Zal het aantal orkanen in de toekomst toenemen door het versterkt broeikaseffect

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 5296 woorden
  • 23 april 2007
  • 89 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 89 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inhoudsopgave.
Voorwoord
Wat is een orkaan?
Hoe ontstaat een orkaan?
De orkaan van binnen gezien
De schaal
Waar komen de orkanen het meest voor?
In welk deel van het jaar komen de orkanen het meest voor?
De orkanen op een rijtje
De schade van een orkaan
Het broeikaseffect
Wat heeft het broeikaseffect er mee te maken?
Conclusie
Onderzoeksmethode
Logboek
Bijlagen
Bronnenlijst
Nawoord
Voorwoord
Wij hebben voor het onderzoek gekozen: Zal het aantal orkanen in de toekomst toenemen? Wij hebben voor dit onderwerp gekozen, omdat het als het aantal orkanen zal toenemen, het voor ons ook veranderingen zal brengen.
Wij hebben ons onderzoek ingedeeld in de volgende deelvragen:

1. Wat is een orkaan?
2. Hoe ontstaat een orkaan?
3. De orkaan van binnen gezien.
4. De schaal.
5. Waar komen orkanen het meest voor?
6. In welk deel van het jaar komen orkanen het meest voor?
7. De belangrijkste orkanen op een rijtje.
8. De schade van orkanen?
9. Wat is het broeikaseffect?
10. Wat heeft het broeikaseffect er mee te maken?
Dit is de hypothese die van te voren hadden gemaakt:
Wij denken dat in de toekomst er meer orkanen zullen zijn. Dit is dankzij het broeikaseffect, omdat dat er voor zorgt dat de aarde opwarmt, waar onder ook de oceaan. Orkanen ontstaan door de hogere temperaturen van het water. En als de oceaan temperatuur dan stijgt zal uiteindelijk de hoeveelheid orkanen toenemen. Ook denken we dat het mogelijk is dat niet het aantal orkanen toe zal nemen, maar juist de kracht waarmee orkanen rond razen zal toenemen.
Wat is een orkaan?
Een orkaan is een zware tropische storm die ontstaat op zee en een snelheid heeft van 116 km per uur of hoger. Orkanen gaan altijd samen met zeer zware regen-, hagel- en onweersbuien. Een gemiddelde orkaan laat ongeveer 20.000.000.000 liter per dag vallen. De orkaan Mitch liet in 1 week tijd meer regen vallen als in een normaal jaar. Door de grote regenval ontstaan ook vaak modderstromen die nog gevaarlijker zijn dan de storm zelf. Je komt orkanen het vaakst tegen rond de evenaar. Ze ontstaan doordat koude luchtstromingen in aanraking komen met de hete luchtstroom op de evenaar. Daarom waait de orkaanwind op het noordelijk halfrond tegen de klok in om het oog van de orkaan. Op het zuidelijk halfrond draait de wind met de klok mee om het oog van de orkaan. Het oog van de orkaan is de plek waar het vrijwel windstil is. Er zijn veel verschillende benamingen voor een orkaan; in Amerika noemen ze het een Hurricane wat afgeleid is van "Huracan", de naam van de God van de wind en vernietiging bij Indianen in het Caraïbisch gebied. In het Spaans is het Huracán. In Azië spreekt men bij hetzelfde verschijnsel van een taifoen / tyfoon of cycloon. In de Arabische zee, Baai van Bengalen, Zuidelijke deel van de Indische Oceaan wordt het een cycloon genoemd en in de Chinese zee, Noordwestelijke deel van de oceaan wordt het een tyfoon genoemd. Er wordt vaak gedacht dat men in Australië een tropische cycloon Willy-willy noemt, maar dat is niet waar. Een Willy-willy is de Aboriginal naam voor wind- of stofhoos of in het engels: dust devil. In Australië heet een orkaan eigenlijk gewoon een Tropical Cyclone.

Hoe ontstaat een orkaan?
Orkanen ontstaan eigenlijk door slechts drie aspecten: water, warmte en wind. Als die drie aspecten met elkaar gecombineerd worden, ontstaat er een orkaan.
Orkanen ontstaan alleen op zee. Als ze eenmaal op het land aankomen gaan ze langzaam ‘dood’. Wel neemt het aantal windvlagen toe. Vandaar dat je weken na de orkaan nog kan voelen dat er een orkaan is geweest. Vooral bij subtropische wateren komen orkanen voor. Dat komt vooral omdat het water van de zee daar warmer is als bijvoorbeeld de Noordzee. Het water is daar meestal hoger dan 25 graden Celsius, waardoor er waterdamp ontstaat. Als die waterdamp dan opstijgt ontstaat de Cumulonimbuswolk.
De orkaan van binnen gezien
Dit is dus het begin van een orkaan. Het enige wat we nu nog nodig hebben is wind, om de orkaan te laten bewegen en te laten draaien.
Maar hoe ontstaat wind dan?
De kracht van de wind in een bepaald gebied wordt bepaald door de verschillen in het hoge- en lagedrukgebied. Als die verschillen over een grote afstand klein zijn zal het weinig waaien en dan maakt het niet uit of de luchtdruk in dat gebied hoog of laag is. Als het hoge- en lagedrukgebied dan met elkaar botsen ontstaat er wind. Door die wind gaat de Cumulonimbuswolk dan draaien en is de oorkaan geboren.
Cumulonimbuswolk.
De meeste orkanen ontstaan dichtbij de evenaar, zo tussen de 5 en 20 graden noorder- of zuiderbreedte. Dit komt omdat daar de temperatuur van het zeewater hoog genoeg is. Het water moet namelijk een temperatuur hebben van 27 graden Celsius of hoger. Vaak wordt gedacht dat er meer niet nodig is maar dat is niet waar. Er moet ook voldoende nieuwe warme lucht van boven de zee kunnen aanzuigen. Dat is de reden dat er in de Middellandse Zee, Perzische Golf en de Rode Zee geen orkanen kunnen ontstaan, terwijl daar de temperatuur van het zeewater in de zomer ook ver boven de 27 graden Celsius komt. Verdampend zeewater is de energie van de orkaan, maar als dat verdampte water niet weg kan stromen kan er dus geen orkaan ontstaan. Het gecondenseerde( verdampte) water kan dan niet gaan draaien. En zonder draaien ontstaat er geen wind daar. Doordat het water is verdampt, ontstaat er naast de harde wind ook veel neerslag en onweer. Dat onweer ontstaat weer door de lage luchtdruk die in de Cumulonimbuswolk ontstaat. Er wordt alleen wel 2,5 % van de energie gebruikt om de Cumulonimbuswolk aan het draaien te maken. Weetje: Een gemiddelde orkaan bevat een hoeveelheid die gelijk is aan 5 maal het totale energiegebruik van de hele mensheid in 1990.
Door het corioliseffect ( dit is de natuurlijke afwijking naar links of rechts die wordt veroorzaakt door de draaiing van de aarde) gaat de orkaan nog harder draaien. Dicht bij de evenaar, zo’n 0 tot 5 graden noorder- of zuiderbreedte, kunnen geen orkanen ontstaan. Het corioliseffect is daar te zwak en soms zelfs helemaal niets. De atmosfeer boven de orkaan moet wel onstabiel zijn. Dit is nodig want anders verandert de wind te veel van hoogte. Ze ontstaan daarom ook in zogehete ‘easterly waves’, dat zijn plekken op de aarde waar al storingen aanwezig zijn voordat het water condenseert. Een orkaan uit het Caribisch gebied ontwikkelt zich meestal in Afrika ten zuiden van het subtropische hogedrukgebied bij de Azoren. Door de stroming van de oceaan drijft de orkaan zich dan naar het Caribisch gebied.
Een orkaan bestaat natuurlijk uit lagen. De eerste laag van een orkaan die je dus altijd als eerste tegenkomt is een laag die ronddraait. De tweede is weer een laag die niet ronddraait maar stijgt. De derde laag draait weer rond enz. De draaiende lucht is dus een soort gevolg van de stijgende lucht. Warme lucht is namelijk lichter dan koude lucht en stijgt dus omhoog. Als die warme lucht dan botst met de koude lucht (zoals we hebben verteld in deelvraag 1) ontstaat dus die draaiende lucht. Die zorgt voor de ernstige gevolgen.
In het oog is het windstil. Dat is zeg maar het centrum van de hele orkaan. Sommigen zien het ook als de as van een orkaan, want de rest draait er allemaal omheen. Hier zie je een illustratie om het allemaal een beetje duidelijker te maken.
De orkaan door gesneden
De Dense Overcast is de laag die de hele orkaan omvat. Die laag draait net als de andere lagen erg snel rond. Je ziet dat er veel regenbanden in de orkaan verwerkt zitten.
Hier een mooie afbeelding van een echte orkaan van dichtbij. Je ziet de lagen nu beter.
De schaal
Je hebt verschillende schalen wat orkanen betreft. De ene geeft de windkracht weer en andere schalen hebben het over F1, F2, enz.
Als eerste hebben we de schaal van Fujita. Deze schaal ziet er als volgt uit:
De schaal van Fujita:
schaalcijfer benaming km/u schade
F0 zwak 64-117 enige lichte schade
F1 matig 118-179 lichte schade aan auto's enz
F2 krachtig 180-253 aanzienlijke schade
F3 zwaar 254-332 zware
schade
F4 verwoestend 333-419 zeer zware schade
F5 ongelooflijk 420-512 catastrofaal
Er zijn orkanen die sneller dan 512 km/u gaan, maar de apparatuur kan dat niet meer meten.
Je ziet dat deze schaal vooral gebruikt maakt van getallen zoals, F1 en zelfs F5. Deze schaal wordt eigenlijk niet veel gebruikt bij orkanen, maar wordt meer gebruikt bij tornado’s.
De tweede schaal wordt vaker gebruikt dan de schaal van Fuijta. Deze noemen we de schaal van beaufort. Deze schaal maakt meer gebruik van windkrachten of de windsnelheid. Zie de volgende bladzijde.
De windkracht wordt gemeten met de schaal van Beaufort:
schaalcijfer km/u gevolgen
0 <1 windstil
1 1-5 flauw en stil
2 6-11 flauwe koelte
3 12-19 lichte koelte
4 20-28 matige koelte
5 29-38 frisse bries
6 39-49 stijve bries
7 50-61 harde wind
8 62-74 stormachtig
9 75-88 storm
10 89-102 zware storm
11 103-117 zeer zware storm
12 >117 orkaan
Dan hebben we ook nog de cycloon, een orkaan op het water. Deze wordt gemeten met de schaal van Saffir & Simpson:
categorie druk hPa km/ u stormvloedhoogte schade
1 >980 118-152 1,2 - 1,6 m minimaal
2 965-979 153-176 1,7 - 2,5 m licht
3 945-964 177-208 2,6 - 3,7 m groot
4 920-944 209-248 3,8 - 5,4 m zeer groot
5 <920 >248 >5,4 m catastrofaal

Waar komen de orkanen het meest voor?
Orkanen komen vaak voor in de gebieden tussen de keerkringen (elk van beide denkbeeldige cirkels evenwijdig aan de evenaar, die de warme luchtstreek begrenzen; tussen de keerkringen in zijn de tropen), maar niet té dicht aan de evenaar, omdat daar het corioliseffect te zwak is. Het Corioliseffect is het verschijnsel dat voorwerpen, maar ook lucht en water, die bewegen over het aardoppervlak een afwijking naar links of naar rechts krijgen ten gevolge van de draaiing van de aarde. Altijd als een draaiende observator een voorwerp bekijkt dat niet mee versnelt moet met dit effect rekening gehouden worden. Op dit plaatje zie je de plaatsen waar de meeste orkanen voorkomen. Op dit plaatje is ook goed te zien dat er vlak bij de evenaar(=equator) niet vaak orkanen voorkomen.
1. Noord-Atlantische Oceaan, Golf van Mexico en Caribische Zee
2. Noordoostelijke Stille Oceaan (van Mexico tot de datumgrens)
3. Noordwestelijke Stille Oceaan (van de datumgrens tot Azië, inclusief de Zuid-Chinese Zee
4. Noordelijke Indische Oceaan met de Golf van Bengalen en de Arabische Zee.
5. Zuidwestelijke Indische Oceaan van Afrika tot 100 graden oosterlengte
6. Zuidoostelijke Indische Oceaan/omgeving Australië van 100 tot 142 graden oosterlengte
7. Zuidwestelijke Stille Oceaan tot Australië, van 142 graden oosterlengte tot 120 graden westerlengte.
In welk deel van het jaar komen de orkanen het meest voor?
In de gebieden zelf zie je ook nog een verschil; het gebied heeft en een lichte kleur en een donkere kleur( =zie bijv. bij pijl). Dat wil zeggen dat daar in verhouding meer orkanen voorkomen dan in het andere gedeelte van dat gebied. Hierbij valt op dat die donkere gebieden in het algemeen dichter bij de evenaar liggen als de wat lichter gebieden. Dus bij de gebieden waar het water dus nog iets warmer is. In uitzonderlijke gevallen ontstaan tropische stormen boven minder warm zeewater (22-23 graden voorbeeld: Olga 2001 en Vamei 2001) of vlak boven de Evenaar.
Er zijn een aantal periodes waar veel orkanen voorkomen. Die periodes worden orkaanseizoenen genoemd. Het orkaanseizoen valt eigenlijk altijd in de herfst en in delen van de zomer en winter. In de tabel van hieronder kun je duidelijk zien dat de actiefste maanden juli, augustus, september en oktober zijn. In die maanden zie je dat veel mensen gaan hamsteren, primaire levensmiddelen kopen in grote hoeveelheden voor als er eventueel een orkaan aankomt die grote schade aan zou richten, en extra oplettend zijn als het harder gaat waaien want dan haalt iedereen gelijk alle planten enz naar binnen (eigen ervaring)
Oceaandeel Orkaanseizoen Actiefste maanden
Noord Atlantische Oceaan 1 juni - 1 december aug, sep, okt
Zuid Atlantische Oceaan Geen zeer zeldzaam
Noordwest Stille Oceaan 1 mei - 1 januari jul, aug, sep, okt
Zuidwest Stille Oceaan 1 december - 1 april jan, feb
Noordoost Stille Oceaan 1 juni - 1 december aug, sep
Zuidoost Stille Oceaan 1 december - 1 april jan, feb
Noord Indische Oceaan 1 mei - 1 juli / 1 sept - 1 dec mei, jun, sep, okt
Zuid Indische Oceaan 1 december - 1 mei jan, feb, mrt, apr
Dit zijn natuurlijk wel de standaard tijden, maar er zijn ook nog andere jaargetijden mogelijk, het is namelijk mogelijk dat er een orkaan ontstaat terwijl de temperatuur van het water geen 27 graden Celsius is maar 23 graden Celsius. Hoe dit kan is onduidelijk en daar zijn onderzoekers het niet over eens, maar je kan het wel tot een bepaalde tijd benoemen. Bijv. in 2001, toen waren de orkanen Olga en Vamei er. Dit is natuurlijk erg opvallend, want in het jaar de voor en er na was er geen orkaan die was ontstaan uit water met maar 23 graden Celsius. In de tabel is ook goed te zien dat de plaats in de oceaan nogal verschil kan maken. Dit heeft vooral te maken met de afstand naar de evenaar. In jaren met sterke El Niño’s zijn er weinig orkanen in de Atlantische Oceaan en juist veel in het westelijke deel van de Stille Oceaan. In gebieden waar de moesson voorkomt (Zuid-Chinese Zee en de Noord-Indische Oceaan en Arabische Zee) ontstaan ze alleen tijdens het begin en het einde van de moesson. April en november zijn dus beruchte maanden voor die gebieden.
De orkanen op een rijtje
Alle orkanen krijgen een naam, zodat als er over een orkaan wordt gepraat je kan weten welke orkaan het is. Dus eigenlijk om verwarring te voorkomen. De eerste orkaan van het jaar krijgt altijd een naam met een A, de tweede met een B enz. Vroeger gaven ze in de VS de orkanen namen van goden, meestal van de indianen. Daarna ( rond1900 ) gaven ze heel lang alleen meisjesnamen, omdat mannen te superieur zouden zijn om zo iets als een orkaan te kunnen verzinnen. Ze gaven dus eigenlijk de schuld aan de vrouwen. Sinds 1979 worden er ook jongensnamen gebruikt. De namen worden om de 6 jaar opnieuw gebruikt, tenzij het een dodelijke orkaan was, die naam wordt afgeschaft. Dit zijn een paar dodelijke orkanen:
Andrew (1992) Gilbert (1987) Hugo (1988) en Joan (1988).
Dit zijn de namen die ze tot 2000 gebruikt hebben in de Noord Atlantische Oceaan, het Caraïbisch gebied, en de Golf van Mexico.
Alex Hermine Nicole Virgin
Bonnie Ivan Otto Watter
Charley Jeanne Paula
Earl Karl Richard
Frances Lisa Shaoty
George Mitch Thomas
En dit van het Oostelijke deel van de Stille Oceaan:
Agatha Howard Newton Winifred
Bonnie Isis Orlene Xavier Yolanda
Charley Javier Paine Zeke
Earl Kay Roslyn
Francess Lester Seymour
George Madeline Tina
Ook tropische cyclonen krijgen namen. Het bekendst zijn de jongens- en meisjesnamen, maar in landen als Korea, Thailand, Vietnam, China, Japan worden historische namen van goden ook wel gebruikt, zoals Prapiroon (Regengod), Wukong (Apenkoning) of Dianmu (Moeder van de Bliksem).
Orkanen in het Caribische gebied werden een aantal eeuwen lang aangeduid met de naam van de heilige van de dag waarop de orkaan optrad. Zo werd Puerto Rico op 26 juli 1825 aan het begin van een vroeg seizoen getroffen door de verwoestende orkaan Santa Ana (Sint Anna), op 13 september 1876 door hurricane San Felipe (Sint Phillip) en op 8 augustus 1899 door de Sint Cyriacus-orkaan. Toen er in 1928 op dezelfde dag opnieuw een orkaan toesloeg, werd dat San Felipe 2. Na de heiligennamen kwamen de geografische coördinaten, maar door de vaak wat moeilijkere namen gaf het aanleiding tot meer fouten.
De Australische meteoroloog Clement Wragge gebruikte aan het eind van de 19e eeuw als eerste meisjesnamen voor tropische stormen. In de Tweede Wereldoorlog werd dat gebruik van meisjesnamen in alfabetische volgorde de vaste methode. In 1978 kamen, na protest van feministische vrouwen, voor het eerst jongensnamen. Eerst alleen in het gebied van de Stille Oceaan voor de Amerikaanse westkust, een jaar later ook op de Atlantische Oceaan en in de Golf van Mexico. Voor stormen in de Atlantisch oceaan heeft de Wereld Meteorologische Organisatie zes namenlijsten van telkens 21 namen opgesteld. De naam van verwoestende orkanen die weergeschiedenis hebben geschreven en die men zich nog generaties lang kan heugen wordt van de lijst afgevoerd en vervangen door een nieuwe. Sinds 1954 is dat 67 keer gebeurd. De meest actuele voorbeelden zijn Dennis, Katrina, Rita, Stan en Wilma uit 2005 (die heb ik hieronder aangestreept), Charley, Frances, Ivan en Jeanne uit 2004, Fabian, Isabel en Juan uit 2003 en Isodore en Lili uit 2002. Om politieke redenen is ook de naam Adolph geschrapt.
Dit zijn de namen die ze hebben gebruikt in 2005: Arlene, Bret, Cindy, Dennis, Emily, Franklin, Gert, Harvey, Irene, Jose, Katrina, Lee, Maria, Nate, Ophelia, Philippe, Rita, Stan, Tammy, Vince, Wilma, Alpha, Bèta, Gamma, Delta, Epsilon, Zeta.
Het aantal van 21 namen is afgesteld op het gebroken record van 21 tropische stormen in 1933, indien er meer stormen een naam zouden verdienen, wordt het Griekse alfabet gebruikt.
De schade van een orkaan
De krachtigste orkaan die voorkwam is de Labor Day orkaan. Van 2 tot 5 september 1935 trok deze met windsnelheden van gemiddeld 320 kilometer per uur over Florida. De juiste windsnelheid was niet te bepalen want alle windmeetapparatuur werd vernield. De orkaan activeerde ten zuiden van Florida snel en vervolgde zijn weg over Georgia en South Carolina. Er vielen 423 doden en de zee steeg zes meter. De Amerikaanse weerdienst heeft gezegd dat met 892,3 hPa een nieuw luchtdrukrecord voor de Verenigde Staten was gevestigd.
Op 12 oktober 1979 daalde de luchtdruk tot 870 hPa bij de orkaan Tip. Tip naderde het eiland Guam op 500 kilometer. De orkaan was met een diameter van 2200 kilometer een van de grootste die is waargenomen. De temperatuur in het oog van de orkaan was dertig graden. De windkracht rond het oog liep op tot 306 kilometer per uur.
De orkaan die de meeste doden veroorzaakte was een orkaan waarvan de naam niet bekend is. In het jaar 1900 werd Galveston in Texas door een enorme stormvloed plat gewalst. Bijna 8000 mensen kwamen om het leven.
De meeste schade wordt veroorzaakt doordat de orkaan de van de zee weggaat en de kust bereikt. Daar is immers meer te ‘vernielen’ dan op zee. De meeste slachtoffers vallen door vloedgolven. Door de erg sterke wind van een orkaan reageren de golven daarop en worden die steeds groter en krachtiger, totdat ze op de kust neer slaan. Inhammen kunnen het vloedgolfeffect nog versterken: de Bathurst Hurricane veroorzaakte in 1899 in een baai in Australië een vloedgolf van maar liefst 13 meter!
Er kan ook ernstige schade ontstaan door de grote wateroverlast. Door de vele neerslag die de orkaan met zich meebrengt kunnen er veel overstromingen ontstaan.
En dan hebben we natuurlijk nog de krachtige wind die er heerst in een orkaan. Die wind kan ervoor zorgen dat zelfs auto’s en kleine schuurtjes van zijn plek komen!
Het broeikaseffect
Hier volgt een kleine krantenartikel uit de Telegraaf van dinsdag 20 sept 2005, over de orkaan Katrina:
Als er zonnewarmte naar beneden komt bereikt het de aarde. Maar als de zonnewarmte teruggekaatst wordt gebeurt er weer iets anders. De warmte wordt niet helemaal terug gekaatst, want er wordt ook warmte vastgehouden voor een lange tijd. Zo blijft de aarde warm.
Maar als er te veel gassen die ervoor zorgen dat de warmte steeds moeilijker weg kan. Deze gassen ontstaan bijvoorbeeld door fabrieken, auto’s enz. Dit verschijnsel lijkt een beetje op die van een broeikas, want daar gebeurt eigenlijk precies hetzelfde alleen dan op een kleinere schaal natuurlijk. Vandaar dat ze dit verschijnsel het ‘broeikaseffect’ genoemd hebben. Hier een illustratie om wat zaken te verduidelijken:
Dit noemen we het versterkt broeikaseffect. Dat heeft natuurlijk ernstige gevolgen voor de natuur. Hierdoor kunnen natuurrampen ontstaan zoals overstromingen.
Maar er zijn natuurlijk niet alleen negatieve gevolgen van het broeikaseffect. Er zijn ook positieve gevolgen. Hier volgt een artikel die dat nader uitlegt:
Artikel 1.
Het broeikaseffect is het effect dat de aanwezigheid van sommige gassen in de atmosfeer de temperatuur van de aarde hoger maakt dan bij een geringere hoeveelheid het geval zou zijn. Zonder het broeikaseffect zou de temperatuur op aarde volgens bepaalde theoretische modellen nu gemiddeld -18°C zijn, thans is zij 15°C. Hieruit blijkt dat er op aarde geen leven mogelijk is zonder het bestaande broeikaseffect.
Hieruit kunnen we dus opmaken dat er zonder het broeikaseffect eigenlijk geen leven mogelijk was op aarde. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het broeikaseffect in eens heel goed is voor de aarde.
Er zijn 4 factoren die het zorgen voor een versterkt broeikaseffect:
1. Meer broeikasgassen: Na de industriële revolutie zijn steeds meer mensen olie, gas en kolen gaan verbranden om energie te krijgen. Ook zijn er steeds meer gassen in de lucht gekomen doordat steeds meer mensen gingen autorijden. De bevolking groeit ook steeds sneller, en meer mensen betekent natuurlijk ook meer vervuiling.
2. Waterdamp: Hier een artikel om het nader uit te leggen:
Artikel 2.
De temperatuur stijgt als er meer broeikasgassen in de dampkring komen. Dan verdampt er natuurlijk ook meer water uit de oceanen. Water komt als waterdamp in de dampkring. Waterdamp kaatst warmte terug naar de aarde, zodat het dus warmer wordt. Maar er is nog meer met water en waterdamp. Sneeuw en ijs kaatsen meer warmte terug. Dan is het dus minder warm want de warmte blijft niet. Als de beide polen voor een deel smelten doordat het warmer wordt komt er dus meer water. En water houdt de warmte langer vast zodat het dus nog warmer wordt.
3. Ontbossing: Minder bomen overhouden is niet natuurlijk nooit goed, maar daar heeft het niet alleen mee te maken. Mensen verbranden ook hout, waardoor er weer koolzuurgassen vrij komen. Dat is natuurlijk ook niet goed voor het klimaat.
4. Na-ijleffect: Ook al doen we iets tegen het broeikaseffect, het zal nooit verminderen. De gassen blijven gemiddeld wel 100 jaar in de dampkring. Stel dat het mogelijk was om in eens met alle gassen te stoppen (wat natuurlijk niet mogelijk is), dan zal het versterkte broeikaseffect niet verminderen. Het zal alleen niet erger meer worden.
Je ziet dus dat er meerder factoren zorgen voor het versterkte broeikaseffect. Hier een grafiek om aan te geven het verloopt:
Methaan ontstaat vooral door het verbranden van kolen, olie, en gas. Na de industriële revolutie gingen steeds meer mensen dat gebruiken om energie te krijgen. Je ziet dat terug in de grafiek door de snelle toename van methaan.
CO2 is eigenlijk de echte boosdoener van het versterkte broeikaseffect. Vooral fabrieken en auto’s stoten deze gassen uit. Gelukkig stijgt deze gas minder snel als methaan, want deze gas is veel hardnekkiger.
Met N2O bedoelen we lachgas. Lachgas wordt ook vooral door auto’s uitgestoten. Deze gas is minder hardnekkig dan de andere gassen in de grafiek.
Al deze gassen zorgen voor een versterkt broeikaseffect. We wisten natuurlijk al dat het broeikaseffect zorgt voor het stijgen van het waterpeil. Dat komt doordat de langzame stijging van de temperatuur ervoor zorgt dat het ijs op de Noord- en Zuidpool langzaam gaat smelten. Hierdoor verdwijnt het ijs langzaam maar zeker en verandert in water.
Door de stijging van de temperatuur ontstaat er ook steeds meer neerslag in bepaalde gebieden. Hierdoor ontstaan er soms overstromingen.
Sommigen mensen denken dat het versterkt broeikaseffect er ook voor zorgt dat er meer natuurrampen in de vorm van orkanen en andere wervelstormen. In de volgende deelvraag gaan we daar verder op in.
Wat heeft het broeikaseffect er mee te maken?
We hebben een aantal bronnen geraadpleegd, en we zijn er achter gekomen dat er eigenlijk geen zinnig woord over te zeggen valt. Sommige deskundigen beweren dat het broeikaseffect niks te maken heeft met het toenemende aantal orkanen. Anderen zeggen juist weer van wel. Hier volgen een paar artikelen om het wat duidelijker te maken.
Artikel 1.
‘Volgens het Brits Meteorologisch Instituut (BMI) blijkt uit onderzoek dat klimaatsveranderingen geen effect hebben op het aantal orkanen. Orkanen volgen een ander ritme, aldus het BMI. De jaren ’40 en ’50 waren actieve decennia, de jaren ’70 en ’80 veel minder. Sinds 1995 ontstaan er weer meer stormen en orkanen.
Professor Peter Webster, hoofd van een team dat de oorzaken van het weer in de Amerika’s onderzoekt, spreekt het BMI tegen. Hij denkt dat de droogte en de stormen wél degelijk een gevolg zijn van klimaatsveranderingen. De oppervlakte van het zeewater moet boven de 27°C zijn, voordat zich lagedrukgebieden kunnen vormen. ‘en dat warme zeewater is een gevolg van het broeikaseffect,’ vertelde hij aan BBC News.’
Bron: http://www.noticias.nl/milieu_artikel.php?id=1005
Hieruit valt dus op te maken dat orkanen een heel ander ritme volgen en dus niets te maken heeft met het broeikaseffect. Terwijl Professor Peter Webster dat juist weer tegen spreekt en er een logische verklaring voor geeft. Hier volgt nog een ander artikel. Dit artikel geeft ook weer dat er verschillende theorieën zijn. (zie 1 en 2)
Artikel 2.
‘Toch staat de kennis over het klimaat nog steeds in de kinderschoenen, getuige het feit dat ook hier geen klip en klaar antwoord op valt te geven. Alweer zijn er verschillende theorieën. 1. Een ervan begint met de constatering dat door opwarming de oceanen warmer worden. Hierdoor ontstaat meer waterdamp. Vooral in tropische regionen kan dat leiden tot meer orkanen. Het klinkt simpel en logisch. 2. Maar dat geldt ook voor de concurrerende theorie. Die zegt dat extreme weersverschijnselen zoals orkanen vooral gedreven worden door het verschil in temperatuur tussen de evenaar en de tropen. Als het overal op aarde exact dezelfde temperatuur is, ziet het weer er somber stemmend saai uit.’
Bron: Elsevier van 4 okt 2005
We hebben dus nu alweer drie verschillende theorieën. De een zegt weer iets anders dan de andere.
Toch is er toch een deel waar van de verklaring van Professor Peter Webster. Hij beweert dat het aantal orkanen toe zal nemen. Maar er is nog een heel belangrijk punt dat veel mensen over het hoofd zien. Het kan natuurlijk ook leiden tot uitbreiding van de gebieden waar de orkanen voorkomen. Als de temperatuur langzaam zal stijgen, zal de temperatuur van het zeewater bij steeds meer gebieden hoger dan 27 graden Celsius komen te liggen. Bijvoorbeeld bij Brazilië, Marokko of zelfs Spanje!
Hier volgt weer een klein artikel waaruit we dit kunnen opmaken:
Artikel 3.
De hogere oceaantemperaturen kunnen ook de sporen van orkanen beïnvloeden, die de waarschijnlijkheid van orkanen verhogen die door de Caraïben volgen of landingsplaats op U. maken.S. het oosten kust. Hoewel zijn fenomeen niet zeer goed wordt begrepen, a spoor van ongebruikelijk diep en warm water schijnt om Katrina tot de Kust van de Golf rechtstreeks geleid te hebben toen het Louisiane en de Mississippi sloeg.
Velen beweren dat orkanen ontstaan door de zogehete ‘El nino’. El Nino heeft effecten op het weer in grote delen van de wereld. Deze effecten hangen sterk af van de plaats en van de tijd van het jaar. Temperatuur effecten zijn er in vrijwel alle tropische gebieden. Deze periode zorgt ervoor dat de temperatuur van de zee en andere wateren hoger ligt dan het gemiddelde. Hierdoor ontstaan er dus sneller orkanen die dan meestal ook grootschaliger zijn dan normaal. Er zijn mensen die denken dat door een broeikaseffect het aantal El Nino’s toeneemt. Andere denken juist weer dat het aantal El Nino’s door het broeikaseffect vermindert.
Artikel 4.
El Niño, Spaans voor 'het kerstkind', is een vrij onschuldige naam voor een natuurverschijnsel dat in grote delen van de wereld regelrechte rampspoed veroorzaakt. Van stortregens en overstromingen aan de westkust van Zuid-Amerika tot extreme droogte en hongersnood in Australië, Indonesië, India en Afrika. Zelfs het weer in Europa verandert tijdens een El Niño, ontdekten Nederlandse oceanografen enkele jaren geleden.
Bij het KNMI in De Bilt vinden ze dat El Niño er in de media, en daarmee bij het grote publiek, nogal beroerd vanaf komt. Het verschijnsel is bijna synoniem voor tornado's, orkanen, stortregens, overstromingen, extreme droogtes, mislukte oogsten en bosbranden. "El Niño krijgt van ongeveer alles de schuld", zegt oceanograaf Geert Jan van Oldenborgh licht verontwaardigd. "Van de ondergang van Napoleon tot de opkomst van Hitler. En als het niet door El Niño komt, ligt het wel aan het broeikaseffect. Onzin, natuurlijk. El Niño is niet goed of slecht. Het is een natuurfenomeen dat er gewoon bijhoort."
Conclusie
We hebben eigenlijk geen antwoord op de hoofdvraag kunnen geven. Door de vele verschillende theorieën (zie de deelvraag hiervoor) is het voor ons onmogelijk dat we daar antwoord op geven. We kunnen natuurlijk de voor- en tegenargumenten tegen elkaar afwegen, maar dan heb je misschien kans dat de informatie die het meest betrouwbaar lijkt eigenlijk helemaal niet betrouwbaar is. Als wij dan toch een theorie zouden geven, zou het eigenlijk een eigen mening worden en geen onderzoek. We zouden dan eigenlijk werken naar het bevestigen van onze eigen hypothese, in plaats van te werken naar het beantwoorden van de hoofdvraag.
Onderzoeksmethode
Wij hebben gekozen voor een literatuurstudie, omdat je aan een enquête of zo iets niks heb.
We hebben op het internet gezocht naar verschillende beredeneringen of uitleg. Hier bij zijn we toen ook tot de conclusie gekomen dat er heel veel verschillende soorten zijn. Bij het verwerken van de informatie hebben we meestal een tussenweg gekozen. Behalve bij een aantal deelvragen niet! Hier hebben we duidelijk laten zien dat we er niet uit kunnen komen omdat er gewoon te veel verschillende manieren zijn. Verder hebben we ook het KNMI gecontacteerd, maar die hebben laten weten niks te kunnen bijdragen zonder een vergoeding. Alles wat zonder bijdrage te verkrijgen is staat namelijk allemaal ook op de site.
Logboek
13 sept Afgesproken in de mediatheek om het onderwerp te bespreken 1 uur
15 sept Eerst zijn we naar meneer Dooren te gaan om advies te vragen over de deelvraag 1 uur
15 sept Daarna zijn we naar de mediatheek te gaan om onze hoofdvraag te bedenken 1,5 uur
20 sept We hebben weer in de media afgesproken. We hebben hoofdvraag vast gesteld en nagedacht welke kant we op wilde. 2 uur
22 sept We gebrainstormd over het onderwerp en de hoofdvragen. Ook hebben we al een paar deelvragen bedacht. 1 uur
27 sept We hebben alle deelvragen verzonnen en alvast over de hypothese nagedacht. 2 uur
29 sept We hebben de hypothese uitgeschreven en de deelvragen vastgesteld. 2 ½ uur
3 okt We zijn met onze deelvragen naar meneer Dooren gegaan om ze af te laten tekenen kwartier
4 okt We hebben de hypothese verder uitgeschreven. En we hebben de deelvragen onder elkaar verdeeld. 1 uur
11 okt. We zijn alvast op het internet gaan kijken voor informatie voor onze deelvragen. 2 uur
Herfstvakantie We hebben allebei veel informatie verzameld voor onze deelvragen. Hier hebben we allebei veel tijd ingestoken Allebei 4 uur = 8 uur
27 okt Door een roosterwijziging bij Stephanie konden we niet meer op woensdag afspreken. We hebben hier naar onze informatie gekeken hoeveel we hadden verzameld. 2 uur
3 nov We hebben gekeken wat we allemaal wel of niet konden gebruiken. 1 uur
7 okt In een tussen uur hebben we alvast aan onze deelvragen gewerkt 1 uur
13 okt Na drie uur hebben we weer aan onze deelvragen gewerkt. 2 uur
2 dec We hebben dit weekend allebei een deel van onze deelvragen uitgewerkt. Allebei 4 uur = 8 uur
10 dec We hebben onze deelvragen weer verder uitgewerkt Allebei 3 uur = 6 uur
15 dec We hebben elkaar geholpen met moeilijke deelvragen en veel deelvragen uitgebreid. 3 uur
18 dec We zijn de eerste twee uur gewoon naar school gegaan om onze deelvragen en conclusie af te maken. 2 uur
20 dec Cindy heeft alles in elkaar gezet in uitgeprint. 2 uur
49,25
Bronnenlijst
• Encarta jeugd en volwassen
• www.wikipedia.nl
• www.nos.nl/jeugdjournaal/uitleg
• www.keesfloor.nl/artikelen
• www.kennislink.nl
• www.knmi.nl
• Mediatheek.thinkquest.nl
Nawoord
Wij willen meneer van Dooren bedanken dat hij ons wil helpen met het maken van het profielwerkstuk. Wij vonden het een erg leerzame, maar heel moeilijk onderwerp dat we hadden gekozen. Er was namelijk heel veel verschillende informatie over een dezelfde deelvraag. Dit heeft er voor gezorgd dat we er ook heel veel tijd in hebben gestoken. Ook hebben we als tegenslag gehad dat Stephanie een roosterwijzing kreeg, waardoor we niet meer op woensdag het 6e uur konden afspreken. Verder is er niet echt iets tegengevallen, alleen het feit dat we ons hadden verkeken op de tijd die uiteindelijk aan zo’n profielwerkstuk wordt gewerkt. Die blijkt veel groter te zijn dan wij eigenlijk dachten.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

Best een mooie opdracht,
maar een enkele dingen kloppen niet..
ik wil niet te kritisch overkomen maar jullie praten in veel gevallen over Tornado's en dat zijn toch echt hele andere verschijnselen dan Orkanen.
Bijv. :
de Fujita ,van Ted Fujita, schaal, dit is NIET gemaakt om Orkanen in te delen, enkel en alleen voor Tornado's. De Saffir-Simpson schaal is wel de schaal om Orkanen in verschillende kracht en vernietiging in te delen. Ook zijn Dust Devils inderdaad Stof- of windhozen, maar dit zijn ook weer zwakke Tornado's en niet Orkanen. Net als Willy-Willy's. De rest klopt wel, maar hierdoor kun je toch een flinke aftrek krijgen..

10 jaar geleden

S.

S.

HAHA mijn vriendin doet er echt hele lessen over om een stukje te vinden over waar orkanen het meest voorkomen en ik heb het binnen 1 minuut gevonden! GE-NI-AAL

10 jaar geleden

D.

D.

Wel leuk stukje, maar voor een PWS?? beetje matig.. en zeggen dat wikipedia een bron is?? dan kan je net zo goed zeggen: "bron: internet"

9 jaar geleden