Voorwoord
Dit werkstuk gaat over heksenvervolging. Een hoofdstuk in het boek Memo gaat er ook over. Zo kwamen wij er ook bij om dit werkstuk hierover te houden; we zaten een beetje in het boek te bladeren en dit leek ons wel een leuk onderwerp. Het was wel moeilijk om een goede hoofdvraag te verzinnen. De deelvragen hebben we ook een paar keer moeten veranderen, omdat je anders eigenlijk twee keer hetzelfde zou vertellen, of iets helemaal niet zou vertellen. Maar uiteindelijk is het wel gelukt. We vonden het best leuk om dit werkstuk te maken, al was het soms wel lastig.

Bronvermelding

Voor dit werkstuk hebben we verschillende boeken gebruikt en ook een aantal internetsites:
- ‘Op weg naar de brandstapel’. Uit: Colinda Backx (en anderen), MEMO. Geschiedenis voor de tweede fase. Den Bosch, 1999
- Jean Michel Sallman, Heksen en hekserij. Houten, 1991
- Robin Briggs, HeksenWaan. De sociale en culturele geschiedenis van hekserij in Europa. Kampen, 2000
- Brian P. Levack, De heksenjacht 1450-1750 in Europa, Nijmegen, 1987
- Memo, geschiedenis voor de 2de fase, Module 2

- www.despin.net/lessen/heksen/default.html
- www.heksen.pagina.nl

Hoofdvraag:
Hoe kwam de heksenvervolging in Europa tot stand, en hoe eindigde deze periode?

Deelvragen:

4. Hoe keken het volk, het bestuur, en de kerk tegen heksen aan, voor de heksenvervolging?
5. Op welke manier pakte men het heksenprobleem aan?
6. Hoe kwam de heksenvervolging tot een einde?

Inleiding

Knibbel Knabbel knuisje, kom eens in mijn huisje. Een fragment uit het sprookje ‘Hans en Grietje’. Deze heks was een slechte heks, ze lokte Hans en Grietje in haar huisje van snoep, om ze vet te mesten en daarna op te eten. Heksen worden vaak gezien als slechte mensen, vooral vroeger. Rond 1500 in de middeleeuwen veranderde dit. De heksen werden zelfs vervolgd, rond 1610 was dit op z’n hoogtepunt. Hoe kwam deze heksenvervolging nou tot stand, en hoe eindigde deze periode…

Deelvraag 1: Hoe keken het volk, het bestuur, en de kerk tegen heksen aan, voor de heksenvervolging?

In de bijbel word al geschreven over heksen. Zo staat er bijv. in Exodus 22:17
‘Een vrouw die zich in laat met toverpraktijken, mag niet in leven blijven.’ Honderden jaren later wordt deze stelling, uit zijn verband gerukt, gebruikt als excuus voor tienduizenden moorden.

Het beeld van heksen

Voor de heksenvervolgingen geloofde het volk wel in heksen. Het was een soort traditie. Maar ze geloofden alleen in zwarte en witte magie, en heksen vervulden een maatschappelijke behoefte. Bijvoorbeeld bij een geboorte of als je iets kwijt was kon je dat aan hen vragen. De kerk vond heksen maar bijgeloof en besteedde er maar weinig aandacht aan.
In de tijd dat de Paus nog de hoogste macht van West Europa was, bestond er volgens hem een verschil tussen ketters en heksen, ketters waren mensen die op een verkeerde manier in God geloofden. Heksen waren mensen die ervan beschuldigt werden dingen te doen in opdracht van de duivel. De mensen die dan ook op heksen gingen jagen zeiden dat heksen aanbidders van de duivel waren daarom moesten ze worden uitgeroeid. De ideeën over ketters en heksen werden verspreidt door inquisiteurs die elke keer in een ander gebied werden geplaatst. In de heksenprocessen werd dit ook duidelijk gemaakt aan het gewone volk dat er ook aanwezig was.
Ook werd het opgeschreven in boeken door theologen.
Maar de kerk kon niks beginnen als zij niet de steun van de koning en de stadsbesturen aan hun zijde hadden. Zij moesten dus eerst het plaatselijke bestuur overhalen voordat zij hun heksenvervolging konden gaan uitvoeren. Het bestuur en de elite gingen de boeken lezen die er over heksen geschreven waren. Zij geloofden nu ook dat heksen aan duivelverering deden.
In het begin geloofde het volk de beweringen die de paus en de kerk beweerden over duivelverering niet. De mensen waren er te nuchter voor, zij geloofden niet in tovenarij. Maar door preken en processen gingen ze er steeds meer in geloven. Ook toen er meer en meer heksen kwamen die toegaven dat zij een heks waren, begon het volk toch in hekserij te geloven, zij werden er bang voor. Alleen, deze bekentenissen waren via martelarij verkregen, dus er kan worden getwijfeld aan de waarheid van deze bekentenissen, al wisten de mensen dat toen niet. Ook waren de geschriften en preken grotendeels verzonnen verhalen. Dus doordat er al geloof was in zwarte magie, de gedachten over duivelverering er daar nog bijkwamen en het strafrecht veranderd was, kon de heksenvervolging beginnen.

Malleus Maleficarum

De Malleus Maleficarum ook wel de Heksenhamer genoemd is een heel bekend boek. Het is geschreven door Heinrich Institoris en Jacob Sprenger tussen 1436 en 1496. Er staan allemaal vragen en stellingen in (met antwoorden) over heksen. Zoals bijvoorbeeld:
- Wat betreft heksen die paren met duivels?
- De methoden om hekserij te genezen en te vernietigen.
- Wie zijn de gezonde en nette rechters in de vervolging van heksen?
Dit boek wordt heel bekend en tot in de 17e eeuw blijft dit handboek de basis van de heksenjacht.

Een heks

Veel verhalen over heksen, die door schrijvers uit die tijd zijn geschreven, zijn grotendeels verzonnen maar omdat de mensen bang waren voor heksen begonnen zij daarin te geloven en groeide de haat tegen heksen steeds meer. Zo zouden heksen een kenmerk van de duivel hebben, een wrat of een litteken. Ze konden mensen in dieren veranderen en vliegen op bezemstelen.
Heksen werden vaak gezien als (oude) vrouwen, dat kwam namelijk doordat er in de bijbel staat dat de vrouw gemaakt is uit een rib van de man, zij zou daardoor zwakker zijn. Ook werd de vrouw in het paradijs verleidt door de duivel. Ze zou dus een goedgelovige zijn, en zich snel inlaten met de duivel. Jezus was een man, en dus zou de man minder snel te verleiden zijn. Volgens de kerk was dus elke vrouw al verdacht. Feiten zijn dan ook dat in totaal van alle vervolgde heksen het gemiddelde aantal vrouwen boven de 75 procent ligt, in sommige gebieden zoals in België ligt het aantal boven de 90 %. Daarvan was het grootste deel weduwe.
Kinderen van heksen moesten, volgens de kerk, ook vervolgt worden omdat zij verwekt zouden zijn door de duivel.
Heksen waren over het algemeen gewoon zondebokken, want men geloofde dat alle goede dingen van God kwamen en ze wisten niet waar slechte dingen vandaan kwamen. Dit is van een schrijver uit Utrecht:
'In deesen tijden waren in dit landt groote mennichte van wolven, sulcx dat men nijet veijlich op 't landt conde gaen.' Men beschuldigde de heksen van het veranderen in wolven om andere mensen hier kwaad mee te doen. Ook werden zij beschuldigd van zwarte magie, duivelverering, heksensabbat, onvruchtbaarheid, hongersnoden, epidemieën en kindermoorden. Vaak waren deze kinderen vermist geraakt of op een ‘natuurlijke’ manier overleden. Maar de mensen gingen er dan vanuit dat het kind door een heks was opgegeten of was behekst.

Deelvraag 2: Op welke manier pakte men het heksenprobleem aan?

De samenleving was nu zover om de angst die iedereen had af te werpen op een aantal zondebokken. De piek van heksenvervolging lag tussen 1610 en 1630, toen was er ook de dertigjarige oorlog. Dat was een van de ergste godsdienstoorlogen ooit. Ook was er veel inflatie door ontdekkingsreizen. Maar daardoor werden de rijker steeds rijker en de armen steeds armer. Er waren ook veel hongersoden en epidemieën, er waren dus veel spanningen in de samenleving. De angst voor heksen was ook groot. Dus als er dan een boer een persoonlijk ongeluk had, bijvoorbeeld de dood van een kind, en hij had pas ruzie gehad met een omwonende, waar toch al geruchten over rondgingen, dan klaagde hij die persoon aan als een heks. Het bestuur had liever dat het volk haar woede afreageerde op heksen, dan op de elite. Dus ging men heksen vervolgen.

Waar en hoeveel

Voor 1500 leidde de kerk het proces. Er werden wel veel heksen aangeklaagd maar niet zoveel terechtgesteld. Toen na 1500 de invloed van de kerk afnam, kwam er een nieuwe aanpak van het strafrecht. Dat maakte vervolgingen makkelijker. En er werden meer mensen vervolgd. Zo werden er velen miljoenen mensen het slachtoffer van heksenvervolgingen. De hoogste schatting gaat tot negen miljoen. Per land was dit wel verschillend. Hieronder volgt een schema:

Land Aantallen vervolgingen
Duitsland 50000
Frankrijk en aangrenzende gebieden 10000
Spanje en Italië 10000
Polen 15000
Zwitserland 9000
Scandinavische landen 5000
Oost-Europese landen 4000
Schotland 4000
Engeland 1000

Zoals je ziet zijn er in Duitsland de meeste heksenvervolgingen geweest. Dit heeft heleboel oorzaken. Er zijn mensen die beweren dat het komt omdat er tussen 1610 en 1630 een Godsdienstoorlogwas. Maar dit is niet bewezen. Er zijn meerdere oorzaken voor. De rechtszaken waren op dorpsniveau en het gewone volk had inspraak op het rechtssysteem. Elk dorp had ook een eigen rechtssysteem. Bovendien was de rechtspraak manipuleerbaar. In dorpen was men altijd op elkaar aangewezen dus kreeg je makkelijker een conflict. Ook was de angst voor heksen hier het grootst. Het komt er dus op neer dat heksen makkelijker beschuldigd en veroordeeld kon worden en dat boeren hier veel invloed op hadden. Die beschuldigden veel mensen omdat de angst voor heksen groter was dan in de andere landen. Dus waren er in Duitsland veel heksenvervolgingen. In Trier, Wurzburg en Bamberg lag het aantal veroordelingen aan de bisschoppen. Ze waren zo geobsedeerd door heksenvervolgingen dat ze zelfs geestelijken en rechters martelden en terechtstelden als ze kritiek hadden op, of vragen hadden over de heksenvervolgingen van die bisschoppen.
In Engeland waren er relatief juist weinig heksenvervolgingen. Dat kwam doordat in Engeland de inquisitie procesvorming en foltering niet waren doorgevoerd. In Schotland waren er juist wel weer veel veroordelingen, daar leek het rechtssysteem meer op dat van het vasteland.
In Nederland, toen heette het nog de Republiek der Verenigde Nederlanden, waren er bijna geen heksenprocessen. Er was toen veel handel met andere landen, dus ook veel contact met handelaars die een andere geloofsovertuiging en een andere manier van doen hadden. Het humanisme was in Nederland ook meer aangeslagen, misschien ook wel door die handel. Ook kostte de oorlog met Spanje tussen 1568 en 1648 zoveel aandacht dat er van heksenvervolging weinig terecht kwam.

Foltering en heksenproeven

Foltering en heksenproeven zijn twee heel verschillende dingen. Foltering is dat je mensen gaat martelen om een bekentenis te krijgen. Dit gebeurde trouwens niet alleen bij heksenprocessen maar ook bij een gewone rechtspraak. Men probeerde blijvende schade te voorkomen maar dat lukte niet altijd. Voorbeelden van foltering zijn:
· De verdachte dagenlang beroven van zijn slaap
· Iemand uitrekken op een pijnbank
· Iemand volgieten met water
· Met zijn armen op zijn rug gebonden opgehesen worden
· Duimschroeven aandoen
· Het samen knellen van de voeten met‘Spaanse laarzen’

Heksenproeven zijn middelen om zonder bekentenis erachter te komen of iemand een heks was. Dit gebeurde wel alleen bij heksenprocessen. Voorbeelden van heksenproeven zijn:
· Iemand werd vastgebonden en in het water neergelaten; als je bleef drijven was je een heks, als je zonk niet. Want heksen konden vliegen en dan moest je dus wel heel licht zijn. Maar veel mensen hielden hun adem in en bleven dus drijven. Of ze zonken en werden niet op tijd opgehaald en verdronken.
· Een andere proef was de heksenwaag; je werd gewogen op een grote weegschaal en als je onder het gemiddelde zat was je een heks.
· Of men prikte in moedervlekken, het teken van de duivel, om te zien of er bloed uitkwam.
· Of men prikte overal op een ontbloot bovenlichaam en als er een plekje was waar je, een kwartier lang, niks voelde was je ook een heks.

Het heksenproces

Als bijvoorbeeld een boer een aanklacht indiende van een heks werd die opgepakt en naar de rechter gebracht. De beschuldiging werd in behandeling genomen door de plaatselijke, lagere rechtbank. Daarin zaten vertegenwoordigers van grootgrondbezitters en mensen die iets van rechtspraak afwisten. Doormiddel van geheim getuigenverhoor en foltering kregen ze bekentenissen, maar ook weer beschuldigingen tegen andere heksen. Officieel waren er strenge regels voor een rechtspraak. Want iedereen begreep wel dat een onschuldige allerlei misdaden bekend als hij gefolterd wordt. Dus er mocht maar één keer gefolterd worden en er moest een ooggetuige van de misdaad zijn. In gewone rechtspraken werd er wel aan die regels gehouden maar in heksenprocessen vaak niet. De angst voor de duivel was zo groot dat men die beperkingen omzeilde of negeerde. Ze ‘herhaalden’ de foltering bijvoorbeeld niet maar het werd wel ‘onderbroken’ om de volgende dag weer verder te gaan. Ook zonder foltering werden er wel bekentenissen afgelegd maar dat kwam door de dreiging van de foltering. Als er nog steeds geen bekentenissen werden afgelegd probeerde men door heksenproeven te ontdekken of de beschuldigde een heks was.
Tijdens de periode van de heksenvervolgingen was er ook een werenschap ontwikkeld, de demonologie. Dat is een wetenschap over duivels en demonen. Bij de rechtspraak werden ook vaak demonologen betrokken, die hun oordeel gaven over de beschuldigde, of hij een heks was of niet. Als een heks uiteindelijk schuldig was bevonden werd ze gestraft.

De straffen

Als er werd getwijfeld aan iemands schuld, kreeg die persoon een lichte straf, zoals verbanning of een lichte gevangenisstraf. Als een persoon wel schuldig werd bevonden werd ze geëxecuteerd. Dat gebeurde op de brandstapel, of ze werden verdronken, levend begraven of opgehangen. Maar heksen en ook ketters en homoseksuelen werden gewoonlijk ter dood gebracht op de brandstapel. Ze werden niet levend verbrand, maar eerst gewurgd, met uitzondering van Spanje en Italië. De brandstapel zag men ook wel als een reinigingsritueel van de Germanen, of als een brandoffer aan de goden. In elk geval kon de gestrafte niet opstaan uit de dood om wraak te nemen. Ook in de Bijbel zocht men naar argumenten om deze straf toe te dienen en die vonden ze. In Johannes 15: 6 staat: ‘Wie in mij niet blijft , is buiten geworpen als de rank, en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrandt.’
De beulen moesten zorgen dat de heksen in een keer vermoord werden. Vaak werden niet alleen de heksen zelf verbrand maar soms ook zelfs familieleden of geliefden. En als de familieleden niet geëxecuteerd werden moesten ze zelf de prijs voor de executie betalen.

Kinderen en hekserij

Soms werden er ook kinderen betrokken bij een heksenproces. Als een kinderen vermoedelijk heksen als ouders hadden, werden ze gemanipuleerd en gedwongen om te zeggen dat hun ouders heksen waren. Of ze moesten als getuigen optreden waar hen ook weer werd gedwongen om hun ouders te verklikken. Ook waren er in dorpjes vaak groepen kinderen. Die vertelden elkaar sterke verhalen over heksen. Die sterke verhalen werden weer roddels. Soms werden kinderen zelfs voor de rechtbank geroepen over wat er gezegd was. En soms werden er zelfs kinderen als heksen terechtgesteld. Kinderen van nog geen 10 jaar oud werden soms veroordeeld, op de brandstapel. Maar meestal was de rechtbank barmhartiger en stuurde de kinderen weg om een religieuze opvoeding te krijgen.
Deelvraag 3: Hoe kwam de heksenvervolging tot zijn einde?

Er kwam pas aan het einde van de 17e eeuw een besef onder de
mensen dat men wel onschuldige mensen terechtstelde. Men kreeg een
meer humanistische gedachte. Al aan het begin van de hele
geschiedenis van heksenvervolging waren er tegenstanders.

Johannes Wier

Een van de belangrijkste tegenstanders is Johannes Wier (1515 -1588), zijn ideeën zijn uitgewerkt in zijn eigen boek, dat in 1563 werd gepubliceerd. Hij studeerde medicijnen en als dokter zag hij veel mensen die 'gek' waren. Hij nam zelfs ‘mogelijke’ heksen in huis om hun gedrag te bestuderen, zo kwam hij erachter dat veel mensen die van hekserij beschuldigd werden geestelijk in de war waren. Hij verdedigde heksen en zei dat ze door de duivel in de war waren gebracht. Hij vond de heksen dus niet schuldig omdat ze zelf niet verantwoordelijk waren voor wat ze deden. De heksenjagers vonden dat de heks wel zelf verantwoordelijk waren. Ze beschuldigden hem ervan dat hij contact had met de duivel en zich had laten overhalen om dit op te schrijven. Doordat Johannes Wier zijn mening in de omgeving van Arnhem uitte, zijn daar in tegenstelling tot andere steden in Europa veel minder heksenvervolgingen voorgekomen.

Oorzaken van het einde van de heksenvervolging.

Toch kwamen er langzaam steeds meer tegenstanders van de
heksenvervolgingen, men begon aan het einde van de 17e eeuw steeds meer waarde te hechten aan de uitspraken van Wier, ze toonden steeds meer interesse in de wetenschap. Ook de elite en het bestuur vonden dat de heksenvervolgingen onhumanistisch waren, ze zagen het bevolkingscijfer dramatisch dalen. Men
ontdekte ook dat veel opvattingen niet berust waren op waarneming maar op geloof en bijgeloof. Men ging veel meer maatschappelijke problemen met het verstand oplossen, dat heet rationalisme. De donkere middeleeuwen waren aan zijn eind gekomen en de tijd van de verlichting, zoals dat werd genoemd, begon. Ook ging men minder de schuld aan heksen geven omdat het beter ging met de economie en de godsdienstige strijd ging ook meer over.
Mensen begonnen zich af te vragen of de heksen werkelijk zo
gevaarlijk waren. Ze zouden veel macht van de duivel hebben
gekregen maar in werkelijkheid waren heksen over het algemeen
heel arme vrouwen. Heksenvervolging bestond voornamelijk uit
bangheid van de mensen, ze dachten dat ze echt konden toveren.
Maar tegenstanders beweerden dat ze nog nooit een geval hadden
gezien van echt hekserij. Er waren nog nooit heksen uit de
gevangenissen ontsnapt.

Het einde.

De heksenvervolgers kregen dus steeds minder bewijsmateriaal om te bewijzen dat de heksen werkelijk schuldig waren. Bovendien kostten de heksenvervolgingen heel veel geld, maar het leverde maar weinig op.
Er moesten dus nieuwe wetten worden ontworpen en hekserij werd weer beschouwd als de onzin uit een sprookje. Mensen gingen minder in zwarte en witte magie geloven omdat de wetenschap verklaringen had over het gedrag van de zogenaamde heksen, zo ontdekten ze dat heksen helemaal niet konden vliegen, maar ze zalfden zich in met een zalf waardoor ze droomden dat ze vlogen. In 1610 vonden in Nederland de laatste heksenterechtstellingen plaats, in Engeland was dat in 1684 en als laatste vond dit plaats in Polen. Eindelijk kwam er
dus een einde aan één van de meest verschrikkelijke vervolgingen
in de historie van de mensheid.

Hoofdvraag: Hoe kwam de heksenvervolging in Europa tot stand, en hoe eindigde deze periode?

De kerk zegt dat heksen ketters zijn, en iedereen die zegt dat ze dat niet zijn ook. Heksen zijn, volgens de kerk, aanhangers van de duivel. Zij hebben hulp nodig van de plaatselijke overheden om deze heksenjacht uit te voeren, en moeten daarom hun overhalen. Het gemeentelijke of landelijk bestuur kon om bijv. een opstand te voorkomen een heksenvervolging laten plaatsvinden zodat iedereen kon worden beschuldigd van hekserij, zo werden dus ook veel onschuldige veroordeeld.
Er waren gedeeltes van het volk die niet in heksen geloofden maar omdat zij dat niet durfden te zeggen (de straf daarvoor was de brandstapel) deden zij ook gewoon mee. En er waren gedeeltes van het volk, die weldegelijk bang waren voor heksen, maar vaak kwam dat doordat zij door schrijvers, de kerk of het bestuur bang werden gemaakt. Andere gedeeltes van het volk geloofden wel in duivelverering van heksen.
Het bestuur geloofde daar ook in.
Het bestuur kreeg in de gaten dat door die heksenprocessen, het volk de maatschappelijke ontevredenheid en agressie die er heerste afreageerde op die heksenprocessen, en niet op de elite. Vandaar dat ze heksenvervolging stevig aanpakten. Als een heks werd aangeklaagd, en de beschuldigde een heks was, wat door de rechtbank ‘bewezen’ was door foltering en heksenproeven, werd de heks geëxecuteerd. Meestal gebeurde dit op de brandstapel. In Duitsland kwamen heksenvervolgingen het meeste voor. Johannes Wier was een van de grootste tegenstanders van de heksenvervolging, ook door zijn opmerkingen vonden er in omgeving van Arnhem minder heksenvervolgingen plaats.
De heksenvervolging kwam tot zijn einde door verschillende factoren:
1. Door de ontwikkelingen in de wetenschap werden de mensen minder bijgelovig. Het geloof in heksen als aanhangers van de duivel werd minder.
2. De godsdienstoorlogen waren afgelopen. Elk land had nu zijn
eigen godsdienst. Daar veranderde weinig meer aan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

goed werkstuk ! genoeg informatie en goede hoofd en deelvragen

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Goed werkstuk! Ik heb er ook wat aan gehad voor mijn geschiedenis po. Bedankt!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Z.

Z.

ik vind het een helegoede werkstukecht ,creatief en supperleuk
!!! klasse gedaan

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast