Een feest zonder katers

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 1431 woorden
  • 16 januari 2010
  • 146 keer beoordeeld
Cijfer 6.7
146 keer beoordeeld

Opdracht 6.
Practicum: Kun je alcohol ruiken?
Zie achterin portfolio blz.

Opdracht 7.
Alcohol is geurloos, je kan het niet ruiken. Maar toch als je ruikt krijg je een beetje een geur in je neus, zoals bij buisje 1. Dat was pure alcohol, en dat kon je wel ‘ruiken’. Alleen bij andere dranken kan je de alcohol niet ruiken, je ruikt bijvoorbeeld de geur van wijn, en je weet dat er alcohol in wijn zit. Dan weet je dus dat er alcohol in het buisje zit.

Opdracht 7 (2e keer)

Polair: Een polaire verbinding is een chemische verbinding waarin de elektronen verdeeld zijn, dat het centrum van de negatieve ladingen niet samenvalt met het centrum van de positieve ladingen.
Apolair: Een apolaire verbinding is een chemische verbinding waarin de elektronen verdeeld zijn, dat het zwaartepunt van hun negatieve lading samenvalt met het zwaartepunt van de positieve lading. Als gevolg daarvan zal een positief deeltje niet worden aangetrokken of afgestoten door een apolaire verbinding.

Alcoholen mengen met hydrofobe stoffen, maar ook met water (hydrofiel).

Opdracht 8.

Methanol
R-zinnen: R11, R23/24/25, R39/23/24/25
R11: Licht ontvlambaar.
R23/24/25: Vergiftig bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid.
R39/23/24/25: giftig: gevaar voor ernstige, onherstelbare effecten bij inademing, aanraking met de huid en opname door de mond.
S-zinnen: S7, S16, S36/37, S45.
S7: In goed gesloten verpakking bewaren
S16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken
S36/37: Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding

S45: In geval van ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen en het etiket tonen

Ethanol
R-zinnen: R11
R11: Licht ontvlambaar
S-zinnen: S9, S16, S33, S51
S9: Op een goed geventileerde plaats bewaren
S16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken
S33: Maatregelen treffen tegen ontladingen van statische elektriciteit
S51: Uitsluitend op goed geventileerde plaatsen gebruiken.

1-propanol
R-zinnen: R11, R41, R67
R11: Licht ontvlambaar
R41: Gevaar voor ernstig oogletsel.
R67: Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken
S-zinnen: S2, S7, S16, S24, S26, S39

S2: Buiten bereik van kinderen bewaren.
S7: In goed gesloten verpakking bewaren
S16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken
S24: Aanraking met de huid vermijden
S26: Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
S39: Een bescherming voor de ogen/ voor het gezicht dragen

2-propanol
R-zinnen: R11, R41, R67
R11: Licht ontvlambaar
R41: Gevaar voor ernstig oogletsel.
R67: Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken
S-zinnen: S2, S7, S16, S24, S26, S39
S2: Buiten bereik van kinderen bewaren.
S7: In goed gesloten verpakking bewaren
S16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken
S24: Aanraking met de huid vermijden

S26: Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.
S39: Een bescherming voor de ogen/ voor het gezicht dragen

Propaan
R-zinnen: R12
R12: Zeer licht ontvlambaar
S-zinnen: S2-S9-S16
S2: Buiten bereik van kinderen bewaren
S9: Op een goed geventileerde plaats bewaren
S16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken.

Butaan
R-zinnen: R12
R12: Zeer licht ontvlambaar
S-zinnen: S2-S9-S16
S2: Buiten bereik van kinderen bewaren
S9: Op een goed geventileerde plaats bewaren
S16: Verwijderd houden van ontstekingsbronnen. Niet roken.

Opdracht 9.

Het celmembraan bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden, dat zijn lange polaire moleculen die bestaan uit een hydrofiele kop en een hydrofobe staart. De staarten steken naar elkaar toe. Het celmembraan bestaat voor 60% uit eiwit en 40% uit fosfolipiden.
De functie van de eiwitmoleculen is dat ze voedingstoffen doorlaten.

Alcohol kan een celmembraan passeren omdat alcohol een polaire en een apolaire kant heeft, en een celmembraan ook. Dus daarom kan alcohol een celmembraan ontregelen.

Opdracht 13.
GABA is een neurotransmitter in de hersenen die andere zenuwcellen remt in hun activiteit. Onder invloed van alcohol wordt GABA actief waardoor je je ontspannen en rustig voelt. Álcohol geeft een ontspannen gevoel en werkt rustgevend, dit komt omdat GABA remmend werkt op andere neutronen, waardoor bepaalde delen van de hersenen langzamer gaan werken. Er zit ook GABA in het cerebellum, dat is het deel van je hersenen dat je motoriek regelt. Door alcohol word je motoriek slechter, omdat het cerebellum ook slechter gaat werken. Er veranderd ook iets in het geheugen. De hippocampus is belangrijk voor je korte termijn geheugen en je beoordelingsvermogen. Door dat je alcohol drinkt bindt er glutamaat aan je hippocampus. Zodat het moeilijk is om recente gebeurtenissen te herinneren. Ook kan je black-out’s krijgen en je zelfkritiek wordt minder. Ook word je eetlust groter na het drinken van alcohol omdat ook de hypothalamus wordt gestimuleerd. De hypothalamus is het gebied in de hersenen waar het hongercentrum zich bevind. Je reactiesnelheid wordt minder door alcohol en je pupillen reageren slomer op prikkels.
Opdracht 15.
54 / 3.6 = 15 meter, dus in een seconde al 15meter afgelegd voor het remmen.
Opdracht 16.
Dan wordt de remweg ongeveer 4 x zo groot.
Opdracht 17.
S= V x t
Hij doet er 2 seconden extra over, dan rijd hij 26,25 meter door. Want 15/2 is 7.5 + 7.5/2 is 3.5 + 15 = 26.25 meter
Opdracht 18.
Factoren die van invloed kunnen zijn: -erfelijkheid, alcoholgebruik, fitheid, conditie, oplettendheid.
Opdracht 19.

1. Omdat je altijd kans het op een foutmeting, en door er 5 te doen kun je de uitkomsten met elkaar vergelijken, om vervolgens het gemiddelde van de goed gemeten uikomsten te nemen, daardoor heb je de meest betrouwbare uitkomst.
2.

Persoon 1 Metingen Persoon 2 Metingen
Meting 1 13.7 cm Meting 1 9.8 cm
Meting 2 14.5 cm Meting 2 10.2 cm
Meting 3 14.6 cm Meting 3 13.6 cm
Meting 4 12.9 cm Meting 4 10.7 cm
Meting 5 14.5 cm Meting 5 11.4 cm
Gemiddelde 14.04 cm Gemiddelde 11.14 cm

S= 1/2G . T² T=√s/2g
Persoon 1 Metingen Persoon 2 Metingen
13.7 cm 1.67 s 9.8 cm 1.41 s
14.5 cm 1.72 s 10.2 cm 1.44 s
14.6 cm 1.73 s 13.6 cm 1.67 s
12.9 cm 1.62 s 10.7 cm 1.48 s
14.5 cm 1.72 s 11.4 cm 1.53 s
14.04 cm 1.69 s 11.14 cm 1.51 s

Opdracht 21
a. a = ∆v/∆t a= 15-0/3-1 = 15/2 = 7.5 m/s²
b. 15 x 1.5 = 22.5 meter + 7.5 x 3 = 22.5 meter. 22.5 + 22.5 = 45 meter

c. 15 x 1 = 15 meter + 7.5 x 2 = 15 meter 15 + 15 = 30, dus 20 meter
Opdracht 22
Omdat er geen gescheiden rijstroken zijn en mensen vaak bij het inhalen een fout maken. Daarnaast is er op een 80-km weg geen minimumsnelheid zodat het verkeer ineens geconfronteerd kan worden met langzaam verkeer (zoals tractoren).
Opdracht 23.

80km/h=22.22m/s reactieafstand=22.22m remweg 80× × =178.89 meter 178.89+22.22=201.11

Opdracht 24.
Situatie 1: Reactie tijd 0.8 sec
Snelheid is 80 km/h
Remvertraging 5.0 m/s²
Situatie 2: Reactie tijd is 3,2 sec
Snelheid is 60 km/h
Remvertraging is max 7.2 m/s²
Situatie 3: Reactietijd 2,0 sec
Snelheid is 100 km/h
Remvertraging is 6.4 m/s²
Opdracht 25

Een boom heft geen kracht in de richting van de auto, 2 auto’s die met de zelfde snelheid en massa in elkaar rijden zijn de krachten richting elkaar gelijk. Dus staan ze waarschijnlijk stil. Als een auto tegen een boom aanrijd, dan breekt de boom waarschijnlijk en schiet de auto door. De schade is het groots als de auto tegen de andere auto aanknalt, want dan zijn er twee kinetische krachten die tegen elkaar aanbotsen.

Opdracht 26.


50/3.6 = 13.889 m/s

Opdracht 27.

a. h = 1/2Ve . t Ve = g . t h= 1/2g . t²
b. 50 km/h = 13.899m/s
h= 6.9445 x t
13.889 = 9.81 x t
t = 13.889/9.81
t = 1.14158 sec
h= 4.905 x 1.4158 x 1.14158
h = 9.83 m

Opdracht 28

Kinetische energie = 0.5 x m x v².
Dat is dus 40/2.6 = 11.11
0.5 x 75 x 11.11² = 4628 J

Opdracht 29.

a. Stel dat de kracht op 40 kg zal zijn op een hoogte van 30 cm
b. Ez = m x g x h
Ez = 40 x 9.81 x 0.3 = 117/72 J

Opdracht 31
a.
Country Standard BAC limit (g/l)
Austria 0.5
Belgium 0.5
Cyprus 0.5
Czech Republic 0

Denmark 0.5
Estonia 0
Finland 0.5
France 0.5
Germany 0.5
Greece 0.5
Hungary 0
Rep. of Ireland 0.8
Italy 0.5
Latvia 0.5
Lithuania 0.4
Luxemburg 0.8
Malta 0.8
Netherland 0.5
Poland 0.2
Portugal 0.5
Slovakia 0
Slovenia 0.5
Spain 0.5
Sweden 0.2
United Kingdom 0.8

Zoals te zien is in de tabel zijn de landen Tsjechië, Hongarije en Slowakije het strengst op dit gebied. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat er in het verleden veel ongelukken zijn gebeurd omtrent alcohol in het verkeer.

b. Het is verboden een voertuig te besturen terwijl je onder invloed bent van een stof die de rijvaardigheid vermindert zodat je niet tot besturen in staat bent. Voorbeelden zijn alcohol, medicijnen of drugs. Automobilisten die onder invloed van alcohol zijn, worden streng aangepakt. Het alcoholpromillage bepaalt de hoogte van de boete, het moeten deelnemen aan een cursus of het inleveren van het rijbewijs. Wanneer je je rijbewijs langer dan vijf jaar hebt en gaat deelnemen aan het verkeer, mag het alcoholgehalte in je bloed niet hoger zijn dan 0,5 promille. Voor beginnende bestuurders gelden strengere regels. Beginnende bestuurders van een motorvoertuig waarvoor een rijbewijs is vereist, mogen de eerste vijf jaar nadat ze hun rijbewijs hebben gehaald een promillage van hoogstens 0,2 promille hebben. Dit promillage geldt ook voor bromfietsers, snorfietsers en scooters onder de 24 jaar.


c. De blaastest is de enige test die ik ken.

Opdracht 32

Het rapport is niet meer beschikbaar..

Opdracht 33

a. A= 600x0,80=480
480x0,05=24

BAG= 24/(80X0,70)
BAG= 0,42857
b. Ja, dan mag je rijden en nee het maakt niet uit of het een man of vrouw betreft.
Want bij een vrouw wordt het dan: BAG= 24/(80x0.60)= 0,5 , precies het maximum.
Een ervaren bestuurder zou in dit geval achter het stuur kunnen en mogen. Een onervaren
niet.
c. A= 666x0,80=532,8
532,8x0,05=26,64

BAG(man)=26.64/(80x0.70)
BAG(man)=0.47571
Een man zou in dit geval mogen rijden.

BAG(vrouw)=26.64/980x0.60)

BAG(vrouw)=0.555
Een vrouw zou in dit geval niet mogen rijden.

REACTIES

C.

C.

bedankt hé het scheelt ons weer een hoop werk

13 jaar geleden

J.

J.

Opdracht 17 moet 30 meter zijn. Want Vgem = 7.5
7.5 x (t stop) = 7.5 x 2= 15 + 15 =(reactieafstand) = 30 meter

12 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.