Inleiding

We hebben het in de les al vaak over osmose gehad. Door middel van allerlei tekeningen en verschillende osmotische waarden is het ons duidelijk geworden wat het begrip inhoud.

Door dit practicum zullen we het met onze eigen ogen zien, wat er gebeurd met de aardappelstaafjes in de verschillende milieus.



Vraagstelling

Welk effect heeft verandering van de osmotische waarde van het milieu op de lengte en stevigheid van aardappelweefsel?



Hypothese

Als de osmotische waarde van de omgeving groter is dan de osmotische waarde in de cellen, dan stroomt er door osmose water de cellen uit. Hierdoor neemt de stevigheid en de lengte van het aardappelstaafje af.



Als de osmotische waarde van de omgeving lager is dan de osmotische waarde in de cellen, dan stroomt er door osmose water vanuit de celwanden de cel in. Hierdoor neemt de stevigheid en de lengte van het aardappelstaafje toe.



Voorspelling

Als mijn hypothese juist is, dan wordt de lengte van het aardappelstaafje met een osmotische waarde van 7% in de omgeving, kleiner en wordt ook de stevigheid van het aardappelweefsel minder. Het aardappelstaafje wordt dan dus slap en zacht.

En als de osmotische waarde van de omgeving 0% is, dan neemt de lengte van het aardappelstaafje toe. En neemt de stevigheid van het aardappelweefsel ook toe.



Werkplan

Benodigdheden:

Etiketje

6 reageerbuisjes

een grote aardappel

snijmachine

1 bekerglas gedestilleerd water

1 bekerglas met NaCl-oplossing van 7%

mesje

snijplank

reageerbuisrek

liniaal

pipet (10 ml)

stift



Werkwijze:

-Hang een etiketje met je naam erop aan het reageerbuisrekje, zodat je weet welk rekje van jouw is.

-Nummer de regeerbuisjes van 1 t/m 6.

-In buis 1 t/m 5 elk 10 ml water pipetteren.

-In buis 6 gaat 10 ml zoutoplossing.



-In buis 5 gaat 10 ml zoutoplossing (bij het water) en dan schudden.

-In buis 4 gaat 10 ml uit buis 5 (bij het water) en dan schudden.

-In buis 3 gaat 10 ml uit buis 4 (bij het water) en dan schudden.

-In buis 2 gaat 10 ml uit buis 3 (bij het water) en dan schudden.

-(In buis 1 zit al 10 ml water.) Uit buis 2 10 ml pipetteren en weggooien.

-Snijd uit de aardappel staafjes van 50 mm lang en 7 mm breed en dik.

-Doe in iedere reageerbuis een staafje en zorg dat het staafje helemaal in de vloeistof zit.

-Zet het reageerbuisrek in de kast en laat dat 2 dagen staan.



Voor de duidelijkheid hier het aantal procenten zoutoplossing per buisje:

Buisje 1: 0%

Buisje 2: 0,4375%

Buisje 3: 0,875%

Buisje 3: 1,75%

Buisje 4: 3,5 %

Buisje 5: 7%



Resultaat

Om de vraagstelling te beantwoorden, moet je de lengte van de aardappelstaafjes meten en voelen of de staafjes stevig of slap zijn.

De lengte van het aardappelstaafje was 50 mm voordat je het in de reageerbuisjes deed.



2-tallen die de proef hebben uitgevoerd Lengte

van aardappel-

Staafje

in buisje 1 Lengte

van aardappel-

Staafje

in buisje 2 Lengte

van aardappel-

Staafje

in buisje 3 Lengte van aardappel-

staafje

in buisje 4 Lengte van aardappel-

staafje

in buisje 5 Lengte

van aardappel-

Staafje

in buisje 6

Denise en Lenneke 51 mm

1 mm toegenomen

50 mm

0 mm toe-/afgenomen

50 mm

0 mm toe-/ afgenomen

48,5 mm

1,5 mm afgenomen

48,5 mm

1,5 mm afgenomen

48 mm

2 mm afgenomen

Amy en Miriam 52 mm

2 mm toegenomen 52,5 mm

2,5 mm toegenomen

50 mm

0 mm toe-/afgenomen

47 mm

3 mm afgenomen

46,5 mm

3,5 mm afgenomen

46 mm

4 mm afgenomen



Jerre en Maarten 52 mm

2 mm toegenomen 51 mm

1 mm toegenomen 50 mm

0 mm toe-/afgenomen 47 mm

3 mm afgenomen 47 mm

3 mm afgenomen 46 mm

4 mm afgenomen

Charlotte en Annemiek 52 mm

2 mm toegenomen 53 mm

3 mm toegenomen 50 mm

0 mm toe-/afgenomen 46 mm

4 mm afgenomen 48 mm

2 mm afgenomen 47 mm

3 mm afgenomen

Shelley en Elke 47 mm

3 mm afgenomen 48 mm

2 mm afgenomen 47 mm

3 mm afgenomen 45 mm

5 mm afgenomen 44 mm

6 mm afgenomen 45 mm

5 mm afgenomen

Mandy en Marjolein 53 mm

3 mm toegenomen 51 mm

1 mm toegenomen 48 mm

2 mm afgenomen 45 mm

5 mm afgenomen 45 mm

5 mm afgenomen 45 mm

5 mm afgenomen

Gemiddeld toe-/afgenomen:

1,2 mm toegenomen 0,92 mm toegenomen 0,83 mm afgenomen 3,56 mm afgenomen 3,5 mm afgenomen 3,83 mm afgenomen



De aardappelstaafjes 1 t/m 3 voelen hard aan. En de staafjes 4 t/m 6 voelen slap aan. Aardappelstaafje 1 voelde het hardst aan en aardappelstaafje 6 het slapst.



Conclusie

Na aanleiding van de resultaten, kan ik bevestigen dat de aardappelcellen in buisje 1 en 2 turgor bevatten. Dat is zo omdat de omgeving een lagere osmotische waarde heeft dan de aardappelcellen zelf.

Bij buisje 3, 4, 5 en 6 is er sprake van plasmolyse, want de osmotische waarde buiten de cel wordt groter dan de osmotische waarde binnen de cel. Daardoor neemt de stevigheid van het aardappelweefsel af.

In buisje 3 wijkt de lengte van het aardappelstaafje het minst af van 50 mm. Dus zit er

ongeveer 8% zoutoplossing in de aardappel.

Mijn hypothese en mijn voorspelling zijn dus bevestigd.

In de grafiek zie je dat er een punt buiten de boot valt. Dat is zo, omdat er een of twee groepjes misschien niet helemaal nauwkeurig hebben gemeten. Het kan ook zijn dat bij een van de groepjes niet goed is gepipetteerd.



Informatiebronnen

-Biologie voor jou vwo B1

Gerard Smits en Ben Waas


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Dankje je bent een schaat zonder dit zou ik een onvoldoende op mijn rapport hebben dus niet overgaan.

BEDANKT

16 jaar geleden

J.

J.

ik vind je werkstuk onwijs gaaf.

15 jaar geleden

J.

J.

hey k vin t een top verslag alleen had ik een vraagje of je toevallig die grafiek even naar mijn mail kan sturen want die staat nie hier bij het verslag!
alvast bedankt!

14 jaar geleden