat ze niet meer zijn zoals 40 jaar geleden.


Literatuurlijst

-Roel van Duyn
Provo: de geschiedenis van de provotarische beweging 1965-1967
Amsterdam, 1985
Meulenhoff
-Virginie Mamadouh
De stad in eigen hand:Provo's, kabouters en krakers als stedelijke sociale beweging
Amsterdam, 1992
Sua Amsterdam
-Coen Tasman
Louter Kabouter: kroniek van een beweging Amsterdam, 1996
Babylon-De Geus
-Gerard M.L. Harmans
Weet je (nog) wel de jaren 60
Weert, 1991
M&P
-Bernard van den Berg
Nederland in de jaren zestig
Rijswijk, 1987
Elmar
-H.W. von der Dunk
Wederopbouw, welvaart en onrust: Nederland in de jaren vijftig en zestig
Houten, 1986
De Haan
-Documentatiemap: Zestiger Jaren
www.geschiedenis.net/bovenbouw/klas5/nl/jaren60.htm
www.psykedelbok.se/dutch_provos.html
www.pvda.nl/~ensched/aktie/aktie27-4/enklaar.htm
huizen.dds.nl/~provo/webdoc5.htm
www.homepages.hetnet.nl/~rpn60/Volkskrant.10-4-67.htm
www.homepages.hetnet.nl/~rpn60/Provokrant2.htm
www.homepages.hetnet.nl/~rpn60/provo.htm
huiswerk.scholieren.com/werkstukken/view.php3?naam=494
stencils + aantekeningen klas 5

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Ik mag werkelijk hopen dat deze student cum laude is geslaagd. Alle spelers in het stuk zijn bijna dood of in een verzrogings-tehuis of psychiatrische inrichting. Technisch gezien heeft deze student een belangrijke waarneming gedaan. Rob Stolk is dood, Roel van Duin, gek als een deur maar Garmt kroeze is de baas van provo! Hij financierde de eerste uitgave van "Barst" samen met Rob Stolk.
Daar ligt de oorsprong van PROVO.
Maar ja ze gaan allemaal dood nu (anno 2007) :-)

15 jaar geleden

P.

P.

Goed werkstuk zeg!

7 jaar geleden