Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... de coronacrisis heeft een grote impact op jongeren. Wij zijn benieuwd hoe jij ermee omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Inleiding
1:Inleiding
2:Voorwoord
3:Wat is de RAF?
4: De protestgeneratie
5:De duitse studenten ontwaken
6:Het Groot worden en 'Vallen' van de RAF
7:Andreas Baader bij zijn arrestatie
8:Propaganderen en honger lijden
9:De duitse herfst
10:De Rote Armee Fraktion na 1980
11:Korte biografieën van de belangrijkste RAF-leden
12:conclusie
13:Bronvermelding
2:Voorwoord
Ik heb dit onderwerp gekozen voor duits omdat het een onderwerp wat op het moment weer erg actueel is in de duitse samenleving.Ook heb ik dit onderwerp gekozen omdat ik wat meer wou weten over de politieke achtergrond van deze groep.
Ik kijk er naar uit om dit werkstuk te maken en meer dingen te weten te komen over de RAF.


Als hoofdvraag koos ik voor: Wat waren de doelstelling van de Rote Armee Fraktion en wat was haar rol in de Duitse samenleving?
Ik denk dat ik met deze vraag toch een eigen visie kan ontkkelen over waar de RAF voor stond en hoe invloedrijk zij nou eigenlijk waren op de samenleving. Aan het einde van dit lwerkstuk wil ik een conclusie proberen te trekken uit de hoofdvraag.

3:Wat was de RAF?
De Rote Armee Fraktion (Ned: Rode-Legerfractie) was de actiefste naoorlogse linkse terreurgroep in Duitsland.
De groep ging eerst door het levan als de Baader-Meinhof gruppe.
De groep bestond in het begin uit Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Horst Mahler en de later bij de groep gekomen Ulrike Meinhof.
Vooral in de studentenbeweging ontstond er aan het eind van de jaren '60 steeds meer onvrede over het feit dat veel bestuurders uit het Nazi-tijdperk nog steeds 'waakten' over de fundamenten van de Duitse samenleving. Doel van de groep was zich ondergronds tegen "het systeem" te verzetten. De Rote Armee Fraktion ageerde verder ook sterk tegen de in Duitsland heersende "kapitalistische staat". De naam van de groep was afgeleid van het Russische Rode Leger, de term "Fraktion" (een eenheid binnen de Communistische Partij) werd toegevoegd om het verband met de internationale Marxistische strijd te benadrukken. De organisatiestructuur en handelwijzen waren grotendeels geïnspireerd door de Tupamaros, de linkse stadsguerrilla uit Uruguay. Het is bekend dat er banden waren met het toenmalige (communistische) Oost-Duitsland. Zo werd aan Inge Viett, lid van de RAF én de Beweging van de Tweede Juni, onderdak verschaft door de voormalige DDR. Buiten de rechtstreekse politieke belangen in het kader van de Koude Oorlog had de DDR er belang bij om op de hoogte te zijn van op handen zijnde acties van beide groeperingen, teneinde haar Stasi-spionnen in het Westen geen gevaar te laten lopen als gevolg van de verhoogde paraatheid van de regering van de Bondsrepubliek.

Vreselijk is het te doden.


Maar niet alleen anderen, ook onszelf
doden wij wanneer het niet anders kan.
Omdat nu eenmaal slechts met geweld deze
dodende wereld te veranderen is,
zoals ieder levend wezen weet.
-Bertolt Brecht-


4:De protestgeneratie
Voordat we in het diepe springen van de RAF, moeten we eerst een soort van basis hebben. Voordat men zich gaat verdiepen in de Rote Armee Fraktion en conclusies gaat trekken, moet men eerst iets weten over de achtergrond situatie.
Om een duidelijker beeld te krijgen hoe een links extremistische organisatie als de Rote Armee Fraktion heeft kunnen ontstaan moet er eerst gekeken worden naar de voorgeschiedenis en in welke omgeving de mensen uit deze organisatie zich ontwikkelden.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een geboorte-explosie over het hele continent Europa, ook wel de Babyboom genaamd. In de jaren zestig bereikte de geboortegolf van 1945-1949 de universiteiten. Tot dan toe waren het instituten waar de elite de aanstaande elite opleidde. Nu kwamen ook jongeren uit lagere milieus naar de universiteiten en met elke hun eigen wensen. Zij hadden de oorlog niet meegemaakt maar wel de het Wirtschaftswunder. De tijd was in die jaren zestig en zeventig rijp voor veranderring. Het was tijd voor onderwijskundige en sociale hervormingen en het verzet tegen de traditionele waarden begon. Het is de tijd van de protestgeneratie. Vreemd genoeg begon het protest niet in Berlijn, Parijs of Londen, maar in Nederland. Hier in ons koudekikkerlandje was alles nog veel vaster geroest als elders in Europa. Het begon in 1963 met studentenvakbewegingen die zich wilde afzetten tegen het toch ouderwetse autoritaire universitaire wereldje. Maar het protest kwam toch vrij langzaam op gang. Pas twee jaar later kwam er eindelijk weer eens wat leven in de brouwerij en werd onder leiding van "de anti-rookmagier" Robert Jasper Grootveld, Provo opgericht. Tegenover de suffe burgermaatschappij met zijn gezag en zijn welvaart wilde Provo vrijheid, gelijkheid en creativiteit zetten. Maar het eigenlijke doel was om 'deze maatschappij hartgrondig te provoceren.' Als inspirerend voorbeeld voor studenten door heel Europa, trok het protest als een deken over ons continent heen. In Frankrijk braken in 1968 hevige studentenrellen uit. Onder leiding van Daniel Cohn-Bendit, ook wel 'Rooie Danny' genoemd, demonstreerden de studenten tegen de hoge defensie-uitgaven en eisten onderwijshervormingen. In Parijs trad de politie hard op tegen de demonstranten, waarna er rellen uitbraken. De studenten werden in deze strijd gesteund door de arbeiders. Langzaam aan kwam ook in Duitsland de protestgeneratie op gang.

"Het komt er niet op aan de wereld te begrijpen, het komt erop aan haar te veranderen."
- Karl Marx-





5:De Duitse Studenten ontwaken
1967
2 juni 1967
In West-Berlijn wordt de student Benno Ohnesorg door de politie doodgeschoten tijdens ongeregeldheden naar aanleiding van het bezoek van de Sjah van Perzië. Er wordt naderhand nog vreedzaam geprotesteerd.
1968
April 1968
Een bekende studentenleider Rudi Dutschke wordt levensgevaarlijk gewond door kogels van een jeugdige behoudende tegenstander. Toen sloeg er een ongekende golf van gewelddadigheid door de steden van de Bondsrepubliek, als protest tegen de aanslag op Dutschke en de dood van Ohnesorg, die men nog lang niet vergeten was.
Nadat in Nederland en in Frankrijk de studenten al veelvuldig van zich hebben laten horen, vliegt ook in Duitsland de vlam in de pan. Grote rellen breken uit, wanneer de politie de 22 jarige student Benno Ohnesorg doodschiet. Vanaf dat moment zijn de studenten in Duitsland ook niet meer te houden. Ze wilden protesteren tegen de met nazisme bevlekte Duitse overheid. Ze hadden eigen ideologieën over de Duitse toekomst. Maar een periode van rellen kwamen de studenten elk voor de persoonlijke keuze te staan. In principe maakten ze drie verschillende keuzes. Het grootste deel koos voor een maatschappelijke carrière een ander deel gingen een loopbaan zoeken bij de overheid om hun idealen alsnog te verwezenlijken. Een kleine groep wou de confrontatie niet uit de weg gaan…
De Berlijnse studenten Andreas Baader, zijn vriendin Gudrun Ensslin, Thorwald Proll en Horst Söhnlein hadden twee warenhuizen (Schneider) in Frankfurt in brand gestoken om te protesteren tegen de dood van Benno Ohnesorg en als protest tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij. Met deze actie wonnen ze veel sympathie in links-radicale kringen. De vier studenten werden gearresteerd en veroordeeld, maar Horst Söhnlein zat als enige zijn straf uit: de overige drie doken onder.
1970
Januari 1970
Baader wordt opnieuw gepakt. Hij weet weer te ontkomen, dankzij een spectaculaire bevrijdingsactie van Ulrike Meinhof en Horst Mahler op 14 mei 1970.
'Andreas zit in de gevangenis en daar moet hij zo spoedig mogelijk uit. Jij schrijft alleen maar, nu heb je de kans ook eens wat te doen.' Met deze woorden stapt Gudrun Ennslin op 6 april 1970 bij Ulrike Meinhof de deur binnen. Ulrike heeft weinig tijd te antwoorden. Ze knikt, 'o.k. mij heb je.' Ze verzinnen samen een plan om Baader te bevrijden. Monika Berberich, de assistente van advocaat Horst Mahler, boekt al snel een belangrijk succes. Ze weet voor Baader toestemming te krijgen in het Duitse Instituut voor Sociale Vraagstukken literatuur te raadplegen. Ze had de gevangenisdirectie wijs gemaakt dat hij literatuur nodig heeft, omdat hij samen met Ulrike Meinhof voor de Berlijnse uitgeverij Klaus-Wagenbach een boek wil schrijven over de 'organisatie van jongeren, die tot de randgroeperingen van de maatschappij behoren'. Inmiddels heeft Ulrike ook twee goede en betrouwbare vriendinnen van haar ingeschakeld en die scharrelen de nodige wapens bij elkaar voor de bevrijding van Baader. Irene Goergens en Astrid Poll, de twee vriendinnen van Ulrike, verkennen ook het terrein en vermomd brengen ze een bezoekje aan het instituut.
Op 14 mei is het zover. In de vroege ochtend gaat Ulrike naar het universiteitsinstituut. Iets na negen verschijnt ook Andreas Baader , begeleid door twee gevangenisbewakers. Hij gaat naast Ulrike aan de leestafel zitten en wachtmeester Karl-Heinz Wegener ziet een uur lang toe hoe beiden extreem erg in hun werk verdiept zijn. Af en toe fluisteren ze elkaar wat toe, wat betrekking heeft op hun werk. Ze pakken het dus zeer professioneel aan. Toch lijkt het tweetal een beetje nerveus. Een van de werknemers van het instituut hoort Ulrike mompelen: 'Als het vandaag niet lukt, proberen we het volgende week nog eens op een andere manier.' Hij schenkt aan de opmerking verder geen aandacht, waar hij later nog wel eens spijt van zal hebben gehad.
Plotseling wordt de deur open gegooid en stormt er een man de leeszaal binnen. Hij heeft een nylonkous over het hoofd getrokken en hij is gewapend met een machinepistool. Zonder te waarschuwen opent hij het vuur op beide gevangenisbewakers. De 62-jarige Georg Linke duikt iets te laat weg, hij wordt in de lever getroffen en zakt in elkaar, hij overleeft het echter wel. Voordat zijn collega iets kan beginnen vliegen de kogels hem om de oren. Ook Irene Goergens en Astrid Poll zijn de leeszaal binnengekomen en schieten richting de op de andere gevangenisbewaker. Er vallen verder geen slachtoffers. De groep, met Baader voorop, rent naar de uitgang en ze springen in een gereedstaande Alfa Romeo, die met Astrid Poll aan het stuur wegscheurt. Het bevrijding van Andreas Baader is gelukt.
Een paar dagen later schrijft Ulrike: 'dachten die varkens nu echt dat we onze kameraad Baader twee of drie jaar zouden laten zitten… Geloofden een van die zwijnen werkelijk dat we zouden praten over het beginnen van de klassen strijd zonder ons te bewapenen? Meenden die strontbiggen, die als eerste schoten, dat we ons zomaar laten neerknallen? Wie niet verdedigd, sterft.' Kort daarop kondigt Ulrike Meinhof in het anarchistenblad Agit 883 de oprichting aan van de Rote Armee Fraktion (RAF), deze naam word later in de volksmond al snel aangeduid met de 'Baader-Meinhofgroep'. Ulrike schrijft 'om de conflicten op de spits te kunnen laten drijven, bouwen we de Rote Armee op.' En ze geeft aan medeleden de raad: 'Laat je niet pakken.' Om dit te voorkomen verdwijnt de groep via Oost-Berlijn naar Jordanië en Syrië, waar Palestijnse verzetstrijders hen trainen in gewapende guerrillamethoden. Daar legt men ook contacten met het Japanse rode leger, dat inmiddels door spectaculaire vliegtuigkapingen onder linkse extremisten naam heeft gemaakt. In de late zomer keert de groep terug en de strijd kan beginnen…

Dat was het startschot voor de oprichting van de 'Rote Armee Fraktion'.
Intussen groeit de groep steeds verder. Woningen en auto's worden in beslag genomen door de groep. Op 15 februari 1971 worden nog eens twee banken overvallen, de gezamenlijk buit hier bedraagt iets meer dan honderdduizend DM. De terreurgroep krijgt steeds meer naamsbekendheid, in de media wordt al gesproken over staatsvijand nummer één. Ulrike Meinhof en Andreas Baader stellen samen een manifest onder de naam Rote Armee Fraktion.
Citaat uit het manifest
De Rote Armee Fraktion legt een verbinding tussen nationale en internationale strijd, tussen politieke en gewapende strijd, tussen de strategische en tactische doelen van de internationale doelen van de internationale communistische beweging.
Stadsguerrilla betekent, ondanks de zwakte van revolutionaire krachten in de Bondsrepubliek en West-Berlijn, hier en nu revolutionair ingrijpen!
In dit manifest ligt de oprichting en grondvesting van de Rote Armee Fraktion als een gewapend links-extremistische beweging. Met deze woorden trekken ze ten strijde tegen het in hun ogen de met nazi's bezette overheid.
1972
April-mei 1972
In de lente van 1972 plegen RAF-leden de volgende aanslagen, waarbij doden en zwaargewonden vielen:
-bomaanslag op het Amerikaanse consulaat in Frankfurt (één dode)
-bomaanslag op het politiebureau van Augsburg
-bomaanslag op het gerechtshof in München en Karlsruhe
-bomaanslag op het hoofdkwartier van het Springer-concern (uitgever van 'Bild', het toonaangevende blad in die jaren.)
-bomaanslag op het hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Heidelberg (drie doden)
-bomaanslagen op Hamburgse warenhuizen
Juni 1972
150 met machinepistolen bewapende politie-agenten, gesteund door pantserwagens houden Andrea Baader aan. Hij wordt door een scherpschutter gewond. In diezelfde maand wordt de hele kern van de RAF opgepakt, waaronder Ensslin, Raspe, Meinhof en Meins. Ze worden opgesloten in een speciale vleugel van de Stammheim gevangenis in Stuttgart.
17 juni 1972
Het Hooggerechtshof schorst Otto Schily als advocaat van Gudrun Ensslin. Hij zou lid zijn van een criminele organisatie. Hij zou een brief van Gudrun Ensslin aan Ulrike Meinhof uit de gevangenis hebben gesmokkeld. Alleen hij kon dat hebben gedaan.
September 1972
Tijdens de Olympische Spelen in München, waar de Bondsrepubliek zich wilde presenteren als vrolijk, liberaal en democratisch (in tegenstelling tot de Spelen van 1936 onder nazi-regiem)gijzelt de Palestijnse groep 'Zwarte September' de Israëlische afvaardiging. Twee Israëli's worden gedood. Op het vliegveld mislukt de ontzettingsactie van de Duitse politie. Er vallen 15 doden. Negen Israëli's worden gedood, vijf Palestijnen en een politieman. De RAF verklaart zich solidair met de Palestijnen en benadrukt het internationale karakter van de revolutionaire strijd tegen uitbuiting.
November 1972
Ulrike Meinhof wordt opgesloten in een geluidsdichte isoleercel van een speciale vleugel van de gevangenis van Keulen-Ossendorf.
Een aantal juristen protesteert tegen het isolement van de RAF-gevangenen. Zij noemen het 'sensorische deprivatie' (=beroofd worden van de zintuigen) en achten het gelijk staan aan geestelijke marteling.



6:Het Groot worden en 'Vallen' van de RAF
Nadat de RAF-leden door Palestijnse verzetstrijders zijn getraind in gewapende guerrillamethoden komen ze in de late zomer van 1970 terug in West-Berlijn. Daar huren ze onder schuilnamen twee woningen. Op 24 augustus van dat jaar laat de Baader-Meinhof-groep voor het eerst weer van zich horen. Op die avond dringen drie gemaskerde RAF-leden een Westberlijnse supermarkt binnen en roven 21000 Mark, de toenmalige geldsoort. Vier weken later overvallen drie gemaskerde RAF-groepen, van in totaal twaalf personen, drie Westberlijnse bankfilialen. Deze keer in de buit veel groter dan de vorige keer: 250000 Mark. Het personeel en andere mensen in de bankfilialen worden met machinegeweren onder schot gehouden. Als even later de politie arriveert zijn de leden er al met gestolen auto's vandoor. De RAF-leden laten een berichtje achter, met de tekst: 'onteigend de vijanden van het volk.' De auto's worden later teruggevonden, maar van de inzittenden ontbreekt natuurlijk ieder spoor. De politie vermoedt dat de Baader-Meinhof-groep achter deze acties zit, op grond van de gebruikte tactiek. Een week later weten ze dit echter pas zeker. Op 8 oktober komt bij de Westberlijnse politie een anoniem telefoontje binnen waarin de beide hoofdkwartieren van de groep worden verraden. Later blijkt dit telefoontje van een verrader uit de eigen groep te zijn geweest. De politie gaat naar de adressen toe, aangezien er niemand thuis is gaan ze posten tot de leden zelf in de val lopen. Men hoeft niet lang te wachten. Kort voor zes uur 's avonds stopt er een auto voor het huis en Horst Mahler stapt uit. Hij is vermomd met baard en nephaar en hij heeft een pistool op zak. Hij geeft zich rustig over: 'Compliment, heren.' De 34-jarige ex-advocaat was het brein van de groep. Zijn arrestatie komt hard aan. Harder dan de vrijwel gelijktijdige arrestatie van zijn assistente Monika Berberich of van de 24-jarige burgemeestersdochter Brigitte Asdonk, van Irene Goergens of Ingrid Schubert, die ook onder andere had meegeholpen aan de ontsnapping van Andreas Baader. Tegen Mahler, Schubert en Goergens vindt in het voorjaar van 1971 een proces wegens medeplichtigheid aan de bevrijding van Baader plaats. Schubert word tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld en Goergens tot zes jaar. Mahler wordt daarentegen vrijgesproken. Hij blijft echter in voorarrest, omdat men hem er ook van verdenkt mee te hebben gewerkt aan de overvallen op de drie West-berlijnse bankfilialen.
Na deze politieactie gaan de overgebleven leden van de groep alle kanten op. Een deel blijft in West-Berlijn rondom Andreas Baader. Hij maakt wilde plannen om de gearresteerde leden te bevrijden met onder andere helikopters, deze plannen worden echter nooit uitgevoerd. Baader slaagt erin zijn groep met nieuwelingen uit te breiden. Eerst sluit Beate Sturm zich aan, maar zij verlaat de groep echter snel weer. Twee andere blijken echter blijvertjes: Holger Meins en Jan Carl Raspe. Beiden zullen snel doorgroeien tot de harde kern van de Baader-Meinhofgroep en zullen voor de groep zeer belangrijk worden. Inmiddels heeft ook Ulrike Meinhof een groep rondom haar bij elkaar gescharreld. Na korte tijd is deze tweede groep druk bezig overal in de Bondsrepubliek wapens, identiteitspapieren en kentekenbewijzen te stelen en nieuwe onderkomens in te richten. Eind december komen Baader en zijn aanhang over uit West-Berlijn en beide groepen verenigen zich weer.
Al snel volgen echter al weer nieuwe tegenslagen. Op 20 december wordt Karl-Heinz Ruhland in Oberhausen opgepakt en twee dagen later word de 23-jarige Heinrich Jansen in Neurenberg gearresteerd. Beiden zijn leden van de RAF. Geleidelijk worden ze steeds verder in het isolement gedrongen. Als gevolg van een steeds intensievere klopjacht van de politie wordt het zelfs in ultralinkse kring moeilijk om hulp en onderdak te vinden.
Als op 15 januari 1971 negen bewapende mannen en vrouwen twee spaarbanken in Kassel overvallen en er met ruim 100000 Mark vandoor gaan, grijpt de West-Duitse minister van binnenlandse zaken, Genscher, in. Hij is ervan overtuigd dat dit weer een daad was van de Baader-Meinhofgroep en hij scherpt de opsporingsacties aan en zet de gehele recherche op deze zaak. Op 6 mei 1971 wordt Astrid Poll aan het stuur van een Alfa Romeo door Hamburgse agenten tot stoppen gedwongen. Volgens de politie grijpt ze naar haar pistool, maar de agenten zijn haar net nog net op tijd voor en ze word dodelijk getroffen door een agent. Op 15 juli slaat de Hamburgse politie opnieuw toe. Het RAF-lid Petra Schelm(20) wordt aangehouden bij een verkeerscontrole. Ze raakt in paniek en wil haar pistool trekken, ze word nog voordat ze haar pistool heeft al doodgeschoten door een agent. Haar 23-jarige vriend Werner Hoppe geeft zich daarop over. Maar niet alleen aan de kant van de Baader-Meinhofgroep vallen slachtoffers, ook aan de andere kant vallen die. Wanneer er in de nacht van 21 op 22 oktober 1971 een aantal RAF-leden weer door de Hamburgse politie wordt gesnapt, ontstaat er een vuurgevecht. Bij dit vuurgevecht wordt een wachtmeester, Norbert Schmid, dodelijk getroffen. De politie slaagt erin de 22-jarige psychologiestudente Margrit Schiller te arresteren. Zij wordt later veroordeeld voor de moord, maar het is nooit bewezen of zij wel degene was die het fatale schot heeft afgevuurd.
Het gebeuren met politieman Schmid maakt de politieautoriteiten nog nerveuzer. Op 5 december schieten agenten RAF-lid Georg von Rauch bij een huiszoeking neer, terwijl hij met zijn handen omhoog tegen een muur staat. Dit onbeheerste optreden brengt in West-Berlijn vijfduizend demonstranten op straat en overal in Duitsland en in andere landen leid dit tot de nodige ophef. De strijd van de RAF gaat echter 'gewoon' door.
Op 22 december doet een aantal Baader-Meinhofleden onder leiding van Holger Meins een overval op een bank in Kaiserslautern. De 32-jarige opperwachtmeester Herbert Schoner arriveert met een aantal collega's razendsnel ter plaatse en ziet de overvallers er met een gestolen Alfa Romeo vandoor gaan. Hij zet de achtervolging in, maar hij wordt doodgeschoten. De politie noemt Holger Meins of de 24-jarige RAF-lid Peter Grashof als de mogelijke daders. Een maand later wordt Peter Grashof gearresteerd als de politie een inval doet in een plaatselijke hoofdkwartier van de groep. Voordat de politie hem arresteert, schiet hij de 50-jarige hoofdcommissaris Hans Eckhardt neer, hij overlijdt twintig dagen later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Op dezelfde dag dat Grashof ernstig gewond wordt overmeesterd, schiet een rechercheur in burger een 23-jarige man dood in het centrum van Augsburg. Hij verdacht hem ervan lid te zijn van de RAF, terwijl later bleek dat daar geen sprake van was.
Deze escalatie van geweld trekt extreem ultra linkse studenten aan, die de tweede generatie RAF-leden worden. De tweede generatie was even genadeloos als hersenloos, terwijl de eerste generatie nog over zoiets als een ideologie beschikte. Die was politiek en intellectueel ook niet om naar huis te schrijven, maar Ulrike Meinhof en consorten waren in elk geval nog van het soort dat boeken las. De zogenaamde tweede generatie zorgde ervoor dat de acties nog genadelozer werden, hetgeen weer feller tegenweer van de politie uitlokt.
Ondanks de ongekend intensieve speurtocht, wordt het een korte tijd stil rond de groep. Later blijkt dat de leden deze periode benutten om nieuwe, uitgebreidere terreuracties te organiseren. Op 11 mei 1972 ontploffen op het hoofdkwartier van het Vijfde Amerikaanse Legerkorps in Frankfurt drie zelfgemaakte bommen. Een Amerikaanse luitenant-kolonel overleeft de aanslag niet, terwijl er ook een grote materiële schade is. Een 'Commando Petra Schelm' eist de verantwoordelijkheid voor de aanslag op. Als reden voor de daad gaf de groep op dat zich binnen het computercentrum het hoofdkwartier bevond, van waaruit de hernieuwde Amerikaanse bombardementen op Noord-Vietnam werden geleid.
Men is nauwelijks van de schik bekomen als de volgende dag in Augsburg een bom explodeert op het hoofdbureau van de politie. Nog geen uur later explodeert er een bom in het kantoor van de centrale politie in Munchen. Maar de acties van de groep worden niet alleen gericht op de gebouwen van de politie. Dat ondervindt de Westberlijnse rechter Wolfgang Buttenberg, die nauw betrokken is bij het onderzoek tegen verscheidene RAF-leden. Dagelijks rijdt hij met zijn auto naar het gerechtshof. Op 15 mei heeft zijn vrouw de wagen nodig en neemt hij het openbaar vervoer. Als mevrouw Buttenberg die dag weg wil, explodeert de auto wanneer zij het contactsleuteltje omdraait. Ernstig verwond wordt ze afgevoerd naar het ziekenhuis. Vier dagen daarna is het Springerhoofdkwartier in Hamburg doelwit van een bomaanslag. Zeventien mensen lopen verwondingen op. En vijf dagen later is er al weer sprake van een bomaanslag. Deze keer is de explosie opnieuw in een hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Heidelberg deze keer. Drie Amerikaanse soldaten komen om het leven. De Baader-Meinhofgroep eist de verantwoordelijkheid van alle bomaanslagen op zich.
De paniek in Duitsland is compleet. Politiebureaus over het hele land worden overstroomd met bommeldingen, waarvan extreem veel vals zijn. Bijvoorbeeld in Stuttgart, een stad met 700000 inwoners, komt het leven tot stilstand als achter elkaar drie bommeldingen binnenkomen. Er gebeurt echter weer niets. In heel het land is de politie druk bezig met het opsporen van RAF-leden. In heel het land wordt het verkeer opgehouden voor het onderzoek van de politie, alleen in Stuttgart al worden in drie dagen vijftienduizend personenauto's onderzocht. In heel het land worden woningen onderzocht en de politie post bij verscheidene openbare gebouwen en ministerswoningen. De politie ziet in ieder mens een mogelijk RAF-lid. Maar ondanks het feit, dat minister Genscher hen tot staatsvijand nummer één heeft verklaard en 150000 agenten op pad heeft gestuurd, word niemand van de hoofdpersonen (Baader, Meinhof, Raspe, Meins, Ennslin) gevonden. De recherche heeft echter wel enige hoop dat deze personen spoedig worden gepakt…
Toch gaan deze hoofdpersonen uiteindelijk allemaal in de fout en worden ze opgepakt. Als eerst worden Raspe, Meins en Baader opgepakt.
„Ich betrachte mich immer noch als Marxisten. Der Marxismus lehnt den Terror … individuellen Terror und Terror kleiner Gruppen ohne Massenbasis als revolutionäre Waffe ab … Subjektiv ist anzunehmen, dass sie ihre Aktion für eine politische Aktion halten und gehalten haben. Objektiv ist das nicht der Fall. Wenn politische Aktion willentlich zum Opfer von Unschuldigen führt, dann ist das genau der Punkt, wo politische Aktion, subjektiv politische Aktion, in Verbrechen umschlägt.“
– Herbert Marcuse-


7:Andreas Baader bij zijn arrestatie
Dit gebeurde vanzelfsprekend niet onopvallend. Eind mei huurt een RAF-lid een woning van een doodgewone woningverhuurder in Frankfort. Hij stelt zich voor als Allermann en vraagt beleefd of hij de woning kan huren. Samen komen ze eruit en de man gaat de woning huren. De verhuurder merkt echter niet dat de dagen daarna allerlei vreemde gele pakketjes bij het huis worden afgeleverd. Dit wordt wel gemerkt door een groepje mannen, die de politie waarschuwen. De politie stelt een onderzoek in en komt erachter dat het huis alleen word gebruikt als opslagplaats. De gele pakjes blijken springstof te bevatten. Ze worden door de politie vervangen door andere pakjes, met als inhoud een onschadelijke poeder, die er precies hetzelfde uitzien. Op donderdag 2 juni 1972, 's ochtends om een uur of vijf, zien de verdekt opgestelde rechercheurs een rode Porsche de straat binnenrijden. De auto stopt voor de woning en er stappen drie mannen uit. De rechercheurs grijpen gelijk in. Één van de drie wordt gelijk gepakt, de andere twee vluchten in de garage. Het blijkt Jan-Carl Raspe te zijn. De rechercheurs roepen gelijk om versterking en binnen een kwartier hebben 150 agenten met honden de woning omsingeld. Ze worden gedekt door scherpschutters en pantserwagens. Omwonenden krijgen te horen dat ze binnen moeten blijven. Er kunnen schoten vallen. Dan richt de luidspreker zich tot het tweetal in de garage: 'U bent in een situatie, waarin u ons tot niets kunt dwingen wat wij niet willen. Wees daarom verstandig, gooi u wapens weg en kom eruit.' Als er niet word gereageerd, vuurt de politie traangassen af in de richting van de deur. Dan vallen er van beide kanten schoten en vervolgens geven beide mannen zich over. Het blijken Andreas Baader en Holger Meins te zijn. Baader zakt met een schotwond in de rechterzij in elkaar. Meins wordt gedwongen zich uit te kleden en Baader wordt wild schreeuwend met een brancard afgevoerd.
Nog geen week later gaat de volgende hoofdpersoon in de fout. Gudrun Ensslin wordt gearresteerd in een Hamburgse boetiek. Ze heeft haar handtasje halfopen. De winkelier ziet dat en waarschuwt meteen de politie, zonder te weten wie de vrouw is. De winkelier houd de vrouw aan de praat en korte tijd later komen er rechercheurs in burger de boetiek binnen en arresteren de vrouw. Heel Duitsland is verheugd dat er weer een belangrijke RAF-lid is opgepakt. In Bonn onderbreekt bondskanselier Brandt een zitting in de Bondsdag: 'Dames en heren, ik krijg zojuist het bericht binnen dat Gudrun Ensslin in Hamburg is opgepakt.' Alle drie de fracties zijn zeer verheugd en applaudisseren. Na deze arrestatie zijn er veel mensen die zich afvragen of Ensslin zich misschien expres heeft laten arresteren. Haar vriend en minnaar Andreas Baader was immers ook net opgepakt.
Drie dagen later worden opnieuw twee (minder prominente) leden opgepakt. Het zijn Brigitte Mohnhaupt en Bernard Braun. Het tweetal wordt door een patrouillerende agent herkend en na het oproepen van versterking worden beiden gearresteerd. Ze blijken gewapend met een pistool en handgranaten.
Als laatste is het de beurt aan Ulrike Meinhof om als prominente lid van de RAF te worden gearresteerd. Op 15 juni 1972 krijgt de Hamburgse politie een tip, dat een man en vrouw zich onder verdachte omstandigheden ophouden in een woning in het bij Hannover gelegen Langenhagen. Direct denkt de politie aan de Baader-Meinhofgroep. De volgende dag wordt het huis door de politie omsingeld. Beide bewoners opgepakt zonder geweld. De vrouw weigert haar naam te noemen, maar naar medisch onderzoek worden de vermoedens bevestigd: Ulrike Meinhof.
Heel Duitsland haalt opgelucht adem. Het is afgelopen. Denkt men…

Die Autoren zeigen sich außerstande, konkret zu argumentieren. Sie sülzen abstrakt daher. Das Papier ist stilistisch eine Zumutung, es fehlt an klarer Gedankenführung und wimmelt von Wiederholungen.“
– Der Spiegel-

8:Propaganderen en honger lijden
1973
Januari 1973
40 van terrorisme verdachte gevangenen gaan in hongerstaking tegen het systematische isolement dat zij ondergaan. De gevangenisdirectie sluit het water in hun cel af. Hongerstaken zonder drinken is niet mogelijk. Juristen protesteren. Deze actie leverde weer een grote rel op in de Duitse samenleving.
Februari 1973
Het Hooggerechtshof verwerpt de advocatenuitsluiting van Schily. Er bestaat geen wettelijke regeling. Het Hof dringt aan op een regeling. (Verteidigerausschluss)
Mei 1973
80 van terrorisme verdachte gevangenen gaan in hongerstaking. Zij eisen gelijkstelling met andere gevangenen en ongecensureerde informatie over de buitenwereld. De gevangenisdirectie tracht opnieuw door het afsluiten van de waterleiding de staking te breken. De rechter verbiedt de systematische isolatie als ongrondwettig.
In 1973 zat de halve top van de Rote Armee Fraktion achter slot en tralies. Volgens Augustin waren dit ook juist de belangrijkste mensen uit de groep. Zij waren de drijvende kracht. Met de arrestaties was de strijd met de RAF niet afgelopen, hij ging slechts een nieuwe fase in. Wat de leden verloren aan vrijheid wonnen ze aan martelaarschap. Er ontstond een tweede generatie van de RAF, die het vrij krijgen van de leiders als belangrijkste doel van de voortgezette strijd zag. Maar ook bovengronds kregen de RAF-gevangenen hulp: bijna direct na de arrestaties ontstond een internationale steunbeweging voor de 'politieke' gevangenen van de RAF. Niet geheel ten onrechte, want de Duitse justitie ging zeker in het begin heel ver in haar beveiligingsmaatregelen. Duitse gevangenissen hadden voor de jaren zeventig nooit terroristen te bewaken gehad, ze waren een nieuw soort gast, georganiseerder en gevaarlijker dan anderen. En de Duitse justitie werd daar zo nerveus van dat de ene wettelijke noodmaatregel naar de andere werd afgekondigd. Voor bezoek werd hier en daar de 'Trennscheibe' (een glasplaat tussen de gevangen en de bezoek) iets wat inmiddels ook in Nederland heel gebruikelijk is, maar in de jaren zeventig nog heel uitzonderlijk was.
Gevangenen werden in sommige gevallen soms geïsoleerd. Uit angst dat hun idealen op andere gevangen zouden overslaan. Zelfs kwam het voor dat het licht in een cel vierentwintig uur per dag werd aangehouden ter controle. Allemaal volslagen nieuwe voor de jaren zeventig. De gevangen lieten dat niet over hun kant en begonnen in pers, via hun advocaten, een ontzettend slimme propagandastrijd. Ze spraken van 'marteling', 'isolatiefoltering' en 'sensorische deprivatie.' En zo schepten ze de sfeer, dat in Duitsland nog steeds het fascisme aan de macht zat. En opnieuw werden ze bij justitie nerveus. De gevangen wisten steeds beter omstandigheden te vergaren. Meer bezoek, meer tijd buiten de cel, meer mogelijkheden om elkaar te zien. En kregen ze hun zin niet dan was er altijd nog, de bij justitie gevreesde maatregel, de hongerstaking.
Volgens de voormalige RAF-expert van het Bundeskriminalant, Alfred Klaus, waren de zogenaamde slechte gevangenisomstandigheden allemaal propagandaleugens. "Het hoorde allemaal bij de strijd van de RAF, ze wilden de bewapende strijd tegen deze 'imperialistische zweinenstaat' vanuit de gevangenis voortzetten en door de staat voortdurend van folter en fascisme te beschuldigen lukte dat heel aardig."
1974
Februari 1974
De slagkracht en bevoegdheden van inlichtingendienst, politie, mobiele eenheid, Grenzschutztruppen, antiterreureenheden wordt opnieuw door de Bondsregering uitgebreid om gelijke kansen te scheppen tussen terroristen en overheid
November 1974
Holger Meins overlijdt in Stammheim ten gevolge van een hongerstaking. Zijn advocaat stelt de gevangenisdirectie verantwoordelijk voor zijn dood "want zij bepalen de voorwaarden waaronder gevangenschap plaatsvindt." Günther von Drenkmann, president van het Berlijnse gerechtshof, wordt doodgeschoten door de groep '2 juni' om Holger Meins te wreken. In de hele Bondsrepubliek wordt de actie 'Winterreise' gevoerd.
Zwaar bewapende politie en grenstroepen versperren wegen en controleren scherp. Invallen worden gedaan in als 'links' bekend staande advocatenkantoren, drukkerijen, kantoren en woongemeenschappen. De actie wordt met grote hardheid gevoerd, interieurs worden vernield en personen gewond. De 23 gezochte personen worden niet gevonden.
Minister Maihofer verklaarde dat 'Winterreise' vooral het imago en zelfbewustzijn van de politie ten goede was gekomen.
De hongerstaking wordt in 1974 voort gezet en ook Augustin gaat over tot dit ultieme chantagewapen. Hij wil betere gevangenisomstandigheden af dwingen. Net als de anderen kreeg ook hij dwangvoeding toe gediend.
"Men heeft mij met een gynaecologische tang mijn mond open gewrongen, daar een dikke slang van een centimeter dik door mijn keel gewurgd, en dan twee liter van een of andere brij doorheen gepompt, die ik, zodra de slang er weet uit was, meteen weer heb uitgekotst. Ik ben er ook dood misselijk van geweest, wat dat betreft had het niet veel effect. Ik heb ook een of twee keer in coma gelegen, hebben ze natuurlijk gebruik van gemaakt me aan het infuus te leggen." De dood van Holger Meins zet de hele situatie weer op zijn kop. Het openbaar ministerie werd verweten dat ze hem hadden laten verhongeren. Terwijl Holger Meins zich met geweld verzette, als men over ging tot dwangvoeding. Enerzijds wilden ze geen dwangvoeding en zagen dat als foltering, maar toen Meins overleed werd de staat aangeklaagd. Dat was hun strategie.
Tegen de tijd dat de speciale vleugel in Stammheim af was, in april 1974 lag de kwestie van de RAF-gevangenen zo gevoelig, dat justitie doodsbang was voor een misstap. Dankzij een sterke advocatenlobby en collectieve hongerstakingen hadden de gevangenen afgedwongen, dat ze gezamenlijk werden opgesloten. Ze hadden radio, televisie en een enorme privé-bibliotheek. Ze hadden wel ieder hun eigen cel (Baader had er op zeker moment zelfs drie) maar ze mochten een groot deel van de dag bij elkaar in en uitlopen en ze hadden een gezamenlijke ruimte waar ze elkaar mochten ontmoeten om hun proces voor te bereiden. Daar was een bewaker, maar die mocht niet binnen gehoorsafstand komen. Ze hadden langere bezoekuren dan de andere gevangen en Baader wist zelfs voor elkaar te krijgen dat hij zijn eigen biefstukjes in de cel mocht bakken.
29 november 1974
Ulrike Meinhof wordt tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens haar betrokkenheid bij meerdere terroristische aanslagen. Ook Horst Mahler worden veroordeeld, hij krijgt een gevangenisstraf van 14 jaar opgelegd.
December 1974
De Bondsdag verandert de spelregels van rechtszaken:
* Contacten tussen advocaten en van terrorisme verdachte gevangenen kunnen worden verhinderd wanneer er verdenking bestaat dat de advocaat zijn omgang met de verdachte misbruikt om misdaden te begaan.
* Contacten tussen van terrorisme verdachte gevangenen en hun advocaten mogen slechts plaatsvinden wanneer zich tussen hen een scheidingsruit bevindt
* Advocaten mogen niet tegelijkertijd meerdere van terrorisme verdachte personen verdedigen.De post van advocaten van terreur verdachte personen moet gecontroleerd worden.
* Contacten tussen advocaten en gevangenen kunnen worden verhinderd wanneer er verdenking bestaat dat de advocaat zijn omgang met de verdachte misbruikt om de zekerheid, dat de verdachte wordt vervolgd, in gevaar te brengen. Concentratie van het rechtsproces: de rechtbank zal voortaan voor kleinere delicten een rechtszaak kunnen beginnen, omdat is gebleken dat grote processen tegen terroristen door teveel "ballast" worden opgehouden. […] De verkleining van een proces heeft ook ten doel dat lange oorkonden niet langer voorgelezen hoeven te worden, en dat duidelijk overvloedig bewijsmateriaal geblokkeerd kan worden.
* Verordening jegens getuigen: bij absentie moeten getuigen op tijd een verontschuldiging indienen; anders wordt - ook bij een verontschuldiging achteraf - een reglementaire boete opgelegd.
* Afkeuring van rechters: het proces hoeft niet noodzakelijk meer onderbroken te worden, als een opdracht tot vervanging van een rechter (uit twijfel over diens onafhankelijkheid) wordt ingediend. Ook moeten fouten bij de bezetting van de rechtbank niet automatisch tot een nietigverklaring van het oordeel leiden.
* Het optreden van een advocaat kan geweigerd worden, wanneer "bepaalde omstandigheden de verdenking opwekken" De maximumstraf voor geweldsdelicten wordt verhoogd van 15 naar 20 jaar gevangenisstraf.
In aanloop naar het grote proces, tegen vijf van de belangrijkste hoofdverdachten, op 21 mei 1975 veroordeeld het Openbaar Ministerie twee meesterbreinen achter de Rote Armee Fraktion. Duitse overheid bereid zich goed voor op het proces in mei en besluit om een aantal wetten aan te passen.
In december 1974, vlak voor aanvang van het proces, verandert de Bondsdag een aantal wetten, die in het nadeel zijn van de RAF-gevangenen. De RAF-advocaten zijn woedend en laten in de media niks heel van de Duitse staat. Deze aanpassing van de wetten leveren de Rote Armee Fraktion alleen nog maar meer sympathisanten op. 2 februari 1975 stoppen de gevangen met de hongerstaking. Het is dan nog 109 dagen tot aan het proces.
1975

Februari 1975
De Berlijnse CDU-voorzitter Lorentz wordt ontvoerd. Hij wordt vrijgelaten in ruil voor vrijlating van vijf RAF-leden. Dit levert weer zeer veel tumult en aandacht van de media op.
Maart 1975
Imgard Moller en Gerhard Muller worden beide tot vierenhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Dit is voor de Duitse Justitie een grote overwinning en een goed voorbereiding op het proces dat over twee maand van start gaat.
April 1975
Een RAF-commando bezet de ambassade van de bondsrepubliek in Stockholm en eist vrijlating van RAF-leiders. De groep brengt een springlading tot ontploffing waarbij twee RAF-leden en twee diplomaten omkomen. Siegfried Hausner wordt zo zwaar door geweerkolven gewond dat hij later in Stammheim overlijdt.
Het is een grote schok voor Berlijn en Duistland als op 27 februari 1975, de Berlijnse burgemeesterskandidaat van de CDU, Peter Lorenz, wordt ontvoerd. De kidnappers eisen de vrijlating van Verena Becker, Gabriele Krocher-Tiedermann, Ingrid Siepmann, Rolf Heissler en Rolf Pohle. En omdat niemand van deze gevangenen wegens moord is aangeklaagd, besluit de Duitse Staat om in te gaan op de ruil. In maart 1975 wordt Lorenz weer vrijgelaten.
Nog vol van de geslaagde vrijlating van de zes RAF-leden, wordt op 25 april 1975 de Duitse ambassade in Stockholm overvallen. Zes, met pistolen en springstof gewapende, Duitsers stormen de 2e etage van de Duitse ambassade. Met elf gijzelaars in hun handen eisen ze de vrijlating van zesentwintig gevangenen, waaronder; Andreas Baader, Ulrike Meinhof, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe. De Zweedse politie probeert het gebouw te binnen te dringen. Ze komen tot de eerste etage. Maar als ze op aan dringen van de gijzelnemers zich niet terugtrekken, wordt Andreas Baron von Mirbach doodgeschoten. De politie trekt zich snel terug uit het gebouw. Om acht uur 's avonds komt het bericht binnen dat Bondskanzelier Helmut Schmidt niet in gaat op de eisen. " Meine Herren, mein ganzer Instinkt sagt mir, daß wir hier nicht nachgeben dürfen."
Dit heeft een tweede slachtoffer tot gevolg, ook Dr. Hillegart wordt doodgeschoten. Dertien minuten voor middernacht ontploft de springstof van de terroristen, twee van hen komen om het leven, de anderen zijn ernstig verbrand. Hoewel er twee burger slachtoffers zijn gevallen bij deze aanslag, is het toch een succes te noemen voor de Duitse Staat. Anders als bij de Lorenz affaire, houdt de Duitse regering hier wel stand tegen de eisen van de RAF.
21 Mei 1975
In het speciaal voor dit ingerichte rechstgebouw in Stammheim begint vandaag het proces tegen Andreas Baader, Gudrun Ensslin, Ulrike Meinhof en Jan-Carl Raspe. De voorzittende rechter is Dr. Prinzig.
Na 3 jaar lange voorbereidingen begint op 21 mei 1975 in Stammheim, een voorstad van Stuttgart, 'het' proces van Duitsland. Samen met het Neurenbergproces is dit het aller grootste proces van Duitsland. Zoals al eerder genoemd in dit verslag, had de Duitse regering in 1974 een aantal wetten veranderd, wat het hebben van meerdere advocaten verbood. Zo kon het dat Andreas Baader aan het begin van het proces zichzelf verdedigde. Hij vertrouwde de aangesteld advocaat niet. Uit eindelijk wordt Dr. Hans Heinz Heldmann zijn advocaat. De advocaten bepleiten dat, ten gevolge van de hongerstaking, de gevangenen niet ondervraagbaar zijn, maar de gevangenisarts verwerpt deze aanklacht zonder onderzoek te hebben gedaan. De gevangen eisen een objectief onderzoek, maar deze aanvraag word afgewezen. Waarop Baader de voorzittende rechter uitmaakt voor een '"faschistisches Arschloch.' De andere gevangenen stemmen hiermee in en worden afgevoerd.
Op 23 september wordt er dan eindelijk onderzoek gedaan en uit dit onderzoek blijkt dat deze gevangenen zo slecht ondervraagbaar zijn, dat ze maar drie uur per dag deel mogen nemen aan het proces. Uit onderzoek komt naar voren dat de reden voor de slechte staat waarin de gevangenen verkeren, te wijten is aan de conditie van de gevangenis. Vanaf september 1975 is het even rustig rondom de RAF en het proces. Ook buiten de gevangenispoorten om, wordt even rust gehouden.
1976
Januari 1976
Het proces gaat door, maar ook de strijd buiten de gevangenis wordt niet stop gezet. Overal in het land laten RAF-symphatisanten en RAF-leden van zich horen. Het lijkt er op dat de links-extremistische groep met de dag groter wordt. Dit baadt de Duitse regering ernstige zorgen
Mei 1976
Ulrike Meinhof wordt dood aangetroffen in haar cel.
November 1976
Siegfried Haag en Roland Mayer worden gearresteerd
Op 4 mei 1976 geven de RAF-advocaten de hele affaire weer een nieuwe wending. Zij willen Richard M. Nixon, Melvin Laird, Willy Brandt, Helmut Schmidt, Ludwig Erhard en George Kiesinger laten getuigen voor de rechtbank, in sage de kwestie of Amerika in Vietnam zich schuldig gemaakt heeft aan volkerenmoord. En als deze daden ook van Duitse bodem waren gecoördineerd, dan waren de aanslagen van 1972 op Heidelberger Kaserne en de IG-Farben-Haus gerechtvaardigd. Baader, Ensslin en Raspe distantiëren zich van de aanslag op het Springer gebouw. Ulrike Meinhoff distantieert zich op haar beurt steeds meer van de andere RAF-leden in de gevangenis. 4 mei is ook de laatste keer dat Meinhoff de rechtszaal betreedt.
Op 9 mei 1976 wordt het tweeënveertig jaar oude, levensloze lichaam van Ulrike Marie Meinhof in cel 719 gevonden. Ze had zich opgehangen aan repen textiel, die ze om de tralies had geknoopt. Na autopsie bleek dat ze was omgekomen door zelfophanging. Desalniettemin waren er meteen twijfels bij deze zelfmoord. Er was geen afscheidsbrief en ook was volgens veel mensen het textiel niet sterk genoeg een vrouw van 68 kilo te kunnen houden. Veel mensen verdenken de overheid van moord. Het jaar 1976 brengt net als zijn voorganger niet veel nieuws in het proces en in de samenleving. Maar hoe groot is het contrast met 1977. Een jaar waarin de hele Duitse samenleving en regering op zijn kop staat.
1977
Januari 1977
De voorzittende rechter, Prinzig, wordt van zijn post geheven, nadat hij er van beschuldigd was dat hij vertrouwelijke documenten door had laten lekken naar de pers.
April 1977
Een eenheid van de RAF schiet in Karlsruhe de openbare aanklager, 'terroristenjager' Siegfried Buback en twee personen met wie hij thuis was, dood. De RAF spreekt van een executie.
April 1977
Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe worden veroordeeld door de Duitse Justitie.
Juli 1977
Jürgen Ponto, voorzitter van de raad van bestuur van de Dresdener Bank, wordt door een RAF-eenheid doodgeschoten tijdens een poging tot ontvoering.
Er is de laatste tijd weinig gehoord van de RAF buiten het proces en de gevangenis om. 1976 was zoals men dat noemt een 'rustig jaar.' Maar haat en de afkeer tegenover de Duitse Staat is er nog steeds bij de RAF-leden die nog op vrije voeten zijn. Volgens veel leden is het tijd om een weer eens een daad te stellen. Op 7 april van het jaar 1977 in Karlsruhe rijden twee terroristen van de RAF op een motor tot naast de dienst Mercedes van Siegfried Buback, de openbaar aanklager. Als de auto bij een verkeerslicht tot stilstand komt, schieten de twee terroristen met hun automatische wapens op de auto. Zowel de chauffeur als Buback komen om. Een executie, zo luidt de verklaring van de RAF, die de verantwoordelijkheid van de moord opeist. Buback zou verantwoordelijk zijn voor de moord op Holger Meins (dood na hongerstaking), Siegfried Hausner (dood door schedelbreuken na klappen met geweerkolven) en Ulrike Meinhof (zelfmoord.)
Er was na de moord nog sprake van uitstel van het proces tegen de RAF-gevangenen, maar er werd besloten dat deze aanslag het proces niet in de weg mocht zitten. Op 28 april 1977, na een proces van 2 jaar, worden Baader, Ensslin en Raspe alledrie veroordeeld tot driemaal levenslang plus 15 jaar gevangenisstraf. Ze zijn schuldig bevonden aan drie moorden, zes pogingen tot moord, verder worden ze mede verantwoordelijk gehouden van een aantal aanslagen, waarbij 27 mensen om het leven zijn gekomen. Ook het oprichten van een criminele organisatie word hen ten laste gelegd.


9:De 'Duitse Herfst'
Op 5 september 1977 werd werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer ontvoerd door de RAF. In de schietpartij die volgde vielen vier doden. De ontvoerders eisten vrijlating van de gevangenen in Stammheim, in ruil voor het leven van Schleyer. Toen was het afgelopen met
de vrijheden van de Stammheim-gevangenen. Sterker nog, de regering besloot tot de zwaarste inperking van de rechten van de gevangenen tot dan toe: de 'Kontaktsperre'. Zolang de ontvoerde niet was gevonden mochten de gevangenen met niemand meer contact hebben. Niet met elkaar, niet met familie en zelfs niet met hun advocaten. Hans martin schleyer had een curriculum vitae om je vingers bij af te likken: Lid van de NSDAP, leider van de nationaal-socialistische corpora aan de universiteiten van Heidelberg en Innsbruck, SS-Untersturmführer en industrieel plunderaar van het bezette Bohemen en Moravië. In 1942 prees de jonge manager zichzelf aan in een brief aan Wilhelm Frick, minister van Binnenlandse Zaken in de regering-Hitler: 'Ik ben een oudgediende nationaal-socialist en SS-leider en ik mag van mijzelf zeggen, dat ik... Heil Hitler!' Was getekend dr. Hanns Martin Schleyer, die een carrièrefase verder zowel voorzitter van de werkgeversorganisatie als van het millionenschwere Daimler-Benz-concern zou worden.
De Rote Armee Fraktion had zich ogenschijnlijk geen betere kandidaat als ruilobject kunnen wensen: een ex-nazi, een ultrarechtse ondernemer met sociale opvattingen waar de honden geen brood van lustten. Niet alleen vond Schleyer dat stakingen moesten worden verboden, bovendien was hij van mening dat het wettig gezag het recht had om diezelfde stakers dood te schieten.
Daar zat hij plotseling in zijn 'volksgevangenis', gefotografeerd met een polaroidcamera, met de doodsangst in zijn ogen en een kartonnen bord ('Gefangener der RAF') om zijn hals. Het is blijkbaar nooit tot de stadsguerrillero's doorgedrongen dat dit, propagandistisch gezien, niet de manier was om de sympathie van de volksmassa's te winnen. Wat Schleyer nooit was gelukt, lukte zijn ontvoerders: hij kreeg plotseling menselijk trekken.
Wolf Biermann -de Duitse dichter en protestzanger met de onafscheidelijke gitaar-, toch geen vriend van het West-Duitse grootkapitaal, vertelde wat door hem heenging, toen hij die foto onder ogen kreeg: 'Ik zag geschokt hoe de man, met zijn symboolbeladen kapitalistenhoofd, was veranderd in een lijdend, medelijden opwekkend individu, een man voor wie men niets dan sympathie kan voelen. Het was een foto waarop slechts één onderschrift van toepassing was: Ecce homo - ziet, een mens! En omdat ik in politieke categorieën denk, was ik extra getroffen door het feit dat het de vertwijfelde helden van de Rote Armee Fraktion was gelukt om van dit prototype van een kapitalistische uitbuiter, met een speknek, met mensuren op zijn volgevreten gezicht en met dichtgegroeide vetogen, te transformeren tot iemand die meer leek op de lijdende Jezus Christus dan op de wisselaars die deze ooit de tempel heeft uitgeranseld.'
Op 13 oktober kaapten Palestijnse extremisten, die samenwerkten met de RAF, een passagiersvliegtuig. Ook zij eisten de vrijlating van de RAF-top. Enkele dagen later, op 17 oktober, werd er ingegrepen. De Duitse antiterreureenheid GSG9 bestormde het vliegtuig en bevrijdde de gijzelaars. Wonderbaarlijk genoeg overleefden alle passagiers de actie (drie van de vier gijzelnemers werden doodgeschoten).
In de namiddag van 19 oktober 1977 werd ter redactie van het Franse dagblad Libération een brief bezorgd en daarin werd meegedeeld dat er een einde was gemaakt aan het 'beklagenswaardige en corrupte bestaan' van Hans Martin Schleyer, de ontvoerde voorzitter van het werkgeversverbond, die de laatste 43 dagen van zijn leven in een 'volksgevangenis' opgesloten was geweest. Helmut Schmidt, de bondskanselier, kon hem ophalen in de rue Charles Péguy in Mullhouse, waar een groene Audi met een Duits nummerbord stond geparkeerd.
De toenmalige Bondskanselier liet deze taak over aan de politie, die het lijk van het slachtoffer in de kofferbak aantrof. De dode droeg dezelfde kleren als op de dag, zes weken eerder, waarop hij door zijn beulen van de weg was geplukt. In zijn mond vonden de doktoren enige grasresten, wat erop wees dat Schleyer ergens in de vrije natuur om het leven was gebracht. Blijkbaar was hij voorover getuimeld nadat hem die drie dodelijke kogels door zijn kapitalistische kop waren gejaagd.
Het was het sluitstuk van een paar werkelijk krankzinnig dagen, waarin louter doden vielen. Alles was erop gericht om de harde kern van de Baader-Meinhofgroep de gevangenis uit te chanteren. En alles mislukte. De Duitse regering weigerde Schleyer als ruilobject in te zetten. De vier Palestijnse terroristen die een vliegtuig van de Lufthansa hadden gekaapt, stierven allen op het vliegveld van Mogadishu onder het geweervuur van een anti-terreurcommando. Het nieuws bereikte, via de radio, vlak na middernacht ook het cellenblok te Stuttgart. Toen beseften Gudrun Ennslin Andreas Baader, Jan-Carl Raspe, en Irmgard Möller dat zij waarschijnlijk nooit meer op vrije voeten zouden komen en trokken hieruit de consequenties. Gudrun Ensslin had zich opgehangen aan een elektriciteitskabel Andreas Baader had zich in de nek geschoten, Jan Carl Raspe in het hoofd, en Irmgard Möller had zich in de borst gestoken. Haar zelfmoordpoging mislukte echter en ze werd afgevoerd naar het ziekenhuis. De Duitse herfst was ten einde.
Hierna loeiden er hevige discussies van jewelste op. Collectieve zelfmoord, zei de BRD. Moord, zei heel links Duitsland. Artsen, die de lijken onderzochten bevestigden de zelfmoordthese, maar er bleven veel vragen die nog altijd niet zijn opgelost. Aangenomen wordt dat de wapens zijn binnengesmokkeld door advocaten, maar dat is nooit honderd procent bewezen. Toch zijn de meeste historici het er inmiddels over eens, dat zelfmoord de meest waarschijnlijke optie is. De gevangenen waren net tot levenslang veroordeeld en ze wisten, via een geheime radioconstructie die later werd ontdekt, dat de vliegtuigkaping was mislukt dus dat er geen enkel zicht was op bevrijding. Het enige wat hen overbleef, was het ensceneren van een viervoudige moord, als laatste en meest vernietigende aanklacht tegen de staat.


10:De Rote Armee Fraktion na 1980
Na moord op Martin Schleyer en de dood van Ensslin, Baader en Raspe wordt het stil rond de RAF. Maar ze heffen zich niet op. Zoals hier onder op het kaartje is te zien, blijven ze doorgaan met aanslagen. Wel moet daar bij gezegd worden dat dit wel een geheel andere generatie is, met andere idealen. De impact van deze nieuwe generatie RAF-leden is niet zo groot als die was in de jaren zeventig. Na de opheffing van de DDR in 1990 wordt de activiteit van de RAF ook geleidelijk minder. Het optreden van de RAF in de jaren tachtig en negentig kan misschien het best omschreven worden met 'veel woorden, maar weinig daden.' In 1998 is het dan echt over en uit de Rote Armee Fraktion. Als reden werd gegeven dat de objectieve voorwaarden voor de gewapende strijd in de loop der tijd zijn veranderd en dat andere strategieën de voorkeur krijgen. Hier eindigt dus 28 jaar Rote Armee Fraktion.



11:Korte biografieën van de belangrijkste RAF-leden
Andreas Baader
Baader werd geboren op 6 mei 1943 in München. Zijn vader was een historicus die in 1945 op werd gepakt en sindsdien vermist is gebleven. Andreas ging sociologie studeren en interesseerde zich voor de literatuur en de filosofie. In 1965 krijgt hij met zijn toenmalig vriendin een dochtertje. Op 4 april 1968 werd hij gearresteerd voor brandstichting in een warenhuis. Hij wordt daarvoor veroordeeld tot 3 jaar cel. In afwachting van het hoger beroep werd hij op 13 juni 1969 vrijgelaten. Toen het hoger beroep vijf maanden later werd afgewezen, vluchtte Baader naar Parijs. Aan het begin van februari 1970 keerde hij terug naar Duitsland waar hij op 3 april werd gearresteerd. Op 14 mei 1970 werd hij bevrijd door onder meer Ulrike Meinhof. Hij vertrok in juni van datzelfde jaar naar een trainingskamp van de Palestijnse terreurgroep PFLP in Jordanië. Op 9 augustus keerde hij weer terug naar Duitsland. Baader gaat zich bezighouden met bankovervallen. Op 1 juni 1972 werd Baader gearresteerd in Frankfurt. Het proces tegen hem begint op 21 mei 1975 en op 28 april 1977 wordt hij veroordeeld tot 3 maal levenslang plus 15 jaar. Op 18 oktober 1977 schiet Baader zichzelf in zijn cel dood. Hij wordt negen dagen later begraven in Stuttgart.
Ulrike Marie Meinhof
Meinhof werd geboren op 7 oktober 1934. Studeerde filosofie, pedagogiek en sociologie. Ze werd actief in de antinucleaire beweging in Duitsland. In september 1959 ging ze werken voor Konkret, een communistisch studentenblad. Ze werkte zichzelf uiteindelijk op tot hoofdredactrice. In december 1961 trouwde ze met Klaus Rohl, de redacteur van Konkret. In 1962 onderging Meinhof een hersenoperatie. Ze liet zich in 1967 scheiden van haar echtgenoot. In april 1968 nam ze deel aan linkse studentenrellen. Ze leerde er Baader, Ensslin, Proll en Sohnlein van afstand kennen en volgde een proces tegen hen in oktober 1968. Op 7 mei 1969 wilde Meinhof het kantoor van Konkret aanvallen. Ze vertrok met zo'n 80 aanhangers en een aantal panden werden vernield. Meinhof vertrok naar Berlijn en sloot zich aan bij de groep rond Mahler. Zo kwam ze in contact met Baader en Ensslin. Meinhof deed mee aan de bevrijding van Baader op 14 mei 1970. In juni van dat jaar vertrok ze naar een trainingskamp van de PFLP in Jordanië. Op 15 juni 1972 werd Meinhof gearresteerd. Ze werd in november 1974 veroordeeld tot 8 jaar cel voor haar aandeel in de bevrijding van Baader. Op 8 mei 1976 hing Meinhof zichzelf op in haar cel.
Gudrun Ensslin
Ensslin werd geboren op 15 augustus 1940. Op 4 april 1968 werd zij gearresteerd voor brandstichting in een warenhuis. Op 31 oktober 1968 werd ze veroordeeld tot 3 jaar cel. in afwachting van het hoger beroep werd ze op 13 juni 1969 vrijgelaten. Vijf maanden later werd het hoger beroep afgewezen en vluchtte Ensslin naar Parijs. Op 14 mei 1970 hielp zij mee met de bevrijding van haar vriend Andreas Baader die was gearresteerd. In juni 1970 vertrok zij naar Jordanië naar een trainingskamp van de PFLP. Op 9 augustus keerde ze terug naar Duitsland. Ensslin wordt op 7 juni 1972 gearresteerd en op 28 april 1977 tot 3 maal levenslang plus 15 jaar veroordeeld. Op 18 oktober 1977 hing ze zichzelf op in haar cel. Ze werd op 27 oktober begraven.
Horst Mahler
Mahler werd geboren op 23 januari 1936. Hij werd de advocaat van Baader. Rond 1968 verzamelde hij samen met Meinhof een groep terroristen om zich heen. Later sloten, Baader, Ensslin en Meinhof zich hier bij aan. Feitelijk was Mahler de oprichter van de Rote Armee Fraktion. Op 8 juni 1970 vertrok hij naar een trainingskamp van de PFLP in Jordanië. Hij keerde op 9 augustus weer terug naar Duitsland. Op 8 oktober 1970 werd hij gearresteerd. Mahler werd tot 14 jaar cel veroordeeld. Hij kwam aan het begin van de jaren-80 weer vrij. Zijn politieke standpunten maakten toen een complete ommekeer Hij werd extreem conservatief. Tegenwoordig is hij nog steeds politiek actief en heeft hij een eigen website.
Jan-Carl Raspe
Raspe werd geboren op 24 juli 1944. Hij is medeoprichter van de groep 'Kommune II.' In 1968 begon hij met de studie sociologie. Hij sloot zich aan bij de groep rond Baader. Op 1 juni 1972 werd hij samen met Baader gearresteerd. Op 21 mei 1975 begon het proces en op 28 april 1977 werd hij tot 3 maal levenslang plus 15 jaar veroordeeld.
Op 18 oktober 1977 schoot hij zichzelf dood in zijn cel. Negen dagen later werd hij begraven in Stuttgart.
Holger Meins
Meins werd in augustus 1941 geboren. Begon in 1966 aan een studie aan de academie van Film en TV-Wetenschappen. Hij sloot zich aan het begin van 1971 aan bij de RAF. Op 1 juni 1972 werd hij samen met Baader gearresteerd. Hij werd veroordeeld en stierf op 9 november 1974 in zijn cel na een hongerstaking.
Ronald Augustin
De RAF had één Nederlands lid: de Amsterdamse graficus Ronald Augustin. Hij was opgegroeid in Amsterdam, maakte de Provobeweging mee maar was net iets te jong zelf mee te doen. Hij liep wel mee in demonstraties tegen de oorlog in Vietnam, slikte ook LSD, werkte voor kleine linkse krantjes, maar het was allemaal niet echt wat hij zocht. In 1969 volgde hij een Duitse vriendin naar West-Berlijn, waar hij midden in de linkse 'szene' terechtkwam. Hij was 21 toen hij zich aansloot bij de RAF.
Augustin, die als jongen een opleiding grafische ontwerpen had gevolgd, bleek zeer bruikbaar te zijn voor de RAF. Het vervalsen van paspoorten kon men gerust aan de Nederlanders overlaten. Nadat hij in de kranten las over de bevrijding van Andreas Baader, wist hij voor zichzelf gelijk, dat hij daar bij wilde horen. Hij wilde ze dan ook het liefst zelf ontmoeten en met ze praten. Andreas Baader straalde volgens Augustin; wilskracht, daadskracht. Met Baader en Ensslin houdt Augustin ook het meeste contact.
Maar de kern van de RAF was terughoudend in het toelaten van nieuwe leden, maar Augustin was waardevol dankzij zijn grafische achtergrond. Naarmate meer leden van de RAF door de politie werden gezocht, was er meer behoefte aan valse identiteitspapieren. Bovendien had de Nederlander het voordeel dat hij nog niet gezocht werd door de politie. Augustin: 'Ik heb een business opgezet als graficus, die als cover kon dienen om een donkere kamer te hebben en al het materiaal, dat nodig was om papieren te vervalsen. En langzaam ben ik wat meer dingen gaan doen. Het ging vooral om de organisatie van logistiek en het voeren van politieke discussies met mensen, om te kijken in hoeverre ze betrokken wilden worden bij het organiseren van de illegaliteit.'
Bij de logistiek hoorde ook het zogenaamde 'regelen' van auto's. Daarbij hield Augustin er altijd rekening mee dat hij gepakt kon worden. 'We gingen geen auto jatten zonder gewapend te zijn, om voorbereid te zijn op een poging ons te arresteren.' Voor zulke gelegenheden kreeg Augustin een pistool van iemand uit de RAF-kern te leen. Een eigen wapen kreeg hij pas toen hij in 1971 moest onderduiken omdat de politie hem op het spoor was. Het onderduiken maakte het leven er niet makkelijker, maar wel een stuk duidelijker op. De overstap naar de illegaliteit betekende een belangrijke promotie in de RAF-hiërarchie. Vanaf dat moment mocht Augustin ook meediscussiëren over nieuwe aanslagen.
Ronald Augustin liet zich op een vrij domme manier arresteren. Hij zat in de trein van Amsterdam naar Berlijn. Toentertijd was er nog een grenscontrole op de trein. Hij was zo dom geweest om zijn pistool in een tasje te stoppen en niet gewoon in zijn gordel. En op het moment dat de douaneambtenaar vraagt of hij die handtas even open wilde maken, kon zij naar eigen zeggen niets anders doen dan zijn wapen trekken. " Ik heb toen niet geschoten, omdat er twee meisjes in mijn coupe zaten, die niets met mij te maken hadden" Augustin wordt gearresteerd en wordt veroordeeld. Zeven jaar zat hij gevangen (1973-1980), wegens het vervalsen van paspoorten voor de RAF en het met een pistool bedreigen van een douanebeambte. In de documentaire die wij gezien hebben, verteld Augustin over deze ervaring in de cel. Op de vraag is het het waard geweest? antwoordt Augustin: "Als ik ja of nee moet antwoorden, zeg ik ja. Het gaat er voor mij niet om wat voor prijs ik er voor heb betaald. De zeven jaren in de gevangenis zijn voor mij geen verloren jaren geweest. Ik heb me daar ontwikkeld en strijd kunnen voeren. Die zeven jaar is relatief nog een lage prijs vergeleken met de dood van mensen waarmee ik verbonden was. Maar dat is iets wat we van het begin af aan wisten, dat was de inzet van de strijd." Als hij gevraagd wordt of hij het nu weer zou doen, is Augustin heel even stil. Dan antwoordt hij zonder twijfel: 'In dezelfde politieke omstandigheden denk ik dat ik het nu precies weer zo zou doen, en dan misschien beter. Ik zou me misschien niet zo snel laten pakken.' Hij is dus een man zonder spijt. De zeven gevangenis jaren waren voor Augustin ook zeker niet gemakkelijk. Meerder malen is hij in hongerstaking gegaan, maar hij zit zijn straf uit. Nu, bijna 25 jaar later, is hij een respectabele consultant van 52 jaar met een keurige snor.

"Het verleden is het deeg dat gekneed wordt voor het brood dat vandaag op tafel komt."
- Vladimir Ulyanov Leninbou -



12:Conclusie
Wat waren de doelstelling van de Rote Armee Fraktion en wat was haar rol in de Duitse samenleving?
In ons profielwerkstuk zijn we veel te weten gekomen over het reilen en zeilen van de Rote Armee Fraktion. Maar het was de bedoeling dat we een antwoord zouden vinden op onze hoofdvraag. We hebben voor het maken van dit werkstuk heel veel moeten lezen en vaak ging dat leeswerk ook gepaard met enige kennis van vreemde talen. De meeste informatie was namelijk in het Duits en het koste vaak veel moeite om het te vertalen. Nadat alle informatie was doorgespit restte ons niks anders dan om plaats te gaan nemen achter de computer en te beginnen met het verwerken van de vergaarde kennis. Zoals gebruikelijk begint men bij het begin en zo ook wij. Bij de oprichting van de Rote Armee Fraktion was er een duidelijke doelstelling en motivatie. Baader en Meinhof waren van de generatie die was opgevoed met het besef dat hun land onder de Nazi's onvoorstelbaar kwaad had aangericht. En daarom waren ze in hun tijd gespits geraakt op iedere vorm van Nazisme in hun samenleving. Rechters uit de oorlog en zakenmensen met een naziverleden die nog winst maakten, moesten van hun post worden verdreven. Tegen dat soort schandvlekken waren ze gaan protesteren. Ze begonnen met demonstreren. De media dook er bovenop. Uitgeverij springer, noemde ze langharige nietsnutten, die niks anders konden dan schoppen tegen de maatschappij. Staatsvijand nummer één werden ze genoemd. Vanaf dat moment was het een spreekwoordelijke en misschien toch ook wel letterlijke oorlog. In hun acties en gedachten werden ze steeds extremer.
Voor het simpele demonstreren en protesteren was geen plaats meer, er was groter geschut nodig. De oprichting van een criminele organisatie, al zagen zij dat natuurlijk anders, was onvermijdelijk. Moord en geweld kregen de overhand in hun acties. In het begin leek het allemaal nog vrij ongevaarlijk, al was de overheid wel op zijn hoede. In een enquete van "Bild-Zeitung" in 1971 bleek dat nog geen 18 procent van de Duitse bevolking van het bestaan van de Rote Armee Fraktion afwist. Een paar jaar later zou de uitkomst van de enquête er waarschijnlijk heel anders uit zien. Baader, Ensslin, Meinhof, Raspe, Meins en ook Augustin behoorden tot de 1e generatie RAF-leden. Zij zaten echter in 1972 allemaal achter slot en grendel. Ennslin en Meinhof waren de drijvende kracht achter de RAF tot 1972. Meinhof was de stem van de RAF, Ensslin de motor en Baader was de man van de daad. Hij was intellectueel gezien minder dan zijn vrouwelijke collega's maar hij wist dit met wilskracht en persoonlijkheid te compenseren. Raspe was tot zijn arrestatie de grote organisator achter de schermen. Nu in 1972 al deze belangrijke RAF-kopstukken in de cel zitten, gaat de gedachte dat de golf van geweld in Duitsland nu wel over zou zijn. Maar niks bleek minder waar. In de gevangenis ging de strijd verder.
Zoals in ons verslag ook al naar voren komt, was de berechting van de RAF-leden een heel nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de Duitse Justitie. Nooit eerder hadden ze terroristen moeten berechten en ze wisten niet goed hoe ze hier mee om moesten gaan. Ze konden hun genvangen niet grof behandelen, anders zouden ze de Rote Armee Fraktion gelijk geven, wat betreft de opmerking dat het fascisme in Duitsland nog steeds regeerde.
Op deze manier konden de RAF-gevangenen zich veel vrijheden en verzachtende omstandigheden toe eigenen. De media was altijd een vijand van de Rote Armee Fraktion geweest, alleen bij het voeren van propaganda hadden ze hen wel nodig. Zo lieten ze via hun advocaten in de media weten dat ze zich onmenselijk behandeld voelden. De Duitse regering werd nagenoeg gek van ze. Hoe konden ze deze gevangen stoppen? Wij denken dat ze toch goed gehandeld hebben. Ze hadden niet veel anders kunnen doen. Ze zaten nogal in een benarde positie.
Ze hebben veel wetten aangepast, die wij nu als heel normaal beschouwen. Zoals het recht op bezoek. De plazenplaat tussen de bezoeker en de gevangene was nieuw. Het vierentwintig uur per dag aanhouden van licht in de cel was voor die tijd nog vrij exotisch.
Terug naar de Rote Armee Fraktion als organisatie…
Nu de belangrijkste personen achter de organisatie van de RAF gevangen zaten, moesten andere mensen de taken overnemen. In de media spreekt met van een tweede generatie. Deze leden, waren geweldadiger in hun acties. Maar ze waren niet zo geniaal en intellectueel begaafd als de leden van de eerste generatie. Een ideologie ontbrak bij deze nieuwe groep. Ze vochten niet voor dezelfde dingen als waarvoor de andere RAF-leden gevangen zaten. Het kwam later zelfs nog tot een derde generatie, maar deze stond eigenlijk niet meer in verband met de eigenlijke ideologie achter de RAF.
In de loop van de jaren zeventig, pleegden de RAF steeds meer aanslagen. In het begin kon de RAF nog rekenen op enige sympathie vanuit de samenleving. Maar deze toch morele steun van het volk werd met de aanslag verspild. Uiteindelijk werd de Rote Armee Fraktion, ook voor het volk, een bedreiging voor Duitsland als natie. De haat van het volk kwam tot een hoogtepunt in de sombere, duistere nadagen van 1977, ook wel de Duitse Herfst genoemd. Vreemd genoeg kreeg Martin Schleyer, toch een vermeend oud-nazi, de steun van het volk. Door de foto, die de hele wereld overging, leek Schleyer een onschuldige, bange man, met wie je alleen maar medelijden kon hebben.
Na de geslaagde ruil actie tussen zes RAF-gevangenen en de burgemeesterskandidaat Lorenz, in 1975, dachten ze bij de RAF, met deze actie ook wel een paar 'kameraden' vrij te krijgen. Ook met een vliegtuig kaping probeerden ze mensen vrij te krijgen. Maar de regering bleef voet bij stand houden en gaf niks toe. De gijzelaars in het vliegtuig werden gelukkig, zonder slachtoffers bevrijdt. Na deze bevrijdingsactie speelde er zich een drama af in de gevangenis van Stammheim, waardoor de Rote Armee Fraktion voor altijd in de geschiedenisboeken zal blijven staan. Baader, Ensslin en Raspe worden alle drie dood in hun cel gevonden. Baader en Raspe hebben zich, volgens verklaring van de Duitse overheid, met een pistool om het leven gebracht. Ensslin had zichzelf opgehangen. Meteen kwam de vraag of het moord of zelfmoord was. In ons verslag wilden wij niet te veel op dit onderwerp ingaan, ten eerste omdat het al tot op de bodem is onderzocht en ten tweede zouden wij nooit een antwoord op deze vraag krijgen. Van beide kanten zijn er aannemelijke verklaringen, dat hun theorie de juiste is. Met dood van deze RAF-gevangenen en de moord op Schleyer is eigenlijk ook het hoofdstuk Rote Armee Fraktion afgerond. Natuurlijk hielden ze pas in 1998 op te bestaan, maar de ziel van de groep ging samen met de lichamen van Baader, Ensslin en Raspe onder de grond.
Tijdens het schrijven van deze conclusie komen de verschrikkelijk beelden van de bomaanslag in Madrid door de ETA op ons netvlies. Vanochtend, 11 Maart 2004, is er in een metrostation een aanslag gepleegd, met meer dan tweehonderd doden. Nog steeds zijn er terreurbewegingen actief door heel Europa, en zelfs over de hele wereld.
In een conclusie hoor je altijd de vraag te stellen, wat ben ik nou echt te weten gekomen en wat heb ik geleerd van het maken van dit verslag. Nou wij hebben allebei het gevoel dat we echt Rote Armee Fraktion kenners zijn geworden.
Ik denk dat we ook genoeg gezegd over de RAF. Wel zijn we nog achter wat andere dingen gekomen. Een goede planning is essentieel voor het doen slagen van een werkstuk. Wij moeten bekennen dat wij ons in het begin hadden verkeken op het maken van dit profielwerkstuk. Het begin was veel belovend, we hadden er allebei zin in, maar toen het niet opschoot met de informatie en toen bleek dat bijna alles in het Duits was kregen we toch een grote terugslag. Af en toe pakten we het werk wel weer op, maar het meeste bleef toch lange tijd liggen. Maar we hebben allebei het gevoel dat we onder druk het beste presteren en zie daar het eindresultaat. Volgend jaar als we gaan studeren moeten we toch maar gaan proberen om wat meer volgens een planning te gaan werken en proberen nog beter de tijd te verdelen.
We willen nu ook deze conclusie en daarmee ook ons profielwerkstuk eindigen. Ik heb altijd geleerd dat je een werkstuk moet afsluiten met een citaat. Wij hebben gekozen voor een citaat van Karl Marx en één van Lenin, omdat ze helemaal in de filosofie van de RAF liggen.

13:bronvermelding
-http://www.rafinfo.de/index.php
-Christian Klar
Schönbornstr. 32
76646 Bruchsal
-Birgit Hogefeld
Obere Kreuzäckerstr. 4
60435 Frankfurt
-http://www.baader-meinhof.com
-http://www.vecip.com/default.asp?onderwerp=356
-Der Baader Meinhof Komplex(ISBN: 3426800101 )

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Mooi stuk, maar wel gek dat er met geen woord wordt gerept over het feit dat de RAF zich ook in Nederland schuil hield, met ook weer doden tot gevolg (22 sept 1977 - Arie Kranenburg en Leen Pieterse neergeschoten bij een poging tot arrestatie in Utrecht, Kranenburg overlijdt). Is er enkel en alleen gebruik gemaakt van Duitse bronnen ?

9 jaar geleden

Machiel

Machiel

Is dit voornamelijk vertaalde tekst uit bronnen of zelf geschreven? Het is vrij lastig te lezen omdat er geen tussenkopjes zijn gebruikt--ook mis ik afbeeldingen omdat dit het verslag wat levendiger zouden maken.

1 jaar geleden