De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


Inleiding:
Een slinger is meestal een touw met een voorwerp eraan. Zelf zie je ook wel eens een slinger. Denk maar aan een ouderwetse klok bij je opa en oma. Of een schommel in de speeltuin.
Ik ga in dit verslag drie proeven beschrijven. Denk nu eens aan een schommel. Maakt het dan uit als je de schommel een grote duw geeft? Gaat de schommel dan sneller of langzamer?
En maakt het uit of een zwaar of een licht persoon op de schommel zit? Of meerdere personen?
En als je het touw korter of langer maakt?
Op deze dergelijke vragen kun je een antwoord krijgen met een proef. Bijvoorbeeld met deze slingerproef.
Onderzoeksvraag:
Hoe verandert de slingertijd als je de uitwijking / het aantal gewichtjes / de lengte van de slinger verandert?
Uitvoering / Manier van werken:
Ik heb deze proef gedaan met 2 vrienden uit mijn klas. De slinger is getekend in figuur A. Daarin is ook aangegeven wat de slingerlengte en de uitwijking zijn. De afstand van het ophangpunt tot aan het midden van het gewichtje nomen we de slingerlengte. De afstand van het gewichtje tot aan de evenwichtsstand heet de uitwijking. De slingertijd is de tijd die de slinger nodig heeft om van een uiterste stand weer terug te komen in die uiterste stand.
We hebben met de stopwatch steeds 10 slingertijden gemeten. Omdat je dan eerlijker kunt vergelijken. Als je namelijk een fout maakt, wordt hij als je 10 slingertijden meet door 10 gedeeld, waardoor de fout veel kleiner is. Om eerlijk te vergelijken, zorg ik dat alle omstandigheden hetzelfde zijn.
Dus bij het meten van de uitwijking hangen er evenveel gewichtjes aan de slinger en is het touw even lang. Bij het meten van de gewichtjes is de uitwijking hetzelfde en het touw even lang. Bij het meten van de lengte is de uitwijking hetzelfde en er hangen evenveel gewichtjes aan.
Korte beschrijving van de opstelling:
We hebben steeds door middel van een stopwatch tien slingertijden gemeten omdat je dan eerlijker kunt vergelijken. Bijv. Bij proefje A hielden we de lengte hetzelfde bij een gewichtje.
Bij proefje B hielden we de uitwijking en de lengte hetzelfde.
Bij proefje C hielden we de uitwijking hetzelfde bijeen gewichtje.

Conclusie:
De slingertijd verandert niet als de uitwijking en de lengte veranderen. De slingertijd wordt langzamer als de uitwijking verandert.
Overzicht meetresultaten:
Verwerking proef A
Uitwijking in cm. 10 slingertijden in sec. 1 slingertijd in sec.
5 cm. 10.36 sec. 1,036 sec.
10 cm. 11.06 sec. 1.106 sec.
15 cm. 11.97 sec. 1.197 sec.
Verwerking proef B
Aantal gewichtjes 10 slingertijden in sec 1 slingertijd in sec.
1 11,75 sec. 1,175 sec.
2 11,8 sec. 1,18 sec.
3 11.83 sec. 1,183 sec.

Verwerking proef C
Lengte in cm. 10 slingertijden in sec. 1 slingertijd in sec.
20 cm. 9 sec. 0,9 sec.
40 cm. 12 sec. 1,2 sec.
60 cm. 15 sec. 1,5 sec,
80 cm. 18 sec 1,8 sec.
100 cm. 20 sec 2 sec.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

bedankt heeft erg geholpen

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Goed verslag, alleen jammer dat je de afbeeldingen er niet bij hebt gedaan, ik heb er veel hulp aan gehad!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast