Fair Play

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas vwo | 2000 woorden
  • 12 mei 2003
  • 86 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 86 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LO
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Opdracht 1

Opdracht 1.1

a. Geef tenminste 2 verschillende omschrijvingen van fair play uit de literatuur.

1. Uit Ouders en Sportieve Opvoeding: "Fair Play is sportief sporten. Bij Fair Play in de individuele dimensie gaat het er om dat de sporters eerlijk sporten volgens de spelregels en zich ook eerlijk gedragen wanneer het gaat om aspecten die niet in spelregels beschreven staan. Het gaat hier bijvoorbeeld om zaken als: 'tegen je verlies kunnen', maar ook 'tegen je winst kunnen' samen willen spelen, ook met de wat minder 'getalenteerde', en de beslissingen van de scheidsrechter en leiders accepteren."

2. Uit Jeugdsport en Fair Play: "In deze studie is gekozen voor een ruime omschrijving van fair play met daarin aspecten als gelijke kansen voor kinderen ongeacht talent, sekse en validiteit, gelijke speelsterkte en de inzet voor een goed resultaat."


b. Welke omschrijving past het beste bij jouw sportbeleving en licht dat toe.
Ik zou voor omschrijving 1 kiezen. Deze omschrijving is concreter en praktischer. Ik zou als ik aan het begrip fair play denk, niet denken aan aspecten zoals gelijke kansen voor spelers. Want ook al spelen twee teams fair, de kansen hoeven nog niet gelijk te zijn. De eerste sluit gewoon beter aan bij mijn sportbeleving.

Opdracht 1.2


Beschrijf 3 voorbeelden van fair en unfair play in the gymnastieklessen. Gebruik daarbij je eigen ervaringen en die van je medeleerlingen.
Een voorbeeld moet bestaan uit:
* een situatieschets
* de argumenten waarom hier sprake is van fair en/of unfair play
* wanneer de situatie betrekking heeft op unfair play, geef dan aan hoe in de geschetste situatie fair play bevorderd had kunnen worden.

1. Unfair play: Bij basketbal wordt de klas verdeeld in groepjes van 5. In een bepaald groepje zitten 2 jongens die wel op basketbal zitten, en 3 meisjes die niet op basketbal zitten.
De jongens vinden van zichzelf dat ze het erg goed kunnen, en willen dat laten zien ook. Ze proberen zo veel mogelijk zelf aan de bal te zijn en te scoren, als ze al overspelen is dat naar elkaar. De meisjes proberen in het begin nog wel hun best te doen, maar als ze na een paar minuten vergeefs hebben geprobeerd de bal te krijgen, geven ze het op. Hierdoor gaan de jongens alleen nog maar meer met elkaar spelen. Het versterkt elkaar dus.

Hier is sprake van unfair play van de 2 jongens. De jongens willen alleen met elkaar spelen omdat ze de meisjes niet goed genoeg vinden. En dat terwijl ze de meisjes niet eens de kans geven om te laten zien wat ze kunnen. De jongens gedragen zich zeer onsportief, egoïstisch; ze staan daar alleen om te laten zien wat ze kunnen en om te winnen.
De jongens moeten begrijpen dat het, vooral bij de gymnastieklessen, om de teamprestatie gaat. Het hele team moet op een eerlijke, sportieve manier winnen. In dit geval hadden als eerste de meisjes (of andere leerlingen) iets tegen de jongens kunnen zeggen. Als dit niet zou helpen zou de leraar er wat aan kunnen doen. Deze kan ze op hun gedrag aanspreken en de meisjes aanmoedigen om door te gaan. Als dat niet zou helpen kan een leraar ze altijd nog verplichten om de meisjes in het spel te betrekken, en uiteindelijk kan de leraar de jongens wisselen voor andere leerlingen. Dit zullen de jongens best wel erg vinden want ze vinden het leuk om te basketballen. Ik denk dus dat het best wel effect zal hebben.

2. Unfair play: De klas gaat partijen indelen voor netbal. Vijf leerlingen mogen één voor één medeleerlingen kiezen voor in hun team. Hierdoor zijn het altijd de minder getalenteerde leerlingen die overblijven.
Dit is natuurlijk ronduit heel erg gemeen. Het zijn altijd dezelfde mensen die als eerste worden gekozen, en ook dezelfde die overblijven. Van de mensen die als eerste worden gekozen, wordt het ego nog meer gestreeld. Daarentegen wordt het voor de hele klas weer eens duidelijk wie toch weer het minst populair is. Dit soort taferelen moet je juist proberen te vermijden, zeker in de sport!
Ik heb werkelijk geen idee waarom deze selectie procedure nog door leraren wordt toegelaten. Vooral op de basisschool wordt het vaak toegepast. Het is de ideale uiteenzetting van de rangverhoudingen in de klas. Aangezien het bij fair play, en dus bij sport, er o.a. om gaat om met het hele team, en dus ook met de minder getalenteerde, een prestatie te leveren, is dit dus helemaal verkeerd. Leraren moeten de leerlingen gewoon aselect (bv. d.m.v. afnummerring) kiezen.

3. Fair play: Jongens en meisjes hebben over het algemeen genomen andere dingen waar ze goed in zijn. Meisjes zijn misschien beter in turnen, terwijl jongens beter kunnen voetballen. De klas wordt daarom gescheiden. Zo krijgen beide groepen meer ruimte in het spel; de jongens kunnen, bij voetbal bijvoorbeeld, op hun eigen niveau spelen en kunnen daardoor betere competitie krijgen. De meisjes kunnen zich ook beter uitleven. Ze worden niet weggedrukt door de jongens en ze kunnen onderling gewoon leuk spelen.

Opdracht 1.3


Hetzelfde voor in de sport, met betrekking op de sporters, trainers/coaches, en toeschouwers:

Sporters: Fair play:
In het voetbal raakt een speler geblesseerd tijdens een wedstrijd (hij gaat bijvoorbeeld door z'n enkel). De speler ligt op de grond, waardoor het team niet goed door kan spelen. De tegenstander, die aan de bal is, ziet dit en schopt de bal over de zijlijn, zodat het spel even stil gelegd kan worden. Na een behandeling of wisseling gaat de wedstrijd weer door en het team dat mag uitgooien (die van de geblesseerde) gooit de bal naar een tegenstander.
Hier is sprake van fair play van beide teams. Het ene team had officieel gewoon gebruik kunnen maken van de uitval, maar omdat ze dit niet eerlijk en sportief vinden doen ze dit niet. Het andere team kreeg de bal uit en had officieel gewoon naar een medespeler kunnen gooien. Dit gebeurde niet omdat het team inziet dat de tegenstander eigenlijk het balbezit had, en wil de tegenstander als het ware bedanken voor zijn sportiviteit.

Trainers/coaches: Fair play:
Tijdens een hockeywedstrijd heeft een speler, die normaal altijd goed speelt, haar dag niet. In de rust spreekt ze met de coach. De coach blijft rustig tegen haar en vertelt haar dat iedere speler wel eens zo'n dag heeft. Hij is niet teleurgesteld of boos. De coach wisselt haar niet om, zo krijgt ze een tweede kans.
Dit is goed van de coach. De speler krijgt hierdoor meer zin en zelfvertrouwen, wat altijd tot betere prestaties leidt. Natuurlijk zou de coach willen dat ze goed speelt, maar een speler hard aanpakken en vertellen dat "ie het nu echt beter moet gaan doen" is geen oplossing, hierdoor gaat de speler zich alleen maar slechter voelen.

Toeschouwers: Unfair:
Bij sommige sporten (bv.voetbal) kunnen de supporters te fanatiek zijn. Ze zijn het nooit eens als de scheidsrechter tegen hun club fluit, wat er ook gebeurd, en ze laten dat weten ook. Ze joelen de tegenstanders en hun supporters uit. Ook de scheidrechter krijgt er van langs. Denk maar aan leuzen als: "Hi Ha honde...". De supporters zelf vinden het misschien wel leuk, maar voor de rest verpest het de sfeer.
Dit gedrag van supporters is zeer unfair. Ze moeten respect hebben voor de scheidsrechter en de tegenstander. Alleen dan kan sporten echt leuk zijn.
De supporters moeten inzien dat hun gedrag echt niet kan. De spelers en trainers van hun club zouden er als eerst wat van kunnen zeggen. Als dat niet helpt moeten ze gewoon weggestuurd worden. Dat is bij zo'n massaal optreden als bv. in De Kuip natuurlijk wat moeilijker. Misschien zou er m.b.v. legitimatie en de politie voor gezorgd kunnen worden dat die supporters niet meer binnenkomen. Het moet in ieder geval hard aangepakt worden.

Opdracht 2


Opdracht 2.1


Als burgers dienen wij ons behalve naar de regels ook naar de geest van de wet te gedragen. Overeenkomstig behoren sporters zich behalve naar de regels ook naar de geest van het spel te gedragen. Maak met twee voorbeelden duidelijk wat bedoeld wordt met sporten in de geest van het spel.
Elk voorbeeld moet bestaan uit:
* een situatieschets
* de argumenten waarom hier sprake is van sporten naar de geest van het spel.

1. Bij softbal zijn twee teams erg aan elkaar gewaagd. Vlak voor het einde van de wedstrijd rent een slagspeler naar het laatste honk. Op hetzelfde wordt de bal naar degene die dat honk verdedigd gegooid, deze probeert hem dus te vangen. Omdat een renner op zo'n moment eigenlijk voorrang heeft op de vanger, probeert de vanger hem niet te hinderen maar wel de bal te vangen. Hierdoor is de vanger net te laat en de renner in.

Hier is sprake van sporten naar de geest van het spel omdat:
Softbal is een sluw spel. De renner weet dat hij "voorrang" heeft, en dus neemt hij dat ook. Ook de vanger gedraagt zich naar de geest van het spel. Softbal mag je sluw spelen, maar niet onrechtvaardig.

2. Bij atletiek afstanden rennen, lopen er ongeveer 8 spelers op een atletiekbaan die allemaal natuurlijk de binnenkant van bochten willen nemen; dat is immers de kortste afstand. Er is alleen weinig ruimte omdat ze erg dicht bij elkaar lopen. De spelers die er niet tussen kunnen komen blijven wat naar buiten. Ze gaan niet duwen, trekken of andere onsportieve dingen doen.
Hier is sprake van sporten in de geest van het spel omdat:
Bij afstanden rennen gaat het gewoon hoofdzakelijk om wie het hardst kan rennen. Maar er komt ook een stukje tactiek bij. De sporters die al aan de binnenkant staan gaan natuurlijk niet alle ruimte aan de andere geven, dat hoeven de tegenstanders ook niet te verwachten. De spelers die wat naar buiten lopen moeten niet geniepig gaan doen door andere te verdringen.

Opdracht 2.2


Stelling: Commercialisering van sport gaat ten koste van fair play in de sport.

a. Verzamel belangrijke argumenten die voor deze stelling pleiten en belangrijke argumenten die tegen deze stelling pleiten.

Voor:
* Bij commercialisering gaat het om geld: dus prestaties. Mensen kunnen sport dus voor alleen de prestatie en het geld gaan beoefenen. Dit is niet de bedoeling van fair play. Bij fair play gaat het juist niet alleen om de prestatie.
* Sportief en eerlijk spel leveren niet altijd de bij de commercie gewenste resultaten.
* Er staat meer druk op de spelers, trainers en coaches hierdoor kunnen ze misschien agressiever gaan optreden.
* De commercie is alleen geïnteresseerd in de beste. Dus alleen de nummer 1 en 2. De rest van de club krijgt daardoor minder aandacht. Dat is natuurlijk niet de bedoeling van fair play.
* Sport en sporters worden reclameborden, het gaat niet meer om de sport en de sporters zelf.

Tegen:
* Door commercialisering (bv. geld van sponsors) kan er gezorgd worden voor voorzieningen zoals: outfits (bv. shirts, tassen, trainingspakken) en andere voorzieningen.
* Commercialisering kan ook zorgen voor meer geld om leden te werven.
* De commercie kan sport aantrekkelijker maken.
* Door het geld van de commercie kan bijvoorbeeld in de voetbal gezorgd worden voor spelers uit het buitenland. Dit is allemaal niet ongunstig voor de fair play.

b. Geef van beide groepen (zie a) de twee belangrijkste argumenten en leg uit waarom je dat de belangrijkste vindt.

Voor:
* Bij commercialisering gaat het om geld: dus prestaties. Deze vind ik belangrijk omdat dat voor de fair play erg belangrijk is. Het gaat niet alleen om prestaties. De 2e, 3e en 4e hebben daar ook wel wat mee te maken.
* De laatste vind ik ook wel belangrijk. Het lijkt misschien niet zo'n groot punt, maar ik vind het zelf erg irritant om naar al die reclameborden en tenues vol met sponsering te kijken.

Tegen:
* Door commercialisering kan er gezorgd worden voor voorzieningen. Deze vind ik belangrijk omdat het voor clubs vaak erg moeilijk is om het financieel rond te krijgen. Het is toch erg goed voor een club om financiële steun te krijgen.
* De commercie kan sport aantrekkelijk maken. Het is altijd leuk om veel publiek en leden te hebben. Als de commercie daarbij kan helpen is dat alleen maar goed.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

Bedankt

17 jaar geleden