Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Is het tekort aan studentenhuisvesting op te lossen?

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas vwo | 3769 woorden
  • 28 januari 2016
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Is het tekort aan studentenhuisvesting op te lossen?



1. Het maatschappelijk probleem

De binnenlandse studentenpopulatie groeit met ruim 15 procent naar landelijk 767.000 studenten in 2025. Ondanks de toenemende belangstelling voor transformatie van leegstaande kantoren, mag  landelijk over tien jaar een tekort van 60.000 tot 65.000 studentenkamers worden verwacht. Amsterdam en Utrecht kampen nog altijd met het grootste tekort, zij zullen al in 2016 elk zo’n vier- à vijfduizend studentenkamers te weinig hebben. Volgens de Landelijke Studenten Vakbond(LSVB) worden er minder studentenwoning gebouwd dan waren beloofd.



Er worden op dit moment verschillende studentencomplexen gebouwd maar zoals de eindconclusie van het LSVb-rapport: “Er kan gesteld worden dat de ontwikkeling van studentenkamers in de meeste steden redelijk op koers ligt. Maar in Amsterdam en vooral in Utrecht moeten nog heel wat nieuwe eenheden gerealiseerd worden.”



In Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam duiken er commerciële verhuurders  nu op de studentenmarkt. Hoewel dergelijke verhuurders helpen de woningnood te bestrijden, is de opkomst van commerciële partijen niet per definitie een goede ontwikkeling want hun huren zijn vaak erg hoog. Terwijl studeren door het sociale leenstelsel toch al steeds duurder wordt.

 



Onlangs becijferde TNO dat iedere uitwonende student per jaar 25 duizend euro bijdraagt aan de lokale economie. In Amsterdam spreken we dan over 640 miljoen euro. In typische studentensteden als Delft en Leiden is de economie voor 20 procent afhankelijk van kennisinstellingen. Studenten zijn dus belangrijk voor de economie. Daarnaast dragen studenten bij aan levendige buurten en wijken. Het zijn vaak studenten die achterstandswijken bruisend weten te maken. Van al deze voordelen kan natuurlijk alleen geprofiteerd worden als studenten ook ergens kunnen wonen.



Woningcorporaties, marktpartijen en lokale overheden moeten gezamenlijk  het probleem oplossen. In Amsterdam bijvoorbeeld willen de UvA, VU, Hogeschool van Amsterdam, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) en andere instellingen voor hoger onderwijs in Amsterdam  daar graag bij helpen.



Het onderwerp heeft te maken met Nederland als verzorgingstaat. Want het hebben van een woning is een van de basis zekerheden die we in Nederland garanderen. Net zoals bijvoorbeeld  een goede ziektekostenverzekering, veiligheid, opleiding en een oude dag voorziening.  





2. Belangen



Studentenhuisvesting kent naast de studenten zelf, vele belanggroepen die in, meer of mindere mate, een rol vervullen of invloed uitoefenen. De belangrijkste hierbij zijn: de lokale en landelijke overheid, woningbouwcoöperaties, studenten belangenorganisaties, commerciële verhuurders, particuliere verhuurders, opleidingsinstituten en universiteiten, politieke partijen en investeerders in onroerend goed.



Belangen van de studenten

Dit is natuurlijk de meest belangrijke groep, zij zijn direct belanghebbend. Tegelijk hebben ze maar weinig invloed. Dat heeft te maken met hun sociale positie. Ze hebben nog geen baan en dus weinig inkomen. Ze zijn volledig afhankelijk van wat er wordt aangeboden.  Studenten hebben er belang bij om te wonen in de stad waar zij studeren. De prijs wordt veelal bepaald door het vrije markt mechanisme van vraag en aanbod. Wanneer er  meer studentenwoningen beschikbaar zijn,  wordt het aanbod groter waardoor de huurprijzen lager komen te liggen. Studenten willen voor niet te veel geld betalen voor een kamer van zo’n 15 a 20 m2. Maar in Amsterdam en Utrecht is een prijs van 500,- tot zelfs 600,- niet uitzonderlijk voor een goede kamer in het centrum. En deze prijzen worden ook echt betaald omdat er geen goede alternatieven zijn.

Studenten proberen wel een vuist te maken door zich te organiseren of actie comités op te richten. Ze begrijpen dat ze als eenlingen weinig kunnen uithalen. Door het samen te doen kunnen ze meer bereiken. 



Belangen van de overheden en politieke partijen

De overheid wil het probleem  graag oplossen, maar loopt hierbij tegen financiële obstakels op. Een overheid die zwaar moet bezuinigen heeft simpelweg geen middelen beschikbaar om goede huisvesting te betalen.  De overheid moet vele belangen dienen. En in de regel krijgen studenten een minder hoge prioriteit. Ook de meeste landelijke  politieke partijen zeggen wel dat het probleem van studentenhuisvesting opgelost moet worden, maar laten dat in de praktijk toch veelal over aan de marktwerking en de lokale overheden. In de politieke programma’s van de landelijke partijen krijgt het weinig prioriteit.   



Belangen  van de  diverse aanbieders van studentenwoningen

Binnen de aanbieders van studentenwoningen zijn diverse  categorieën met uiteenlopende belangen.

a. Gemeenten: Zij hebben vele belangen op het gebied van huisvesting. Veelal moeten zij keuzes maken. Bijvoorbeeld betaalbare woningen voor studenten, werkende jongeren, ouderen, mensen in de bijstand etc. In de regel krijgen de studenten een lagere prioriteit omdat ze niet als heel hulpbehoevend worden gezien. De houding is meestal van: “ze zijn hier maar kort en ze redden zich wel”. En in de praktijk is dat vaak ook zo. Studenten zijn creatief en flexibele en regelen wel een oplossing.

b. Woningbouwcoöperaties:  Ook bij woningbouwcoöperaties is de aandacht voor studentenhuisvesting veelal beperkt. De belangen gaan meer uit naar gezinnen, werkende jongeren en gezinnen met een lager inkomen. Studentenhuisvesting is, vanwege het hoge verloop en het risico op huurachterstand, bewerkelijker dan bij de andere doelgroepen. 





c. Particuliere verhuurders: In de binnenstad worden vaak zolder- of achterkamertjes verhuurd aan studenten. Het belang  van deze verhuurders is met name financieel. Voor de rest willen ze er niet te veel last van hebben. Voor studenten is het vaak geen ideale oplossing. De huurprijzen liggen hoog en de voorzieningen zijn vaal slecht. Ze hebben bijvoorbeeld geen eigen toilet of doucheruimte.

d. Commerciële verhuurorganisaties: Deze hebben alleen  een financieel belang en niets anders. Ze maken grote misbruik van het woningtekort door extreem hoge huren en tarieven te vragen waaronder inschrijfgeld en servicekosten.



e. Grote investeerders: Er wordt door grote financiële instellingen altijd gezocht naar investeringen in onroerend goed. Met name kantoren waren jarenlang favoriet. deze gebouwen zijn niet erg duur om te bouwen en meestal krijgt met lange termijn huurcontracten van 5 tot 10 jaar. dat was jarenlang zeer lucratief. Tegenwoordig staat er zeer veel kantoorruimte leeg en wordt geopperd om deze gebouwen om te bouwen voor studentenhuisvesting.  Dat wordt nog maar zelden gedaan. Want daarvoor moet weer verbouwd en dus geïnvesteerd worden. Hierbij komt dat ze huuropbrengsten onzeker zijn.



Economisch belangen

Voor de economie in een stad zijn studenten belangrijk. Onlangs becijferde TNO dat iedere uitwonende student per jaar 25 duizend euro bijdraagt aan de lokale economie. In Amsterdam spreken we dan over 640 miljoen euro. In typische studentensteden als Delft en Leiden is de economie voor 20 procent afhankelijk van kennisinstellingen. Daarnaast dragen studenten bij aan levendige buurten en wijken. Het zijn vaak studenten die achterstandswijken bruisend weten te maken. Van al deze voordelen kan natuurlijk alleen geprofiteerd worden als studenten ook ergens kunnen wonen.

Als studenten geen betaalbare woonruimtes kunnen vinden kunnen zij bijvoorbeeld naar het buitenland vertrekken, waar de huurprijzen lager liggen. Wanneer er een tekort in Nederland ontstaat aan hoger opgeleiden zal de kwaliteit van de productie, zowel goederen als diensten kunnen afnemen.



Tegenstellingen in bij belangen

Het is dus duidelijk zijn dat de belangen van de betrokken partijen tegenstrijdig zijn. Anders was het probleem allang opgelost. Het grote verschil is dat veel partijen die een oplossing kunnen bieden, maar een belang hebben: financieel rendement op lange termijn met weinig inspanningen.  En dat is tegenstrijdig aan het belang van de studenten. Die hebben  namelijk geen financiële middelen en hun belang is maar voor enkele jaren. 



De (lokale) overheid heeft ook een tegenstrijdig belang. En die tegenstrijdigheid zit in de vele maatschappelijke belangen die de overheid moet dienen. Studentenhuisvesting staat daarbij laag genoteerd en wanneer er weinig financiële middelen zijn, komen die dus niet, of te weinig aan bod. De overheid duwt het terug naar de marktpartijen, maar die hebben er ook weinig zin is. Dus daarmee wordt het probleem ‘ rondgepompt’, zonder dat er een echte oplossing komt. 





3. Waarden en normen

Wanneer je kijkt naar de waarden en normen rondom het vraagstuk van studentenhuisvesting  valt op dat er tegenstrijdigheden zijn waar te nemen. We leven in een rijke verzorgingssamenleving en we vinden het normaal dat de overheid heel veel zaken goed regelt. Bij met name doelgroepen die het moeilijk hebben vinden wij het normaal dat er zaken geregeld worden uit de algemene middelen. Denk bijvoorbeeld aan werklozen, gehandicapten en asielzoekers. Dan gaat de overheid dat organiseren en financieren. De meerderheid in Nederland vindt dit geen probleem. Maar als je dan kijkt naar het probleem van studentenhuisvesting dan betreft het ook een groep die het moeilijk heeft en met weinig middelen moet rondkomen. Die zouden dus geholpen moeten worden. En in theorie vindt men dat ook. Wanneer je op straat mensen zou aanhouden met de vraag: “Vindt u dat de overheid zorg moet dragen voor goede en betaalbare studentenhuisvesting?” Dan zal de meerderheid daar ja op antwoorden. Maar in de praktijk gebeurt dat onvoldoende en eigenlijk maakt niemand daar zich echt zorgen om. Je zou kunnen spreken van een dubbele moraal. 



Er is wel een verklaring te geven voor deze dubbele moraal. En dat heeft alles te maken met het beeld dat studenten in onze maatschappij hebben. Ook dat heeft met waarden en normen te maken. Men vindt studenten in algemene zin zielig en ze hebben eigenlijk best een goed leven. Het studentenleven wordt wel een beetje mooier gemaakt dan het is. Want als je mensen later over hun studententijd hoort vertellen hebben ze het over de mooiste tijd van hun leven. Je hoort vooral verhalen over feesten en plezier. Bijbaantjes en feesten. Je hoort zelden geklaag over hun woonruimte. Dat men op een klein zolderkamertje voor veel geld zat wordt meestal voor lief genomen. Dat was maar een bijzaak. En wat ook meespeelt is dat ‘student-zijn’ een tijdelijke hoedanigheid is. Uiteindelijk studeert men af en komt er toch wel die goede baan met inkomen. En dat leed van een paar jaar op een kleine kamer zitten: tja, dat hoort ver toch bij. 



Je kan stellen dat er bij de waarden en normen een rationeel en emotionele variant is over het fenomeen studentenhuisvesting. Rationeel gezien vinden we dat een student recht heft op goede en betaalbare woonruimten en dat gewoon geregeld moet worden. Emotioneel denken we toch eerder dat het allemaal wel meevalt en dat het eigenlijk een onderdeel van het studentenleven is.



Maar zolang deze hardnekkige tegenstelling tussen hoofd en hart blijft bestaan, zullen en geen echte stevige maatregelen genomen worden om de studentenhuisvesting echt structureel op te pakken en te financieren uit algemene financiële middelen.



Want laten we eerlijk zijn: het studenten huisvestingsprobleem bestaat al jaren. Maar niemand ligt er echt wakker van.         





4. Macht en machtsmiddelen

De studenten zijn natuurlijk de belangrijkste groep bij de problematiek rondom huisvesting. Tegelijk hebben zij zelf de minste macht en machtsmiddelen Dat komt omdat ze niet echt georganiseerd zijn. Er is wel een studentenvakbond, maar die is klein en beschikt niet over pressiemiddelen. Als ze  bijvoorbeeld zouden zeggen dat de studenten gaan staken, dan haalt de politiek haar schouders op. Dat is vervelend, maar verder geen ramp. Uiteindelijk hebben de studenten alleen zichzelf ermee.    De grootste macht ligt nu bij commerciële verhuurders, oftewel de partij die beschikt over het aanbod in een markt waar schaarste is. En dat werkt weer prijsopdrijving in de hand.



Een andere  partij die macht kan uitoefenen is de (lokale) overheid. Met  wetten en verordeningen zouden zij de markt van vraag en aanbod meer kunnen reguleren. Dat gebeurt ook wel in zekere zin. In de sociale woningbouw worden wel eens aan de studenten gedacht, maar dan gaat het vaak om beperkte aantallen. En de lokale overheid probeert toezicht te houden op de commerciële verhuurinstanties. Maar het is in de regel lastig om hier echt grip op te krijgen omdat de praktijken  niet altijd goed zichtbaar zijn.



Ook is er een trend waar te nemen dat de overheid zich in algemene zin terugtrekt als ‘verzorger’ en probeert om taken terug te duwen naar de verschillende  marktpartijen. Zeker in een tijd van bezuinigingen blijft de overheid liever op afstand. Dat betekent dat de macht toch voornamelijk in handen blijft van de (semi)commerciële spelers en de studenten weinig in de melk te brokkelen hebben.     





5. Rol van de overheid

De overheid kan wetten aanpassen of/en  meer studentenwoningen maken. Woningcorporaties, marktpartijen en lokale overheden moeten in gezamenlijkheid het probleem oplossen.



Wat er momenteel gebeurd is dat de overheid niet zo zeer zelf de bouw van studentenwoningen realiseert, maar meer voorwaarden scheppend bezig is om betrokken partijen te stimuleren om dit te doen. Er zijn bijvoorbeeld landelijke wet- en regelgevingen die in de weg kunnen staan om studenten woningen te realiseren. Door deze wetten en regels aan te passen dan wel te versoepelen kan meer ruimte voor studenten woningen gerealiseerd worden.



Nu is het zo dat alleen studenten die wonen in zelfstandige studentenwoningen een huurtoeslag ontvangen. Dit is vreemd, want uit onderzoek blijkt dat de invoering van huurtoeslag voor onzelfstandige studentenwoningen, waarvan de bewoners de voorzieningen met elkaar moeten delen, zelfs geld kan besparen. Onzelfstandige studentenwoningen nemen minder ruimte in. Er kunnen dus meer onzelfstandige dan zelfstandige studentenwoningen worden gebouwd. Zodra er een huurtoeslag voor onzelfstandige studentenwoningen is, is er een financiële prikkel om deze te bouwen. Dit leidt er toe dat er meer studentenwoningen kunnen komen.



Een andere maatregel die versoepelt kan worden is de Wet Ruimtelijke Ordening  op het gebied van tijdelijke huisvesting. Door de economische crisis komen bouwprojecten stil te liggen en staan kantoren leeg. Momenteel kan een locatie maximaal vijf jaar tijdelijk worden bewoond. Tijdelijke huisvesting is financieel echter slechts gunstig bij een duur van tien jaar. Er moeten tenslotte wel de nodige investeringen gedaan worden die weer terugverdient moeten worden. Dat tijdelijke huisvesting de situatie voor studenten kan verbeteren hebben de containerwoningen bewezen. Er zijn genoeg lege plekken in studentensteden waar die kunnen worden neergezet.



Een andere belangrijke stimuleringsmaatregel is subsidie voor woningbouwcoöperaties als deze investeren in studenten woningen. Dat is ook nodig omdat studentenhuisvesting niet de meest lucratieve activiteit is bij de woningbouwcoöperaties. dat komt omdat de huren laag zijn. het zit meestal in de range van 300 tot 400,-. 



Wat vinden politieke partijen van de kwestie van voldoende en betaalbare woonruimte voor studenten ?



Groen Links maakt zich hard voor een verruiming van de regels voor huursubsidie, zie bijgaand fragment uit hun partijprogramma:










De kamernood onder studenten is groot. GroenLinks zet zich in voor meer en betaalbare studentenkamers.



Door het tekort aan studentenwoningen zijn de wachttijden lang en de huurprijzen vaak erg hoog. Er moet flink geïnvesteerd worden in nieuwe en betaalbare studentenhuisvesting. GroenLinks wil dat woningcorporaties dat gaan doen.



Ook is het noodzakelijk dat de huurtoeslag wordt uitgebreid naar huurders van studentenkamers. Het is raar dat studenten die zelfstandig wonen wel recht hebben op deze financiële tegemoetkoming, maar studenten in een studentenhuis niet. Zelfstandig of onzelfstandig, in een huis, appartement, woonwagen of waterwoning, het criterium voor het al dan niet verstrekken van huurtoeslag zou moeten zijn dat de woonlasten (te) hoog zijn in verhouding tot het inkomen.




Bron: Partijprogramma Groen Links



Ook de SP heeft een opvatting van dezelfde strekking, zie hieronder hun tekst hierover in hun partijprogramma:










SP Standpunt : Studentenhuisvesting



Ook bewoners van onzelfstandige wooneenheden in studentencomplexen moeten in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag. In herstructureringswijken zouden vaker woningen hergebruikt kunnen worden voor studentenhuisvesting. Zo kan een vierkamer portiekflat zéér betaalbare woonruimte bieden aan een aantal studenten.




Bron: Partijprogramma SP



Het is natuurlijk ook interessant om te weten wat de regeringspartijen zeggen over het aspect van studentenhuisvesting. In het partijprogramma van de VVD is daar vreemd genoeg niets over te vinden. Het enige wat wordt genoemd is dat de VVD het eigen woning bezit wil stimuleren met starterhypotheken, maar dit heeft weinig met studentenhuisvesting te maken. 



Ook is de VVD voorstander om de vele subsidieregelingen op de huurders markt af te schaffen:










De VVD vindt dat mensen zelf mogen bepalen waar en hoe ze wonen. We willen het eigenwoningbezit stimuleren. Dit is een solide investering in de toekomst en biedt mensen de mogelijkheid hun wensen zelf te realiseren. De VVD is voor een vrije woningmarkt, met steun voor hen die het echt nodig hebben. De VVD zet daarbij in op drie onderdelen, om de hele woningmarkt aan te pakken. In de eerste plaats willen we de huursector en rol van woningbouwcorporaties grondig herzien. In de tweede plaats wil de VVD de hypotheekrenteaftrek toekomstbestendig maken, maar aan de huidige hypotheken wordt niet getornd. Ten derde wil de VVD een ‘Startersoffensief’ om het voor jongeren aantrekkelijker te maken een eerste eigen woning te betrekken.




Bron: Partijprogramma VVD



In het partijprogramma van de PvdA is een kleine passage terug te vinden over de woningmarkt voor studenten:










Het tekort aan goede kamers voor werkende jongeren en studenten wordt aangepakt door slim gebruik te maken van de grote leegstand van kantoren en woningen. Om dit te bewerkstelligen zal het leeg laten staan van kantoorpanden fiscaal onaantrekkelijk gemaakt worden.




Bron: partijprogramma PvdA



Wanneer we de verschillende opvattingen van zowel de regeringspartijen als enkele oppositiepartijen bekijken kunnen we constateren dat het politiek niet echt een ‘hot toppic’ is.

En dat is ook meteen tekenend voor de situatie, men vindt wel dat er iets aan gedaan zou moeten worden, maar op landelijk niveau is dat niet een aandachtspunt.



Op lokaal politiek niveau zijn er wel meer initiatieven te ontdekken. Met name de gemeente Amsterdam  probeert vele  projecten op te starten. Altijd met behulp van woningbouwcoöperaties en particuliere geldschieters. Daar worden goede slagen gemaakt. In het citaat hieronder wordt gesproken over de ambitie om 9000 wooneenheden voor studenten te realiseren.










In het Programakkoord 2010-2014 wordt ingezet op 9.000 studentenwoningen. Voor operationalisering van de ambitie is de publicatie Kiezen voor studentenhuisvesting opgesteld, die op 6 oktober 2010 is besproken in de Raadscommissie BWK. Voor de realisatie moeten alle kansen worden aangegrepen. Het aantal nieuwbouwprojecten in planning, inclusief transformatie van kantoren, en de mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad zijn niet voldoende om het doel te kunnen bereiken. Er zullen ook nieuwe locaties ontwikkeld moeten worden.




Bron: Publicatie Gemeente Amsterdam: Studentenhuisvesting, werken 9000 eenheden. April 2011







6. Mogelijke oplossingen



Alles overziend kan gesteld worden dat het probleem van de studenten huisvesting complex is. Dat heeft te maken met de vele verschillende, veelal economische, belangen die de bepalende partijen hebben en door de zwakke positie die de studenten zelf hebben. De conclusie is dat de politiek toch maar weinig echte maatregelen wil nemen.  



Aan de andere kant is er ook een aantal positieve ontwikkelingen waar te nemen. Zo is te zien dat er op politiek lokaal niveau veel initiatieven worden ondernomen en dat ook steeds meer commerciële partijen op een serieuze en structurele manier naar de problematiek kijken.



Tegelijk is het teleurstellend om te zien dat de landelijke politiek niet echt werk maakt van het thema.



Waarschijnlijk is een multidisciplinaire aanpak de beste methode om successen te boeken. Dat wil zeggen dat er op meerdere fronten iets gedaan moet worden. Het gaat dan om:



1)Bewustwording dat studentenhuisvesting  echt een probleem is en dat er stevig  beleid voor moet komen, op verschillende niveaus.



2)Politieke partijen moeten het op landelijk niveau hoger op de agenda zetten en met concrete  beleidsvoorstellen komen en deze ook uitvoeren.



3) De(lokale) overheid moet maximaal stimuleringsmaatregelen nemen en regels versoepelen.



4) Subsidie moet ook voor niet-zelfstandige wooneenheden gelden.



5) Woningbouwcoöperaties moeten verplicht worden om een beleid te ontwikkelen voor  studentenhuisvesting in hun regio, als dit noodzakelijk is.



6) De stem en mening van de studenten zelf moet zwaarder meetellen en echt meegenomen worden in het besluit.



7) De mogelijkheden voor de transformatie van leegstaande kantoorruimte naar studenten huisvesting moet echt een keer opgepakt worden. 



8) Succesvolle projecten moeten veel meer aandacht krijgen om te laten zien dat het wel kan, er zijn voorbeelden genoeg.



9)Financiële vastgoed investeerders moeten gestimuleerd worden om in studentenhuisvesting geld te stoppen.



10) Misstanden in de commerciële verhuursector moeten keihard aangepakt worden met hoge boetes.





7. Eigen mening

 Ik heb veel geleerd van deze opdracht. Er is veel over te vinden op internet en er zijn veel initiatieven. Tegelijk is het ook frustrerend dat het nog niet erg opschiet. Ik ken uit mijn eigen omgeving diverse voorbeelden van studenten die 400 tot 500,- betalen voor een klein kamertje in Amsterdam. 



En over anderhalf jaar ga ik zelf ook studeren, misschien ook wel op kamers en dan zal ik het zelf gaan ondervinden hoe het is om als beginnend studentje aan woonruimte te komen. Misschien dat ik noodgedwongen wel thuis blijf wonen omdat er dan geen mogelijkheden zijn.



Naar mijn mening kan het probleem opgelost worden als de betrokken partijen hun eigen belang een minder hoge prioriteit zouden geven. Het feit dat er zo veel kantoren leeg staan is toch eigenlijk bizar. Wanneer men echt zou willen en het creatief zou aanpakken moet het toch mogelijk zijn om het geschikt te maken voor studenten huisvesting. Een gebouw met studenten zal toch altijd meer opleveren dan een leeg kantoor!





8. Bronvermelding



http://www.dearchitect.nl/nieuws/2013/09/19/minister-blok-leegstaande-kantoren-niet-transformeren-voor-studentenhuisvesting.html

http://www.fmm.nl/nieuws/nieuws/minister-blok-wil-reele-prijs-voor-leegstaande.135532.lynkx

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3506294/2013/09/09/LSVb-bouw-van-studentenkamers-valt-stil.dhtml http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/1021225/2010/09/04/Woningnood-studenten-kan-worden-opgelost.dhtml

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/archief/article/detail/1628835/2008/08/27/Bestaat-er-geen-woningnood-meer.dhtml http://www.trouw.nl/tr/nl/4556/Onderwijs/article/detail/3038620/2011/11/17/Nieuwe-studentenkamer-wordt-een-stuk-kleiner.dhtml http://retro.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Studenten/huisvesting.html http://www.lexisnexis.com/uk/nexis/results/docview/docview.do?docLinkInd=true&risb=21_T18327071075&format=GNBFI&sort=BOOLEAN&startDocNo=1&resultsUrlKey=29_T18327071079&cisb=22_T18327071078&treeMax=true&treeWidth=0&csi=259069&docNo=14 http://www.lexisnexis.com/uk/nexis/results/docview/docview.do?docLinkInd=true&risb=21_T18327071075&format=GNBFI&sort=BOOLEAN&startDocNo=1&resultsUrlKey=29_T18327071079&cisb=22_T18327071078&treeMax=true&treeWidth=0&csi=259070&docNo=9 http://www.lexisnexis.com/uk/nexis/results/docview/docview.do?docLinkInd=true&risb=21_T18327062727&format=GNBFI&sort=RELEVANCE&startDocNo=1&resultsUrlKey=29_T18327056002&cisb=22_T18327056001&treeMax=true&treeWidth=0&csi=259070&docNo=4

http://www.huurdersbelangen.nl/news/150/2452/2013/08/01

http://www.asva.nl/studentenhuisvesting

http://www.nul20.nl/dossiers/voor-studenten-wordt-w%C3%A9l-gebouwd

http://vorige.nrc.nl/nrc.nl/themastudiekeuze/20061008/pages/01012/articles/NRC-20061008-01012001.pdf


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.