De rol van de huisvrouw door de jaren heen

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas vwo | 3705 woorden
  • 12 juni 2001
  • 67 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 67 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding
Dit is mijn verslag van de praktische opdracht voor geschiedenis. Ik ga u in mijn verslag vertellen hoe de huisvrouw door de jaren heen is veranderd, in hoeverre haar taken zijn veranderd, wat de vrouw nu voor een rol speelt in de huidige samenleving en hoe deze afwijkt van vroeger. Kortom: "Hoe heeft de definitie van het begrip 'huisvrouw' zich in Nederland vanaf de 18e eeuw ontwikkeld en wat verstaan we er nu onder?
Ik heb mijn verslag in 4 delen verdeeld:

Eind 19e eeuw- 1920
1921- 1950
1951- 1970
1971- heden
Om de vraag te beantwoorden heb ik veel informatie opgezocht, uit het werkboek en basisboek van geschiedenis, maar ook uit informatieboeken uit bibliotheken en ook heb ik veel op internet gekeken om de nodige informatie te verkrijgen.
Al met al was het een leuke opdracht, ik heb er veel van geleerd, met name door echt in het onderwerp te duiken. Ik vond het vooral leuk om informatie te verschaffen al was het wel veel werk!
Ik begin mijn werkstuk met het vermelden van de verschillende bronnen. Hierop aansluitend heb ik mijn betoog geschreven.

Eind 19e eeuw-1920
Bron 1, 3 + 13
Op deze bronnen is te zien dat de vrouw voor het huishouden zorgde, ze waste, naaide, kookte en voedde de kinderen op.
Bron 14 + 15 + 16
De vrouw had naast het huishouden een drukke baan. Door de armoede moest ze geld in het laadje brengen voor het gezin. De man deed in deze tijd vaak niets. Hij zat meestal thuis bij de kinderen als de vrouw werkte. De vrouw was dus de grootste inkomensbron. Als ze werkte zorgde een andere rouw of buurvrouw vaak voor de kinderen , soms tegen vergoeding. Het kwam echter ook wel eens voor dat ook de kinderen noodgedwongen moesten werken. Ook werd van haar verwacht dat ze haar rantsoen aan licht en warmte op een zo voordelig mogelijke manier benutte, dit vooral in tijden van schaarste en rantsoen. Ze was dus voor een heel groot gedeelte verantwoordelijk voor haar gezin. Ze moest ervoor zorgen dat er geld binnenkwam mar ook dat er zo voordelig mogelijk mee om werd gegaan.
In de rijke gezinnen, zie bron (4 +6) konden vrouwen zich volledig op het huishouden en moederschap storten. Ze hoefde niet buitenshuis te werken omdat het in deze familie niet nodig was dat ze zich uit de naad werkte voor geld. De status van de burgerman werd toen gesymboliseerd door het feit dat hij in zijn eentje genoeg verdiende om het hele gezin te onderhouden. In deze gezinnen had de vrouw dus een veel grotere verzorgende rol. Op deze manier kon ze veel meer tijd doorbrengen met de kinderen dan een vrouw uit de arbeidersklasse. In bron 4 is ook te zien hoe aangeslagen men is door het (waarschijnlijke) overlijden van de vrouw. In deze gezinnen was de vrouw van groot belang.
Nog net voor 1920 was er sprake van een eerste emancipatiegolf. Veel burgervrouwen waren het thuiszitten beu en gingen zich op liefdadigheidswerk storten. Dit bracht hen in contact met de ellende van de arbeidsvrouwen. Hierdoor realiseerden ze zich, dat hun mannen vonden dat hun vrouwen thuis moesten blijven, terwijl ze wel vrouwen en kinderen uit de arbeidersklasse voor een hongerloon lieten werken. Ze gingen zich inspannen om hier verandering in te krijgen en eisten kiesrecht. In 1919 kreeg de vrouw inderdaad kiesrecht.
In Bron 6 zijn de anticonceptiemiddelen te zien die in die tijd geintroduceerd werden. Meestal werden deze echter alleen gebruikt door de welgestelde gezinnen, mede doordat ze er geld voor hadden, maar ook omdat in deze gezinnen de vrouw laat staan de kinderen buitenshuis hoefde te werken voor geld. Hierdoor was het nemen van kinderen ook niet echt gunstig, het had niet zoveel voordeel.. Ze kostten eerder geld. Door deze anticonceptiemiddelen kon het geboorteaantal beperkt worden.
Bron 7: De vrouw had in deze tijd toch een ondergeschikte rol, onlangs dat ze zoveel voor het gezin deed. De vrouw, had zogezegt, een andere rol dan de man. Zij was het die voor het gezin zorgde, terwijl hij de vertegenwoordiger was, hij nam de beslissingen voor het gezin.
1921-1950
Bron 19 +21
In deze tijd werkte nog maar 2% van de gehuwde vrouwen buitenshuis. Dit deden ze dan omdat ze het wilde. In Bron 19 is heel duidelijk te lezen dat men het niet echt op prijs stelde als de vrouw buitenshuis werkte. Een vrouw hoorde thuis, ze schoot te kort als moeder en huisvrouw als ze buitenshuis werkte. Op deze bron lees je dat er vrouwen ontslagen worden alleen omdat ze "vrouw" zijn, ze hebben nog weinig in te brengen. De vrouwen mochten niet zelf beslissen welke taak, de huisvrouw of werkende vrouw, ze wilde vervullen. Er komt in deze tijd echter wel wat verzet tegen dit onrechtvaardig handelen. Dit dmv protest.
Ook in de arbeidersklasse wilde nu ook de arbeider dat zijn vrouw en kinderen niet buitenshuis hoefde te werken.
Bron 7 + 8
In deze bronnen is te lezen dat rond het jaar 1930 voor veel huishoudelijk werk technische "werkbespaarders" de markt kwamen. De huisvrouw moest zich in al deze apparaten gaan verdiepen om het goede en efficiëntste hulpmiddel te kopen zodat het haar waar voor haar geld gaf, door besparing van geld, tijd of brandstof. Door deze machines die veel hulp uit handen namen was er ook meer tijd over om met de kinderen door te brengen.
Bron 20
Tijdens de oorlog heerste er in 1944-1945 de hongerwinter in Nederland. Mensen werden verzocht kleding, geld of eten te geven. De meeste vrouwen moesten dit echter wel met de man bespreken, ze kon nog niet zelf beslissen.
Bron 9: De vrouw zorgde voor het eten, deed boodschappen en kookte voor haar gezin. Haar eten en verzorging werden wel gewaardeerd. Het gezin was blij als ze had gekookt.
1951-1970
Bron 10:
Door de stijgende economie kon het gezin ook geld uitgeven aan nieuwe huishoudelijke technische snufjes. Door het organiseren van de huishoudbeurs konden vrouwen zich laten informeren over nieuwe apparaten en konden ze deze ook direct kopen. Dit was natuurlijk ook weer goed voor de economie, er werd geconsumeerd.
Bron 12 + 23:
Men ging zich realiseren dat de vrouw , ook in de arbeidersgezinnen, heel belangrijk was. Ze zorgde voor een wereld zonder zorgen, zorgde voor nageslacht. Men realiseerde zich dat zij eigenlijk de drijvende kracht was achter het gezin en dat zij toch wel werk aan het huishouden had. (zie bron 12)
Bron 11 + 27:
Er wordt steeds meer kritiek gegeven op het feit dat vrouwen worden ontslagen bij zwangerschap of wanneer zij trouwt. Men waarschuwt vrouwen het contract eerst goed te bekijken alvorens te teken, zodat ze tijdig van het werk af kunnen zien bij voorkoming van dergelijke discriminerende passages. Anders kan het zo zijn dat zodra ze trouwen of kinderen krijgen ze zonder pardon ontslagen worden. Steeds meer mensen vinden het helemaal niet raar meer dat de vrouw buitenshuis werkt. Men wil ze een zo goed mogelijke baan geven dmv tips.
Bron 24:
De man ging zelf ook wat meer aan het huishouden doen. Gaat thuis "in dienst werken" voor zijn vrouw. Nu zij vaak beide weer buitenshuis werken doen zij ook beide wat aan het huis met oog op de schoonmaak.
Bron 26 + 25 :
De vrouw pleitte voor het gratis verschaffen van de pil, dit vooral voor de uitstel van zwangerschap. Door het vershaffen van de pil door het ziekenfonds konden bovendien meer mensen, ook de minderbedeelde eraan komen .bovendien kon de vrouw nu langer buitenshuis werken, hoefde ze niet al tijd vrij te maken voor de kinderen.
In de jaren '80 wilde de vrouw ook graag gaan leren en studeren. Niet alleen de man ging meer naar school. De vrouw wilde niet allen de rol als opvoeder en huishoudster maar ze wilde nu ook een geleerde vrouw worden die net als de man goede banen kon krijgen.
Bron 11:
Pas in 1956 kreeg de vrouw het recht om ook zelf papieren te mogen tekenen, ze werd handelingsbekwaam. Hiervoor was het de man geweest die deze taak op zich nam. De man vertegenwoordigde het gezin.
1971- heden
Bron 1 :
Joke Smit was een vrouw die streefde voor het feminisme. Ze wilde dat mensen, met name vrouwen het recht kregen hun eigen levensvorm te kiezen. Dat vrouwen zelf konden bepalen wat ze wilden op grond van persoonlijke capaciteiten en (seksuele) voorkeur, zelf zeggenschap zouden hebben over wat er met hun lijf en leven gebeurt, en niet veroordeeld zouden zijn tot uitsluitend moederlijke of daaraan gekoppelde bezigheden. Een samenleving waarin alle maatschappelijke taken en posities, binnen-en buitenshuis, betaald en onbetaald, in gelijke mate zouden zijn verdeeld over beide seksen, met een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen op al die plaatsen waar de beslissingen worden genomen. Een zelfstandig bestaan: financieel, verzorgend en emotioneel- wat uiteraard niet inhield dat je in je eentje zou moeten leven. Uitgangspunt was de mens als individu, niet de ene mens als de vooronderstelde "natuurlijke helft" van de ander.
Bron 2:
In de jaren '90 wilde veel vrouwen dat de "abortuswet" door de 2e kamer werd ingesteld. De 2e kamer was het hier echter eerst niet mee eens, hierdoor ontstonden veel demonstratiestoeten. Veel vrouwenorganisaties reageerden hier namelijk heel verontwaardigd op; men nam de vrouw niet serieus! Veel vrouwen wouden dat de wet werd ingesteld zodat als ze ongewenst zwanger waren ze abortus konden plegen en niet direct op jonge leeftijd aan het huis vast gekluisterd zouden zitten, eigenlijk tegen hun zin, ze wilden graag zelf bepalen, wanneer zij vonden dat ze klaar waren voor kinderen. De kerk was het hier echter helemaal niet mee eens, volgens hen voldeed de wet niet aan de eisen die respect voor het ongeboren leven stelde. Uiteindelijk werd de wet echter wel ingesteld met maar 1 stem in de meerderheid, het was op het randje!
Bron 3 + 4:
'79. Veel vrouwen worden door hun mannen mishandeld en verkracht, dit komt omdat veel mannendoor middel van geweld hun macht tonen. Verkrachting is ook een manier om de ander te vernederen en te overheersen Een man beschouwd zijn vrouw of vriendin vaak als zijn bezit. Vaak ziet de politie de ernst van de situatie niet in. In 1974 besloten 6 vrouwen iets tegen de mishandelingen te doen en richtte "het blijf van mijn lijf opvanghuis "op, sindsdien zijn er ook in 10 andere plaatsen opvanghuizen geplaatst.
Men zegt vaak dat het huwelijk en gezin de ideale samenlevingsvorm is, maar toch is het het gezin waar de meeste klappen vallen.
Bron 5 + 6+7
De vrouw deed in die tijd verreweg nog steeds het meeste aan het huishouden, in Bron 5 is dit heel duidelijk te zien aan het aantal uren wat beiden seksen aan het huishouden doet. De vrouw besteedt ruim 6 keer zoveel tijd aan het huishouden, 4 keer zoveel aan de kinderen en 2 keer zoveel aan boodschappen doen. De vrouw doet bovendien heel veel verschillend huishoudelijke klusjes in huis. In bron 7 is te zien dat er verder nog niet veel zorgende vaders zijn.
Bron 9
Tegenwoordig krijgen steeds meer vrouwen leidinggevende functies, maar nog steeds wordt dit niet erg gewaardeerd door mannen.
Verslag
Periode 1: eind 19e eeuw- 1920
In deze periode had de vrouw het zwaar te verduren. Met name de vrouwen uit de arbeiders gezinnen moesten vaak heel hard werken. Door de armoede werkten deze vrouwen vaak buitenshuis, waarnaast zij ook het huishouden moesten doen. De man daarentegen zat vaak thuis bij de kinderen soms werkte hij wel wat maar verdiende dan niet genoeg om het hele gezin te onderhouden. De man deed echter helemaal niets aan het huishouden, vaak gaf een buurvrouw of oppas de kinderen daarom wat te eten als de vrouw werkte. De vrouw had in deze periode dus vaak 2 banen, de huisvrouw en de arbeidster. Ze moest heel vroeg opstaan om alles op tijd klaar te krijgen voordat ze naar haar werk moest, de kinderen uit bed, eten maken en 's avonds weer laat naar bed omdat er vaak nog gewassen moest worden. De vrouwen hadden een heel vermoeiend leven. Ook moest ze goed met de centen om weten te gaan , ze moest het geld zo voordelig mogelijk aan haar rantsoen uitgeven. Ze was dus voor een heel groot gedeelte verantwoordelijk voor het gezin, zij zorgde erevoor dat er geld binnenkwam om van te leven en ze moest ook zorgen dat dit weer niet te snel de deur uit vloog.
In de rijke gezinnen was de rol van de vrouw echter weer net iets anders. Ze moest nog wel veel voor haar gezin doen maar deze vrouwen konden zich volledig op het moederschap en huishouden storten. Vaak werden zij echter nog geholpen door een werkster. Hierdoor was hun leven een stuk minder zwaar en had zij, neem ik aan, een veel hechtere band met haar kinderen , omdat ze veel meer aanwezig was dan een vrouw uit de arbeiders klasse.
In deze periode werden ook nieuwe anticonceptiemiddelen geïntroduceerd, zoals het pessarium. Deze middelen werden echter meestal alleen door de welgestelden gebruikt omdat zij er in eerste instantie geld voor hadden maar ook omdat deze gezinnen niet zoveel kinderen nodig hadden. In de arme gezinnen was het soms nog wel een gunstig als je veel kinderen had. Deze konden immers voor je werken. In de rijke gezinnen hoefde dit niet dus was het ook niet in hun voordeel veel kinderen te krijgen, ze kosten allee maar geld.
De vrouw had in deze tijd een ondergeschikte rol, ze mocht niets zelf beslissen , haar man vertegenwoordigde zijn gezin, zij zorgde voor het gezin.
Nog net voor 1920, was er sprake van de eerst emancipatiegolf. Deze werd vooral geleid door vrouwen uit de rijkere gezinnen. Ze wilden dat er kiesrecht kwam voor de vrouw en dat ze gelijke kansen kregen als de man. Zij ontdekten dat zij op het gebied van onderwijs, politieke rechten en rechtspositie een grote achterstand hadden en dat de dubbele seksuele moraal in hun nadeel werkte. Als de vrouwen dit goed wilde aanpakken moesten ook zij aanspraak krijgen in de politiek. De vrouwen vonden dat ook zij algemeen stemrecht moesten krijgen, hierdoor ontstond de kiesrechtstrijd.
Tegenstanders van de kiesrechtstrijd zeiden dat de vrouw door haar aard (emotioneel en zwak) niet in staat was een objectief oordeel te vellen. Volgens hen waren mannen prima in staat om ook voor de vrouw te beslissen, de vrouw hoefde helemaal niet te stemmen omdat de man haar immers vertegenwoordigde. In 1919 kreeg de vrouw echter wel kiesrecht. Toch bleef er veel bij het oude, het traditioneel gezinspatroon bleef de maatschappelijke taken nog steeds bij de man neerleggen. De vrouw bleef de verzorgende taken binnenshuis houden
Periode 2: 1921- 1950
In deze periode werkte nog maar 2% van de gehuwde vrouwen buitenshuis. Ook in de arbeidersklasse wilde nu ook de arbeider dat zijn vrouw en kinderen niet meer hoefde te werken. Het werd zelfs helemaal niet meer op prijs gesteld als ze toch ging werken! Een vrouw hoorde thuis, ze schoot te kort als moeder en huisvrouw als ze buitenshuis werkte. Er werden zelfs vrouwen ontslagen alleen omdat ze" vrouwen" waren. Ze hadden nog niets in te brengen, mochten nog niet zelf beslissen welke taak ze wilden vervullen; de huisvrouw of werkende vrouw.
Toen de oorlog aanbrak bewezen de huisvrouwen echter wel dat zij het staatsburgerschap waard waren. Als de mannen aan het front vochten deden zij het werk en hielden de maatschappij draaiende. Toch bleef men bij de gedachte dat de vrouw geschikt was voor het huishouden en het opvoeden van de kinderen.
Door de groeiende welvaart kwamen er in deze periode ook veel "werkbesparende" apparaten op de markt. Dit was wel een grote verandering met vroeger omdat deze apparaten veel werk uit handen namen. De vrouwen moesten zich echter wel goed laten informeren wel apparaat het efficiëntst was, wat het meeste waar voor hun geld zou geven in de vorm van besparing van geld, tijd of brandstof.
Periode 3: 1951- 1970
Men ging zich steeds meer realiseren hoe belangrijk de vrouw eigenlijk was in het gezin. Ze zorgden voor een wereld zonder zorgen en ze zorgde voor nageslacht. Men realiseerde zich dat zij eigenlijk de drijvende kracht was achter het gezin en dat ze toch best veel werk had aan het huishouden.
Vrouwen waren nog altijd handelingsonbekwaam. Dit door de "code Napoleon" die in 1804 wad ingevoerd. In 1956 werd de handelingonbekwaamheid van de vrouw echter afgeschaft. Er werden allerlei folders uitgegeven wat de gevolgen zouden zijn van het afschaffen.
In de periodes hiervoor kwam het vaak voor dat wanneer vrouwen trouwden of zwanger raakten zonder pardon ontslagen werden. In deze periode kwam hier echter steeds meer kritiek op. Men waarschuwde de vrouwen het contract eerst goed te lezen alvorens te tekenen, zodat ze tijdig van het werk af konden zien bij voorkoming van dergelijke discriminerende passages.
In de jaren '60 kwam de tweede feministische golf. Joke Smit publiceerde in 1967 in De Gids "Het onbehagen bij de vrouw". Ze maakt in dit artikel duidelijk dat dankzij "de pil" begin jaren 60 de gezinnen kleiner werden, en daarmee werd de periode dat kinderen directe verzorging nodig hadden korter. Hierdoor veranderde het huisvrouwenbestaan, kreeg het een ander perspectief. Moederschap bleek in de praktijk niet alleen zaligmakend, thuiszitten achter het aanrecht maakte de wereld erg klein. Veel vrouwen begonnen zich maatschappelijk nutteloos te voelen, ze wilden iets voor zichzelf. Hierdoor zat iedere huisvrouw zich achter haar eigen deur schuldig te voelen: ze zou gelukkig moeten zijn, maar dat was ze niet. Toen het artikel van Joke uitkwam was de lawine van reacties van vrouwen aanleiding om samen met Hedy d'Ancona en Wim Adema de actiegroep Man, Vrouw, Maatschappij (mvm) op te richten. De publieke reactie hierop was dat het ging om een stelletje getrouwde dames die er 'een leuk baantje' bij wilden hebben: een luxe probleem dus.
In 1970 verschijnt de actiegroep Dolle Mina op straat met aandachttrekkende ludieke acties. In 1973 richtte de MVM het feministische maandblad OPZIJ op. Vrouwen wilden nu volledige gelijkheid. Ze wilden niet alleen huisvrouw en moeder zijn, ze wilden ook een leuke baan en daarvoor hetzelfde salaris verdienen als mannen. Dit gaat echter nog veel verder in de '70 er jaren.
In 1961 doet de anticonceptiepil haar intrede, veel vrouwen gingen de straat op om dat ze pleitte voor het verschaffen van de pil door het ziekenfonds. De pil was ideaal omdat de vrouw met de pil haar zwangerschap kon uitstellen zolang als ze wilde, zo hoefde ze op jonge leeftijd nog geen tijd vrij te maken voor de kinderen. Men kon zelf beslissen wanneer ze kinderen wilden.
Periode 4: 1971- heden
In de 70er jaren staat de abortus- wetgeving centraal. Veel vrouwen wilden dat deze wet werd ingesteld. Wanneer ze ongewenst zwanger raakten zouden ze abortus kunnen plegen zodat ze nog niet op jonge leeftijd aan huis gekluisterd zouden zitten, eigenlijk tegen hun, ze wilden zelf kunnen beslissen wanneer ze klaar waren voor kinderen. Dit kwam eigenlijk ook in overeenstemming met de rede waarom de vrouwen graag wilden dat het ziekenfonds de anticonceptiepil ging verschaffen. Er was alleen veel meer kritiek tegen abortus. Ten eerst was het de 2e kamer het er niet mee eens en werd dit wetsvoorstel vervolgens afgewezen. Dit bracht weer veel demonstratie met zich mee. Veel vrouwenorganisaties waren heel verontwaardigd: "men nam de vrouw niet serieus!" Met de door Dolle Mina gelanceerde leus : 'Baas in eigen buik' werd er veel opschudding veroorzaakt. De kerk was het helemaal niet eens met de abortus- wetgeving, volgens hen voldeed de wet niet aan de eisen die respect voor het ongeboren leven stelde. Uiteindelijk werd de wet echter wel ingesteld met maar 1 stem in de meerderheid, het was op het randje!
In de vorige periode maar voornamelijk in de periode 1971- heden speelde Joke Smit een belangrijke rol op het gebied van het feminisme. Ze probeerde in haar strijd medestanders te vinden voor "de zaak": het aantonen van een diepgewortelde, structurele discriminatie van vrouwen en het besteen van seksevooroordelen op alle gebieden in de samenleving
, en haar ijver een einde te maken aan seksediscriminatie. Ze zei dat het tot nu toe zo was geweest dat mannen de kost verdienden, echtgenotes deze vervolgens bereidden en de opvang regelden. Zijn carriere en interesse lagen buitenshuis, de hare binnen 4 muren. De sociale status en identiteit van de man werden bepaald door zijn betaalde baan. De status van de vrouw bestond volgens haar uit 2 delen: het feit dat ze getrouwd en het moederschap had bereikt, en de maatschappelijke positie van haar kostwinnaar. Zij werd consequent behandeld als een aanhangsel van: zij was echtgenote van mr ter Hoek, moeder van April, dochter van mr Steen. Zelf was ze niemand In 1979 verzette Joke Smit zich fel tegen een soort "nieuwe vrouwelijkheid" die meende dat het feminisme voorschrijft dat vrouwen en een relatie en kinderen en een betaalde baan moesten hebben en deze drie met succes dienden te combineren. Joke vond dat als er een nieuwe norm moest komen dan de 5-urige werkdag moest worden ingevoerd, maar dan voor iedereen!. Joke benadrukte dat een geëmancipeerde vrouw zich niets liet opdringen.
Veel vrouwen werden en worden nog steeds door mannen mishandeld en verkracht.
Dit komt omdat veel mannen door middel van geweld hun macht tonen. Verkrachting is ook een manier om de ander te vernederen en te overheersen. Dit komt omdat een man zijn vrouw of vriendin vaak als zijn bezit beschouwt. Dikwijls ziet de politie de ernst van de situatie niet in. In 1974 besloten zes vrouwen iets tegen de mishandelingen te doen en richtten het 'Blijf van mijn lijf' opvanghuis in Amsterdam op. Sindsdien zijn er ook in tien andere plaatsen van Nederland opvanghuizen geplaatst.
Men zegt vaak dat het huwelijk en het gezin de ideale samenlevingsvorm is, maar toch is het het gezin waar de meeste klappen vallen.
Het feminisme bestaat is nu ongeveer een eeuw lang actief. In die honderd jaar is al veel bereikt, maar toch is de situatie nog niet ideaal. In veel gezinnen zijn de taken nog niet gelijk verdeeld. Veel vrouwen werken buitenshuis, maar moeten daarnaast ook het grootste deel van het huishouden en de verzorging van de kinderen op zich nemen.
Conclusie
Ikzelf vind dat de rol van de huisvrouw zeker in positieve zin is veranderd. Ze heeft nu veel meer rechten dan vroeger, vooral in de Westerse samenleving. Ze kan nu haar eigen beslissingen nemen. Ook komt het steeds meer voor dat vrouwen betere banen krijgen en hogere functies hebben. Ideaal is de toestand nog niet, dus er kan nog heel wat verbeterd worden. Vooral in Derde Wereldlanden hebben vrouwen nog weinig rechten. Ik hoop dat vrouwen in de toekomst ook topfuncties kunnen bekleden en misschien wel president kunnen worden!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

D.

D.

Heee!
echt mooi werkstuk! onwijs goed !
groetjes
daisy

17 jaar geleden