D-day

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 6e klas vwo | 8653 woorden
  • 16 januari 2004
  • 40 keer beoordeeld
Cijfer 5.8
40 keer beoordeeld

Dit is een kort verslag van het leven van Hitler en hoe de oorlog is begonnen. De tweedewereldoorlog is ontstaan doordat de duitsers de eerstewereldoorlog hadden verloren. Daardoor hadden ze een slechte economie en grote schulden gemaakt, want ze moesten alle schade die ze hadden gemaakt zelf terugbetalen. In de jaren 2030 was het zeer slecht gesteld met Duitsland. Hitler die mee had gevochten in de eerstewereldoorlog wou zich nog steeds wreken en hij ging bij de Duitse Nationaal Socialistische Partij (DNSP) die later de Nazi Partij werd genoemd. Hier kwam Hitler al snel aan de macht. Hitler had haat tegen iedereen die Joods, zigeuner, gehandicapt, eigenlijk alles wat niet lang en blond was. Toen Hitler leider was van de Nazi partij kreeg hij zijn eigen bewaking, de SA (storn afdeling) die zeer bruut opkwam tegen iedereen die Hitler tegensprak. Hitlers populariteit steeg. Maar toen hij in opstand kwam tegen de regering werd hij opgepakt en in de gevangenis gezet, hierin schreef hij het boek Mein Kampf. Dit boek zou het handboek van de nazi's worden. Hitler zag het boek Mein Kampf als een soort Bijbel. In het boek stond beschreven hoe het ideale ras eruit ziet. Toen hij weer uit de gevangenis kwam bleef hij bij de Nazi Partij. Bij de volgende verkiezing werd hij als staatshoofd gekozen. Dit was de grootste fout van het Duitse volk. In de jaren daarna viel Hitler landen als Polen, Frankrijk, Nederland en bijna alle andere Europese landen aan. Dit hield hij 5 jaar vol maar toen kregen de geallieerden de overmacht en stukje bij beetje verviel het 3e rijk. Toen we het strand met de boten naderden, werden veel van onze mannen ziek van de zenuwen en van de zee, want het water was vrij ruw, het waren korte golven waar we door voeren en we kregen veel buiswater over. Onze boot was een van de 6 van de A compagnie uit de eerste golf met mannen die de Duitsers zouden verrassen. Toen we dicht bij het strand kwamen konden we de Duitse obstakels al zien liggen, dit kwam doordat we met laag water aan kwamen zetten. Ik was een van de scherpschutters en stond onder bevel van luitenant Anderson. We deden wat we konden, zelfs meer dan wat we hadden getraind in Engeland. We waren geland bij een uitgestrekt strand genaamd Omaha Beach

Daar was echter geen Duitser te bekennen maar toch kregen we al wel gauw de volle laag van de Duitsers, terwijl we tot over onze knieën in het water stonden. We bewogen ons volgen de orders al kruipend en schietend voort. We zaten alleen wel meteen met een probleem, want we konden de Duitsers niet zien, maar volgens onze orders moesten we wel al kruipende op ze vuren. Ik zag granaten op me af komen uit de richting van een betonnen bunker die de gestalte had van een mammoet omdat ik nog nooit van zulke grote bunkers had gezien Ik probeerde terug te vuren en had op dat moment er geen idee van wat er achter mij in de groep gebeurde. Voor mij was niet veel te zien behalve een paar Franse huizen ook kwam het water snel op.Veel van mijn mannen waren gesneuveld of uitgeschakeld
En raakte ik zelf ook al snel door mijn munutie heen
Toen werd ik ineens geraakt in een van mijn knokkels. Ik moest dus mijn hand omhoog houden, want we waren nog steeds in het water en het zout zou mijn wond niet goed doen. Het vreemde was dat ik de wonden nauwelijks voelde terwijl ze toch hevig bloedde. Naast me in het water zat Private Henry G die ook geraakt was. hij zei tegen mij: "ze zullen ons achter laten als dode ratten "maar daar dacht ik op dat moment nog helmaal niet aan. Ik probeerde zo veel mogelijk naar voren te komen ondertussen had ik ook een ander geweer bij een gesneuvelde soldaat gepakt omdat de mijne er mee was opgehouden, we schoten op wat mij leek iets onbelangrijks
Er was voor mij geen denken aan dat we de Duitsers zouden overwinnen. Ik nu was namelijk voor de tweede keer geraakt alleen nu door een Ø 30 mm
geschut en dat kostte me toen de linkerkant van mijn heup. Ik ben toen nog goed ver op het strand gekomen, maar velen van mijn maten zijn nooit meer naar huis teruggekeerd. Dit verhaal komt van een veteraan die een tijd geleden alles vertelde over wat hij had meegemaakt op Jutha beatch.(Jammer enoeg deed hij dat niet in het Nederlands.) In 1942 al werden de Duitsers (en Italianen) in het defensief gedwongen door de overwinningen van Montgomery in Egypte, waarna bij operatie ‘Torch’ Britse en Amerikaanse troepen landden in Algerije en Marokko waardoor het Afrikaanse avontuur voor Hitler en de zijnen snel ten einde zou komen. Hitler werd hierdoor gedwongen geheel Frankrijk te bezetten om zodoende geheel Europa vanaf de kust te kunnen beschermen. Deze logische stap werd samen genomen met de achteraf gezien grote fout om troepen en materieel naar Tunesië te dirigeren om alsnog Afrika te behouden voor het 3e rijk. In mei 1943 werden deze Duitse en Italiaanse troepen bij Tunis in een hinderlaag gedreven en gedwongen zich over te geven, hierbij verloren zo’n kwart miljoen manschappen aan gevechtskracht
Doordat Noord-Afrika lange tijd bezet was geweest door de Duitsers, hadden zij weinig aandacht besteed aan de bescherming van Zuid-Europa welke door het wegvallen van het Afrikaanse front eensklaps de ‘zachte onderbuik van Europa’ werd genoemd, hier ook de reden van Hitler geheel Frankrijk te bezetten na de meerdere nederlagen in Noord-Afrika De geallieerden beseften dit als geen ander en besloten hiervan gebruik te maken en ondanks verwoedde pogingen Zuid-Europa dicht te spijkeren, was Hitler echter te laat om Sicilië te behouden voor een grootscheepse invasie in juli 1943 waarbij 400.000 geallieerden aan land werden gezet. Een maand later was het eiland gezuiverd van vijanden. Eind augustus vielen de geallieerden op meerdere plekken Italië binnen en binnen enkele uren capituleerde de Italiaanse regering. Dit wilde echter niet zeggen dat geheel Italië in geallieerde handen kwam, want de Duitsers bezetten de Gustav-linie welke zuidelijk van Rome liep en onder leiding van veldmaarschalk Kesselring tot diep in 1944 weerstand bleef bieden aan de Britse en Amerikaanse troepen. In juni 1941 ging operatie ‘Barbarossa’ van start, de invasie van de Duitse Wehrmacht in Rusland. De Duitse opmars werd pas in november het jaar erop tegengehouden in de historische strijd in Stalingrad waarbij de Russische troepen de Duitsers in de kapotgeschoten stad in de val wisten te lokken waarbij 100.000 Duitsers omkwamen en nog zo’n aantal gevangen genomen. Volgend op deze Duitse nederlaag lanceerde de Russen een tegenoffensief waarna de Duitsers geleidelijk werden teruggedrongen

Nog een front Aangezien de geallieerden in Italië niet verder kwamen, en er bij een eventuele doorbraak slechts een smal front door de bergen ontstond om geheel West-Europa te bevrijden werd de roep om een 2e front op het Europese vasteland steeds sterker
De tweede wereldoorlog is de grootse en gruwelijkste oorlogsuitbarsting die de mensheid ooit gekend heeft. Vele miljoenen mensen moesten de prijs betalen die voor een oorlog betaald moet worden. Niet alleen volwassenen maar ook kinderen werden het slachtoffer van deze verschrikkelijke oorlog. Deze oorlog is een belangrijk punt in de geschiedenis van de mensheid en daarom uitermate geschikt als onderwerp voor een profielwerkstuk voor het vak geschiedenis. Aan het einde van het schooljaar 2001/2002 kregen wij horen dat we een profielwerkstuk moesten maken. Wij, Sander Steenbergen en Thomas Daamen, vormden samen een groep om aan het werkstuk te gaan werken. We besloten diezelfde zomer nog, dat het werkstuk iets groots en speciaals moest zijn en dat het de kroon op onze eindlijst moest gaan worden. Na lang pijnzen over een geschikt onderwerp, kwamen we op het idee om ons profielwerkstuk over de Tweede Wereldoorlog te doen. Omdat volgens ons de theoretische kanten hiervan wel genoeg belicht zijn, maar de praktische kanten nog niet, richten wij ons op dit aspect van de Tweede Wereldoorlog. De film Saving Private Ryan, opende de ogen van de mensen en vertelde hoe de oorlog er door het blote oog uitzag. Toch belichtte Steven Spielberg, de regisseur van Saving Private Ryan, maar een deel van het verhaal en daarom wilde wij de draad oppakken waar Saving Private Ryan stopte. We besloten verder te gaan bij de slag om Arnhem, één van de grootste luchtlandingen aller tijden en tegelijkertijd een grote militaire blunder. Toch merkten we al snel dat dit onderwerp wel te vaak was verteld om nog interessant te zijn en daarom besloten we het plan om te gooien. We kenden beide de serie Band of Brothers, de aangrijpende serie over de Amerikaanse Easy Compagnie die de gehele Tweede Wereldoorlog mee maakte en we besloten hier meer mee te gaan doen. We maakten het plan om het verhaal van de compagnie te gaan uitwerken en tegelijkertijd de verhaallijn eromheen te verduidelijken. We willen proberen op deze manier de realiteit van de oorlog in Europa te verduidelijken en de lezer duidelijk te maken hoe het er nu allemaal echt op het slagveld aan toe ging. We willen niet alleen vertellen wat er gebeurd was, maar we willen duidelijk maken hoe de oorlog nu ervaren werd als soldaat aan het front. Wij zijn van mening dat we op deze manier de lezer het ware verhaal van de oorlog kunnen vertellen. De spanning, de kogels en bommen en het gevaar van de vijand, moest in ons werkstuk te voelen zijn en daarom kozen we voor een interactief werkstuk. Een werkstuk waar filmpjes(wordt aan gewerkt) en foto’s de waarheid van de oorlog verduidelijken en de oorlog te proeven is. Op deze manier trachten wij u als lezer de tweede wereldoorlog van zijn ware kant te laten zien en wij hopen dat u als lezer het werkstuk op het puntje van uw stoel zult ervaren en geboeid het verhaal van onder andere Easy compagnie mee zult beleven. De vrede van Versailles De eerste wereldoorlog is afgelopen (11 november 1918) en heeft zeer veel slachtoffers geeist. Duitsland is vrijwel bankroet en het verdrag van Versailles werd gesloten (28 juni 1919). Dit verdrag werd gesloten tussen de geallieerden enerzijds, en Duitsland anderzijds. Dit verdrag trad op 10 januari 1920 in werking (behalve voor de Verenigde Staten, die op 5 augustus 1921 een eigen verdrag met Duitsland sloten), wat erop neerkwam dat: - Duitsland alle koloniën zou moeten afstaan; - Duitsland verloor in het westen Eupen, Malmedy, het westen van Elzas Lotharingen en Sleeswijk Holstijn; - Duitsland verloor in het oosten Posen, West- Pruisen en Opper Silezie; - Tussen Oost-Pruisen en Pommeren kwam een Poolse corridor; - Danzig werd een vrije stad onder toezicht van de Volkenbond; - Het Rijnland moest gedemilitariseerd worden; - Duitsland zou herstelkosten moeten betalen; - Al het zware oorlogsmaterieel moest worden afgeschaft; - Duitsland mocht geen dienstplichtig leger meer hebben; - Het leger mocht maximaal 100.000 man groot zijn. Kortom, Duitsland werd van een grootmacht met overzeese koloniën gedecimeerd tot een klein land, dat gebukt ging onder de herstelbetalingen en de vrede van Versailles. Opkomend fascisme Het overgrote deel van de Duitse bevolking vond de vrede van Versailles ronduit schandalig en vernederend. In 1918 vertrokken de keizer (ging in Nederland wonen) en de vorsten, en kwam er een democratie. In 1919 werd in Weimar een democratische grondwet aanvaard, waarbij Duitsland een bondsstaat bleef met een redelijk machtig centraal bestuur. In 1926 werd het zelfs tot de Volkenbond toegelaten, en Duitsland begon zich te herstellen, tot er in 1929 de economische crisis uitbrak, wat de crisis en de werkloosheid sterk deed toenemen. Deze situatie en de onvrede over het verdrag van Versailles, waren de perfecte voedingsbodem voor het communisme en het nationalisme, en de nationaal- socialisten met Hitler als leider verkregen in 1933 alle macht. Het gevolg: - Andere politieke partijen werden verboden; - De Rijksdag werd vrijwel uitgeschakeld; - Duizenden 'staatsvijanden' werden in concentratiekampen opgesloten; - De Jodenvervolging begon; - De verdragen van Versailles werden geannuleerd en de vloot, het leger en de luchtmacht werden sterk gemoderniseerd en uitgebreid.
De annexaties Toen Hitler zo'n drie jaar aan de macht was, en hij bezig was met het opbouwen van Duitslands defensie, nam hij een enorme gok en bezette in maart 1936 het Rijnland met 'hopeloos slecht uitgeruste en geoefende troepen'. Hij vertrouwde op zijn instinct, dat hem zei dat Engeland en Frankrijk niets zouden doen, omdat dat de vrede kon schaden. Twee jaar later, op 13 maart 1938, annexeerde hij Oostenrijk. Deze zogenaamde Anschluss voltrok zich binnen een paar uur. Na een afspraak met de Britse premier Neville Chamberlain en de Franse Premier Edouard Daladier bezette Duitsland zes maanden later, in de herfst van 1938, Sudetenland, op de voorwaarde dat Duitsland de rest van Tsjechoslowakije met rust liet. Zes maanden nadat Hitler had gegarandeerd dat Tsjecho-Slowakije geen aanval hoefde te vrezen bezette Nazi- Duitsland op 15 maart 1939 Bohemen en Moravie en lijfden ze op 23 maart het Memelgebied in. In het grootste deel van de geannexeerde gebieden woonden Duitsers, en weer deden Engeland en Frankrijk niets. De bezetting van Europa Op 23 augustus 1939 tekenden Duitsland en Rusland een niet aanvalsverdrag, en met het tekenen van dat verdrag was het lot van Polen bezegeld. Op 1 september viel het Duitse leger Polen binnen, en op 17 september deden de Russen dat van de andere kant. Op 3 september was een grote Europese oorlog een feit, toen Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog verklaarden. Polen capituleerde uiteindelijk op 27 september. Een maand later, op 30 november, begon de Russisch Finse oorlog, ook wel de winteroorlog genoemd. Vanwege de numerieke meerderheid had Finland geen kans, en gaf zich dan ook op 12 maart 1940 over aan de Russen, die in augustus ook meteen de Baltische staten annexeerden. Op 9 april viel Duitsland Denemarken en Noorwegen binnen, en de strijd was daar op 8 juni voorbij. Toen waren de Duitsers Nederland (10 mei 1940), België, Luxemburg en Frankrijk al binnen gevallen, wat zeer voorspoedig ging, aangezien ze op 14 juni al in Parijs stonden (4 dagen nadat Italië Frankrijk en Engeland de oorlog had verklaard). Door een plotselinge gevechtsstop bij de Duitsers konden bij Duinkerken van 26 mei tot 4 juni 338.226 soldaten worden geëvacueerd (operatie Dynamo). Op 22 juni 1940 werd de wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitsland getekend (in dezelfde wagon waar de wapenstilstand van Duitsland aan Frankrijk in WO1 werd getekend), en was de bezetting een feit. Op 6-8 april 1941 valt de AS Griekenland en Joegoslavië binnen, en op 20 april gaf Griekenland (op Kreta na) zich over, terwijl Joegoslavië dat al drie dagen eerder had gedaan. Het hielp niet dat Kreta een eiland was, want ook dit eiland viel op 20 mei. In Afrika werden de Italianen ondertussen genadeloos teruggedreven door de Engelsen (die op 18 november in Tobroek stonden), maar omdat Duitsland te hulp schoot en de zeer begaafde generaal Rommel ernaartoe stuurde, werden de Engelsen ook daar teruggedreven, wat ervoor zorgde dat de AS (inmiddels aangevuld met Hongarije, Bulgarije en Roemenie) op 21 juni 1942 in Tobroek stond. Intussen was Duitsland op 22 juni 1941 begonnen met operatie Barbarossa, de inval in Rusland. Ook hier verliep de strijd voorspoedig, op 22 juli veroverden ze Smolensk, op 24 oktober Charkov en op 19 september Kiev. Het tij begint te keren Zoals de Duke of Wellington ooit eens heeft gezegd:"Een veroveraar, evenals een kanonskogel, moet doorgaan. Als hij terugstuit, is zijn carrière voorbij". En dit is precies wat er gebeurde met het Duitse leger. In Afrika ging alles zeer voorspoedig, tot er een nieuwe bevelhebber bij de Geallieerden werd aangesteld, Montgomery, die Rommel tegenhield bij El-Alamein (23 oktober/ 4 november 1942). Vanaf dit punt werd de AS in Afrika steeds verder teruggedreven, en nadat Japan op 7 december 1941 met een verrassingsaanval de Amerikaanse vloot bij Pearl Harbour een slag had toegebracht, was ook Amerika bij de oorlog betrokken, en hadden de Duitsers dus ook Amerikanen tegenover zich staan (naast de Nieuw Zeelanders, Australiërs en Canadezen). Af en toe werd de geallieerde opmars gestuit, maar nadat op 8 november 1942 de geallieerden in Afrika landden (operatie Torch) ging het snel, en uiteindelijk gaf de AS zich op 3 mei 1943 in Afrika over. Aan het Oostfront ging het ook niet al te lekker. Het beleg van Stalingrad (3 september 1942- 2 februari 1943) draaide uit op een mislukking, en het zesde leger van veldmaarschalk Paulus werd vernietigd of gevangengenomen. 5 Maanden erna vond bij Koersk de grootste tankslag uit WO2 plaats, die de Duitsers verloren. Op 23 augustus werd Charkov ingenomen, en Kiev viel op 6 november. Op 27 januari eindigde het beleg van Leningrad, en op 10 april viel Odessa in Russische handen. In de zomer van 1944 stonden de Russen in Oost Pruisen. Aan de andere kant van Europa landden de geallieerden op 10 juli 1943 op Sicilië (operatie Husky), waar de strijd op 17 augustus eindigde. Intussen was besloten dat het vasteland van Italië de volgende stap zou zijn, en de geallieerden vielen Italië op 3 september binnen (operatie Baytown), en landden op 9 september bij Tarente (operatie Slapstick) en bij Salerno (operatie Avalanche). Inmiddels had Italië zich al overgegeven en was Mussolini gevangengenomen. De Duitsers hadden hier echter al rekening mee gehouden en genoeg troepen in Italië gestationeerd, waardoor het voor de geallieerden niet erg veel uitmaakte. Omdat het front na enige weken was gestabiliseerd, bedacht men dat men een omtrekkende beweging kon maken, zodat men de vijandelijke verbindingslijnen kon verstoren/blokkeren en de vijand (gelegen bij de Gustavlinie) in de rug kon aanvallen. Deze landing vond bij Anzio plaats (operatie Shingle), en na een dreigende vernietiging van de geallieerden lukte het ze om op 4 juni 1944 Rome binnen te trekken.
De beslissing De landing was gepland op 5 juni 1944, maar het weer voor die dag was te slecht, te ruw. Als het weer te slecht was, zouden de troepen moeite hebben met de doelen herkennen. Dit zou een catastrofe betekenen voor de troepen, omdat men misschien op de verkeerde punten zou landen, recht voor een batterij of op een te zacht strand. Ook zouden met te ruw weer de troepen zeeziek worden, waardoor de gevechtskwaliteit achteruitging. Er waren echter al konvooien op zee toen de beslissing kwam dat ze terug moesten keren. Een konvooi bestemd voor Utah was zelfs al de Franse wateren genaderd op het moment dat de beslissing kwam terug te keren. De beslissing van de landingsdatum was nu in handen van Eisenhower. Hij moest nu beslissen of de invasie op 6 juni zou plaatsvinden. Als dat niet kon, dan zou hij de landing moeten uitstellen naar twee weken later, omdat dat pas weer het moment zou zijn voor nog een poging. Dan was het tij en de maanstand pas weer gunstig. Uiteindelijk werd beslist dat de landing op 6 juni zou plaatsvinden, met de simpele woorden die door Eisenhower op 5 juni werden uitgesproken:"Ok, we'll go". Deze beslissing werd gevoed door twee redenen. De eerste was het weerbericht. Dit weerbericht, geleverd door kapitein J.M. Stagg, voorspelde een kleine opklaring op 6 juni. De tweede reden was het feit dat de manschappen, die nu aan boord van de overvolle landingsschepen zaten, daar niet te lang konden blijven en omdat het van boord laten gaan de veiligheid in gevaar zou brengen. De reis Nadat het bevel was gegeven stoomden de duizenden schepen op, voorafgegaan door mijnenvegers die de vaarroutes vrij moesten maken van mijnen, om zich samen te voegen op het verzamelpunt (bijgenaamd Picadilly Circus), 12 kilometer ten zuidoosten van het Engelse eiland Wight. Vanaf dit verzamelpunt zetten de geallieerden koers naar de invasiestranden, waarvoor de mijnenvegers tien vaargeulen vrijmaakten (elke vaargeul was 350 tot 1100 meter breed), 4 voor de Western Task Force en 6 voor de Eastern Task Force. Eenmaal in het invasiegebied aangekomen, maakten de mijnenvegers weer een gebied mijnenvrij, waardoor de oorlogsschepen de kust onder vuur konden nemen en de grote troepenschepen de landingsvaartuigen te water konden laten (dit mijnenvrij maken was een succes, slechts twee schepen liepen op een mijn). De Atlantikwall Ondertussen tastte men aan Duitse zijde in het donker, letterlijk. Dit was omdat de geallieerde bommenwerpers de radarstations aan de kust (bijvoorbeeld het radarstation van Pointe de Barfleur) hadden vernietigd. Tevens werden de overgebleven radarstations de hele tijd gestoord en voer de vloot in radiostilte. Een ander aspect dat men de invasie nu niet verwachtte, was het slechte weer. Dit zorgde ervoor dat de soldaten niet goed patrouilleerden en dat sommige patrouilles zelfs helemaal werden overgeslagen. Dit was dan ook een van de redenen waarom de bevelhebbers niet zo alert waren. Zo was Rommel naar zijn vrouw in Ulm gegaan (vertrok op 5 juni), en waren andere officieren bij hun vriendin of bezig met oorlogsspelen. Toch waren ze wel op de hoogte dat er iets stond te gebeuren. De Duitse inlichtingendienst (de Abwehr) had half mei in Frankrijk al gerapporteerd dat het Franse verzet in opperste staat van paraatheid was gebracht. Hieruit kon men opmaken dat de invasie tussen 20 mei en 10 juni kon worden verwacht. Tevens hadden de geallieerden al na 30 dagen bepaalde radiocodes gewijzigd, die ze normaal pas na drie maanden wijzigden. Het duidelijkste bericht kregen ze echter van de BBC, die op 1 en 3 juni het eerste deel van een strofe van een gedicht van Verlaine uitzond, namelijk 'Les Sanglots longs des violons de l'automne'. Dit betekende dat de landing dan binnen 48 uur plaats zou vinden, zodra de rest werd uitgezonden. Het tweede deel werd dan ook op 5 juni uitgezonden, namelijk 'blessent mon coeur d'une langueur monotone'. Ook dachten de Duitsers dat de geallieerden niet genoeg landingsvaartuigen hadden. Over het algemeen had men dus genoeg aanwijzigingen voor een landing, maar negeerde men die.
De Amerikaanse luchtlanding De Amerikaanse 101st Airborne Division had als taak het veroveren van de vier toegangswegen, een sluis en twee bruggen en het vernietigen van een spoor- en verkeersbrug. De landing verliep echter niet erg volgens plan, en de troepen raakte over een groot gebied verspreid, waarbij er al
slachtoffers vielen voordat ze hadden gevochten (ze kwamen om in onder water gezette gebieden). Toch veroverden ze de vier toegangen tot de stranden, maar de twee bruggen die ze moesten vernietigen waren nog in vijandelijke handen. De 82nd Airborne Division verging het al niet veel beter. Hun doel was een bruggehoofd op de westelijke oever van de Meredet veroveren en bezet houden, twee bruggen over de Douve vernietigen en Sainte-Mere-Eglise innemen. Ook zij raakten verspreid bij het landen, en ook hier stierven velen de verdrinkingsdood of werden gevangen genomen. De aanval op Sainte-Mere-Eglise was een succes en na lange gevechten met Duitse verzetshaarden was om 9.30 de eerste Franse stad bevrijd. Ze zouden echter nog enkele Duitse tegenaanvallen krijgen. Veel mannen waren verspreid terechtgekomen, en deze vochten nu in groepjes in vijandelijk gebied, ze zouden nog tot D+4 geïsoleerd blijven en de doelen aan de Douve niet halen. De 82nd had aan het einde van D-Day, in tegenstelling tot de 101st, nog geen contact met de troepen die van de stranden kwamen. De landing op Utah De landing op Utah was gepland om 6.30, en om dat te bereiken werd er om twee uur 's nachts begonnen met het vegen van mijnen in het landingsgebied (wat overigens bij elk strand werd gedaan), waarna de oorlogsschepen op hun aangewezen plaatsen gingen liggen, slagschepen en kruisers op 9900 en torpedobootjagers op 4500 meter van de kust (soms kwamen ze zelfs dichterbij. De afstanden gelden overigens voor elk strand). De vuurdekking ter plaatse werd geleverd door de landingsschepen met raketten en kanonnen. De troepen werden 17 km van de kust in de landingsvaartuigen gezet, maar de zee was niet zo wild, aangezien Pointe-de-Barfleur en Pointe-du-Hoc aan weerszijden van het strand lagen. Om 5.30 werden de Marcouf eilanden voor de kust veroverd en werd daar luchtdoelgeschut op gezet. Intussen had een Duitse batterij het vuur geopend op een van de torpedobootjagers en de schepen kregen het bevel om de kust onder vuur te nemen. Ondertussen waren de eerste troepen geland, en werden de 32 DD- tanks te water gelaten (dichterbij de kust dan gepland, de zee was er rustiger. Hierdoor ging er geen een in zee verloren) om nabijsteun te verlenen. Met behulp van deze tanks werden al snel een aantal sleutelposities veroverd, waarna er in de tweede golf demolitieteams van de marine aan land kwamen om de strandversperringen op te ruimen. Aan het einde van de dag waren er over een lengte van 1440 meter alle obstakels verwijderd. Verder verliep de landing op Utah goed, en om 18.00 uur waren er op Utah meer dan 21.000 manschappen, 1700 voertuigen en 1700 ton voorraden aan land gebracht, en dat ten koste van 'slechts' 197 doden. De bestorming van Pointe-du-Hoc Pointe-du-Hoc is een half in zee gelegen rots, waarboven de Duitsers een batterij hadden neergezet met zwaar geschut, die Omaha Beach kon bestrijken. Om deze batterij uit te schakelen zouden Rangers (Amerikaanse commando's) de rotswand beklimmen en de batterij uitschakelen. De Rangers landden om 7.10 uur op het kleine strandje aan de voet van de klif (ze waren 40 minuten te laat door stromingen en ruwe zee). Voorafgaand was de rots al beschoten door de USS Texas, een Amerikaans slagschip, en door enkele torpedobootjagers. Toen de Rangers eenmaal na een lange en gevaarlijke klimpartij boven kwamen en de Duitsers hadden uitgeschakeld, bleken de bunkers leeg te zijn. De batterij stond landinwaarts. Nadat deze vernietigd was kregen ze het zwaar te verduren door Duitse tegenaanvallen, maar met behulp van de schepen hielden ze stand, om later ontzet te worden. De landing op Omaha De landing op Omaha was gepland op hetzelfde tijdstip als die op Utah, om 6.30 dus. Hier ging alleen veel mis. De beschietingen vonden plaats vanaf 40 minuten voor de landing, waardoor er niet voldoende tijd was om alle Duitse kanonnen uit te schakelen. Ook hier werden de troepen 17 km uit de kust in de landingsvaartuigen gezet, maar de zee was hier een stuk ruwer. Hierdoor duurde het 3 uur voordat de boten het strand bereikten en raakte de landingsgolven door elkaar en uit formatie. Ook de tewaterlating van de tanks ging niet goed. In plaats van te wachten tot ze in rustiger water waren, werden de tanks op de linkerflank in te woelig water te land gelaten, waardoor er 27 verloren gingen en slechts 5 het strand bereikten. Op de rechterflank werden de tanks pas ontscheept toen het schip vaste bodem voelde. De ruwe zee eiste behalve 27 tanks ook veel geallieerde

aanvalsvoer/vaartuigen, de DUKW's. Deze waren beladen met veel noodzakelijk materiaal, zoals artillerie en spullen om versperringen op te ruimen, die daardoor nog steeds het strand versperden. Om toch bij het strand te komen gebruikte men soms schepen om zich een weg te banen, andere schepen bleven heen en weer varen op zoek naar een opening. Toch werd er men man en macht gewerkt aan het opruimen van de versperringen, wat moeilijk was met te einig materiaal en mannen die er dekking achter zochten. Het lukte echter toch, en uiteindelijk werden er 8 vaargeulen vrijgemaakt. De troepen op het strand lagen echter nog steeds onder moordend vuur van de Duitsers in hun bunkers en stellingen. Toen kapitein ter zee Harry Sanders dit zag stuurde hij zijn 18de eskader torpedobootjagers dicht naar het strand om de Duitse posities van dichtbij onder vuur te nemen. Uiteindelijk lukte het om de Duitse linies te doorbreken en landinwaarts te trekken, waarna het strand werd overspoeld door troepen, voertuigen en voorraden. De landing op Gold De landing op Gold was ook niet echt simpel. Deze landing moest beginnen om 7.25 uur, maar daar aangekomen bleek dat over een lengte van 5 kilometer 2500 obstakels waren aangebracht, wat ervoor zorgde dat het moeilijk was om aan land te komen. Tevens hielden de Duitsers, die zich schuilhielden in versterkte dorpen, het strand onder een moordend vuur. Hierdoor werden veel landingsvaartuigen vernietigd, maar dankzij de steun van de schepen lukte het toch om aan land te komen. Vanwege sterke Duitse tegenstand duurde het echter twee dagen en 200 slachtoffers voordat ze Port-en-Bessin veroverden. De landing op Juno De landing op Juno zou beginnen om 7.45, maar vanwege vertraging bleek dat toen ze bij het strand aankwamen het tij te hoog was om de obstakels te vernietigen en vaarroutes te creëren. Hierdoor hadden de landingsschepen veel problemen om aan land te komen, en velen raakten beschadigd of zonken. Ondertussen namen de begeleidende schepen de Duitse kanonnen, loopgraven en andere stellingen onder vuur. Ook hier was er een bevelhebber die vond dat de zee te ruw was om de DD-tanks te water te laten en besloot ze gewoon aan land te zetten. Tegen de avond waren de Canadezen veilig geland, en werden er
voorbereidingen getroffen om versterkingen te laten landen. De landing op Sword De landing op Sword zou plaatsvinden om 7.25 uur, en ook hier hadden de DD-tanks veel moeite met het ruige water, wat ervoor zorgde dat van de 40 te water gelaten tanks er 8 meteen zonken. Hierna volgden de landingsboten met infanterie, en deze wisten met goed sturen en geluk de obstakels te ontwijken. Nadat de Duitsers echter waren bekomen van de schok nam hun tegenstand sterk toe, wat ervoor zorgde dat de tweede landingsgolf het veel moeilijker had, en dus moesten weer de begeleidende schepen te hulp schieten, en weer met succes. Na hevige gevechten werd 's middags de rest van de divisie aan land gezet, dus ook hier was de landing geslaagd. Behalve troepen zette de Eastern Task Force (bovengenoemde drie stranden) op D-Day ook 900 tanks en andere pantservoertuigen, 240 stuks veldgeschut, 280 stuks anti-tankgeschut, 80 stuks licht luchtafweergeschut, 4500 voertuigen en 4300 ton munitie en voorraden aan land. De hele gecombineerde Task Force had nadat de eerste Amerikanen op Utah waren geland 133.000 man aan land gebracht. De Britse luchtlanding De taak van de Britse luchtlandingstroepen was het beveiligen van de flank van de landingen op Sword. Om hun missie te volbrengen voordat de troepen vanuit zee zouden landen, zouden ze, net als de Amerikanen, 's nachts landen. Dit was gevaarlijk, maar de Duitsers konden zich in het donker minder goed verdedigen. Een van de doelen waren de bruggen over het Kanaal van Caen en de Orne. Ze werden verdedigd door rond de 50 Duitsers, dus de Engelsen waren daar in de meerderheid (6 zweefvliegtuigen met 181 man). Binnen 10 minuten nadat ze waren geland waren de bruggen onbeschadigd in hun handen. De Duitsers waren dood, gevlucht of gevangengenomen. Binnen het uur werden ze versterkt met parachutisten en groeven ze zich in, waardoor ze verschillende Duitse tegenaanvallen afsloegen. Kort na het middaguur hoorden ze doedelzakken, de commando's van Lord Lovat waren gearriveerd. Het andere doel was de batterij bij Merville. Deze was zeer goed verdedigd. Daarom was het plan dat deze eerst gebombardeerd zou worden, waarna de troepen hem zouden bestormen. De uitvoering was iets anders. Het bombardement mistte de batterij en raakte bijna de eigen troepen, die maar met zo'n 150 man waren (de rest was verdwaald, dood, gevangen, enz). Tevens ontbrak er veel van de benodigde uitrusting. Ondanks alles bestormden ze de batterij, beschadigden de kanonnen, dreven de Duitsers terug en namen er zo'n 30 gevangen. Uiteindelijk had men meer dan de helft van de troepen verloren, maar het doel was gehaald. De hele nacht door landde er zweefvliegtuigen en parachutisten, en die slaagden erin de vijf bruggen over de Dives te vernietigen, zodat er geen enkele Duitser meer bij het gebied kon komen. De hoofdmacht van de 6de Britse luchtlandingsdivisie kon nu landen. Alle doelstellingen waren gehaald.
De reactie van de Duitse Marine De Duitse marine kon niet veel uitrichten tegen de geallieerden en hun overwicht aan schepen en vliegtuigen, maar toch boekte ze enkele successen. Zo vuurden 3 torpedoboten uit Le Havre een aantal torpedo's af op de Eastern Task Force voordat ze verdwenen met behulp van een rookgordijn, en brachten de Noorse torpedobootjager Svenner tot zinken. Verder deden nog 3 torpedobootjagers een poging op 6 juni, maar werden verdreven. Op 8 juni kwamen ze echter terug met een vierde schip, maar werden uit elkaar geslagen door 8 geallieerde schepen, die er eentje zwaar beschadigde, eentje tot zinken brachten en eentje liep brandend vast op de kust. Op 13 en 14 juni werd er definitief afgerekend met de Duitse
oppervlakteschepen. Er werden in totaal 57 vaartuigen tot zinken gebracht en vernietigd door Beaufighters en 325 zware Lancaster bommenwerpers. Toch hadden de Duitsers nog 2 LST's en 9 kleinere boten vernietigd.Met de Duitse onderzeeërs ging het al niet veel beter. Van alle onderzeeërs die op de invasievloot werden afgestuurd (35 in totaal) werden er 5 beschadigd, 6 tot zinken gebracht en de rest werd gedwongen te duiken. Dit deed het Duitse opperbevel besluiten alle boten terug te trekken op 6 onderzeeërs met het geavanceerde 'snorkelsysteem' na. Vanuit Noorwegen vertrokken vervolgens ook 5 van deze onderzeeërs, waarvan er snel 2 tot zinken werden gebracht. Later werden er nog eens 3 onderzeeërs tot zinken gebracht. Toch hadden ze een bescheiden succes, ze torpedeerden in totaal een Brits fregat, een Amerikaanse LST en 3 Liberty vrachtschepen. De bevoorrading De hele invasie zou voor niets geweest zijn als de troepen niet voldoende bevoorraad werden. Zoals u nog weet werden speciaal voor dit doel twee kunstmatige havens in Engeland gebouwd, die naar Normandie werden gesleept en daar werden geassembleerd. Deze havens waren nodig tot de geallieerden andere havens hadden veroverd en in gebruik hadden genomen. Ook werd er gebruik gemaakt van de kleine havens die veroverd waren. Tevens werd er in afwachting van de kunstmatige havens gebruik gemaakt van landingsschepen ter bevoorrading, wat zeer slecht was voor de schepen zelf, maar wel effectief. Net nadat de kunstmatige havens waren voltooid kwam er een vijand die erger was dan de Duitsers, het weer. Dit sloeg om, waardoor er een stormkracht ontstond die ervoor zorgde dat alle transporten moesten worden gestaakt. Deze storm, die 3 dagen aanhield, was misschien wel de ergste storm die het Kanaal trof sinds 40 jaar. Deze storm zorgde ervoor dat de kunstmatige havens zwaar werden beschadigd, dat rond de 800 vaartuigen aan de grond liepen en dat er honderden kleine scheepjes zonken. Toen deze storm uiteindelijk voorbij was, werd zo snel mogelijk begonnen met het repareren van de schade en het herstellen van de transportdiensten. De voorraden waren immers broodnodig. De uitbraak uit het bruggehoofd Nadat de geallieerden met succes aan land waren gekomen, was het nu de tijd om ervoor te zorgen dat men niet terug de zee in werd gedreven en om uit het bruggehoofd te breken. Het terug de zee in drijven zou niet lukken vanwege het geallieerde luchtoverwicht, wat ervoor zorgde dat de Duitse konvooien niet aankwamen, en datgene wat wel aankwam was nauwelijks voldoende voor een goede tegenaanval. De uitbraak uit het bruggehoofd was wat anders. De flanken van het bruggehoofd werden beschermd door luchtlandingstroepen, maar de pogingen om uit het centrum te breken werden steeds tegengehouden door sterke Duitse tegenstand (deze concentreerde zich vooral bij Caen). Een Britse gepantserde aanval werd op 13 juni afgeslagen bij de Villers- Bocage, en een groot infanterie-offensief ten westen van Caen (operatie Epsom) werd ook neergeslagen. Dit kwam onder andere doordat het landschap, de Franse bocage, makkelijk te verdedigen was, en voor een aanvaller was het zeer moeilijk om doorheen te komen. Dit komt omdat er allemaal heggen en aarden wallen waren. Uiteindelijk werd dit opgelost door tanks te voorzien van een soort snijtanden (gemaakt van de Duitse obstakels) en van een punt, waarna er in de wal een springlading kon worden geplaatst. Om er nu voor te zorgen dat de geallieerden uit het bruggehoofd konden breken, ontwierp Montgomery een plan. Dit plan was dat de Britten en Canadezen de Duitse pantsers naar zich toe zouden trekken, zodat de Amerikanen konden uitbreken. Dit lukte en Cherbourg werd na lange gevechten op 28 juni veroverd. Intussen hielden de Duitsers nog steeds stand, maar het continue aanvallen van de geallieerden zorgde ervoor dat de defensie uitgeput raakte en men mannen en materieel verloor die niet konden worden vervangen. Bij het Duitse opperbevel voltrok zich intussen een ramp. Zo werd Rommel zwaar gewond toen op 17 juli zijn stafwagen werd beschoten door een Engels gevechtsvliegtuig, en was Von Rundstedt na een woordenwisseling met Hitler ontheven van zijn taak. Zijn vervanger, Gunther von Kluge, had echter ook twijfels aan de haalbaarheid van de verdediging en het winnen van de oorlog. Intussen werd er op 20 juli een poging gedaan Hitler te vermoorden in zijn hoofdkwartier de Wolfsschanze (luitenant- kolonel graaf Claus Schenk von Stauffenberg plaatste de bom), dat gelegen was bij Rastenburg (Oost-Pruisen). Het mislukken hiervan leidde tot een zuivering in het Duitse bevel, wat ertoe leidde dat Rommel gedwongen werd zelfmoord te plegen in oktober, en Von Kluge pleegde uiteindelijk zelfmoord op 18 augustus. De Duitse verdediging rond Caen sloeg intussen een Brits gepantserd offensief (operatie Goodwood, 18 en 19 juli) af, terwijl aan de andere kant van het front het Amerikaanse eerste leger in de tweede en derde week van juli na een bittere strijd St. Lo veroverde, en het was deze verovering die de basis legde voor de uitbraak. Door operatie Goodwood waren er op 25 juli op het front tegenover de Amerikanen bijna geen pantsers meer. De Amerikanen hadden nu het overwicht, wat ook kwam doordat ze versterkingen hadden gekregen. Dit zorgde ervoor dat ze een numeriek overwicht in divisies gaf. Op deze 25ste juli begon operatie Cobra met een verpletterende luchtaanval, waarna het Amerikaanse eerste leger Avranches op 30 juli veroverde. Ondertussen kwam ook het derde leger van George S. Patton, aan. De Amerikanen dreigden nu de Duitsers te omsingelen. Hitler zag in deze Amerikaanse aanval de kans om de zee weer te bereiken, en het front te herstellen, door om de Amerikaanse speerpunt heen te trekken.. Voor dit doel lanceerde hij operatie Luttich (7 augustus). De geallieerden hadden de berichten echter onderschept, waarna ze ter voorbereiding zware defensieve stellingen oprichtten. Hierdoor mislukte dit Duitse offensief. De Falaise pocket Ondertussen waren de Engelsen en Amerikanen in het offensief gegaan ten westen van Caen en rukten op richting Falaise. Aan de Franse Middellandse Zeekust landde op 15 augustus een geallieerde strijdkracht (operatie Dragoon), wat ervoor zorgde dat Hitler uiteindelijk inzag dat de verdediging nu hopeloos was en het bevel gaf om de Duitse troepen terug te trekken uit Normandie. De enige route om terug te trekken lag echter tussen de speerpunten van de Amerikanen en Engelsen, die elkaar in rap tempo naderden bij Falaise. Na hevige gevechten lukte het delen van het Duitse 5e en 7e leger te ontsnappen naar de Seine (tussen 16 en 19 augustus), echter met achterlating van grote delen uitrusting, velen doden en 200.000 gevangenen. Intussen waren de Duitsers, na veel terugtrekken in Rusland en nu ook in Frankrijk, hier experts in geworden. Ondanks het feit dat de geallieerden alle bruggen over de Seine vernietigd hadden, lukte het de Duitsers met pontonbruggen en ponten hun troepen over te zetten, terwijl andere troepen achterhoedegevechten hielden om de geallieerden te vertragen (19-31 augustus). Degene die dit had voorbereid was een veteraan van het Oostfront en degene die Von Kluge na zijn zelfmoord opvolgde (hij nam het commando over op 17 augustus), veldmaarschalk Walther Model.
Parijs Terwijl Model bezig was met het terugtrekken van zijn troepen, kwam de Parijse bevolking in opstand tegen het Duitse garnizoen (19 augustus). Toen dit naar buiten kwam, wijzigde Eisenhower zijn strategie om Parijs voorbij te trekken en kreeg het Vrije Franse 2e pantserleger het bevel om Parijs te bevrijden, waarvan de voorhoede op 24 augustus arriveerde. De volgende dag gaf garnizoenscommandant Dietrich von Choltitz zich over aan het verzet en de leider van het 2e pantserleger, Jacques- Phillipe Leclerc. Op 26 augustus maakte Charles de Gaulle, de leider van de Vrije Fransen, een triomfparade op de Champs-Elysees naar de Notre Dame, waar de bevrijding werd gevierd. De opmars naar Duitsland Intussen, tijdens de hevige gevechten in Frankrijk, werd Engeland weer getroffen. Deze keer niet door conventionele bommen, maar door de eerste zelfstandig opererende bommen en raketten. Op 13 juni werd Engeland voor het eerst getroffen door de V1, een vliegende bom die een beetje leek op een onbemand vliegtuig. Het was nog mogelijk deze uit de lucht te schieten. Op 8 september werd Engeland echter ook getroffen door de V2, de eerste raket. Deze was niet te onderscheppen en hoorde men ook niet (de V1 had een pruttelend geluid), waardoor er meer kans op slachtoffers was. Op de grond ging het nu razendsnel. Zo werd op 3 september de Belgische hoofdstad Brussel en op 4 september Antwerpen (vrijwel onbeschadigd waardoor het het belangrijkste bevoorradingscentrum werd, hierom vuurde de nazi's zelfs V1's op Antwerpen af) door de geallieerden bevrijd, waarna ze op 12 september bij Eijsden Nederland binnen trokken, om vervolgens het westen van Nederland te bevrijdden (najaar 1944 Zuid- Limburg, Noord- Brabant, Zeeland en in februari '45 Noord- Limburg. De bevrijding van het westen van Nederland was pas op 16 april afgerond (Groningen bevrijd) waardoor het oosten de hongerwinter meemaakte). Maar in Nederland ging het mis. Het ambitieuze plan van Montgomery om de bruggen bij Arnhem en Nijmegen te veroveren (operatie Market Garden, 17- 26 september) mislukte, en de geallieerden stopte even bij de rivieren. Dit duurde zes lange maanden, tot ze in maart de Rijn overtrokken, om in april over een breed front Duitsland in te trekken. In de tussentijd lanceerde de Duitsers echter nog een massaal tegenoffensief (het Ardennenoffensief, ook wel Battle of Bulge genoemd) die begon op 16 december en dankzij de verrassing (en het feit dat Duitse commando's verkleed als Amerikanen verwarring stichtten) en het slechte weer (geen luchtsteun) aardig ver wisten te komen (tot aan Bastogne), maar toen het weer opklaarde en men van de verrassing bekomen was werd het offensief al snel in de kiem gesmoord (op 26 december werd Bastogne ontzet en op 23 januari werd St. Vith bevrijd). Ondertussen ging het ook op de andere fronten slecht voor de Duitsers. In het Middellandse-Zeegebied verloren ze slag na slag, en op 14 oktober stonden de Britten in Athene. In Italië stond het front redelijk stil, en de Duitsers hielden hier stand tot de Duitse troepen in Italië zich op 29 april 1945 overgaven. Aan het Oostfront en rond Noorwegen ging het ook slecht. Bij Noorwegen werd het grootste Duitse schip, het slagschip Tirpitz, tot zinken gebracht door RAF bommenwerpers (eerder was het al zwaar beschadigd door X- craft (miniduikboten)). Aan het Oostfront was op 1 augustus Warschau in opstand gekomen (de tweede opstand, deze duurde van 1 augustus tot 3 oktober 1944), waarna de Russen deze stad (pas!) op 17 januari veroverden. Hierna ging het ook aan het Oostfront snel, zo snel zelfs, dat de slag om Berlijn begon op 16 april. Terwijl een deel van het Russische leger daar aan het vechten was, trok de rest verder Duitsland in, om op 25 april bij de Torgau en de Elbe de westelijke geallieerden te ontmoeten. Een paar dagen later (op 2 mei) was ook de slag om Berlijn over en namen de Russen de stad in na zware gevechten. Vier dagen daarvoor was de Italiaanse dictator Mussolini doodgeschoten, en twee dagen daarna pleegde Hitler zelfmoord in zijn bunker onder de Reichstag (om precies te zijn schoot hij zich om 3.30 uur met een revolver door de mond, waarna zijn pasgetrouwde vrouw vergif innam), waarna zijn opvolger, Grossadmiral Karl Donitz (oud commandant onderzeebootwapen en
opperbevelhebber Kriegsmarine), de onderhandelingen over vrede begon. De overgave van Duitsland en de bezette gebieden was op 4 mei een feit, toen op de Luneburgerheide de overgave van Noord- Duitsland, Denemarken en Nederland werd getekend, terwijl op 7 mei de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse troepen aan Eisenhower was (dit vond plaats in diens hoofdkwartier te Reims). De overgaveceremonie was een dag later in Berlijn, waar de grote drie ook aanwezig waren. Deze bestonden echter niet meer uit Stalin, Roosevelt en Churchill, maar uit Stalin, Truman (deze was de opvolger van de op 12 april 1945 gestorven Roosevelt) en Attlee (de nieuwe Britse premier die op 26 juli 1945 Churchill opvolgde). De oorlog in Europa was over, terwijl de oorlog in Azië voortduurde. Dankzij landingen op kleinere schaal lukte het veel gebieden te bevrijden van de Japanners. Japan gaf zich echter nog steeds niet over (zelfs niet toen het moederland in het bereik van de Amerikaanse bommenwerpers kwam) en maakte zich op voor de verdediging van Japan zelf. Omdat dit teveel slachtoffers onder de geallieerden zou eisen werd besloten Japan te bombarderen met een van de ergste wapens ooit ontwikkelt, de atoombom. Op 6 augustus 1945 was het een feit en werd Hirosjima getroffen door een atoombom, waarna op 9 augustus nog een atoombom werd gegooid op Nagasaki. Hierna capituleerde ook Japan, waarna op 2 september de onvoorwaardelijke overgave werd getekend in de Baai van Tokio aan boord van het Amerikaanse slagschip USS Missouri. Het einde van de tweede wereldoorlog was een feit. Vrijheid Het is ongetwijfeld een feit dat door de geallieerde landing de val van het Derde Rijk is versneld, en dat de oorlog in Europa dus eerder afgelopen was. Mede hierdoor zijn we wat we nu zijn, een vrij volk, een democratie. Men weet niet wat voor gevolgen het zou hebben gehad als de geallieerde landing zou zijn mislukt. Misschien zouden we nu onder een nazi-regime leven, of misschien hadden de Sovjets ons wel bevrijd waardoor we nu communistisch waren geweest (in beide gevallen hadden we in een dictatuur geleefd). Gelukkig voor ons is dat allemaal niet gebeurt en is de landing geslaagd, waardoor we nu kunnen zeggen, doen en laten wat we willen. Heel veel mensen ervaren het als gewoon, maar voor de vrijheid die we nu hebben is hard gevochten en heeft er veel bloed gevloeid. Het landschap De gevolgen van de tweede wereldoorlog voor het landschap zijn goed te merken, vooral aan de kust waar eens de Atlantikwall stond. Wat men daar nu nog van merkt, is de aanwezigheid van oude bunkers, geschutsopstellingen en af en toe wat kuilen (oude kraters). Deze bunkers en geschutsopstellingen zijn nu nog slechts een aandenken aan een vreselijke tijd, maar zijn tevens een historische bron, musea en toeristentrekker. Zo zijn de

geschutsopstellingen bij Longues- Sur- Mer (een van de weinige met het originele geschut er nog in) zeer in trek bij het publiek. Er zijn echter ook geallieerde invloeden aan de kust te ontdekken. Zo kan men voor de kust bij het stadje Arromanches nog steeds restanten Mulberry zien (de betonnen caissons liggen her en der verspreid voor de kust), en in Europa zijn er op sommige plekken nog bailey- bruggen (een brug die in een mum van tijd is opgebouwd en bestaat uit prefab segmenten) in gebruik. Ook wordt er nog regelmatig (zowel Duitse als geallieerde) munitie gevonden, maar dat niet alleen. Soms komen er hele wrakken omhoog van bijvoorbeeld neergestorte vliegtuigen en gezonken boten. Ook vind men af en toe nog lijken van indertijd gestorven soldaten, bijvoorbeeld in die wrakken maar ook op andere plaatsen. In het binnenland zijn er ook vele bunkers en versperringen te vinden. Een voorbeeld zijn de kleine bunkertjes langs de spoorlijn op weg van Amsterdam naar Amersfoort, het reusachtig grote fort bij de Belgisch- Nederlandse grens genaamd Eben Emael en bijvoorbeeld de drakentanden (anti-tank) van de oude Siegfriedlinie. Musea en monumenten In Europa zijn er veel musea te vinden met als onderwerp de tweede wereldoorlog of een deelonderwerp daarvan. Veel van deze musea zijn te vinden bij voormalige 'slagvelden'. Voorbeelden in Nederland zijn het deels openluchtmuseum te Overloon en het museum te Groesbeek (operatie Market Garden). In Frankrijk is dit natuurlijk ook zo. Zo is er bij Arromanches een museum dat vooral gaat over de Mulberry- haven, is er in Caen een museum over de bevrijding, in Bayeux een museum met zeer veel gebruiksvoorwerpen (voertuigen, vuurwapens, geschut, enz) en is er in St. Mere Eglise een museum met als hoofdonderwerp de luchtlandingen. Dit is slechts een greep uit het totaal. Ook zijn er door heel Europa monumenten te vinden die zijn opgericht om een bepaalde gebeurtenis (bijvoorbeeld een gewonnen slag) en/of om de doden te herdenken. Een voorbeeld in Amsterdam is het Wetheimpark met het daarin gelegen Auswitsch- monument. Vooral de plekken van de grote slagen liggen er vol mee. Daarom zijn er ook zo veel te vinden in Normandie. Men moet niet vergeten dat een monument verschillende vormen kan hebben. Zo zijn er beelden, platen met daarin de namen van slachtoffers maar ook gebruiksvoorwerpen en plaatsen zoals Pointe-du-Hoc. Materieel De slag heeft niet alleen veel monumenten en musea met materieel opgeleverd, er zijn ook instanties die het materieel rollend en in bedrijf proberen te houden. Zo zijn er organisaties als Keep Them Rollin' (rollend geallieerd materieel) en de Royal Air Force Memory Flight (enkele vliegtuigen uit de tweede wereldoorlog). Deze zijn vaak aanwezig bij belangrijke herdenkingen, net zoals mensen die niet aangesloten zijn bij een vereniging maar het puur voor de lol doen. Voor D-Day is er, zoals u inmiddels weet, speciaal materieel ontwikkeld zoals speciale tanks en boten. Dit materieel was de basis voor verdere ontwikkeling, en er is heden ten dage materieel in gebruik dat toen is ontwikkeld. Denk maar eens aan bijvoorbeeld een bruggenleggende tank en andere speciale genievoertuigen. Ook zijn er momenteel nog landingsboten in gebruik die zeer veel lijken op die van D-Day. De slachtoffers Zoals u in het vorige hoofdstuk heeft kunnen lezen heeft de tweede wereldoorlog zeer veel slachtoffers geëist, waarvan een fractie is gevallen bij operatie Overlord en de daaropvolgende gevechten. Onder een fractie kunt u bijvoorbeeld 10.000 doden zien. Wat zijn 10.000 doden op een totaal van rond de 55 miljoen doden. Op papier is dat inderdaad een fractie, maar in het echt is het
beangstigend. U krijgt kippenvel als u staat op de grote Amerikaanse begraafplaats bij Colleville Sur Mer (70 ha groot), waar om precies te zijn 9386 Amerikaanse slachtoffers liggen (hiervan zijn 307 doden onbekend, en staan er op de herdenkingsmuur de namen van nog eens 1557 slachtoffers). Het is dan ook zeer indrukwekkend om uit te kijken op een mooi stukje landschap, dat echter vol staat met rijen witte kruisen, en dan te bedenken dat elk kruis een dode vertegenwoordigt. Niet zo groot, maar daarom niet minder indrukwekkend zijn de wat kleinere Engelse begraafplaatsen, waarvan er een is gelokaliseerd bij Bayeux. Er zijn echter niet alleen geallieerde, maar ook Duitse begraafplaatsen. Deze zijn minder indrukwekkend en van een andere bouw, maar vertegenwoordigt toch een groot aantal slachtoffers. Zo bevinden zich op de Duitse begraafplaats bij Mont d'Huisnes de stoffelijke overschotten van 11.887 soldaten. Zo zijn er verspreid over heel de wereld van deze oorlogskerkhoven te vinden, en al deze kerkhoven worden perfect onderhouden en verzorgt, en dat is precies wat deze mensen hebben verdiend, respect omdat ze zijn gevallen tijdens het vechten voor het vaderland.
De veteranen Iedereen die ooit heeft gediend met defensie in het buitenland mag zich rekenen tot veteraan. De overlevenden van D- Day en van andere militaire operaties zijn echter een aparte groep, en er zijn dan ook elk jaar opnieuw veteranen aanwezig op de voormalige slagvelden en bij de herdenking daarvan. Het worden er echter elk jaar minder. Deze mensen worden echter door iedereen met respect behandeld, en dat is ook wat ze verdienen. Een apart hoofdstuk zijn echter de Duitsers. De Duitse veteranen zijn bijna nooit aanwezig, wat begrijpelijk is. Er is echter (voor zover ik weet) een uitzondering, en dat is het stadje St. Mere Eglise, waar de oorlog samen wordt herdacht. Hier kunnen de mensen nog wat van leren, dit is pas vergevingsgezind. De representativiteit van D-day in films literatuur De geallieerde landing in Normandie is natuurlijk een uitstekend onderwerp om een verhaal over te schrijven of een film over te maken. Het kan ook als het toneel dienen voor een verhaal of film. Dit is sinds de landing dan ook vele malen gedaan, met als bekende resultaat het boek 'de langste dag' van Cornelius Ryan, en als bekendste films 'De langste dag' en Saving Private Ryan. In beide films is er een hoger realiteitsgehalte dan in de meeste andere oorlogsfilms, en dat komt onder andere doordat ieder zijn eigen taal spreekt (een Duitser spreekt Duits en geen Engels) en doordat de wapens en het materieel kloppen (er zijn bijvoorbeeld geen Amerikaanse Shermantanks die, met een Duits kruis erop, dienst doen als Duitse tanks). Het verhaal van Saving Private Ryan is verzonnen, maar de begraafplaats aan het begin en einde is echt (het is de Amerikaanse begraafplaats bij Colleville Sur Mer). Ook krijgt men door grofweg het eerste half uur een beeld van de geallieerde landing op Omaha, het 'slachtveld'. Hier ziet men hoe erg de landing in werkelijkheid was. Niet minder indrukwekkend is 'de langste dag', een film naar het boek van Cornelius Ryan. De film is een stuk minder bloederig dan Saving Private Ryan, maar het probeert dan ook zo precies mogelijk de landing te beschrijven, al hebben ze het af en toe wel wat aangepast en geromantiseerd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.