Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Profielwerkstuk over alle aspecten van tabak met de focus op antirookbeleid

Beoordeling 5.6
Foto van Nout
  • Profielwerkstuk door Nout
  • 4e klas havo | 17519 woorden
  • 11 juni 2018
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Inleiding



Dit is een verslag van het roken over een grotere tijdsspanne. We zullen het verleden van de tabakswaren behandelen maar de focus zal liggen op hoe we nu en in de toekomst moeten omgaan met de tabakswaren. Er zijn de laatste jaren keiharde maatregelen getroffen om het aantal rokers terug te brengen: standaard labels, waarschuwingen¨roken is dodelijk¨ en de smerige plaatjes die we allemaal kennen van de verpakkingen. Maar ook niet te vergeten: roken is duur want de accijnzen zijn de laatste jaren opgekropen tot wel 75% van de verkoopprijs.



Of je het nu leuk vindt of niet de tabakswaren voorzien allemaal in een menselijke behoefte – rust in het hoofd. De campagnes tegen de tabakswaren lijken dan ook het maximale te hebben bereikt. Hoewel het roken allang al niet meer stoer is en het als verslaving steeds minder geaccepteerd is, blijft het aantal rokers in Nederland de laatste jaren stabiel op 25% van de totale bevolking zitten. We kunnen de antirokencampagnes bedanken voor dit effect maar meer zullen ze niet hebben. De stress die het dagelijks leven met zich meebrengt voor veel mensen zal hen blijven verleiden tot de sigaret. Dat dit altijd al een menselijke behoefte is geweest blijkt wel uit het feit dat indianenstammen al 2000 jaar geleden tabak pruimden.



Om het aantal rokers nog verder te laten afnemen zeggen sommigen dat je de behoefte moet wegnemen. Dit betekent dat mensen op andere manieren met stress moeten leren omgaan dan het opsteken van een sigaret. Ook zou het helpen om sigaretten op minder plekken aan te bieden - nu worden sigaretten verkocht op meer plekken dan brood.



De tabaksindustrie zegt dat zolang er behoefte is er kan worden gewerkt aan innovatieve producten die de schadelijkheid van roken kunnen beperken of een andere manier bieden die hetzelfde effect heeft. Vooral Phillip Morris, bekend van onder meer de merken Marlboro en Pall Mall is hier mee bezig. Zo produceert het bedrijf al sisha en de e-sigaret Snoke. Voor klanten die het toch het liefst bij de normale sigaretten houden heeft het bedrijf ook een oplossing: een apparaatje dat de tabak verhit maar niet verbrandt waardoor de rook wel vrijkomt maar minder zware stoffen zoals teer meeneemt. Tegenstanders zeggen echter dat Phillip Morris het roken normaal wil houden en dat veel van deze producten slechts een opstapje zijn naar het ¨echte¨ roken.



Wat ga ik onderzoeken en hoe?




  • Deelvraag 1: hoe werd roken een massale verslaving?

    In deze vraag behandel ik hoe het roken verspreid en later gecommercialiseerd is.

  • Deelvraag 2:hoe schadelijk is het roken voor de gezondheid en hoe moeilijk is het om te stoppen voor rokers?

  • Deelvraag 3: Wat zijn de verschillende producten van de tabaksindustrie en wat doen ze om hun producten verslavend te maken?

  • Deelvraag 4:wat zijn de gevolgen van de tabaksteelt en industrie voor de landen waar het plaatsvindt en hoe zijn de omstandigheden voor de mensen die erin werken.

  • Deelvraag 5: hoe legaal is de tabaksindustrie en hoe verhoud dat zich tot illegale tabakswaren?

  • Deelvraag 6: hoe werkt het antirookbeleid(of het ontbreken daarvan) uit in verschillende landen?

  • Hoofdvraag: wat is de beste aanpak om het roken tot een minimum terug te brengen? Welk land doet het best?

  • Extra: wat vinden de betrokken partijen er zelf van? Hoe ziet de tabaksindustrie hun toekomst? En ik spreek met een verstokte roker.



Hoofdvraag: kan het aantal rokers worden teruggebracht tot onder de 25%.



Hypothese

Ik denk dat het aantal rokers kan worden teruggebracht tot onder de 25% maar we zullen hiervoor wel eerst de macht van de tabaksindustrie moeten breken.



Deelvraag 1:hoe werd tabak zo`n groot product?



Lang vóór de Europeanen hadden de indianen de tabak al ontdekt. Aan de monding van de Amazone zou al tabaksgebruik zijn geweest rond 6000 tot 4000 jaar v.C. Ze zouden rond het begin van onze jaartelling met het roken zijn begonnen. Wat hierop wijst zijn rotstekeningen die in Mexico zijn gevonden. De tekeningen zijn gemaakt door Maya indianen rond het jaar 750. Ook de indianen hadden al verschillende manieren ontdekt om tabak te consumeren: snuiven, roken, drinken en zelfs met een pleister. Noord-Amerikaanse stammen gebruikten bundels tabaksbladeren als handelswaar en rookten in bundels. De stammen geloofden dat het inademen van tabaksrook hen in staat stelde om in contact te komen met de schepper. Tabak werd ook medicinaal gebruikt bijvoorbeeld als pijnstiller bij oor- en tandpijn. Buiten het Amerikaanse continent was de tabaksplant ook bekend in Australië.



De allereerste Europeanen die de tabaksplant aantroffen in Amerika waren Christoffer Columbus en zijn bemanningsleden. Op 28 oktober 1492 kwamen ze aan op Cuba. Hier troffen ze tabak aan. Een bijgevolg was dat zeelui eerder dan andere Europeanen rookten. De eerste roker van Europa Rodrigo de Jerez (ook een metgezel van Columbus) heeft de reputatie de eerste roker van Europa te zijn geweest. Dit kwam hem duur te staan want de inquisitie vond het heidens en sloot hem er zeven jaar voor op. In die tijd maakte tabak een snelle opkomst in Europa. Aan tabak werd net als bij de indianen geneeskrachtige werking toegedicht. De Fransman Jean Nicot die als afgezant van Frankrijk dicht bij de Portugese koning stond, heeft bijgedragen aan de bekendheid van het roken. Dankzij zijn adviezen zou het gebruik van tabak zich onder de hogere adellijke kringen in Europa snel verspreiden. In 1571 werd er zelfs een boek geschreven door de Spaanse dokter Nicolas Monardes waarin werd beweerd dat tabak diende als geneesmiddel voor wel 36 ziektes.



Tabak werd pas echt populair in Europa als genotsmiddel. De Brit Walter Raleigh zou hier veel aan hebben bijgedragen. Hij was bekend als dichter, zanger en zakenman. Ook stichtte hij de kolonie Virginia waar veel tabak zou worden geproduceerd voor de toenemende vraag in de 17e en 18e eeuw. In deze tijd ging het vooral over pruim- en snuiftabak. Niet iedereen hield indertijd van de nieuwe tabaksproducten. De kerk vond het heidens en in Rusland en het Ottomaanse rijk stonden zelfs lijfstraffen op het gebruik van tabak.



De tabak kwam eerst uit Zuid-Amerika. De Spanjaarden wilden die handel controleren. Dit lukte ze op termijn niet omdat de tabak steeds meer werd verbouwd op het Europese platteland in schuren. Om de tabak te drogen werd er vuur in de schuren gestookt wat soms leidde tot brand.



En toen kwam de sigaret. Vóór 1800 waren er al verschillende tabaksproducten op de markt gekomen waaronder snuif- en pijptabak. Echt een massaal product was tabak nog niet geworden. Losse tabak was wel betaalbaar geworden voor de gewone man maar het was toch nog steeds erg duur. De vroege tabaksverslaafden moesten dan ook vaak andere behoeftes onderdrukken (bv: lekker eten) om tabak aan te kunnen schaffen. Ook waren er medicinale gebruikers maar die markt was beperkt in omvang. Ook was pijproken of pruimen voor veel mensen in die tijd gewoon teveel gedoe.



De sigaar maakte hier een einde aan. Want het roken van een sigaar was hartstikke schoon en makkelijk. Je stak hem gewoon in je mond en stak hem aan de andere kant aan voor een heerlijk gevoel. Eerst werden sigaren thuis gemaakt, door de toenemende vraag ontstonden hele sigarenfabrieken. De fabrieken maakten de sigaren steeds dunner en omstreeks 1840 ontstond de sigaret.



Een aanleiding waardoor het roken in Europa plotseling snel verspreidde was de Krimoorlog van 1853 tot 1856. Soldaten aan beide zijden hadden veel stress en verdrongen dit vaak met de nieuwe goedkope sigaretten. Toen de oorlog voorbij was namen de soldaten de gewoonte om sigaretten te roken mee naar huis. Sigaretten werden ook gebruikt als pijnstiller in de Krimoorlog, hoe meer iemand al gerookt had hoe kleiner het effect was.



In 1880 werd door de sigarenfabrikant James Buchanen Duke de sigarettenrolmachine uitgevonden die 200 sigaretten per minuut kon draaien. In 1925 kwam de sigaret tot stand zoals wij hem nu kennen: het filter werd uitgevonden door de Hongaar Boris Aivaz.



Bij de eerste wereldoorlog komt er een echte boom van sigaretten: door de filters zijn ze beter dan voorheen en door de massaproductie kunnen soldaten er veel kopen voor weinig geld. Een grote kettingroker uit de eerste wereldoorlog was Adolf Hitler.



Al in 1927 werd een relatie gelegd tussen het massale roken en de plotseling veelvoorkomende longkanker. In Amerika en de meeste Europese landen werd het onderzoek weggewuifd. De tabaksfabrikanten reageerden op het verwijt door spotjes te maken waarin doctoren het roken juist aanrieden. In nazi-Duitsland wordt wel actie ondernomen: Hitler heeft er tabak van en stopt. Voor de bescherming van het Arische ras worden de eerste antirookcampagnes in nazi-Duitsland gevoerd.



In de rest van de wereld werd roken steeds normaler. Het was heel normaal als leraren voor de klas rookten en er werden sigaretten weggegeven bij de kapper. Roken werd steeds meer voorgesteld als een sociaal gebeuren: het was gezelliger aan tafel met een sigaret beweerden tv-spotjes. Het handige aan het roken was dat je samen iets te doen had zonder al te veel inspanning.



In de jaren 50 vielen de slechte effecten van roken op het lichaam niet meer te ontkennen. Longkanker was namelijk een wel heel veel voorkomende ziekte geworden. De Britse epidemioloog Richard Doll legde het verband tussen longkanker en roken officieel vast. Ook toonde hij aan dat roken het risico van hart- en vaatziekten flink vergrootte.



De tabaksfabrikanten schoten in de stress want wat ze eerst nog konden ontkennen, was nu onweerlegbaar bewezen: roken is dodelijk. De tabaksindustrie wist geen goed antwoord op de aantijgingen en de reclamecampagnes gingen voortaan over wat de minst slechte sigaret was. Zo adverteerde de tabaksfabrikant R.J Reynolds met het merk Camel, dat minder last aan je keel zou veroorzaken. Het kwam slap over en mensen trapten er niet in: het aantal rokers in de V.S daalde. Maar dit was nog niet het einde van de sigaret: er zou nog een flinke piek van het aantal rokers komen in de jaren `60 en `70.



Dit kwam omdat roken verbonden werd met lifestyle. De fabrikant die hiermee begon was het indertijd nog kleine Phillip Morris inc. met het merk Marlboro. In de Marlboro commercials werd een hardwerkende cowboy getoond die ook van het leven kon genieten met een sigaretje. Dat dit pure onzin was omdat cowboys tabak pruimden maakte niet uit. Het sloeg aan omdat veel mensen zich konden associëren met de ¨Marlboro man¨ zoals de cowboy werd genoemd. Het merk Marlboro en de tabaksproducent Philipp Morris werden dan ook binnen twee jaar de grootste ter wereld en zijn dit tot op de dag van vandaag nog.



Gedurende de jaren 60 en 70 zagen andere fabrikanten ook het succes van de Marlboro man in te zien en ook zij begonnen hun sigarettenmerken te verbinden met een lifestyle zo kwamen er sigaretten van het merk Glamm met chocolade en vanillesmaakjes die zich richtte op vrouwen die volgens de reclames beter sigaretten met smaakjes konden ro ken dan echte chocola eten omdat ze daar dik van werden.



Deelvraag 2: wat zijn de gezondheidseffecten van roken?



Sinds begin jaren '60 is vastgesteld dat regelmatig roken verband houdt met een sterk verhoogde kans op longkanker is er nog een waslijst aan door ziektes en kwalen bijgekomen waar roken toe kan leiden. Het eerste wat er bij kwam was COPD wat aanvoelt als een constant gebrek aan lucht, later kwamen er nog blindheid, impotentie, keelkanker, etc. bij. Ik ben zelf geen medisch expert maar in dit stuk probeer ik in tijdsfasen van hoe lang je al rookt uit te leggen wat de risico`s zijn en welke effecten het roken al heeft op je lichaam.



Als je je eerste sigaret rookt ga je onmiddellijk over je nek. Veel mensen roken hun eerste sigaret om stoer te doen dus proberen ze het nog een keer want over je nek gaan is niet bepaald stoer. Een andere reden die wordt genoemd door beginnende rokers om hun tweede sigaret op te steken is dat ze het toch ergens wel een lekkere smaak proefden(surprise, surprise dit is precies de bedoeling van de tabaksindustrie lees hiervoor het kopje verheerlijken van tabak). Deze twee sigaretten hadden ze beter niet kunnen opsteken: keelhaartjes die normaal als filter dienen voor voedsel zijn erg fragiel en raken al na de eerste sigaret erg beschadigd.



Als je het laat bij een of twee sigaretten laat is er niets aan de hand en herstellen de keelhaartjes. Vaak laten de jonge beginnende rokers het er niet bij want in een pakje zitten sigaretten. Zo nu en dan roken ze er stiekem een en elke keer treed er meer gewenning op, na een pakje kunnen er al verslavingsverschijnselen optreden. Als het pakje is opgerookt zijn je keelhaartjes eigenlijk allemaal kapot.



De meeste mensen die al een pakje hebben gerookt vinden het niet meer vies en kopen een tweede pakje om het nog een keer te "beleven". Het eerste effect van roken op je gezondheid is het constante idee dat je er weer een sigaret wil roken. Je lichaam wil de nicotine hebben en op steeds meer plekken begin je te denken aan roken. Eerst rook je een sigaret per dag om de nicotine verslaving te voorzien later treed er gewenning op en moet je steeds meer roken om hetzelfde effect te krijgen. Mensen die al jarenlang roken roken dan ook gemiddeld 15(!) sigaretten per dag.



Wanneer je eenmaal helemaal verslaafd bent aan de nicotine en je rookt al een aantal sigaretten per dag dan is het eerste wat achteruitgaat je smaakvermogen. Van de schadelijke stoffen in sigarettenrook leggen je smaakpapillen het loodje: je smaak wordt hierdoor erg plat. De neus ruikt ook veel smaken maar de neus krijgt ook veel tabaksrook binnen en raakt dus eigenlijk een beetje verstopt.



Omdat roken de smaak langzaam aantast zul je het niet heel erg meemaken dat je smaak achteruitgaat. De volgende opeenvolgende gevolgen die ik nu zal opnoemen zullen dat wel doen want ze doen stuk voor stuk af aan de levenskwaliteit en de roker zal er actief last van ondervinden:



Als je keelhaartjes eenmaal zijn gesneuveld kan de rookdamp neerslaan in je keel en longen. Hier ontstaat een vieze slijmlaag die zich hecht aan de longen en keel. Deze slijmlaag zorgt in de keel voor de bekende rokershoest als de laag dik genoeg is. De rokershoest is zeer vervelend en maakt op termijn ook sporten en lichaamsintensieve activiteiten onmogelijk: want je kunt gewoon geen constante ademhaling meer volhouden. Wanneer de slijmlaag aan de rand van de longen verhard word het steeds moeilijker voor de longen om uit te zetten.



Dan heb je nog een aantal ¨aanverwante¨ klachten die van het roken komen. Je gebit gaat er van naar de vaantjes zelfs zo erg dat je eigenlijk tandheelbehandelingen ongedaan maakt. Je tanden worden geel van de neerslaande damp en de tanden worden poreus: hierdoor kunnen er snel gaatjes ontstaan. Het ergste wat het roken je gebit aandoet zie je niet eens, het roken tast namelijk de tandwortels aan. Als je zoals de meeste Nederlanders een beugel hebt gehad is al die ellende voor niets geweest: je tandwortels verrotten en je tanden beginnen te "lopen" in je kaak en uiteindelijk hou je een "fietsenrek" over.



Wat ook vervelend is als je uit je twintiger jaren naar de dertig toegaat is de verminderde potentie. Omdat de stoffen in de rook de cellen in je bloedvaten beschadigd hebben krijg je je penis maar met de grootste moeite omhoog,erg vervelend als je ook nog kinderen wil krijgen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over dat door de stoffen die je binnenkrijgt bij het roken je sperma slechter van kwaliteit. Gelukkig verdwijnen deze effecten nog bijna geheel als je voor je 30e stopt. Als je ouder bent(rond de 50) is het helaas al te laat.



Naast chronische problemen hebben rokers ook vaker last van acute voorvallen. Omdat de bloeddruk door de nicotine een stuk hoger is dan bij niet rokers is er een veel grotere kans op hartaanvallen. Bij jonge mensen gaat het wel maar naarmate je ouder wordt zal de kans toenemen. 25% van de rokers haalt het 65ste levensjaar niet en de meeste hiervan komen om van een acuut probleem zoals een hartstilstand, dit is natuurlijk erg droevig voor de nabestaanden maar misschien is er een schrale troost te vinden in het feit dat de roker in kwestie de volgende verschrikkelijke fase niet zal meemaken.



Als je oud bent en je een leven lang zwaar hebt gerookt zit een plezierig pensioen er niet meer in. Je zult nergens meer heen kunnen lopen zonder dat dit een uiterste inspanning vergt. Je bent constant bezig met het opgang houden van je ademhaling-niet al te plezierig. Veel ouderen (rond 60-70) worden gediagnosticeerd met COPD dit beleven mensen als "jarenlang vastzitten onder een blok beton en maar net adem kunnen halen" anderen krijgen longkanker en alle ellende die daar weer bij hoort.



In dit stuk heb ik het over een leven lang medische complicaties bij het roken van sigaretten gehad maar voor het geval dat je dacht dat andere tabaksproducten misschien minder slecht zouden zijn voor je gezondheid: vergeet het. In de VS dachten mensen een tijdje dat pruimtabak(of zoals het daar wordt genoemd smokeless tobacco of chewing tobacco) omdat er geen verbranding plaatsvond,gezonder zou zijn. Alle rommel die in tabak zit komt veel sneller binnen via je speeksel maar toch is het ergens wel gezonder. Veel tabakspruimers ontwikkelen namelijk kaakkanker in een aantal jaren en dit wordt dan meestal ¨verholpen¨ door de kaak eruit te halen. Nou dan kun je je verder niet doodroken of kauwen want je kunt überhaupt niet meer roken of kauwen.



Deelvraag 3: waarom begint de roker en hoe kan hij weer stoppen?



25% van de Nederlanders rookt nog steeds en het is voor deze groep moeilijk om te stoppen want de verslavende stof nicotine is verslavender dan cocaïne. Van de oudere rokers is het nog begrijpelijk te noemen: in hun tijd rookte iedereen. In de vrije jaren zeventig was het heel normaal om te roken: als je het niet deed werd je gezien als een paria en hoorde je er bij veel clubs niet bij. Daar komt nog bij dat ouders en leraren indertijd ook nog rookten dus hoewel de schadelijke gevolgen al duidelijk waren bleef roken "doodnormaal". Veel oudere rokers zeggen sinds er actieve stop met roken campagnes zijn gekomen zoals Stoptober ongeveer dit: "ik kan beter doorgaan want mijn ingewanden zijn toch al helemaal naar de vaantjes"



Je zou verwachten dat de oudere groep rokers de grootste is omdat die er mee zijn opgegroeid maar dit is niet zo: in de leeftijdscategorie jong-volwassenen tussen de 18 en 30 jaar rookt bijna 40% t.o.v 18% ouder dan 40. Er zijn hier twee redenen voor: veel mensen proberen succesvol te stoppen na hun 25ste en veel mensen beginnen rond hun 20ste. Ik zal het uitleggen: jong-volwassenen in hun twintiger jaren komen uit de beschermde school omgeving en gaan weg van hun ouders, met andere woorden ze moeten het voortaan zelf redden. Dit gaat vaak gepaard met veel stress en een sigaret is de snelste manier om daar vanaf te komen.



Als alles in het leven van een leien dakje gaat is er meestal geen stress en is de aantrekkingskracht van tabaksproducten miniem. Vaak als het tegenzit bijvoorbeeld als jongeren geen baan kunnen vinden, beginnen ze met roken. Dit verklaart ook waarom hoger-opgeleiden een stuk minder roken dan lageropgeleiden: lageropgeleiden weten ook wel wat de gevaren zijn maar omdat het hen minder meezit zijn tabaksproducten aantrekkelijker. Tabaksproducten kun je dan ook wel vergelijken met een slang die in een hoekje zit te wachten tot er een prooi langskomt. Als je een levensloop erg versimpeld zie je een lijn met pieken en dalen in de de pieken gaat het goed en in de dalen wat minder. Veel rokers beginnen in de dalen met roken en roken als het beter gaat gewoon door: ze zijn nu verslaafd aan nicotine. Over het stoppen met roken zal ik later in dit verslag een eigen paragraaf wijden.



Stoppen met roken

De meeste rokers zien ook in hoe slecht het roken voor ze is en de meeste doen pogingen om te stoppen dit is niet makkelijk want de stof waar ze aan verslaafd zijn,nicotine is verslavender dan cocaïne. Veel rokers proberen eerst ¨cold turkey¨ te stoppen dit betekent dat ze simpelweg stoppen door geen sigaretten meer te kopen de gedachte hierachter is dat als je geen sigaretten koopt je ze ook niet kan roken en dat je na een tijdje wel van de verslaving af bent.



Meestal lukt cold turkey stoppen niet: de rokers krijgen meestal na een paar uur al weer sterke neigingen om een sigaret te roken. Veel mensen geven dan al toe aan de neigingen en zijn na een paar dagen alweer aan het roken. Rokers die wel doorgaan worden na een paar dagen erg chagrijnig en kunnen vaak nergens anders meer aan denken dan roken.Vaak gaan de neigingen naar nicotine zo ver dat weggegooide sigarettenpakjes weer uit de prullenbak worden gehaald om maar de nicotine binnen te kunnen krijgen. Stoppen met roken wordt dan ook vaak vergeleken met leven in een depressie het is erg zwaar om te stoppen omdat de lichamelijke behoefte van het roken wel verdwijnt maar de geestelijke behoefte blijft nog jaren na het stoppen. Zelfs rokers die al jaren zijn gestopt is het schap met rookwaren bij de supermarkt nog sterke verleidingen om te gaan roken.



Gelukkig is er hulp voor de rokers die het niet lukt om cold-turkey te stoppen. Er zijn middelen op de markt die gedurende de stopperiode voorzien in de nicotinebehoefte van de roker dit zijn o.a de nicotine pleister en nicotine kauwgum deze producten worden gedurende de stopperiode afgebouwd totdat de nicotine verslaving er niet meer is. Naast nicotine hebben veel mensen ook een beetje sociale controle nodig om te kunnen stoppen. Mensen die alleen proberen te stoppen geven meestal sneller toe omdat ze op een zwak moment denken dat het toch alleen henzelf aangaat. Mensen die samen met anderen stoppen hebben een verantwoordelijkheid tegenover elkaar omdat de ander het ook volhoud. Veel mensen stoppen dan ook na acties zoals Stoptober omdat mensen in hun omgeving het ook doen.



Als je geen mensen in je directe omgeving hebt die proberen te stoppen of het lukt echt niet dan kun je nog een stoppen-met-roken -cursus volgen op kosten van de zorgverzekeraar. Bij deze cursussen wordt meestal uitgelegd waarom je rookt en hoe je er concreet mee kunt stoppen vaak hangt dit samen met een gewoonteverandering want als je altijd rookt bij de koffie zul je nog lange tijd koffie met roken associëren. Deze cursusvorm kun je volgen bij de GGZ maar er zijn ook veel private partijen die het aanbieders met wetenschappelijk aangetoond zijn opgenomen in het kwaliteitsregister "stoppen met roken".



Deelvraag 4:Wat zijn de Verschillende soorten tabak?



Alle tabakssoorten kun je grofweg in twee categorieën indelen: de gesausde en de ongesausde tabakssoorten. Het verschil tussen de twee soorten is dat er aan gesausde tabakken smaakstoffen zijn toegevoegd en aan ongesausde tabak niet. Door de toegevoegde stoffen is gesausde tabak prettiger om te roken, het is zoeter en minder scherp voor de tong. Ongesausde tabak heeft het nadeel dat hij niet helemaal opbrandt omdat hij door de adem snel vochtig wordt. De tweede groep – de ongesausde tabakken smaken alleen naar de soort tabaksplanten waarvan ze zijn gemaakt. Vaak wordt er bij de ongesausde tabak een basistabakssoort gebruikt met weinig smaak daarbij wordt een klein beetje van een andere tabakssoort met meer smaak gevoegd. Bijvoorbeeld de kruidtabak Lataika is populair om toe te voegen vooral om zijn sterke smaak. Over het algemeen hebben de ongesausde tabakssoorten een rokerige smaak.



Verschillende soorten consumptie van tabak

Pijproken

Bij het pijproken wordt tabak in het pijpje gepropt en aangestoken. Gesausde tabak is het populairst omdat dit vooral voor beginnende rokers prettiger is om te inhaleren. Daarnaast wordt ongesausde tabak snel vochtig waardoor er een natte prop in het pijpje achterblijft.



Pruimen

Bij het pruimen van tabak wordt tabak in de mond geplaatst en wordt erop gekauwd. Voor het pruimen wordt extra fijn gesneden tabak gebruikt omdat het anders scherp kan zijn op de tong.



Sigaar of sigaret roken

Roken van sigaren of sigaretten is veruit de meest voorkomende vorm van tabaksconsumptie.De sigaar is veel dikker dan de sigaret en bevat grotere stukjes tabaksblad. Het grootste verschil voor de roker is dat een sigaar een veel meer uitgesproken smaak dan de sigaret. Ook duurt het veel langer om een sigaar te roken in vergelijking met de sigaret. De gezondheidseffecten van het voor een lange periode roken van sigaren of sigaretten zijn heel verschillend. Sigarenrook is niet bedoeld om te inhaleren en de sigaren zijn dan ook vooral schadelijk voor de keel, de sigaretten, die wel worden geïnhaleerd, werken in op de longen.



Verheerlijken van tabak

Commercieel verkrijgbare tabak is eigenlijk altijd gesausd dit geldt voor alle verkrijgbare vormen van tabak:shag,sigaret en sigaar. De additieven(toegevoegde stoffen) kunnen worden ingedeeld in twee categorieën: noodzakelijk voor prettig gebruik van de tabakswaren, en additieven bedoeld voor het verheerlijken van tabak. Hoewel het verheerlijken van tabak ook sauzen is wordt het gezien als een andere categorie omdat het niet perse nodig is voor het bruikbaar maken van het tabaksproduct, het verheerlijken van tabak gebeurd om het gebruik van de tabak lekkerder en verslavender te maken.



Bij het noodzakelijke sauzen worden onder andere de stoffen teer(om de sigaret helemaal te laten opbranden) en ammoniak(om de nicotine op te nemen) toegevoegd. Bij het verheerlijken van tabak worden additieven toegevoegd die weer in grofweg drie categorieën kunnen worden ingedeeld: het prettiger maken van tabaksconsumptie,het verslavender maken van tabaksconsumptie en het onderdrukken van het natuurlijke afweersysteem. Bij het prettiger maken van de tabaksconsumptie worden stoffen met een prettige smaak toegevoegd (suiker, vanille, cacao, etc.) deze additieven zijn toegevoegd om de natuurlijke, rokerige smaak van het verbrandingsproces te overstemmen. Voor het verslavender maken van tabaksconsumptie worden smerige additieven gebruikt(rattengif,chloor etc.) dit zijn stoffen die bij gewenning zeer verslavend kunnen zijn. De gebruiker van de sigaret zal het snuiven van rattengif misschien niet zo`n lekker idee vinden maar is er op deze manier zonder dat hij er bewust van is, aan verslaafd. Van het onderdrukken van het natuurlijke afweersysteem kon ik niet 1, 2, 3 voorbeelden vinden maar het is wel duidelijk dat dit gebeurd. In tabak zitten namelijk giftige stoffen die worden afgeweerd door het lichaam met een kuch-reflex tabaksproducenten doen er alles aan om dit reflex te onderdrukken als je hun sigaret rookt.



In een gemiddelde sigaret zitten in totaal 620 additieven en dat is niet oncontroversieel. De zogenaamde "saus" die over de tabak heen gaat is een van de best ontwikkelde mixen ter wereld, en is dan ook zeer verslavend. De tabaksindustrie lukt het tot nu toe om de ¨saus¨ elk jaar nog een beetje verslavender te maken. De "saus" is niemand buiten de tabaksindustrie helemaal bekend er wordt dan ook wel het grootste geheim van de tabaksindustrie genoemd.



De tabaksindustrie fraudeert al jaren met de gehalte van bepaalde additieven in hun sigaretten. Op de verpakkingen staan de ingrediënten niet genoemd en op de websites van de fabrikanten staat ook al jaren foutieve informatie. De fabricaten van tabak hebben een uitzondering bedongen in de Nederlandse wet, ze hoeven niet te vermelden hoeveel ze van bepaalde stoffen hebben toegevoegd aan hun tabak maar hoeveel je ervan binnenkrijgt. En hier plegen ze fraude,big time: ze maken gaatjes in het papiertje dat om een sigaret zit zodat de keuringsdienst van waarde met een rookmachine minder schadelijke stoffen binnenkrijgt. Wanneer een roker van vlees en bloed echter dezelfde sigaret rookt knijpt hij de gaatjes dicht met zijn vingers of lippen en krijgt hij veel meer schadelijke stoffen binnen.



Veel mensen argumenteren dat het verheerlijken van tabak moet worden verboden omdat het mensen makkelijk verslaafd maakt. Tabakswaren met overheersende smaken zoals menthol,chocola en verschillende fruitsmaken zijn in veel landen al verboden.



Nieuwe soorten tabaksproducten

Sinds de grote processen in de jaren negentig over het door de industrie ontkennen van de schadelijke gevolgen waar de industrie uiteindelijk 368 miljard dollar aan boetes kwijt was is de industrie op zoek naar manieren om de tabaksverslaving minder schadelijk te maken. Van 1990 tot 2010 werden er al een paar producten uitgebracht die minder risico`s met zich meebrachten dan traditionele sigaretten maar dat bleek allemaal flauwekul. In de VS werd rond 2005 door verschillende producenten het product snuff uitgebracht door , dit was tabak gewikkeld in een theezakje wat je tussen je lippen moest plaatsen waarna je erop kon zuigen. Na een jaar was de hype rond snuff er al af want onafhankelijke onderzoekers toonden al in 2007 aan dat het een broodje-aap verhaal was dat snuff beter voor je gezondheid zou zijn dan sigaretten. Langer bestaan heeft de light sigaret die minder nicotine en teer bevatte om het roken af te bouwen. Via het filter zou een deel van de teer door microscopische gaatjes in de bovenkant moeten ontsnappen maar omdat de roker juist zoveel mogelijk nicotine wil binnenkrijgen werd het filter altijd een beetje samengeknepen tussen de vingers waardoor de gezondheidsclaims in de praktijk vals waren, gezondheidsregulatoren over de hele wereld hebben de term ¨light¨ inmiddels verboden om op de pakjes te zetten.



Rond 2010 kwamen de tabaksproducenten weer met nieuwe tabaksproducten met verminderde gezondheidseffecten. De achterdocht was eerst groot omdat het publiek zich nog goed de foutieve informatie over snuff en de light sigaret herinnerde. De producten waar de tabaksindustrie nu mee kwam waren de e-sigaret en de sishapen, de industrie had zelf al veel onderzoek gedaan naar de verminderde risico`s voor de gezondheid maar wachtte niet op onafhankelijk onderzoek voordat ze de producten op de markt brachten. De e-sigaret verdampt een nicotine bevattende vloeistof d.m.v een verwarmingselement. De sishapen valt niet onder de term tabaksproducten omdat voor de productie geen tabaksbladeren zijn gemaakt want er zit geen nicotine in. Volgens onderzoekers zijn de e-sigaret en de sishapen minder schadelijk voor de gezondheid maar het is nog steeds niet aan te raden om met het "dampen" zoals roken met een e-sigaret of sishapen heet te beginnen.



In 2015 kwam PMI (Phillip Morris International) met weer een nieuw product wat minder schadelijk zou zijn in de gezondheid. Omdat veel rokers toch wat onwennig stonden tegenover het dampen van de e-sigaret hadden ze gewerkt aan een makkelijk te gebruiken apparaat dat een minimale aanpassing vergt in de gewoontes van de roker, de Iqos zoals ze het apparaatje noemen bestaat uit een inhalator waar je de sigaret in plaatst om te verhitten, een omhulsel waar het apparaat na het roken van een sigaret in moet worden geplaatst om op te laden en een borsteltje om na het roken van een pakje (20 sigaretten) de binnenkant schoon te maken.- Hoewel het apparaatje minder gebruiksvriendelijk is dan gewone sigaretten roken lijkt er een grote markt voor te zijn want er zijn er al 5 miljoen stuks van verkocht.-Volgens PMI krijg je als je rookt met de Iqos 95% minder schadelijke stoffen binnen dan bij het roken van een normale sigaret want die gaan er niet in: voor de iqos heb je speciale,duurdere sigaretten nodig namelijk heated by Marlboro. Hoewel er nog nauwelijks onafhankelijk onderzoek is geweest naar hoe veel minder schadelijk de Iqos met zijn speciale sigaretten voor de gezondheid is pakt PMI het al groots aan, PMI heeft nu al een wereldwijde productiecapaciteit van 5 miljard heated by Marlboro sigaretten, BAT ziet ook hoe groot de markt is voor het product en werkt aan een vergelijkbaar product. Critici noemen de gezondheidsclaims van PMI(en straks dus ook BAT) minstens overdreven en zeggen dat Phillip Morris een meer sociaal geaccepteerde manier van roken wil creëren omdat het in het nauw zit als tabaksproducent.Er zit heel wat in dit argument: in het westen beginnen steeds minder mensen met roken en de mensen die roken stoppen eerder. Dit komt omdat roken vooral wordt gezien als dom en zielig:je bent bijna een paria als je nog rookt. Tabaksproducenten proberen met de e-sigaret, de sisha en de heat not burn producten volgens critici het roken weer aantrekkelijk en leuk te maken met dit soort producten waardoor er weer meer mensen met het roken gaan beginnen. De tabaksproducenten vinden dit onzin volgens hen richten de nieuwe producten zich op volwassen rokers die niet van plan zijn te stoppen. Critici hebben echter een punt want in de landen waar de reguliere tabaksproducten nog booming zijn zoals Indonesië hebben we nog geen enkel minder schadelijk alternatief product van de tabaksindustrie beschikbaar zien komen. En of de tabaksindustrie zich niet op kinderen richt met de nieuwe producten? Dat is maar zeer de vraag als je kijkt naar de namen van verschillende e-sigaret smaken als "cherry crush" en "apple pie" en dan had je nog de sisha-pen Blu smurfeneditie van Reynolds, als dat niet op kinderen is gericht weet ik niet meer wat dat dan wel is, gelukkig had Reynolds een passende verklaring: "some adult smokers may also like smurfs, personally i'm also very fond of them"



Deelvraag 5: Hoe en waar wordt tabak geteeld?



Er bestaan verschillende soorten tabaksplanten. Alle soorten komen uit Noord-Amerika behalve de Nicotina Rustica die uit Zuid-Amerika komt. De tabaksplant is een veel voorkomende plant uit de familie der Nachtschaden.De tabaksplant sterft na een jaar dus dient hij elk jaar te worden geoogst. Hoewel de plant oorspronkelijk leeft in tropisch klimaat wordt hij ook verbouwd in Frankrijk,Canada en Polen. Een tabaksplant kan behoorlijk hoog worden: een goed geteelde plant kan een hoogte van 2 meter bereiken en rond de 20 oogstbare bladeren hebben.



Bij de teelt van tabak worden er twee bedden gemaakt om de zaadjes in te stoppen. Na vijf maanden kunnen de eerste bladeren van de tabaksplant worden geplukt dit moet gebeuren van onderaf. De bladeren worden later naar buiten gebracht om te drogen. Later worden de voorgedroogde bladeren naar een schuur gebracht en stuk voor stuk opgehangen. Als de bladeren goed zijn gedroogd worden ze op een hoop gelegd om te gaan broeien. Van het oogstproces hangt de smaak van de tabak af ook De grondsoort,het zaad,de wijze waarop de bladeren zijn gedroogd bepalen de kwaliteit van het eindproduct.



In de tabaksteelt worden de verschillende soorten bladeren van de tabaksplant op verschillende tijden in het jaar geoogst en gedroogd, dit is zoals je misschien al vermoedde een erg arbeidsintensief proces. De tabaksteelt is nog nauwelijks gemechaniseerd omdat het oogstproces zo ingewikkeld is. De tabaksteelt gebeurt dan ook vooral met veel goedkope laagopgeleide werknemers. De werknemers worden zo weinig betaald dat er geruchten zijn over slavernij in de huidige tabaksteelt, een van de bedrijven die daarvan verdacht wordt is Imperial brands (gauldrois, davidoff, winston…)



de slavernij in de tabaksteelt is geen klein probleem. De VS zijn het enige land waar goed wordt bijgehouden hoeveel mensen er in de tabaksteelt werken en hier zouden rond de 750 duizend kinderen tussen zitten. Toen kinderen in 2017 die werkten op tabaksplantages werden gevraagd hoe hun werkdag nou ging bleek dat de meesten voordat ze naar school gingen nog twee uur moesten plukken. De kinderen werden vroeg in de ochtend opgehaald met een jeep en naar de plantage gebracht. Uit de verhalen kwam ook naar voren dat ze nauwelijks veiligheidsvoorschriften hadden op de tabaksplantages, kinderen zo jong als zeven jaar oud werkten er al met bijlen en ander gevaarlijk gereedschap. Veel kinderen hadden ook klachten na het werken op de plantage. Omdat de kinderen meestal plukken in hoge temperaturen(20 graden)deden veel kinderen hun kleren uit bij het plukken. Bij aanraking met tabaksbladeren wordt nicotine worden overgedragen aan de huid. Meerdere kinderen die op de plantages in de VS werkten beschreven symptonen van de Green Tobacco Illnes oftewel:een directe nicotine vergiftiging die leid misselijkheid en kotsen veroorzaakt.



Tabaksteelt vindt steeds meer plaats in derde wereld omdat er weinig mensen zijn te vinden in het westen die het zware werk tegen lage lonen willen doen. Er is op dit moment nog kleinschalige tabaksteelt in o.a België,Duitsland en Slowakije maar het is zeer waarschijnlijk dat dit er over een jaar of tien al niet meer is. De grote tabakproducerende landen in de eerste wereld telen ook steeds minder tabak, zo werd er op het hoogtepunt in 1975 in de VS een miljoen ton tabak verbouwd wat inmiddels met 71% is afgenomen.



Er zijn eigenlijk drie redenen voor het verhuizen van de tabaksteelt naar de derde wereld: een de werkers zijn er goedkoper, twee het vervoer van tabak over de wereld wordt steeds makkelijker en goedkoper, de derde reden is heel simpel: de meeste rokers wonen in de toekomst in de derde wereld omdat hier nog niet zo veel weerstand is tegen roken.



De drie bovengenoemde drie redenen om naar de derde wereldlanden te verhuizen onderschrijft de tabaksindustrie, maar volgens critici is er nog een reden. De tabaksteelt is namelijk volgens de Wereldvoedselorganisatie FAO de meest bodemvernietigende teelt die er bestaat in de wereld. De tabak wordt intensief verbouwd waardoor er chemicaliën nodig zijn om de planten te beschermen tegen ongedierte en ziekte. Deze chemicaliën zijn zo schadelijk dat ze in de meeste westerse landen zijn verboden. Voor het drogen van tabaksbladeren wachten de meeste telers niet op de zon maar ze hangen de bladeren boven een vuur. Omdat dit vuur meestal wordt gestookt met hout (duh..) gaan er voor deze industrie veel bomen tegen de grond aan. Volgens de FAO hebben we zelfs 15% van de houtkap wereldwijd te danken aan de tabaksteelt. Dit betekent dat omgerekend voor elke 300 sigaretten(20 pakjes) een boom tegen de grond aan gaat. Stel: je rookt 3 pakjes per week dit keer 52 is 156 pakjes 156:20=7,8 bomen per jaar worden er dan gekapt voor jouw consumptie.



Omdat er voeger vele tabaksverwerkende bedrijven hadden ze vroeger weinig invloed op de telers van tabak,wat die deden daar konden ze weinig mee doen. Omdat er de afgelopen jaren een reusachtige consolidatie is geweest onder de tabaksproducenten hebben ze nu wel degelijk invloed op de tabakstelers. Alle grote globale tabaksproducenten doen mee aan het Sustainable Tobacco Program(STP) waarin ze samen hebben afgesproken dat ze werken aan eerlijke arbeidsvoorwaarden van tabaksplukkers en zich inzetten voor duurzame tabaksteelt wereldwijd, dit is een heel erg belangrijke afspraak omdat tabaksproducenten hiermee niet meer met elkaar concurreren op arbeidsvoorwaarden en duurzaamheid.



De uitvoering van de regels die in de STP zijn vastgelegd worden uitgevoerd door de tabaksproducenten en tussenhandelaren in tabaksbladeren ook is er een onafhankelijke organisatie die hen weer controleert. Dat de STP heel effectief werkt is de laatste jaren duidelijk geworden: de tabakstelers worden elke paar maanden gecontroleerd of ze zich wel aan de eisen houden voor veiligheid en geen kinderarbeid gebruiken. Wanneer het niet op orde is wordt er een verbeteringsplan opgesteld voor de tabaksteler,als hij dit niet naleeft stopt bijna de gehele tabaksindustrie met de inkoop bij de teler. De dorpen waar bijna de hele bevolking in de tabaksindustrie werkt worden nu ook geholpen: ze krijgen eigen waterputten in het dorp en zaden om eetbare gewassen te verbouwen.



Bij de verwerking van tabak tot tabaksproducten doet de eerste wereld het een stuk beter. De sigaretten,sigaren en shag worden vooral geproduceerd dichtbij handelsplaatsen(zoals in Nederland de haven van Rotterdam). Van grootschalige import van tabaksproducten is nog niet veel sprake ook al worden er al meer sigaretten uit de derde wereld geïmporteerd dan een aantal jaren geleden.



Ons eigen land-Nederland is vooral groot in de productie van shag: er zijn drie grote shag fabrieken in Nederland: BAT Niemeyer (Groningen) Pleune&Bloeme (Oosterwolde) en Van nelle (Rotterdam). Nederland is hierdoor zelfs het het vijfde tabaksverwerkende land ter wereld. In totaal werken er in de Nederlandse tabaksindustrie 1250 mensen. Voorheen is er wel tabaksteelt geweest in Nederland in de omgeving van Amerongen op de Utrechtse heuvelrug dit kwam vooral omdat de Spanjaarden hoge tarieven rekenden voor Tabak geïmporteerd uit Amerika waardoor ze de tabak maar in Nederland gingen verbouwen. De tabak uit Amerongen smaakte hoewel het daar gedurende 300 jaar werd verbouwd, helemaal nergens naar en toen de wereldwijde tabaksmarkt vrijer werd was het dan ook snel gedaan met de teelt in de omgeving van Amerongen. Later zijn er nog twee pieken van tabaksteelt gekomen in Nederland: in de eerste en tweede wereldoorlog. Omdat Nederland in beide van deze oorlogen was afgesloten van de wereldwijde tabaksteelt begonnen de mensen zelf allemaal kleine tabaksplantages om toch aan hun nicotine te komen, na de oorlog verdwenen de kleine plantages weer als sneeuw voor de zon.



Lijstjes

Top 5 grootste landen qua tabaksteelt




  1. China

  2. India

  3. Brazilië

  4. VS

  5. Europese Unie



Deelvraag 5: hoe legaal is de tabaksindustrie en welke rechtszaken zijn er geweest tegen de tabaksindustrie?



Tabaksproducenten zeggen zelf dat ze een legaal product aanbieden en dat ze zich altijd strikt aan de wet houden maar grote schendingen van de wet in het verleden doen hieraan twijfelen. Dat de tabaksindustrie producten maakt die slecht zijn voor de gezondheid en die op lange termijn dodelijk zijn is tegenwoordig alom bekend maar pas sinds de jaren 80 wordt dit als bewezen gezien door de meeste landen en pas sinds 2000 geven de tabaksproducenten toe hoe schadelijk hun producten zijn. Daar komen nog valse gezondheidsclaims rond recentere tabaksproducten zoals de light sigaret, geheime additieven, en onderlinge contacten, het uitsluiten van concurrentie door kartelvorming en het bedreigen van klokkenluiders bij en je kunt de industrie bijna als maffia bestempelen.



Dat roken schadelijk is voor de gezondheid heeft de tabaksindustrie jarenlang kunnen ontkennen door de mensen die het vast moesten stellen de dokters en de wetenschap aan zijn hand te krijgen. Amerika was en is nog steeds een toonaangevend land op de wereld en omdat de tabaksindustrie veel geld gaf om de presidentiële campagnes van de kandidaten te bekostigen waren daar weinig politici die zich negatief durfden uit te laten over de tabaksindustrie. Dokters werden in de reclames van campagnes neergezet als rustige wijze mensen die het beste met hun cliënten voorhadden. Er wordt vermoed dat omdat de dokters in zo`n goed daglicht stonden door de tabaksindustrie het moeilijk was om op te staan en zich tegen de industrie uit te spreken. De medische stand en de politiek spraken zich dus lange tijd niet uit tegen de tabaksindustrie en zelfs toen door de cijfers over de massale sterfte aan longkanker het niet meer te ontkennen was hoe ongezond roken was werd de tabaksindustrie niet hard aangepakt. Er kwam weliswaar een waarschuwing te staan op de pakjes in Amerika met de tekst ¨the legal general has warned that smoking might be bad for your health¨ maar de waarschuwing stond onopvallend op de zijkant van het pakje en voor de rest werd de tabaksindustrie voor de komende twintig jaar nog geen strobreed in de weg gelegd. Van 1970 tot 1990 groeide het bewustzijn onder mensen hoe slecht roken was langzaam maar er werd praktisch niets gedaan om het roken terug te dringen. Veel mensen beweren dat de tabaksindustrie in die tijd een machtige lobby heeft opgebouwd om maatregelen om het aantal rokers terug te dringen tegen te gaan.



Pas in de vroege jaren `90 kwam er vlot in de zaak toen in Amerika massaal rechtszaken werden aangespannen tegen de tabaksindustrie meestal voor het betalen van de hoge zorgkosten voor door roken veroorzaakte ziektes maar enkele (ex)rokers klaagden de tabaksindustrie ook aan als schuldige voor hun slechte gezondheid. De zaken tegen de industrie werden bijna nooit gewonnen omdat er in elke individuele zaak drie dingen moesten worden bewezen ten eerste dat nicotine verslaafd is ten tweede dat roken schadelijk is en ten derde dat de industrie hier al van af wist en nalatig was in het informeren van hun klanten daar kwam nog bij dat de tabaksindustrie over de beste juristen beschikt waardoor de zaken al helemaal kansloos waren.



In 1994 kwam er een doorbraak in de rechtszaken tegen de taksindustrie toen klokkenluider Jeffrey Wigand die had gewerkt voor tabaksproducent Brown&Williamson als biochemicus werd benaderd voor het tv programma 60 minutes van CBS om uitleg te geven over gelekte documenten van Phillip Morris. Jeffrey Wigand was net ontslagen bij de tabaksproducent en zei tegen de journalist van 60 minutes dat hij informatie had over verboden stoffen die de firma toevoegde om zijn producten verslavender te maken. Zijn oude werkgever kreeg er lucht van en deed alles om Jeffrey Wigand terug te halen o.a door een exceptioneel hoog loon te beloven. Toen Jeffrey Wigand hier niet op in ging kreeg hij een telefoontje met de tekst¨blijf van tabak af...hoe gaat het eigenlijk met je kinderen?¨. Toch legde Wigand de documenten uit in het programma 60 minutes en vertelde over de illegale toegevoegde stoffen en nog wel het belangrijkste: dat de tabaksindustrie al jarenlang wist hoe schadelijk hun producten waren.



In 1997 werd er in Florida een class action(gezamenlijke) rechtszaak gewonnen door 7000 rokers van de tabaksindustrie. De rechter oordeelde dat de industrie hen in totaal 143 miljard dollar moest uitbetalen, de tabaksproducenten gingen echter in hoger beroep en de uitspraak werd teruggedraaid want volgens de rechter moest elke roker individueel een zaak inspannen maar daarin hoefde niet meer te worden bewezen dat nicotine verslavend was, hoe slecht roken is en of de industrie er al van af wist. Het duurde iets langer maar uiteindelijk heeft de industrie 386 miljard aan boetes opgekregen bij alle individuele zaken wereldwijd die konden slagen door de informatie van Jeffrey Wigand



386 miljard dollar had zelfs de big tobacco niet op de plank liggen en analisten voorspelden reusachtige faillissementen in de industrie: de aandelen van tabaksproducenten op de beurs namen een duikvlucht. Veel producenten troffen betalingsregelingen van een paar miljard dollar per jaar om de boetes af te lossen. Er werd lang verwacht dat de tabaksproducenten dit op termijn niet konden opbrengen omdat de verkoop sterk zou gaan dalen door anti-rookbeleid reclame tegen roken en de jaarlijks verhoogde accijnzen. Het eerste wat er gebeurde in de tabaksindustrie was dat er een enorme consolidatiegolf optrad alle kleinere en regionale producenten werden voor achteraf gezien bijna niets uitgekocht waarna in 2000 slechts vijf grote partijen 41% van de wereldmarkt beheersten, in 2018 is dit(buiten China en VS) al 81%. Om de boetes te kunnen afbetalen deden de fabrikanten naast schaalvergroting iets veel simpelers: ze verhoogden de prijzen en lieten de roker betalen voor de rekening, niet zo verrassend bleek de vraag naar tabakswaren inelastisch en betaalde de roker wel. Ook bleken derde wereld landen zoals Indonesië goudmijnen voor de tabaksindustrie.



Omdat er maar zo weinig spelers van betekenis zijn op de wereldwijde tabaksmarkt zeggen critici dat er in dit klimaat nooit echte concurrentie zal ontstaan. Zij zeggen dat de grote tabaksproducenten elkaar helemaal niet concurreren en dat er een kartel is wat betekent dat de prijzen van tabaksproducten afgesproken zijn door de producenten gezamenlijk: dit betekent in praktijk dat er geen concurrentie op prijs plaatsvind. Kartelvorming is een illegale praktijk en het is duidelijk dat de tabaksindustrie hieraan doet te getuigen aan het feit dat sigaretten bijna allemaal hetzelfde kosten en de bewezen onderlinge contacten tussen de grote producenten.



De tabaksindustrie mag tegenwoordig geen reclame meer maken en zijn verpakkingen niet aantrekkelijk voor kinderen maken toch zijn er pakjes in vrolijke kleuren waarvan kinderen zeggen dat ze hen wel degelijk aanspreken. Onder het reclameverbod probeert de tabaksindustrie ook uit te komen door middel van brandstretching ze bieden simpelweg andere producten uit onder een tabaksmerk en adverteren hiermee. Deze producten kunnen van alles zijn maar zijn meestal (verrassend) op zichzelf niet commercieel interessant en eigenlijk alleen voor promotiedoeleinden enkele voorbeelden zijn: een reis naar Marlboro country op tv te zien en het bekende merk Davidoff die ook parfums maakt en hiermee adverteert in videoclips van bekende popsterren. Met de vrolijke pakjes en brandstretching richt de tabaksindustrie zich duidelijk op de jeugd en dat is niet voor niets want als de jeugd niet begint met roken is het binnen de kortste keren over en uit met de tabaksindustrie want 75% van de rokers is voor zijn 18e begonnen.



Een nieuw soort rechtszaak tegen de tabaksindustrie werd aangespannen in 2017 door advocate benedict ficq, ficq beschuldigt de tabaksindustrie van het bewust verslaafd maken van hun klanten en sjoemelen met de gehaltes schadelijke stoffen die je binnenkrijgt als je een sigaret rookt,haar aanklacht was zware mishandeling. De meningen over de zaak waren zeer verdeeld maar de meest gehoorde uitspraak was ¨eigen schuld dikke bult¨want de rokers die begonnen met de zaak wisten al jaren hoe slecht roken was maar gingen toch door. Benedict Ficq vond dit onzin want de rokers waren verslaafd gemaakt door de industrie op een leeftijd waarop ze nog niet de lange termijn gevolgen konden overzien. Daarbij zou de industrie nog kankerverwekkende stoffen hebben toegevoegd die je wel in tot vijf keer hogere concentraties binnenkrijgt dan officieel is vastgesteld. De zaak kwam in de media en voor het eerst sloten ook zorginstellingen zich aan bij een zaak tegen de tabaksindustrie. Het Openbaar Ministerie zag echter geen reden om over te gaan tot vervolging omdat het bekend is dat roken dodelijk is en de tabaksproducenten dit duidelijk naar hun klanten communiceren ook waren de aanklachten van hogere dosissen schadelijke stoffen in een sigaret onvoldoende bewezen volgens het OM.



Deelvraag 6: hoe is het antirookbeleid in verschillende landen?



Antirookbeleid in Japan

In Japan lijkt er op het eerste oog een erg streng antirookbeleid te zijn. In de grote steden als Tokyo en Kyoto is het roken in bijna alle straten en openbare ruimtes verboden, in Kyoto zijn er zelfs maar twee rookzones waar je in de buitenlucht kunt roken. Japan is erg serieus in het handhaven van zijn regels want in Tokyo hebben ze een antirookpolitie die door de straten patrouilleert om boetes uit te delen. Japan communiceert ook graag naar de buitenwacht hoe goed haar antirookbeleid is: in de omgeving van de stadions waar in 2020 in Tokyo de olympische spelen worden gehouden is roken sterk verboden, degene die de regel schend kan een boete van omgerekend 240 euro krijgen.



Op straat zie je in Japanse steden bijna nooit iemand die de boete riskeert en ook de speciale rookzones staan niet altijd vol. Dit zou suggereren dat er in Japan gewoon bijna geen rokers zijn maar dit strijkt niet met de cijfers: Japan is een gemiddeld land qua percentage rokers 10% van de volwassen vrouwen en 30% onder de volwassen mannen. Ook is het aanbod van sigaretten goed vertegenwoordigd in steden: in elke paar straten van Tokyo is wel een automaat te vinden waar je een sigarettenpakje kunt kopen, want kopen op straat mag wel in de grote steden maar roken niet. Omdat de automaten vroeger vaak ook werden gebruikt door jongeren om een sigaret uit te proberen is er nu een rokerspas geïntroduceerd die je als volwassen roker kunt aanvragen om uit de automaten te kopen.



Omdat de roker niet buiten mag roken is er een hele markt ontstaan om de roker in Japan binnen het roken te faciliteren. In de straten van de grote steden zitten veel speelhallen met Piepende en bliepende Pachinko-slots(fruitautomaten) de speelhallen staan helemaal blauw want achter de Pachinko slots zitten rijen rokers hun sigaret te roken. Ook in de horeca bedrijfsgebouwen en overheidsgebouwen kan binnen worden gerookt als hiervoor een rookruimte is ingericht met een goed luchtverversingsysteem. Bijna elk gebouw heeft een rookruimte omdat dit voor de eigenaar niets kost: Japan Tobacco legt zelf door heel Japan gratis rookruimtes aan om de roker te faciliteren.



Niet in alle steden is er trouwens zo`n rookverbod op straat in Japan want het enige wat de Japanse regering heeft vastgelegd over het voorkomen van meeroken is de tekst¨ondernemingen en lokale autoriteiten moeten zelf bepalen waar en hoe rokers mogen roken in hun eigendom/bestuursgebied hiervoor dient rekening te worden gehouden met de gezondheid van de medewerkers/bewoners van het gebied¨ met andere woorden de Japanse overheid zegt: zoek het zelf uit lokale overheden en bedrijven!



Critici zeggen dat de Japanse overheid het roken niet aanpakt omdat er sprake is van belangenverstrengeling: het eerder genoemde Japan Tobacco marktleider op de Japanse markt voor sigaretten met 61% marktaandeel is voor 33% eigendom van de Japanse staat, de Japanse staat zou zo maar verslaafd kunnen zijn aan de dividend die het elk jaar van het bedrijf ontvangt. Japan tobacco is de opvolger van het oude staatsmonopolie op tabaksproducten en is in 1985 genoteerd aan de Tokyo stock exchange. Het idee van de Japanse staat om 33% van de aandelen te houden was om beter erop te kunnen letten of het bedrijf geen activiteiten ondernam die tegen het rookbeleid van Japan ingaan(zoals het promoten van tabaksproducten op enige manier). Maar critici zeggen dat dit niet meer werkt sinds het bedrijf in 1996(tegen de wil van de Japanse staat) internationaal uitbreidde met de koop van de activiteiten van R.J Reynolds buiten de V.S. Om de Japanse staat gerust te stellen dat ze nog steeds goed toezicht kunnen houden op Japan Tobacco zijn de activiteiten gesplitst in Japan Tobacco(in Japan) en Japan Tobacco International dat zijn hoofdkantoor niet in Tokyo maar in Genève heeft staan. Deze constructie is erg beladen omdat de Japanse staat zo belangen heeft bij de internationale tabaksindustrie.



Er zit weinig vooruitgang in het uitbreiden van het antirookbeleid in Japan. De eerste poging om het roken te verbieden in publieke gebouwen is gesneuveld in de Diet (Japanse parlement) wel is vastgelegd dat horeca gelegenheden met een vloeroppervlakte van meer dan 150 vierkante meter het roken wordt verboden. In Tokyo is 90% van de horecagelegenheden kleiner en deze ondernemingen kunnen hun klanten dus gewoon nog laten roken zolang ze maar een bordje plaatsen en geen jongeren onder de 20 jaar binnenlaten(legale leeftijd om alcohol en tabak te kopen in Japan).



Naar schatting worden er 1 miljoen japanners ziek door het roken en 137000 overlijden daardoor. Volgens het Japanse ministerie betreft het roken 3,7% van de totale uitgaven aan gezondheidszorg, maar ja daar staan dan weer de accijnzen en dividenden van Japan Tobacco tegenover. De ¨rooketiquette¨ de Japanse variant van roken moet kunnen zegt dat het probleem valt te beteugelen als iedereen ¨netjes rookt¨. De campagne, betaald door JT propageert zaken als wel binnen roken maar je sigaret boven kinderlengte houden zodat die niet meerookt.



Nederland

Nederland is het stadium waarin Japan zich bevind al gepasseerd maar loopt nog ver achter op landen die al langer en actiever een antirookbeleid voeren zoals Australië. In 1950 werd er al een onderzoek verricht door de gezondheidsraad of er een verband bestond tussen het roken en de kans op longkanker,wat een veel voorkomende ziekte was geworden. Het antwoord was volgens de gezondheidsraad: ja maar het was volgens de gezondheidsraad onduidelijk of het om een causaal verband ging te ja of te nee. Omdat het onderzoek dus geen duidelijk oordeel gaf over of roken longkanker veroorzaakt werd er tot 1970 geen enkele maatregel tegen het roken genomen.



In de jaren 70 werd steeds duidelijker dat er een verband was tussen roken en de kans op verschillende soorten kanker: iedereen rookte en de cijfers spraken boekdelen. Andere landen begonnen sinds 1970 met het voeren van stevige maatregelen tegen het roken en ook de Nederlandse overheid liet zich in het belang van de volksgezondheid informeren door de gezondheidsraad. De raad schreef een rapport over hoe het aantal rokers moest worden teruggebracht. De centrale boodschap van het rapport was: ¨een instrument is niet genoeg voor een effectief antirookbeleid er zullen meerdere instrumenten tegelijk worden ingezet om het roken terug te dringen.¨ Enkele belangrijke adviezen van de gezondheidsraad aan de regering om het aantal rokers terug te dringen waren:




  • verbod op tabaksreclame

  • beperking van roken in openbare ruimtes en het OV

  • massamediale campagnes die het stoppen promoten

  • beperking van het aantal verkooppunten

  • gezondheidsprofessionals trainen om mensen te helpen bij het stoppen met roken



De linkse regering onder leiding van Den Uyl ging na het rapport meteen voortvarend aan de slag. In 1977 werd het "tabaksmemorandum" opgesteld door het ministerie van VWS, dit zou een opmaat zijn voor de latere tabakswarenwet. De regering Den Uyl heeft het tabaksmemorandum helaas nooit kunnen vertalen naar concrete wetgeving omdat het aan het eind van zijn regeerperiode kwam. De kabinetten in de jaren 80 en 90 hebben het werk van Den Uyl ook niet opgepakt.



De kabinetten na 1977 voerden wel informatiecampagnes over hoe slecht het roken is voor de gezondheid en hoe te stoppen. Regelgeving en prijsverhogingen kwamen er niet omdat de kabinetten van Agt en Lubbers geloofden dat de industrie zichzelf kon reguleren en het roken op de werkplek een zaak was tussen werknemers- en werkgeversorganisaties. In 1988 werd de eerste echte maatregel tegen het roken genomen: het werd verboden in openbare gebouwen.



Het beleid van Nederland sloeg dus jarenlang geen deuk in een pakje boter maar mensen hadden de overheid blijkbaar niet nodig want sinds de jaren 60 daalde het aantal rokers in Nederland gestaag. De bevolking zag sinds de jaren 60 steeds meer bewijs hoe slecht het roken voor je gezondheid is en het roken werd sociaal steeds minder normaal gevonden, bij feestjes verdwenen de sigaretten van tafel. Omdat er steeds meer stemmen klonken dat roken moest worden teruggedrongen kwam de Nederlandse regering in 1990 met de tabakswet en nog vele maatregelen die nauwelijks effectief bleken. De campagnes van de overheid tegen het roken kwamen nauwelijks over omdat de tabaksindustrie veel meer geld uitgaf om het roken normaal te houden, en de industrie schroefde zijn budgetten elk jaar verder op. De campagnes van de tabaksindustrie riepen op om de tolerantie te behouden met leuzen als ¨roken moet mogen¨ en ¨van een sigaret moet iedereen kunnen genieten¨



In 2002 werd de tabakswet drastisch uitgebreid onder toenmalig minister van VWS Els Borst en tabaksreclame,de verkoop aan jongeren onder de 16 en een flinke prijsverhoging. Voor het eerst daalde het aantal rokers in Nederland hierna onder de 30%. De tabakslobby bleek zijn macht echter nog niet te hebben verloren en accijnsverhogingen en het verbod op roken in de horeca zijn flink afgezwakt.



Den Haag wil wel actie ondernemen maar vind de verboden uit strengere landen zoals Australië vaak te extreem. Daarom zwakt ons kabinet alle antirookmaatregelen uit het buitenland al jaren af. Goede voorbeelden hiervan zijn het verbod op roken in de horeca(2008) en de rookvrije werkplek(2004) uiteindelijk mocht bij beiden nog worden gerookt mits er een speciale rookruimte was ingericht. Ook recentere voorbeelden zoals Plain packaging en het verbod op de verkoop van tabak. Uiteindelijk besloot het kabinet de sigarettenpakjes te versoberen en in 2020 verplicht te stellen voor supermarkten om tabakswaren af te dekken.



Lobbyclubs tegen het roken moeten het dus niet van Den Haag hebben maar gelukkig zijn er meer partijen die het roken minder normaal kunnen maken. De organisatie rookvrije generatie bijvoorbeeld, een samenwerking tussen het longfonds, Hartstichting en KWF kankerbestrijding richt zich meer op sportclubs en scholen dan op Den Haag. De essentie van wat de organisatie is duidelijk maken dat roken niet thuishoort op scholen,sportclubs,speeltuintjes en eigenlijk elke andere plek waar kinderen of tieners rondlopen. Het idee achter het verbieden van roken op deze plekken is dat als kinderen niet in aanraking komen met tabak ze niet meeroken en er ook niet aan gewend raken waardoor ze minder snel met het roken beginnen. Het ultieme streefdoel is dat dan geen enkel kind meer begint en de verkoop van tabak uiteindelijk vanzelf stopt. Sommigen lopen hier al op vooruit zoals de stichting eindspel tabak die tabak zo snel mogelijk wil verbieden voor iedereen die geboren wordt vanaf het jaar dat het verbod ingaat. Maar in Nederland rookt dus nu nog 25% van de bevolking en in 2004 was dit nog 30% ook in vergelijking met andere landen doen we het maar erg matig: in de VS rookt maar 15% en in Australië 13%. Dit komt waarschijnlijk door het halfslachtige beleid van Den Haag, kunnen we den Haag dan de schuld geven van de magere resultaten? Niet helemaal want Nederland zit ook gewoon in een lastigere positie dan de VS en Australië op het punt antirookbeleid.



Nederland kan simpelweg geen torenhoge accijnzen heffen of de fabrikanten aanpakken omdat het in de EU en de Schengenzone zit die beiden zo lek zijn als een mandje. Omdat er in Europa een interne markt is gecreëerd (de Schengenzone) zonder de buitengrenzen te bewaken zullen de zogenaamde ¨legale witjes¨ massaal de grenzen binnenkomen. Legale witjes zijn sigaretten die legaal zijn geproduceerd buiten de EU,meestal in het midden oosten die in het illegale circuit worden gebracht. Nu al zijn de legale witjes onder veel toonbanken te krijgen en accountantsbureau Ernst&Young heeft becijferd dat er een absolute boem zou komen in de verkoop als de accijnzen verder zouden worden verhoogd. En als de landen om ons heen hun accijnzen niet verhogen heeft het al helemaal geen zin want dan halen mensen het daar wel. Ook veel beleid is op Europees niveau geregeld, zoals wat er in een sigaret mag zitten. Beleid invoeren wordt op Europees niveau lastig gemaakt door landen in Oost-Europa die het roken nog niet als een probleem zien en zelfs de tabaksindustrie is nog toegestaan te lobbyen op Europees niveau. Dat Nederland geen eigen tabaksbeleid meer kan doorvoeren wordt pijnlijk duidelijk bij de verboden stoffen in een sigaret. Het RIVM heeft sigaretten van grote producenten getest en het bleek dat hier verboden stoffen in zaten. Nederland kan triest genoeg geen boetes opleggen omdat de Europese tests anders uitslaan door bemoeienis van tabaksindustrie



Antirookbeleid in Indonesië

Het antirookbeleid in Indonesië komt eigenlijk maar net op gang. De tabaksindustrie is al sinds de koloniale tijd een grote werkgever in het land, toentertijd werden door Nederlands handelsmaatschappijen Tabaksbladeren ingekocht bij lokale sultans om in Nederland verder te worden verhandeld. Het gaf veel werk aan de bevolking in Indonesië maar de bevolking werkte er weinig van omdat de Nederlandse handelsmaatschappijen en de sultans al het geld dat werd verdiend met de tabak opstreken. Het was eigenlijk slavenarbeid want de bevolking van de verschillende sultanaten moesten werken om hun land te behouden in het sultanaat anders konden ze geen eten meer verbouwen.



Na het koloniale tijdperk werden de inwoners van Indonesië stukken rijker omdat ze van de Nederlanders en sultans af waren die de bevolking jarenlang hadden gebruikt voor eigen gewin. Doordat de welvaart toenam hadden de Indonesische boeren de Nederlandse handelsmaatschappijen niet meer nodig om hun tabak te verkopen want Indonesiërs konden zelf sigaretten betalen. Sigaretten werden met de hand gerold en verkocht op lokale markten in landelijke gebieden waar de meeste Indonesiërs woonden. Later zijn er handelsmaatschappijen opgekomen die de handgerolde (clove) sigaretten begonnen in te kopen bij boeren en het weer verspreiden naar lokale winkeltjes of marktlui. De bedrijven die dit deden weden met de tijd groter maar opvallend genoeg niet veel efficiënter want tot 10 jaar geleden was elke sigaret die in het land werd verkocht nog handgerold.



Big tobacco kwam in Indonesië pas in het spel nadat de bevolking in Indonesië van 1960 tot 2010 is gestegen van 90 miljoen naar 240 miljoen inwoners. De meeste nieuwkomers woonden in metropolen op het eiland java waar ze als arbeiders in de industrie werkten. Grote populaties dicht op elkaar die een hard bestaan leiden als arbeider zijn een ideale afzetmarkt voor big tobacco en Phillip Morris nam dan ook in 2013 de Indonesische sigarettendistributeur Sampoerna over die indertijd de op twee na grootste was in Indonesië. Phillip Morris ging bijna meteen de sigaretten machinaal rollen en lanceerde verschillende smaken sigaretten en zette grote advertentiecampagnes op om nog meer sigaretten te verkopen. Deze tactiek bleek te werken want in het jaar daarna waren sigarettenverkopen gestegen met 13% andere spelers zagen dit ook en BAT en JTI deden snel daarop vergelijkbare overnames, Imperial tobacco is nog op zoek naar een bedrijf in de Indonesische tabaksindustrie om op te kopen.



Aan de explosie van het aantal rokers nadat big tobacco in het spel kwam deed de Indonesische regering bijzonder weinig als je beseft dat veel andere drugs zoals alcohol streng verboden zijn in het islamitische land. De tabaksindustrie koopt niet alleen grote billboards op waar ze hun sigaretten aanprijzen maar ze dringen dieper binnen in de levens van jonge stedelingen-levenslange rokers voor hen. In Jakarta lopen door de straten vaak jonge verkopers rond die voor slechts een dollar al een pakje verkopen aan iedereen, zelfs kinderen van acht jaar. Ook zijn er zogenaamde promotieteams met aantrekkelijke dames die sigaretten uitdelen aan jongeren in uitgaansgebieden. De merken die worden gepromoot zijn een mix van internationaal en lokaal.



Roken is in Indonesië eigenlijk net zoiets als snoepen: iedereen weet dat het niet goed is maar mensen gaan toch door want iedereen doet het toch? En niemand in Indonesië beschermt je tegen de verleidingen van tabak: kinderen zien iedereen om zich heen roken en willen het zelf ook doen. Dit wordt verder vergemakkelijkt door de prijs van de sigaretten want zoals eerder genoemd kun je al een pakje van 12 stuks voor 1 dollar kopen. Jongeren waarvan veel vrienden al roken beginnen ook omdat het beter is om een actieve dan een passieve roker te zijn volgens hen. Marketing voor kinderen is enigszins ingeperkt met de regel dat er geen tabaksreclame voor mag komen honderd meter rondom educatieve instellingen. Het voorgenoemde is de enige maatregel om kinderen te ontmoedigen om met het roken te beginnen en werkt niet. Meestal staat er net meer dan honderd meter van een school wel een kiosk die sigaretten verkoopt aan de leerlingen. De leerlingen gebruiken ze net als snoep in de pauze: gewoon even snel genieten. De tabaksindustrie speelt hier de laatste jaren op in door sigaretten in verschillende smaken uit te brengen.



De Indonesische regering heeft ook andere vormen van antirookbeleid die niet specifiek op kinderen zijn gericht maar die maatregelen lijken meer bedoeld voor het beschermen van de banen in de tabaksindustrie dan het verminderen van het aantal rokers in het land. Er is een accijns gekomen op sigaretten maar die is er alleen voor kreteksigaretten (machinaal gefabriceerd) waarschijnlijk om de duurdere colvetsigaret die handgerold is en meer werkgelegenheid oplevert te beschermen tegen zijn goedkopere broer. Ook zijn er accijnzen gekomen op tabaksbladeren als grondstof maar alleen bladeren van buiten Indonesië om de Indonesische bladeren te beschermen. Sinds kort zijn waarschuwingen als "roken is dodelijk" verplicht op sigarettenpakjes in Indonesië te zetten. Veel rokers stoppen er niet door maar velen roken minder en proberen zich veelal te beperken tot een pakje per dag.



In Indonesië is roken zo normaal dat je er eigenlijk niet bij hoort als je het niet doet. De Marlboroman staat hoog in het vaandel sinds Phillip Morris is gekomen op de Indonesische markt en ook voor andere aanbieders van tabak is het land een goudmijn. De Indonesische regering heeft de eerste stapjes gezet sinds de internationale spelers een epidemie veroorzaakten door goedkoop en met veel marketing zijn toegetreden maar er zal nog veel nodig zijn om het roken niet meer de normaalste zaak van de wereld te laten zijn in het Aziatische land.



Antirookbeleid in Australië

Het antirookbeleid in Australië wordt gezien als de beste in de wereld en veel maatregelen die in Australië zijn genomen tegen het roken zijn door andere landen later gekopieerd. Het tabaksbeleid van Australië is vooral hard: alle middelen om te adverteren zijn van de tabaksproducenten afgepakt en de accijnzen zijn torenhoog. Australië is nooit een echt groot rokersland geweest want net voordat de eerste antirookmaatregel was aangekondigd rookte ongeveer 40% van de volwassen inwoners in het land terwijl dit in andere landen meestal dik boven de 60% lag. Het harde beleid heeft goed uitgewerkt in Australië want sinds 1972 is het percentage rokers in de Australische bevolking van 40% in 1972 naar 13,2% in 2018 gegaan.



Het eerste wat Australië aanpakte in zijn antirookbeleid was het vernietigen van het imago van tabak want het leuke en het gemak moest ervan af. In 1972 verscheen er een waarschuwing over de gezondheidseffecten voorop het sigarettenpakje en niet lang daarna werden advertenties op televisie en radio in de ban gedaan. In 1994 werd het ook verboden om te adverteren kranten en magazines bestemd voor de Australische markt. In 1996 werd het adverteren voor tabaksproducten als laatste verboden op billboards en evenementen al werd er een uitzondering gemaakt voor internationale evenementen die niet zonder zouden kunnen.



Naast dat het adverteren voor het roken is verboden in Australië is er sinds de jaren 70 ook actieve reclame tegen het roken meestal van het Australische ministerie van volksgezondheid. De reclame gaat over gezondheid en bevat een goedwerkende mix tussen afschrikking en beloningen in het vooruitzicht. Aan de ene kant zijn er gruwelijke video`s van de gevolgen van roken bij echte mensen en aan de andere kant video`s wat het je oplevert als je stopt met roken: meer geld en een betere gezondheid.



Het gemak van roken in Australië is er ook van af gehaald want op bijna geen enkele ¨beschaafde¨ plek is het meer toegestaan. Eerst is tussen 1994 en 2004 het roken overal binnen al verboden: in het vliegtuig,de horeca en de werkplek. Australië accepteert ook geen speciale rookruimtes dus moeten de rokers maar naar buiten maar daar gelden ook op veel plekken rookverboden. In veel deelstaten van Australië is het roken op straat verboden en rondom plekken waar kinderen in de buurt zijn zoals scholen, speeltuinen maar ook de meeste stranden. De roker moet vet betalen als hij rookt op een plek waar het niet is toegestaan: er zijn boetes van honderden Australische dollars. De enige plekken waar je nog in Australië mag roken zijn obscure achteraf hangplekken waar de meeste mensen zich liever niet vertonen.



Tot 2010 vond eigenlijk iedereen de aanpak van Australië goed maar daarna is er discussie ontstaan over of de maatregelen niet te ver gingen en of het accijnsbeleid smokkel in de hand werkt. In 2006 werd boven de waarschuwingen op sigarettenpakjes in Australië ook plaatjes van de gevolgen van roken voor de gezondheid verplicht gesteld. Veel mensen vonden het te ver gaan om zoiets verplicht te stellen op producten en rokers zouden het toch al weten en er dan ook niet van opkijken. Het Australische ministerie van volksgezondheid zei dat hoewel rokers de plaatjes met hun ogen ontweken het hen wel bleef achtervolgen en een motivatie was om te stoppen. Ook het accijnsbeleid staat ter discussie: in 2010 kwam er een eenmalige accijnsverhoging van 25% en sindsdien worden de accijnzen daarbovenop nog met 15% jaarlijks verhoogd.



De tabaksindustrie zegt voor ¨de nodige regulatie van tabaksproducten¨ te zijn maar zegt dat de laatste maatregelen van de Australische overheid alleen de verkoop van illegale tabaksproducten in plaats van dat mensen echt stoppen. We hebben geen compleet beeld van de omvang van de illegale tabaksmarkt maar vindingen van de Australische douane van soms wel bijna een miljoen pakjes sigaretten per keer doet vermoeden dat de omvang niet gering is. De Australische tak van BAT zegt illegale sigaretten te zien als directe concurrentie, volgens hen maken de illegale sigaretten 15% van de totale markt uit. Wat BAT zegt klopt half: in de vooraanstaande Australische deelstaten niet in de achtergestelde staten als Tasmanië wel.



Als je in het voorgenoemde Tasmanië kijkt zie je dat de illegale tabaksmarkt al flink ontwikkeld is want voor vaste klanten weten kleine tabakszaakjes altijd wel wat te regelen. Waar voorheen illegale sigaretten alleen in anonieme dozen werden verkocht en de klant maar moest afwachten hoe zijn sigaretten smaakten zijn er heuse A-merken ontstaan in het illegale circuit. Zo is er bijvoorbeeld het merk Manchester dat qua vormgeving van het pakje verdacht veel op Marlboro lijkt en bekend staat om zijn consistente en aangename smaak. Ook hier heeft BAT een reactie op: want volgens hen bevatten de illegale sigaretten hogere tarwaardes(giftige stoffen die vrijkomen bij het verbranden van de sigaret) en een hoger nicotine percentage dan legaal toegestaan.



Het argument dat "overregulatiezoals de tabaksindustrie maatregelen noemt die volgens hen niet leiden tot rokers die stoppen maar gewoon uitwijken naar de illegale handel gebruikt de tabaksindustrie tegenwoordig ook tegen andere maatregelen dan accijnsverhogingen. Zo gaat het nieuwe plain packaging volgens hen ertoe leiden dat sigarettenpakjes makkelijker kunnen worden nagemaakt en het verbieden van pakjes met minder dan twintig sigaretten zou ook leiden tot meer illegale verkoop. Ook hebben de tabaksproducenten het graag over hun rechten bij de laatste maatregelen zo zei Phillip Morris dat plain packaging door het bepalen van het uiterlijk van het pakje(95% overheid,saai,grote waarschuwingen en 5% voor het merk in gestandaardiseerd font) inbreuk deed op zijn merkrechten. Phillip Morris klaagde de Australische overheid aan met als eis de schade die was ontstaan door gemiste verkopen ten gevolge van plain packaging te betalen. De zaak werd geen succes voor Phillip Morris want om te bewijzen dat ze verkopen misten door plain packaging moesten ze ook bewijzen dat plain packaging helpt bij het verminderen van het aantal rokers wat het bedrijf met klem ontkent.



Australië heeft in de afgelopen decennia bewezen korte metten te kunnen maken met de tabaksindustrie en het aantal rokers in het land. Het land is duidelijk niet vrolijk tegen rokers door ze alleen op obscure plekken en tegen hoge prijzen te laten roken maar het is wel goed voor de volksgezondheid. Het is allemaal nog niet genoeg want volgens de Australische overheid is roken nog steeds de nummer een voorkombare doodsoorzaak van het land en nieuwe maatregelen en nog meer accijnsverhogingen vind het land dan ook nodig. De nieuwste maatregelen waaronder het uiststalverbod hebben nog tijd nodig om zich te bewijzen maar de meeste zien er hoopvol uit. Wanneer de accijnzen omhoog gaan zal de smokkel ook toenemen maar Australië is een eiland en heeft de beste douane ter wereld en is het land om dit te handelen, ook al zullen criminelen altijd nieuwe manieren van smokkel bedenken met- de hoge accijnzen. In Tasmanië is de volgende generatie illegale tabak gearriveerd die als bladeren wordt geïmporteerd en lokaal verwerkt en verspreid, het spul smaakt nergens naar maar sommige rokers roken toch wel door….



Antirookbeleid in de VS:

De VS heeft geen gezamenlijk antirookbeleid op de accijnzen van tabaksproducten,er is wel gezamenlijke regulatie op de ingrediënten van tabaksproducten en er zijn in de loop van de tijd vanuit de Amerikaanse staat meerdere harde maatregelen gekomen om het roken terug te dringen. Het beleid van de VS werkt duidelijk heel erg goed want het percentage rokers onder de Amerikaanse bevolking staat op slechts 15%.



In 1964 begon het antirookbeleid in de VS toen een rapport van de surgeon general, de meest voorname dokter die de Amerikaanse overheid adviseert op medische dossiers concludeerde dat roken ¨mogelijk slecht zou zijn voor de gezondheid¨hetzelfde jaar nog werd er een waarschuwing op de sigarettenpakjes geplaatst die dit aangaf en in 1967 werd de boodschap al verduidelijkt met ¨smoking kills¨. In 1967 werd er al een campagne tegen het roken begonnen in de VS: als de tabaksindustrie reclame wilde maken met reclamespotjes op tv moest het voortaan ook voor hetzelfde aantal spotjes tegen het roken betalen. In 1971 werden alle televisiespotjes voor het roken in de ban gedaan waarmee ook de antispotjes van de buis verdwenen, dit was jammer want tussen na 1971 daalde het aantal stoppers flink en velen wijten dit aan het verdwijnen van de antirookspotjes. In 1973 werd ook televisiereclame voor cigarello`s en in 1986 voor kauwtabak in de ban gedaan. In 1984 werd moest de gezondheidswaarschuwing ook komen te staan op advertenties op billboards en in magazines.



De ontmoediging voor tabaksproducten was dus al sinds eind jaren ´60 erg succesvol in de VS maar van accijnsverhogingen en het verbieden van roken op bepaalde plekken kwam in de VS pas in de jaren `80 vlot. Sinds die tijd hebben veel staten het verboden om te roken in openbare gebouwen en de horeca en zijn de accijnzen omhoog gegaan. 23 staten hebben wetten om het roken in gebouwen aan banden te leggen en dit zijn meestal ook de staten die hoge accijnzen opleggen. Het eerste beleid is erg goed uit te voeren maar het tweede bijna onmogelijk omdat er ook niet ¨luie¨ staten zijn die de accijnzen sinds de jaren `80 niet hebben verhoogd. Het wordt dan ook geschat dat in New York waar de prijzen van een pakje rond de 14 dollar liggen meer dan de helft van de sigaretten uit andere staten zijn gesmokkeld(er is ook geen douane binnen de VS) veelal uit staten die waar ook tabak wordt geteeld en de accijns slechts 50 dollarcent betreft.



Een omslag in het antirookbeleid was de master settlement in 1998 waarbij de tabaksindustrie werd veroordeeld voor misleiding over de schadelijkheid van hun producten. Naast de rokers compenseren moesten de tabaksproducenten hun misleidende gezondheidsclaims rechtzetten door te betalen voor het truth initiative: tabaksontmoediging in tijdschriften en op tv door de overheid om duidelijk te maken hoe slecht en verslavend het roken is. Ook werd met de tabaksindustrie afgesproken dat ze niet meer zou adverteren in magazines gericht op kinderen en bij sponsoring van internationale evenementen als de F1 zou de tabaksindustrie zich ¨terughoudend opstellen¨ beide afspraken hebben niet lang geduurd want in de jaren daarna werden beide vormen van sponsoring in de VS in het geheel verboden.



In 2009 ging de regulatie van tabaksproducten over naar de FDA(food and drug administration) die meteen in 2010 al de termen "light" en "low tar" verbood omdat ze het idee zouden geven dat het zou gaan om minder schadelijke producten wat niet het geval was volgens de FDA. In 2010 werden afschrikwekkende afbeeldingen zoals gehanteerd in Australië ook verplicht op sigarettenpakjes in de VS. Het laatste initiatief van de FDA is om nicotineniveaus in het tabak wettelijk te reguleren om tabaksproducten minder verslavend te maken. Het is een goede zet want als er minder nicotine in tabak zit is het makkelijker te stoppen.



Naast de sigaret zijn er in Amerika nog twee tabaksepidemieën in Amerika: kauwtabak(onder de ouderen) en de e-sigaret(onder scholieren. De kauwtabak is cultureel erg verbonden met de MLB(major league Baseball) waar bekende spelers op het veld pruimden en de toeschouwers vaak ook. De e-sigaret was een kortstondige hype op Amerikaanse scholen omdat toen de producten rond 2014 op de markt kwamen er geen verbod was op reclame voor en verkoop aan jeugdigen, het wed in korte tijd stoer en in 2015 was rond de 15% van de scholieren aan het vapen. Producenten speelden hierop in door vele smaken te introduceren en het design van e-sigaretten kleiner en aantrekkelijker te maken: tot de BLU e-sigaret aan toe die een nauwelijks grotere omvang heeft dan een traditionele sigaret.



Tegenwoordig heeft de FDA ook deze twee vormen van tabaksgebruik onder controle door het verbieden van kauwtabak in de MLB stadions voor spelers en supporters waardoor het niet meer cool is en het vapen onder scholieren door verkoop aan minderjarigen en reclame in het algemeen te verbieden.



Deelvraag 7: wat zijn de internationale verdragen over antirookbeleid?



Er is eigenlijk wereldwijd een groot verdrag voor het handhaven van antirookbeleid: het framework on tobacco control van de wereldgezondheidsorganisatie. In het fctc-verdrag hebben bijna 170 landen inclusief alle EU-leden antirookbeleid vastgelegd dat jaarlijks wordt geëvalueerd door het COP(covernance of parties). De aanstoot voor het verdrag is de verspreiding van de tabaksepidemie naar de derde wereld.



De COP is dus de raad waarin alle deelnemers van het fctc-verdrag kunnen overleggen over nieuw beleid. In het COP kunnen de leden meepraten maar ook landen die niet meedoen met het verdrag. Voor informatie kan de COP raad het advies van onafhankelijke onderzoekers raadplegen, mensen op enige manier verbonden met de tabaksindustrie is streng verboden mee te praten of informatie aan te leveren. Als toeschouwers is er vaak maar een beperkte club journalisten uitgenodigd.



Het verdrag houd in de basis drie dingen in: ten eerste erkennen de deelnemende landen dat tabaksgebruik een serieus probleem voor de volksgezondheid is. Ten tweede hoe er tot beleid moet worden gekomen en ten derde hoe dat beleid ten uitvoering moet worden gebracht en ten vierde hoe het moet worden geëvalueerd. De deelnemers worden onderverdeeld in groepen waar een bepaald land altijd een voortrekkersrol in speelt. Een land als India zal veel minder strenge richtlijnen en evaluaties krijgen dan bijvoorbeeld Duitsland omdat het een derde wereldland is en er nog niet zo lang een tabaksontmoedigingsbeleid.



Het FCTC-verdrag is zeker niet vrijblijvend want het beleid dat is vastgelegd in de verschillende COP`s moet worden omgezet in wetgeving. Deze wetgeving geld niet alleen voor landelijke overheden maar ook voor alle lokale en regionale overheden. Dit kan erg pijnlijk zijn voor lokale overheden die veel werkgelegenheid te danken hebben aan de tabaksindustrie. In het FCTC-verdrag is bijvoorbeeld opgenomen dat er geen vrijblijvende samenwerking mag zijn tussen overheden en de tabaksindustrie. Dit zal erg pijnlijk zijn voor de regio Bergen op Zoom die samen met Phillip Morris Holland het cultureel fonds Bergen op Zoom bekostigde.



Het FCTC verdrag kan een succes worden genoemd omdat elk land dat meedoet wel een paar antirookmaatregelen heeft ingevoerd. In de derde wereld zie je een duidelijk verschil tussen landen die meedoen aan het FCTC verdrag en al de eerste antirookmaatregelen hebben als India en landen die niet meedoen als Indonesië in het percentage rokers onder de bevolking.



Deelvraag 8: Op wie richt tabaksreclame zich?



Tabaksreclame is in de meeste landen ter wereld verboden tussen 2000 en 2005 verboden we kunnen na een paar jaren de effecten zien van het verbod: nu tabaksreclame al tien jaar verboden is is het beeld van roken veel negatiever geworden. In dit hoofdstuk behandel ik hoe tabaksreclames klanten probeerden te lokken en welke bezwaren er waren waarom het nu is verboden(in Nederland sinds 2005)



De eerste tabaksreclames waren vrij straightforward: ze toonden meestal een pakje sigaretten of shag met een een vrij standaard leus als "dit merk is de beste". De advertenties waren meer gericht op het attenderen op een bepaald merk dan het overtuigen om te gaan roken want dat was zo normaal dat iedereen het al deed. De eerste advertenties waren vooral geprinte advertenties en transformeerden niet goed naar de televisie. Omdat een spot als "dit merk is de beste" en het tonen van een bepaald pakje sigaretten bij lange na niet genoeg was om de televisiekijker bij te blijven werden tabaksbedrijven creatiever in hun advertenties. Voortaan werden de eigenschappen van het tabaksproducent bezongen in de spotjes en was er soms nog een polonaise omheen in belachelijke pakjes om extra de aandacht van de kijker te trekken.



De eigenschappen waar de tabaksproducten,voornamelijk sigaretten werden gepromoot waren voornamelijk gezondheidseffecten. Het publiek kreeg sinds 1930 geruchten te horen over gezondheidseffecten van het roken en er waren veel gesprekken over een rokershoest en keelirritatie, en van welke ellende dit een voorbode zou zijn, sommige mensen refereerden zelfs al naar sigaretten als "nagels in de doodskist". Tabaksproducenten wilden de geruchten hoe dan ook stoppen want hun producten werden opeens als een stuk minder aantrekkelijk gevonden. Om het publiek te overtuigen dat roken niet schadelijk is voor de gezondheid maakten de bedrijven gebruik van het indertijd onbreekbare vertrouwen in dokters. De eerste advertenties met dokters waren van Lucky Strike en hadden een boodschap van een afgebeelde dokter: "physicians say luckies are less irritating" het bedrijf achter lucky strike, ATC (american tobacco corporation) zei dat dit kwam door het unieke roosterproces van haar tabak.



Later kreeg ATC er concurrentie bij in zijn reclame met dokters van Phillip Morris. Phillip Morris ging een stapje verder dan ATC door te stellen dat nadat dokters Phillip Morris sigaretten hadden voorgeschreven aan patiënten met keelirritatie alle klachten helemaal verdwenen. Of de concurrentie op advertenties met dokters goed was is maar de vraag want de advertenties begonnen elkaar tegen te spreken: terwijl de ene advertentie zei dat er geen nadelige gezondheidseffecten waren van het roken zei de ander dat zijn merk minder gezondheidsklachten veroorzaakte dan andere merken.



Later gingen advertenties nog verder door de dokter er persoonlijk af te beelden als roker. De spot van een bekende campagne was dan ook ¨meer dokters roken camels dan enig andere sigaret¨. De advertenties toonden dokters die achter hun bureau, tegenover hun patiënten aan het roken waren. Het idee hierachter was dat als mensen zouden zien dat dokters met al hun medische kennis rookten het wel niet erg zou zijn. Wat in de advertenties werd getoond was ook niet helemaal uit de lucht gegrepen: de medische stand was ook niet immuun voor een nicotineverslaving en veel dokters rookten. Veel keelartsen ontkenden de effecten van roken ook nog steeds: ze zeiden dat de effecten van het roken per persoon verschilden. Tabaksproducenten speelden in op die gedachte door artsen aan te raden in ieder geval een "veiligere" sigaret aan hun patiënten voor te schrijven.



Om de dokterclaims te blijven voeren zelfs met steeds meer bewijs van de gezondheidseffecten van tabaksgebruik gingen de tabaksproducenten ook adverteren in medische vakbladen tussen 1930 en 1940, de tabaksproducenten gingen verder dan alleen advertenties plaatsen. Sigarettenproducenten wilden voor de reclame dat dokters hun merken rookten en waren actief op medische bijeenkomsten door zitplaatsen te sponsoren en sigaretten uit te delen. R.J reynolds ging zelfs zover om een afdeling ¨medical relations¨op te richten. Het doel van de afdeling was het vinden van artsen die ¨bewijs¨ konden leveren dat roken niet schadelijk was om R.J Reynolds marketingleuzen te ondersteunen. Nu kon het bedrijf refereren naar ¨onderzoek¨ in zijn reclameuitingen.



In de jaren 50 kwam er een einde aan de advertenties met dokters omdat het bewijs tegen het roken steeds onweerlegbaarder werd. Dokters stopten massaal met roken en op medische conventies en in -vakbladen werden tabaksbedrijven sindsdien geweerd. Tabaksreclames zeiden nu: "zonder doktersrapport weet ik ook wel hoe mild deze sigaret is"



Na de dokters en gezondheidsmarketing moest de tabaksindustrie iets nieuws vinden om zijn producten aan de man te brengen: dit werd lifestyle advertising. Lifestyle advertising houdt in dat je bij je merk een bepaald gevoel wil overbrengen waar de klant voor wil betalen. Phillip Morris was de eerste die hiermee begonnen met de Marlboroman die het merk Marlboro promootte als de echte cowboy-sigaret. Later kwamen er meer merken die zich voordeden als stoer zoals Winston waardoor oude merken als Chesterfield en Lucky Strike begonnen onder te sneeuwen. Ook op andere doelgroepen werd gericht geadverteerd: vooral vrouwen en kinderen waren interessante doelgroepen van de industrie. De vrouwen rookten een stuk minder dan mannen dus hier viel veel klandizie te winnen en de kinderen moesten als ze begonnen meteen een merk in het hoofd hebben.



De reclame voor vrouwen moest vooral "fashionable" zijn, dit betekent in praktijk dat het aantrekkelijk moest zijn. Vrouwen wilden niet dezelfde sigaretten als mannen dus werden er merken speciaal voor vrouwen bedacht (Belinda,vogue…) het belangrijkste verschil met "mannenmerken" als Marlboro was dat de smaak minder scherp is. De vrouwenmerken werden geadverteerd in Libelleachtige vrouwenblaadjes en werd hier neergezet als net zo`n "must" als make-up. Vrouwensigaretten waren vaak duurder dan sigaretten voor mannen omdat het meer ging om het "fashionable zijn". Later zijn er ook merken als Peter Stuyvesant gekomen die met een prijskaartje en lifestyle-advertenties mannen en vrouwen aanspraken.



De tweede groep-kinderen is erg controversieel en de industrie zegt al sinds begin jaren 70 zich niet op die groep te richten. Eerst was reclame naar kinderen toe helemaal open en bloot want er werd gewoon in de Flintstones geadverteerd voor sigaretten. Later werden advertenties niet meer geplaatst in media voor kinderen en werd er niet meer expliciet op deze doelgroep gericht. Critici zagen echter reclames voorbijkomen op billboards(want op tv adverteren was al verboden) die wel degelijk kinderen aanspraken. Een schoolvoorbeeld hiervan is Joe Camel -een rechtopstaande kameel die in allerlei cartoon settings wel een sigaretje opstook. Kinderen vonden het een leuk figuur en 90% van hen kon vertellen dat het voor Camel stond. Hoewel Joe Camel het merk Camel weer van "oude meuk" naar hip had gepromoot adverteerde R.J Reynolds na 1997 niet meer met het karakter na maatschappelijk protest onder het mom "camel`s aren`t dumb enough to smoke".



Toen tabaksreclame rond het jaar 2000 bijna overal verboden werd hadden tabaksproducenten nog twee trucs om hun producten te blijven promoten-brand stretching en de F1. De F1 was zo afhankelijk van de tabaksproducenten dat ze mochten blijven sponsoren- niet met hun merknaam maar wel met iets dat daarnaar verwees zoals "Go West" voor het merk West. En brand stretching- simpelweg andere producten aanbieden om daarvoor reclame te maken. De bedrijven maken een tasje of een horloge of een parfumlijn en adverteren hiermee. Ook proberen ze direct in contact te komen met klanten door bijvoorbeeld een wedstrijd uit te schrijven om een Camel horloge te winnen- om ze daarna te bestoken met spam.



Wie verdient er allemaal geld aan de tabaksverslaving?

De tabaksverslaving van 25% van de Nederlandse bevolking levert een constante geldstroom op want hoe hoog de prijs ook is, er zijn genoeg mensen die een pakje per dag blijven roken. De partij die veruit het meeste geld ontvangt van de rokers in Nederland is gewoon de Nederlandse staat via de accijnzen, vorig jaar was dit ongeveer 2,5 miljard euro. 2,5 miljard euro is een hoop geld en dit gaat in ieder geval niet af van de winstmarges op tabaksproducten: die worden al jaren verhoogd door de fabrikanten. Een goed voorbeeld van het laatste is het bedrijf BAT wat per verkocht pakje Pall Mall in Amerika het tienvoudige verdiend(1 euro) vergeleken met een pakje verkocht in Indonesië. De werkgelegenheid die de tabaksindustrie geeft is in het productieproces bijna nul: tabak wordt bijna volledig automatisch bewerkt en eventueel gerold met goed ontwikkelde machines. Tegenwoordig kunnen fabrieken met slechts een paar honderd werknemers al miljarden sigaretten per jaar draaien. En dan zijn er nog de zogenaamde profiteurs zoals de lobbyisten en accountantsbureaus als KPMG die de overheid .



De grootste verdiener aan sigaretten is de overheid want van een pakje sigaretten van 6,50 is 5 euro accijns. De overheid bepaalt dan ook praktisch de prijs van tabaksproducten, de producenten kunnen ook nog schroeven aan hun winstmarges maar die volgen in de praktijk altijd de overheid: wanneer de accijnzen omhoog gaan gaan hun winstmarges dat ook. De overheid heeft als doel om met hoge accijnzen het roken te ontmoedigen: de logica hierachter is hoe duurder hoe minder aantrekkelijk. De overheid doet dit vanuit zijn doelstelling van het bevorderen van de volksgezondheid maar de inkomsten uit accijnzen gaan niet uitsluitend naar het bestrijden van roken of in de volksgezondheid in het algemeen. Accijnzen zijn namelijk een zogenaamde algemene belastingen wat betekent dat de overheid het overal aan kan besteden. Critici stellen dan ook dat de overheid op deze manier verslaafd is aan de accijnsinkomsten: want voor mooie projecten als een nieuwe snelweg komt het goed van pas. Accijns als algemene belasting is dan eigenlijk ook niet logisch als je kijkt naar het fundamentele idee achter accijnzen: wanneer de prijzen worden verhoogd zullen op lange termijn minder mensen beginnen met roken en ook zullen er meer stoppers zijn. Met de accijns als algemene belasting betekent dit bij een jaarlijkse verhoging in praktijk dat de inkomsten uit accijnzen op termijn zouden moeten teruglopen: en dat doet pijn in de schatkist.



Als tabaksproducten eenmaal zijn geproduceerd en de accijnzen van de overheid en de winstmarge van de producent bovenop de kostprijs zijn gekomen gaan de producten logischerwijs naar de retail. De retail wordt niet rijk van de tabaksproducten: door de accijns- en winstmargeverhogingen staat de marge die retailers krijgen voor tabaksproducten onder druk. De supermarkt kan vaak nog wel uit met de 45 cent die het per pakje krijgt maar de tabaksspeciaalzaak die ervan afhankelijk is niet. Door het massaal sluiten van tabakspeciaalzaakjes is Marlboro nu zelfs het meestverkochte merk in de supermarkt. Dit is niet wenselijk want veel mensen zijn het er mee eens dat op termijn tabaksproducten zouden moeten verdwijnen uit de supermarkten en ook het ministerie van VWS vindt dat het aantal verkooppunten omlaag moet. Het lijkt er op dat ¨op termijn¨te laat komt want als de tabaksspeciaalzaken al zijn verdwenen zal het wel moeten worden verkocht bij de supermarkt. Voor de supermarkten is de winstmarge die ze krijgen relatief laag vergeleken met andere producten die ze verkopen: ze hebben een slechte onderhandelingspositie tegenover de tabaksreuzen. Daarom hadden supermarkten in het verleden vaak huismerken die ze lieten produceren bij fabrieken die geen eigendom waren van een tabaksreus zoals Heupink&Bloeme in Oosterwolde. Ondanks dat de supermarkten veel hogere marges kregen op de huismerken zijn de meeste ermee gestopt: ze willen het liefst op geen enkele manier worden geassocieerd met de producten. Uitzonderingen bij de Nederlandse supermarkten zijn de Duitse prijsvechters Aldi en Lidl die bieden nog steeds voor een scherpe prijs huismerktabak aan. Als huismerktabak wordt er alleen shag aangeboden: op sigaretten zijn de accijnzen zo hoog dat het niet mogelijk is om een significant lagere prijs te vragen dan de A-merken. De internationale producenten lobbyen dan ook voor een gelijkschakeling van de accijns op shag en sigaretten volgens henzelf omdat het eerlijker is maar waarschijnlijker om een geduchte concurrent, de huismerktabak, uit te schakelen. Ook andere winkels dan de supermarkt en de tabaksspeciaalzaak verkopen tabak: de pompstationswinkels dienen de nicotineverslaafden die onderweg nicotine cravings krijgen en drogisterijen als de Kruidvat hebben het ook jarenlang aangeboden(maar stoppen er nu mee). Voor alle retail is tabak geen gemakkelijk product: klanten moeten altijd worden gecontroleerd of ze volwassen zijn en in de toekomst moet alle tabak zijn afgedekt.



De werknemers van de tabaksindustrie zijn in het westen zoals eerder genoemd niet arbeiders nodig voor de productie- die is zo efficiënt dat er met minder dan 200 mensen al miljarden sigaretten per jaar kunnen worden geproduceerd. De nieuwe werknemers van de tabaksindustrie in de westerse landen zijn ongelooflijk grote aantallen woordvoerders en lobbyisten. De woordvoerders zijn ervoor om de tabaksindustrie niet te negatief te laten overkomen in de media en als ze iets te melden hebben zich in het nieuws proberen te vechten want reclame maken mag niet meer. De lobbyisten zijn ervoor om de zogenaamde "overregulatie" te voorkomen. De lobbyisten moeten de politiek en de ministeries overtuigen dat veel van hun voorgestelde beleid niet leid tot minder rokers maar tot nare zaken als illegale handel. Lobbyisten moeten tegenwoordig geregistreerd staan maar op kritieke punten wanneer er over nieuwe regulaties wordt gesproken in parlementen blijken er altijd meer lobbyisten te zijn dan er geregistreerd staan. De vele tabakslobbyisten komen erg bedreigend over: toen het Europees parlement vorig jaar besliste over afschrikwekkende afbeeldingen op verpakkingen werden de leden van het parlement wekenlang gestalkt door 1200 lobbyisten werkende voor PMI.



Als laatste hebben we nog de partijen die de informatievoorziening regelen voor de overheid en de tabaksindustrie voor om hun beleid te bepalen. Dit zijn meestal de "big four" accountantskantoren EY, PWC, KPMG en Deloitte deze schrijven rapporten over bijvoorbeeld de grootte van de illegale markt en wat hogere accijnzen de overheid opleveren. De accountantskantoren hebben met de overheid en de tabaksproducenten trouwe klanten te pakken. KPMG schrijft al sinds 2009 over de grootte van de illegale markt voor Phillip Morris onder de naam ¨project star¨ over hetzelfde onderwerp rapporteert het naar de EU onder de naam ¨project sun¨. Hier ligt exact het probleem waar critici over klagen: de accountantskantoren eten van twee walletjes. De activistische website tabaknee.nl heeft de accountantskantoren KPMG en Ernst&Young zelfs op de lijst van tabakspushers staan. Echte tabakspushers zijn de accountantskantoren duidelijk niet: ze werken onafhankelijk voor opdrachtgevers in allerlei branches en de uitkomsten van hun onderzoeken zijn tot nu toe meestal betrouwbaar gebleken.



De grote vijf tabaksproducenten wereldwijd staan allemaal genoteerd aan de beurs dus aandeelhouders verdienen er ook geld mee. Jarenlang hebben tabaksaandelen erg laat genoteerd gestaan door de toenemende regulaties in het westen. Om meer waarde te creëren splitste Phillip Morris zich dan ook in tweeën op: Altria in de VS waar er al veel regulaties waren en PMI daarbuiten waar er nog minder regulaties waren. Ondertussen is het speelveld veranderd want buiten de VS komen er ook strengere regulaties mede door het FCTC-verdrag van de WHO. De tabaksaandelen gaan ondanks de wereldwijd toegenomen regulaties de laatste jaren omhoog. Dit komt door de lage rente die je krijgt op je spaarrekening bij de bank (max 0,5%) en het hoge rendement dat je krijgt met tabaksaandelen(rond de 4%) het is op dit moment echter zeer risicovol om te investeren in tabaksaandelen: ze staan zo hoog omdat aandeelhouders en investeerders gokken op verdere groei bij de zogenaamde next-generation products als heat not burn producten en de E-sigaret. Als deze groei uitblijft kunnen de tabaksaandelen snel dalen en in de huidige waardering wordt er ook geen rekening gehouden met mogelijke boetes- er lopen nog genoeg rechtszaken tegen de producenten en met de huidige waardering zou het een financiële strop zijn als maar een paar aanklagers gelijk krijgen.



Mening van de betrokken partijen zelf



Aan de hand van een aantal vragen vraag ik de betrokken partijen wat ze zelf vinden van het roken: de eerste partij die ik hiervoor heb benaderd is de tabaksindustrie: de meeste producenten hadden echter geen interesse om een reactie te geven op mijn vragen. Jan-hein-Sträter van de VSK (vereniging sigaretten en kerftabak) wilden mijn vragen wel beantwoorden maar zei dat sommige vragen eerder voor producenten dan voor de branchevereniging waren-en die hadden nou net geen zin om te reageren.



Dit waren de vragen die ik heb gesteld aan de Industrie:



1. Waarom is het goed dat er een organisatie als de VSK bestaat?

Omdat de collectieve belangen van een bepaalde sector nu eenmaal het beste vanuit een gezamenlijke organisatie worden behartigd.



2. Waarom gingen de voormalige SSI en VNK samen tot de VSK?

Van oudsher waren dit twee organisaties, ieder met eigen leden. Door integratie en overnames van bedrijven, groeide de ledenbestanden van beide organisaties naar elkaar toe. Ook de collectieve belangen kwamen meer op een lijn te liggen. Al heel lang was er daarom een actieve samenwerking tussen beide. De “fusie” is het sluitstuk van die samenwerking.



3. Uw organisatie verspreid informatie over de tabaksndustrie, voor wie is deze informatie bedoeld?

We verspreiden informatie via de website en via een nieuwsbrief. Die informatie is voor iedere geïnteresseerde bedoeld.



4. Welke antirookmaatregelen vind u goed en welke niet?

In zijn algemeenheid steunen wij maatregelen die roken onder minderjarigen tegen gaan.



5. Hoe loopt het contact met de ministeries en waarover gaat uw contact?

Dat contact gaat onder andere over de onderwerpen die op onze website ook worden genoemd. Maar daarnaast bijvoorbeeld ook bestrijding van namaak en illegale handel. En de implementatie van Europees beleid in Nederlandse wetgeving.



6. Wordt u gehinderd in het contact met overheden omdat u tabakslobbyist bent?

Het ministerie van VWS heeft een protocol opgesteld waarin staat dat de overheid terughoudend moet zijn in de contacten met de tabaksindustrie.



7.Hoeveel mensen werken er bij de VSK?



8.Hoe bepalen de leden mee in het beleid van de VSK?

De leden uitsluitend bepalen het beleid.



9.Zijn er naast tegenstanders als tabaknee.nl ook mensen die uw werk wel waarderen en hoe uiten ze die waardering?

Ja, die zijn er en die zeggen dat soms.



10. Hoe werd u zelf betrokken bij de VSK?

Ik ben hiervoor gevraagd.



Vragen aan en over de industrie:

Dit zijn inderdaad meer vragen aan de industrie. Waar mogelijk heb ik een antwoord gegeven.



1. In het verleden is er weleens kinderarbeid geconstateerd op plantages die leverden aan de leden van uw vereniging. Ik weet dat de tabaksindustrie tegenwoordig veel doet om dit tegen te gaan. Waarom communiceert de industrie echter niet meer naar de klant door bijvoorbeeld het land van herkomst van de tabak te vermelden of een keurmerk zoals fairtrade of utz bij cacoa?



2. De tabaksindustrie zegt dat het percentage rokers niet verder is terug te dringen dan een bepaald percentage van de bevolking. Hoe groot zal dit percentage ongeveer zijn volgens u en hoe omschrijft u de grootste bevolkingsgroepen die hieronder vallen?

Ik ken die uitspraak niet, al zal het vast waar zijn dat er altijd mensen zullen blijven roken.



3.De tabaksindustrie zegt zelf ook het jeugdroken tegen te gaan. Op welke manier maakt zij haar producten minder aantrekkelijk voor jeugdigen en neemt de industrie nog meer initiatieven om het jeugdroken tegen te gaan?

Het belangrijkste wat gedaan kan worden is een strikte naleving van de leeftijdsgrens. Dat geldt voor de verkopers van tabak, maar natuurlijk ook voor ouders en opvoeders die zien dat hun kinderen roken. De industrie ondersteunt maatregelen die daar aan bijdragen en levert ideeën voor verbeteringen.



4. De tabaksindustrie communiceert dat tabak een product is voor volwassen rokers die er bewust voor kiezen. Dit doet de industrie om geen minderjarigen aan te spreken. Maar spreekt dit juist geen minderjarigen aan omdat veel minderjarigen niets liever willen dan volwassen zijn?

De industrie is inderdaad van mening dat roken iets is voor volwassen, goed geïnformeerde consumenten. Maar daarmee is het product nog niet aantrekkelijk voor minderjarigen.



5. Tabak heeft van zichzelf een rokerige smaak en de industrie maakt de smaak dan ook prettiger door additieven als cocao en suiker toe te voegen. Zou de industrie in het kader van het antirookbeleid niet minder additieven moeten toevogen om het roken minder aantrekkelijk te maken?

Additieven hebben veel verschillende functies en smaak beïnvloeding is er een van. Sigaretten en shag zonder additieven zijn volop verkrijgbaar en veel consumenten geven daar de voorkeur aan.



6. Vind u dat tabaksproducten thuishoren in de supermarkt waar ook levensmiddelen worden verkocht gezien de bewezen gezondheidsrisico`s?



7. Kan de tabaksbrance geen betere ervaring bieden in tabaksspeciaalzaken omdat hier nog wel reclameuitingen mogen worden gedaan,de verkoper meer verstand heeft van de produceten en de werking van de RRP`s (reduced risk products) als de e-sigaret kan uitleggen aan de roker?



8. Door de verhogingen van accijnzen en de verhogingen van de winstmarges van onder andere de leden van uw vereniging van Nelle,BAT en JTI komen de marges van tabaksspeciaalzaken onder druk te staan waardoor er veel zaakjes in de problemen komen. Zijn de verhogingen van de winstmarges wel verantwoord omdat zo een belangrijk kanaal voor de tabaksindustrie verloren gaat(zie vraag 7) en crëeert de industrie hiermee geen afzetkanaal voor illegale tabak omdat die dan onder de toonbank wordt verkocht omdat de tabaksspeciaalzaak hier nog wel leefbare marges voor krijgt?



9. Hoe willen de leden van uw vereniging next geration products met een mindere schadelijkheid voor de gezondheid aan de man brengen bij de volwassen roker als reclame en sponsoring verboden zijn?



10. Wanneer er verdere verhogingen van accijnzen zijn worden er in de praktijk altijd meer zogenaamde "legale witjes" Europa binnengesmokkeld. De industrie beweert dat het inferieure producten zijn en dat de verspreiding wordt gedaan door criminelen. Zou u mij uit kunnen leggen waarom legale witjes inferieure producten zijn en welke criminaliteit uit de handel voortvloeit?



11. Hoe gaat de industrie de verspreiding van illegale tabak tegen en hoe werkt zij daarin samen met de overheid?



12. Wat vindt u van de stelling van Benedict Ficq dat de industrie mensen opzettelijk verslaafd maakt en houd?



13. Next generation products als de e-sigaret en de sisha-pen hebben vullingen in vele smaken. Maakt dit het product qua uitstraling niet vergelijkbaar met snoep?



14 Wat vindt u van het denormaliseren van de tabaksindustrie door het stopzetten van investeringen van financiële instellingen(banken,verzekeraars..)en het plaatsen van tabaksproducenten op dezelfde zwarte lijst van de VN waar ook fabrikanten van bernobommen op staan?



Extra vraagje

Ik ken een paar meiden op school die al voor hun 18e aan het roken zijn begonnen. Het zijn drie meiden die meer bezig zijn met hun uitgaansleven dan met school. Ze zijn denk ik begonnen met roken om zich te onderscheiden van andere leerlingen en zich af te zetten tegen het moeten van de school. Wat zou u hen als vertegenwoordiger van de industrie aanraden om te doen met hun gewoonte om te roken?



Bronnenlijst



Tabaksindustrie

https://www.volkskrant.nl/wetenschap/universiteit-utrecht-zet-financier-philip-morris-aan-de-kant-tabaksindustrie-als-geldschieter-blijft-gevoelig~a4557568/

https://www.vsk-tabak.nl/

https://www.pmiscience.com/



Antitabakslobby

https://www.youtube.com/watch?v=qcsdt468C_0&feature=youtu.be

http://www.tabaknee.nl/

http://unitednews.sr/news/nederlandse-tabaksstrafzaak-gaat-internationaal-roken-moord/

https://truthinitiative.org/



Informatie over roken en tabaksproducten:

https://www.watziterintabak.nl/content.jsp?objectid=200045&err=2

https://www.theguardian.com/us-news/2018/jan/25/us-panel-rejects-philip-morris-claim-iqos-tobacco-device-cuts-disease-risk

https://www.rijksoverheid.nl/zoeken?trefwoord=tabak

https://www.gezondheidsnet.nl/stoppen-met-roken/roken-de-gevaren



Geschiedenis van het roken

https://nl.wikipedia.org/wiki/Roken_(tabak)

https://nooitweer.wordpress.com/2013/10/18/roken-kan-echt-niet-meer/



Maatregelen tegen het roken:

https://www.youtube.com/watch?v=pfxRXIaYrlo

https://www.youtube.com/watch?v=0tavCKYwzkM

http://wetten.overheid.nl/BWBR0004302/2016-05-20


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Nout