Het Nationaal-Socialisme

Adolf Hitler de stichter van het nationaal-socialisme

Adolf Hitler was een nationaal-socialist, een massamoordenaar en een megalomaan.
Hij was geen filosoof maar schreef wel veel van zijn filosofische ideeën, over het hoe en waarom van het nationaal-socialisme op in zijn boek ‘mein Kampf’. Hierin vertelt hij wat zijn kijk op de wereld is, hoe hij denkt dat mensen horen te leven en hoe de staat zich
moet opstellen t.o.v. het volk. Hitler is van mening dat de wortels van een mens afhankelijk zijn van het ras en dat dat nooit kan veranderen. Het verschil tussen rassen zit hem dan ook tussen het bloed. Volgens Hitler is er een bijna nooit overtreden grondwet, namelijk dat de voortplanting en vermenigvuldiging van ieder afzonderlijke gebonden is aan de grenzen van de soort. Doordat er verschillend bloed door de aderen van mensen stroomt en mensen van huidskleur kunnen verschillen, denkt hij dat er verscheidene soorten binnen de menssoort zijn. Hij wenst geen mengingen van ‘soort’ omdat het zwakkere dan onderdoet voor het sterkere ras.

Zijn opvattingen zijn in het algemeen nogal primitief. Voor hem is het belangrijkste dat de meest beschaafde en intelligente mensen de touwtjes in handen moeten hebben. Hij vindt blanken met blauwe ogen ( het arische ras) superieur aan alle andere rassen omdat deze volgens hem intelligenter, mooier en sterker zijn.
Het Joodse ras is het meest inferieur, zij zijn volgens hem de schuld van het kwaad in de maatschappij.

Wat is het Nationaal-socialisme?

Het nationaal-socialisme is een beweging in Duitsland die ontstond rond 1920 waarvan het succes voorbij was in 1945. Het is een beweging die ervoor zorgde dat in landen buiten Duitsland andere bewegingen met soortgelijke opvattingen ontstonden. Het nationaal-socialisme was een racistische beweging, oftewel: het nationaal-socialisme zag waardeverschillen tussen verschillende rassen en liet dit zonder meer merken. Het nationaal-socialisme was ook fascistisch, rasicme was vaak de oorzaak van geweld, een superioriteitsgevoel en een dat wil zeggen dat het racisme vaak de oorzaak was van geweld, een superioriteitsgevoel en een negatieve houding tegen aanhangers van andere bewegingen. Daarnaast wilde de nationaal-socialisten hun eigen staat en economie uitbreiden, dit ging altijd gepaard met minachting voor andere volken gecombineerd met veel geweld.
Het nationaal-socialisme is ontstaan in een periode waarin er grote onvrede tussen het volk was. Het ging economisch erg slecht, er was veel werkloosheid en mensen hadden het niet al te goed. Hitler leek een laatste redding te zijn, dus het was voor het niet echt moeilijk om aan de macht te komen. Zolang hij beloofde te zorgen voor meer eten en geld, geloofden de mensen in hem en steunden hem. Toen hij eenmaal aan de macht was, maakte hij gebruik van zijn macht en was er sprake van veel terreur en verderf, veroorzaakt door het nazi-regime.

Omdat het nationaal-socialisme met veel geweld en een sterk nationalistisch en vaderlandlievend gevoel te werk gaat, kon het zich, toen het eenmaal gevestigd was, steeds makkelijker ontwikkelen. De nationaal-socialistische staat heeft veel weg van een politiestaat, en heeft dus een sterke aanvalskracht, door tegenstanders uit te roeien en mensen te verplichten naar hem te luisteren, wordt het alsmaar makkelijk om de macht uit te breiden.


Ontwikkeling van het nationaal-socialisme

Het nationaal-socialisme is een beweging die in de 20e eeuw van veel invloed is geweest op de internationale verhoudingen tussen de verschillende landen van de wereld. Wereld oorlog II is hier een goed voorbeeld van. Niet alleen is deze wereldoorlog een heftige oorlog geweest, de oorlog heeft ook een hoop ‘secundaire gevolgen’ gekend, die dus indirect ook gevolgen zijn van de opkomst van het nationaal-socialisme. Na wereld oorlog II is het algemeen besef van belang van verdraagzaamheid en tolerantie ten opzichte van andere mensen, volkeren of rassen sterk gegroeid.
De opkomst van het nationaal-socialisme vindt zijn indirecte oorsprong in het verdrag van Versailles. Niemand in Duitsland kon de bepalingen accepteren, maar ze moesten wel. Ze hadden zich overgegeven en stonden alleen in de internationale politiek. In 1929, 10 jaar na het verdrag van Versailles, bracht de beurscrisis grote werkeloosheid en veel armoede met zich mee. De economische malaise schiep voor de Duitse nazi’s het perfecte klimaat om groot te worden. In 1933 kwam Adolf Hitler, een fanatieke nationaal-socialist, in Duitsland aan de macht als regeringsleider. Hij verkreeg in korte tijd veel macht en veranderde Duitsland in een totalitaire staat. Hij verheerlijkte oorlog voeren en voerde vanaf 1933 een bedreigende en chanterende politiek naar het buitenland toe.
Wereld oorlog II was een oorlog waarin Hitler met al zijn aanhangers ( de nazi’s) het nationaal-socialisme sterk uitoefende. Het anti-semitisme is hier een voorbeeld van. Joden en alle andere minderheidsgroepen zoals homo’s en niet-blanken werden uitgemoord.

Het Communisme

Definitie van communisme

De naam communisme komt van het Latijnse woord communis, wat gemeenschappelijk betekent. Dit heeft ook te maken met de het doel van het communisme, het communisme wil namelijk een maatschappij creëren waarin alle productiemiddelen en goederen gemeenschappelijk eigendom zijn. Deze goederen zijn dan voor iedereen beschikbaar

De stichters van het communisme

Karl Marx en Friedrich Engels worden gezien als de grondleggers van het communisme. Zij ontwikkelden in de 19e eeuw deze theorie als reactie op de sociale problemen die werden veroorzaakt door de Industriële Revolutie.
De ideeën die Marx en Engels mensen voorlegden, klonken meestal heel leuk en aardig, maar misten vaak de logica. Marx vond dat boeren uit alle zich zouden moeten verenigen en het op moesten nemen tegen de bourgeoisie. Ongewapende boeren
die zelf amper te eten hebben en in krotten wonen en wiens stem bepaald niet meetelden iets doen aan de situatie in hun land, kunnen moeilijk alles opgeven om zich tegen de bourgeoisie te verzetten.

Wat is communisme?

Het communisme was de revolutionaire richting van het socialisme. Het begon met een 19 eeuwse theorie, het marxisme. Bij de Russische revolutie van 1917 kwamen voor het eerst revolutionairen marxisten (communisten) aan de macht. Het nieuwe Russische rijk kreeg de naam: Unie van socialisten Sovjetrepublieken, kortweg Sovjet-Unie of USSR. In 1941 verbond de Sovjet-Unie (onder Stalin) zich met Groot-Brittannië en Verenigde Staten in de strijd tegen Nazi-Duitsland. De grote tegenstellingen tussen de Sovjet-Unie en de kapitalistische wereld raakten zolang op de achtergrond. Eerst moest de gezamenlijke vijand worden verslagen.

De ontwikkeling van het communisme

Communistische partijen hielden zich strikt aan het marxisme-lenisme. Lenin was aanvoerder in 1918 van de radicale ‘bolsjewiki’ de ‘leden van de meerderheid’. De gematigde Russische socialisten kregen de naam ‘mensjewieken’, leden can de minderheid. In Rusland werd begin 1917, tijdens de Eerste wereld oorlog de tsaar ( keizer) afgezet. Hiermee begon de Russische revolutie. Er kwam een nieuwe Russische regering, die probeerde een parlementaire democratie te vestigen. Die regering werd op haar beurt verdreven door Lenin en zijn bolsjewiki (de oktoberrevolutie van 1917). De communisten kregen snel alles in de handen; Oekraïne, Siberië, Rusland. Het land was nu volkomen uitgeput en er heerste
hongersnood (1920-1921). Al voor Lenin’s dood in 1924 brak in de Sovjet-Unie een strijd om de macht uit, die door Stalin werd gewonnen, Stalin grootste rivaal Trotski, de oprichter van het Rode leger, moest de Sovjet-Unie verlaten (1929).
Onder leiding van Stalin begon in 1929 met veel propaganda, dwang en terreur 'de opbouw van het socialisme' door middel van het Vijfjarenplannen. De nadruk lag op zware industrie en grootscheepse openbare werken. De landbouw werd gecollectiviseerd (in handen van de staat gebracht), een maatregel die miljoenen boeren het leven kostte. In 1939 sloten de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland het Molotov-Ribbentrop-pact, genoemd naar de twee betrokken ministers van buitenlandse zaken. Dat verdrag werd door de Duitse inval in de Sovjet-Unie verbroken (juni 1941). Stalin, die werd verheerlijkt als de Zon van de Arbeidersklasse en als de Overwinnaar in de Grote Patriottische Oorlog tegen de nazi's, stierf in 1953. Zijn opvolger Nikita Chroesjtsjov verklaarde op het Twintigste Partijcongres (1956) dat Stalin zich schuldig had gemaakt aan grof machtsmisbruik. Maar Chroesjtsjov bleef ervan overtuigd dat de Sovjet-Unie het Westen op korte termijn zou 'inhalen en voorbijstreven'. Aan het starre sovjetsysteem werd weinig veranderd. In 1991 was de Sovjet-Unie verleden tijd.

Propaganda

Propaganda is een goed doordachte beïnvloeding van mensen. Het doel van propaganda is om overtuigingen op te dringen en mensen tot bepaalde handelingen aan te zetten. Het Duitse nationaal – socialisme en het Russische communisme maakten er gebruik van. Via de pers, radio, film en affiches werden het Russische en het Duitse volk overspoeld door de ideeën van de staat. De machthebbers in totalitaire staten willen dat hun ideologieën in alle bevolkingsgroepen doordringt. Hun ideologie heeft betrekking op alle onderdelen van de maatschappij. Daarbij vormt propaganda een belangrijk hulpmiddel.

Verschillen in propaganda

• De Duitse propaganda richtte zich, in tegenstelling tot de Russische propaganda, op het oproepen van jongen mannen voor bij voorbeeld de Reichsarbeitdienst of de SA en jongens voor de Hitlerjugend. De Russische propaganda legde niet al te veel nadruk op het oproepen van jonge mannen om bijvoorbeeld putten te gaan graven of ander dingen te prepareren aan het front of op het oproepen van jongens voor een soort van opvoedingskampen. Die opvoedingskampen of zeg maar de Russische Stalinjeugd bestond helemaal niet.

• De Duitse propaganda richtte zich, in tegenstelling tot de Russische propaganda, wat meer op het oproepen van jonge mannen en studenten om mee te vechten voor hun vaderland.

• De Duitse porpaganda richtte zich, in tegenstelling tot de Russische propaganda, ook op het tevreden stellen van de bevolking door het stellen van een zekere overwinning van Duitsland waarbij heel Europa haar vrijheid terugkrijgt.

De Russische propaganda richtte zich, in tegenstelling tot de Duitse Propaganda, op:

• het vechten voor de rijken nu en het vechten voor jezelf en je toekomst.
• Het afbouwen van het socialisme door Lenin en nu Stalin.
• Het overtuigen van de bevolking van de zekere zege van het socialisme/communisme.
• Het oproepen van de soldaten om zich te laten inspireren door hun heldhaftige voorvaderen, de tsaren.
• Het oproepen van de bevolking om mee te werken aan de (oorlogs) industrialisatie die erg belangrijk was voor het communisme.
• Het verslaan van de fascisten bij de proletarische tegenaanval: terugnemen wat van ons is door middel van hard werken.
• Het oogsten en werken op het land door de bevolking ten gunste van iedereen.

De overeenkomsten in propaganda

• Beide propaganda richtten zich op het oproepen van jonge mannen om te vechten voor het vaderland.
• Beide propaganda richtten zich op het interpreteren van de vijand als zeer gevaarlijk.
• Beide richtten propaganda zich op het stellen van een zekere overwinning voor het esbetreffende land.
• Beide propaganda richtten zich op het opdringen van de importantie van de industrialisatie en dus ook de (oorlogs)industrieën.
• Beide propaganda richtten zich op het verheerlijken van de leider, Hitler in Duitsland en Stalin in Rusland.

Overeenkomsten tussen Nationaal-socialisme en Communisme

In bepaalde opzichten leken de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland op elkaar: het optreden van een 'grote leider' of dictator, het éénpartij-systeem en de grote macht van 'staatsveiligheidsorganen' (geheime politie). In beide landen waren concentratiekampen, waarin miljoenen mensen werden 'heropgevoed', tot slavenarbeid gedwongen of vermoord. Er was wel een groot verschil in ideologie.
Uitgangspunt van het communisme was dat er 'gelijkheid' onder de mensen moest heersen. Alle ongelijkheid kwam volgens de communisten voort uit het kapitalisme. Maar de 'bezitloze' arbeidersklasse zou, na veel 'klassenstrijd', de macht van de 'bezitters', de kapitalisten, overnemen en een rijk van gelijkheid vestigen. De communistische partij moest de arbeiders naar dat doel leiden. Het nazisme daarentegen ging uit van eeuwige ongelijkheid; vooral de ongelijkheid en de vijandschap tussen de rassen ('rassenstrijd'). Communisme, socialisme, liberalisme, democratie en kapitalisme waren volgens de nazi's allemaal uitvindingen van het 'internationale jodendom'.
In beide situaties zijn vele doden gevallen. In Rusland en in Duitsland rond ongeveer 1900-1910 vormden industriële arbeiders een kleine minderheid en beide Hitler en Lenin wilde daar een eind aan maken. Ze kwamen allebei op voor de rechten van de arbeiders.
Beide landen werden door hun nieuwe heersers uit de put gehaald en in een betere economische situatie geplaatst. Ook hadden ze allebei sterke legers. Het nationaal-socialisme en het communisme in Rusland, maakt allebei gebruik van propaganda. Ze zorgden er ook beiden voor dat er een flinke daling was in het aantal werklozen.

Verschillen tussen communisme en nationaal socialisme:

Het communisme is eind 1800 ontstaan en het nationaal-socialisme na het Verdrag van Versaille, het communisme is dus ouder.
Communisme is meer gericht op een maatschappij waarin iedereen gelijk is, bij het nationaal socialisme was er een groot verschil; volgens Hitler was alleen het Arische goed genoeg, alles wat daarbuiten viel, moest volgens zijn ideeën en gedachten vernietigd worden. Er was dan ook sprake van antisemitisme in het nationaal-socialisme en in het communisme niet.
Bij het communisme was alles staatseigendom, bij het nationaal-socialisme bezaten de mensen wat ze nog hadden zelf.
Het communisme was ontstaan uit een al eerder bedacht principe door Karl Marx en Friedrich Engels, terwijl het nationaal-socialisme ‘spelenderwijs’ door Hitler is uitgevoerd.
Een ander verschil is dat er in Rusland sprake was van collectivisatie, het ontstaan van sovchozen en kolchozen. In Duitsland was daar geen sprake van.
Het nationaal-socialisme is vandaag de dag geen geldige politieke stroming, er zijn dan misschien wel aanhangers, maar zij vormen een zeer kleine minderheid. Dit is in tegenstelling tot het communisme, want de regels en doeleinden van het communisme worden nog steeds in Rusland toegepast.
In Duitsland deed het ertoe wat voor godsdienst je had, Hitler wilde een maatschappij waarin geen joden waren, wat hem ook lukte omdat honderduizenden joden het land uitvluchtten. In Rusland wilde Lenin de Orthodoxe leer vervanger door MarxismeLenisme, maar dat was niet gelukt, want de mensen waren heel erg overtuigd in de Orthodoxe leer.
Duitsland had niet zoals Rusland een vijfjarenplan.

Voordelen van het communisme en het nationaal-socialisme:

Communisme
Het vijfjarenplan was best goed georganiseerd, de boeren hadden genoeg werk, wat in de tijd voor het communisme niet het geval was. Er was namelijk sprake van een heel groot aantal werklozen, maar door de ingrepen van Lenin, daalde dit getal flink.
Doordat alle producten en goederen voor de hele bevolking beschikbaar waren, hadden de armere mensen, die eerst weinig hadden, nu meer. Er ontstond een gelijkheid wat voor velen in het voordeel werkte. Voor de mensen die lui waren was dit het geval.

Nationaal-socialisme
Voordeel voor Duitsland was dat het rijk groter werd, omdat alle Duits sprekende landen bij Duitsland werden gevoegd. Het aantal werkelozen verminderde. Veel mensen kregen opnieuw werk, door in de wapenindustrie te gaan werken. Duitsland ging economisch beter door de invoer van het nationaal-socialisme. Alle mensen stonden klaar voor Duitsland, door het nationalistische gevoel.

Nadelen van het communisme en het nationaal-socialisme:

Communisme:
Er werden vele mensen gedood. Er werd eigenlijk alleen geheerst door Stalin. Weinig mensen hadden iets in te brengen tegen de regering. Er mocht niet geprotesteerd worden, als mensen dit toch deden werden ze opgepakt. Wat ook nadelig was bij het communisme was dat bijna iedereen hetzelfde loon kregen. Dus mensen die erg lui waren kregen hetzelfde loon, als mensen die hard werkten. Als je tegen het communisme was werd je naar concentratiekampen in Siberië. Stalin nam mensen in hogere functies aan als ze volgens de communistische leer leefden.

Nationaal-socialisme:
Er werden miljoenen joden, homoseksuelen, zigeuners en donkere mensen gedood. Als je iets tegen de regering wilde inbrengen werd je gestraft. Je werd dan gestuurd naar concentratiekampen, daar stierf je dan uiteindelijk. Mensen werden gruwelijk behandeld in deze kampen. Ieder kind werd opgeleid volgens de nationaal-socialistische leer.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Super handig en duidelijk!! Dankje!!

8 jaar geleden

Y.

Y.

Een zwaar overroepen, populistische mening over Hitler! Ik zie enkel voordelen in zijn leer, de nadelen zijn verzonnen door Amerikanen om zelf Vietnamezen af te kunnen slachten.

6 jaar geleden

J.

J.

Stalin, Mussolini en Hitler waren alledrie links.

4 jaar geleden