Inleiding

Vele mensen hebben last van huidziekten. De ene ziekte is ernstiger dan de ander, maar meestal zijn ze wel te behandelen. Veel voorkomende ernstige huidziekten zijn huidkanker, psoriasis, acne en eczeem. Zijn deze ziekten wel te behandelen of te voorkomen vanwege het feit dat ze zo veelvuldig voorkomen en zo hardnekkig woekeren?
Deze vraag proberen wij in ons profielwerkstuk te beantwoorden. Samen met de deelvragen:
- Hoe is de werking van de gezonde huid?

- Hoe en waardoor ontstaan de huidziektes huidkanker, psoriasis, acne en eczeem.
- Kunnen deze ziekten behandeld worden?
- Als ze behandeld kunnen worden, hoe kunnen ze dan worden behandeld?
- Kunnen deze ziekten voorkomen worden?
- Wat is de chemische werking van zonnebrandcrème?
- Welke factor moet je onder welke condities gebruiken?

De motivatie om ons te verdiepen in dit onderwerp komt voort uit het feit dat we beiden zeer geïnteresseerd zijn in het vak biologie en alles wat daar mee te maken heeft. Ook speelt dit vak de hoofdrol in onze vervolgopleiding: geneeskunde.
Wij zijn op het idee gekomen om ons profielwerkstuk over de huid en huidziektes te houden
naar aanleiding van artikels in de krant over psoriasis en andere huidziektes.

Verder hebben we voor dit onderwerp gekozen omdat we veel met de huid en huidproblemen te maken hebben in onze leefomgeving. De huid is ons grootste en meest opvallende orgaanstelsel van de mens en heeft daardoor een bijzonder karakter en is ook zeer kwetsbaar.

De huid

Inleiding


De huid is met een oppervlakte van 1,7 vierkante meter het grootste orgaan van ons lichaam. Hij is in laagjes opgebouwd en heeft een dikte van 1 tot 4 mm. Rond de ogen en de geslachtsorganen is de huid het dunst, in de handpalmen, op de voetzolen en op het schedeldak het dikst.

De bouw en functies van de huid

Instandhouding van de homeostase
De huid bedekt en beschermt het lichaam en vormt samen met zijn derivatieven( haar en nagels) het integument. Als een fysieke barrière voorkomt de huid dat er vocht uit de lichaamsweefsels hierin binnendringt en helpt daarmee de instandhouding van de homeostase. Hij fungeert als een belangrijk zintuig dat aanraking, druk, pijn, warmte en kou kan waarnemen en hij speelt een belangrijke rol bij het handhaven van de lichaamstemperatuur rond de 37 graden Celsius ongeacht de omringende temperatuur.
Direct onder de huid zit een vetlaag; het onderhuidse vet. Dit doet dienst als stootkussen.

Bescherming
De gezonde huid is een ongelooflijk orgaan: het vormt een barrière tegen ongedierte, modder en badwater, kan tegen hitte en sneeuw, rekt zich uit wanneer we aankomen of zwanger zijn en krimpt weer in wanneer dit kan. De huid kan zichzelf weer herstellen na wondjes en operaties, en zorgt elke maand voor een totale nieuwe laag. Hoewel de huid voortdurend wordt gewassen, gewreven en betast blijft ze toch zacht en soepel aanvoelen. Zelfs wanneer de huid dit een leven lang heeft moeten ondergaan zijn voor de meeste van ons de ergste consequenties een paar rimpels en vlekjes. Daar kan geen kunststof tegenop.

De opbouw van de huid

Net als alle andere weefsels in het lichaam is de huid opgebouwd uit minuscule bouwstenen: de cellen. De cellen van de buitenste huidlaag, de epidermis (ook wel opperhuid genoemd), vormen een harde, hoornachtige laag die beschermt tegen ziektes, wonden, chemicaliën en andere gevaren. Deze laag voorkomt ook dat de meeste vloeistoffen de huid in of uit gaan. Ook is deze laag elastisch waardoor de huid kan bewegen en uitrekken. De cellen van deze buitenste laag liggen stevig dakpansgewijs gestapeld.
De cellen van de hoornlaag worden voortdurend door de huid afgestoten en vervangen door nieuwe cellen. Die nieuwe cellen banen zich langzaam een weg naar boven.
Deze cellen vormen onderweg een eiwit, keratine, dat onze haren en nagels vormt en de hoornlaag in stand houd. Tijdens dit proces sterven de cellen langzaam af. Deze cellen zijn dood wanneer ze zijn afgestoten. Eigenlijk zijn we aan de buitenkant dus alleen maar dode stof. ormaal gesproken duurt het proces van celvorming, naar boven bewegen en afstoten 28 dagen, maar wanneer de buitenste huidlaag om een of andere reden is verdwenen, gaat dit proces veel sneller. Daarom krijg je een mooie nieuwe huidlaag als je de buitenste laag eraf borstel. Te veel wrijving en druk veroorzaakt een permanente dikke, harde laag op de huid, zoals eelt.

Bescherming tegen UV-straling

In de epidermis word ook het huidpigment melanine gevormd uit speciale pigmentcellen. Deze cellen hebben een soort tentakels waarmee ze melanine injecteren in de cellen om hen heen. Melanine vormt een filter voor het grootste deel van het huidonvriendelijke zonlicht. Ook zorgt melanine voor het zo fel begeerde bruine kleurtje. Hoe langer pigmentcellen worden blootgesteld aan zonlicht, hoe meer melanine ze produceren. Maar als de blootstelling te abrupt is, waardoor de pigmentcellen zich niet kunnen aanpassen, kan zonnebrand ontstaan.
De huid neemt ook ultraviolet licht op uit zonnestralen. Deze lichtstralen zetten stoffen in de huid om in vitamine D. De huid is het enige orgaan in ons lichaam dat vitamine D kan aanmaken. Dat hebben we nodig om onze botten op te bouwen.

De dermis

Onder de epidermis ligt een sterkere, dikkere huidlaag; de dermis. Ook wel de lederhuid genoemd. Dit sterke, fibreuze raamwerk omgeeft een ondersteunend vlechtwerk van elastische vezels rond de haarwortels en follikels, bloed en lymfevaten, zenuwen en zweetklieren. De structuur van de dermis is ribbelig, wat we kunnen zien bij het maken van vingerafdrukken.
De zweetklieren in de dermis produceren ongeveer een halve liter zweet per dag, en zelfs tien maal zoveel bij inspanning en hitte. Elke vierkante centimeter huid bevat gemiddeld 125 zweetklieren. Zweet dat opdroogt op de huid, verkoelt en vormt zo een belangrijk onderdeel van de temperatuurregeling van ons lichaam. Ook de bloedvaten in de dermis verwijdden zich bij warmte, waardoor de bloedstroming toeneemt en warm bloed zich naar het lichaamsoppervlak begeeft; dit zorgt voor afkoeling. De talgklieren komen uit in de haarfollikels op de dermis. Talg is een vettige substantie die de huid soepel houdt en beschermt tegen invloeden van buitenaf. Er zitten gemiddeld zo’n 15 talgklieren op een vierkante centimeter.
In het huidoppervlak bevinden zich kleine openingen (poriën). Uit sommige openingen steekt een haartje. Dat zijn uitmondingen van de haarzakjes en de talgklieren. In de poriën zonder haartjes monden de zweetkliertjes uit.
De dermis is verder voorzien van zenuwen. Deze hebben speciale uiteinden, de receptoren, die boodschappen sturen naar de hersenen. Daar worden de boodschappen geïnterpreteerd als tast, druk, hitte, koude, jeuk of pijn. Op elke vierkante centimeter bevinden zich gemiddeld zo’n 200 zenuwuiteinden om pijn mee te registeren, en talloze ‘tastsensoren’ waarmee we registreren of iets hard of zacht, glad of oneffen, warm of koud is.

Bedreiging van de huid

Ondanks haar grote aanpassingsvermogen en beschermende mechanismen, kan de huid toch worden beschadigd door extreme temperaturen (verbranding en bevriezing), door verwondingen, chemicaliën, insectenbeten en straling, inclusief zonlicht.
De huid kan plaatselijk worden aangetast door huidziekten of infecties, of aangedaan zijn door algemene ziekten, zoals waterpokken. Overgevoeligheid voor geneesmiddelen en allergische reacties uitten zich ook vaak in de huid. Uit een onderzoek bleek dat een kwart van alle volwassenen en meer dan eenderde van alle kinderen huidaandoeningen had in de twee weken voorafgaand aan het onderzoek.
De huid is kwetsbaar op hoge leeftijd, vanwege haar toegenomen droogte, en bij hormonale veranderingen, zoals na een bevalling en tijdens de menopauze. Verder komen huidaandoeningen vaker voor bij mensen die ondervoed zijn of bloedarmoede hebben, en zullen bestaande aandoeningen verergeren bij stress en hitte of koude.

Huidkanker

Inleiding

Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. En de laatste tijd stijgt het aantal huidkankerpatiënten. En dat niet alleen: er is ook een steeds groter wordende groep jongere patiënten, van 30 tot 45 jaar. Vermoedelijk hangt dat samen met het najagen van gezondheid en schoonheid, een gebronsde huid, bij deze generatie zonder op de gevaren te letten. Dat is een schoonheidsideaal waarvoor niet zelden een hoge prijs moet worden betaald. Want huidkanker is met – naar schatting – meer dan 20 duizend nieuwe gevallen en 450 overleden slachtoffers per jaar de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland.
Huidkanker is een kwaadaardige tumor die zich in de huid ontwikkelt. In meer dan 90% van de gevallen gebeurt dat omdat de huid (veelvuldig) is blootgesteld aan ultraviolette straling van zonlicht. Een andere oorzaak kan radioactieve straling zijn.
De huidaandoening komt vooral voor bij oudere mensen van boven de 75 jaar en bij de jongere groep zonnebaders. Bij ouderen is de oorzaak van de huidaandoening van een opeenstapeling van DNA-schade, opgelopen door jarenlange blootstelling aan de zon. In de jaren vijftig en zestig was nog onvoldoende bekend dat uv-straling van zonlicht ook schadelijke gevolgen kon hebben voor de huid. Boeren werkten dagenlang in de brandende zon op het land.
Voor de jongere generatie was het de hoogtezon waar relatief veel uv-b straling uitkwam en het veranderd reis- en zongedrag van de afgelopen dertig jaar: twee keer per jaar op vakantie naar de zon werd normaal. Kinderen krijgen zelden huidkanker.

Ontstaan van huidkanker


Huidkanker wordt veroorzaakt door mutaties in bepaalde genen. In de meeste gevallen gebeurt dit onder invloed van de carcinogene stof ultraviolette straling.
De energie van uv-straling kan door DNA-moleculen worden geabsorbeerd en benut bij de vorming van een covalente binding tussen twee naast elkaar gelegen thyminebasen. Zulke mutaties kunnen door enzymen die in de celkern werkzaam zijn worden opgespoord, waarna op de beschadigde plek de nucleotiden uit het DNA worden verwijderd. Vervolgens zorgen DNA-reparerende enzymen ervoor, dat nieuwe nucleotiden worden ingebouwd. Maar als DNA-replicatie plaatsvindt voordat de reparerende enzymen hun werk hebben kunnen doen, kan tegenover elk van beide onderling verbonden thyminebasen willekeurig elke base worden ingebouwd. Hierdoor heeft zonnestraling een mutagene werking.
Bij een mutatie is de volgorde van stikstofbasen in het DNA-molecuul blijvend gewijzigd, wat tot gevolg heeft dat langs het gemuteerde gen RNA-moleculen ontstaan met een andere volgorde van stikstofbasen. In de ribosomen leidt dit tot de synthese van eiwitten met een gewijzigde aminozuurvolgorde. Maar een mutatie hoeft niet merkbare gevolgen te hebben. Dit is pas het geval als de aminozuurvolgorde is gewijzigd in of vlak bij het actieve centrum van de moleculen en als beide allelen zijn gemuteerd. De gemuteerde genen kunnen dan geen werkzame enzymen meer synthetiseren.

Er moeten meerdere mutaties in het DNA van een cel hebben plaatsgevonden, voordat deze cel verandert in een kankercel. Vooral de zogenaamde oncogenen zijn hierbij van belang. Zij zorgen voor de regulatie van de celdeling. De bekendste mutatie vindt plaats in een gen dat met p53 wordt aangeduid. Dit gen zorgt voor de aanmaak van een eiwit, dat de duur van de G1-fase van de celcyclus verlengd. Dit eiwit blokkeert de voortgang van de celcyclus, totdat alle beschadigingen van het DNA hersteld zijn. Als dit gen is gemuteerd kan de cel met het beschadigde DNA zich ongestoord delen, waarna elke dochtercel het beschadigde DNA bezit. Gezonde cellen hebben hiertegen een beveiligingsmechanisme. Bij een onherstelbare beschadiging van het DNA wordt een ‘zelfmoordgen’ actief: een gen dat ervoor zorgt dat de cel spoedig sterft. Maar als ook dit gen gemuteerd is, kan een cel met beschadigd DNA zich ongeremd delen. De ontstane cellen hebben een afwijkende vorm en kunnen niet goed functioneren.

Door de ongeremde groei wordt de bouw van de weefsels verstoord, er is een primaire tumor ontstaan. De primaire tumor groeit door tot hij op een gegeven moment bloed- of lymfevaten tegenkomt. Er vindt dan metastase plaats: cellen van de primaire tumor komen dan in het bloed of in de lymfe terecht en veroorzaken secundaire tumoren in andere organen.

Soorten huidkanker

Het basaalcelcarcinoom is het meest voorkomende type. De kankercellen lijken op de cellen waaruit de basale (onderste) laag van de opperhuid is gevormd. Het komt vooral in het gezicht voor, vaker bij mensen die in hun jeugd vaak onbeschermd in de zon kwamen. Speciaal in droge, zonnige streken (bijvoorbeeld Australië) komt het zeer veel voor. Het is een weinig kwaadaardig gezwel. Het zaait zich zelden uit en groeit langzaam. Basaalcelcarcinomen zien eruit als kleine bobbeltjes die soms rood, soms lichtbruin van kleur zijn. Dit bobbeltje kan gemakkelijk overgaan in een zweertje, in dit stadium lijkt het carcinoom het meest op een slecht helend wondje.

Het plaveiselcelcarcinoom of spinocellulair carcinoom komt ook voor op gedeelten van de huid die veel aan zonlicht zijn blootgesteld. De kans erop neemt toe naarmate men meer zonlicht ontvangt. Men ziet dit type vooral op plaatsen waar de huid in slijmvlies overgaat (bijv. de lippen). Het is een vrij snel groeiend carcinoom dat zich relatief snel uitzaait.

De derde soort huidkanker is het melanoom, de meest kwaadaardige, maar wel betrekkelijk zelden voorkomend. Het bestaat uit cellen die huidpigment kunnen produceren (bijv. in moedervlekken), zodat het weefsel bruin of zwart kan zijn. Soms zijn er ook blauwe of oranjeachtige plekjes waarneembaar. Melanomen zijn onregelmatig van kleur en lopen her en der bijna over in de omliggende huid. Ze komen meestal voor op de onderarmen en benen. Op latere leeftijd zijn plaatsen als het hoofd, de hals en de schouders het meest gebruikelijk. Het kan zich echter op het hele lichaam manifesteren. Melanomen groeien snel en zaaien ook snel uit. Soms ontstaan er echt uitlopers, zoals wondjes, korstjes en rode plekken. Er kan ook sprake zijn van irritatie of jeuk. Melanomen ontstaan vooral bij mensen die in hun jeugd zeer vaak onbeschermd in de felle zon zijn geweest.

De ABCD-methode om een melanoom te herkennen

Asymmetrie: de vlek loopt niet in een aan 2 kanten gelijke vorm (zoals een rondje) ; meestal in het vroege stadium

Borders: een vage, soms aflopende rand om de vlek heen

Color: de vlek bestaat uit verschillende kleuren (bruin, zwart en rood)

Diameter: de vlek is een stuk groter dan normale moedervlekken (de regel is groter dan de diameter van een potlood van 6 millimeter)

Oorzaken van huidkanker

Bij het ontstaan van huidkanker zijn complexe factoren in het spel. De invloed van het zonlicht, die ultraviolette straling uitzendt, is een van de belangrijkste. Uv-straling is onder te verdelen in uv-a en uv-b. Uv-b is duizendmaal effectiever dan uv-a in het veroorzaken van zonnebrand en schade aan het DNA. Maar uv-a is niet onschuldig: het kan dieper liggende huidcellen bereiken dan de b-variant.

Wanneer uv-straling schadelijk voor je huid kan zijn hangt af van je huidtype. Er zijn vier verschillende huidtypes, achtereenvolgens huidtype I: een lichte huid en vaak heeft het persoon blauwe ogen, blond of rood haar en vaak sproeten. Dit huidtype komt voornamelijk voor onder Scandinaviërs en Ieren. Huidtype II: een blanke huid en vaak heeft de persoon blond haar. Dit huidtype komt onder andere voor bij blanke Nederlanders. Huidtype III: een donkere huid, bruin tot zwart haar en donkere ogen. Zij worden gemakkelijk bruin en verbranden vrijwel nooit. Dit huidtype komt voor o.a. onder Zuid-Europeanen. De laatste, huidtype IV, komt voor bij mensen met een gekleurde huid, bijvoorbeeld Indiërs, Chinezen en negers.
Mensen met huidtype I lopen de grootste kans om huidkanker op te lopen.
Dit wordt veroorzaakt door het gehalte aan melanine dat zich in de cellen van de opperhuid bevindt. Melanine, een donker pigment, wordt gesynthetiseerd door melanocyten, die zich in de slijmlaag van de huid bevinden. De geproduceerde melanine wordt via de uitlopers aan de nabijgelegen opperhuidcellen afgegeven. Melanine beschermt de delende cellen in de kiemlaag tegen de schadelijke invloed van uv-straling. Dus hoe minder melanine er in de opperhuidcellen aanwezig is, hoe meer kans er is op mutaties door uv-straling.
Verder speelt de mate van het functioneren van het immuunsysteem een rol. Het wordt door veel onderzoekers beschouwd als een belangrijke interne factor bij het ontstaan van kanker: er worden te weinig afweercellen geproduceerd om de kankercellen onschadelijk te maken. De oorzaken voor het falen van het immuunsysteem kunnen infecties, te weinig nachtrust, te veel drinken, ongezond eten en een teveel aan stress zijn. ook zou het slecht functioneren van het afweersysteem met leeftijd te maken kunnen hebben: naarmate je ouder wordt, slijt het immuunsysteem en neemt de kwantiteit en de kwaliteit van de afweercellen af.
Maar het is niet altijd te wijten aan het slecht functionerende afweersysteem. Een kankercel lijkt erg veel op een normale cel, waardoor hij bij het immuunsysteem weinig afweer oproept.

Ten slotte is er nog de factor die vooral de veroorzaker is bij de kleine groep die huidkanker krijgt op zeer jonge leeftijd. Bij hen kan de ziekte onmogelijk het gevolg zijn van overmatig zonnen. Hier ligt de oorzaak bij erfelijke factoren. Deze kinderen hebben vaak een erfelijke afwijking in hun DNA waardoor het reparatiesysteem voor het DNA niet goed werkt.

Behandelingsmethoden

Bij huidkanker die nog niet is uitgezaaid, is de behandeling gericht op genezen, een curatieve behandeling. De tumor wordt dan operatief verwijdert. Om de genezingskansen te vergroten wordt een eerste behandeling soms gevolgd door een aanvullende of ‘adjuvante’ behandeling. De patiënt krijgt dan na een operatie waarbij de tumor is verwijdert nog chemotherapie of radiotherapie. De bedoeling daarvan is de kwaadaardige cellen die misschien toch nog in het lichaam zijn achtergebleven, te vernietigen. Ook wordt soms vóór de operatie chemotherapie of radiotherapie toegediend.

De meeste operaties gebeuren door te snijden, maar er zijn tegenwoordig ook andere chirurgische technieken, zoals laserstralen. De laserstraaltechniek kan op twee manieren worden toegepast. De ene is als vervanger van het mes, waarmee heel precies ‘gesneden’ kan worden. Bij de tweede manier wordt de tumor met laserstralen bestraald waardoor hij afsterft.
Ook kan in sommige gevallen de tumor worden verwijderd door hem met vloeibare stikstof te bevriezen of door hem weg te laten branden (elektrocoagulatie).
Bij de operatie zal de chirurg behalve de tumor ook een laag gezond weefsel eromheen wegnemen. Hierin kunnen namelijk kwaadaardige cellen zitten. Dit weefsel wordt door de patholoog-anatoom in het laboratorium onderzocht. Als de snijranden schoon zijn, is de operatie geslaagd en is er vrijwel geen kans op uitzaaiing. Zo niet, dan moet er opnieuw worden geopereerd of moet de patiënt een aanvullende behandeling ondergaan.
Bij deze methode is er geen sprake van bijwerkingen, enkel gevolgen: een litteken.

Radiotherapie, oftewel bestraling, kan met curatieve opzet als enige behandeling gegeven worden. Maar vaak wordt radiotherapie gebruikt als adjuvante behandeling om eventuele achtergebleven kankercellen te behandelen, of als voorbereiding op de operatie.
Radiotherapie is een plaatselijke, lokale behandeling: de bestraling heeft alleen effect op het gebied dat bestraald wordt. In dit gebied liggen, naast de kankercellen, ook altijd gezonde cellen. Het zijn vooral de sneldelende cellen, en daarmee dus ook de kankercellen, die gevoelig zijn voor de straling. Deze beschadigt namelijk het DNA, zodat de kankercellen bij een volgende celdeling te gronde gaan. Hierdoor wordt de groei van het gezwel gestopt.
Bestraling kan uitwendig gebeuren, maar ook inwendig. Hierbij wordt radioactief materiaal in of vlak bij de tumor in het lichaam gebracht.
Bij uitwendige therapie wordt in het algemeen gebruik gemaakt van röntgenstralen. Bij bestraling van oppervlakkige tumoren, worden apparaten gebruikt die vergelijkbaar zijn met die waarmee in de röntgendiagnostiek foto’s worden gemaakt. Deze bestraling wordt orthovolttherapie of oppervlaktetherapie en dieptetherapie. De term dieptetherapie stamt uit de tijd dat er nog geen betere apparaten waren de krachtigste ‘gewone’ röntgenapparaten, maar wordt dus gebruikt voor bestraling van oppervlakkige tumoren.
Voor de meeste bestralingen wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van zogenaamde lineaire versnellers. Een lineaire versneller kan een elektronenbundel versnellen tot een energie van 4-25 megavolt. Die elektronen met hoge energie kunnen voor straling gebruikt worden of worden omgezet in röntgenstraling van dezelfde energie. Dit wordt megavoltstraling of teletherapie genoemd.
Straling beschadigt alle cellen, dus niet alleen de tumorcellen maar ook de gezonde die ermee in aanraking komen. Gezonde cellen zijn echter iets minder gevoelig voor straling dan tumorcellen en kunnen zich meestal ook beter herstellen van de opgelopen schade.
Bij het ondergaan van een bestralingsserie worden eerste bestralingsvelden op de huid aangetekend, om ervoor te zorgen dat de stralenbundels iedere keer weer op precies de goede plaats terechtkomen. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de simulator, een röntgentoestel dat de beweging van het bestralingstoestel nabootst. Hiermee wordt gekeken welk gebied bestraald moet worden en in welke houding of positie dat het beste kan. Het bestralen doet geen pijn.
Maar pijn kan soms wel een van de bijwerkingen zijn. Verder kan je last hebben van vermoeidheid, doordat het lichaam extra energie nodig heeft voor het herstel van de aangetaste gezonde cellen, en irritatie van de huid. Eerst wordt hij rood, net als bij zonnebrand, later soms donkerder, doordat er extra pigment wordt gevormd als reactie op de schadelijke straling. Of de huid gaat vervellen; er ontstaan oppervlakkige verwondingen van de huid, die lijkt los te laten.

Chemotherapie kan in curatieve opzet als enige of belangrijkste behandeling gebruikt worden bij tumoren die er gevoelig voor zijn. Ook kan het als aanvulling op een lokale behandeling gebruikt worden om de kans dat de kanker later terugkomt te verkleinen. Door chemotherapie voorafgaand aan een operatie of in combinatie met radiotherapie te geven, kan het effect van die behandelingen worden versterkt. In geval van huidkanker wordt chemotherapie over het algemeen alleen gebruikt als de kanker al in de metastase is beland, als er uitzaaiingen zijn die in andere organen terecht zijn gekomen.
De medicijnen die bij chemotherapie worden gebruikt, worden ‘cytostatica’ genoemd; ze zijn in staat cellen te doden of de celdeling af te remmen. Ze doen dit door in te grijpen in de celcyclus, die dan in de G1-fase blijft hangen, waardoor de ontwikkeling van de cel wordt stop gezet. Sommige cytostatica tasten de cel aan op het moment dat de cel in de G1-fase is, andere tijdens de DNA-replicatie, de S-fase, terwijl weer andere pas in het geweer komen wanneer de celdeling plaatsvindt. Om het effect van cytostatica zo groot mogelijk te laten zijn, krijgen kankerpatiënten vaak een combinatie van verschillende soorten cytostatica. Dit doet men omdat de medicijnen, zoals gezegd, op verschillende momenten in de celcyclus van de kankercellen werkzaam zijn, en dus elkaars werking kunnen versterken of aanvullen. Sommige cytostatica worden gegeven als pillen of capsules die via de mond worden ingenomen. Vaak worden de medicijnen ook door middel van een injectie of een infuus toegediend.
Cytostatica komen via de bloedbaan in het hele lichaam terecht. Daardoor kunnen ze, behalve op de tumor, ook op eventuele uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam inwerken. Doordat chemotherapie invloed heeft op het hele lichaam, wordt het ook wel systemische therapie genoemd.
Een systemische behandeling als chemotherapie, werkt dus niet alleen in op de kankercellen, maar tast ook gezonde cellen aan. Wel is het zo dat gezonde cellen minder gevoelig voor cytostatica zijn dan kwaadaardige. Daarom wordt zo’n behandeling met tussenpozen gegeven, in zo’n rustperiode krijgen de gezonde cellen de tijd zich weer te herstellen.
Deze behandeling brengt hierdoor wel veel bijwerkingen met zich mee, maar die verdwijnen allemaal op den duur als men met de kuur is gestopt.
Enkele bijwerkingen zijn:
- vermoeidheid
- misselijkheid en braken
- irritatie van de slijmvliezen (bepaalde cytostatica kunnen de slijmvliezen aantasten)
- een rem op de aanmaak van stamcellen, wat kan leiden tot afname van de natuurlijke weerstand (door tekort aan leucocyten), bloedarmoede (tekort aan rode bloedcellen) en bloedingen door de verstoring van het stollingsproces (tekort aan trombocyten).
- haaruitval
- verkleuring van de huid
- slechte conditie van nagels
- neuropathie
- prikkende, rode, tranende of juist droge ogen
- hartkloppingen

Onlangs is ontdekt dat het virus van de koortslip, herpes simplex, cellen van een melanoom doodt. Mensen met melanoom in een ver gevorderd stadium, kunnen behandeld worden door middel van een injectie met een genetisch verzwakte vorm van het virus rechtstreeks in de tumor, zo wees het experiment uit. Het tast alleen de kankercellen aan het niet het gezonde weefsel dat eromheen ligt. De precieze werking van herpes simplex op melanomen is onbekend. (zie bijlage pag. 39)

Persoonlijke en sociale gevolgen van huidkanker


Ziekte veroorzaakt stress en doet een extra beroep op het aanpassingsvermogen, terwijl je weerbaarheid op dat moment juist door de ziekte minder kan zijn. De diagnose is een enorme schok en gaat vaak gepaard met heftige uitingen van emoties. Die emoties kunnen zo sterk zijn dat je niet weet wat je overkomt; je herkent jezelf niet meer en je krijgt het gevoel dat je alle controle verliest. Iedereen reageert anders op huidkanker. De een zit vol met emoties en de ander is plots totaal verdoofd en gevoelloos.
Verder is angst een emotie waar je gedurende het hele ziekteproces mee geconfronteerd wordt. Je kunt bang zijn voor de behandeling, voor lichamelijke beperkingen en aftakeling, voor alles wat je te wachten staat, bang dat de kanker weer terug komt of je bent bang om dood te gaan. Angst brengt ontreddering, verwarring en onzekerheid teweeg. De angst kan zo groot zijn dat je wordt overvallen door radeloosheid of paniek. Je komt terecht in een neerwaartse spiraal van emoties waar je bijna niet meer kunt uitkomen. Vaak gaat dit gepaard met allerlei lichamelijke verschijnselen. Maar hiertegenover staat hoop, je blijft altijd een beetje hoop hebben. Naarmate de tijd verstrijkt, kunnen hoop en angst naast elkaar bestaan.
Ten slotte kan je last krijgen van schuldgevoel dat zich kan uiten in zelfverwijt. Zelfverwijt dat je niet goed geleefd hebt, dat het je eigen schuld is dat je kanker hebt. Ook kunnen er schuldgevoelens ontstaan doordat je van anderen afhankelijk bent en denkt dat iedereen om je heen maar last van je heeft.
Voor de omgeving is het ook zeer moeilijk. Ze hebben geen idee hoe ze moeten reageren: moeten ze er juist open over praten of doen alsof er niets aan de hand is. Door deze twijfels houden mensen liever een afstandje, wat je eenzaam doet voelen.

Psoriasis

Psoriasis is een chronische huidziekte die voorkomt bij zo’n 20% van de bevolking. Het komt voor bij mensen van alle leeftijden, zelfs bij zuigelingen. Maar meestal treedt de ziekte op op latere leeftijd, de puberteit of de adolescentie, en vaak ontstaat het ook op oudere leeftijd. De huidziekte is bij het blanke ras veel voorkomend, maar bij negers en Mongoliden is het een zeldzamere huidziekte
De benaming is afgeleid van het Griekse woord Psõra, dat ‘schurft’ betekend. Een andere benaming voor psoriasis is ‘zilverschub’, dit vanwege de parelmoerachtige schilfers die op de plekken waar te nemen zijn.
Op zich is psoriasis een aandoening waarmee valt te leven. Men gaat er niet dood aan en het is te behandelen, maar psoriasis is wel heel ingrijpend omdat het met het uiterlijk heeft te maken.

Ontstaan van psoriasis


Bij psoriasis zijn in de opperhuid de celdeling en de celkinetiek, de celbeweging, versneld: in de normale opperhuid komen cellen uit het stratum basale in een maand naar de hoornlaag. Bij ernstige psoriasis verplaatsen ze zich in enkele dagen van de binnenste naar de buitenste laag. De opperhuidcellen blijken bij psoriasispatiënten zich tot tien maal sneller te delen dan op de normaal lijkende plaatsen. Deze snelle celdeling gaat ten koste van het ‘uitrijpen’ van de opperhuidcellen; dit leidt onder andere tot een hoornlaag die bestaat uit hoorncellen met een afwijkend uiterlijk. De cellen van de hoornlaag van de opperhuid zijn als het ware van slechte kwaliteit en laten gemakkelijker los dan normale hoorncellen. Dit leidt tot de schilfervorming en het ‘kaarsvetfenomeen’: door het krabben over de doorzichtige schilferlaag van een plekje komen de hoornlamellen los, waardoor het licht in verschillende richtingen gebroken wordt, wat de hoornlaag ondoorzichtig maakt.
Verder is het gehalte aan het huidvet ceramide-1 is bij psoriasispatiënten extreem laag, wat een extra droge huid veroorzaakt.

Een oorzaak voor psoriasis is niet bekend, hoewel er soms een streptokokkeninfectie aan voorafgaat. De aandoening komt vaak familiair voor en is, waarschijnlijk multifactorieel, erfelijk. Er is aangetoond dat een aantal enzymen in de huid bij psoriasis niet goed functioneert. Recente onderzoeken wijzen steeds meer in de richting van genetische oorzaken. Bij het wel of niet krijgen van psoriasis zijn meerdere genen betrokken. Vijf daarvan zijn inmiddels officieel benoemd: PSORS 1-5. Deze werkzame genen synthetiseren bepaalde enzymen die hun weerslag hebben in bepaalde specifieke organen, in het geval van psoriasis is dat de huid.
Ook geven een aantal onderzoeken aanleiding tot de veronderstelling dat de ‘ontsporingsneiging’ niet in de cellen van de opperhuid zelf zit, maar dat bepaalde witte bloedcellen die zich vanuit de lederhuid naar de opperhuid verplaatsen, een belangrijke rol spelen bij het induceren van het ‘ontsporingsmechanisme’ van de cellen in de opperhuid.
Ook een immunologische factor zou een rol spelen in de ontwikkeling van de ziekte; hiernaar wordt uitgebreid onderzoek verricht.

Voorkomende soorten psoriasis

Meest voorkomende vormen van psoriasis
De psoriasis die zich alleen op de huid manifesteert kan men indelen naar het uiterlijk en de grootte van de plekken:
- Psoriasis guttata: De huid is bedekt met vele kleine vlekjes.
- Psoriasis nummularis: hierbij zijn de afwijkingen op de huid ter grootte van een munt
- Psoriasis ‘en plaque’: de psoriasis uit zich op de huid in grote samengevloeide afwijkingen.
Verder is er nog:
- Psoriasis capitis: de laesies komen alleen op het hoofd voor
- Psoriasis ungualis: hierbij staan de nagelafwijkingen sterk op de voorgrond of zijn er in bepaalde perioden alleen maar afwijkingen aan de nagels.

Bijzondere vormen van psoriasis
- Typus inversus of psoriasis de plis: het kenmerkende aan deze vorm van psoriasis is dat zij voorkomt in de grote lichaamsplooien zoals de oksels, de liezen en onder de borsten. Op deze plaatsen wordt gemakkelijk getranspireerd, hetgeen leidt tot snelle loslating van de schilfers en maceratie van de huid. Hierdoor is het aspect van de huidafwijkingen geheel verschillend van wat men normaal bij psoriasis ziet; de kenmerkende droge witte schilfering ontbreekt geheel.
- Psoriasis pustulosa: een ernstige variant van de normale psoriasis. Hierbij ontstaan met pus gevulde blaasjes in de hoornlaag, die de grootte van een erwt bereiken; door samenvloeien van deze blaasjes kunnen grote met pus gevulde blaren ontstaan. Hoewel deze ontwikkeling overal op het lichaam kan plaatsvinden, zijn de voorkeursplaatsen hiervan de handpalmen en voetzolen. Deze vorm van psoriasis gaat meestal gepaard met temperatuurverhoging, lokale pijn en een zich algemeen ziek voelen.
- Psoriasis arthropathica: het opmerkelijke van deze vorm is dat zij samengaat met gewrichtsklachten, die het karakter hebben van een chronische reumatoide arthritis. De gewrichten die zeer vaak worden aangetast zijn de gewrichten van de handwortel. Meestal ontstaat eerst de huidafwijking en later de afwijkingen aan de gewrichten; soms ontstaan beide afwijkingen gelijktijdig.
- Psoriasis universales of psoriasis erythrodermique: hierbij zijn de huidafwijkingen zo uitgebreid dat het hele lichaamsoppervlak is aangedaan. De huid kan hierbij egaal rood zijn.

Behandelingsmethoden

Psoriasis is niet te genezen. De diverse behandelingsmethoden kunnen de psoriasis echter wel (tijdelijk) verminderen of geheel laten verdwijnen, een palliatieve werking. Jammer genoeg zijn de therapieën vooral suppressief: ze geven alleen gedurende de therapie verbetering. Het zou een hele vooruitgang zijn als er een therapie ontdekt wordt die remitief is: een behandeling die langdurige verbetering oplevert, ook nadat de behandeling is gestopt.
Psoriasis is vooralsnog een levenslange aandoening en de therapieën moeten geschikt zijn voor levenslange toepassing, wat inhoudt dat therapieën veilig moeten zijn en cosmetisch acceptabel. Er zijn vele middelen op psoriasis te behandelen, welke het beste is hangt van de persoon zelf af.
De behandelingsmethoden zijn in te delen in drie categorieën: lokale behandeling, UV-therapie en systemische therapie.

Lokale behandeling

Hiermee worden zalven, crèmes, gels, lotions, shampoos, etc. bedoeld. Het zijn middelen die rechtstreeks op de huid worden aangebracht. Sommige bevatten een actief geneesmiddel, andere niet, zoals vaseline. Enkele middelen zijn:

- Hormoonzalven (corticosteroïden).
De glucocorticosteroïden of glucocorticoïden, ook wel cortico(stero)ïden in engere zin genoemd, worden aangemaakt in de bijnierschors. Ze remmen in het lichaam al te sterke afweerprocessen af bij vergiftigingen, bij beschadigingen en bij vormen van stress en ze remmen ontstekingsreacties. Daarnaast bevorderen ze de afbraak van eiwitten met (nieuw)vorming van koolhydraten, en de vorming van vet uit koolhydraten.
Een intensieve therapie met deze hormonen is zeker niet zonder gevaar, wegens de vele mogelijke ernstige bijwerkingen, onder andere maskering van ziekteverschijnselen. Alle werkingen van corticosteroïden kunnen ook optreden als ze ongewenst zijn; dan zijn het dus – mogelijk ernstige – bijwerkingen. Langdurige toepassing kan onder meer leiden tot symptomen als bij het syndroom van Cushing, osteoporose, een vergroot infectiegevaar en te hoge bloeddruk. Een dergelijke therapie mag nooit plotseling worden gestaakt omdat door de hoge hormoonconcentraties de activiteit van de hypofyse en daardoor van de bijnierschors langdurig onderdrukt blijven (wel tot 1 jaar na de beëindiging van de therapie).
Een overmaat van dit type bijnierschorshormoon in het lichaam veroorzaakt ontkalking van het skelet en remt de vorming van lymfocyten. Verder hebben deze hormonen ook in geringe mate de werking van de mineraalcorticosteroïden op de water- en zouthuishouding.
Glucocorticosteroïden komen voor in zalven en crèmes.
- Middelen die van vitamine D3 zijn afgeleid.
De meeste bevatten calcipotriol, wat is afgeleid van vitamine D3. Het remt de verhoogde celdeling en bevordert de uitrijping van de nieuwe huidcellen. Het werkt eveneens ontstekingsremmend.
Therapie met deze middelen kan als bijwerkingen jeuk, een branderig gevoel of roodheid geven. Verder kan langdurig gebruik met een hoge dosis van het betreffende geneesmiddel leiden tot verhoging van het kalkgehalte in het bloed.
- Teerproducten
Bitumineuze teer, die wordt verkregen door droge destillatie van bitumineuze, fossiele visresten bevattende gesteenten, wordt in zalven verwerkt ter bestrijding van eczeem en psoriasis. Ze hebben een ‘remmende’ invloed op de cellen van de opperhuid.
- Cignoline
Cignoline is een product dat verwant is aan chrysarobine, een natuurproduct dat vroeger veel werd gebruikt en verkregen werd uit de ararobaboom. Het heeft een remmende werking op de te snelle deling van de cellen van de opperhuid.
- Anthralin
Een medicatie die goed werkt op plekken waar de psoriasis erg dik is, zoals de ellebogen en de knieën. Anthralin kan irritatie veroorzaken en tijdelijke vlekken op de huid en in kleren.
- Retinoïde
Retinoïde is afgeleid van vitamine A en komt voor in gelvorm. Het kan alleen gebruikt worden of in combinatie met hormoonzalf voor behandeling van plaatselijke psoriasis. Het remt de celdeling van de cellen van de opperhuid. Retinoïde mag niet gebruikt worden door vrouwen die zwanger zijn of zwanger kunnen raken.
- Verzachtende zalven of crèmes, zoals vaseline.

Behandeling met licht

Verantwoord gebruik van zonlicht heeft vaak een goed effect op psoriasis. Bij UV-therapie wordt gebruikt gemaakt van dit effect. Meestal wordt er voor lichttherapie gekozen bij een wat meer uitgebreide psoriasis of bij speciale vormen van psoriasis, bijvoorbeeld psoriasis aan handpalmen of voetzolen. De soort therapie en de lengte van de therapie wordt bepaald door het stadium waarin de psoriasis zich manifesteert.
Enkele soorten lichttherapie zijn:
- UV-B
UV-B vertraagd de groei van de huidcellen waardoor er minder afwijkende cellen worden geproduceerd en de psoriasis vermindert. UV-B moet met beleid en in kleine dosering worden toegepast vanwege de vele schadelijke gevolgen die UV-B kan aanrichten bij te lange blootstelling, zoals zonnebrand en huidkanker.
- PUVA (Psoralen + UV-A)
Dit is een behandeling met ultraviolet licht waarbij de patiënt bepaalde medicijnen moet slikken, de zogenaamde psoralen of erin baden. Deze psoralen zijn stoffen die de huid gevoeliger maken voor licht. Vervolgens worden ze blootgesteld aan een ‘afgemeten’ hoeveelheid licht, UV-A. Omdat psoralen zich ophopen in de lens van het oog, moeten patiënten UV-A-werende zonnebrillen dragen overdag, om te voorkomen dat de ogen overbelicht worden.
Onlangs is bekend geworden dat psoriasispatiënten die behandeld worden met het middel ciclosporine in combinatie met PUVA een sterk vergroot risico lopen op huidkanker (zie bijlage pag. 40).
- Goeckerman Behandeling
Een combinatie van teerzalf en een UV-lichtbehandeling, het wordt gebruikt voor patiënten met zeer ernstige psoriasis. De hoeveelheid licht waaraan de patiënt wordt blootgesteld is afhankelijk van de vorm van psoriasis en de gevoeligheid van de huid van de patiënt.
- Zonlicht (op het strand, op vakantie)
Zonlicht bevat UV-licht die de groei van de huidcellen vertraagd. Ondanks dat zonlicht veel schade kan aanrichten, zoals oogbeschadiging en huidkanker, is het zeer effectief. En met goede bescherming en onder het toezicht van een dokter kan het over het algemeen veilig zijn.
Systemische therapie
Systemisch betekend ‘door de mond’. Het zijn dus middelen die moeten worden geslikt. Meestal zijn het zeer krachtige middelen en kunnen ze nogal wat bijwerkingen hebben. Daarom wordt deze vorm van therapie in het algemeen enkel toegepast bij zeer uitgebreide psoriasis. Enkele middelen zijn:
- Methotrexate
Methotrexate is een middel dat gebruikt wordt bij het bestrijden van kanker en is zeer effectief bij het bestrijden van psoriasis. Dit middel kan bijwerkingen hebben zoals een zieke lever, misselijkheid, benauwdheid en duizeligheid.
- Retinoïde
Retinoïde is afgeleid van vitamine A en wordt alleen of in combinatie met een UV-behandeling voor ernstige gevallen voorgeschreven. Enkele bijwerkingen zijn droge huid, lippen en ogen, verhoging van het cholesterolgehalte in het bloed en kalkvorming. Retinoïde mag niet gebruikt worden door zwangere vrouwen en vrouwen die kinderen willen krijgen over of binnen drie jaar vanwege het gevaar van afwijkingen bij de geboorte.
- Cyclosporine
Cyclosporine is een afweeronderdrukkend middel dat gebruikt wordt om te voorkomen dat getransplanteerde organen worden afgestoten. Het wordt verder ook gebruikt voor de behandeling van zeer ernstige psoriasis als andere behandelingen niet aanslaan. Enkele bijwerkingen zijn aantasting van de nieren en verandering van de bloeddruk.

Persoonlijke en sociale gevolgen van huidkanker


Psoriasis is een ziekte die vaak wordt verzwegen omdat de patiënt daadwerkelijk getekend is, vaak voor een groot deel van zijn leven. Het prijsgeven van dit teken brengt een veroordeling met zich mee door anderen, dikwijls ook door de patiënt zelf. Huidziekten kan men – in tegenstelling tot interne ziekten – vaak niet verzwijgen, niet alleen omdat deze aandoeningen op de onbedekte huiddelen zichtbaar zijn, maar ook omdat zij soms een spoor achterlaten in de vorm van huidschilfers. Vele psoriasispatiënten vermijden hierom logeerpartijen en zijn voortdurend in de weer met de stofzuiger om de schilfersporen uit te wissen. Een gepantserd leven, en wel in het bijzonder met betrekking tot de psychosociale aspecten daarvan, lijkt bijna de enige mogelijkheid waartoe de psoriasispatiënt zijn toevlucht kan nemen.
Psoriasis is niet overdraagbaar, het is niet besmettelijk. Toch kunnen mensen heel kwetsend reageren als ze de huid van een psoriasispatiënt zien, helemaal als ze een hand moeten geven.
De tijdens het leven opgebouwde voorstelling van het lichamelijk misdeelde mens, maar ook van degenen die hem omringen, beletten de patiënt vrij te leven.
Een patient zei ooit: “Psoriasis tekent je. De lichamelijke klachten mogen dan meevallen, de psychische druk is vaak veel erger.”

ACNE


Het onderwerp acne, staat al jarenlang in de bekendheid. Het is een veel voorkomende vorm van huidafwijking, naar schatting heeft één op de twintig Nederlanders er last van.
De overgrote meerderheid wordt gevormd door tieners. De overige groep, bestaat uit volwassenen.
Ook deze kunnen er last van hebben. Naar schatting hebben zo’n
10 % van de volwassenen tussen de 30 en de 40 jaar acne.

Het woord acne stamt uit het Grieks. Het is waarschijnlijk een verbastering van het Oudgriekse ‘acme’, dat ‘top’, bloesem’ of hoogtepunt betekent. Dat woord geeft niet alleen weer, dat de acnepukkels en -puistjes als kleine bergtopjes boven de huid uitsteken, maar ook dat de aandoening vooral optreedt bij mensen die in de ‘bloei’ van hun leven zijn.
Acne is waarschijnlijk al zo oud als de mensheid. De Griekse wijsgeer Aristoteles, die in de vierde eeuw voor Christus leefde, maakte er al melding van, en sprak over ‘ionthos’ (=de eerste baardgroei). In de vierde eeuw na Christus adviseerde de lijfarts van de Romeinse keizer Theodosius lijders aan acne om met een doek over hun gezicht te wrijven op het moment dat ze een vallende ster zagen: de puistjes zouden dan vanzelf uitdrogen en afvallen.

Acne komt vooral voor op de tienerleeftijd. Ongeveer 25-75 % van alle 12-25 jarigen heeft er wel in meer of mindere mate last van. Meestal worden de lichtere vormen van acne rond het 20ste jaar minder of verdwijnen ze helemaal, maar van de ernstiger vormen kun je veel langer last hebben. Naar schatting één op de zes mensen met acne is ouder dan twintig jaar.
Ook komt het voor dat na het dertigste jaar de puistjes weer opkomen. Volgens sommige huidartsen heeft 10 % van de Nederlandse volwassenen tussen 30 en 40 jaar nog steeds last van een meer of minder actieve vorm van acne. Na het veertigste jaar komt deze huidaandoening praktisch niet meer voor.
Ook is het mogelijk dat kleine kinderen acne krijgen, al komt het niet vaak voor.
Bij kleine kinderen (onder de twee jaar) gaat het dan meestal om een lichte vorm met meeëters en kleine puistjes op de wangen, en soms ook op het voorhoofd en de kin. Deze vorm van acne geneest meestal spontaan, zonder littekens achter te laten. Een heel enkele keer ontstaat het, doordat er te veel androgene hormonen aanwezig zijn, maar meestal kan de oorzaak niet worden achterhaald. Of zulke kinderen meer kans lopen om in de puberteit acne te krijgen is niet met zekerheid bekend.
Uit ervaring is bekend dat kinderen van wie de ouders vroeger acne hadden, vaak dezelfde huidproblemen krijgen. Erfelijkheid speelt bij het ontstaan van acne blijkbaar wel een bepaalde rol. Een andere aanwijzing hiervoor is het voorkomen van acne bij eeneiige tweelingen. Wanneer de ene helft van een eeneiige tweeling acne krijgt, ontstaan op hetzelfde moment huidafwijkingen bij de ander, meestal in dezelfde mate en op de zelfde delen van het lichaam.

Ontstaan van acne

Acne kan overal op het lichaam ontstaan. Behalve in het gezicht kan het ook voorkomen op de rug, op de borst en op de schouders, in de hals of in de nek, en ook wel op de bovenarmen en de billen. Bij vrouwen ontstaat het vooral in het gezicht en in de hals, terwijl het bij mannen nogal eens uitbreidt tot de schouders en de bovenkant van de borst en de rug.
Ook is het zo dat acne vaker voorkomt bij jongens en mannen dan bij meisjes en vrouwen. Dat acne meer bij mannen voorkomt, komt doordat mannelijke hormonen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan ervan.
Kenmerken voor acne is, dat er verschillende huidafwijkingen (pukkels, puistjes en soms ook al of niet ontstoken kysten) naast elkaar voorkomen, en dat deze niet in hetzelfde stadium van ontwikkeling verkeren.

Het ontstaan van acne wordt bepaald door een combinatie van verschillende factoren:
- de werking van de talgklieren en de samenstelling van de talg
- de opbouw van de wand van het follikelkanaal
- de invloed van de hormonen
- de invloed van de bacteriën, die altijd in het haarzakje en de talgklieren aanwezig zijn.
Wanneer een van deze ontbreekt, zul je minder (of helemaal geen) last van acne krijgen.

Bij acne draait het allemaal om het talgklierfollikel. Deze heeft in vergelijking met andere follikels een betrekkelijk klein haartje, een verhoudingsgewijs zeer grote talgkliermassa en een ruim follikelkanaal. Dit type follikel is niet gelijkmatig over ons lichaam verdeeld. Het komt vooral voor in het gezicht, op de borst en op de rug. Omdat juist deze follikels bij acne zijn aangetast zijn dat tevens de plaatsen op het lichaam waar acne meestal voorkomt.
Het gaat om het onderste viervijfde deel van de uitvoergang van het talgklierfollikel, die in tegenstelling tot het bovenste gedeelte niet verhoornd is. Onderin de talgklier vormen de huidcellen een laagje hoornmateriaal, dat wordt uitgestoten zodra het een bepaalde dikte heeft bereikt en daarna met de talg wordt afgevoerd. Bij acnepatiënten gaan in het onderste viervijfde gedeelte van dit kanaaltje meer cellen verhoornen en daarna afschilferen. Dat betekend dat er meer hoornmateriaal in het kanaaltje terecht komt. Bovendien heeft dit hoornmateriaal bij acnepatiënten meer aan elkaar te kleven, door de grote hoeveelheid talg. Hierdoor wordt er gemakkelijk een propje gevormd dat de uitvoergang verstopt.
De vettige talg kan niet meer weg en hoopt zich in de huid op: er ontstaat een ‘meeëter’ of comedo. Dat wordt aan de buitenkant van de huid zichtbaar als een geelwit bobbeltje ter grote van een speldenknop.

De follikels zijn niet overal op het lichaam even groot.
Talgklierfollikels (rechts) hebben een betrekkelijk
grote talgklier en een wijd follikelkanaal.

(behaarde hoofdhuid (links),
ledematen (midden)en
voorhoofd, schouders, borst
en rug (rechts))


Wanneer zo’n pukkeltje groter wordt kan de opening wijder worden, waardoor de gesloten comedo (in het Engels ‘whitehead’ genoemd) overgaat in een open comedo. Zo’n open comedo heeft een zwart kopje, vandaar de Engelse benaming ‘blackhead’
De ‘open’ meeëters hebben een zwart puntje in het midden, dit zwart is een pigmentkleurstof, melanine. Melanine wordt gevormd door pigmentvormende cellen die zich onderaan de opperhuid en in het bovenste deel van het follikelkanaal bevinden. Doordat het juist de bovenste hoorncellen zijn die de opening van de follikel verstoppen, komen deze in de opening terecht en kleuren ze zwart.
Tenslotte is nog gebleken dat de hoornvormige cellen bij acnepatiënten gevoeliger zijn dan bij mensen zonder acne: ze reageren sneller op allerlei prikkels van buitenaf met de vorming van hoornmateriaal.
Nog onbekend is, waarom bij mensen met acne niet alle talgfollikels meedoen. Op het hoofd bevinden zich zo’n 400-600 follikels per vierkante centimeter. Zelfs bij de ernstigste vormen van acne is toch maar een deel daarvan aangedaan.

Open en gesloten comedonen kunnen lang in de huid blijven zitten, soms zelfs jarenlang. Gaat de talgproduktie bij totale afsluiting van de afvoergang steeds door, dan kunnen er door toenemende druk pijnlijke rode pukkels (papels) ontstaan. Ook kunnen er scheurtjes in de wand optreden. De talgmassa veroorzaakt dan een ontsteking: er ontstaat een echte puist (pustel).
De druk binnen en gesloten comedo kan zo groot worden, dat de meeëter uit elkaar ploft. De inhoud (bestaande uit talg, huidschilfers en bacteriën) kan zich dan vrij in de huid verspreiden en een onderhuidse ontsteking veroorzaken, die als een rode, ontstoken knobbel (nodus) zichtbaar wordt.
In de meeste gevallen komen witte en zwarte meeëters, papels en pustels naast elkaar voor. Meestal verdwijnen de papels en pustels vrij snel. Maar als de ontsteking ernstiger is, kan de huid het materiaal soms niet meer opruimen. Het kan dan weken tot maanden duren voordat een papel of pustel verdwenen is.

De gesloten comedo barst en de inhoud komt vrij

Bij mensen die last hebben van een vette huid kunnen zogenaamde talgkysten of atheromen (atheroom = Grieks voor ‘talgbrei’) voorkomen. Zo’n talgkyste ontstaat doordat de uitvoergang van een talgklier afgesloten raakt, waardoor het huidsmeer niet meer naar de oppervlakte van de huid kan afvloeien en zich gaat ophopen. De klier blijft wel gewoon talg produceren, maar dit komt nu in de holte (de kyste) terecht. Via de afgesloten uitvoergang blijft de kyste met de huid verbonden. In het midden is meestal een zwarte punt te zien, die net als bij open meeëters uit pigment bestaat. De inhoud van de kyste bestaat uit talg en cellen van de opperhuid. Atheroomkysten komen meestal voor op het behaarde deel van het hoofd, in het gezicht op de oorlelletjes, in de nek of op de rug. Het zijn ronde onderhuidse knobbels die wat deegachtig en soms wat gespannen aanvoelen en die een halve tot anderhalve centimeter groot kunnen worden. Meestal liggen die atheroomkysten onder het huidoppervlak. Wanneer de kyste zich niet in de diepte kan uitbreiden omdat zich onder de
huid stevig bot bevindt, puilt hij boven de huid uit. Dat is bijvoorbeeld het geval bovenop het hoofd of in de huid achter de oorschelp.
Kysten kunnen bij mensen met acne ook ontstaan wanneer er een talgklierfollikel ‘explodeert’ en de inhoud ervan vrijkomt. De lederhuid probeert dan de ontstoken plek af te kapselen door er een muurtje van bindweefsel omheen te bouwen. Zo’n acnekyste bestaat dan uit een massa talg en pus (witte bloedlichaampjes en dode bacteriën), omgeven door een soort littekenweefsel.

Hormonen zijn ingewikkelde scheikundige stoffen die je lichaam maakt om allerlei processen te regelen. Ze zorgen voor de opbouw en afbraak van allerlei stoffen in ons lichaam en voor de groei en ontwikkeling. Hormonen worden afgescheiden door bepaalde klieren en organen, en vervolgens via het bloed getransporteerd naar een ander orgaan waar ze hun werking kunnen verrichten.
In de puberteit worden de geslachtshormonen actief. Bij de man worden vooral in de zaadballen androgene (mannelijke) hormonen geproduceerd, de belangrijkste hiervan is testosteron. Bij de vrouw produceren de eierstokken vrouwelijke hormonen, de oestrogenen. Deze hormonen zorgen voor de ontwikkeling van de geslachtsorganen en voor de secundaire geslachtskenmerken. Ook wordt in de eierstokken nog het hormoon progesteron geproduceerd, die onder andere zorgt voor het goede verloop van de zwangerschap.
Met name de androgene hormonen, die ook in kleine mate bij vrouwen wordt geproduceerd, hebben invloed op de talgproductie in de huid. Wanneer in de puberteit de hoeveelheid androgene hormonen sterk toeneemt, worden de talgklieren in de ‘acne zones’ groter en gaan ze meer talg produceren, wat tot gevolg heeft een vette huid, vet haar en acne.
De bijnieren produceren echter eerder dit soort hormonen, zodat ook kinderen van een jaar of acht soms al een lichte mate van acne kunnen hebben.
Uit onderzoek is gebleken dat acnepatiënten gemiddeld een gelijke concentratie androgene hormonen in hun bloed hebben. Dit kan verklaard worden door aan te nemen dat de talgklieren bij iemand met acne gevoeliger zijn voor androgeen hormoon.
Een ander belangrijk gegeven is, dat testosteron in de huid van acnepatiënten ‘actiever’ is dan bij mensen zonder acne. Men heeft kunnen vaststellen dat bij acnepatiënten in de huid van het gezicht en de rug twee- tot twintigmaal zoveel testosteron wordt omgezet in een meer actieve vorm.

In de uitvoergangen van de huidfollikels komen bepaalde bacteriën voor. Hoewel deze zogeheten proprionbacteriën ook bij mensen met een ‘gave’ huid voorkomen, zijn ze in de talgfollikels van acnepatiënten meestal in grotere getale aanwezig. Ook in de meeëters, die verder bestaan uit talg en hoornmateriaal, komen ze rijkelijk voor. omdat deze bacteriën anaëroob zijn, kunnen ze zich in de door meeëters verstopte talgklierfollikels optimaal vermeerderen. Ze zetten het talgvet om in vrije vetzuren, die door de wand van de talgklier heendringen en zo een ontsteking kunnen veroorzaken. Ook kunnen de huidfollikels en de talgklieren geïrriteerd raken door bepaalde stofwisselingsproducten die door deze bacteriën worden gevormd.
Toch zijn er nog altijd een aantal onduidelijkheden over het ontstaan van acne, omdat lang niet alle follikels waarin deze bacteriën voorkomen echt ontstoken zijn. Ook is er geen verband tussen de ernst van de ontsteking en het aantal bacteriën dat zich op een follikel bevindt.

Voorkomende soorten acne

Het meest voorkomende type acne is de zogenaamde acne vulgaris. Het Latijnse woord ‘vulgaris’ heeft niets met ons woord ‘vulgair’ te maken, maar wijst erop dat het hier om de ‘gewone’, meest voorkomende vorm van acne gaat. Acne vulgaris wordt ook wel aangeduid met de term ‘jeugdpuistjes’. Maar aangezien zo’n 10% van de volwassenen tussen de 30 en 40 jaar ook last hebben van deze vorm van acne, is deze term niet helemaal juist. Er blijkt wel uit dat dit type vooral tijdens de puberteit voorkomt. Bij meisjes kunnen de eerste verschijnselen al vanaf het achtste jaar optreden; jongens krijgen het meestal pas vanaf hun dertiende jaar.
Deze vorm van acne begint meestal op de neus, gaat dan op het voorhoofd over en breidt zich soms uit over de wangen, de schouders, de borst en de rug. Eerst verschijnen er gesloten comedonen, dan open comedonen, gevolgd door papels, pustels en noduli.

Verder bestaat er ook nog de vorm acne conglobata (Latijns voor samengebald). Dit is een zeer ernstige vorm van acne vulgaris, waar naast de bekende ontstekingen ook nog abcessen (met pus gevulde holtes) en fistels (onderhuidse gangetjes) kunnen ontstaan.
Deze vorm komt vooral bij mannen na het twintigste jaar voor en is zeer hardnekkig: verbetering treedt meestal pas na lange tijd op. De huidafwijkingen kunnen tot na het dertigste jaar blijven bestaan.
Bij jonge vrouwen met lichte acne kunnen de huidafwijkingen tegen het moment van de menstruatie soms wat erger worden. Deze premenstruale acne is waarschijnlijk een gevolg van de normale hormonale schommelingen die tijdens de maandelijkse cyclus optreden.
Een andere vorm van acne bij meisjes en jonge vrouwen staat bekend als ‘acne excoriée’. Hierbij is eveneens maar een lichte vorm van acne aanwezig, maar door voortdurend prutsen aan de vaak minimale pukkeltjes raken deze ontstoken, waardoor vaak kleine en grote littekens ontstaan. Hoewel vrouwen met deze vorm van acne weten dat ze de ernst van hun huidafwijkingen zelf ‘in de hand hebben’ kost het ze de grootste moeite om met hun vingers van hun huid af te blijven. Bij deze vorm van acne zijn de afwijkingen het ergst op het voorhoofd, de wangen en de kin, kortom overal waar de pukkels ‘binnen handbereik’ liggen. Naast deze vormen van acne, waarbij de oorzaken endogeen liggen (binnen het lichaam), bestaan er ook vormen die door inwerking van exogene stoffen (van buitenaf) kunnen ontstaan. Zo kan acne voorkomen na gebruik van bepaalde cosmetica, als bijwerking van sommige geneesmiddelen en na contact met bepaalde substanties als beroepsziekte.

Behandelingsmethoden

Als je acne hebt, is het heel verleidelijk om met je vingers de meeëters en puistjes uit te drukken. Toch is het beter om er zo veel mogelijk van af te blijven. Als je aan gesloten meeëters gaat drukken, wrijven of krabben, druk je de talg altijd naar binnen in plaats van naar buiten. Daardoor kunnen de talgkliertjes onder het huidoppervlak beschadigen en vervolgens ontstoken raken, met grote kans op littekenvorming. Alleen open comedonen mogen worden verwijdert. Het beste is om je huid zo goed mogelijk schoon te houden en te verzorgen.

Zonlicht heeft meestal een gunstig effect op acne. Het ultraviolette licht dat van de zonnestraling afkomstig is, zorgt er namelijk voor dat de uitvoergangen van de talgklieren beter openblijven. Verder maakt het de talg wat dunner, waardoor deze minder stagneert in het follikelkanaal, en werkt het bacterieremmend.

Veel acnepatiënten zijn ervan overtuigd dat hun klachten verergeren na vet eten, vooral chocola, kaas, pinda’s, varkensvlees en patat met mayonaise zijn wat dat betreft berucht. Dat zou betekenen dat als je je dieet hieraan aanpast, de acne op den duur zou verdwijnen.
Toch lijkt het erop dat deze bewering niet realistisch is. Wanneer mensen met acne op een vet dieet worden gezet, blijkt dat geen invloed te hebben op de ernst en het verloop van de klachten. De Eskimo’s bijvoorbeeld, eten veel vet voedsel, maar daar komt acne niet voor. Bovendien is de samenstelling van de talg niet afhankelijk van de vetten die met de voeding worden opgenomen.

De beste manier om acne te bestrijden is een behandeling met medicijnen. Het doel van het behandelen van acne met medicijnen is eigenlijk tweeledig. De aanwezige meeëters moeten worden opgeruimd, en de vorming van nieuwe comedonen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast probeert men de aanwezige ontstekingsverschijnselen, zoals pustels en noduli, en halt toe te roepen, en te verhinderen dat er opnieuw een ontsteking ontstaat. Omdat als het ware ‘ieder mens zijn eigen acne’ heeft, bestaat er geen bepaalde standaardbehandeling, die in alle gevallen kan worden toegepast.
Bij de behandeling van acne kunnen naar aanleiding van de viertal factoren die een rol spelen bij het ontstaan van acne ook vier soorten geneesmiddelen worden onderscheiden, die elk op een ander punt aangrijpen:
- Stoffen die de verhoorningsstoornis, en daarmee de afsluiting van het talgklierkanaal, tegengaan (de zogenaamde keratolytica) De opgehoopte talg kan hierdoor gemakkelijker naar buiten treden.
Hiertoe behoren salicylzuur, resorcine, benzoylperoxide en vitamine A-zuur (tretinoine). Al deze middelen worden uitwendig toegepast. Naast het ‘peelende’ effect werken ze ook licht ontstekingsremmend. Vooral benzoylperoxide heeft bacterieremmende eigenschappen: nadat het op de huid is aangebracht neemt het aantal propionibacteriën binnen enkele uren sterk af. De bacteriën kunnen namelijk niet goed tegen de zuurstof, die uit het benzoylperoxide vrijkomt.
- Stoffen die de talgvorming verminderen. Hiertoe behoren de retinoiden en de antiandrogene hormonen. Deze middelen zijn bestemd voor inwendig gebruik.
- Stoffen die het aantal propionibacteriën in de talgklier doen afnemen. Hieronder vallen benzoylperoxide en de antibiotica. De antibiotica worden zowel inwendig als uitwendig gebruikt.
- Stoffen die een eventuele bestaande ontsteking afremmen (antibiotica).

Uitwendig gebruik (antibiotica)
Persoonlijke en sociale gevolgen van acne

Acne is vergeleken met al die ernstige en soms levensbedreigende ziekten maar een kleine aandoening, maar dan wel één met grote gevolgen. Want je zult maar met zo’n ‘puistenkop’ zitten, en het gevoel hebben dat de halve wereld je erop aankijkt. Je kunt er behoorlijk onzeker door worden, vooral in situaties waarin je het gevoel hebt dat je jezelf moet presenteren: een avondje uit, je eerste sollicitatiegesprek, enz. Het hangt ook van de persoon zelf af hoeveel last hij er psychisch van heeft, mensen met veel zelfvertrouwen kunnen er erg laconiek over zijn. Maar voor de meeste acnepatiënten zijn de huidafwijkingen een behoorlijk probleem, waarmee ze dag in dag uit bezig kunnen zijn. Dat geldt vooral wanneer de aandoening langer aanhoudt en je van alles geprobeerd hebt en niets lijkt te werken. Je gaat je afvragen waarom dit nu uitgerekend jou moet overkomen. Dat kan tot neerslachtige gevoelens leiden en je zelfvertrouwen ondermijnen. Ook kunnen er allerlei schaamte- en schuldgevoelens ontstaan. Die schaamtegevoelens kunnen zo ernstig zijn, dat iemand zich onhandig gaat gedragen bij het aangaan van relaties of zelfs helemaal geen afspraken meer durft te maken. Deze psychische problemen ontstaan voornamelijk doordat in onze cultuur het uiterlijk een belangrijke rol speelt, er wordt vaak de nadruk gelegd op het belang van een gave huid.

Eczeem

Eczeem is een van de meest ergerlijke, verontrustende en vaak lelijke huidaandoeningen, met verregaande gevolgen voor de gezondheid, het welbevinden en het leven van de patiënt. Een op de tien personen kan op enig moment in zijn leven door deze aandoening getroffen worden. Meestal gebeurt dit in de kinderjaren, maar ook bij volwassenen kan het voor het eerst optreden.
Er zijn verschillende vormen van eczeem, maar allen hebben dezelfde symptomen. Gedeelten van de huid worden droog en rood en raken ontstoken. Vaak gaat dit gepaard met schilfering, en soms met blaren die opengaan, waardoor korstjes ontstaan of rauwe plekkern. De huid jeukt voortdurend en kan pijnlijk aanvoelen.
Als de blaren ontstoken raken, kunnen er geïnfecteerde plekken ontstaan. Krabben kan ook een secundaire infectie veroorzaken of tot droge, harde, dikke plekken leiden. In ernstige gevallen kan de ruwe, kapotte huid gaan bloeden, vooral wanneer de patiënt veel krabt. Soms ontstaat bij eczeem ook zwelling door ophoping van vocht (oedeem), vooral in gebieden met losse huid, zoals de oogleden of testes.

Ontstaan van eczeem

De symptomen van eczeem kunnen worden veroorzaakt door huidirritatie of allergie, of beide. Ontsteking is altijd de eerste reactie. Die treedt op bij elke aanval op de lichaamsweefsels, zoals een infectie, een wond of irritatie (chemisch of allergisch). De cellen in de huid geven bij zo’n aanval chemische stoffen af, zoals prostaglandine, die ontstekingen en zwelling veroorzaken (oedeem). Vanuit de bloedvaten stromen vervolgens lymfocyten – gespecialiseerde witte bloedcellen die deel uitmaken van het verdedigingsmechanisme van het lichaam - naar de dermis om de aanval af te weren. De plek van de aanval wordt dan rood en pijnlijk en voelt heet aan.
Irritatie van de huid kan ontstaan na letsel, uitdroging of blootstelling aan de chemicaliën, en kan bij iedereen optreden (hoewel de huid van de een gevoeliger is dan die van de ander). Hierbij raakt de hoornlaag beschadigt en kan de huid zich minder goed verdedigen tegen verdere schade. Bovendien wordt ze gevoeliger voor stoffen die bij sommigen allergische reacties veroorzaken.

Allergieën zijn een extraatje van ons lichaamsnatuurlijke immuunsysteem. Normaal produceert het immuunsysteem alleen antistoffen tegen schadelijke materiaal (antigenen), zoals bacteriën of microben, waardoor een infectie wordt bestreden. Iemand met allergie produceert echter ook antistoffen tegen onschuldige stoffen, en de reactie die optreedt tussen het antigeen (nu allergeen geheten) en de antistof stimuleert speciale, zeer reactieve cellen (mestcellen) om chemisch stoffen af te geven, zoals histamine, waardoor een ontstekingsreactie ontstaat.
De precieze symptomen van de allergie hangen af van de plaats van de ontstekingsreactie: in de luchtwegen veroorzaakt de allergische reactie het piepen bij astma, en op de huid de intensieve jeuk van allergisch eczeem. Men schat dat een op de vijf mensen een allergie heeft, en huidreacties komen daarbij heel veel voor.

Soorten eczeem

Er bestaan veel verschillende soorten eczeem, maar de meest voorkomende zijn contacteczeem en atopisch eczeem.

Ortho-ergisch Contacteczeem (irritatief contacteczeem)
Als onze huid constant wordt beschadigd door verschillende dingen: wrijven of schuren, herhaaldelijk wassen en drogen, koude en wind, of door chemicaliën dan loop je de kans op contacteczeem. Een droge huid vergroot het risico zodat oudere mensen er vaker last van hebben, ook in de winter komt het vaker voor. Mensen met rood haar en een blanke huid en mensen met andere vormen van eczeem zijn het meest kwetsbaar. Als contacteczeem zich niet snel verbetert, kan het zich verspreiden over de huid, zelfs naar gebieden die niet in aanraking zijn geweest met de irriterende factor. Een gevolg hiervan is dat de huid jarenlang overgevoelig kan blijven en dat zelfs iets heel kleins een overweldigende reactie teweeg kan brengen. In zeldzame gevallen kan het leiden tot uiterst onplezierige en soms zelfs fatale aandoening gegeneraliseerde exfoliatieve dermatitis of erytodermie, waarbij het hele lichaam is betrokken.

Allergisch contacteczeem
Dit soort van eczeem komt minder vaak voor dan ortho-ergisch eczeem. Toch kan het vrij ernstig zijn en zich zeer snel ontwikkelen na blootstelling aan het betreffende allergeen. Vaak zijn dit metalen maar het kunnen ook andere dingen zijn zoals;
Pleisters, cosmetica, planten, rubber, lijmen, verfstoffen, kunststoffen.
Dit soort van allergie komt meestal alleen voor bij volwassenen en kan ontstaan of verergeren bij stress of emoties. De diagnose kan worden gesteld na het uitvoeren van huidtests. Patiënten zijn vaak overgevoelig voor meer dan één allergeen.
Deze vorm ontstaat nadat een kwetsbare persoon overgevoelig raakt voor een allergeen. De eerste keer dat een allergeen de buitenste huidlaag binnen dringt vormt het samen met lichaamseiwitten een antigeen. Het immuunsysteem gaat dit allergeen herkennen, waarna een volgende contact met hetzelfde allergeen een snelle ontstekingsreactie veroorzaakt. Dit sensibilisatieproces kan maanden of jaren duren waardoor het lijkt of mensen zomaar allergisch worden voor iets waarmee ze al jaren omgaan.

Atopisch eczeem

Atopisch eczeem komt voor bij mensen met een genetische dispositie die hen ontvankelijk maakt voor eczeem, astma en hooikoorts. Bij de meeste kinderen met atopisch eczeem is er een familielid met een of meer van deze aandoeningen. De patiënten hebben een erfelijke neiging tot allergische reacties, waarbij een bepaald antilichaam is betrokken (IgE; immunoglobine E) dat zich bindt aan mestcellen. Zowel de patiënten als hun familieleden hebben een hoog IgE-gehalte in hun bloed.
Kinderen met atopisch eczeem zijn overgevoelig voor allergenen die niet direct met de huid in aanraking hoeven te komen. Het kan iets zijn wat het kind heeft gedronken of gegeten. Hoewel het niet altijd mogelijk is om de oorzaak te achterhalen zijn de meest voorkomende de huisstofmijt, pollen en katten - of hondenharen.
Ongeveer de helft van de patenten ontwikkelt ook astma.
De kans op deze vorm van allergie is ongeveer 2 maal zo groot als een van de ouders atopisch is, en bijna 4 maal zo groot als beide ouders atopisch zijn. Daarbij lijkt het dat het aantal mensen met atopie sterk toeneemt; twintig jaar geleden was een op de tien mensen atopisch. Nu heeft bijna eenderde van de kinderen voor zijn elfde jaar een van de atopie kenmerken en heeft meer dan een op de vijf atopisch eczeem.

Seborroïsch eczeem

Hier zijn twee verschillende vormen van: een kindervorm en een volwassen vorm. Na de kindervorm hoeft niet altijd de volwassen variant te volgen.
Bij kinderen:
Het is niet erfelijk. De baby heeft er zelden last van maar de ouders vinden het er vaak vies uitzien. Het kan geïnfecteerd raken bij krabben. En gelukkig gaat het meestal vanzelf over voor het kind twee jaar is. Deze vorm van allergie wordt ook wel berg genoemd en veroorzaakt dikke, bruingelige, vettige schilfers op het behaarde hoofd en soms op het voorhoofd.
Bij volwassen:
Bij deze vorm doen zich hardnekkige schilferige, rode, jeukende plekken voor op het gezicht, de borst, rug, nek, oksels of hoofdhuid.
De oorzaak is onbekend maar heeft te maken met overactieve talgklieren: vergroot de kans op huidinfecties, vooral door gisten.

Andere vormen van eczeem
- Nummulair eczeem
Gekenmerkt door rode, jeukende, pussende, muntvormige plekken. Komt soms voor bij jonge volwassenen die atopisch eczeem hebben gehad als kind. De plekken raken snel ontstoken.
- Craquelé-eczeem
De typische droge huid die men ziet bij oudere mensen, vooral die zich zelf niet goed kunnen verzorgen. Het doet zich voor bij koud, guur weer. Het wordt veroorzaakt door een verminderde talgproductie en dunner worden van de huid.
- Neurondermatitis
Dit doet zich voor op plekken van de huid die voortduren, nerveus, worden gekrabd of gewreven. De plekken worden leerachtig, dik en jeukend.
- Hypostatisch eczeem
Jeukende en irriterende plekken op de enkel en in de buurt van een spatader of een eerdere trombose in de beenvaten.
- Zonne-eczeem
Dit begint meestal na verbranding en ontstaat onder invloed van het zonlicht. Ook bepaalde medicijnen kunnen de huid overgevoelig maken voor zonlicht.
- Dyshidrotisch eczeem
Jeukende blaasjes op de handpalmen en voetzolen. Hete vochtige omstandigheden zijn het ergst. Wordt in verband gebracht met stress, contactsensibilisatie of een schimmelinfectie.

Persoonlijke en sociale gevolgen van eczeem

Mensen die nooit eczeem of een huidaandoening hebben gehad zullen het misschien een kleinigheidje vinden maar patiënten en hun familie weten maar al te goed wat de verregaande en slopend consequenties kunnen zijn.
Jeuk kan leiden tot concentratie problemen, slaapproblemen en chronische vermoeidheid. Het resultaat is vaak dat iemand niet goed functioneert en dat persoonlijke relaties en school of werk daaronder lijden.

Behandelingsmethoden

Iemand met een ernstige graad van eczeem zal altijd een gevoelige huid houden; daar bestaat geen genezing voor. Er is echter een aantal dingen die men kan doen om de kans op huidreacties te verkleinen. Veel natuurlijke en niet ingrijpenden behandelmethoden kunnen helpen de conditie van de huid te verbeteren en betere bescherming te bieden tegen nieuwe aanvallen. Met een geschikt huidverzorgingregime, en behandeling wanneer noodzakelijk, kunnen de meeste eczeem patiënten hun symptomen terugbrengen tot een acceptabel niveau – zodat er bijvoorbeeld alleen nog (lichte) aanvallen optreden bij stress. Velen van hen kunnen echter volledig klachtenvrij zijn, hoewel ze misschien wel altijd voorzichtig moeten blijven met bepaalde stoffen en hun huid altijd goed moeten blijven verzorgen – maar dat heeft alleen maar voordelen.
Middelen die eczeem symptomen kunnen verlichten zijn:
- twee lepels sodiumcarbonaat in een warm bad
- calaminelotion helpt bij jeuk
- teunisbloemolie helpt bij een rode, pijnlijke huid.
- bij seborroïsch eczeem bij kinderen: inwrijven met olijfolie en wassen met babyshampoo
- bij seborroïsch eczeem bij volwassenen: anti-roosshampoo of shampoo met seleensulfide
gebruiken
- zonneallergie: zonnebrandcrème
- antihistaminicatabletten om jeuk te verlichten
- sommige steroïdcremés
- soms helpt ioniseren van de lucht bij eczeem, het is nog niet bekend waarom
- Ook kan een bepaald dieet helpen.
- Teerpreparaten en kaliumpermanganaat blijken ook een heilzame werking te hebben
- Gek genoeg blijkt ook een behandeling met UV-licht heilzaam te zijn hoewel er ook diverse soorten van eczeem door ontstaan.
- Ook zijn er diverse natuurlijke therapieën omdat eczeem soms resistent kan zijn tegen de sterkste medicijnen. Onder andere acupressuur, aromatherapie, kruidentherapie, voedingstherapie en reflexologie.

Zonnebrandcrème

Voor deze proef wilden wij de zonnebrandcrème Ombra Zonnemelk onderzoeken. We willen weten welke stoffen daarin de werkzame stoffen zijn en wat deze stoffen precies doen.

De voorkomende stoffen in Ombra Zonnemelk zijn:
Aqua, octyl methoxycinnamate, paraffinum liquidum, octyl stearate, glycerin, polyglyceryl-2 sesquiisostearate, trilaurth-4 phospate, tocopheryl acetate, dimethicone, acrylates/c10-30 alkyl acrylate crosspolymer, butyl methoxydibenzoylmethane, parfum, sodium hydroxide, carbomer, arrachis hypogaea, isopropyl myristate, glycine soya, juglans regia, daucus carota, benzoic acid, phenoxyethanol, methylparaben, propylparaben.

Volgens de verpakking bevat deze zonnebrandcrème de optimale combinatie van UVA en UVB filters samen met het waardevolle vitamine E. Het heeft een actieve bescherming van de huidcellen met een beschermingsfactor 8. Tevens dermatologisch getest.

Inleiding over zonnebrandcrème

Reeds in de jaren dertig zijn producten ontwikkelt die bescherming tegen schadelijke zonnestraling bieden. Kenmerkend bestanddeel van deze producten zijn de zogenaamde zonnefilters (UV-filters). Zonnefilters zijn chemische verbindingen die speciaal bedoelt zijn om specifieke delen van het lichtspectrum te absorberen.
Het spectrum van zichtbaar licht omvat het golflengte gebied van circa 400-800 nm. Het gebied van 100-400 nm heet ultraviolette (UV) straling. Op grond van fotochemische en biologische eigenschappen wordt dit gebied onderverdeeld in UV-A
(320-400 nm), UV-B (280-320 nm) en UV-C (200-280 nm). Naarmate de golflengte kleiner wordt, neemt de stralingsenergie toe.
Zonnebrand (erytheem) treedt vooral op door straling in het UV-B gebied. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het ontstaan van huidkanker mede gezocht moet worden in een overmatige blootstelling aan UV-straling.

Zonnefilters

Zonnefilters hebben tot doel de schadelijke straling uit het zonlicht te filtreren. Het zijn chemische stoffen die een specifiek golflengte gebied van de zonnestraling absorberen.
Het golflengtegebied 280-320 nm (UV-B) moet in ieder geval geabsorbeerd worden om zonnebrand te voorkomen. Gebleken is dat ook straling met een golflengte tussen 320-340 nm schadelijke effecten op de huid kan veroorzaken. Voor absorptie van straling in dit golflengtegebied zijn zogenaamde UV-A filters ontworpen. Deze worden doorgaans samen met een UV-B filter aangeboden in één product.

Typen zonnefilters en hun toepassingen

Er zijn twee groepen zonnefilters. De ene groep karakteriseert zich door een totale blokkade van de straling. De werking berust op totale afdekking van de huid en reflectie van het opvallende licht. Tot deze groep behoren voornamelijk pigmenten, zoals
ijzeroxiden, silicaten, talk, titaandioxide en zinkoxide. Deze stoffen worden aan sommige producten toegevoegd om een hoge beschermingsfactor te verkrijgen. Dit zijn dan voornamelijk producten die bedoeld zijn voor de gevoelige huiddelen (neus, borsten). De andere groep absorbeert de schadelijke straling, maar laat de bruinende straling door. In principe is elke stof die straling met een golflengte van 280 tot 320 nm absorbeert,
geschikt als zonnefilter. Het mag duidelijk zijn dat er beperkingen zijn ten gevolge van mogelijke effecten van de
stof op de huid. Voor toepassing in cosmetische producten zijn 25 zonnefilters wettelijk toegelaten. Het zijn doorgaans derivaten van een aantal basisstoffen, waarvan de belangrijkste zijn: para-aminobenzoëzuur, anthranilzuur, salicylzuur, kaneelzuur (cinnamaten), benzofenon en kamfer. De keuze voor een bepaalde zonnefilter hangt in belangrijke mate af van de samenstelling van de basiscrème of -olie van het cosmetisch
produkt. Er mogen geen ongewenste reacties optreden tussen de zonnefilter en de overige componenten in het produkt. Tevens moet een zonnefilter homogeen door het produkt verdeeld kunnen worden en mag het de produkteigenschappen (waaronder kleur,
geur en viscositeit) niet nadelig beïnvloeden. Het is van belang dat het zonnefilter een hoge moleculaire lichtabsorptie bezit in het gebied van 280-320 nm, zodat een lage dosering mogelijk is. En hoe lager de concentratie, des te geringer is de kans op mogelijke bijwerkingen op de huid.
Naast de toepassing van zonnefilters in anti-zonnebrandmiddelen worden deze ook gebruikt ter bescherming van bepaalde in cosmetische producten verwerkte (grond)stoffen tegen licht. Lipsticks bevatten vaak een zonnefilter ter bescherming van
de vaak lichtgevoelige kleurstof. Eau de toilettes verpakt in transparante verpakkingen kunnen een zonnefilter bevatten om geurstoffen tegen fotochemische afbraak te beschermen. Haarlak kan een zonnefilter bevatten om het haar te beschermen tegen
lichtinvloeden en kleuraantasting van het (geverfde) haar.
Zonnefilters worden vaak toegevoegd aan huidbleekmiddelen. Huidbleekmiddelen worden gebruikt door donkergekleurde mensen die een lichtere huidteint wensen en personen met een onregelmatige pigmentatie (onder andere zomersproeten).
Huidbleekmiddelen tasten de pigmentatie aan en nemen een deel van de natuurlijke bescherming weg. Door toevoegen van een zonnefilter kan dit gecompenseerd worden. Ook worden zonnefilters veelvuldig toegepast voor technische doeleinden.
Verpakkingsmaterialen, verfproducten, en dergelijke worden vaak voorzien van een zonnefilter om de duurzaamheid van het produkt te verhogen.

Eisen die aan zonnefilters worden gesteld
Aan zonnefilters worden hoge eisen gesteld, voordat ze worden toegelaten voor gebruik in cosmetische producten. Een aantal technische eisen zijn al in de vorige paragraaf genoemd.
Daarnaast worden strenge eisen gesteld met betrekking tot gezondheidsrisico's. Belangrijke gegevens in dit verband zijn de toxiciteit (giftigheid) van het zonnefilter en daarmee samenhangend de mate van opname door de huid. Antizonnebrandmiddelen worden op grote delen van het lichaam aangebracht en uiteraard aan zonlicht blootgesteld. Bovendien is de concentratie van het zonnefilter in het produkt vaak hoog om voldoende bescherming te verkrijgen. Bijwerkingen die kunnen optreden zijn: irritatie, allergie en contactdermatitis (ontsteking van de huid). Over de frequentie van door UV-filters veroorzaakte bijwerkingen is weinig bekend. Bij de Keuringsdiensten van Waren wordt jaarlijks een klein aantal bijwerkingen van anti-zonnebrandmiddelen gemeld. Hierbij blijkt soms het zonnefilter de oorzaak te zijn.
Doorgaans zijn deze bijwerkingen van persoonlijke aard. Het mijden van producten met dat specifieke zonnefilter lost dit probleem in de meeste gevallen op. In juni 2001 kwamen een aantal UV-filters in opspraak. Een onderzoek zou hebben
uitgewezen dat een drietal UV-filters een hormoonwerking zouden hebben. Het onderzoek van de Europese Unie, dat hierop volgde, heeft echter uitgewezen dat er geen twijfels zijn over de veiligheid van de zonnebrandcrèmes die de betreffende UV-filters
bevatten.

Dit zijn de 25 zonnefilters die wettelijk zijn toegestaan:

INCI Name
3-BENZYLIDENE CAMPHOR ALLANTOIN PABA BENZALPHTHALID4-METHYLBENZYLIDENE CAMPHOR BENZOPHENONE BENZYL SALICYLATE BENZYLIDENE CAMPHOR SULFONIC ACID BORNELONE BUTYL METHOXYDIBENZOYLMETHANE CAMPHOR BENZALKONIUM METHOSULFATE CINOXATE DEA-METHOXYCINNAMATE DIISOPROPYL METHYL CINNAMATE DIMETHYL PABA ETHYL CETEARYLDIMONIUM TOSYLATE DROMETRIZOLE ETHYL CINNAMATE ETHYL DIHYDROXYPROPYL PABA ETHYL DIISOPROPYLCINNAMATE ETHYL METHOXYCINNAMATE ETHYL UROCANATE ETOCRYLENE GLYCERYL OCTANOATE DIMETHOXYCINNAMATE GLYCERYL PABA GLYCOL SALICYLATE HOMOSALATE ISOAMYL p-METHOXYCINNAMATE ISOPROPYL DIBENZOYLMETHANE ISOPROPYL METHOXYCINNAMATE MENTHYL ANTHRANILATE MENTHYL SALICYLATE N-ETHYL-3-NITRO PABA OCTOCRYLENE OCTRIZOLE OCTYL DIMETHYL PABA OCTYL METHOXYCINNAMATE OCTYL SALICYLATE OCTYL TRIAZONE PABA PEG-25 PABA PHENYLBENZIMIDAZOLE SULFONIC ACID POLYACRYLAMIDOMETHYL BENZYLIDENE CAMPHOR POTASSIUM METHOXYCINNAMATE POTASSIUM PHENYLBENZIMIDAZOLE SULFONATE RED PETROLATUM SODIUM PHENYLBENZIMIDAZOLE SULFONATE TEA-PHENYLBENZIMIDAZOLE SULFONATE TEA-SALICYLATE TEREPHTHALYLIDENE DICAMPHOR SULFONIC ACID TRIPABA PANTHENOL UROCANIC ACID

UV-A filters in deze crème:

- benzoic acid
- butyl methoxydibenzoylmethane

UV-B filters in deze crème:

- octyl methoxycinnamate
- sodium hydroxide


Eindconclusie

Om een inzicht te krijgen in de zieke huid hebben we eerst de gezonde huid bestudeert. Samengevat komen wij tot de volgende resultaten betreffende de gezonde huid:
De gezonde huid is een ongelooflijk orgaan: het vormt een barrière tegen ongedierte, modder en badwater, kan tegen hitte en sneeuw, rekt zich uit wanneer we aankomen of zwanger zijn en krimpt weer in wanneer dit kan. De huid kan zichzelf weer herstellen na wondjes en operaties, en zorgt elke maand voor een totale nieuwe laag. Hoewel de huid voortdurend wordt gewassen, gewreven en betast blijft ze toch zacht en soepel aanvoelen. Zelfs wanneer de huid dit een leven lang heeft moeten ondergaan zijn voor de meeste van ons de ergste consequenties een paar rimpels en vlekjes. Daar kan geen kunststof tegenop.
Ondanks haar grote aanpassingsvermogen en beschermende mechanismen, kan de huid toch worden beschadigd door extreme temperaturen (verbranding en bevriezing), door verwondingen, chemicaliën, insectenbeten en straling, inclusief zonlicht.
De huid kan plaatselijk worden aangetast door huidziekten of infecties, of aangedaan zijn door algemene ziekten, zoals waterpokken. Overgevoeligheid voor geneesmiddelen en allergische reacties uitten zich ook vaak in de huid.

Huidkanker is een van de bedreigingen van de huid. Het is een kwaadaardige tumor die zich in de huid ontwikkelt. In meer dan 90% van de gevallen gebeurt dat omdat de huid (veelvuldig) is blootgesteld aan ultraviolette straling van zonlicht. Een andere oorzaak kan radioactieve straling zijn. Deze straling veroorzaakt mutaties in bepaalde genen.
Er zijn verschillende soorten huidkanker, waaronder melanoom, de meest kwaadaardige, maar wel betrekkelijk zelden voorkomend.
De kans op genezing is afhankelijk van het stadium en de vorm waarin de tumor zich manifesteert. Verder kan huidkanker deels voorkomen worden door preventiemiddelen zoals zoveel mogelijk uit de zon blijven, insmeren met zonnebrandcrème en contact met carcinogene stoffen vermijden.

Een andere bedreiging van de huid is psoriasis. Psoriasis is een chronische huidziekte.
Het ontstaat doordat opperhuidcellen zich tot tien maal sneller delen dan op de normaal lijkende plaatsen. Deze snelle celdeling gaat ten koste van het ‘uitrijpen’ van de opperhuidcellen; dit leidt onder andere tot een hoornlaag die bestaat uit hoorncellen met een afwijkend uiterlijk. De cellen van de hoornlaag van de opperhuid zijn als het ware van slechte kwaliteit en laten gemakkelijker los dan normale hoorncellen. Dit leidt tot de schilfervorming
Een oorzaak voor psoriasis is niet bekend, al zijn er wel veel theorieën die lijken te kloppen.
Psoriasis is niet te genezen en ook niet te voorkomen. De diverse behandelingsmethoden kunnen de psoriasis echter wel (tijdelijk) verminderen of geheel laten verdwijnen.

Een veelvoorkomende huidziekte bij jongeren acne. Acne wordt veroorzaakt door de vergrootte talgproductie in de talgklierfollikels. Verder wordt het ontstaan van acne wordt bepaald door een combinatie van verschillende factoren:
- de werking van de talgklieren en de samenstelling van de talg
- de opbouw van de wand van het follikelkanaal
- de invloed van de hormonen
- de invloed van de bacteriën, die altijd in het haarzakje en de talgklieren aanwezig zijn.
In tegenstelling tot de overtuiging van vele mensen dat voedsel invloed heeft op het ontstaan van acne heeft dit geen enkel effect op de talgproductie.
Acne is goed te behandelen De beste manier om acne te bestrijden is een behandeling met medicijnen. Het is niet te voorkomen.

Eczeem is een van de meest ergerlijke, verontrustende en vaak lelijke huidaandoeningen, met verregaande gevolgen voor de gezondheid, het welbevinden en het leven van de patiënt.
De symptomen van eczeem kunnen worden veroorzaakt door huidirritatie of allergie, of beide.
Allergieën zijn een extraatje van ons lichaamsnatuurlijke immuunsysteem. Iemand met allergie produceert ook antistoffen tegen onschuldige stoffen, en de reactie die optreedt tussen het antigeen (nu allergeen geheten) en de antistof stimuleert speciale, zeer reactieve cellen (mestcellen) om chemisch stoffen af te geven, zoals histamine, waardoor een ontstekingsreactie ontstaat.
Iemand met een ernstige graad van eczeem zal altijd een gevoelige huid houden; daar bestaat geen genezing voor. Er is echter een aantal dingen die men kan doen om de kans op huidreacties te verkleinen. Eczeem is een ziekte die niet voorkomen kan worden omdat basis ervan vastligt in onze genen.

In ons praktische gedeelte hebben we ons toegespitst op het onderwerp huidkanker, namelijk een middel dat de huid tegen huidkanker beschermd. De werking van zonnebrandcrème berust op zonnefilters. Er zijn 25 zonnefilters wettelijk toegestaan. In de meeste zonneproducten zitten vier filters. De basis van elke zonnebrandcrème is in ieder geval en filter voor UVA-straling en een filter voor UVB-straling.

De huid is een groot en onmisbaar orgaan, maar heeft helaas ook vele vijanden waar hij niet of nauwelijks tegen opgewassen is. Al kunnen we deze gevaren dankzij de moderne wetenschap wel beter bestrijden.
Maar nog steeds zijn we niet in staat om de ziekten die deze gevaren veroorzaken te voorkomen, ondanks de rijke kennis die we verworven hebben over deze kwesties.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Hee .. echt een heel interessant werkstuk ! ik heb het stukje huidkanker nodig, er staan voldoende informatie en het is helder ! klasse

10 jaar geleden

S.

S.

Echt heel mooi geschreven, ik hoop voor de betroffene dat ze hier kracht kunnen uithalen.
;-)
Schilder

10 jaar geleden