Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

De invloed van de Nederlanders op de architectuur in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Profielwerkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 8843 woorden
  • 4 augustus 2010
  • 153 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 153 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Inhoudsopgave

Inhoudsopgave…………………………………………………………………………………..Blz. 1

Inleiding……………………………………………………………………………………….……..Blz. 2

Hypothese……………………………………………………………………………………….….Blz. 4

Deelvraag 1…………………………………………………………………………………….….Blz. 5

Deelvraag 2………………………………………………………………………………..…..….Blz. 10


Deelvraag 3…………………………………………………………………………………....….Blz. 13

Deelvraag 4……………………………………………………………………………..………….Blz. 18

Conclusie……………………………………………………………………………………..………Blz. 22

Bibliografie…………………………………………………………………………………..……..Blz. 23

Logboek………………………………………………………………………………………....…..Blz. 25

Inleiding
Ons onderwerp is de invloed van de Nederlanders op de architectuur in de Indonesische archipel. Wij zijn op dit onderwerp gekomen, doordat we eerst meer over binnenhuisarchitectuur wilden weten, maar dit onderwerp werd ons afgeraden. Daarna hadden we het idee om het over de VOC/WIC te doen, maar dit onderwerp was te algemeen. Later hebben we deze twee onderwerpen gecombineerd. Hieruit is ons huidige onderwerp voor ons profielwerkstuk ontstaan. Wij vinden dit onderwerp erg interessant. Ook hebben wij een vriendin die uit Indonesië komt. Zij heeft ons wel eens foto’s laten zien van de omgeving. Dit vonden wij er erg mooi uitzien. Ook zijn we al een keer in aanraking gekomen met het onderwerp met het vak geschiedenis. Dit ging over ontmoetingen in verre streken. Daarnaast zijn wij al geïnteresseerd in architectuur. Met als voorbeeld de grachtenpanden aan de Amsterdamse grachten.
Om onze deelvragen beter te begrijpen, is het gemakkelijk om eerst wat achtergrondinformatie over de Indonesische archipel te weten. Zoals de manier waarop de Hollanders in de Indonesische archipel zijn gekomen.

De komst van de Hollanders
De geschiedenis van de Indonesische archipel is zeer rijk. Hollanders komen voor de eerste keer in aanraking met de Indonesische archipel in 1596. Dit was in West-Java. De Nederlanders waren het eerste volk dat eeuwenlang gezag uitoefende op de Indonesische bevolking. De VOC werd opgericht in 1602 en was voor de Nederlanders een succesvol handelsbedrijf. Zij handelde met de Indonesische archipel. Deze compagnie vervoerde specerijen naar Nederland, die daar verhandeld werden. Dit waren specerijen, die men nog niet eerder gezien had. Jan Pieterszoon Coen heeft een belangrijke rol gespeeld in de VOC. Hij was de drijvende kracht achter het opbouwen van een voor de VOC winstgevend handelsnetwerk in Azië. Hij streefde voor oppermacht en monopolie voor Nederland. In de tijd dat de Nederlanders in de Indonesische archipel waren, voornamelijk in het begin, beperkte de invloed zich tot de kustplaatsen waar handel gedreven werd. De Nederlanders kregen later meer macht. Dit ging gepaard met opstanden en gevechten. Dit wilden de Nederlanders in eerste instantie niet, omdat dit veel tijd en geld zou kosten. Dit was echter onvermijdelijk, want de Indonesische mensen gingen zich verzetten. De VOC was lange tijd winstgevend, maar op een gegeven moment liepen de kosten te hoog op en was de compagnie niet meer rendabel. Deze werd dan ook in 1798 opgeheven. Dat kwam mede door de in de 18e eeuw groeiende concurrentie van de Engelsen en de Fransen.
Hoewel de VOC opgeheven was, bleven er toch Nederlanders naar de Indonesische archipel varen. Veel mensen hadden zich al in de loop der tijd in de Indonesische archipel gevestigd, bijvoorbeeld in Batavia. Hier hebben ze dan ook hun opvattingen over de architectuur achtergelaten. Hun opvattingen over de architectuur waren anders dan de al op dat moment bestaande traditionele Indonesische bouwkunst. De opvattingen van de Nederlanders over de architectuur liepen zeer uiteen. Dit was terug te zien in de gebouwen in de Indonesische archipel en in de stedenbouw. In 1949 accepteerde Nederland, na jaren en onder druk van de Verenigde Staten, de Indonesische onafhankelijkheid.
Onze hoofdvraag is: In hoeverre hebben de Nederlanders invloed gehad op de architectuur in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw?
Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden, hebben we vier deelvragen. Deze zijn:
1. Wat voor architectuur was er in de Indonesische archipel voor 1800?
2. Wat waren de Nederlandse opvattingen over de architectuur in de 19e en 20e eeuw?
3. Wat was de invloed van de Nederlanders op de stedenbouw in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw?
4. Wat was de invloed van de Nederlanders op de gebouwen in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw?
Aankomst schepen in Batavia, waarschijnlijk 17e of 18e eeuw (Bijlage)

Hypothese

Wij denken dat het antwoord op de hoofdvraag zal zijn: Dat de Nederlanders veel invloed hebben gehad op de architectuur in Nederlands Indië. Dat denken wij omdat er volgens ons veel gebouwen zijn met een Nederlands 'bouwtintje'. Zo weten wij bijvoorbeeld al dat er grachten zijn en bruggen, die je natuurlijk ook in Nederland ziet. Wij denken in ieder geval dat deze vorm van architectuur eerst in Nederland gebruikt werd en pas later in Nederlands-Indië.
Ook denken we dat de VOC veel invloed heeft gehad op de bouwstijl in Nederlands-Indië, want door de VOC gingen veel Nederlanders zich daar vestigen. Een voorbeeld hiervan is Batavia stad en zo heb je verschillende andere steden waarbij je de Nederlandse invloed terug kunt zien. Wij denken ook dat er bij de bouw van huizen rekening moest worden gehouden met het personeel die ook een onderkomen nodig had, wat in Nederland bijna niet het geval was. Ook het klimaat speelt een rol bij de bouw van een huis, omdat het huis beschermd moet worden tegen de verschillende weersomstandigheden en/of invloeden.
Voor de komst van de Nederlanders werden er waarschijnlijk alleen maar traditionele bouwkunsten toegepast, omdat ze nog niet in aanraking waren gekomen met andere bouwstijlen en culturen. Met de komst van VOC veranderde dit radicaal!

Motivatie
De reden waarom wij in deze richting ons antwoord zoeken is, omdat we met geschiedenis al een beetje een indruk hebben gekregen over de invloed van de VOC, maar nog niet specifiek over de invloed op de architectuur. Wij kregen met geschiedenis meer informatie over politieke, economische, maatschappelijke en militaire verhoudingen.

Deelvraag 1: Wat voor architectuur was er in de Indonesische archipel voor 1800?
In de inleiding is al verteld dat de Nederlanders met de komst van de VOC in het jaar 1596 voor het eerst in contact kwamen met de Indonesische archipel. Voor de komst van de Nederlanders werd er in de Indonesische archipel alleen gebruik gemaakt van traditionele bouwkunst. Het land was namelijk nog niet in contact gekomen met de kolonisators, kooplieden en handelaren uit Nederland.
Er is in heel de Indonesische archipel veel verschil in de traditionele bouwkunst. Er zijn verschillen in het gebruik van materiaal, in de opbouw van de daken, wanden en indeling van het huis. Ook de stedenbouw in de verschillende Indonesische dorpen was anders. Dit komt doordat de verschillende stammen in de Indonesische archipel niet alleen andere godsdiensten hadden, maar ook hadden ze een andere kijk op het leven met de daarbij behorende normen en waarden. Door de verschillende levensstijlen zag je dit ook terug in de architectuur. Toch zijn er ook overeenkomsten in de architectuur tussen de verschillende stammen. Zo werden de meeste traditionele huizen op gebouwd op hoge palen. Dit was omdat er een grote kans is op aardbevingen en modderstromen en doordat de huizen op palen gebouwd zijn, hebben ze een grotere kans om de natuurramp te overleven. De palen bewegen namelijk mee met het huis, zodat het niet snel instort. Nog een voordeel van het bouwen op palen is dat de huizen hierdoor veel wind vangen. Dit lijkt een nadeel, maar is in de warme Indonesische archipel een voordeel. Zo kunnen er verkoelende winden doorheen waaien en wordt het huis goed geventileerd. Tot slot ben je op deze manier buiten het bereik van de meeste malaria muggen, die de gevaarlijke ziekte malaria met zich meebrengt. In het algemeen is het traditionele Indonesische huis gebouwd in een stijl-en-regelwerk constructie. Dit houdt in dat de wanden gemaakt zijn van hout op bamboe en het dak van riet, stro of palmbladeren. Welke soort palmbladeren gebruikt worden, hangt af van de hoogte en het klimaat waarin het huis gebouwd wordt. De Indonesische woningen zijn in deze tijd, net als het merendeel van de huizen ter wereld, niet door architecten ontworpen. De mensen uit het dorp bouwen zelf hun huis en anders werken alle dorpsbewoners mee met de bouw van het huis onder leiding van een bouwmeester. Anders dan in het westen, dient het Indonesische huis alleen om in te slapen, want de mensen brengen het grootste deel van de dag buiten door.
In de hele Indonesische archipel zijn veel verschillende stammen. Elke Indonesische etnische groep heeft zijn eigen kenmerkende vorm waarin het traditionele huis is gebouwd. Enkele voorbeelden hiervan zijn de Alfoeren, Atoni, Balinezen, de Bataks, de Dajaks, de Javanen, Kasepuhan, Korowai, de Madoerezen, de Minahasa, de Minangkabau, de Molukkers, de Papoea’s, de Pesegem, de Savoenezen, de Soembanezen, de Tapiro, de Toegoenezen, de Toraja, de Waropen en de Yéi-nan. 

De Bataks

De Bataks komen uit Noord-Sumatra. De Bataks bestaan uit meerdere stammen en wonen in de hooggelegen delen van het eiland. Een van deze stammen is de Karobatak. Bij deze stam bepaalt het geloof de vorm en de bouw van het huis. Zij bouwen hun huizen boven de grond, uit eerbied voor de god van de landbouw. De ingang van het huis is heel laag gemaakt, zodat je moet bukken. Dit heeft te maken met het buigen voor een god wanneer je binnenkomt. Dit is een gebaar van eerbied. Er wonen meerdere families in een Karobatak huis. De indeling is zo dat elke familie weet wat zijn gedeelte is, maar het is niet gescheiden door muren. De huizen van de Bataks worden Jabu genoemd. De meeste huizen van de Bataks zijn gebouwd langs een lange straat, bij de Karobataks worden de huizen rond het centrale punt van het dorp gebouwd. Deze is omgeven door een bamboehaag, zodat ze zich veilig voelen. Bij de ingang van het dorp vind je een openlucht vergaderruimte, die een centraal punt vormt in de gemeenschap. De huizen zijn ongeveer achttien meter lang en wordt worden van een soort dennenhout (pekkihout) gemaakt. Er worden geen spijkers gebruikt voor de bouw, maar touw en houten pennen. Op de afbeelding hiernaast is te zien dat de huizen aan beide kanten steil
oplopende daken hebben. De daken en wanden zijn voorzien van houtsnijwerk en beschilderingen.  
Dajaks
De Dajaks komen uit het Indonesische gedeelte van Borneo, dat gedeelte heet Kalimantan. De huizen van de Dajaks worden gebouwd aan de rivieroever, want de bewoners leven van de riviervisserij. Een ander bestaansmiddel, dat de Dajaks bedrijven, is de landbouw en de jacht. De op ijzerhouten palen gebouwde woningen, die soms wel een kilometer lang zijn, heten longhouses. Onder de woningen staat het vee. De huizen zijn lang, maar smal, soms maar een kamer diep. De palen waarop de huizen gebouwd zijn, zijn soms wel drie meter hoog. Zo is men bijvoorbeeld beschermd tegen roofdieren. In longhouses kunnen slechts enkele families wonen, maar ook een compleet dorp. Op Borneo groeien veel ijzerhoutbomen. Daarom wordt deze houtsoort veel gebruikt voor de bouw van de huizen. Om het huis te kunnen betreden, heb je een trap nodig. Deze trappen maakt men uit een blok hout waar treden uitgesneden zijn. Deze trappen kunnen gemakkelijk binnengehaald worden, zodat de vijand niet kan binnendringen. Aan een van de lange zijdes van een longhouse is een veranda, die over de hele lengte van het huis doorloopt. Hier worden niet alleen dorpsbijeenkomsten gehouden, maar het is ook de belangrijkste doorloop. Een longhouse is zo ingedeeld dat elke familie zijn eigen woonvertrek heeft, met het daarbij behorende stukje veranda. Binnen in de longhouse wordt alleen geslapen, daarom worden de huishoudelijke klusjes op de overdekte veranda gedaan. Lekker in de schaduw. 
Longhouse op Borneo Atoni (Bijlage)
Kaart van de Sunda eilanden, met rechts het eiland Timor (Bijlage)
De Atoni wonen op het eiland Timor. Timor is opgedeeld in twee delen, Oost-Timor en West-Timor. Oost-Timor is onafhankelijk geworden in 2002 en West-Timor maakt deel uit van Indonesië. De Atoni leven in West-Timor. De Atoni verbouwen maïs. Dit gebeurt op kleine stukjes grond vlakbij huis. Omdat er op West-Timor weinig mensen wonen en de watervoorraad beperkt is, zijn de huizen over het algemeen verspreid in kleine groepjes. De huizen van de Atoni waren niet op palen gebouwd en waren gemaakt van alang-alang (hoge grassoort). De huizen zien eruit als een soort koepel. Op het eiland Timor is een droog en heet klimaat. Doordat het droog is hoeven de huizen niet op palen te worden gebouwd, dit in verband met de modderstromingen. De koepelvormige huizen zijn simpel van bouw. De constructie van de huizen lijkt op die van een tent. Bamboestokken die rechtop in een kring staan, worden naar een centraal punt toegebogen en bij elkaar gebonden. Hierop wordt het al eerder genoemde alang-alang gebonden. Het alang-alang komt bijna tot de grond, maar wordt enkele centimeters boven de grond afgesneden. De mensen die rond de plaats Kefamenanu (zie pijl) wonen, zijn trots op hun lopo-schuur. Een lopo wordt gebruikt als ontspannings- of ontmoetingsruimte, of als ruimte om te weven of als rijstschuur. Ook hier is de dakbedekking van alang-alang, maar dan met een extra laag. Dit omdat het dak geen water door mag laten en de schuur van binnen droog blijft.
De huizen van de Bataks, de Dajaks en de Atoni zijn de meest uiteenlopende stijlen van de traditionele bouwkunst in de Indonesische archipel. Dit zijn de bouwstijlen die voor 1800 werden toegepast. De bouwstijlen van de andere stammen uit de Indonesische archipel lijken erg op de huizen van deze genoemde stammen, maar verschillen iets. Zo is er het volk de Sasak, waarbij hun dak afwijkt van de meer puntige daken.
Op West-Sumatra heb je de Minangkabauers. Hun huizen hebben extreme puntdaken en aan het huis wordt steeds een extra puntdak toegevoegd wanneer een moeder of oma een schoonzoon rijker is. Zo kan een huis dus eindeloos door blijven groeien. 

Kortom je hebt nog veel meer traditionele Indonesische bouwstijlen, die telkens net iets van elkaar verschillen, door het geloof, klimaat, bestaansmiddel of geografische ligging.
Een Minangkabau huis (bijlage)
Deelvraag 2: Wat waren de Nederlandse opvattingen over de architectuur?
De Nederlandse architectuur staat bekend om zijn grachten, grachtenpanden en gebouwen. Een bekende hedendaagse architect is Rem Koolhaas. Hij heeft onder andere in Amerika gebouwen ontworpen. Zo ook de openbare bibliotheek in Seattle. Dit is een voorbeeld van deze tijd dat architecten naar het buitenland vertrokken, om daar hun invloed uit te oefenen. Dit gebouw is erg futuristisch en   Openbare bibliotheek in Seattle, Amerika      modern. In de 18e eeuw was er een andere norm voor wat Nederlanders modern vonden.
De Nederlandse architectuur heeft altijd een eigen karakter gehad. Dat kwam niet alleen door het materiaalgebruik, maar ook door de bodemgesteldheid.  Nederland is een land dat veel met water te maken heeft, niet alleen lopen er veel rivieren door Nederland, maar ook is Nederland omringd door de zee. In Nederland is er veel kleigrond. Natuurlijk zijn er ook andere grondsoorten, maar klei heeft een groot aandeel (zie afbeelding, donkerbruin). Deze klei is vooral te vinden langs rivieren en is er door de vele rivieren in overvloed. Van de klei kon men gemakkelijk bakstenen maken. De baksteen werd in de 12e eeuw uitgevonden. Hierdoor waren er in de 16e eeuw in Nederland geen houten huizen, maar stenen huizen. Dit was een typisch Nederlands verschijnsel. De Nederlandse architectuur die nu nog te zien is in Nederland, zijn dan ook huizen van steen, vooral baksteen.                                            Kaart grondsoorten in Nederland                              
In Nederland staan veel verschillende soorten huizen naast elkaar. Dat komt doordat huizen geleidelijk gebouwd en verbouwd werden. Beetje bij beetje werden huizen gemoderniseerd, gesloopt of verbouwd. Zo kreeg je verschillende stijlen huizen naast elkaar. Dit verschijnsel kwam vooral voor in de 19e eeuw, maar is ook nu nog terug te zien.  Dit is ook te zien bij de grachtenpanden in bijvoorbeeld Amsterdam. Daar zie je verschillende soorten gevels naast elkaar. Onder andere trapgevels, halsgevels, klokgevels en lijstgevels. Ook de raamindelingen kunnen van elkaar verschillen.
Een aantal bekende architecten uit de 17e en 18e eeuw zijn: Bartholomeus van Bassen, Jacob van Campen, Pieter Post, Philips Vingboons, Daniel Marot, Felix du Sart, Pieter de Swart.
De Nederlandse architectuur kende in de 17e en 18e eeuw verschillende stijlen. Een aantal van die stijlen zijn Art-Nouveau (Jugendstil), Barok, Classicisme, Eclecticisme, Empire, Gotiek, Lodewijk XIV, Lodewijk XV, Lodewijk XVI, Neostijlen en de Renaissance. 
(Hollands) Classicisme
In de 17e eeuw nam de rijkdom van de burgers in Nederland toe. Hierdoor wilden de mensen in mooiere huizen wonen en werden ze beter gemanierd. Eerst kwamen de bouwopdrachten van deze stijl vooral uit adellijke kringen, maar al gauw raakte ook de gewone burgerij in contact met deze stijl. Dat was het begin van het Hollands classicisme. Het Hollands classicisme kenmerkt zich door symmetrie, harmonie en geometrie. Ook werden er van de Grieken en Romeinen klassieke bouwordes toegepast. Vooral zuilen en pilasters waren voorzien van Dorische, Ionische of Korinthische elementen. Tot slot hadden de gebouwen vaak
kroonlijsten en driehoekige frontons. Een fronton is een driehoekig versierde steen boven de deuropening.  Een aantal belangrijke architecten in deze stroming zijn Jacob van Campen, Pieter Post en Philips Vingboons. De bloeiperiode van het Hollands classicisme was van 1625 tot 1665. Na 1660 nam de vraag naar ornamenten en pilasters af en was de bloeiperiode van het Hollands classicisme voorbij.
Tekening van Philips Vingboons, het huis van Joan Poppen, Kloveniersburgwal 95, 1642 (Bijlage)
Art-Nouveau
Art-Nouveau is een stijl waarbij veel gebruik gemaakt wordt van organische vormen. Zo wordt er veel gebruikt gemaakt van vloeiende lijnen en glas in lood. Ook werden er nieuwe materialen als metaal, glas en beton gebruikt.  Art-Nouveau is een stijl die vaak gebruikt wordt voor warenhuizen en kantoren. H.P. Berlage heeft de Beurs van Berlage in                 Beurs van Berlage             Amsterdam ontworpen. Dit was een koopmansbeurs. H.P Berlage heeft zijn eigen draai gegeven aan het Art-Nouveau, wat hij het rationalisme noemde. Hij was een vooruitstrevende architect, die ook in het buitenland van invloed is geweest.

Eclecticisme

Het eclecticisme is een stijl waarbij het beste van verschillende bouwstijlen of stromingen wordt gecombineerd in een ontwerp. Vooral in de 19e eeuw (na 1850) werd deze stijl veelvuldig toegepast. Er was kritiek op deze stijl, omdat mensen vonden dat het een bij elkaar geraapt zootje werd en dat het onsamenhangend was. Ook vonden ze het kopiëren van stijlen uit het verleden geen goede zaak. Bij het eclecticisme wordt gebruik gemaakt van herhaling.  Op de afbeelding hiernaast is een gebouw te zien, waar de eclectische stijl is toegepast. Dit is te zien aan het classicistische fronton boven de deuropening en de uit een andere stijl afkomstige boogramen. Hier wordt dus het beste uit twee verschillende stijlen gecombineerd.

Empire

De empirestijl is ontstaan aan het begin van de 19e (1804). Kenmerkend voor deze stijl zijn strakke lijnen en gedetailleerde versieringen. De oudheid is een inspiratiebron van deze stijl. 
In Nederland zijn dus vele bouwstijlen toegepast. Enkele hiervan zijn in deze deelvraag uitgelicht. De opvattingen van de Nederlanders over de architectuur lopen zeer uiteen. Sommige architecten geven de voorkeur aan oude bouwstijlen, andere architecten kiezen voor de wat modernere methodes. Welke van deze bouwstijlen zijn terug te vinden in de Indonesische architectuur, zal blijken.

Deelvraag 3: Wat was de invloed van de Nederlanders op de stedenbouw in de Indonesische archipel in de 19e en de 20e eeuw?
In het begin van de 20e eeuw was er nog niet veel aandacht voor stedenbouw in Nederlands-Indië. Er werd wel nagedacht over de stedenbouw, maar werd nog niet toegepast. Er was wel te zien dat in bijvoorbeeld de stad Batavia stedenbouw gebruikt werd, maar er was geen structureel plan. De architect Karsten, die werkzaam was in de Indonesische archipel, heeft nooit beweerd dat de stadplanning ontbrak, maar het was volgens hem niet goed geordend. Daarom wilde hij dit onder handen nemen samen met anderen.  Tegenwoordig kun je nog steeds in de grote steden de invloed van de Nederlandse opvattingen over de stedenbouw in de Indonesische archipel terugzien. De Nederlanders hadden een eigen manier van bouwen. Zo heb je typische Nederlandse grachten en ook de indeling van een stad was typisch Hollands. Bruggen waren ook een onderdeel van de Nederlandse opvattingen.
Vergelijking steden
Als je met een vliegtuig over het vroegere Batavia heen zou vliegen, dan zou het je waarschijnlijk opvallen dat Batavia in zijn structuur lijkt op die van Amsterdam. De straten zijn recht en lopen vrijwel parallel aan elkaar. Het lijkt wel of beide steden in blokken zijn opgedeeld, die gescheiden worden door straten.
Plattegrond van Batavia in 1897. v
Plattegrond van Amsterdam in de 17e eeuw. ^ (Bijlage)
Waarschijnlijk zijn de Nederlandse ideeën ook toegepast in de Indonesische archipel. De beide foto’s vertonen veel gelijkenis met elkaar, maar toch zijn er wel verschillen te zien. Op de afbeelding van Amsterdam is te zien dat de Nederlanders in het centrum zijn begonnen met bouwen en naarmate de tijd verstreek, ze steeds meer rondom dat centrale punt zijn gaan bouwen. Dit is te zien aan de steeds terugkerende lijn van de straten. In Batavia is dit niet het geval. Daar zijn de straten niet om een centraal punt heen gebouwd, maar liggen de straten gelijk aan elkaar richting de zee.  Deze manier van stadsplanning is erg overzichtelijk. Voordat de Nederlanders in de Indonesische archipel waren, was dit nog niet het geval. Er was geen plan van aanpak, de Indonesiërs bouwden maar gewoon in het wilde weg.

Tabel van de Stadsplanning in Indië 1908-1950   (bijlage)
In 1916 werd de stad Bandoeng onder handen genomen. J.P. graaf van Limburg Stirum had het idee om wijkdelen van Batavia over te plaatsen naar Bandoeng. Hierdoor werd Bandoeng, wat voorheen een kleine gemeente was, een grote ontwikkelde stad. De noordelijke wijken werden anders ingericht dan de zuidelijke wijken. In de zuidelijke wijken bleef de inheemse bevolking Nieuw beplantingsschema                           wonen en in de noordelijke wijken gingen de wat rijker bedeelde mensen wonen. In de zuidelijke wijken waren de huizen wat dichter op elkaar gebouwd en waren de straten minder breed. Ook waren de huizen in dat gedeelte niet aangesloten op het waterleiding- en rioleringssysteem. De noordelijke wijken waren wat beter ingericht. Daar waren de straten ruim en was er veel gebruik gemaakt van groen. Er stonden in deze wijken veel villa’s, die op ruime erven waren gebouwd. Deze wijken waren wel aangesloten op het waterleiding- en rioleringssysteem. Hierdoor werd de gemeente Bandoeng op een planmatige en systematische manier uitgebreid richting het noorden. Om de stadsuitbreidingen te kunnen controleren, werd er in 1917 een commissie van architecten opgericht, die al deze ontwikkelingen in de gaten moest houden. Deze commissie zorgde ervoor dat alles volgens de regels ging en beheerde het gebied, maar kreeg geen subsidie van de gemeente. Deze commissie heeft een tijd lang goed gefunctioneerd, maar op een gegeven moment was er zoveel vraag naar grond en te weinig aanbod, dat er een gemeentelijk bouwbedrijf werd opgericht. Dit gemeentelijke bouwbedrijf zorgde ervoor dat er meer aanbod kwam en er meer controle was op de ontwikkelingen. Al deze uitgevoerde ideeën hebben de woningnood niet minder gemaakt. Doordat het probleem in het zuidelijke deel, vaak de kampongs, nog steeds niet opgelost was, vroeg dit wel om een nog systematischere oplossing. Een kampong is een stadsgedeelte of een stuk grond waar huizen op gebouwd zijn en dat omgeven is door een omheining.
In de weinig planmatig aangelegde wijken was de hygiëne vaak slecht. Ook waren er in deze dichtbebouwde wijken onverharde wegen en waren de straten smal. Dit moest worden verbeterd.
De architect Karsten is met deze systematische aanpak en regelmaat verder gegaan. In 1934 werd door de Nederlands-Indische regering de Stadsvormingscommissie opgericht. Hiervan maakte Herman Thomas Karsten deel uit. Dit is vijftien jaar voordat Indonesië onafhankelijk werd. In 1938 werd een plan van hem uitgevoerd. Het was de eerste Nederlandse wetgevende regeling op dit terrein. In deze regeling stonden de stappen waaraan je je moest houden, van ontwerp tot uitvoering. Zo was het proces voor zowel de regering als de burgers goed te volgen. Ook zorgde deze regelgeving ervoor dat de verschillende instanties gingen samenwerken, zowel regionaal als nationaal. Later, in 1948, is deze regelgeving als basis gebruikt voor de commissie van ruimtelijke ordening van de Indische regering.  Karsten heeft in veel gemeenten gewerkt, o.a. in Semarang, Bogor en Malang.  

De stedenbouw in Indonesië kwam voort uit de slechte situatie die er toentertijd was, vooral de hygiëne was slecht. Tillema, een ondernemer en voormalig eigenaar van een mineraalwaterfabriek, wilde zorgen voor goede watervoorzieningen. Hiervoor moest niet alleen de inrichting van de woonwijken onderhanden genomen worden, maar ook sanitaire voorzieningen. Hij maakte dit duidelijk door o.a. foto’s te gebruiken, die de mensen aan het denken zetten. Tillema vond het nodig dat de verschillende waterstromen gescheiden werden, zoals drinkwater van afvalwater.

Watervoorzieningen
Door de hier aanwezige malariamuskieten, was het hier in de Indonesische archipel meer nodig om de watervoorzieningen goed te regelen dan in Europa het geval was. De verbetering van de watervoorziening was het belangrijkste punt, want een verbetering van andere aspecten, had alleen resultaat wanneer de watervoorzieningen goed waren geregeld. Dit was dan ook het eerste waar de Nederlanders verandering in wilde brengen, omdat er enerzijds problemen waren met hevige overstromingen en anderzijds problemen waren met gebrek aan water in het droge seizoen. Als reactie hierop, kwam er een voorstel van H. van Breen, een waterstaatkundige ingenieur en lid van de gemeenteraad van Batavia. Dit voorstel hield in dat alle problemen werden opgelost en dat de verkeerssituatie werd verbeterd. Volgens van Breen waren er enkele maatregelen die bijdroegen aan een betere verkeerssituatie. Een van deze maatregelen was het onder andere het gedeeltelijk dempen van grote vaarten, waardoor de verkeersdruk in drukke stadsdelen afnam. Ook wilde van Breen spoelleidingen, wat het besproeien van wegen makkelijker maakte. Tot slot werdmet de plaatselijke afwatering mogelijk gemaakt. Een positief gevolg hiervan is dat gemeenten gingen samenwerken. 
Soortgelijke organisaties die ontstonden op het eiland Java, werden ook gesticht op andere eilanden in de Indonesische archipel. Daar trokken de Nederlandse architecten ook heen.
Natuurlijk worden niet alle Nederlandse stedenbouwkundige opvattingen klakkeloos overgenomen. Er is namelijk in Batavia rekening gehouden met de klimatologische omstandigheden. Zo liggen de straten in de richting van  waarvandaan de wind het meest komt. Ook moest rekening gehouden worden de bodemgesteldheid. De bodemgesteldheid is de toestand van de bodem, onder andere de verdeling van hoog en laag en de aanwezige grondsoorten. 
Nadat Nederland in 1949 de onafhankelijkheid van Indonesië had geaccepteerd, werd er een nieuwe koers bepaald. Naast de al bestaande provincies West-, Midden- en Oost-Java, kregen ook de eilanden Sumatra, Borneo, Sulawesi, de Molukken en de Sunda-eilanden, status van een provincie. Ook werd er een Centraal Planologisch Bureau (CPB) opgericht. Bij dit bureau waren mensen werkzaam die enige ervaring hadden met de stedenbouw.  Wel nam de invloed van de Nederlanders in de Indonesische archipel na 1949 af. Dit kwam mede doordat nu een Indonesische regering, onder leiding van Soekarno, aan de macht was. Toch kun je tot op de dag van vandaag het door de Nederlanders achtergelaten koloniaal erfgoed terugvinden in Indonesië.
Hieruit blijkt dat de Nederlanders redelijk veel invloed hebben gehad op de stedenbouw in de Indonesische archipel. Natuurlijk heeft ook de Indische regering zijn steentje bijgedragen, maar de Nederlanders hebben de basis gelegd. In sommige opzichten verschilt de stedenbouw in de Indonesische archipel met die van de Nederlanders, maar dit is gering.
Tekening van Batavia, waarschijnlijk in 17e of 18e eeuw (Bijlage)

Deelvraag 4: Wat was de invloed van de Nederlanders op de gebouwen in de Indonesische archipel in de 19e en de 20e eeuw?
In de inleiding hebben we al verteld dat de Nederlanders ten tijde van de VOC naar de Indonesische archipel trokken. Ze hebben daar zoals we weten veel invloed gehad, zo ook op de gebouwen. Doordat er in de Indonesische archipel veel specerijen en grondstoffen te halen waren, was het voor de Nederlanders aantrekkelijk om zich daar te vestigen. Door de handel tussen de Indonesische archipel en Nederland gingen veel Nederlanders wonen in Indonesië.
Vooral in de grotere steden Batavia, Semarang en Surabaya vond een grote ontwikkeling in de architectuur plaats. Dit komt omdat de specerijen via deze havensteden verhandeld werden. Doordat dit de handelscentra bij uitstek waren, werden er veel architecten ingezet om voor de kolonisten huizen te ontwerpen en te bouwen met een Nederlands tintje. Dit zie je tot op de vandaag in Indonesië terug, want de mensen bleven georiënteerd op het westen met de daarbij behorende normen en waarden. Waarbij ze ook trouw bleven aan hun eigen architectuur. Het doel was om zo comfortabel mogelijk te leven en dat was in hun ogen niet het leven in een traditioneel Indonesisch huis. Omdat Indonesië minder ontwikkeld was dan de westerse landen, had Indonesië zelf nog geen architecten, daarom kwamen er alleen Europese architecten.
Ondanks dat de architecten uit Europa kwamen en dus ook hun denkbeelden hadden over de architectuur, moest het bouwen toch worden aangepast aan de Indonesische bouwstijl. Zo werd er een 1864 door de auteurs A. van Lakerveld en W.L. Brocx een handleiding uitgegeven, waarin aan de hand van 50 tekeningen stapsgewijs uitgelegd hoe je een woonhuis in Nederlands-Indië diende te bouwen. Dit bouwen werd aangepast, omdat het klimaat een bepalende factor is in de bouwkunst. Dit klimaat is natuurlijk heel anders als in de westerse landen. Ook de culturele en maatschappelijke omstandigheden zijn verschillend.
Nadat dus de Nederlanders zich hier hadden gevestigd, begon in de 18de eeuw de trek van de grote steden naar het platteland. Zoals bij Batavia het geval was, werden er langs de kanalen Molenvliet en Gunung Sahari grote landhuizen gebouwd. Toen Herman Willem Daendels gouverneur-generaal was
van Nederlands-Indië (1807-1810) werd het gebouw ‘Weltevreden’ gebouwd. Hier omheen verschenen grote ruime woonhuizen en talrijke officierswoningen.
Aan het begin van de 19de eeuw werd de empirestijl geïntroduceerd in Nederlands-Indië. De empirestijl houdt in dat er gebruik wordt gemaakt van koloniale elementen en vele franjes. Het is door de Nederlanders geïntroduceerd, maar vindt zijn hersprong in Frankrijk. In deze tijd was Daendels gouverneur-generaal. Wel werd de empirestijl aangepast aan de lokale omstandigheden. Hierbij kun je denken aan het klimaat en de bouwmaterialen die daar aanwezig waren.
De plattegronden van het Huis de Klerk getekend door V.I. van de Wall, circa 1938 na restauratie.
De voorgevel van het Huis de Klerk.                                                             
(In de bijlage)
Het Indische woonhuis kenmerkte zich in de 19de eeuw door het symmetrisch grondplan met een verdieping en een schilddak. Iets wat je niet in Nederland ziet, maar wel in het Indonesisch bouwen is de middengalerij, waar de slaapkamers en andere kamers op uitkomen. Hierboven zijn voorbeelden te zien van een huis, die op deze manier gebouwd zijn. Ook werd er gebruik gemaakt van zuilen en kroonlijsten. Dit zijn voorbeelden van classicistische elementen en kun je goed zien in het gebouw ‘de Harmonie’ in Jakarta. 

De harmonie in Jakarta.
Die elementen kun je terugzien bij de ingang van het gebouw, hier is namelijk gebruik gemaakt van drie zuilen met daarboven een kroonlijst waarop de naam van het gebouw staat. Wanneer het classicistische bouwen wordt toegepast in Indonesië, wordt de stijl aangeduid als Indisch classicisme. In het verloop van de 19de eeuw verloor deze stijl zijn echtheid, want er kwamen andere invloeden. Het architectuurpeil was in deze tijd niet van grote kwaliteit, dit kwam pas na de eeuwwisseling op gang.

In het begin van de 20ste eeuw kwam er een grote vraag naar goedgeschoolde architecten. Alleen was er een probleem: Er waren niet veel geschoolde architecten in Nederlands-Indië, daarom werden veel projecten en opdrachten uitgevoerd door architecten(bureaus) in Nederland. Dit leidde tot revolutiebouw, want door het tekort aan architecten gingen de aannemers zelf voor architect spelen en werd de kwaliteit van de gebouwen er niet beter op. Dit heeft te maken met de stijging van de grondprijzen en door slechte controle op de woningbouw.  In Nederland is ook sprake van revolutiebouw. Dit is te zien in bijvoorbeeld onze hoofdstad Amsterdam; hier worden na 1875 de buurten de Pijp (zie afbeelding hieronder), de Dapperbuurt, de Kinkerbuurt en de Staatsliedenbuurt gebouwd. De kwaliteit van deze huizen was heel slecht, want een groot aantal van de gebouwde huizen stortte tijdens of vlak na de bouw in.  Revolutiebouw is het bouwen van nieuwe wijken, zonder plan en met gebruikmaking van slechte materialen, waardoor er huizen van slechte kwaliteit worden afgeleverd.  Toch zijn er wel voorbeelden te noemen waarin deze combinatie wel succesvol was.
Later kwamen er meer architecten naar Nederlands-Indië. Zij brachten verandering in de bestaande architectuur. Zo werd er geen gebruik meer gemaakt van de eclectische bouwstijl.  Dit is een bouwstijl waarbij elementen van twee of meer historische stijlen gecombineerd worden. 
Rond de Eerste Wereldoorlog werden veel architectenbureaus opgericht om grote stroom Europeanen een woning te bieden in Nederlands-Indië. Het Indonesische huis veranderde met de komst van deze architecten van huis met voor- en achtergalerij in een Nederlands getinte villa, die je ook veel tegenkomt in Wassenaar en in het ’t Gooi. Voordat de villa werd geïntroduceerd werd er dus gebruik gemaakt van een ander soort bouwstijl. Uitgangspunten hierbij waren het zonder toepassing van kunstmatige ingrepen voldoen aan de eisen.
Ook moest er bij de bouw zoveel mogelijk inheemse bouwmaterialen gebruikt worden. Henri Maclaine Pont was een Nederlandse architect, die het hoofdkantoor van de ‘Semarang-Cheribon-Stoomtram Maatschappij’ ontwierp. Het was een langgerekt gebouw dat door de oost-west-ligging minimale last had van het warme klimaat. Er was minimale verhitting en maximale ventilatie door de Noordelijke zeewind. Deze zeewind zorgde overdag voor verkoeling en de zuidelijke landwind ventileerde het gebouw ’s nachts. Er werd gebruik gemaakt van galerijen, die voor de beschutting van het gebouw tegen de hitte moesten dienen. In het midden waren torenachtige delen, die als watertoren moesten dienen. Er was een goede luchtventilatie, omdat hallen, gangen en trapruimte in open verbinding met elkaar stonden. Ook hielpen de tuimelramen vlak onder de plafonds. De architectuur werd sober gehouden. Doordat er gebruik werd gemaakt van inheemse baksteen en geen Nederlandse kwaliteit baksteen, moest er een pleisterlaag over de stenen heen. 
In die tijd ontstonden er ook verschillende organisaties waarin architecten samenkwamen.  Enkele bekende architecten in Nederlands-Indië zijn dr. H.P. Berlage (1856-1934), E.H.G.H Cuypers (1859-1927), ir. H.Th. Karsten (1884-1945), ir. C.P. Wolff Schoemaker (1882-1949) en ir. R.L.A Schoemaker (1886-1945). Hendrik Petrus Berlage maakte een drie maanden durende reis door de Indonesische archipel. Hij bezocht Indonesië voor het eerst in 1923. Hij ontwierp o.a. het kantoor van de Algemeene Maatschappij voor Levensverzekering en Lijfrente in Surabaya en het kantoor van De Nederlanden van 1845 in Batavia. Hij had een eigenzinnige visie op de architectuur. H.Th. Karsten is een belangrijke architect, die een grote rol heeft gespeeld in de architectuur in de Indonesische archipel. Hij heeft verscheidene gebouwen ontworpen en laten bouwen. Zo ook de ambtswoning van de burgemeester van Semarang, gebouwd in 1929.  

< Woonhuis ‘Rode villa’, Bandung (1921) architect: Prof. Ir R.L.A. Schoemaker  
Villa in Bandung >
(Alletwee in bijlage)
Conclusie
Onze hoofdvraag is: In hoeverre hebben de Nederlanders invloed gehad op de architectuur in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw?
Door onze deelvragen te hebben beantwoord hebben we een goed beeld gekregen over hoe de Nederlanders te werk zijn gegaan in de Indonesische archipel. We hebben eerst onderzocht wat voor bouwstijlen de Indonesiërs hadden voordat de Nederlanders in de Indonesische archipel kwamen, daarna hebben we onderzocht wat de Nederlandse ideeën zijn over architectuur. Daarna hebben we onderzocht wat de Nederlandse invloeden zijn in de stedenbouw en de architectuur in de Indonesische archipel.
We zijn tot de conclusie gekomen dat de Nederlanders wel enige invloed hebben gehad op de stedenbouw en architectuur in de Indonesische archipel, maar dat die invloed beperkt is. In de hypothese hadden wij namelijk verondersteld dat de Nederlanders, inclusief de VOC, meer invloed zouden hebben. Vooral al vergelijk je de invloed met andere landen, valt Nederland eigenlijk in het niet. De Nederlandse invloed vindt alleen terug in de grote steden zoals Batavia, Surabaya en Semarang. In de kleine dorpjes is nog de traditionele bouwkunst blijven bestaan. In de grote steden werden niet de bestaande huizen veranderd, maar meer de huizen die de Nederlanders in opdracht lieten bouwen door Nederlandse architecten. Wel hebben de Nederlanders er voor gezorgd dat er een plan van aanpak voor de stedenbouw werd gemaakt. Enkele stijlen die terug te zien zijn vanuit de Nederlandse opvattingen over de architectuur zijn de empirestijl, het (Hollands) classicisme en het eclecticisme. Dit is nu nog terug te zien, alleen in mindere mate. De meeste invloed is uitgeoefend op het eiland Java. Daar liggen dan ook de steden Batavia (het huidige Jakarta), Surabaya en Semarang. Uit de hypothese klopt wel dat bij de bouw van huizen rekening moest worden gehouden met het klimaat.
Ook hebben we gemerkt dat er veel verschillende meningen zijn over het behouden van die invloeden op de stedenbouw en architectuur van buitenaf in de Indonesische archipel. Er zijn wel organisaties die ervoor proberen te zorgen dat de koloniale invloeden blijven bestaan, maar in veel gedeeltes in de Indonesische archipel worden de              Villa Isola, ontworpen door C.P. Wolff            gebouwen verwaarloosd. De Indonesiërs           Schoemaker                                   zijn niet trots op de gebouwen die zijn nagelaten door de Nederlanders. Natuurlijk zijn er ook mensen die wel trots zijn, vooral vanwege de mooie gebouwen, maar een groot aantal moet niets weten van die overheersing. Ze zien dan ook liever dat die gebouwen gesloopt worden en dat er andere gebouwen, niet met Nederlandse invloed, voor in de plaats terugkomen.

Bibliografie

1.Akihary, Huib – Architectuur en stedenbouw in Indonesië (1870-1970)
Blz. 7 t/m 10, 11 t/m 15, 16 en 17, 29, 43 t/m 45, 60, 64, 87 t/m 148

2. Dawson, Barry en Gillow, John- De traditionele bouwkunst van     Indonesië
Blz. 109 t/ 146, 147 t/m 183
3. Internetsites
http://www.20eeuwennederland.nl/themas/Bouwkunst       
http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=7342
http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/archipedia.asp?ID=99
http://www.bertsgeschiedenissite.nl/boeren/mill10-9/atoni_hut.jpg
http://cache.virtualtourist.com/1980666-Taman_Dayak_longhouse_in_the_interior-West_Kalimantan_Province.jpg
http://www.cultuurwijzer.nl/cultuurwijzer.nl/cultuurwijzer.nl/i000823.html
http://www.diggerhistory.info/images/terendak/kampong.jpg
http://www.encyclo.nl/begrip/bodemgesteldheid
www.encyclo.nl/begrip/eclectisch
www.encyclo.nl/begrip/revolutiebouw
http://www.encyclo.nl/zoek.php
http://www.engelfriet.net/Aad/NedIndie/bataviamap1897.jpg
http://www.engelfriet.net/Aad/NedIndie/weltevreden1750.jpg
http://www.etriptips.com/wiki/images/d/d4/Sumatra_pol_2002.jpg
www.geheugenvannederland.nl
http://www.geocities.com/nedindie/Harmonie.jpg
http://historie.residentie.net/archt02.htm
http://historie.residentie.net/eclec.htm
http://historie.residentie.net/empire.htm
http://images.statelibrary.tas.gov.au/tasimg/may1999/normal/AUTAS001125644724.jpg
http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn5/images/tillema.jpg
http://www.kb.nl/uitgelicht/vitrine/2002/voc-vitrine/voc.jpg
http://www.knstwrk.nl/documents/bow.pdf
Blz. 178, 182-183, 188, 189, 196-197
http://www.knstwrk.nl/documents/We_zullen_het_ze_vertellen.pdf
http://www.komodotravel.com/images_diving/sasak.jpg
http://www.lowlands-l.net/anniversary/images/batak.jpg
http://media-2.web.britannica.com/eb-media/84/30584-004-975B470C.jpg
http://members.chello.nl/hpiek/deklerk.jpg
http://www.nusantara-delft.nl/gmd21012005/normal.aspx?m=Nusantara&identifier=216&toplevel=thema's
http://proto5.thinkquest.nl/~jre0605/Sander/theater_griek_bestanden/image004.jpg
http://siteresources.worldbank.org/NEWS/Images/040506-ID0951.jpg
http://srv0204-03.sjc3.imeem.com/g/p/733de7634cb4d513a0c1914d0bcee698_web.jpg
http://www.tdanet.com/images/SeattlePublicLibrary.jpg
www.travelmarker.nl/bestemmingen/azie/indonesie/bevolking/bataks.htm
www.travelmarker.nl/bestemmingen/azie/indonesie/bevolking/minangkabau.htm
http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/a/ab/BeursVanBerlage.jpg/350px-BeursVanBerlage.jpgv
http://users.compaqnet.be/architectuur20/artno/index.htm
http://www.vanverre.nl/files/borneo-kalimantan-475-x-476.gif
http://www.vanverre.nl/files/sumatra-675-x-676.gif
http://www.vanverre.nl/indonesie/kaarten_van_indonesië/de_kaart_van_lombok_-_de_kleine_sunda_eilanden?steID=1&catID=2698
http://vanverre.nl/indonesie/kaarten_van_indonesië?steID=1&catID=211
http://www.visualtext.nl/bandung/images/isolaboek1.jpg
http://www.vogeldagboek.nl/Recensies/Illustraties1/Geologieboek_Nederland_1.jpg
http://www.wereldorientatie.net/Nederland/Amsterdam%20klein.jpg
http://nl.wikipedia.org/wiki/categorie:Volk_in_Indonesi%c3%ab
http://nl.wikipedia.org/wiki/Grachtenpand
www.wikipedia.org/wiki/revolutiebouw
4. KNOB bulletin 2005 nr. 6: Bladzijde 209

Logboek van Kirstenen Lieke
Datum    Van plan te gaan doen    Werkelijk gedaan    Tijdsduur
Tijdens een les Maatschappijleer in juni 2008    Uitleg krijgen van Meneer Reijns over PWS.    Geluisterd naar de uitleg en alvast voorbereiden PWS    50 minuten
19-08-08    Aanvang lessen en verdere uitleg PWS    Verdere uitleg PWS gekregen en keuzeformulier    50 minuten
20-08-08    Zoeken van een partner    Besloten om met Lieke ...., V6C, mijn PWS te doen.    5 minuten
21-08-08    Nadenken over keuze onderwerp en alvast brainstormen.    Besloten om het over Binnenhuisarchitectuur te doen, maar verder niks concreets gedaan.    50 minuten
22-08-08    Inleveren van keuzeformulier met daarop 1e en 2e keus begeleider    Het keuzeformulier bij Meneer Reijns ingeleverd. 1e keuze: Meneer Broers (NL), 2e keus: Meneer .... (GS)    5 minuten
25-08-08    Ander onderwerp kiezen, omdat over binnenhuisarchitectuur weinig te vinden was.    Ander onderwerp gekozen: VOC/WIC. Onze 1e keus begeleider is nu meneer .....    15 minuten
27-08-08    Bekendmaking begeleider PWS    Naar meneer Reijns toe om keuze te veranderen. Meneer .... is definitief onze begeleider    5 minuten
03-09-08    Opzoeken meneer .... en afspraak maken.    Naar meneer .... geweest en afspraak gemaakt voor 10-09-08 het 5e uur in 1.23. Hebben samen besloten dat wij niet naar de werkmiddag van 04-09-08 gaan.    15 minuten
04-09-08 t/m 09-09-08    Het maken van een Woordweb, het formuleren van de (voorlopige) onderzoeksvraag en deelvragen en het maken van een Plan van Aanpak.    Samen een woordweb gemaakt (en later uitgetypt). Voorlopige onderzoeksvraag: Wat voor invloed heeft de VOC/WIC in Nederland of in Nederlands-Indië) gehad?
Voorlopige deelvragen:
- Wie waren er betrokken bij de VOC/WIC?
- Wat zijn de culturele gevolgen van de komst van de Nederlanders in Indonesië?
- Wat zijn de politieke gevolgen van de komst van de Nederlanders in Indonesië?
- Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van de komst van de Nederlanders in Indonesië?
- Wat voor redenen hadden mensen om mee te gaan met de VOC/WIC?
- Wat waren de risico’s van het meegaan met de VOC/WIC?    120 minuten
10-09-08    Afspraak met meneer .... het 5e uur in 1.23. (Voorlopige) Onderzoeksvraag en deelvragen bespreken.    Meneer .... keurt onze onderzoeksvraag en deelvraag af. Hij geeft betere suggesties. Samen komen we op de volgende onderzoeksvraag: Wat voor invloed hebben de Nederlanders gehad op de architectuur in Nederlands-Indië? En de volgende deelvragen:
- Wat voor architectuur was er in Nederlands-Indië voordat de Nederlanders er waren? (voor 1600)
- Wat waren de Nederlandse ideeën over de architectuur?
- Wat was de invloed van de Nederlanders op de woonhuizen?
- Wat was de invloed van de Nederlanders op de  stedenbouw?
- Wat was de invloed van de Nederlanders op de architectuur ten tijde van de VOC?
- Wat was de invloed van de Nederlanders op de architectuur na de VOC?
Ook laat hij de site van ICOMOS zien.    50 minuten
11-09-08    Beoordelingsmoment 1: Inleveren van Stap 1 t/m 4.    Hypothese + motivatie gemaakt.    60 minuten
12-09-08    Werk inleveren na gekregen mail van meneer Reijns.    Werk ingeleverd om 14:06 via TeleTOP. Plan van Aanpak gemaakt.    5 minuten
13-09-08 t/m 15-09-08    Alvast informatie zoeken over onderwerp en mensen e-mailen.     Informatie gezocht/verzameld en mensen gemaild. Ook reacties ontvangen. Op 15-09-08 is Kirsten naar de bibliotheek in Abbekerk geweest om informatie te verzamelen.    150 minuten
16-09-08    1e PWS-dag. Meneer Boerma (GS) zoeken in verband met gemaakte afspraak (via TeleTOP) op woensdag 17-09-08 en verdere informatie zoeken/verzamelen.    Meneer Boerma gezocht en gevonden. Afspraak verplaatst naar vrijdag 19-09-08 om 13:30 in lokaal 00.2. Die dag van 10.00-14.00 aanwezig op school. Veel informatie verzameld en mensen gemaild.
(Ook ’s middags thuis)    360 minuten
17-09-08    2e PWS-dag. Naar de bibliotheek van Amsterdam (boa), om daar boeken te halen die we nodig hebben. Ook naar ICOMOS    ’s Ochtends om 10.00 eerst naar de bibliotheek in Wognum om een paspoort aan te vragen. Toen met de trein (van 11.17) naar Amsterdam CS en toen naar de OBA. Daar boeken gehaald, die 8 oktober weer terug moeten. Niet naar ICOMOS (Herengracht 474) geweest, want ze namen de telefoon niet op. Toen met de trein (van 14.33) terug.    300 minuten
18-09-08    3e PWS-dag. Besloten om beide thuis te werken en informatie te zoeken/verzamelen uit boeken/Internet en proberen deelvragen te beantwoorden.    Thuis gewerkt van 13.00 t/m 20.00, met verschillende pauzes. Boeken doorgelezen en informatie geselecteerd en geprobeerd te ordenen per deelvraag.     300 minuten
19-09-08    4e PWS-dag. Thuisgezochte informatie van elkaar lezen en beoordelen en samenvoegen in deelvragen. Naar afspraak gaan met meneer Boerma.    Naar de afspraak gegaan met meneer Boerma om 13.30. Hij heeft ons werk en werkproces ingekeken en goedgekeurd. We hebben de deelvragen (weer) aangepast. Namelijk: Deelvraag 1 was: Wat voor architectuur was er in Nederlands-Indië voordat de Nederlanders er waren? (voor 1600), daar hebben we Nederlands-Indië verandert in Indonesië, omdat voordat de Nederlanders er waren, het nog geen Nederlands-Indië heette. Verder hebben we deelvraag 5 en 6 geschrapt. Deelvraag 5 was: Wat was de invloed van de Nederlanders op de architectuur ten tijde van de VOC (1600-1800)? En deelvraag 6 was: Wat was de invloed van de Nederlanders op de architectuur na de VOC (1800-nu)? Wij vonden deze vragen niet relevant, omdat we het bijna niet over de VOC hebben. Wij hebben nu als deelvraag 5: (iets in de trant van): Zijn de Indonesiërs trots op het door de Nederlanders achtergelaten koloniaal erfgoed in Nederlands-Indië? Deze vraag kwam tot stand nadat wij op Internet hadden gezocht en bleek dat de Indonesiërs niet veel waarde hechten hieraan en de gebouwen 'verwaarlozen'.    120 minuten
24-09-08    Naar afspraak met meneer ...., het 5e uur in 1.23 gaan. Wij moesten laten zien wat wij in de PWS-week allemaal gedaan hebben. Deze informatie hebben we in het weekend ervoor (21-09-08) naar hem toe gemaild via TeleTOP. Pauline van ....malen terugbellen, in verband met informatie (ICOMOS). Wij hebben haar eerder benaderd via de mail. Zij had ons op 23-09-08 proberen te bereiken, maar dit lukte niet.     Naar afspraak met meneer .... gegaan. Hij heeft onze gemaakte informatie doorgelezen en ons geholpen. We moesten onze deelvragen aanpassen.
-Wat voor architectuur was er in de Indonesische archipel voordat de Nederlanders er waren? (voor 1800)
-Wat waren de Nederlandse ideeën over de architectuur in de 19e en 20e eeuw?
-Wat was de invloed van de Nederlanders op de woonhuizen in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw?
-Wat was de invloed van de Nederlanders op de stedenbouw in de Indonesische archipel in de 19e en 20e eeuw?
En dan in de conclusie de vraag: Zijn de Indonesiërs trots op het achtergelaten Nederlands erfgoed? Misschien ook een vergelijking maken met door andere landen koloniaal erfgoed in de Indonesische archipel. Ook hebben wij op 21-09-08 alvast het voorlopige Logboek opgestuurd.
Wij hebben woensdag het 6e uur Pauline van ....malen gebeld. Zij heeft ons veel informatie en tips gegeven over ons PWS. Daarvan hebben wij aantekeningen gemaakt. Ook heeft zij verteld dat er op zondag 12 oktober een lezing is over ons onderwerp.    60 minuten
25-09-08    Veranderingen naar meneer .... toe sturen    We hebben de veranderingen naar meneer .... toegestuurd.    10 minuten
08-10-08    Geleende boeken OBA moeten terug.    De boeken hebben we via Internet verlengd tot en met 29-10-08.    5 minuten
12-10-08    Naar de bijeenkomst gaan over ons onderwerp.    Zijn we helaas niet naar toe gegaan. Dit vanwege gebrek aan tijd en ook omdat we het vergeten waren.    0 minuten
23-10-08    Aan PWS werken in de Herfstvakantie.     We hebben die dag afgesproken om bij Lieke aan ons PWS te gaan werken. Hier hebben wij van 11 uur tot 18 uur aangezeten. Op deze dag zijn wij verder gegaan aan onze eigen deelvraag, Kirsten aan deelvraag 1 en Lieke aan deelvraag 2. Samen hebben wij deelvraag 3 gemaakt en zowel afgerond.     420 minuten
26-10-08    Sturen van ons PWS tot dan toe naar meneer .....    Onze informatie om 16:56 via TeleTOP naar meneer .... gestuurd.     10 minuten
28-10-08    Geleende boeken OBA moeten terug.    De boeken hebben we via Internet  verlengd tot en met 10-11-08    5 minuten
29-10-08    Naar afspraak op het 5e uur in 1.23 met meneer .... gaan. Informatie bespreken.    Naar de afspraak gegaan. Meneer .... heeft de informatie doorgelezen en beoordeeld. Deelvraag 1: moet nog een soort van inleiding komen. In de trant van: In de inleiding is al uitgelegd dat… Kopjes maken (Klimaat), Plagiaat: 58% uit 1 boek. Ook andere bronnen gebruiken. Plaatjes! En verder uitwerken.
Deelvraag 2: Klopte niet zo heel veel van. Ook de 19e eeuw.
Deelvraag 3: op zich wel goed. De eerste 3 zinnen aanpassen. Meer plaatjes. Betere uitleg revolutiebouw. Plaatjes en uitleg bij de bekende architecten. Nagaan of dr. H.P. Berlage (1856-1934) wel in Nederlands-Indië is geweest.    50 minuten
30-10-08 t/m 11-11-08    Verder aan ons PWS gaan. De punten die meneer .... heeft aangegeven verbeteren en opsturen.     In deze periode niet veel aan PWS gedaan, in verband met de drukke(!) toetsweek.     5 minuten
10-11-08    Geleende boeken OBA moeten terug.    Lieke heeft die zondag ervoor, 09-11-08 de geleende boeken teruggebracht naar de OBA, terwijl we deze eigenlijk nog wel nodig hebben.     Lieke: 30 minuten
Kirsten: 0 minuten
12-11-08    Naar afspraak op het 5e uur in 1.23 gaan met meneer .....     Het 5e uur naar de afspraak gegaan. We hadden niet veel gedaan, dus viel er ook weinig te bespreken.     10 minuten
12-11-08    Het 6e uur op Internet zoeken naar boeken en een boekenlijst maken.     We zijn in 1.12 gaan zitten. Daar hebben we op Internet naar boeken gezocht en hebben we een boekenlijst gemaakt met boeken die we nodig hebben. Deze lijst hebben wij ook uitgeprint en doorgestuurd naar meneer ..... We hebben wat boeken gereserveerd bij de bibliotheek.     70 minuten
13-11-08 t/m 18-11-08    Verder gaan aan deelvragen en de verbeterpunten van meneer .... uitvoeren. Logboek bijhouden.    We hebben de deelvragen verbeterd en aangepast en ook ben ik verder gegaan met mijn deelvraag. Waarschijnlijk zijn woensdag de gereserveerde boeken bij de bibliotheek.    180 minuten
19-11-08    Naar afspraak het 5e uur in 1.23 met meneer .... gaan.    Niet naar de afspraak met meneer .... gegaan, want deze ging niet door in verband met een staking.    0 minuten
19-11-08    Boeken ophalen bij de bibliotheek in Abbekerk. ’s Middags doorlezen.    Kirsten heeft de 3 gereserveerde boeken opgehaald in de bibliotheek in Abbekerk. Ze zijn gereserveerd tot 31-12-08. Ook heeft zij de boeken ’s middags globaal doorgelezen.     Kirsten: 30 minuten
Lieke: 0 minuten
23-11-08    Samen bij Lieke thuis verdergaan aan PWS. Met name deelvraag 3 (aanpassen en verbeteren) en deelvraag 4. Indien tijd over, verdergaan met deelvraag 1 en 2, anders thuis doen (+ Inleiding).    Zijn verdergegaan aan ons PWS. Van 11 uur tot en met 18 uur hebben wij eraan gezeten. Wij hebben in deze 6 uur deelvraag 3 verbeterd en aangepast en zijn begonnen met deelvraag 4. Hadden geen tijd meer voor deelvraag 1, 2 en Inleiding.     420 minuten
26-11-08    Naar afspraak het 5e uur in 1.23 met meneer .... gaan.    Naar de afspraak met meneer .... gegaan. Wij hebben ons werk, wat wij op 23-11-08 opgestuurd hadden, besproken. Er moest nog veel verbeterd/aangast worden.    50 minuten
27-11-08    Verdergaan met deelvraag 3 en 4 en deze aanpassen en verbeteren wat meneer .... aangegeven heeft. Ook alvast de inleiding maken    Wij zijn inderdaad verdergegaan met deze deelvragen. Deze hebben we aangepast en opgestuurd naar meneer ..... De inleiding hebben wij ook gemaakt. Hier zijn wij van 11 uur tot en met 15 uur mee bezig geweest.    240 minuten
28-11-08 t/m 30-11-08    Verdergaan aan PWS en zoeken van informatie.    Informatie gezocht bij deelvraag 2 en opnieuw gekeken naar deelvraag 1, deze moet worden aangepast.    120 minuten
03-12-08    Naar afspraak met meneer …. het 5e uur in 1.23 gaan. Ook verdergaan aan PWS.    Naar afspraak met meneer …. gegaan. Hier hebben wij de verbeterde deelvragen besproken. Ze waren op zich wel goed, maar er moesten nog een paar dingetjes worden veranderd/verbeterd/aangepast. De inleiding was niet zo goed. Er zaten veel fouten in en volgens meneer .... was dit stukje tekst meer een voorwoord. Ons idee was om er een motivatie/inleiding/ voorwoord van te maken.  Verder niet echt tijd meer gehad om aan PWS te gaan, omdat Kirsten die middag een afspraak had.     60 minuten
04-12-08    Inleiding aanpassen en deelvraag 4 verbeteren en naar meneer …. opsturen.    Wij hebben deze middag de inleiding aangepast en opgestuurd. Volgens ons moet hij nu goed zijn. Ook hebben wij deelvraag 4 aangepast en opgestuurd. Hier zijn wij van 11 uur tot en met 15 uur mee bezig geweest. Ook hebben wij deze middag de geleende boeken uit Amsterdam verlengd t/m 26-12-08    240 minuten
07-12-08    Samen bij Lieke thuis verdergaan aan PWS. Met name deelvraag 1 en, wanneer tijd over, deelvraag 2.     Verdergegaan aan ons PWS. Hebben er van 11 uur tot en met 18 uur aangezeten. In deze 7 uur hebben wij deelvraag 1 gemaakt. Hadden jammer genoeg geen tijd meer voor deelvraag 2. Dit hebben wij opgestuurd naar meneer .....    420 minuten
08-12-08    In tussenuur (6e uur +pauze) verdergaan aan deelvraag 2.    We zijn verdergegaan aan deelvraag 2. Hebben een beginnetje gemaakt en opgestuurd en nagedacht over de opbouw.    60 minuten
09-12-08    Na schooltijd, ’s middags, verdergaan aan deelvraag 2.    Zijn verdergegaan aan deelvraag 2, en wel van 14 uur tot en met 16 uur    120 minuten
10-12-08    In tussenuren (5e + 6e + pauze) verdergaan aan deelvraag 2, afronden. ’s Middags thuis alles toevoegen in één bestand op volgorde, bladzijdes nummeren en Logboek afronden, uitprinten en opsturen. Tot slot een Bronnenlijst/Bibliografie/Noten maken.    Hebben deelvraag 2 afgerond en opgestuurd naar meneer ..... Dit hebben wij in de tijd van 12 uur tot en met 14 uur gedaan. Al het overige ook gedaan. Ook KAFT gemaakt.    120 minuten
+
180 minuten
11-12-08    Conclusie schrijven en alles netjes afronden en uitprinten en ordenen in een mapje. Ook bijlagen erbij doen. Logboek bijhouden. (m) INHOUDSOPGAVE!!!!     Wij hebben de conclusie geschreven en alles nog een keer nagelopen/doorgelezen. Gekeken of alles er netjes uitzag en sommige plaatjes aangepast.  Hier zijn wij van 11 uur tot en met 15 uur mee bezig geweest.     240 minuten
12-12-08    Inleveren PWS bij meneer ..... Ook op TeleTOP zetten (gisteren gedaan). Hem bedanken.    Ons PWS ingeleverd bij meneer ..... Hij kijkt het hele werkstuk na en vertelt wat er als laatste verbeterd/veranderd/aangepast  moet worden.     10 minuten
4825 minuten=80.416667uur
Totaal aantal uur besteed aan PWS van juni 2008 tot en met 12 december 2008: 4825 minuten = 80.416667 uur per persoon.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.