ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

Wie is Mahatma Gandhi?

Karamchand was een functionaris. Zij 4e vrouw was Putliba.

Samen kregen zij een kind genaamd Mohandas Karamchand Gandhi, beter bekend als Mahatma Gandhi. Mahatma Gandhi is een ere naam die hij later in zijn leven gekregen heeft. Het betekent: “grote ziel.” Hij werd geboren op 02-10-1869 in Porbandar. Porbandar is een haven stad die aan de westkust van India ligt. Mahatma is een ere naam die hij later in zijn leven gekregen heeft. Het betekent: “grote ziel.”

India dat eerst een Britse kolonie was, was verdeeld in kasten. De familie Gandhi behoorde tot de Banias, een onderkaste van de Vaishyas, de kaste van de boeren en de kooplieden.



In India zijn vele soorten godsdiensten zoals: het hindoeïsme, het jodendom, het christendom, het jainisme, het sikhisme en het boeddhisme. Het merendeel van de bevolking (82%) was Hindoe. Zo ook de moeder van Mahatma. Ze was streng gelovig en dat heeft een grote indruk op Mahatma gemaakt. Zijn opvattingen heeft hij deels van zijn moeder.

Op 13-jarige leeftijd trouwt Mahatma Gandhi met Kasturba Makanji. Zijn ouders hebben Kasturba voor hem uitgekozen.



Hij gaat naar Engeland voor zijn rechtenstudie en komt daar in contact met de Vegetarian Society.

Daar wordt zijn vegetarisme een bewuste levenshouding. De gevolgen van deze levenshouding kun je in zijn hele leven waarnemen. Dat blijkt uit zijn keuze voor eenvoud en gemeenschap

De werken: “ Het koninkrijk Gods in u.” van Tolstoy, “Unto this last” van Ruskin en “Over burgerlijke ongehoorzaamheid” van Thoreau hebben zo’n indruk op hem gemaakt, dat het zijn manier van denken erg beïnvloed heeft. Omdat Gandhi in India geen carrière kon maken als advocaat ging hij voor een rijke Indiase zakenman in Zuid-Afrika werken. Zwarten en Indiërs werden in Zuid-Afrika erg gediscrimineerd. Gandhi accepteerde deze vernedering niet en werd leider van da Indiase gemeenschap van Zuid-Afrika. Hij vertelde de Indiërs dat ze zich beter moesten verzorgen, en dat ze het kastenstelsel af moesten schaffen, omdat dat alleen maar leidt tot verdeeldheid. Het verblijf in Afrika verscherpte zijn denken, Het zetten hem op de weg van waarheid, Geweldloosheid, en burgerlijke ongehoorzaamheid. Het leerde hem hoe je verzet moet organiseren, en de mensen te overtuigen hem in zijn mening te volgen.

Hij begon met het lezen van de Bhagavat Gita (de heilige Indiase geschriften) en de bijbel. Dat gaf hem de overtuiging dat de mens altijd het kwaad bestrijden moet. Dat doe je niet met geweld maar je vecht terug met liefde en waarheid. Je moet je niet onderwerpen aan onrecht en wreedheid.

Na 20 jaar verliet Mahatma Zuid-Afrika.

Gandhi maakt discriminatie zelf mee. In Zuid-Afrika mochten Indiërs geen grond bezitten, ze hadden geen stemrecht, ze moesten belasting betalen terwijl het gebied niet eens onder het Britse gezag viel en ze mochten ‘s Avonds na 9 uur het huis niet meer uit. Gandhi had een 1e klas treinkaartje maar werd de trein uit gegooid omdat een andere passagier niet met een Indiër in dezelfde coupé wilde zitten. Dat heeft bij Gandhi de ogen geopend.

Om zijn doel van gelijkheid en geweldloosheid en een hindoe-moslim-eenheid te bereiken ging hij vaak in hongersstaking, organiseerde hij gebedsbijeenkomsten en onderhandelt met de overheid. Wat ook heel belangrijk geweest is, zijn de geweldloze protesten zoals de heel bekende zoutmars die begon op 12 maart 1930 die 24 dagen duurde. In die 24 dagen legden Gandhi en veel aanhangers van hem een afstand van 322 km te voet af naar het kuststadje Dandi (naar zee) om hier water mee te nemen om daaruit een handjevol zout te winnen, uit protest tegen het Britse zoutmonopolie. Deze zoutmars heeft tot meer kleinere zoutmarsen (o.a. de bloedige satyagraha campagne) geleid. De demonstranten verzetten zich niet tegen de arrestaties en het geweld wat er tegen hen gebruikt werd. Patel, de leider van de Indian Legislative Assembly, zei hierop: “Alle hoop op verzoening tussen India en het Britse rijk is nu voor altijd vergaan.”



De moord op Mahatma Gandhi.



1. Een inleiding op de politieke situatie

Om de toestand in Pakistan en India een beetje te kunnen begrijpen, moet je eerst iets van de politiek weten. De politiek zorgde namelijk voor veel spanningen, tussen de verschillende partijen. Er zijn erg veel verschillende politieke bewegingen. Zo had je de Moslimliga, de Hindoe-nationalistische stroming, het fundamentalisme; onderverdeeld in het traditionalisme en reformisme, HMS en RSS.

Het Hindoe-nationalisme is een stroming van aanhangers die verantwoordelijk zijn op de moord op Mahatma Gandhi.

Bij het Fundamentalisme gaat het om een beweging van terugkeer naar de bron (die vaak terug gaat op religie), die vooral gericht is tegen de moderniserende stroming binnen de eigen gemeenschap.

De 1e stroming in het fundamentalisme is het traditionalisme. In het traditionalisme wil men het kastenstelsel behouden. Het is gebaseerd op de Shastra’s (een serie van heilige boeken), maar in de loop van de eeuwen is de inhoud daarvan aanzienlijk veranderd.

De 2e stroming in het fundamentalisme is het reformisme van de Araya Samaj. Het reformisme is tegen het kastenstelsel en is vrijer ten opzichte van de vrouw. Het reformisme is gebaseerd op de Verda’s (een serie van heilige boeken). Die boeken zijn origineel en er komt geen kastenverdeling in voor.

HMS (hindoe Mahasabha) staat voor een gemeenschappelijk platform voor alle Hindoes.

De RSS is een politieke beweging die politiek gezien niet belangrijk was en geen macht had.

De bewegingen waren vaak elkaars tegenhangers en hadden zo hun eigen ideeën en opvattingen. Dat is de reden dat het nog al eens botste. Elke partij wilde de macht en alles zo maken als zij wilde. Het is dus logisch dat er wrijving ontstond.



2. De ontevredenheid die leidde tot moord

Jaren lang heeft Mahatma Gandhi tegen de verdeling gestreden. Daar stond hij dan ook om bekend. Dat was de rede dat de mensen hem zo geweldig vonden en hem de eretitel Mahatma gaven.

Maar tegen zijn principes in deed Mahatma iets “ongewoons”. Hij legde zich bij de verdeeldheid neer. Hij streed er niet meer voor. Een van de voorwaarden om zijn vasten te onderbreken was dat alle moskeen waarin vluchtelingen verbleven ontruimd moesten worden en aan de Moslims overgedragen. Gandhi deed niks omdat hij wist dat als hij eisen zou stellen zijn vasten zijn dood zou worden en dat geen Moslim daarom om zou rouwen. Hij wist van tevoren dat mr. Jinnah zich niet liet beïnvloeden door het vasten en dat de Moslimliga geen belang hechtte aan de Gandhi’s innerlijke stem.

In Pakistan waren alle tempels van de Sikhs vernield. Het waren Slachthuizen en toiletten geworden.

De Hindoes en de Sikhs moesten van de plunderende moslims het land uit. Daarbij moesten ze al hun bezittingen achter laten. Het ontruimen ging met lomp geweld. Velen hadden familieleden verloren en de meest gruwelijke dingen gezien. Het dodenaantal werd toen geschat op 2 miljoen maar dat blijkt nu aan de hoge kant. Nu wordt het dodenaantal geschat op zo’n 600 000 doden. Bijna de hele niet-moslimse bevolking van West Pakistan is geliquideerd.

Een hindoe organisatie richtte kampen op om de slachtoffers op te vangen.

In Sindh en west Panjab hadden ze erop gerekend dat Gandhi hen zou steunen zodat ze niet uit hun eigen woonplaats verdreven zouden worden. Zij hoorden nu zelfs dat Gandhi ervoor pleitte hen terug te sturen naar Pakistan. Ook maakte hij plannen om zelf naar Pakistan te gaan om de Mohajirs uit te nodigen terug naar India te komen. Gandhi belooft Pakistan ook geld uit de schatkist van Brits India. Dat werd de meeste mensen toch echt te gek. Je gaat een land waarmee je in oorlog bent geen geld geven, ook al hebben ze daar heel misschien wel recht op.

Door al deze ellende haatten de Hindoes en de Sikhs de moslims. Er is ook een Niet Moslim die zij haatten. Het is een Hindoe, genaamd: Mahatma Gandhi. In hun ogen heeft Gandhi hen verraden. Hij heeft zich deze keer namelijk niet verzet tegen de verdeeldheid. Alle mensen hadden de hoop op Gandhi gevestigd. Ze waren ervan overtuigd dat hij hen wel zou helpen, maar dat was tevergeefs. Hij had hun vertrouwen beschaamd.

De moordenaar van Gandhi had sterk het gevoel dat Gandhi geen natuurlijke dood verdiende. De wereld moest weten dat Gandhi met zijn leven moest betalen voor het onrechtvaardige en het vaderlandvijandige waar hij in toegestemd had.

Op 25 juni 1934 was de 1e bomaanslag op Gandhi gepleegd. Hij had het overleefd. Men nam aan dat het om een orthodoxe Brahmaan ging.



3. De daders

De moordenaar van Mahatma Gandhi is Nathuram Vinayak Godse. Hij is een Brahmaan. Hij was vrijgezel, geheelonthouder en trouw aan de zeden van de Brahmaanse kaste. Toen hij 19 was speelde hij een actieve rol in de militante vleugel van de onafhankelijkheidsbeweging. Godse was de hoofdredacteur van het Marathi dagblad Hindu Rashtra in Pune.

Narayan Dattatraya Apte is de manager van het Marathi dagblad Hindu Rashtra in Pune, hij is ook een brahmaan. Hij had een vrouw en een kind en een zwangere maîtresse toen hij Godse hielp bij het plannen van de moord. Hij was de enige echte medeplichtige aan de moord op Mahatma Gandhi. Net zo als alle Hindoes waren ook zij teleurgesteld in Gandhi. Godse had dan ook kritiek op Gandhi. Zo heeft Gandhi volgens hem de nationale beweging voor zelfbestuur verzwakt en haar van haar doel afgeleid. Dat kwam omdat Gandhi te veel belang hechte aan de “hindoe-moslimeenheid”. Het was Gandhi in Afrika namelijk wel gelukt om een “hindoe-moslimeenheid” te creëren om te strijden tegen de discriminatie en voor gelijkheid, maar in India strijden ze om afhankelijkheid en zelfbestuur. Dat is een erg groot verschil. Volgens Godse moest het in India dan ook wel mislukken, omdat er in India veel meer op het spel stond. India is een land met heel veel verschillende volken. Zo gauw je onafhankelijkheid hebt bereikt en geen Britse kolonie meer bent, dan gaan de verschillende groeperingen en godsdiensten binnen het rijk strijden om hun eigen gemeenschap. Zo krijg je burgeroorlogen. India heeft ook een te geladen geschiedenis voor een “hindoe-moslimeenheid”. Godse was het dus niet met Gandhi’s ideeën eens, en wilde daar een eind aan maken. Volgens Godse was Gandhi te veel voor de Moslims. Dat kon niet want Gandhi was zelf een Hindoe, en de Moslims hadden de Hindoes en de Sikhs zo veel verschrikkelijke dingen aan gedaan. (Zoals: het uitmoorden van de Sikhs en de Hindoes in West Panjab en Sindh) Hij haatte Gandhi zo dat hij besloot Gandhi te vermoorden. De wereld moest weten dat Gandhi met zijn leven moest betalen voor het onrechtvaardige en het vaderlandvijandige waar hij in toegestemd had.



4. De aanslag

Godse wilde de aanslag op 30 januari 1948 in zijn eentje plegen want bij een eerdere aanslag waren meerdere mensen betrokken waardoor de aanslag mislukt was. De eerdere aanslag vond plaats op 20 januari 1948. Madan Lal Pahwa is een jonge Pakistaanse vluchteling die een bom boven Birla Huis liet ontploffen. Die bom was bedoeld als signaal voor Godse en zijn aanhangers om de gebedshal van Gandhi binnen te vallen en hem dan neer te schieten. De wapenhandelaar Digamber Badge zou als eerste de gebedshal binnen vallen. Hij werd alleen zo bang dat hij wegvluchtte. De rest vluchtte ook en Pahwa werd opgepakt en gearresteerd. Pahwa vertelde de politie genoeg om de andere aanslagplegers op te sporen.

Er waren ook belastende getuigenissen van Dr. J.C. Jain, professor Hindi en Pahwa’s ex-werkgever. Zij hadden toevallig gesprekken opgevangen over de moordplannen. Op 21 januari 1948 had Pahwa aan de toenmalige minister van Binnenlandse zake (Morarji Desai) de identiteit van enkele samenzweerders bekend gemaakt. Met al deze informatie had de latere aanslag die leidde tot de dood van Gandhi voorkomen kunnen worden. Maar daarvoor handelde de politie te traag.

De daders hadden zo veel sporen achter gelaten dat ze wisten dat ze snel moesten handelen om de politie voor te zijn. Op 30 januari 1948 vond de bewuste aanslag dan ook plaats.

De politie arresteerde Natuhram Vinayak Godse, Narayan Dattatraya Apte, Vinayak Damodar Savarkar, Gopal Godse, vishnu Karkare, Shankar Kistaiyya, Digamber Badge, Sadashiv Parchure.

Het proces vond plaats in het Rode Fort in Delhi. Nathuram Godse en Narayan Apte werden ter dood veroordeeld. Op 15 november 1949 werden ze opgehangen in Central Gaol, in Ambala. Hun as werd in het geheim uitgestrooid.

Savarkar werd vrijgesproken en de rest kreeg een gevangenisstraf.

Godse ontkende zijn schuld niet maar ontkende wel de schuld van de anderen om die vrij proberen te krijgen.



5. Wat had dat voor gevolgen op de politiek

De moord op Gandhi had verschillende gevolgen voor de politiek. De directe gevolgen op de politiek worden hieronder opgesomd.

1. De godsdienstrellen in India stopten meteen. Die rellen waren ontstaan tijdens het laatste vasten van Gandhi, die tot een grote ontevredenheid van de burgers leidde, omdat Gandhi niet deed wat ze van hem verwachtte.

2. De politieke partij: “Hindoe mahasabha” was uitgeschakeld. Net nu het politiek goed met ze ging.

3. De RSS (nationale vrijwilligersunie) werd voor 1 jaar buiten de wet gesteld, en haar activisten leider werden gevangen gezet.

4. Het apparaat van het congres voelde zich bevrijd van de laatste gewetensbezwaren om een beleid te voeren dat in bijna alle opzichten tegen Gandhi’s gedachtegangen ingingen.



Gandhi’s zelfbestuur voor India bestond uit:

(a) India is één Natie

(b) Het Britse rechts- en bestuurssysteem wordt vervangen door inheemse tegenhangers. (India krijgt de macht terug.)

(c) De Engelse taal wordt vervangen door het Hindi en andere inheemse talen.

(d) De Westers consumptie cultuur wordt vervangen door de Indiase, op geweldloosheid gebaseerde cultuur.

(e) Decentralisatie tot het dorpsniveau en herleving van het bestuur door dorpsraden.

(f) Herwaardering voor de dorpen in plaats van verstedelijking. Promotie van huisnijverheid in plaats van industrialisatie.

Gandhi geweldloze verzet heeft India op 15-08-1947 de onafhankelijkheid gebracht. Het was alleen niet helemaal zo als Gandhi wilde. India en Pakistan waren van elkaar gescheiden en er waren veel oorlogen tussen de Hindoes en de Moslims. De weg die India na de dood van Gandhi is gegaan, laat zien dat zijn denkbeelden niet op een directe wijze succesvol zijn geweest. Indirect is Gandhi’s invloed wel groot. De theorie en de praktijk van geweldloze weerbaarheid heeft het westen beïnvloed.



6. Hoe reageerde de mensen op de dood van de Mahatma

De moord op Gandhi was een schokkende gebeurtenis voor de mensen. Ze waren dan wel kwaad op Gandhi, omdat hij hen teleurgesteld had, maar moord gunde ze hem niet. De belangstelling voor de begrafenis van hun held was dan ook erg groot.

Wij vinden dat Gandhi een heel bijzondere man is geweest in de 20e eeuw. Hij heeft toch heel veel mensen aan het denken gezet met zijn geweldloze protesten en hongerstakingen over de gelijkheid tussen mensen. We vinden het heel bijzonder dat hij zich inzet voor de mensheid met gevaar voor eigen leven. De geweldloze protesten zijn een heel goede vorm van protest. De Britten gingen daartegen geweld gebruiken en de demonstranten verzetten zich hier niet tegen. Op die manier gingen de Britten er heel bruut en woest uitzien en lag de schuld bij hen.

We zijn het wel eens met een groot deel van zijn opvattingen, maar toch niet met allemaal. We vinden dat er gelijkheid moet zijn tussen alle mensen. We vinden dar er geen geweld moet zijn. Maar we vinden wel dat iemand die geweld pleegt ook gestraft moet worden. En dat is tegen Gandhi’s principes in. Zo zei hij over de dader van een mislukte bomaanslag op hem: “Ik wens ieder die kwaad heeft gedaan alle goeds.” We vinden dat hij hier toch iets te aardig is over het feit dat iemand hem heeft proberen te vermoorden om zijn ideeën. Want hij is tegen geweld en wij vinden dat mensen die geweld plegen er ook gestraft voor moeten worden.

We vonden dat de hongerstakingen die hij heeft gedaan toch niet echt veel nut hadden. Er waren veel mensen die toch iets tegen Gandhi hadden. Moslims waren zo ongeveer in oorlog met de Hindoes en hen maakte het toch niet zoveel uit als hij doodging en de Hindoes vonden dat hij te veel voor de moslims opkwam en dus dat Gandhi geen echte Hindoe was. Hen maakte het dus ook niet veel uit of Gandhi eraan dood zal gaan. Daarbij komt nog een derde groep: de Britten. Door Gandhi is er veel opstand in het land gekomen en dus was Gandhi een soort bedreiging voor de Britten. Hij zou India wel eens af kunnen pakken van de Britten. Dat heeft Gandhi dus uiteindelijk ook voor elkaar gekregen. Op 15 augustus 1947 werd India onafhankelijk. Maar het enige was nu nog dat er gelijkheid moest ontstaan tussen alle mensen in India.



We hebben enkele uitspraken van Gandhi waar wij onze mening over geven:

“Voor de geweldloze mens is de hele wereld één familie. Daardoor zal hij niemand vrezen, noch zullen anderen hem vrezen.” Deze uitspraak is natuurlijk wel mooi gezegd en we vinden dat dit ook zo moet zijn, maar volgens ons is dit gewoon niet te verwezenlijken. Er zitten namelijk nog veel te veel mensen met geweld in deze wereld. En die bekeren niet zomaar.

“De simpelste dingen hebben soms de eigenaardigheid zich als de moeilijkste aan ons voor te doen. Als onze harten geopend waren, zouden we geen moeilijkheden kennen.” Als iedereen zijn harten opent en heel eerlijk is over iedereen, worden er te veel mensen gekwetst, waardoor haatgevoelens naar boven kunnen komen. We denken dat de simpelste niet zo simpel zijn als Gandhi zich voorstelt.

“Geweldloosheid is een kwestie van het hart. Het is niet iets wat ons ten deel valt door enigerlei intellectuele prestatie. Iedereen gelooft in God, ofschoon niet iedereen dat weet. Immers, iedereen gelooft in zichzelf dat tot de nde macht verheven is God.” We zijn het hier heel erg mee eens, omdat je zelf achter geweldloosheid moet staan. Iedereen gelooft in zichzelf en voor zichzelf moet bepalen wat het begrip “God” voor hen betekent. Dat is een kwestie van het hart.

“Wij moeten zorgen dat waarheid en geweldloosheid niet louter door het individu in praktijk worden gebracht, maar door groepen, gemeenschappen en volkeren. Dat is in elk geval mijn droom. Ik zal leven en sterven in mijn pogingen om die te verwezenlijken. Mijn geloof helpt me om elke dag nieuwe waarheden te ontdekken." We vinden dat je aan deze woorden van Gandhi pas echt kan zien wat voor bijzondere man hij is geweest. We zijn het dan ook heel erg eens met deze uitspraak. Men kan in zijn uppie dit niet bereiken en daar moeten meerdere mensen aan helpen. Natuurlijk moet er een iemand zijn die hier als eerste echt voor opkomt, zoals Gandhi. Er zijn weinig mensen die dit echt zullen proberen. En dat maakt hem zo speciaal.

Deze uitspraken hebben wij uit de boeken Gandhi van Eknath Easwaran en Mahatma Gandhi van Louis Fischer gehaald.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

In dit document staat dat Gandhi is getrouwt met Kasturba Makanji.
In andere documenten is dit Kasturba Makharji.

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast