Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Vrouwen in de 20e eeuw, Europa.

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 3102 woorden
  • 6 juli 2009
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Inhoudsopgave
Kaft
Inhoudsopgave
Inleiding + vraagstelling
Deelonderwerpen
• Werkgelegenheid
Arbeidswet 1900 - 1919
Crisisjaren 1929 - 1937
Vrouwenrechten 1937 - 1939
Vrouwenarbeid 1962 - 2000
• Emancipatie / Feminisme
De eerste wereldoorlog
Eerste feministische golf
+/- 1934: Hitler aan de macht
Tweede feministische golf
Conclusie
Slotwoord
Bronvermelding
Inleiding
Toen we de opdracht kregen om een werkstuk te maken met als vraagstelling:
’’Hoe werd de twintigste eeuw in Europa beleefd?’’

wisten we al snel wat we zouden kiezen. Bovenaan stond het onderwerp ’’vrouwen’’ en we dachten dat hier van alles over te vinden zou zijn.
We zijn begonnen met deelvragen en hebben deze verdeeld om later verder zelf uit te werken. Ook hebben we besloten om erop te letten hoe vrouwen alles persoonlijk beleefden dus ook hierover zijn straks stukjes te vinden.
Werkgelegenheid
Arbeidswet
Rond 1900 werd de positie van de vrouw als werkneemster een discussie onderwerp. Ongehuwde vrouwen hadden de mogelijkheid te gaan werken maar gehuwde vrouwen moesten absoluut thuis blijven. Met name vanaf de katholieke kant was er veel kritiek op vrouwen die arbeid buitenshuis verrichten. ’’Een vrouw sluit aan den voet des altaars een heilige verbintenis met een man en belooft voor God, dat zij haar leven lang de plichten van vrouw en moeder en hoofd van het huishouden zal vervullen. Is het haar nu geoorloofd, zelfs met toestemming van de man, naderhand een tweede verbintenis te sluiten met een fabriek, tegen zoveel en zoveel per week, waardoor het haar onmogelijk wordt haar mans voedsel te bereiden, haar kinderen op te voeden en haar huishoudelijke plichten waar te nemen?’’
Er werd dan ook geprobeerd een wetgeving tot stand te brengen die loonarbeid door gehuwde vrouwen verbood aangezien de gehuwde vrouw en al helemaal de moeder in het huishouden werkzaam behoorde te zijn.

Afhankelijk van hun politieke kleur, moest dit via overheidsingrijpen of via particulier initiatief worden gerealiseerd. De eerste vrouwen die met een echt niet meer mochten gaan werken waren de gehuwde ambtenaressen bij de Post en Telegrafie. Per Koninklijk Besluit in 1904 werden zij ontslagen en hoewel dit besluit in 1907 weer werd ingetrokken bleef ontslag bij huwelijk nog steeds mogelijk als het dienstbelang dit vereiste. De arbeidswet van 1911 voorzag in een verbod van arbeid door gehuwde vrouwen en vrouwen met kinderen op de zaterdagmiddag maar was verder ook van invloed op alle vrouwen en kinderen tot zeventien jaar. De arbeidstijd voor hen werd teruggebracht tot maximaal tien uur per dag en 58 uur per week, terwijl het verbod op nachtarbeid met een uur werd verlengd: van 05.00 tot 06.00.
In 1919 kwam er uiteindelijk een arbeidswetgeving die voor zowel vrouwen als mannen gold en het belangrijkste verschil in deze wetgeving was bij de nachtarbeid, het overwerk en de arbeid op zondag. De voornaamste bepalingen waren:
- Maximale arbeidsduur van acht uur per dag en 45 uur per week
- Vrije zaterdagmiddag en zondag
- Uitbreiding van het bevallingsverlof tot acht weken, waarvan twee weken voor de bevalling.
Rond 1900 hebben de arbeidersvrouwen het erg zwaar.
Ze moeten werken in de fabriek om genoeg geld voor het gezin te verdienen.
En het huishouden doen ze er nog eens bij.
Er is in die tijd een onderzoek gedaan waarom vrouwen in de fabriek werkten.
Hieronder zie je de resultaten van dat onderzoek:
Vraag: Waarom werkt u in deze fabriek?
Antwoorden:
Mijn man verdient te weinig 23,6 % Ik heb geen kinderen 6,3 %
Mijn man is soms werkloos 10,5 % Ik wil wat sparen 8,0 %
Mijn man is werkloos 6,2 % Ik wil mijn schulden afbetalen 2,4 %
Mijn man is ziekelijk 4,3 % Ik heb spullen voor het huis nodig 2,3 %
Ik onderhoud een familielid 5,4 % Ik heb geen man meer 19,6 %
Crisisjaren
Het onderwerp vrouwenarbeid werd weer politiek actueel toen de beurskracht op Wall Street in 1929 ook voor Nederland grote gevolgen bleek te hebben. Vanaf 1930 was er een economische crisis wat leidde tot loonsverlagingen en ontslagen. De overheid wou de werkloosheid via twee wegen oplossen, ze zette werkverschaffingsprojecten op voor werkloze mannen en vrouwen werden geprobeerd uit de arbeidsmarkt weg te houden. Om dit laatste te bereiken werden er via de regering pogingen gedaan om arbeid door vrouwen te verbieden waarbij vooral gehuwde vrouwen de klos waren en in 1930 werkte er dan ook maar 2.2% van de vrouwen buitenshuis. Al deze maatregelen werden ook gesteund door de kerk, het bedrijfsleven en de publieke opinie. In 1937 kwam officieel de rolverdeling tussen de man en de vrouw aangezien er weer een nieuw wetsontwerp was ingediend door de minister van Sociale Zaken, Romme, waarbij alle gehuwde vrouwen een arbeidsverbod kregen zodat er minder mannen werkloos hoefden te zijn.
Vrouwenbewegingen
Toch was het nodig dat vrouwen gingen werken, al was het maar voor de betere financiën. Zo kwamen er dan ook vrouwenbewegingen die gesteund werden door progressieve organisaties en kranten. In 1937 gingen vrouwen samenwerken en richtte het Comité tot Verdediging van de Vrijheid van Arbeid voor de Vrouw op.
Hoewel de Rooms-katholieke Vrouwenbond en de Nederlandse Christenvrouwenbond hier niet aan deelnamen ondersteunden vrouwen uit deze organisaties persoonlijk de acties die door het Comité tegen wetsontwerp Romme werden gevoerd. Brieven die naar de minister geschreven werden maar ook nuchtere rapporten waaruit bleek dat de gezinssituatie van de buitenshuis werkende vrouw zeker niet slechter was dan die van de niet-werkende huisvrouw zorgen ervoor dat wetsvoorstel Romme zo lang moest wachten dat het uiteindelijk in 1939 werd ingetrokken. De dreigende oorlogssituatie zorgde ervoor dat de beperking van vrouwenarbeid niet verder uitbreidde.
Vrouwenarbeid
In 1962 had een half miljoen vrouwen weer werk dus een eigen arbeidsinkomen. De helft van deze vrouwen verdiende dat in loondienst, de andere helft als meewerkende echtgenote of als zelfstandige. Tussen 1962 en 1970 steeg het aantal tot 909 duizend, maar tussen 1970 en 1973 daalde het aantal weer naar 875 duizend. In diezelfde periode steeg het aantal gehuwde werkneemsters van 570 duizend naar 588 duizend en het aantal zelfstandigen van 22 naar 26 duizend.
Maar door de daling van het aantal meewerkende echtgenotes nam het totale aantal gehuwde vrouwen met arbeidsinkomen toch af. In 1970 was 19% van de gehuwde vrouwen in loondienst en in 1973 slechts 18%.
Tussen 1973 en 1983 gingen steeds meer vrouwen in loondienst werken in plaats van dat ze hun man meehielpen. Door de tweeverdieners wetten in 1984 en 1985 stopte de daling van de meewerkende echtgenotes maar toch daalde het percentage van vrouwen in loondienst slechts met 3%. Het percentage gehuwde vrouwen begon vanaf 1990 snel toe te nemen in de loondienst dus dat betekende dat minder vrouwen nu in een eigen onderneming hielpen. Het is zo dat er vanaf 1962 geen sprake was van een grote stijging van gehuwde vrouwen met een arbeidsinkomen, maar hun gemiddeld verdiende inkomen steeg wel.
Persoonlijke kijk op de twintigste eeuw
Marie Jungius
Marie Jungius, initiatiefneemster, oprichtster en eerste directrice van het Nationaal Bureau voor Vrouwen arbeid, dat in 1901 was gestart, meldde dat bij ongeveer de helft van de 200 gehuwde vrouwen die door het Bureau in 1902 waren ondervraagd ’’grootendeels tot de laagste welstandsklassen behoorend, in een der steden vallende onder de volkrijkste gemeentegroep’’. Dat zij ’’niet het geheele jaar door hard mede verdienden als regel (meest met dienstbodenwaschjes) en nog eens extra in het schoonmaakseizoen als werkster. Het zoeken en aanvullen van die bijverdienste neemt toe en is algemeen regel in de voor haar mans ’slappe tijden’. Er zijn er die tijdelijk werkzaam als ’ouvreuses bij opera’ en dergelijke, des nachts om 2 uur huiswaarts keeren; soms des morgens om 5 ure.’’ Onder de 94 gehuwde vrouwen met ’’bijverdienste als regel’’ waren 24 vrouwen die binnenshuis als wasvrouw en 10 die als naaister werkten. 42 werkten buitenshuis als werkvrouw en 2 als kookster. Niet meegerekend zijn de gezinnen waar ’’commensalen’’ (kostgangers) werden gehouden, ’’wat zeer veel voorkomt, meest familieleden’’.
Emancipatie / Feminisme

Betekenis:
eman•ci•pa•tie de; v het toestaan van gelijke rechten: de ~ vd vrouw
De strijd voor emancipatie van vrouwen kwam op in de Westerse wereld in het fin de siècle, een periode rond 1900. Het feminisme is een maatschappelijke en politieke stroming die de emancipatie van vrouwen nastreeft.
Vrouwen werden en worden op veel terreinen op een andere manier behandeld dan mannen, bijvoorbeeld op het gebied van opleiding, salaris, eigendom, recht op werk en inkomen, kiesrecht.
De eerste wereldoorlog 1914 t/m 1918
In de eerste wereld oorlog veranderde er veel voor de vrouwen. Vrouwen werden tot dan toe ondergewaardeerd en waren meestal alleen te vinden in het huishouden, de verpleging, het onderwijs of op de boerderij. Studeren of doorleren was er voor de vrouwen meestal niet bij. Rond deze tijd speelde de eerste feministische golf zich ook af. Hierbij stond het verkrijgen van het vrouwenkiesrecht en toelating tot de universiteit voor vrouwen centraal. Hierbij was Aletta Jacobs zeer belangrijk. Zij is afgestudeerd in medicijnen en werd arts. Ze was niet de eerste vrouw die mocht studeren maar wel de eerste die naar de universiteit mocht en die haar studie succesvol afrondde. Vrouwen kregen steeds meer kennis van hun stand in de maatschappij en kwamen in opstand. Steeds meer vrouwen gingen zich afvragen waarom de gelijke rechten en de individuele vrijheid niet voor hen golden. Ze vonden het raar dat alleen mannen profiteerden van verbeteringen in het onderwijs en verruiming van het kiesrecht. Er werden onder andere door Aletta Jacobs organisaties opgericht om het vrouwenkiesrecht te verkrijgen. Het passief kiesrecht voor vrouwen werd uiteindelijk gehaald in de eerste feministische golf, tegelijk met het algemeen kiesrecht voor mannen.
Toen de eerste wereld oorlog begon veranderde er nog meer voor vrouwen. Omdat de mannen van huis waren werd er van de vrouwen verwacht hun plaats in te nemen. De meeste vrouwen namen banen over als het werken in fabrieken en het besturen van vrachtwagens of ambulances. Doordat vrouwen nu hetzelfde deden als mannen en lieten zien dat ze dat ook konden kregen ze meer aanzien in de samenleving.
Helaas gingen de meeste vrouwen na de eerste wereldoorlog weer het huishouden doen en namen de mannen hun oude baantjes weer over. Er waren slechts weinig vrouwen die ook in de oorlog hadden meegevochten en als ze al meevochten zaten ze wel in de hulptroepen. Zo konden de mannen aan het front vechten en konden de vrouwen de vrachtwagens besturen, repareren of aan de administratie of bevoorrading werken.
Toch waren er ook vrouwen die aan het front vochten. Zo was er het ‘legioen van de dood’ dat onder leiding stond van de russische Maria Botchkareva. En het eerste bateljon uit Sint-Petersburg werd onderscheidden doordat ze meer dan 100 Duitsers gevangen wisten te namen tijdens een Russische terugtocht waarbij veel vrouwen waren gesneuveld.
Eerste feministische golf
Dit was de periode van 1870 tot 1920 waarin de vrouwenemancipatie gericht was op de behoefte van vrouwen die kiesrecht wilden en de toelating tot de universiteit.
En dit plan had succes, vanaf 1917 konden vrouwen tot volksvertegenwoordiger worden gekozen en in 1919 kregen alle Nederlandse vrouwen boven de 23 jaar ook kiesrecht en werd Suze Groeneweg voor de SDAP in de Tweede Kamer verkozen.
De Eerste feministische golf werd gehinderd door het fatsoen dat vrouwen hadden en door opvattingen in kerkelijke kringen over de rol van de vrouw en de psychologie waarin van een traditioneel vrouwenbeeld werd uitgegaan.
De tweede wereldoorlog
In de 2e wereld oorlog kwam het weer op de vrouw aan om de werkzaamheden van de man over te nemen. Zo zag je weer vrouwen in fabrieken werken onder andere ook om voor wapens te zorgen voor het leger, je zag ze in bussen rijden bijvoorbeeld. Fabrieken waarin veel vrouwen werkten waren hierdoor eigenlijk nergens een uitzondering op Duitsland na, daar hielden ze vast aan het meer traditionele beeld van de vrouw, dus als moeder en huisvrouw. Ook in Amerika werden vrouwen aangemoedigd te gaan werken, hiernaast een poster.
In de Sovjet Unie ging men zelfs nog een stapje verder, daar vochten vrouwen actief mee aan het front, soms zelfs als pilote of sluipschutter.
Toen de oorlog ten einde kwam, kwamen de mannen in overvloed terug en wouden ze natuurlijk ook hun oude banen weer met als gevolg dat er een hoop vrouwen opnieuw weer terug naar het huishouden gingen. Niet alleen omdat de mannen terug kwamen maar omdat veel vrouwen in de oorlogsindustrie werkten en de oorlog nou eenmaal ten einde was gekomen zijn er veel banen verloren gegaan. Ook zijn er vrouwen geweest die niet in die industrie werkten en niet meer terug wouden naar het leven als huisvrouw en hun baan als werkende kracht hebben opgeëist. Hierin is dit een belangrijke stap voor de voor de vrouw geweest.
+/- 1934: Hitler aan de macht
De Nazi’s hadden ook hun eigen opvattingen over de vrouw. Vrouwen waren volgens de Nazi’s niet minder dan mannen maar zij moesten zich richten op waar de natuur hen voor gemaakt had en dat was voor de kinderen zorgen, het huishouden doen en een goede echtgenote zijn. Dat kwam door de Weimar-grondwet, die had de vrouwen het recht gegeven om te stemmen en had de gelijke rechten van mannen en vrouwen gegeven, maar in de praktijk was daar weinig van terug te zien. De nazi's werden daarin gesteund door de Kerken en voor 1933 ook door de conservatieve en katholieke politieke partijen. Die benadrukten dat mannen en vrouwen een verschillende rol in het maatschappelijke leven hadden, gebaseerd op de natuurlijke verschillen en dat ze ieder moesten doen waarvoor ze voorbestemd waren.
Tweede feministische golf
Na een eerste feministische golf waarin vrouwen stemrecht verwierven, viel het feminisme stil in de jaren 1930. Door de eerste wereldoorlog veranderde de rol van de vrouw vaak noodgedwongen en werd zij bijvoorbeeld in landen als Engeland of Duitsland ingezet in fabrieken in de oorlogsindustrie waar juist meestal mannen werkten. Na de oorlog hoefden vrouwen niet meer perse te werken en ontvingen ze een lagere loon als mannen voor hetzelfde werk.
De tweede golf is de benaming voor de terugkoming van het feminisme in de jaren zestig, zeventig en tachtig. In Europa wordt het boek La deuxième sexe van Simone de Beauvoir uit 1948 als nieuwe aanzet beschouwt en in Nederland een artikel van Joke Smit uit 1967 ‘Het onbehagen bij de vrouw’ wat over persoonlijke gevoelens van onvrede met de maatschappelijke positie van de vrouw gaat.
Naar aanleiding van dit artikel richtte ze samen met Hedy d’Ancona en nog wat anderen in oktober 1988 de actiegroep Man Vrouw Maatschappij op. Deze organisatie zou een belangrijke rol spelen in de emancipatiebeweging van de jaren zeventig en tachtig waardoor de Nederlandse politiek een emancipatiebeleid sloot.
Een groep studenten in Amsterdam beschouwde Man Vrouw Maatschappij als reformistisch en zij richtten in 1970 de Dolle Mina actiegroep op mede door een belangrijke verandering op medisch gebied, de contraceptie, die een hele andere kijk op seksuele moraal veroorzaakte.
De grondleggers waren Michel Korzec, Alex Korzec, Rita Hendriks, Huub Philippens en Anne Marie Philippens.
Nog een belangrijke actiegroep was ’’Baas in eigen buik’’.
Dit was een actiegroep die ervoor wilden zorgen dat vrouwen nu voortaan zelf mochten bepalen of ze een abortus ondergingen. Veel mensen waren er op tegen aangezien er een streng katholiek geloof heerste en het onmenselijk zou zijn. Sommige vrouwen keken er in die tijd anders tegenaan, en namen deel aan ‘Baas in eigen buik’.
De tweede golf is eigenlijk op te delen in drie fasen: het gematigde feminisme, socialistische feminisme en het radicaal feminisme.
- Gematigd feminisme:
Tijdens het gematigd feminisme streden de vrouwen voor gelijke rechten van mannen en vrouwen. Ze werkten hierbij samen met mannen omdat ze aan hun gelijk gesteld wouden worden. Mannen stonden er dus al meer voor open voor de gelijke rechten tussen mannen en vrouwen. De MVM (Man-Vrouw-Maatschappij) en Dolle Mina waren belangrijke groepen in deze tijd. Deze twee groepen kwamen op voor gelijke rechten voor man en vrouw.
- Socialistisch feminisme:
Deze feministische fase ontwikkelde zich rond 1971. Het sociaal feminisme werd ook wel de praatgroepbeweging genoemd. Dat waren socialistische vrouwen die zich vooral richtte op het aanzien van de vrouw en op de politiek. Ze waren er tegen dat ervan uit werd gegaan dat vrouwen zouden trouwen en niet zouden kunnen gaan studeren.
- Radicaal feminisme:
Deze stroming was vooral rond de jaren ’80. Het radicaal feminisme werkte zonder mannen. In de radicaal feministische praatgroepen ging het vooral over veel persoonlijke problemen die zich voordeden en werden veroorzaakt door de maatschappelijke machtsstructuur van toen. Paarse September was de eerste radicale feministische organisatie. Deze stroom streed voor de abortuswet, toen dit geregeld was zetten ze zich in voor andere zaken, zoals aanranding, verkrachting, ongewenste intimiteiten op het werk, incest en pornografie. De feministen slaagden er met het radicaal feminisme met succes in hoge functies in partijen te bemachtigen in de politiek.
De doelen van de tweede feministische golf waren doorbreking van het huisvrouwensyndroom, seksuele bevrijding, economische zelfstandigheid, herverdeling van zorgverantwoordelijkheden, doorbreking van het zogenaamde glazen plafond tijdens arbeidscarrières en verovering van politieke macht.
De kenmerken waren ’’Baas in eigen buik’’ (Dolla Mina, 1970 - 1976)
’’Het persoonlijke is politiek’’ (Man Vrouw Maatschappij, 1971 – 1978)
’’Marie wordt wijzer’’ (Man Vrouw Maatschappij, 1971 – 1986) waarbij de bedoeling was aandacht te vragen voor gelijke kansen in het onderwijs en actie te voeren voor het bestrijden van sekse stereotype beperkingen. Meisjes moesten bewust kunnen kiezen voor een vervolgopleiding, los van het traditionele verwachtingspatroon waardoor ze steeds in dezelfde ‘vrouwenberoepen’ terecht kwamen.
’’Een beetje vent strijkt zijn eigen overhemd’’ (Nederlandse overheidscampagne in de jaren ’80.
Halverwege de jaren negentig kwam er zelfs een Derde feministische golf op die inmiddels gedragen lijkt te gaan worden door moslimfeministes.
Conclusie

Vraagstelling:
’’Hoe werd de twintigste eeuw in Europa beleefd?’’
Vrouwen hadden het zwaar te verduren in de twintigste eeuw. Mannen hebben lange tijd getwijfeld of vrouwen het wel aankonden in de arbeidsindustrie aangezien ze ook nodig waren voor het huishouden en kinderen. Vrouwen wisten aan het begin van de twintigste eeuw immers ook niet beter als dat dit hun verantwoordelijkheid was maar ze zijn later actie gaan voeren waardoor de mentaliteit verandert is. Iedereen heeft er uiteindelijk toch mee ingestemd dat vrouwen mochten gaan studeren en werken en daardoor hebben ze hun doelstelling bereikt: een fijn leven in de twintigste eeuw met evenveel aanzien voor vrouwen als voor mannen.
Slotwoord

Op het begin dachten we dat het niet moeilijk zou zijn veel informatie te vinden over vrouwen in de twintigste eeuw. Het vinden van informatie viel erg tegen op internet, er was echt heel weinig te vinden. We hebben toen boeken gehuurd waaruit we de nodige informatie gezocht hebben en hebben dit aangevuld met informatie en plaatjes van internet.
Hopelijk is het een interessant werkstuk en staat er veel nieuwe informatie bij,
Sander en Anne

Bronvermelding

Boeken
Titel: Zij telt voor twee
Vrouwenarbeid in Noord-Brabant, 1889 – 1940
Auteur: Annemiek van der Veen
Hoofdstuk 1 Aan regels gebonden blz. 14 t/m 23
Titel: Vrouwen leven en werk in de twintigste eeuw
Auteur: Hettie Pott-Buter en Kea Tijdens
Hoofdstuk 3 Arbeid en inkomen blz. 42 t/m 44
Internet
http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_feministische_golf
http://extra.volkskrant.nl/opinie/media/collignon/forum080403_620.jpg
http://www.gouwaert.nl/webzaak_VE_hoofdstuk_02.htm
Geschiedenisles 20e eeuw:
http://twintigsteeeuw.web-log.nl/twintigsteeeuw/2005/08/vrouwen_in_de_e.html
Wereldoorlog II:
http://forum.wo2.nl/viewtopic.php?p=272325
Schooltv, vroeger & zo:
http://www.schooltv.nl/vroegerenzo/pagina.jsp?nr=vz_eeuw20
Nazi ideologie:
http://www.ethesis.net/vrouwen_woII/vrouwen_woII_hfst_3.htm

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.