Hoe werkte het poldermodel in de jaren negentig van de vorige eeuw?
In de jaren negentig is het hervormingsbeleid aangevuld met maatregelen gericht op versterking van de economische structuur. Doelstelling hierbij is de markten voor goederen, diensten, kapitaal en arbeid beter te laten functioneren. Soepeler werkende markten stimuleren ondernemers tot prijsverlagingen en tot het maken van nieuwe en betere producten en diensten. Een grote stap in de verbetering van het functioneren van productmarkten is gezet met de inwerkingtreding van de Mededingingswet per 1 januari 1998. Hiermee sluiten de Nederlandse mededingingsregels aan bij die van de Europese Commissie. Bedrijven mogen de concurrentie niet meer beperken door onderlinge afspraken of misbruik van een machtige marktpositie. Consumenten kunnen profiteren van de druk op de prijzen die hierdoor ontstaat. Bovendien krijgen kleine en nieuwe bedrijven meer kans zich te ontwikkelen.
Ook via andere beleidsinstrumenten geeft de overheid ondernemers meer speelruimte. De administratieve lasten die de overheid aan bedrijven oplegt, zijn verminderd. Regelgeving die onnodig remmend werkt, wordt herzien. Zo worden momenteel minder eisen gesteld aan startende ondernemers en mogen winkels, binnen zekere grenzen, ook 's avonds en 's zondags hun deuren openen. In een groot aantal sectoren, zoals de makelaardij, de advocatuur en het wegvervoer, is meer ruimte geschapen voor concurrentie door het vrijlaten van bijvoorbeeld tarieven. Dat dit beleid van deregulering vruchten oplevert voor de consument en de werkgelegenheid blijkt bijvoorbeeld op de markt voor telecommunicatie. Sinds deze markt acht jaar geleden werd opengesteld voor nieuwe toetreders, zijn er veel nieuwe telecommunicatieproducten op de markt gekomen, zijn prijzen sterk gedaald (10 tot 35%) en is de werkgelegenheid met 120% gegroeid.
Tenslotte stimuleert de overheid de ontwikkeling van innovaties, met name op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie. Niet alleen door subsidies te verstrekken, maar steeds vaker ook door onderzoekers, bedrijven en risico kapitaal bij elkaar te brengen. In het Twinning Concept bijvoorbeeld worden jonge bedrijven samengebracht met ervaren managers en risico kapitaal.
Ruimte voor ondernemerschap vereist ook investeringen in fysieke ruimte. Binnen de beperkingen van een klein en dichtbevolkt land als Nederland moet er voldoende ruimte zijn voor bedrijfsterreinen. De infrastructuur dient te voorzien in de groeiende behoefte aan mobiliteit. Om de functie die Nederland heeft als 'gateway' van Europa te behouden, investeert de overheid in de vernieuwing van de luchthaven Schiphol, de haven van Rotterdam en de verbindingen met het achterland. Met het oog op het toenemende wegverkeer in Nederland zet de regering zich ook in om de bestaande infrastructuur optimaal te benutten, bijvoorbeeld door de introductie van rekeningrijden waarbij elektronisch tol wordt geheven op het rijden in de Randstad.
De economische groei en de werkgelegenheidsgroei zijn nu groter dan gemiddeld in Europa. Niet alleen de lastendruk gaat nu omlaag, ook het overheidstekort daalt. De inflatie in Nederland behoort tot de laagste in Europa. Ook de rente in Nederland is laag, omdat De Nederlandse Bank de rente kunstmatig laag houdt. De voormalige Nederlandse gulden had al sinds het begin van de jaren ’80 een stabiele waarde ten opzichte van de voormalige Duitse Mark. Door het loonmatigingsbeleid heeft Nederland optimaal kunnen profiteren van de stabiele koers van de gulden.

Welke problemen ontstonden er einde jaren negentig in het poldermodel?
Het gaat dus goed met Nederland maar dat betekent niet dat we er zijn. De beleidswijzigingen die Nederland in begin jaren ’80 heeft ingezet, hebben de basis gelegd voor een gunstig perspectief voor de economische ontwikkeling in de komende jaren. Als het beleid van loonkostenmatiging, lastenverlichting, betere marktwerking en investering in de infrastructuur wordt voortgezet, kan Nederland de toekomst met vertrouwen tegemoet zien en kan men spreken van een goed Nederlands model.
Er schuilt nog een groot gevaar voor het poldermodel. De gewone Nederlander merkt niet zoveel van die enorme winsten die er nu gemaakt worden. Zij horen ook dat het zo goed gaat, maar het welvaartspeil van Nederland is nog steeds maar het zevende van Europa (ter vergelijking: de Belgen met hun niet voortmakende economie en failliete overheid staan derde, na de Luxemburgers en de Denen). De Nederlandse werknemers willen er ook een graantje van mee pikken. Bij de onderhandelingen voor een nieuw sociaal akkoord pleiten vooral de werknemers (o.a. uit de banksector) daarom resoluut voor loonsverhoging. De grootste vakbond FNV probeert haar leden te sussen. Want een forse algemene loonsverhoging kan binnen de kortste keren tot reorganisaties en ontslagen leiden. Dan wordt het poldermodel opgedoekt.
Het poldermodel gaat vaak echte keuzes uit de weg, of verdoezelt ze. De democratische dekking van de besluitvorming komt in het nauw, doordat de aanloop naar beslissing steeds sterker wordt bepaald door mensen die daar niet voor gekozen zijn. Bovendien voelen steeds minder burgers zich betrokken bij de politiek doordat belangrijke discussies niet meer in de openbaarheid worden uitgevochten, maar worden gladgestreken door overleg en compromis.

Waartoe heeft het poldermodel geleid in 2002?
Momenteel rond het jaar 2000 zijn de winsten van bedrijven flink gestegen en eisen de vakbonden veel hogere lonen als een stuk van de gegroeide welvaart. Werkgevers hebben zichzelf vaak een flinke loonsverhoging gegeven in de afgelopen jaren van 13% of meer. De vakbonden eisen dat in de CAO komt dat zij ook hogere lonen moeten krijgen. Maar rond het jaar 2001 bleek de wereldeconomie niet meer zo hard te groeien en dreigde wereldwijd een recessie. De effectieve vraag nam af en mensen werden ontslagen. Als dit leidt tot hogere prijzen komt ook de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland in gevaar, door lagere prijzen is Nederland ten opzichte van andere landen goedkoper en dat levert meer export op en dus meer werkgelegenheid. En dat is ook een van de peilers waarop het poldermodel steunt.

Mening
Aan de ene kant kun je zeggen dat het poldermodel een succes is. Het gaat nu hartstikke goed met Nederland en dat komt mede door het poldermodel. De werkloosheid is gedaald en de werkgelegenheid is gegroeid.
Aan de andere kant gaat het op dit moment met het poldermodel niet zo heel goed. De werkgevers geven zichzelf loonsverhogingen terwijl de werknemers dat niet krijgen.
Maar al met al zijn denk ik de beleidsveranderingen toch goed zijn geweest voor de Nederlandse economie. Het heeft Nederland toch uit een moeilijke tijd geholpen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.