Ben jij weleens opgelicht?

Wij doen onderzoek naar online oplichting onder jongeren. Vul de vragenlijst in (ca 5 min) en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro (echt waar!)

De medische zorg in de VOC

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 2231 woorden
  • 1 november 2001
  • 115 keer beoordeeld
Cijfer 5.4
115 keer beoordeeld

De medische zorg aan boord van de VOC-schepen. Dit onderwerp voor m'n scriptie geschiedenis viel bij mij meteen in de smaak. Het is een gegeven waar weinig mensen over nadenken. Men weet van het vroegere bestaan van de VOC en de WIC, maar over de bemanning, de rangenindelingen, de geneeskundige verzorging aan boord, de ziekten waar men dagelijks mee te kampen had, het onderhoud van de schepen e.d. denkt men nooit na. Tijdens mijn zoektocht naar informatie over dit onderwerp heb ik dan ook vaak genoeg zeer verbaasde blikken zien verrijzen op de gezichten van persooneelsleden van bibliotheken, tijdschriften e.d. waar ik mijn verhaal deed in de hoop dat zij mij een stapje dichter in de richting van een scriptie met na genoeg alle informatie over de Hollandse scheepschirurgijn konden brengen.
2-Inleiding Daar men nooit over een dergelijk onderwerp communiceert (publiceert, schrijft etc.) is het des te ingewikkelder om de benodigde informatie te verkrijgen voor mijn scriptie. Zoals reeds in de door meneer …….. verstrekte informatiepapieren te lezen was, zijn dit soort onder- werpen nooit erg in trek geweest bij mensen; het intereseerde ze domweg niet. Desalniettemin ben ik er toch in geslaagd genoeg informatie te vinden voor mijn onderwerp. De informatie die beschikbaar is, althans de door mij gevonden informatie, bestaat voornamelijk uit geschriften van chirurgijnen zelf. Zij schrijven dan voornamelijk over de voortgang van de reis aan boord en over de ziekten waar zij mee te kampen hadden. Het eerste probleem waar ik dus voor stond was: "waar te beginnen?". Het vinden van zo'n dergelijk "dagboek" is dan nog niet zo gemakkelijk. Men stapt niet even een plaatselijke bibliotheek in om na een half uurtje al een schat aan informatie te hebben verzameld. Men moet op zoek naar tijdschriften, geneeskundige vakbladen etc, waar publicaties staan van mensen die een dergelijk onderzoek hebben verricht naar de levensloop van chirurgijnen, of waar citaten staan uit dagboeken van deze chirurgijnen zelf. Ik heb ook een aantal artikelen over het verloop van de medische ontwikkelingen in de zeventiende en achttiende eeuw gelezen. Deze bleken een grote schat aan informatie te bezitten. Mijn scriptie bevat informatie over de opleidingen van de chirurgijnen, de dagelijkse gang van zaken aan boord, de ziekten waar men mee te kampen had, de voedingswijze van de bemanning, de genezing van ziekten en de hygiëne aan boord. Tevens heb ik in mijn scriptie een beknopte weergave gegeven van de medische ontwikkelingen in de zeventiende en achtiende eeuw en de ontdekking van nieuwe ziekten en nieuwe medicijnen. 3-De ontwikkeling van de medische zorg en gezondheid aan boord "De VOC (1602 - 1795) was de maatschappij, die vanuit het kleine Nederland gedurende twee eeuwen de handel op Aziatische produkten trachtte te monopoliseren, een klein miljoen mensen naar Azië vervoerde en de Europeanen aan de koffie en de thee kreeg. De uit Azië geïmporteerde specerijen zijn heden ten dage niet meer weg te denken." ¹ De VOC had enorm te kampen met problemen wat betreft de gezondheid van haar dienaren. De sterftecijfers aan boord waren buitengewoon hoog vergeleken met de sterftecijfers aan land. Het sterftecijfer was gemiddeld zo'n 15% per reis. Als het sterftecijfer lager was, duidde dit alleen maar op het uitblijven van besmettelijke ziekten en een normaal verloop van de reis. Scheurbuik en andere ziekten die veel voorkwamen aan boord waren dan minder dan normaal voorgekomen. De oorzaken van sterfte aan boord zijn in zes groepen te onderscheiden: -bedrijfsongevallen. Wat veel voorkwam, waren gekneusde voeten door slechte schoenen en ernstige ongevallen die tijdens het verwisselen van de zeilen voorkwamen. Vallen uit masten, een complete ra die afbrak, uit elkaar spattende kanonnen, het verschuiven van allerlei zwaar materiaal aan dek tijdens stormen waren allemaal veel voorkomende bedrijfsongevallen. -gevechten en de daarbij opgelopen wonden met eventuele infecties tot gevolg. Met name infecties waren een belangrijke oorzaak van de sterfte van een groot deel van de bemanning. Uiteraard was het gevaar op wonden op oorlogsschepen en schepen die gekaapt werden het grootst. -schipbreuk. Dit kan een gevolg zijn van een duel tussen twee oorlogsschepen of simpelweg doordat het schip verging tijdens een zware storm. -uitputtingsziekten. Met name door een schrijnend tekort aan vitaminen ontstonden ziekten als scheurbuik. Scheurbuik is een gevolg van een tekort aan vitamine C. Vitamine C komt vooral veel voor in verse groenten en fruit. Door de enorme aantallen scheurbuik-gevallen blijkt dat er aan boord van de VOC-schepen een tekort was aan verse groenten en fruit. Dit is natuurlijk niet zo gek aangezien sommige reizen wel 8 maanden konden duren en deze groenten en fruit natuurlijk nooit zolang bewaard konden blijven. Symptomen van scheurbuik zijn verlammingen, ontstoken tandvlees, flauwvallen en uitvallen van tanden. Allemaal door een tekort aan vitamine C en een gebrek aan water. Tevens waren te weinig lichaamsbeweging, onvoldoende rust, eenzijdige voeding en veel te kleine logies ook oorzaken van infectieziekten en andere gezondheidsproblemen. De genezing van scheurbuik gebeurde door toedienen van veel verse groenten en fruit; vooral citroensap en rammenas (knoldragend gewas dat veel op een radijs lijkt, alleen grotere, meestal zwarte knollen heeft) werden hiervoor gebruikt. Heden ten dage gaat men uit van een dagelijkse hoeveelheid van 75 mg vitamine C per dag die men minimaal moet hebben. De bemanning had vaak een hoeveelheid van rond de 4 a 5 mg per dag. Men kan wel nagaan dat de kans op scheurbuik dus wel enorm groot was. Wanneer men niet genoeg vitamine C binnenkrijgt leidt dit na drie maanden tot scheurbuik. Verder was een grote boosdoener de ziekte 'beri-beri', die ontstaat door een gebrek aan vitamine B1. Vaak lagen schepen dagen, soms weken lang stil doordat er simpelweg geen wind stond. De voorraden namen dan snel af maar de afstand die nog afgelegd moest worden niet. De bemanning had dus soms nog niet een derde van de normale rantsoenen tot zijn beschikking. -besmettelijke ziekten. In de achttiende eeuw kwam de vlektyfus opzetten en joeg de marine, de VOC en de buitenlandse schepen de schrik op het lijf. De vlektyfus werd door de chirurgijns meestal 'rotkoortsen' genoemd. Symptomen zijn diarree met bloed, hoofdpijn en 'buiten zinnen' raken. Het is een zeer besmettelijke ziekte die wordt overgebracht door kleerluis. Deze luis nestelt zich in vuile kleren en vies beddengoed. Bestrijding is dan dus mogelijk door het invoeren van een goede hygiënische zorg. Dit drong de artsen pas in de tweede helft van de achttiende eeuw door, alhoewel ze allang wisten dat de ziekte besmettelijk was. Doordat deze ziekte enorm veel voorkwam in de achttiende eeuw blijkt maar al te goed hoe slecht de hygiëne aan boord was. -geslachtsziekten, longziekten en TBC. Stierf er iemand aan boord, dan was het de opperchirurgijn die door middel van obduktie de doodsoorzaak diende vast te stellen. Meestal kreeg de gestorvene een zeemansgraf. Soms, als het om hooggeplaatste personen ging, werd het stoffelijk overschot ingebalsemd en naar het vaderland vervoerd. Het voorkomen van ziekten werd voornamelijk gedaan door een sterke hygiëne aan boord. Het dek werd regelmatig geschrobd en de goederen werden gelucht en verplaatst. De bemanning waste zich regelmatig in een bad van zeewater. Daarna wreven zij zich in met vers water, waarin citroensap, brandewijn en palmolie was gegoten. Op deze manier spoelden zij het bijtende zout van hun huid. De bemanning die zich niet aan de toiletvoorschriften hield stond zware straffen te wachten. De officieren hadden een eigen toilet. De bemanning sliep doorgaans op strozakken, wat natuurlijk zeer onhygiënisch was. In de eerste helft van de zeventiende eeuw werden deze strozakken vervangen door hangmatten die een grote verbetering waren voor de hygiënische toestand aan boord. Ondanks deze maat- regelen was de hygiënische toestand aan boord vaak zeer bedroevend slecht. De officieren en onderofficieren hadden het aan boord het beste. Naast deze hygiënische maatregelen werd er op nog een manier getracht de gezondheid van de bemanning te waarborgen. Men zorgde namelijk voor een goede lichaamsbeweging. Over het algemeen was de lichaamsbeweging aan boord zeer miniem. Het was echter uiterst noodzakelijk een goede lichaamsbeweging te hebben gedurende zo'n lange reis. Lichaamsbe- weging belette bovendien de voortgang van scheurbuik. Het gevolg was dus dat degene die het dek moesten schrobben of andere opruimingswerkzaamheden moesten verrichtten vaak degene waren met enige symptomen van scheurbuik. Deze personen deden er goed aan veel te bewegen. Lichaamsbeweging en regelmatige oefening waren dus manieren om het uitbreken van scheurbuik te voorkomen. Niet alleen ziekte was een gevolg van te weinig lichaamsbeweging, ook kon er door verveling en luiheid opstandigheid onder de bemanning uitbreken. Ook hierop had men wat gevonden. Aan boord werd tijdens de reis veel gezongen en gedanst wat als tijdverdrijf enorm belangrijk bleek te zijn. Onder de bemanning van de VOC-schepen bevonden zich altijd artsen, de zogenaamde chirurgijns of barbiers. Dit waren ambachtelijke artsen zonder universitair diploma. De chirurgijns deden hun vakkennis op door in de praktijk heel veel actief te zijn. Artsen die wel een universitair diploma hadden (de zogenaamde medicinae doctores) komen aan boord van de VOC-schepen niet of nauwelijks voor. De chirurgijns waren, in tegenstelling tot de universitair opgeleide artsen, meer op de praktijk gericht. "Als doctores medicinae beperkte men zich tot inwendige kwalen en het voorschrijven van geneesmiddelen. Zo gauw er handwerk aan te pas kwam moest de chirurgijn komen opdraven. Hij behandelde amputaties, schedelboringen, botbreuken en verwondingen. Voor een dokter was het herstellen van een gebroken been een minderwaardig karwei, maar medicijnen voorschrijven niet." ² De chirurgijn verrichtte naast het werk aan boord ook veel werk aan wal. Als het schip een tussentijdse haven aandeed waar zich onder de plaatselijke bevolking enkele zieken bevonden dan kwam de scheepschirurgijn ook in actie. Bij het ontbreken van doctores medicinae moest de scheepschirurgijn zich zowel met de geneeskunde als met de heelkunde bezighouden. In de meeste gevallen werd hij in deze situaties geconfronteerd met, voor hem, vreemde tropische ziekten die in enkele dagen tot de dood konden leiden. Omgekeerd kwam ook voor, de chirurgijn riep dan wel eens de hulp in van de inheemsen. De VOC nam daarentegen wel een aantal universitair opgeleide artsen in dienst om de chirurgijns af en toe te controleren, de geneesmiddelen te verschaffen en de chirurgijns te toetsen. In 1680 bepaalde de stad Amsterdam dat alle chirurgijns gecontroleerd dienden te worden en hun medicijnkisten dienden te laten inspecteren. Om chirurgijn te worden, diende men een toelatingsexamen af te leggen bij een van de doctores medicinae in dienst van de VOC. De eerste examens voor chirurgijns zagen rond 1610 in Middelburg het licht. Slaagde men voor de toelatingstest, dan kreeg de chirurgijn een kist vol met medicamenten en instrumenten. De chirurgijn behoorde tot de elite aan boord van een schip. Hij had een eigen hut met vaste kooi en zijn leven speelde zich voornamelijk af op het achterdek van het schip, tussen de oficieren en onderofficieren. De opperchirurgijn verdiende, althans in dienst van de VOC, een salaris van 36 tot 50 gulden per maand, wat ongeveer evenveel was als de schipper verdiende. Het maandsalaris van de onderchirurgijns bedroeg 24 tot 28 gulden en lag iets boven dat van de boekhouder. Ter vergelijking; een matroos verdiende 11 gulden per maand. Vanaf de zeventiende eeuw ontstond het eerste onderzoek naar de fysiologie en anatomie en vond het eerste microscopische onderzoek plaats. Een explosieve groei van de medische wetenschap vond pas plaats na de opkomst van de natuurwetensschappen en na de uitbreiding van de technische mogelijkheden. Het systematisch waarnemen en expirimenteren leidde tot meer kennis van het menselijk lichaam. Met de microscoop werden al snel vele kleine (mogelijk ziekteverwekkende) organismen ontdekt en ook ontdekte men voor het eerst de haarvaten. Voor de verder ontwikkeling van de medische wetenschap is klinisch onderzoek nodig (opkomst ziekenhuizen). De Leidse geleerde Boerhave is daar in de zeventiende eeuw mee begonnen. Al dit onderzoek baande de weg voor het begrijpen van de ademhaling en de verbranding van voedsel. Ook de medische stand was in het begin van de zeventiende eeuw in opkomst. Doorgaans was de regel dat voor iedere twintig man een chirurgijn aan boord diende te zijn. Waren er meer dan twintig man dan werd de opperchirurgijn bijgestaan door een of meer onderchirurgijns. De chirurgijn had iedere had twee keer per dag voor de grote mast spreekuur. Het eerste was voor het ochtendgebed en het tweede was na het avondgebed. Meestal kondigde de chirurgijn het spreekuur aan met een spreek als: "Kreup'len en blinden, kom laat u verbinden." ³ De chirurgijn bekeek dan de hele bemanning en schreef medicijnen voor of verhoogde het rantsoen van de zieken en zwakken. Een heel belangrijk en veel gebruikt medicijn was simpelweg het geven van extra vitamine C. Deze werden gegeven in de vorm van rammenas en andere groenten die in de kleine scheepstuintjes aan boord werden gekweekt. Alcohol was ook een veel gebruikt geneesmiddel en dan meestal in de vorm van brandewijn. Kaap de Goede Hoop werd steeds vaker aangedaan om de rantsoenen te verversen en bij te vullen. Spoedig was de Kaap zelfs een onvermijdelijke stopplaats voor de schepen. In 1652 kwam daar dan ook een hospitaal. De zieken werden van de schepen gehaald en konden in het hospitaal of in voor de kust gelegen hospitaalschepen worden verpleegd. Al met al waren de zeventiende en achttiende eeuw een stuk primitiever dan heden ten dage. De Hollandse chirurgijn wist veel minder dan wij nu. Hij had zeer beperkte middelen en een beperkte kennis van zaken. Toch had hij vaak met de meest afschuwelijke verwondingen te maken. De Hollandse scheepschirurgijn geneesde mensen met veel minder middelen dan wij dat nu doen.

REACTIES

J.

J.

Dit was een goed werkstuk Stefan.
Vooral omdat ik het uitgeprint had en had in geleverd. Het cijfer was een 9.1

22 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.