Osmose

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 703 woorden
  • 22 februari 2002
  • 63 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 63 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding.

-Wat is osmose?

Osmose wil zeggen dat er diffusie van water door een semi-permeabel membraan plaatsvindt, dat oplossingen met verschillende concentraties, opgeloste deeltjes van elkaar scheid. Diffusie wil zeggen dat deeltjes zich verplaatsen van een gebied met een hoge concentratie naar een gebied met een lage concentratie, waardoor concentratieverschil afneemt en uiteindelijk wordt opgeheven.
Osmose bij planten, de stevigheid hangt af van de hoeveelheid vloeistof in de cellen. Osmose zorgt er ook voor dat de voedingsstoffen in de hele plant komen.


-Vraagstelling?

Wat is de invloed van de diverse suikeroplossingen op de lengte en de stevigheid??

Bij een hypotoon milieu gaat er meer water de cel in dan eruit. Dat komt doordat de osmotische waarde van het milieu lager is dan de osmotische waarde van het celvocht. De aardappelstaafjes worden groter en steviger.
In een isotoon milieu gaat er evenveel water de cel in als eruit ( dynamisch evenwicht ). De oorzaak daarvan is dat de osmotische waarde van het milieu gelijk is aan de osmotische waarde van het celvocht. De aardappelstaafjes blijven even groot en even stevig.
In een hypertoon milieu gaat er meer water uit de cel dan erin. Oorzaak daarvan is dat de osmotische waarde van het milieu hoger is dan de osmotische waarde van het celvocht. De aardappelstaafjes worden kleiner en slapper.

-Hypothese?

De verwachtingen zijn dat er in het begin ( buis 1,2,3 ), het aardappelstaafje gaat uitzetten. Dat komt doordat er weinig glucose in zit, maar wel veel water. Daardoor kan er veel water worden opgenomen, opgeloste stoffen doen immers niet mee, die blijven achter.
Bij buis 4 of 5 kan het gaan omslaan, dat de lengte en de stevigheid hetzelfde is gebleven. Daarna neemt de lengte en de stevigheid af doordat er minder water in zit, het wordt niet meer opgenomen, maar ze verliezen water.

In buis 6 t/m 10 neemt de stevigheid en de lengte af.

Materiaal en methode.

In buis 1 doe je 1 ml glucose en 9 ml water, in buis doe je 2 ml glucose en 8 ml water, je gaat zo door zodat de som van de twee stoffen telkens 10 is.
Het water en glucose doe je in een reageerbuis met behulp van een pipet, daarop kan je aflezen hoeveel ml je in de reageerbuis doet. De pipet zet je in het bekerglas met water of glucose en dan moet de benodigde hoeveelheid opzuigen. Vervolgens laat je hem leeglopen.

In buis 1 is er 1% glucoseoplossing,
Buis 2 is er 2%,
Buis 3 is er 3%,
En ga zo maar door tot buis 10.

De aardappelstaafjes snij je in stukjes van 50 mm. En dan zo RECHT mogelijk, want elke mm kan invloed hebben op de resultaten. Die aardappelstaafjes doe je vervolgens tegelijk in de buisjes.
De volgende les ( 24 uur later ) ga je kijken wat er gebeurd is en dan ga je bepalen wat de stevigheid is, door te buigen. En dan meet je op wat de lengte is. Stevigheid bepalen is een subjectieve uitslag, omdat wat de één stevig vind, vind de ander slap.

Resultaten.

Nr. buis Stevigheid Aantal mm % glucose
1. +++ 52 1%
2. +++ 51 2%
3. ++ 50 3%
4. ++ 49 4%
5. + 48 5%
6. +/- 48 6%
7. +/- 48 7%
8. - 49 8%
9. -- 48 9%
10. --- 47 10%

Legenda ( t.o.v het begin ).
+++ is steviger geworden,
++ is even stevig,
+/- is buigzaam,
- is behoorlijk buigzaam,
-- is veel buigzamer,
--- is heel erg buigzaam.

Conclusie

De verwachtingen kloppen ongeveer met de resultaten. Het water wordt opgenomen in de aardappel tot aan buis 2. Bij buis 3 gebeurt er helemaal niets, het staafje blijft even lang en de stevigheid blijft hetzelfde. Na buis 3 neemt het vochtgehalte in de aardappel af. De sterke concentratie trekt de zwakke concentratie aan. Hoe meer glucose, hoe hoger de concentratie. Naarmate de glucose toeneemt, hoe kleiner de staafjes worden. De resultaten hangen dus af van concentratie van de glucoseoplossing en de glucoseoplossing. Bij buis 8 is het aardappelstaafje opeens een mm groter dan in buis 7. Dat kan komen door een meetfout van het aardappelstaafje of door een verkeerde gepipetteerde hoeveelheid van glucose of water.

Discussie

De proef zou verbeterd kunnen worden door de staafjes tegelijk gesneden worden, dan zijn ze in ieder geval gelijk. Een meetfout kan de uitslag van de proef beïnvloeden. De staafjes moeten in ieder geval even lang zijn ( 50 of 51 mm maakt dan ook niet uit ). Beter is langere staafjes nemen of de proef nogmaals herhalen. Ook kan de proef herhaald worden met andere oplossingen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

F.

F.

het osmose verslag op scholieren.com heeft me enorm geholpen, bedankt

19 jaar geleden