Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Beurskrach van 1929

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 4332 woorden
  • 4 maart 2001
  • 181 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 181 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Inleiding:

Mijn profielwerkstuk beurscrisis in Amerika van 1929, ook wel de 'Krach' genoemd. Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik dit met geschiedenis in de derde heb gehad en toen vond ik het erg interessant en omdat economie en geschiedenis in mijn ogen de leukste vakken zijn heb ik ze op deze manier gecombineerd.

Ik ga een paar dingen onderzoeken betreffende dit onderwerp, namelijk:

De oorzaken, zowel economisch als maatschappelijk.

De gevolgen, zowel economisch als maatschappelijk.

De maatregelen van zowel Hoover als Roosevelt.

Het verband tussen de 'Krach' en de 'Prohibition' (drooglegging).

Dit laatste punt is ook mijn hypothese en die luidt: "De drooglegging is een grote oorzaak van de beurskrach in 1929 en de crisis in de jaren erna".
Mijn informatie heb ik grotendeels van boeken en het internet. De presentatievorm is dus ook een literatuurverslag.

De oorzaken en de 'Roaring Twenties':

Het leek goed te gaan met de economie in de jaren twintig in Amerika. De Amerikanen hadden in Europa een belangrijke afzetmarkt gevonden en het uitgeleende geld voor herstelwerkzaamheden van de eerste wereldoorlog kwam langzaam terug. Maar een groot deel van deze stijgende lijn in de economie was maar schijnwerkelijkheid. Omdat het zo goed leek te gaan steeg het vertrouwen en werd er steeds meer gespeculeerd, ook met geleend geld. Doordat er veel gekocht werd leek de koopkracht van het volk hoog, maar er werd vooral op afbetaling gekocht en de koopkracht lag dus eigenlijk laag. Doordat er een vrije economie was in Amerika, dus zonder bemoeienis van de overheid leek het goed te gaan, maar later bleek dat ze zichzelf juist naar de afgrond hebben geholpen. Het was namelijk zo dat de bedrijven de lonen laag hielden en dat de koopkracht daardoor laag lag, hierdoor werd er teveel geproduceerd en bleef dus een deel van de productie liggen. Hierdoor moesten mensen ontslagen worden. Ook met de boeren ging het niet goed, want ze konden hun producten niet meer kwijt op de Europese markt door protectionisme. Doordat het steeds minder geen verdween langzaam het vertrouwen en werden er steeds meer aandelen van de hand gedaan. Een belangrijke oorzaak is ook dat de banken mee gingen met de enthousiasme van het volk en gaf iedereen een lening die er om vroeg.
Ook een belangrijk kenmerk van de jaren '20 was 'the eighteenth Amendment' oftewel de drooglegging. Dit voorstel werd op 16 januari 1920 voorgelegd aan het congres door het congreslid van Minnesota, Andrew Volstead. Diezelfde dag nog werden alle bars gesloten. Het 18e Amendement hield in dat alle import, export, transport, verkoop en productie van sterke drank verboden was. Met uitzondering van dranken met een percentage onder 0,5% en als het voor medische of gewijde middelen werd gebruikt. Dit zorgde voor de vele gangster in de jaren twintig. Dit waren allemaal kleine jongens die hoopte met het illegaal stoken van alcohol rijk te worden. Het bekendste voorbeeld is misschien wel Alfonso-Ál'(Scarface) Capone.
Veelal werd de alcohol uit Canada gehaald, gestolen uit opslagplaatsen van de overheid of ze stookten het zelf. Het negatieve effect kun je goed zien aan de cijfers: Er werd beweerd dat het aantal speakeasies tien keer zo veel was geworden.

In 1925 werd toenmalige president, Coolidge, al duidelijk gemaakt dat de beursspeculatie uit de hand liep. Maar Coolidge zag geen rede voor paniek en nam dus ook geen maatregelen. Coolidge zei ook: "No Congress... ever assembled, has met with a more pleasing prospect than that which appears at the present time". Oftewel : Er is nog nooit een Congres geweest met een vooruitzicht zo goed als deze. Iemand anders die het eens was met de president was John J. Raskob (campagne manager van Al Smith van General Motors) en hij zei: "Prosperity is in the nature off an endless chain and we can break it only by refusing to see what it is". Wat zo iets wil zeggen als : Grote welvaart is oneindig en dat kunnen we alleen verpesten door het te ontkennen. Hoover, toen nog presidentskandidaat was het hier niet mee eens. Al voordat hij als president geïnstalleerd was waarschuwde hij de Federale Reserve al om gewaagd en gevaarlijk gokken op Wallstreet te onderdrukken. Ook gebruikte hij de media om het volk te waarschuwen. Hoover was de eerste president die economische maatregelen nam om de crisis te voorkomen. Dit probeerde hij door de lonen te verlagen, dit hielp op de korte termijn wel, maar op de lange termijn leverde dit alleen maar welvaartsverlies en minder productie op.

Op 26 maart 1929 ging het voor het eerst mis. Men wist niet of de Federal Reserve Board (FRB) het disconto zou gaan verlagen of verhogen. De rentes stegen en de prijzen daalden hierdoor. Dankzij de bankier Charles Mitchell ging het weer beter omdat hij weer geld beschikbaar stelde op de geldmarkt. Dit deed hij omdat de FRB geeist had dat de banken hun speculatiegelden zouden verminderen.
Op 27 mei volgde weer een instorting, nog erger dan de vorige keer. In tegenstelling tot de vorige keer loste het probleem zichzelf op. Door het grote vertrouwen in de beurs ging de gewone man meer beleggen en minder sparen. Omdat deze mensen nauwelijks wisten wat ze deden, raakte ze al in paniek als ze ook maar iets negatiefs hoorden. Door dit soort mensen kon de crisis veroorzaakt worden. Nadat veel kleine beleggers failliet gingen en nadat er een tekort ontstond op de geldmarkt werd er gehoopt dat de kleine beleggers weg zouden blijven. Maar doordat er van buitenaf geld beschikbaar werd gesteld konden ze weer terugkomen. Ook de rente van de leningen verhogen mocht niet baten.
Doordat bedrijven als Transamerica Corporation een dividend uitkeerde van 150% werd het erg interessant voor beleggers om te gaan speculeren.
Op 7 augustus ging het voor het eerst echt verkeerd. De FRB liet de Reserve Bank New York het disconto verhogen. Na een paar dagen ging het weer goed, het ging zelfs beter dan eerst. Jessie Livermoore, een grote investeerder, probeerde uit de inzinkingen een slaatje te slaan. Hiervoor gebruikte hij de heer Babson. Deze geloofde niet in de beurs en verwachte dat deze samen met de welvaart zou in storten. Elk jaar gaf hij hierover een toespraak. Niemand had hier aandacht voor totdat Livermoore had gezorgd dat alle kranten naar een van zijn toespraken ging. De kranten schreven hierover, de beleggers raakten in paniek en begonnen hun aandelen te verkopen. Hij verdiende zijn geld door grote aantallen aandelen op levering te verkopen. Op 24 september ging het weer mis. Nu waren de grote beleggers ook het slachtoffer. Grote bedrijven als Transamerica Corporation, die geacht waren tegen speculatie beveiligd te zijn, begonnen ook te dalen. De terugval wordt door velen geweten aan de situatie in Engeland. Doordat grote financiers als Mitchell bleven investeren in de markt bleef deze op peil. Op 23 oktober was dit uitgewerkt en begonnen alle aandelen te dalen. Alle voorgaande keren was bij het sluiten van de beurs herstel bemerkt, maar dat was deze keer niet het geval. De volgende dag werd de beurs aandachtig bestudeerd door Livermoore en die zag dat aandelen maximaal per 100 stuks werden verkocht wat volgens hem duidde op verlies voor alleen de kleine beleggers.
Op 24 oktober, ook wel 'Black Thursday' genoemd, verdwenen vele miljoenen aan aandelen door de massale verkoop.

Op 29 oktober vond de daadwerkelijke 'Krach' plaats. Na twee uur liep de tikker, die winst en verlies behield, 1 uur achter. Iedereen verkocht, tegen elke prijs. Er heerste paniek op de beurs, de telefoonlijnen waren overbezet en president Hoover besloot de beurs eerder te sluiten om de verliezen te beperken.
Op 'Black Tuesday' 1929 kreeg Hoover gelijk de markt stortte in elkaar, er werd een recordaantal van 16 miljoen aandelen verkocht en een bedrag van 30 miljard dollar was verdwenen. Veel mensen waren hun geld kwijt en in New York werd in de hotels al cynisch gevraagd of de gasten kwamen om te slapen of om te springen.
Ook doordat de grote investeerders niet samenwerkten en zij niet kenbaar maakten dat ze een beurscrash verwachtten kon het probleem niet voorkomen worden.
Door velen wordt beweerd dat de 'Krach' te wijten is aan het feit dat men zo makkelijk aan geld kon komen, dit wordt echter tegen gesproken door de econoom John Kennedy Galbraith.
Hij stelt dat in periode voor en na de 'Krach' men ook zeer gemakkelijk aan geld kon komen en dat leidde ook niet tot speculatie Hij zegt zelfs dat je moeilijk aan geld kon komen vergeleken met andere tijden. Er was wel veel geld beschikbaar maar de rentevoet lag veel hoger als in andere tijden. Ik ben het eens met Galbraith als ik de informatie bekijk.
Oorzaken van de crisis en 'Krach' op een rijtje:

*De slechte inkomensverdeling (de rijkste 5% van de bevolking ontving 30% van het national inkomen).

*De slechte ondernemingsstructuur.

*De slechte organisatie bij banken.

*De twijfelachtige situatie van de betalingsbalans.

*Het gebrek aan economisch begrip.
(John Kenneth Galbraith)
De gevolgen:

In 1932 waren de presidentsverkiezingen met Roosevelt en Hoover als kandidaten. Degene die als president gekozen zou worden mocht de crisis op gaan lossen en 14 miljoen mensen weer aan een baan helpen. Roosevelt had als belangrijke punten in zijn campagne dat de overheid een actievere rol moest gaan spelen en dat de 'Prohibition' opgeheven moest worden. Zijn plan noemde hij de 'New Deal', hiermee doelde hij op het opnieuw uitdelen van kaarten bij een kaart spel, nieuwe ronde, nieuwe kansen zou je kunnen zeggen. Een bekende uitspraak van Roosevelt is: "The only we have to fear is fear itself". Hiermee bedoelde hij: we hoeven nergens bang voor te zijn behalve voor onze eigen angst. Hij won de verkiezingen gemakkelijk voor de democraten, dit ook doordat het volk geen vertrouwen meer had in Hoover omdat hij de crisis niet had aangekund. Hij startte allerlei overheidsprojecten om meer werkgelegenheid te verschaffen. Zo liet hij rivieren indijken, overheidsgebouwen opknappen, waterkrachtcentrales bouwen en hij begon steunprojecten voor de landbouw. In de jaren dertig was 25% van de bevolking werkloos, ten gevolge van de crisis. Dit aantal bleef hoog, maar het daalde wel, de industriele productie van de VS steeg zelfs met 60% tussen 1932 en '37. Roosevelt hield zich alleen bezig met binnenlandse politiek en liet de buitenlandse politiek voor wat het was, hij vond het belangrijker om eerst de binnenlandse crisis op te lossen. Zijn partij was bang dat hij te grote risico's nam en dat ze verkiezingen zouden verliezen, maar bij de verkiezingen van 1936 won hij erg gemakkelijk. In het Huis van Afgevaardigden hadden de Republiekeinen maar 103 van 435 zetels gewonnen. De denkwijze van Roosevelt zou je als volgt kunnen omschrijven: Gaat het goed, streng optreden. Gaat het minder dan moet de overheid bijspringen. De plannen van Roosevelt hielden eigenlijk dezelfde maatregelen in als die genomen waren in Europa, 10 jaar eerder. Dankzij de New Deal kreeg het volk weer meer interesse in de overheid. Pas in 1937 was de productie weer op het peil van 1929 en in 1938 was het aantal werklozen gedaald naar 1 op de 5.
Een vroegere medewerker van Roosevelt was Long. Toen Long vond dat Roosevelt te conservatief bezig was stapte hij uit de staf en richtte zijn eigen belangengroep op, genaamd: "Share-Our-Wealth". In 1935 had hij 4,6 miljoen aanhangers. Enkele van zijn standpunten waren:

*Een familie met een kapitaal van meer dan 5 miljoen dollar moest al haar geld afstaan.

*Iemand met een inkomen boven de 1 miljoen dollar per jaar moest 100% belasting betalen.

*Het geld wat hierdoor vrij zou komen wilde hij gebruiken om ieder gezin de zogenaamde 'homestead'geven. Dit hield in een huis auto en andere dingen.

*Elk gezin een basis inkomen van 2000 à 3000 dollar per jaar.

Ook wilde hij het geld besteden aan onderwijs en een veteranenpensioen. Ook stelde hij voor om de werkdag te verkorten om zo meer banen te scheppen, een voorloper van de ATV zeg maar.
Een andere tegenstander van de New Deal was Dr. Francis E. Townsend. Hij stelde voor om iedereen boven de 60 een pensioen van 0 per maand te geven met de voorwaarde dat ze dit bedrag ook binnen de maand zouden besteden en dat ze geen baan zouden zoeken. Hierdoor werd de veel te grote arbeidsmarkt verkleind en de koopkracht ging er zo op vooruit. Dit bracht dus met zich mee dat er meer besteedt zou worden, dat bedrijven weer meer gingen produceren en er dus meer banen kwamen. Als je het zo bekijkt vind ik dit een zeer goede oplossing. Het enige nadeel van deze oplossing is dat het miljard per jaar zou gaan kosten, wat de helft van het budget van de overheid was.
Roosevelt wist dat hij snel moest zorgen dat de economie er boven kwam, want door al de ideeen van zijn tegenstanders kon hij het nog moeilijk krijgen bij de volgende verkiezingen. Toen kwam hij met de 'Second New Deal'.Hierin kregen de vakbonden een belangrijke rol. Zij moesten met de werkgevers gaan onderhandelen over de lonen. Ook gingen ze gedeeltes van de salarissen inhouden voor sociale belastingen en ook werkgevers moesten hiervoor betalen. Roosevelt probeerde de betalingsbalans zo veel mogelijk in evenwicht te houden, volgens de Engelse econoom Keynes was dit dom. Hij zei dat de overheid de belastingen en rentestand moest verlagen en meer moesten uitgeven om bestedingen en investeringen te stimuleren.
Bij de verkiezingen richtte Roosevelt zich vooral op de armere en boeren. Hij kreeg veel steun van het zwarte bevolkingsdeel dat bij de vorige verkiezingen nog grotendeels voor Hoover stemde. Ook de boeren steunden hem omdat ze vonden dat hij opkwam voor hun rechten. Doordat ze ook de meerderheid wonnen in het Congres stond niets hem in de weg om de economie te verbeteren.

Alleen 'The Supreme Court', het Hooggerchtshof kon voorproblemen zorgen. Maar drie van de negen rechters stonden achter de 'New Deal', vier waren tegen en twee waren neutraal. Dit was dus behoorlijk lastig voor Roosevelt. Veel wetten die inhielden dat een staat zelf wetten in kon vullen en dat ze meer machten kregen werden door gerechtshof afgekeurd. Roosevelt kwam met een idee voor reorganisatie binnen het gerechtshof. Zijn voorstel was dat een rechter boven de 70 jaar mocht stoppen en voor 100% werd doorbetaald of dat deze bleef zitten en dat Roosevelt dan een extra rechter kon benoemen om zo het werk voor de oudere rechter te verminderen. Ik denk dat Roosevelt dit deed om meer Democraten erbij te krijgen omdat hij de rechters zelf aanstelde, maar hier heb ik geen bewijs voor kunnen vinden in mijn bronnen. Bijna iedereen was ertegen totdat rechter Devanter terugtrad en Roosevelt Hugo Black, een voorstander van de 'New Deal' aanstelde. Hierdoor werd zijn voorstel aangenomen.
1937 kwamen er stakingen in de auto- en staalindustrie. De vakbonden werden machtiger en de werknemers kregen hogere salarissen en een 40-urige werkweek. Eind 1937 telde de auto- en staalvakbonden samen zo ongeveer 725.000 leden. Hierdoor kreeg de 'New Deal' politiek een paar harde klappen. Een ander pijnlijk voorval voor de 'New Deal' was dat Roosevelt de uitgaven van de overheid begon in te krimpen. Hij had het belang van overheidsbestedingen voor de economie nooit gezin en hierdoor werd de stijgende lijn sinds 1933 doorbroken. Opeens waren er 2 miljoen extra werklozen, de aandeelprijzen daalden en de productie ging omlaag. De reputatie van Roosevelt werd er niet beter op en hij stopte met zijn bemoeienis in de economie. Hij dacht dat als hij niets zou doen dat het dan vanzelf beter zou gaan en dat zijn acties weinig resultaat hadden. 1938 kwam hij weer met een belangrijke uitgave. Hij kreeg een ,75 miljard kostende wet erdoorheen bij het Congres, deze was bedoeld om geld uit te geven aan publiek werkzaamheden. Ook kwam hij met een wet met quota voor de verbouwers van katoen, tabak en tarwe. Een andere wet was dat er een maximale werkweek van 40 uur gedraaid mocht worden, een minimumloon van #buffer#,40 per uur en kinderarbeid was verboden.

Nederland en de crisis:

Als de crisis in Amerika is begonnen rekend Nederland niet op al te veel problemen omdat er hier niet veel werd gespeculeerd. Maar de prijzen en daarmee ook winst dalen. Als in Engeland de pond wordt gedevalueerd word de concurrentiepositie van Nederland er niet beter op. En doordat veel van onze inkomsten uit de export komen werd het erg moeilijk. Dit doordat de concurentiepositie verslechterde en omdat het financieel slecht met andere landen ging en dus minder gingen importeren. Ook doordat de landen hun eigen industrieen wilden beveiligen werden er protectionistische maatregelen genomen wat ook funest is voor een handelland als Nederland. Ook met de boeren ging het minder. Doordat er veel gemeganiseerd werd steeg de productie boven de vraag uit waardoor, de al erg lage prijzen door de crisis, nog lager werden. Hierdoor wordt de productie teruggevoerd wat ontslagen tot zijn gevolg heeft. Dit gebeurde niet alleen in de landbouw maar in alle sectoren. Hierdoor raakte de economie in een soort van cyclus:

*Te hoge productie
*Productie loopt terug
*Ontslagen volgen
*Koopkracht neemt af
*Productie daalt nog verder

En ga zo maar door.
Eind 1929 is de Tweede Kamer bezig met een debat over de Wet op de Winkelsluiting. Dus dat de winkeliers zondag vrij krijgen. De gelovige partijen Christelijke Historische Unie (CHU), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) zijn het er niet over eens omdat de een vind dat zondag is voor het geloof en denken dat de mensen het gebruiken voor vermaak. En de ander denkt hier wat makkelijker over. Deze drie partijen zaten in het kabinet, toendertijd werden confessionele partijen nog rechtse partijen genoemd, dus spreekt men van een rechts kabinet. Dit kabinet werd geleidt door de katholieke jonkheer Ruys de Beerenbrouck.Volgens SDAP-lid, Jan van den Tempel, is de crisis een afzetcrisis. Zoals hij tegen de regering zei: "De crisis is in wezen een afzetcrisis zoals het huidige productiestelsel telkens weer te voorschijn roept. Daartegenover stelt de arbeidersklasse de eis van een planmatige regeling der productie. De werklozen voelen scherper dan voorheen dat er wordt geleden zonder noodzaak, dat het voortvloeit uit de foutieve grondslagen van het syteem. De ondernemers grijpen in deze crisis naar loonsverlaging als enig redmiddel. Maar dit is geen weg tot duurzame verbetering, want het tast de koopkracht aan en vermindert daardoor de afzet.
De regering moet daarom duidelijk maken of zij bereid is mede te werken tot diep ingrijpende hervormingen, welke ons maatschappelijk en economisch bestel behoeft". In weze was dit ook de theorie van Keyens, niet de lonen verlagen, maar zorgen dat het besteedbaar inkomen stijgt. Bijvoorbeeld door belasting verlaging. Dit verzoek had niet veel betekenis voor Ruys, die het standpunt had dat de overheid zich niet met bedrijfsleven moest bemoeien. Doordat het aantal werklozen stijgt en de kosten voor steunverlening aan het bedrijfsleven toenemen wordt er een commissie samengesteld die moet onderzoeken hoe er bezuinigd kan worden. Ze komen met een plan dat 15% van de overheidsuitgaven bespaart. Hierdoor wordt er bezuinigd op sociale zekerheid, ambtenarensalarissen en Rijkswaterstaat (Zuiderzeewerken). Hierdoor volgen stakingen van ambtenaren op het Binnenhof. Ook het onderwijs lijdt erg aan de bezuinigingen, leraren moeten voor grotere klassen les geven wat als gevolg heeft dat er leraren ontslagen worden, dus meer werklozen, en dat de overgebleven leraren het veel zwaarder krijgen. In 1932 was er een demonstrtie waaraan 100.000 mensen meededen en zo hun steun betuigden aan de parijten SDAP en NVV. Hun motto was:

"Wie brengt de honger in ons huis?
Dat is Ruys, Ruys, Ruys.
Wie maakt onze centen zoek?
Dat is Ruys de Beerenbrouck".

In 1933 de regering van Ruys de Beerenbrouck in botsing met de Tweede Kamer. Hierdoor wordt de Kamer ontbonden en komen er nieuwe verkiezingen. Als de bemanning van het schip de Zeven Provincieen begint te muiten omdat hun loon gedaald is, is het hele volk tegen deze actie. De ARP maakt hier dankbaar gebruik van en schuift hun grote man Colijn naar voren. Hij kiest voor een sterk gezag en zegt dat hij de bemanning met de boot en al het liefst naar de bodem van de oceaan schiet. Hierdoor komt de ARP bij de verkiezingen uit de bus. De SDAP die hadden verwacht een paar zetels te winnen door de kritiek op de rechtse regering, moest een verlies van 2 zetels incasseren. Vooral de kleine partijen, die opkwamen voor de rechten van de boeren, wonnen zetels. Het kabinet dat hij vormde bestond uit de drie rechtse partijen en de liberale partijen VDB en de Vrijheidsbond werden toegevoegd.
Hij wilde de concurrentiepositie herstellen, dit deed hij door steunverlaging. Ook daalde de ambtenaren salarissen en werden getrouwde leraressen ontslagen ( Toen hoorde de vrouw nog achter het aanrecht). Als Belgie in april 1935 de franc devalueert dreigt de haven van Rotterdam achterop te raken bij de haven van Antwerpen. De Minister van Economische Zaken, Steenberghe, steld voor om de gulden ook te devalueren omdat hij bang is dat Nederland niet meer mee kan komen met het buitenland. Ook denkt hij dat verdere bezuinigingen alleen maar leiden tot meer werkloosheid. Maar Colijn is het daar absoluut niet mee eens. 'We zijn geen muntvervalser" zoals hij zei. Omdat Colijn niet naar Steenberghe luistert neemt deze ontslag. Als de president va de Nederlandse Bank Colijn aanraadt om de munt te devalueren vanwege een mogelijk bankroet met dit beleid, stemt Colijn toe. Hierdoor werd in drie dagen het probleem opgelost waar ze eerst drie jaar mee bezig waren.
In het begin is de regeirng terughoudend om maatregelen te nemen en vind dat het bedrijfsleven sde crisis maar moet oplossen. Maar als ze zien dat het zo niet langer kan gaan ze maatregelen nemen. Om de boeren te steunen komen er minimumprijzen voor land- en tuinbouwproducten. En de wat niet verkocht wordt werd opgekocht door de overheid.
Colijn was streng tegen devaluatie van de gulden zoals dat in Engeland gebeurde.
In plaats van devaluatie gaat Colijn over op de aanpassingspolitiek, dat hield in: bezuinigen waar het maar kan. Op salarissen van ambtenaren, op de sociale zekerheid, de woningbouw en ga zo maar door. 1936 zwicht de regering onder de druk en besluit zij over te gaan op devaluatie van de gulden.
Ten opzichte van andere Europese landen ligt Nederland achter, in andere landen begint de boel weer een beetje opo gang te rkomen rond 1933 in Nederland pas in 1936. Dit misschien wel omdat Nederland zolang heeft vastgehouden aan de waarde van de gulden terwijl de rest van Europa de munt al gedevalueerd. Pas rond 1940 zie je het aantal werklozen teruglopen.

Conclusie:

Uit de gegevens komt overal dat de crisis niet werd veroorzaakt door de ?Krach?, wel was deze gebeurtenis de inleiding van de crisis in de jaren 30. Door de hevige speculatie, veelal door leken en ook nog eens met geleend geld, heeft het kunnen gebeurem dat Wallstreet crashte. Ook doordat het financiele klimaat in Amerika niet goed was. Door het enthousiasme en het oneindige vetrouwen in de beurs kon iedereen een lening afsluiten. Als je dan door de crash je geld had verloren werd lastig om de schuld af te betalen en als dit nu bij miljoenen tegelijk het geval was, dan sleur je de banken mee. Ieders failliesemnet werkte naar beneden door, ga maar na: De Ford-autofabriek verlaagde de productie-ontslagen volgen bij Ford-minder auto?s dus ook minder banden nodig-productie van de bandenfabrikant daalt-ook hier volgen ontslagen. Zo kun een tal van voorbeelden noemen. Ook door de vele ontslagen kwamen er miljoenen werklozen, ¼ van de Amerikaanse bevolking om precies te zijn. Door die vele werklozen daalde ook de koopkracht, waardoor de productie daalde. Dit is ook een proces dat maar door blijft gaan. Doordat de overheid alleen maar ging bezuinigen in plaats van meer besteden om de koopkracht omhoog te werken. De Amerikaanse overheid had bijvoorbeeld iedereen van een minimuminkomen kunnen voorzien, wat ze later ook deden. Hadden ze dit eerder gedaan dan had die crisis niet zo lang geduurd, volgens mij.
In Nederland had de crisis ook niet zo lang hoeven doorgaan als Colijn de gulden gewoon had gedevalueert. Ik heb eigenlijk ook geen reden kunnen vinden of zelf bedenken voor dit standpunt van Colijn. Doordat hij de waarde van de munt hoog hield werd Nederland niet interessant om mee te handelen.
De crisis kwam vooral naar Europa, omdat veel landen nog een schuld hadden aan Amerika door de wederopbouw na WOI. Toen Amerika dat geld opeens nodig had werd het erg lastig. Alleen denk ik niet dat die crisis zo lang had hoeven duren als de landen gewoon samen hadden gewerkt. Er zijn toendertijd een paar conferrenties geweest om dit tot stand te brengen, maar vooral door de starre houding van Amerika. Amerika was vooral bezig om de binnenlandse economie te redden en itresseerde zich niet voor het buitenland.
Voordat ik met dit werkstuk begon dacht ik altijd dat de ?New Deal? een geweldig goed plan was en wat de crisis ook heeft opgelosd, maar nu ik al die informatie bestudeerd heb blijkt dat Hoover voor zijn tijd als president een soortgelijk plan had. Ook is het zo dat de ?New Deal? niet zoveel heeft gedaan als ik dacht.

Over een verband tussen de crisis en drooglegging heb ik niets kunnen vinden. Ze worden nergens met elkaar in verband gebracht. Wel is het zo dat de drooglegging voor criminaliteit heeft gezorgd in de jaren twintig. Al lijken de jaren twintig zo economisch voorspoedig, dit was toch wel anders. Het ging economisch ook goed, maar vooral met de hogere lagen van de samenleving. Veel arme mensen probeerden met illegaal stoken van alcohol wat bij te verdienen. Toen dit uitgroeide tot grote criminele organisaties als de maffia ging het toch wel de verkeerde kant op. Er kwamen veel concurrerende gangsters waardoor vaak genoeg doodden zijn gevallen. De organisatie gingen zich ook op andere vlakken orienteren zoals prostitutie en gokken. Ik kan wel een paar vergezochte voorbeelden bedenken, zoals: Een normaal persoon heeft een schuld bij een gangster, hij heeft dit geld niet maar heeft nog wel wat spaargeld. Dit spaargeld gebruikt hij om op de beurs te speculeren in de hoop het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen. Dit mislukt en hij is al ze geld kwijt. Waarschijnlijk betekent dit zijn doodvonnis en als dit in heel grote getallen voorkomt zou dit ook een aandeel in de krach kunnen hebben. Dit soort dingen kan je over speculeren maar ik heb er geen bewijs voor kunnen vinden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.