Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Met de loep op Lancashire

Beoordeling 4
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 6752 woorden
  • 11 januari 2004
  • 16 keer beoordeeld
  • Cijfer 4
  • 16 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
onderdeel A – kaarten

Kaart 1:
Op dit kaartje is het verschil te zien van de bevolking van Engeland tussen 1700 en rond 1850. De cijfers zijn dus uit die periode afkomstig.
Ook kun je zien in hoeverre de steden gegroeid zijn. Dit wordt aangegeven met bepaalde kleuren die corresponderen met de stad. In 1700 was Londen de enige grote stad van Engeland. Maar in de periode rond 1850 werden ook bijv. Manchester en Liverpool grote steden. Deze steden zijn zo gegroeid door de industrialisatie. Mensen gingen in de stad wonen om te werken. Ze trokken van het platteland naar de stad (urbanisatie). Het waarheidsgehalte van de cijfers is moeilijk te zeggen. Het zijn allemaal schattingen van hoe groot de bevolking in de perioden was.
De conclusie van deze cijfers kan zijn dat de steden door de vele industrialisatie erg gegroeid zijn in 150 jaar.


Kaart 3:
Dit kaartje laat zien welke industrieën de verschillende steden hadden tijdens de industriële revolutie. In de buurt van Manchester was bijvoorbeeld een grote textielindustrie. Ook werden er spoorwegen en nieuwe kanalen aangelegd. Ook de ijzererts (ijzerindustrie) kwam tot stand. Op dit kaartje kun je precies zien waar zich dat allemaal liet produceren. Dit kaartje toont dus details van de industriële revolutie, dus die komen uit de periode van rond 1850. Het geeft wel een vrij betrouwbare indicatie van welke industrieën er allemaal waren in die tijd. En ook zie je dat de verschillende industrieën steeds gevarieerder werden. En in het middelste punt van het land was de meeste industrie.

Prent 7:

1. Waar gaat de prent over?
Deze prent beeld de theorie van Karl Marx uit. Er worden in deze prent geen personen afgebeeld als mensen, maar de personen die ze moeten voorstellen zijn getekend als varkens. De prent bestaat uit 3 plaatjes. Op het bovenste plaatje is een koning te zien die als eerste mag eten. Als hij pas klaar is met eten, dan mogen de andere varkens pas eten. Dit plaatje heeft als onderschrift “My will is the only law”. Dus wat de koning wil, daar moet iedereen zich aan gehoorzamen. Dus als de koning het eten eerst wilt, dan eet de koning het ook echt als eerste.
Op het middelste plaatje zie je een andere soort manier van leven zien. Elk varken mag zoveel eten als hij wilt. Vandaar ook dat dit plaatje als ondertitel “Free competition” heeft. Dit betekent dat iedereen mag doen wat hij of zij wilt.

Op het laatste plaatje zie je dat elk varken evenveel eten heeft. Ieder varken heeft recht op hetzelfde deel. Dit plaatje heeft als ondertitel “To each his share”. Ieder zijn eigen deel.
De naam van de tekenaar van deze prent is niet bekend.

2. Beschrijf de prent
De plaatjes staan symbool voor de theorie van Karl Marx.
Wat hier overdreven wordt, is dat de mensen worden afgebeeld als varkens. Maar misschien was het ook wel werkelijk een zwijnenstal voor de mensen.
De aard van deze prent is dus duidelijk spottend.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar is geïnspireerd door de theorie van Karl Marx. Hij beeld dit uit door de mensen als varkens te weergeven. Ook laat hij de verandering zien van hoe het er eerst aan toe ging (klassensamenleving) en hoe het veranderde (uiteindelijk werd iedereen gelijk).

4. Ben je het met de tekenaar eens?
Met de theorie van Karl Marx zijn we het wel eens. Maar of de tekenaar dat met varkens goed heeft uitgebeeld is misschien wel wat overdreven. Maar misschien was het wel werkelijk een zwijnenstal. En uiteindelijk werd iedereen toch gelijk. De tekenaar maakt niet gebruik van stereotypen of vooroordelen. Het enige vooroordeel kan zijn dat hij de koning als een egoïstisch zwijn neer zet.

Kaart 2 (eigen keuze):
Op dit kaartje kun je zien waar je in Engeland steenkool, groeiende steden, nieuwe ijzerfabrieken, belangrijke havenontwikkelingen en het gebied van staalindustrie, hoe dat in 1790 veranderd is, kunt vinden. Het heeft dus allemaal weer met de industrialisatie te maken. Je ziet ook dat in het gebied Lancashire alle van die 5 aspecten voorkomen en dat dat dus een belangrijk gebied was voor de industrie in Engeland.
De cijfers zijn afkomstig uit zo ongeveer 1800. En ze zijn gebaseerd op feiten.

Onderdeel B – de spotprenten

Spotprent 3 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Op de prent zijn de twee rivalen William Gladstone en Benjamin Disraeli afgebeeld. Ze geven elkaar een presentje om de grote concurrentiestrijd (de strijd om prime-minister te worden) tussen hen bij te leggen. Maar achter hun ruggen hebben ze beiden een roe in de hand. Want als de een toch weer wat fout doet, kan de ander gemakkelijk en schijnheilig toeslaan.
De titel van de prent is: “Extraordinary mildness of the political season”.
Dit betekent dat de twee concurrenten bijzonder mild tegen elkaar hebben gedaan in de strijd om wie er prime-minister zou worden. Ze wouden wel toeslaan op elkaar maar ze deden beiden schijnheilig.
De tekenaar is Tenniel en hij heeft deze tekening gemaakt voor de Punch, een satirisch tijdschrift.
De datum die erbij hoort is 27 februari 1869.

2. Beschrijf de prent
In de prent zie je een veer en een bloem in de handen van Gladstone en Disraeli. Dit staat symbool voor de mildheid tussen de twee. De roe achte de rug van beide mannen, laat dan weer zien dat ze eigenlijk heel schijnheilig zijn geweest. Onder aan de prent zie je het paraaf van Tenniel.
De aard van de prent is volgens ons cynisch. De twee doen na de concurrentiestrijd heel aardig tegen elkaar, terwijl ze elkaar absoluut niet kunnen uitstaan. En dit wordt cynisch weergegeven door Tenniel.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar is geïnspireerd door het feit dat de twee heel schijnheilig tegen elkaar zijn. En dat dat altijd zo zal blijven. En dat laat hij dus ook zien.

4. Eigen mening
Volgens mij heeft de tekenaar de situatie juist weergegeven. Gladstone en Disraeli hebben heel schijnheilig tegen elkaar geweest. Ze hadden in principe echt een roe achter de rug.

Spotprent 5 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Op de prent zijn drie personen te zien. De linker man moet William Gladstone voorstellen, de middelste persoon is John Bull, en dat is een symbool voor Engeland. De rechter persoon is Benjamin Disraeli. Disraeli en Gladstone worden in deze prent neergezet als doktoren, die beiden John Bull verzorgen. Ze zijn weer aan het concurreren over wie die John Bull het beste kan verzorgen. Ze maken reclame voor zichzelf. Ze zeggen over hun zelf dat zij het beter kunnen dan de ander. Gladstone vindt vooral dat als Bull niet voor hem kiest, dat het dan mis gaat.
Dit wordt vooral duidelijk door de titel en ondertitel:
de titel van de prent is: “Doctors Differ”.
De ondertitel is:
Dr William Gladstone: “Ik waarschuw u mijnheer Bull, dat uw gezondheid onder de behandeling van dat patroon ernstig te lijden heeft.”
Dr. Benjamin Disraeli: “Mijn beste mijnheer Bull, maakt u zich niet ongerust, u bent bij mij beslist in goede handen.”
De tekenaar is Tenniel en de bron komt uit de Punch.
De bijbehorende datum is 1 juni 1878.

2. Beschrijf de prent
Weer zien we het paraaf van Tenniel, wat weer duidelijk maakt dat hij het getekend heeft. De middelste persoon, John Bull, staat symbool voor Engeland.
De aard van de prent is cynisch, aangezien Gladstone en Disraeli als doktoren worden neergezet en John Bull Engeland moet voorstellen. Ook is het een beetje propagandistisch, omdat Gladstone en Disraeli reclame voor zichzelf maken bij het land, John Bull.

Diezelfde John Bull wordt ook flink overdreven.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar laat zien dat Disraeli en Gladstone er alles aan doen om elkaar af te stoten. Hij weergeeft de concurrentiestrijd tussen de twee. Ze maken het hele land (John Bull) wijs dat zij het beter kunnen dan de ander.
Misschien kiest de tekenaar wel een beetje partij voor Gladstone, omdat Gladstone in deze prent zegt dat Disraeli fout zit.

4. Eigen mening
We zijn het wel met de tekenaar eens. Hij heeft wel gelijk over dat de beide heren zo concurreren met elkaar, en dat ze zo propagandistisch doen. En misschien was Gladstone wel wat beter dan Disraeli.

Spotprent 6 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Op deze prent zijn Benjamin Disraeli en William Gladstone weer afgebeeld. Disraeli ziet eruit als een koning met een mooie kroon en een prachtige mantel. Gladstone is een houdhakker die zwaar werkt. Hij wil de boom omhakken waar “Turkish Rule” op geschreven staat. Dit staat symbool voor het feit dat Gladstone tegen de Turkish Rule is. Disraeli roept tegen Gladstone “Houthakker, spaar die boom!”. Dit is tegelijkertijd ook de ondertitel.
Rechtsonder in de tekening zie je het paraaf van Tenniel. Dit betekent dus dat Tenniel de tekenaar is van de prent.
De datum die bij de prent hoort is 26 mei 1877.

2. Beschrijf de prent
De boom staat dus symbool voor de Turkish Rule, Gladstone is arbeider in de prent, en wordt dus lager afgebeeld dan Disraeli, die in het plaatje een soort van koning is. Dit zijn dus symbolen, maar tegelijkertijd ook zaken die zijn overdreven. De aard van de prent is cynisch. Omdat het allemaal helemaal niet echt kan en waar is. De boom kan niet zomaar omgehakt worden en Disraeli kan geen koning zijn.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar is geïnspireerd door de gebeurtenissen rond the Turkish Rule. Gladstone wilde dit niet, maar Disraeli daarentegen wel. Hij wil hiermee laten zien dat Gladstone zich wel een beetje laat beïnvloeden door Disraeli. Vandaar dat Gladstone hier een houthakker is en Disraeli een veel groter mens, een koning.

4. Eigen mening
We zijn het niet echt met de tekenaar eens, aangezien Disraeli helemaal niet groter was dan Gladstone. Gladstone wordt in principe veel te klein afgebeeld, als houthakker.
De tekenaar gebruikt dus vooroordelen.

Bron 11 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Op de prent zien we Benjamin Disraeli, William Gladstone, dr. Punch (dat is een hoofd op een school in Londen) en John Bull (Engeland). Het gaat hier om een paardenrace. Deze paardenrace moet de strijd voor het minister-presidentschap voorstellen. Degene die deze race wint kan het arbeiderskiesrecht in gaan voeren, en daarmee maakt de winnaar heel wat mensen blij. Disraeli ligt in deze prent duidelijk op kop, dus waarschijnlijk zal hij de race gaan winnen.
De (onder)titel van deze prent is: “Dizzy wins with ‘reform bill’ “.
De tekenaar van deze prent is Tenniel (te zien aan het symbool)en de bron komt uit het tijdschrift de Punch.
De datum van deze prent hoort is februari 1868.

2. Beschrijf de prent
De paardenrace staat symbool voor de race in het minister-presidentschap. De strijd om de eerste plaats gaat tussen Disraeli en Gladstone. Maar volgens deze prent gaat Disraeli het winnen. Deze strijd wordt natuurlijk een beetje overdreven, doordat het letterlijk wordt neergezet als een echte paardenrace. Maar er was wel degelijk een strijd tussen de twee. Dus het is wel goed gesymboliseerd.
De aard van de prent is dus een beetje cynisch, maar ook wel humoristisch.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar is geïnspireerd door de concurrentiestrijd tussen Disraeli en Gladstone in de strijd om het minister-presidentschap van Engeland. De tekenaar laat duidelijk merken dat Disraeli degene is die wint. Ook laat hij zien dat er in het publiek een aantal belangrijke mensen staan om hun aan te moedigen, waaronder John Bull, die Engeland voor moet stellen.

4. Eigen mening
We zijn het met de tekenaar wel eens. Het was echt een race over wie er nou minister-president zou worden.
De tekenaar maakt bij deze prent gebruik van stereotypen, omdat de prent een beetje gebaseerd is op feiten. Hoe de race ook zal gaan, Disraeli wint.

Onderdeel C – Technische bronnen

Bron 1

1. Waar gaat de prent over?
De bron laat een garenspinmachine zien, uit 1767 van de uitvinder en textielfabrikant Richard Arkwright. De datum van de bron is dus zo ongeveer 1800. Naast dit plaatje van die machine zie je een werkplaats waar het textiel gespind wordt, waar volgens het plaatje alleen in de 19e eeuw nog in de grote bedrijfshallen het spinnen nog plaats vond.
Het is onbekend wie deze bron getekend heeft.

2. Beschrijf de prent
Op de afbeelding zie je enkel wat arbeiders in een grote bedrijfshal. De machine die afgebeeld wordt is een garenspinmachine, die gebruikt wordt om het spinnen wat makkelijker te maken. De afbeelding heeft een informatieve functie.
Zo werkt de machine: De schijf aan de onderkant wordt aangedreven door waterkracht. Daardoor draait de schijf en de stof ook. Dan gaat er boven ook wat draaien waardoor de katoen uit elkaar gehaald kan worden en het nog makkelijker kan worden geweefd.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Er is niets wat de tekenaar duidelijk heeft willen maken, het plaatje komt gewoon uit een encyclopedie of schoolboek, en het dient dus voor informatie.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
Dat is bij deze bron niet van belang.

Bron 4

1. Waar gaat de prent over?
Op de prent zie je verschillende personen, die de mogelijkheden van voortbeweging met behulp van stroom ontdekken. Ze hebben er blijkbaar nogal wat moeite mee. Je ziet duidelijk James Watt in een van de machines zitten. Hij is de uitvinder van de stoommachine.
De prent heeft geen titel, en de tekenaar van de prent is Shortstanks, een cartoonnist.
Het bijschrift van deze prent is: “Spotprent op de mogelijkheden van voortbeweging met behulp van stoom (±1830) door de cartoonist Shortshanks.”

2. Beschrijf de prent
Er zitten geen symbolen in deze prent. De machines zijn een beetje op hol geslagen, wat wel een beetje overdreven is. De aard van de prent is spottend, omdat zelfs de uitvinder met zijn eigen machine geen raad weet volgens deze prent.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Misschien waren de machines allemaal wel veel te gevaarlijk. Dat is volgens ons de bedoeling van de tekenaar.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
We zijn het niet met de tekenaar eens, de machines hebben ervoor gezorgd dat we nu in zo’n technische revolutie zitten. Zonder die machines hadden we nu ook geen andere dingen die ons leven behaaglijker maken. Dus de tekenaar heeft het niet juist.

Bron 5

1. Waar gaat de prent over?
Op deze prent zie je een spinmachine. De spinmachine van Richard Arkwright.
Het bijschrift van deze prent is: “De machine van Richard Arkwright, 1769, die een revolutie in de katoenspinnerij veroorzaakte.
Het is gewoon een plaatje die laat zien hoe die machine eruit zag. Informatief plaatje dus.

2. Beschrijf de prent
Zo werkt de machine: De schijf aan de onderkant wordt aangedreven door waterkracht. Daardoor draait de schijf en de stof ook. Dan gaat er boven ook wat draaien waardoor de katoen uit elkaar gehaald kan worden en het nog makkelijker kan worden geweefd.
De afbeelding heeft niet een bepaalde aard.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Er is geen sprake van een bepaalde functie van dit plaatje.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
Ook dit kun je niet beantwoorden.

Bron 7

1. Waar gaat de prent over?
De prent laat een van de eerste spoorwegen zien. Dit plaatje stamt uit de 18e eeuw. Je ziet een paard dat een wagon voorttrekt, en een man die dat paard in bedwang houdt. De tekenaar is onbekend.

2. Beschrijf de prent
Je ziet dus een paard dat een wagon voorttrekt en een man die dat paard in bedwang houdt. Dit gebeurt op een van de eerste spoorwegen.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Het is gewoon een tekening om te laten zien hoe deze manier van vervoeren werkte.

4. Ben je het met deze tekenaar eens?
Je kunt het niet met deze tekenaar eens zijn. Er zit geen mening in.

Onderdeel C – sociale bronnen

Bron 12

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet een straat vol mijnwerkershuisjes. Zo zag dat er in de 19e eeuw uit. Op het plaatje staat een mijnwerker en 2 vrouwen. De titel is ‘Mijnwerkershuisjes in de 19e eeuw in Engeland’. De tekenaar is onbekend.

2. Beschrijf de prent?
Je ziet een mijnwerker te paard en twee vrouwen. Het bevindt zich in een straat met mijnwerkershuisjes, en het ziet er erg arm uit. Er ligt veel troep en het is er niet hygiënisch. Het is een tekening die laat zien hoe zo’n arbeidersstraat eruit zag

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Het is gewoon een plaatje die laat zien hoe het er was, zonder een echte reden.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
Er zit geen mening in.

Bron 13

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet een grote groep mensen die samengedrongen staan bij een ingang van een kolenmijn in Barnsley in 1866. Ze worden opgeschrikt door een explosie. Er worden dorpslieden uitgebeeld en familieleden van mijnwerkers. Op de achtergrond zie je een mijnschacht en schoorstenen.
De tekenaar is onbekend.

2. Beschrijf de prent
Er staan dorpslieden op de tekening.
Ze bevinden zich op een soort plein voor de kolenmijn, waar een explosie plaats vind. Zo zien ze dat de veiligheid niet goed is in de mijnen.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar heeft een tekening gemaakt die gebaseerd is op een feit.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Bron 14

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet mijnwerkers die afdalen in een mijnschacht. Ze hebben kaarsen in hun handen en zo zie je dus dat het in de mijnen niet veilig was.
De tekenaar en datum is onbekend.

2. Beschrijf de prent
De prent laat zien dat het niet veilig was in de mijnen.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar schetst een beeld van het gebrek aan veiligheid in de mijnen.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Bron 15

1. Waar gaat de prent over?
Het is een tekening die laat zien dat er een duidelijke scheiding was tussen arm en rijk. En dat de rijken niets over hadden voor de armen. De tekening is getekend door Honore Daumier, en is getekend in 1844.

2. Beschrijf de prent
De rijke man zegt dat hij lid is van een vereniging tegen bedelarij. Hij wil dus niets geven aan de bedelaar. Die duidelijk arm is.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar heeft duidelijk willen maken dat er een grote scheiding was tussen arm en rijk.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Bron 16

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet een scène van een gezin uit de 19e eeuw. Je ziet de vader, moeder, opa en wat kinderen. Er wordt een gezinsleven in de 19e eeuw uitgebeeld.
De tekenaar is onbekend.

2. Beschrijf de prent
Een vader, waarschijnlijk arbeider, rust op het bed. De moeder is hard bezig in het huishouden. De dochter helpt haar moeder. Een opa is ook aan het rusten en onder de tafel speelt een ander kind met een baby. De ruimte is een kleine woonkamer.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De schrijver schetst het beeld van een 19e eeuws arbeidersgezin.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Bron 19

1. Waar gaat de prent over?
De prent schetst een beeld van de kinderarbeid in de kolenmijnen. Er worden kinderen uitgebeeld die hard aan het werk zijn. De kinderen zijn bezig met een mand die ze door een gang schuiven over een touw. De titel is : Kinderarbeid in de kolenmijnen. De tekenaar en datum zijn onbekend.

2. Beschrijf de prent?
Twee kinderen duwen een mand met kolen voort. Ze zijn in een smalle, benauwde mijngang. Ze zijn hard aan het werk, en ze voeren zwaar en gevaarlijk werk uit.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar laat zien dat er zelfs kinderen werkten in de mijnen en dat het erg gevaarlijk, benauwd en donker was.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Onderdeel D – Sociaal

Bron 11

1. Waar gaat de prent over?
Er wordt een dorp afgebeeld. Het heeft wat weg van een soort klooster. Het ziet er verzorgd en netjes uit, en waarschijnlijk is het bedoeld voor rijken.
Het jaartal dat bij de prent hoort is 1825. De tekenaar wordt niet vermeld.

2. Beschrijf de prent
Je ziet dus een dorp. Het is een dorp waar arbeiders wonen die het beter hebben dan de arbeiders die niet hier wonen. Er zijn wat fabrieken en mooie huizen in het dorp. Verder hebben de mensen korte werktijden en krijgen ze wat pauzes.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Hij maakt duidelijk hoe het dorp eruit zag.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Bron 19

1. Waar gaat de prent over?
De prent is een foto, die mannen en vrouwen afbeeld die werken in een weverij in Enschede. De arbeiders zitten achter verschillende weefmachines.
Het jaartal dat bij de prent hoort is rond 1895.
De fotograaf is onbekend.

2. Beschrijf de prent.
Er worden arbeiders afgebeeld die aan het weven zijn.
Ze bevinden zich in de fabriek.
Ook zie je een stoommachine.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De fotograaf laat zien hoe het er uit zag in de fabriek.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
-

Bron 1 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Deze prent laat zien hoe slecht sommige mensen leefden. Deze mensen leefden in de sloppen wijken van Londen.
Het jaartal wordt niet vermeld. Het zal zo halverwege de 17e eeuw hebben afgespeeld.
Er wordt een grote groep arme mensen afgebeeld. Ook hangen sommige mensen uit ramen. Er zitten kinderen op de grond te spelen, of eten te zoeken.
De tekenaar wordt ook niet vermeld.

2. Beschrijf de prent
De groep die wordt afgebeeld zijn arme mensen. Je ziet oude mensen, vrouwen en mannen, maar ook kinderen die op de grond aan het spelen zijn.
Er is geen bepaalde aard voor de prent. Het is meer om te laten zien dat er veel arme mensen waren.

3.Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar wil laten zien dat er veel armoede was.

4. Ben jij het met de tekenaar eens?
Hij heeft goed weergegeven dat er veel arme mensen waren. Meer kan ik het niet met hem eens zijn.

Bron 3 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Het is een prent die laat zien dat niet iedereen de spoorwegen wel zo’n fijn idee vond. Veel mensen vonden het maar niets, zo’n ijzeren monster. Je ziet mensen die rustig aan het eten zijn, en dan komt de trein eraan, die ze gaat opeten, en dus is het niet meer veilig.
Er wordt geen jaartal vermeld.
De tekenaar wordt niet vermeld.

2. Beschrijf de prent
De groep mensen zijn niet blij met de uitvinding van de locomotief. Het is niet meer veilig voor ze, denken ze.
Ze zitten in huis aan een tafel.
De aard van de prent is spottend.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Veel mensen waren niet blij met de komst van de spoorwegen.
De tekenaar heeft de locomotief als een monster afgebeeld, want de mensen vonden het nou eenmaal een stalen monster.
Hij heeft met deze prent willen laten zien dat veel mensen bang waren voor de spoorwegen

4. Ben je het met de tekenaar eens?
De tekenaar heeft het in principe leuk uitgebeeld. Er waren veel mensen die echt zo over de treinen dachten. Ze waren er bang voor. Dat heeft de tekenaar goed gedaan.

Bron 5 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet op deze prent een man staan. Dat is waarschijnlijk een uitvinder. Hij ziet eruit als een skelet dat al jaren op diezelfde plek staat. Hij staat op een verlaten en verdord landschap, met allerlei (uitgedroogde) lijken.
De datum die bij deze prent hoort is 1866. De titel is: ‘De droom van de uitvinder van het naaldgeweer’. De prent is getekend door Daumier.

2. Beschrijf de prent
Het personage dat staat is erg overdreven getekend. Het lijkt of hij al jaren niets meer gegeten heeft en dat hij op diezelfde plek al heel wat jaren staat. De mensen om hem heen zijn allemaal uitgehongerd.
Dit is een spottende prent.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar laat zo zien dat hij denkt dat door alle technologische ontwikkelingen het hele leven kapot gaat, en de hele wereld zal ervan vergaan. En de uitvinders vinden het allemaal maar prachtig.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
Zoals we weten heeft de hele technologische ontwikkelingen voor dit tijdsperk heel wat goede dingen verricht. We kunnen er best trots op zijn, en we mogen er blij mee zijn. Maar het houdt in principe een keer op, en het zal er allemaal niet vrolijker op worden. Dus we zijn het zeker met de tekenaar eens.
De tekenaar maakt in principe wel gebruik van stereotypen.

Bron 6 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Op deze prent kunnen we zien dat de levens van de arbeiders (en de levens van de naasten van de arbeiders) verpest werden door het gebruik van veel alcohol. Hiermee kan de arbeider het verschrikkelijke leven ontvluchten.
Je ziet een arbeider aan de drank, en de rest van het gezin. Zij huilen allemaal, behalve de arbeider.
Het jaartal wordt niet vermeldt.
De tekenaar van de prent wordt niet vermeld.

2. Beschrijf de prent.
Je ziet een arbeidersgezin, in een arbeidershuisje.
De prent heeft geen bepaalde aard.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
Je ziet dat de tekenaar wilde laten zien dat veel arbeidersgezinnen helemaal kapot gingen door de drank.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
De tekenaar heeft het waarschijnlijk wel goed in beeld gebracht. Hij maakt gebruik van stereotypen, aangezien de meeste arbeidersgezinnen zo waren.

Bron 12 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet een aantal kinderen, een kok, en nog een vrouw in het Armenhuis. Een kleine jongen vraagt aan de kok of hij nog wat eten mag en de kok wordt boos.
Het jaartal dat bij de prent hoort is 1837.
De tekenaar is Cruikshank.

2. Beschrijf de prent.
Op de prent zie je (wees?)kinderen en hun verzorgers.
Ze zijn bezig met het avondmaal. Alles ziet er vrij arm uit. Ze zitten aan één grote tafel van hout. Ook zie je een kachel.
De prent heeft geen bepaalde aard.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De tekenaar laat zien dat er veel kinderen honger leden, en dat ze te weinig eten kregen.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
De tekenaar laat goed zien dat er honger werd geleden onder de kinderen en dat er gewoon veel te weinig eten was.
De tekenaar maakt gebruik van stereotiepen. Veel mannen zouden boos zijn geworden als een kind om nog meer eten vroeg in zo’n soort weeshuis.

Bron 16 (eigen keuze)

1. Waar gaat de prent over?
Je ziet een schilderij van de schilder Gainsborough. Onder deze bron staat vermeld: “Zo liet de familie Boillie zich uitbeelden door de schilder Gainsborough.”
Dus waarschijnlijk was dit in wezen een heel arm arbeidersgezin. Maar de schilder maakte een mooi schilderij door ze zo rijk mogelijk uit te beelden.
Je ziet 4 kinderen, allemaal meisjes, en de vrouw en de man.
Er staat geen datum bij vermeldt.

2. Beschrijf de prent
Je ziet dus een arbeidersgezin. Dat mooi is geschilderd. Ze bevinden zich in een mooi park.

3. Wat heeft de tekenaar duidelijk willen maken?
De schilder wilde waarschijnlijk op een eigenwijze manier de droom van het arbeidersgezin uit laten komen, door ze rijk weertegeven.

4. Ben je het met de tekenaar eens?
De schilder heeft het gezin erg mooi weergegeven. Je zou niet zien dat ze arm waren. Het is een leuke manier om zo een droom van het gezin leuk uit te laten komen.

Onderdeel E - personen

James Watt (1736 – 1819)

James Watt is geboren op 19 januari 1736.
Hij is uitvinder van de succesvolste stoommachine.
Hij was een zoon van een scheepsbouwer. Hij werd instrumentmaker en kreeg in 1757 de leiding over een werkplaats voor instrumenten van de universiteit van Glasgow. Hij verbeterde in 1764 de stoommachine van Newcomen.
Hij werd in 1775 compagnon van Matthew Boulton, eigenaar van een metaalfabriek in Birmingham, die Watts stoommachine ging produceren.
Het werd een groot succes: tegen het eind van de 18e eeuw hadden Watts stoommachines die van Newcomen van de markt verdrongen.
Hij overleed op 25 augustus 1819.

Guglielmo Marconi (1874 – 1937)

Guglielmo Marconi werd geboren op 25 april 1874 in Bologna in Italie. In 1895 begon hij te experimenteren met de nieuwe elektromagnetische golven die kort daarvoor waren aangetoond door de Duitse geleerde Heinrich Hertz. Later dat jaar bouwde hij een telegraaf die over een afstand van 1,5 kilometer radioberichten kon ontvangen en verzenden. Het Italiaanse Ministerie van Post en Telegraaf zag echter weinig verbetering ten opzichte van de bestaande elektrische telegraaf. De gefrustreerde Marconi ging naar Engeland en begon daar een eigen bedrijf, Wireless Telegraphy and Signal Company Ltd. In 1901 slaagde hij erin een radiosignaal te verzenden over de Atlantische Oceaan. Drie jaar later kreeg hij samen met Karl Braun, die het bereik van Marconi's zender had vergroot, de Nobelprijs voor natuurkunde.
Hij overleed op 20 juli 1937.

Onderdeel F - tabellen

Tabel 6

1. Uit welke periode zijn de cijfers (teksten) afkomstig?
Er staat geen jaartal bij.

2. Welke belangrijke achtergrondgegevens zijn nodig om deze cijfers (teksten) toe te lichten?
Ik denk dat het nodig is om te weten dat Karl Marx het kapitalisme wilde vernielen en de productiemiddelen (fabrieken, grond) tot gemeenschappelijk bezit wilde maken.

3. Wat is het waarheidsgehalte van deze cijfers (teksten)?
Ik denk dat de tekst (geen cijfers) wel waar kan zijn.

4. Welke informatie geven deze cijfers (teksten) over de samenleving in Engeland, in het bijzonder de industrialisatie?
Dat de economische verhoudingen de samenleving bepalen. En dat de rijken rijker worden en de armen armer.

5. Tot welke conclusies kunnen deze cijfers leiden?
Dat de economische verhoudingen heel belangrijk zijn in de samenleving.
De kapitalisten zullen kleiner in aantal worden ook worden ze steeds rijker, terwijl de armen steeds groter in aantal en steeds armer zullen worden.

Tabel 7

1. Uit welke periode zijn de cijfers afkomstig?
De cijfers zijn uit de periode 1870-1950.

2. Welke belangrijke achtergrondgegevens zijn nodig om deze cijfers toe te lichten?
Je moet weten wat het nationaal inkomen is. Dat is de som van alle inkomens in een land: loon, pacht, rente, winst. Naast de mensen die een loon ontvangen, loontrekkers zijn er mensen die werken in de zogenoemde vrije beroepen, eigenaars van kleine en grote ondernemingen, renteniers. De inkomsten van allen tezamen vormen dus het nationaal inkomen.

3. Wat is het waarheidsgehalte van deze cijfers?
Het zal wel kloppen denk ik.

4. Welke informatie geven deze cijfers over de samenleving in Engeland, in het bijzonder de industrialisatie?
Er waren veel lonen dus veel werk. Het aantal loontrekkers wordt in de loop van de jaren minder, terwijl de lonen als percentage van het nationaal inkomen gelijk blijft.

5. Tot welke conclusies kunnen deze cijfers leiden?
Het aantal loontrekkers als percentage van het nationaal inkomen is minder geworden terwijl de lonen als percentage van het nationaal inkomen gelijk is gebleven.

Tabel 8

1. Uit welke periode zijn de cijfers afkomstig?
De cijfers zijn uit de periode 1860-1968

2. Welke belangrijke achtergrondgegevens zijn nodig om deze cijfers toe te lichten?
Je moet weten wat het nationaal inkomen is. Dat is de som van alle inkomens in een land: loon, pacht, rente, winst. Naast de mensen die een loon ontvangen, loontrekkers zijn er mensen die werken in de zogenoemde vrije beroepen, eigenaars van kleine en grote ondernemingen, renteniers. De inkomsten van allen tezamen vormen dus het nationaal inkomen.

3. Wat is het waarheidsgehalte van deze cijfers?
Ik denk dat de cijfers wel kloppen.

4. Welke informatie geven deze cijfers over de samenleving in Engeland, in het bijzonder de industrialisatie?
Er ging veel van het nationaal inkomen naar de inkomsten uit arbeid, en het werd in de loop van de jaren steeds meer. Het aantal dat van het nationaal inkomen naar de pacht, rente, winst werd steeds minder.

5. Tot welke conclusies kunnen deze cijfers leiden?
Steeds meer van het nationaal inkomen gaat naar de inkomsten uit arbeid. De pacht, rente, winst werden kleiner.

Tabel 1 (eigen keuze)

1. Uit welke periode zijn de cijfers afkomstig?
De cijfers zijn uit de periode van de 18e eeuw.

2. Welke belangrijke achtergrondgegevens zijn nodig om deze cijfers toe te lichten?
Industriële revolutie = aan ‘t einde van de 18e eeuw.

3. Wat is het waarheidsgehalte van deze cijfers?
Het zou best wel kunnen kloppen. Het is ook best wel logisch dat door de industriële revolutie de export en import groter werden.

4. Welke informatie geven deze cijfers over de samenleving in Engeland, in het bijzonder de industrialisatie?
De export en import groeiden door de industrialisatie. Dus handel was het beste wat je kon gaan doen om geld te verdienen.

5. Tot welke conclusies kunnen deze cijfers leiden?
Door de kolonisatie en de industriële revolutie in de 18e eeuw groeide de Engelse handel (export en import).

Tabel 4 (eigen keuze)

1. Uit welke periode zijn de cijfers afkomstig?
De cijfers zijn uit de periode 1870-1960.

2. Welke belangrijke achtergrondgegevens zijn nodig om deze cijfers toe te lichten?
De arbeiders moesten vroeger heel lang en onder heel slechte omstandigheden werken.

3. Wat is het waarheidsgehalte van deze cijfers?
Ik denk dat de cijfers wel kloppen. Het is sowieso zeker dat het aantal werkweken per jaar en het aantal werkuren per week veel minder zijn geworden. Vroeger was dat echt veel meer.

4. Welke informatie geven deze cijfers over de samenleving in Engeland, in het bijzonder de industrialisatie?
Je kan zien dat de arbeiders steeds beter leefden en werkten. Ze hoefden steeds minder uren in de week te werken en ook het aantal werkweken per jaar werd minder.

5. Tot welke conclusies kunnen deze cijfers leiden?
Dat het aantal werkweken per jaar en het aantal werkuren per week verminderd is in de loop van de jaren 1870 tot 1960.

Tabel 9 (eigen keuze)

1. Uit welke periode zijn de cijfers afkomstig?
De cijfers zijn uit de periode 1264-1954.

2. Welke belangrijke achtergrondgegevens zijn nodig om deze cijfers toe te lichten?
Koopkracht = de waarde van het loon in verhouding tot de prijzen van de voor het levensonderhoud noodzakelijke artikelen.

3. Wat is het waarheidsgehalte van deze cijfers?
Het zal wel kloppen. Het is toch onderzocht door een (echte) onderzoeker, dus dan zou het wel ongeveer moeten kloppen.

4. Welke informatie geven deze cijfers over de samenleving in Engeland, in het bijzonder de industrialisatie?
De koopkracht van het loon van een bouwvakker in het zuiden van Engeland is heel erg gestegen in de periode 1264-1954. Af en toe een daling, maar vooral na de industriële revolutie is de koopkracht toegenomen.

5. Tot welke conclusies kunnen deze cijfers leiden?
De koopkracht van het loon van een bouwvakker in het zuiden van Engeland is gegroeid in de periode 1264-1954.

Onderdeel F – teksten

Tekst 11

1. Wanneer is de tekst geschreven?
De tekst is geschreven in 1957.

2. Welke personen komen er in de tekst voor?
Een moeder, vader, broers en arbeiders.

3. Wat is het onderwerp van de tekst?
De snelle en gedurfde opgang van de industriëlen in Engeland.

4. Bedenk bij de bron een vraag waarop de tekst een antwoord geeft.
Hoe word je (succesvol) fabrikant in de 2e helft van de 18e eeuw?

5. Noem (indien mogelijk) drie feiten uit de tekst.
(1) Iedere oppassende jongeman kon na een paar jaar voldoende overhouden om zich als fabrikant te vestigen.
(2) Er waren toen maar weinigen die durf hadden zich aan dergelijke onderneming te wagen.

6. Beschrijf (indien mogelijk) de mening die in de tekst aan de orde komt.
Je moet durven (een gok wagen) om je als fabrikant te vestigen. Je moet goed op de hoogte blijven van alle verbeteringen in de industrie. Je moet je goed verdiepen in het vak om uiteindelijk zelf een bedrijf op te zetten.

7. Is er in de tekst sprake van vooroordelen of stereotypen? Zo ja, welke zijn dit?
Ja, er is sprake van stereotypen, want de schrijver zegt dat als je nooit zou durven een gok te wagen, je bijv. nooit een (uiteindelijk goedlopend) bedrijf zou kunnen beginnen.

8. Om wat voor soort bron gaat het hier?
Primair.

9. Wie is de schrijver van de tekst?
R. L. Heilbroner.

10. In hoeverre is de bron betrouwbaar?
Het is best wel betrouwbaar, want hij (de schrijver) weet hoe het er toen aan toe ging, maar bij sommige dingen in de tekst blijft het een mening. En dat is bij iedereen weer anders.

Tekst 14

1. Wanneer is de tekst geschreven?
De tekst is geschreven in 1846.

2. Welke personen komen in de tekst voor?
De bevolking en landbouwers (en hun kinderen).

3. Wat is het onderwerp van de tekst?
Landbouw als de enige bron van rijkdom.

4. Bedenk bij de bron een vraag waarop de tekst een antwoord geeft.
Waarom is landbouw de enige bron van rijkdom?

5. Noem (indien mogelijk) drie feiten uit de tekst.
(1) Er zijn minder onkosten voor het onderhoud en het herstel van.
(2) Er zijn in verhouding veel minder uitgaven en veel meer netto-opbrengsten in de grote landbouwondernemingen dan in de kleine…

6. Beschrijf (indien mogelijk) de mening die in de tekst aan de orde komt.
Kinderen van rijke landbouwers dragen de rijkdom van hun voorvaderen voor altijd met zich mee.

7. Is er in de tekst sprake van vooroordelen of stereotypen?
Ja, er is sprake van vooroordelen, want de schrijver zegt dat landbouw belangrijk is om rijkdommen te creëren, maar je kunt op nog wel meer manieren rijkdommen creëren. Niet alleen landbouw.

8. Om wat voor soort bron gaat het hier?
Secundair.

9. Wie is de schrijver van de tekst?
Fr. Quesnay.

10. In hoeverre is de bron betrouwbaar?
De bron is best wel betrouwbaar, de schrijver weet waar hij over praat/schrijft. Maar het is wel vooral een mening.

Tekst 17

1. Wanneer is de tekst geschreven?
De tekst is geschreven in 1801.

2. Welke personen komen in de tekst voor?
De armen.

3. Wat is het onderwerp van de tekst?
De enclosure is geen voordeel voor de arme boer.

4. Bedenk bij de bron een vraag waarop de tekst een antwoord geeft.
Waarom is de enclosure geen voordeel voor de arme boer?

5. Noem (indien mogelijk) drie feiten uit de tekst.
(1) 19 op de 20 akten die i.v.m. de enclosure opgesteld worden zijn nadelig voor de armen, sommigen zelfs zeer nadelig.

6. Beschrijf (indien mogelijk) de mening die in de tekst aan de orde komt.
De armen bekijken de feiten en niet de bedoelingen (van het Parlement).

7. Is er in de tekst sprake van vooroordelen of stereotypen?
Er is sprake van stereotypen, omdat het een feit is dat de enclosure geen voordeel is voor de arme boer.

8. Om wat voor soort bron gaat het hier?
Primair.

9. Wie is de schrijver van de tekst?
A. Young.

10. In hoeverre is de bronbetrouwbaar?
De bron is best wel betrouwbaar, omdat er in de tekst een aantal feiten staat over de enclosure.

Tekst 12 (eigen keuze)

1. Wanneer is de tekst geschreven?
Deze tekst is geschreven in 1776.

2. Welke personen komen in de tekst voor?
Mannen (die in een (kleine) fabriek werkten).

3. Wat is het onderwerp van de tekst?
Het voordeel van de fabriek.

4. Bedenk bij de bron een vraag waarop de tekst een antwoord geeft.
Wat is het voordeel van de fabriek?

5. Noem (indien mogelijk) drie feiten uit de tekst?
-

6. Beschrijf (indien mogelijk) de mening die in de tekst aan de orde komt.
Als arbeiders apart van elkaar zouden werken, produceerde ze nog geen twintig spelden per dag. Maar dankzij de juiste verdeling in fabrieken kan er in dezelfde tijd veel meer geproduceerd worden.

7. Is er in de tekst sprake van vooroordelen of stereotypen?
Er is sprake van stereotypen, want het is zo dat er door middel van fabrieken veel meer geproduceerd kan worden.

8. Om wat voor soort bron gaat het hier?
Secundair.

9. Wie is de schrijver van de tekst?
A. Smith.

10. In hoeverre is de bron betrouwbaar?
Het is best wel betrouwbaar, maar dit is wel vooral een mening van de schrijver. Maar die schrijver (Smith) weet wel waar hij het over heeft, dus in zoverre is het wel betrouwbaar.

Tekst 13 (eigen keuze)

1. Wanneer is de tekst geschreven?
-

2. Welke personen komen in de tekst voor?
Dienstknechten, de vorst, het leger, niet productieve bezoldigden.

3. Wat is het onderwerp van de tekst?
De voortreffelijkheid van de nijverheid.

4. Bedenk bij de bron een vraag waarop de tekst een antwoord geeft.
Wat maakt de nijverheid voortreffelijk?

5. Noem (indien mogelijk) drie feiten uit de tekst.
(1) Niet-productieve bezoldigden putten hun inkomsten uit de rente van de grond en de winsten van de kapitalen.

6. Noem (indien mogelijk) de mening die in de tekst aan de orde komt.
Het werk van sommige der meest gerespecteerde klassen der samenleving heeft evenmin als dat van de dienstknechten, echte waarde.

7. Is er in de tekst sprake vooroordelen of stereotypen?
Er is sprake van stereotypen, omdat de niet-productieve bezoldigden zo aan hun inkomen kwamen (zie antwoord vraag 5), dat was in die tijd gewoon zo geregeld.

8. Om wat voor soort bron gaat het hier?
Primair.

9. Wie is de schrijver van de tekst?
A. Smith.

10. In hoeverre is de bron betrouwbaar?
Het is zeker betrouwbaar, omdat dit (volgens ons) op feiten is gebaseerd.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.