Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


De plaatjes zitten in de bijlage, die moet je even zelf openen en bij het verslag voegen. Ze zijn getiteld, deze titel staat per plaatje schuin- en dikgedrukt in het werkstuk, waar je het plaatje in moet voegen.

Inleiding

De volgende begrippen zijn handig om van tevoren te weten. Dan weet je een beetje wat er in de aardappels gebeurd.
-    Osmose: Een vloeistof met een bepaalde concentratie van een stof (in dit geval zout) trekt water aan van een oplossing met een kleinere concentratie zout. Door een     semi-permeabele wand (in dit geval het membraan van de aardappelcellen) vindt diffusie plaats alleen van de concentratie water en niet van de concentratie zout, omdat die moleculen niet door de semi-permeabele wand heen kunnen, omdat die zoutmoleculen te groot zijn.
-    Turgor: Turgor vindt plaats als een plantencel veel water kan opnemen uit de omliggende omgeving door osmose. Turgor is de druk van de cel (die groeit doordat er veel water in komt) tegen de celwand. Turgor zal dus plaatsvinden als de zoutconcentratie in de omliggende vloeistof kleiner is dan in de cel.


-    Plasmolyse: Plasmolyse is het tegenovergestelde van Turgor. Als de zoutconcentratie in de omliggende vloeistof groter is dan in de cel neemt de omliggende vloeistof water op uit de cel. De cel zal dus krimpen en wordt slap en komt los van de celwand.

Vraagstelling
Wat gebeurt er met de lengte en de stevigheid van aardappelstaafjes wanneer deze in oplossingen van verschillende zoutconcentraties worden gelegd?
Hypothese
1. Bij een bepaalde zoutconcentratie zal de lengte van de aardappelstaafjes niet veranderen. Als de concentratie 0.5% is, omdat de zoutconcentratie in de aardappelcellen ook ongeveer 0.5% is.
2. Bij de concentraties lager dan de bij a. genoemde concentratie zal de lengte en stevigheid van de aardappelstaafjes toenemen, omdat er turgor plaats zal vinden.
3. Bij de concentraties hoger dan de bij a. genoemde concentratie zal de lengte en stevigheid van de aardappelstaafjes afnemen, omdat er plasmolyse plaats zal vinden.
Materiaallijst
-    Een scheermesje


-    Een fritessnijder
-    3 Buisjes
-    Een koelkast
-    1 Aardappel
-    Zoutconcentraties: 0.25%, 1% en 4%
-    Een elastiekje
-    Een stift
-    Een geodriehoek
Methode/werkwijze
We hebben eerst 8 frieten gesneden en daarvan 15 aardappelstaafjes van 0.5 bij 0.5 bij 5 cm van gesneden, daarna hebben we de buisjes gevuld met de verschillende zoutconcentraties (0.25%, 1% en 4%). En in elk buisje 5 aardappelstaafjes gedaan. De buisjes hebben 5 dagen in de koelkast gestaan en daarna hebben we de aardappelstaafjes eruit gehaald en gemeten.
Resultaten
De procentuele groei van de aardappelstaafjes in verschillende zoutconcentraties van ons.
(PLAATJE 1)
Het gemiddelde resultaat per zoutconcentratie van de rest van de klas.
(PLAATJE 2)
Bij een zoutconcentratie tussen 0% en 0,5% neemt de lengte van de aardappelstaafjes toe en bij een zoutconcentratie boven 0,5% neemt de lengte van een aardappelstaafje af.

Grafiek
We hebben deze grafiek zelf getekend. De assen staan in onderstaand plaatje.
(PLAATJE 3)
Discussie
Er is gebeurd wat wij hadden voorspeld. Wij hadden voorspeld dat de aardappelstaafjes in een zoutconcentratie lager dan 0,5% zouden groeien door turgor, omdat het een hypotonische oplossing is (de zoutconcentratie buiten de cel is lager dan de concentratie binnen de cel) en hoger dan 0,5% zouden krimpen door plasmolyse, omdat het een hypertonische oplossing is (de zoutconcentratie is hoger in de vloeistof buiten de cel). Het rare is dat bij een concentratie van 0,5% de aardappelstaafjes gegroeid zijn (wij hadden verwacht dat het een isotonische oplossing was, dus gelijk aan de oplossing in de cel). Dat is misschien een fout van een ander groepje.
Wij hebben geen fouten gemaakt in ons onderzoek, want wij zitten overal heel dicht bij de gemiddelde toename of afname.
Een vervolgonderzoek zou misschien kunnen zijn dat de aardappelstaafjes langer in de buisjes in de koelkast staan. Dan kun je meten hoe lang het duurt voordat de aardappelstaafjes niet meer groeien of krimpen.

Conclusie

Als de zoutconcentratie om het aardappelstaafje heen hoger dan de zoutconcentratie binnen de cel is ontstaat er osmose waardoor de cellen krimpen en losraken van de celwand en daardoor wordt het aardappelstaafje klein en slap (plasmolyse). Dat gebeurd bij een concentratie die hoger is dan 0,5%. Het aardappelstaafje wordt juist sterker en groter als de zoutconcentratie 0,5% is of kleiner (turgor).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

wow SUPER echt handig voor je PO!!!

7 jaar geleden