Wolven

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 4689 woorden
  • 28 mei 2006
  • 35 keer beoordeeld
Cijfer 5.6
35 keer beoordeeld

Wat is een wolf? De wolf (Canis lupus) is een zoogdier uit de orde Carnivora. Het is naar alle waarschijnlijkheid de voorouder van de hond (Canis lupus familiaris). In ieder geval kunnen ze samen vruchtbare nakomelingen voortbrengen, zodat de hond en de wolf, althans volgens bepaalde definities, tot dezelfde soort kunnen worden gerekend. Kenmerken van de wolf Er zijn veel verschillende soorten wolven. Daarom volgen hieronder een aantal algemene kenmerken. De vacht is meestal grijs of rossig in verschillende tinten. Je hebt nog meer kleurvariëteiten, zoals helemaal wit, grijs met zwart, bruin met rood en helemaal zwart. Wolven hebben een kop-romplengte van 80 tot 160 cm, en een staart van 30 tot 50 centimeter. De schouderhoogte is 65 tot 80 centimeter. Vrouwtjes zijn ongeveer tien procent kleiner dan mannetjes. Mannetjes wegen (afhankelijk van de soort) 20 tot 80 kilo en vrouwtjes (weer afhankelijk van de soort) 18 tot 50 kilo. Een wolf heeft sterk ontwikkelde reukzin, zicht en gehoor. Hij kan als de wind meezit een dier op 300 meer afstand ruiken. Ook kan hij goed zien bij nacht en door de zijwaartse positie van de ogen heeft hij zicht van 250° terwijl dat bij de mens maar 180° is. Net als honden kunnen wolven hogere tonen als de mens horen. In rust heeft een wolf een gemiddelde hartslag van 90 slagen per minuut, en hij ademt zo’n 15 tot 20 keer per minuut. In actieve toestand kan de hartslag tot 200 slagen per minuut oplopen en de ademhalingsfrequentie 100 per minuut. Ook de bijtkracht van de wolf is een sterke eigenschap, die is 150 kg/cm2. Voedsel Je zou de wolf haast een vuilnisbak noemen, maar dat is ook meteen een eigenschap waardoor hij kan overleven. Hij is bepaald niet kieskeurig want zijn voedsel bestaat onder andere uit knaagdieren, hoefdieren, vogels maar ook dieren die al dood zijn (aas) en afval. Hij is ook niet bang om grotere prooien te vangen want hij jaagt ook gerust op herten zwijnen, rendieren, elanden bevers en reeën. Dat de wolf niet kieskeurig is betekent niet dat hij geen voorkeuren heeft. Hoefdieren vormen wel de belangrijkste prooien. Bij een onderzoek is aangetoond dat Pools-Duitse wolven voor ongeveer 50% reeën eet, 30% edelherten en ongeveer 15% wilde zwijnen. Kleine dieren beslaan maar 5% van het menu. Omdat de mens en wolf relatief dicht bij elkaar in de buurt wonen worden ook wel eens vee of huisdieren aangevallen, simpelweg omdat het makkelijker is dan op wilde dieren te jagen. Mensen worden eigenlijk nooit aangevallen. Alleen bij hoge uitzondering als iemand bijvoorbeeld te dicht bij een nest jongen in de buurt komt. Maar dat is zeker geen uitzonderlijk dieren (ook mensen) gedrag.
Gedrag Wolven zijn dag- en schemeringsdieren, maar doordat er vrij veel op ze gejaagd wordt zijn ze in onder andere Europa meer ‘s nachts gaan leven. Wolven zijn fysiek sterke dieren, ze kunnen hard rennen (de top ligt rond de 45 km per uur) en ook zwemmen is geen probleem. Het is voor wolven heel gewoon om op 1 dag 50 tot 60 kilometer af te leggen. Vooral als ze naar nieuw territorium op zoek zijn, verkennen ze gebieden in een hoog tempo. Voortplanting De paartijd verschilt per gebied. In Scandinavië duurt dit bijvoorbeeld van februari tot april. Het nest van een wolf bevindt zich in een grot of een hol, in ieder geval verstopt zodat het niet te zien is. Soms graaft hij zijn eigen hol, of vergroot hij een bestaand hol van bijvoorbeeld vossen. Tussen maart en mei, na een draagtijd van 63 dagen, worden de welpjes tussen de 3 en 7 per worp geboren. Beide ouders zorgen voor de jongen. Ze krijgen daarbij hulp van de andere roedelleden. De reu brengt voedsel aan het zogende teefje. Na acht weken zijn de jongen klaar voor vast voedsel en blijven minstens een jaar bij de roedel. Vaak nog langer maar dat is ook afhankelijk van hoe dominant broertjes en zusjes zijn en het voedselaanbod. Wolven kunnen vijftien tot twintig jaar oud worden in gevangenschap, maar worden in het wild niet zo oud, rond de 5 tot 10 jaar. Hoe ziet de rangorde van wolven eruit in een roedel? Wolven leven in een groep of zogezegd een roedel, die meestal bestaat uit een volwassen reu en teef met hun jongen. Binnen de roedel wordt er weinig gevochten, wat te danken is aan de duidelijke rangorde die er heerst. Elk dier weet zijn plaats en zal nooit een dier dat hoger in de rangorde staat aanvallen of iets dergelijks. Binnen een roedel zijn er twee leiders, het alfamannetje en het alfavrouwtje. Hierna komen de volwassen reuen en teven, na de volwassen dieren komen de jongere dieren en daarna de pups. Onder de pups is er vanaf jongs af aan al een rangorde. Helemaal onderaan in de rangorde staat de underdog, of de omega. De underdog is een reu of teef waarop alle andere wolven uit de roedel hun frustraties op af reageren. De underdog is als het ware de pispaal van de roedel, maar is ondanks dat onmisbaar. Doordat elke wolf lelijk tegen hem mag doen ontstaan er zo goed als geen conflicten in de roedel. Wolven zijn krachtige dieren en zouden elkaar in onderlinge gevechten makkelijk kunnen verwonden of doden, wat het einde zou kunnen beteken voor de groep. De rangorde in een roedel is dus van levensbelang. Tijdens het eten kun je de hiërarchie het beste waarnemen. De underdog mag pas eten als de andere, hogergeplaatste dieren klaar zijn. Als hij eerder probeert wat te bemachtigen wordt hij weggejaagd door grommen en het ontbloten van de tanden. De alfareu is de enige reu die de loopse teven dekt, over het algemeen gezien is dit meestal alleen de alfateef.
Lichaamshouding Welk paar de hoogste rang hebben is af te lezen aan hun lichaamshouding. De dieren in de hoogste rang houden hun staart recht omhoog en plassen met één achterpoot van de grond getild. Ook het leidende vrouwtje plast op die manier. Wolven die een lagere plaats in de rangorde hebben uiten dit ook doormate van hun lichaamshouding. Ze houden hun staart laag, likken de snoet van hun leiders en plassen gehurkt. De rangorde in een roedel is niet vast, maar kan wisselen naar gelang de omstandigheden waar in de roedel verkeert. Van pup tot wolf Het gedrag van een wolf word gevormd door ervaringen die hij gedurende zijn leven opdoet. Een wolf doorloopt, net als alle andere wezens, een aantal fasen tijdens zijn leven. Een Amerikaans onderzoek heeft geconcludeerd dat een wolf in zijn leven vier kritische perioden doorloopt. Neonatale fase – 0 tot 21 dagen
De neonatale fase beslaat ongeveer de eerste drie weken van het leven van de pup. De pup is blind en doof, maar de reuk en het gevoel voor temperatuurveranderingen is wel aanwezig. Doordat de reuk en temperatuurzin aanwezig zijn is de pup in staat om de tepel van de moeder te vinden. In deze periode heeft de pup alleen belangstelling voor de warmte en de melk van de moeder. Overgangsfase – 3 tot 4 weken
In de overgangsfase, die zo rond de 3de en 4de week plaatsvindt, maakt het dier een stormachtige ontwikkeling plaats. De pup neemt steeds meer prikkels waar en kan deze ook steeds sneller verwerken, de oogjes gaan op en het dier leert zijn moeder en nestgenootjes herkennen. In de overgangsfase worden de eerste gedragspatronen zichtbaar. Inprentingfase – 4 weken
Aan het einde van de vierde week verlaten de pups voor het eerst het nest om de buitenwereld te verkennen. Echter, voordat dit gebeurd wacht hen nog een onaangename verrassing. Als ze een paar meter buiten het hol zijn worden ze onder de voet gelopen door de volwassen dieren van de roedel. Er wordt naar ze gegromd, in hen gebeten en ze worden omvergelopen; met als doel om ze te testen. Als de pups zich onderdanig tonen, zich krijsend en piepend op hun rug werpen is er niets aan de hand en krijgt het de gelegenheid om zichzelf in veiligheid te brengen, terug het nest in. Echter, als de pup zich niet overgeeft en zich al grommend en bijtend probeert te verdedigen, word deze net zolang gepest tot de dood erop volgt. Doordat de pup zich niet onderwerpt en zich dus niet houd aan de rangorde, kan het een potentieel gevaar opleveren voor de overlevingskansen van de groep. Tijdens de inprentingfase gaat de pup op onderzoek uit, alles wat nieuw is word grondig onderzocht. De nieuwsgierigheid overwint het van de neiging om te vluchten en alles wat de pups tegenkomen wordt besnuffelt en in gehapt. De dag bestaat grotendeels uit spelletjes doen met nestgenoten en op onderzoek uitgaan. Socialisatiefase – rond de 7de week

Pas rond de zevende week begint de echte socialiseren. De jonge dieren maken kennis met de leden van de roedel en er wordt ze geleerd wat ze wel en niet mogen. Ze leren gebruik te maken van gedragssignalen en ze maken kennis met de omgeving waar ze hun hele leven zullen doorbrengen. Vanaf de leeftijd van 8 weken krijgen de pups naast melk ook uitgebraakt voedsel van hun ouders. Juveniele fase – vanaf 12 weken tot seksuele rijpheid
De juveniele fase duurt vanaf ongeveer 12 weken totdat het dier zijn seksuele rijpheid heeft behaald. Omdat dit een erg lange periode is word het opgedeeld in twee fases; de rangordefase en de samenwerkingsfase. De rangordefase loopt vanaf de twaalfde tot en met de zestiende week en de samenwerkingsfase de gehele periode die daarna volgt. Tijdens de rangordefase krijgt de pup zijn plaats binnen de roedel toegereikt. In de rangordefase gaan de jonge dieren mee op jacht met hun ouders. Ze leren, al spelend en later steeds serieuzer alle jacht en overlevingstechnieken die de roedel kent. Volwassen – 24 à 30 maanden (dus 2 tot 2,5 jaar) Na 24 à 30 maanden, oftewel 2 tot 2,5 jaar is de wolf volwassen, geslachtsrijp en in staat om alle taken van een volwassen wolf te kunnen vervullen. De levensverwachting bedraagt in de vrije natuur ongeveer 7 tot 9 jaar, in gevangenschap kan dat oplopen tot 15 jaar. Als een oude wolf niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen, is het normaal dat de groep hem aan zijn lot over laat, zonder bescherming en voedsel van de roedel sterven ze dan vrij snel. Komt er inteelt voor binnen een roedel? Over het algemeen zal er geen sprake zijn van inteelt in een roedel, omdat de jonge dieren, zowel jonge reuen als teven, de roedel verlaten om op zoek te gaan naar een andere roedel om zich bij aan te sluiten of om andere uitredende dieren te zoeken en daarmee samen een nieuwe roedel te vormen. Hoe jonger de wolven hun oude roedel verlaten, hoe groter de kans dat ze worden geaccepteerd in een andere. Een jonge volwassen reu die al geslachtsrijp is, heeft een veel kleinere kans dat hij wordt toegelaten dan een reu die nog niet geslachtsrijp is, omdat hij als concurrent zou kunnen optreden tegenover de alfareu. Bij teven geld deze regel nog sterker, omdat teefjes vaak veel fanatieker voor hun rechten opkomen dan de reuen. Dit houdt overigens niet in dat er nooit inteelt voorkomt binnen een roedel. Een tweede reden waarom er nauwelijks inteelt voorkomt bij wolven, is omdat het uiteindelijk zou kunnen leiden tot de ondergang van de troep. De wolf ‘weet’ dat er van inteelt zwakkere dieren zullen ontstaan, die geen aanvullende aanwinst zullen zijn voor de roedel. Bij wolven die in gevangenschap leven is aangetoond dat reuen weigeren hun eigen moeder te dekken. Ondanks dat de moeder hoog loops was, de reuen geslachtsrijp waren en de dieren beiden alfa-dieren waren. Hoe is de wolf tam geworden? Het staat vast dat de wolf het eerste gedomesticeerde dier is, dit houdt in dat het, het eerste dier is dat door de mensen getemd, of mak gemaakt is. In Europa, in een grot vlak bij Bonn in Duitsland, zijn skeletresten opgegraven van wolven met duidelijke hondachtige kenmerken, deze resten zijn ongeveer 16.000 jaar oud. De schedel had een verhoogd voorhoofd en een iets verkorte snuit. Lange tijd werd de Europese wolf dan ook als stamvader gezien van onze hond. Recent DNA-onderzoek, door het Royal Institute of Technology uit Stockholm in Zweden heeft echter uitgewezen dat de wolf veel eerder gedomesticeerd moet zijn geweest, niet in Europa, maar in het Verre Oosten. Aan de hand van variaties in het DNA van 654 huishonden van over de hele wereld komt de Indische Wolf in aanmerking voor de titel als stamvader. De vraag hoe de wolf tam werd is nog nooit beantwoord, en het antwoord zal ons waarschijnlijk altijd schuldig blijven. Er zijn in de loop der jaren twee theorieën opgezet over hoe de wolf tam is geworden. De eerste is dat de wolf zichzelf als het ware tam heeft gemaakt, de tweede dat de mens het gedaan heeft. Mens en wolf mijden elkaar gewoonlijk, maar doordat ze van dezelfde prooidieren leefden is het aanvankelijk dat ze elkaar tegen kwamen tijdens de jacht. De jachttechnieken van de mens werden steeds beter en de wolf werd hierin benadeeld, doordat het aantal prooidieren minder werd. Er kwam echter wel meer afval beschikbaar, dat de mens achterliet in de buurt van zijn kamp of op de plaats waar de prooi geslacht was. Behalve een jager is de wolf ook een afvaleter en mogelijk zocht de wolf om die reden toenadering tot de mens. Dan rijst er enkel nog de vraag hoe de wolf tam is geworden.
De mens heeft de wolf tam gemaakt Deze theorie gaat ervan uit dat de mens aan de hand van de toenaderingspogingen van de wolven op het idee kwamen dat de dieren misschien nuttig konden zijn bij de jacht en niet alleen als afvalverwerker. Dat zouden twee vliegen in één klap zijn, aangezien er dan ook een voedselconcurrent uitgeschakeld werd. Omdat volwassen wolven onhandelbaar zijn en zich al hebben gericht op een leider in een roedel, is de kans erg groot dat de eerste introducés jonge wolven waren. De hersenstructuren van jonge welpen staan voor meer dingen open en door ze al jong op te nemen binnen een groep mensen richten ze zich op de mens en aanvaarden ze deze als hun roedelleider. Het tam maken zal niet van de ene op de andere dag gelukt zijn, waarschijnlijk heeft het meerdere generaties geduurd voordat de tamme wolf waarheid was. Het heeft langer tijd nodig, omdat jonge wolven zich weliswaar makkelijk op laten pakken en aaien, maar naar enkele maanden kan hun gedrag omslaan. De instincten krijgen de overhand en de wolf kan een onberekenbaar beest worden dat van zich afbijt. De wolf heeft zichzelf tam gemaakt Als de wolf zichzelf tam heeft gemaakt zal dat als volgt gegaan kunnen zijn. De wolven merken dat bij de mens makkelijk voedsel te halen valt en er wordt steeds minder gejaagd. Ze vertrouwen er op dat ze bij de mens voldoende voedsel kunnen halen en ze leven van de constante stroom afval van de mens. De mensen tolereerde de wolven in hun omgeving, zolang ze zich iet agressief gedroegen of kinderen aanvielen. Voor de mens had de aanwezigheid van de wolf ook voordelen; zo werd hun afval opgeruimd, wat voorkwam dat het ging rotten en er ziekten uitbraken en hield de aanwezigheid van wolven andere gevaarlijke dieren op afstand. Voor de wolven was er geen aanleiding tot agressief gedrag, er was immers voedsel genoeg. De wolven met goed gedrag werden getolereerd, er vond dus een selectie plaatst op basis van vriendelijkheid. De wolf ging zich steeds minder agressief gedragen en na verloop van tijd werden de wolven zo tam dat ze zich ook tussen de mensen waagden om afval op te eten. Fokken
De mens heeft naar grote waarschijnlijkheid in het begin niet met de tamme wolven gefokt. Dit is af te leiden aan de opgegraven botten, de dieren behielden duizenden jaren hetzelfde uiterlijk zonder dat ze veel verschillen vertoonden met de wilde soortgenoten. Alleen de vorm van de kop week ietsjes af; de snuit werd korter en het voorhoofd iets hoger, iets wat waarschijnlijk invloed had op de herseninhoud. Daarnaast traden er ook kleine veranderingen op in het gebit. Vanaf het moment dat de mens zich permanent ging vestigen, ongeveer zo’n 12.000 jaar geleden, zijn er meer uiterlijke verschillen ontstaan. Waarschijnlijk is de mens toen gaan fokken op andere eigenschappen dan het vriendelijke gedrag van de dieren. Welke overeenkomsten zijn er tussen wolven en de hond? De verwantschap tussen de wolf en de hond is lange tijd een punt van discussie geweest. Sommigen dachten dat de goudjakhals eerder de voorouder van de hond was maar DNA-onderzoek wees uit dat het verschil van DNA tussen de hond en wolf maar 0,2% is. Er is ook nog een redelijke kans op voortplanting bij kruising. Hieronder volgen een paar terreinen waarin we de overeenkomsten en verschillen tussen wolven en honden zullen beschouwen. Jachtgedrag Een verschil tussen de wolf en de hond vindt je in het jachtgedrag. Bij wolven is jachtgedrag een vast patroon dat van groot belang is bij de overleving. Omdat wolven in het wild leven is bij hun alles gericht op overleven. Een hond daarentegen hoeft niet te overleven dus hij kan zijn energie ook verspillen aan een nutteloze achtervolging. Een wolf heeft zijn energie hard nodig. Ook hebben wij honden zo gefokt dat ze geschikt gemaakt zijn voor een bepaalde taak. Denk hierbij aan speurhonden en jachthonden, beiden zijn ze goed in één specifieke taak. De mens heeft als het ware alle eigenschappen van één wolf in tien verschillende honden gestopt, zoadat een goede jacht eigenlijk onmogelijk is geworden voor de hond.
Leerfases Een duidelijke overeenkomst tussen honden en wolven zijn de leerfases aan het begin van hun leven. Ze hebben allebei een inprentingfase, een socialisatiefase en een rangordeperiode. Die fases zijn heel belangrijk want ze leren de hond/ wolf hoe ze moeten functioneren, hoe dingen werken, wat voor plaats ze innemen in de roedel/ het gezin enzovoorts. Ze leren door spelen, proberen en af te kijken hoe anderen het doen. Het verschil is dat een hond met een mens wordt gesocialiseerd en een wolf niet. De hond zal zo min mogelijk vluchtgedrag vertonen (dat vinden wij wenselijk), en de wolf juist meer (dat is voor de wolf wenselijk). Als we een wolf zouden socialiseren als een hond zou die veel minder vluchtgedrag vertonen. Toch is een wolf van nature schuwer dan een hond en zal je nooit precies hetzelfde resultaat bereiken. Roedel Nog een overeenkomst is dat de wolf in een roedel leeft en ook de hond zijn gezin als roedel beziet. Als wij de roedelleider zijn betekent dat, dat wij als eerste eten, dat wij bepalen waar de hond wel en niet mag komen, dat de hond voor ons aan de kant gaat, dat wij de hond aanhalen wanneer we dat willen, kortom dat wij de regels bepalen en zorgen dat ze nageleefd worden. Als we daar geen zin in hebben en er niet zo op letten dan kan het zijn dat de hond de roedelleider wordt. Dat houdt dus in dat wij niet in de keuken mogen komen als de hond aan het eten is, dat wij niet op de bank mogen als de hond daar zit, dat wij niet de speeltjes van de hond mogen opruimen, dat de hond aangehaald wordt als hij dat wil, dat hij niet komt want wij moeten bij hem komen, dus eigenlijk dat de hond de regels bepaalt en zorgt dat ze worden nageleefd. En een hond kan niet praten zoals wij dus om ons te waarschuwen als we tegen zijn regels ingaan zal hij grommen, en als we niet luisteren zal hij bijten. Hij is niet vals, hij zorgt gewoon dat de regels nageleefd worden. Lichaamstaal Ook de lichaamstaal is in grote lijnen hetzelfde. Eigenlijk is het enige verschil dat de signalen bij de hond vereenvoudigd zijn omdat ze vaak op een bepaalde manier gefokt worden dat ze signalen niet goed meer over kunnen brengen. Een voorbeeld hiervan zijn de oren. Bij een wolf kun je aan de oren al heel goed aflezen hoe hij zich voelt. Is hij boos staan ze naar achteren. Staan ze recht omhoog en draaien ze een beetje, dan is hij oplettend enzovoort. Maar een hond die gefokt is met hangoren kan die signalen helemaal niet afgeven. Territorium

Een laatste overeenkomst is het territorium, ook de hond zal zijn oprit verdedigen. En het feit dat een hond bij het uitlaten wel vijf keer plast in plaats van één keer, hij is territorium aan het afbakenen. Toch is dit gedrag bij de meeste honden veel minder dan bij wolven, ook weer omdat hun leven er niet vanaf hangt. Wolven in folklore en mythologie Wolven hebben eigenlijk altijd al een negatieve reputatie gehad. Denk maar aan de talloze sprookjes, zoals Roodkapje, De wolf en de zeven geitjes enzovoort. Deze reputatie is eigenlijk onterecht. Natuurlijk kan een wolf gevaarlijk in bepaalde omstandigheden gevaarlijk zijn, maar de mens is ook heel wat te verwijten, zo is het bijvoorbeeld logisch dat een wolf zijn leefgebied verdedigd als de mens deze binnendringt. Een wolf zal, net als ieder ander dier, altijd zijn welpen beschermen. Agressie tegenover de mens Bij de meeste incidenten waarbij een wolf een mens aanviel ligt de schuld bij de mens. De keren dat het wel de wolven waren die aanvielen ging het om kruisingen met honden, ook wel hybriden genoemd. Dit zijn kruisingen die voor een leek niet te onderscheiden zijn van een echte wolf. Deze hybriden worden gedropt door de eigenaren, iets wat vooral in de Verenigde Staten vaak gebeurd. De kruisingen vertonen in meer of mindere mate wolvengedrag, ze blijven bijvoorbeeld constant markeren en zijn zo goed als niet zindelijk te maken. Alles wat in de buurt komt word omver gelopen of gesloopt en het onbetrouwbaarheidspercentage is zeer hoog. Het is niet verantwoord om hybriden als huisdier te houden. De eigenaren komen er soms pas later achter dat de dieren niet als huisdier te houden zijn en deze worden dan ingeslapen, of er wordt voor een goedkoper alternatief gekozen; dumpen. Als er meerdere dieren tegelijk gedumpt worden is de kans groot dat de dieren een roedel vormen. Doordat ze mensen zijn groot gebracht zijn de dieren veel minder schuw dan wolven en is de kans vele malen hoger dat ze een mens zullen verwonden of zelfs doden. Het slechte imago van de wolf is grotendeels te danken aan de personen die hybriden aanzagen voor 100% wolven. Links ziet u een willekeurige hybride, rechts een echte wolf. De Weerwolf De legendes over weerwolven zijn ook reden voor de negatieve kijk op wolven. Een weerwolf is in het volksgeloof een mens die de gedaante van een wolf aan kan nemen, of een wezen dat zich als wolf of als mens kan manifesteren. De naam komt van het Germaanse wer dat 'mens' betekent, in combinatie met wolf word dat dus; menswolf. In het klassieke Europese volksgeloof kon de mens elke nacht in een wolf veranderen. Het geloof in de weerwolf werd vaak in verband gebracht met hekserij, en onder het volk werd dan ook verteld dat een weerwolf, net als een heks, een pact met de duivel had gesloten. De weerwolf is tegenwoordig een geliefd onderwerp voor boeken, films en computerspelletjes. Maar zoals wel vaker het geval is, klopt er van het beeld dat in de boeken en films word geschetst erg weinig, als je het vergelijkt met het originele volksgeloof. Een mogelijke verklaring voor de oorsprong van de weerwolf-verhalen zijn misschien de ziektes die in vroege tijden niet verklaard konden worden. Ten eerste bestaat er een zeldzame ziekte die zorgt voor haargroei over het hele lichaam (ook in het gezicht). Nog een bekende ziekte is hondsdolheid, dat veroorzaakt kan worden door een beet van een hond of wolf en dat in het laatste stadium zorgt voor razernij-aanvallen waarbij schuim op de mond staat. Ook bestaan er geestelijke aandoeningen waarbij mensen denken dat ze dieren zijn. Wolfskinderen Toch hebben wolven niet in alle verhalen een negatieve rol. De stad Rome werd volgens de legende gesticht door Romulus en Remus, twee kinderen die door een wolvin waren gezoogd. Dit is uiteraard een legende maar in het echt is het ook voorgekomen. In 1920 werden twee jonge meisjes ontdekt in India die met wolven leefden. Hun leeftijd was onbekend maar de oudste (Kamala) leek rond de 7 jaar en de jongste (Amala) ongeveer 1,5. De meisjes waren waarschijnlijk geen zusjes. Ze werden weggehaald en verder geobserveerd door Joseph Singh. Het jongste meisje stierf na een jaar maar de oudste leefde tot 1929 waarna ze stierf aan buiktyfus. Singh heeft later een rapport gepubliceerd waarin de ervaringen die hij met de meisjes had geschreven stonden. Het interessante is dat ze eigenschappen van wolven overgenomen hadden. Zo hadden ze een dikke laag eelt onder hun handen en voeten van het lopen op 4 ledematen, hielden niet van zonlicht en konden beter zien in het donker dan een gemiddelde mens. Ook konden ze beter horen dan mensen en beter ruiken. Ze vonden rauw vlees lekker en aten dat ook uit een kom op de grond. Ze hielden ook niet van aanrakingen en vonden kleren dragen helemaal niets. Het leek ook alsof ze geen hitte of kou voelden. Ten slotte lieten ze weinig menselijke emoties zien, behalve angst. Kamala, het oudste meisje werd op een gegeven moment wel zindelijk en leerde zelfs rechtop lopen maar verviel vaak weer in het lopen op vier ledematen als ze zich wilde haasten. Ook heeft ze maar 40 woorden geleerd, in tegenstelling tot het jongere meisje dat als een normale peuter toch sneller woorden in zich opnam. Helaas zijn beide meisjes heel jong gestorven en was verder onderzoek niet mogelijk.
De legende van Romulus en Remus In het koninkrijk Alba Longa regeerde de verdorven koning Amulius. Amulius bestreed zijn broer, Numitor, en dreef hem uiteindelijk in ballingschap. De dochter van Numitor, Rhea Silva, werd gedwongen toe te treden tot de Vestaalse maagden. Vestaalse maagden was het verboden te huwen en/of kinderen te hebben. Op een dag zag Mars, de god van de oorlog, Rhea Silva en werd verliefd op haar. Enige tijd later werden uit die liefde de tweelingbroers Romulus en Remus geboren. Amulius gaf woedend het bevel aan zijn slaaf om de tweeling in de rivier de Tiber te werpen en te verdrinken. Romulus en Remus hadden geluk: De rivier was buiten zijn oevers getreden, en overal ontstonden ondiepe poelen. Diegenen die Romulus en Remus in Tiber moesten gooien, konden de echte oevers van de rivier niet bereiken. Ze dachten ook aan de opdracht van Amulius te kunnen voldoen door de baby`s aan de rand van het overstroomde gebied in het water te leggen. Toen het water daalde, bleef de mand met de baby`s op een boomwortel steken. Een wolvin hoorde het gehuil van de kinderen en kwam er op af. Zij likte Romulus en Remus af en zoogde hen. De opperherder van de koninklijke kudde vond de jongetjes en de wolvin. De herder, Faustulus genaamd, zag de wolvin en de beide jongens en nam hem mee naar huis waar zijn vrouw de verzorging en opvoeding van beide jongens van de dieren overnam. Zij groeiden op en werden net als Faustulus herder. Op een dag raakten zij slaags met herders die op zoek waren naar verloren schapen van Numitor. Remus werd gevangen genomen en voor Numitor geleid. Toen Numitor het hele verhaal te horen kreeg, realiseerde hij zich dat Remus zijn kleinzoon was. Hij vertelde aan Romulus en Remus wat er met hem en hun moeder was gebeurd. Samen met Romulus en de herders uit het dorp van Faustulus vermoorden ze Amulius. Op die manier wordt Numitor weer koning. De tweeling komt op het idee om een stad te stichten op de plaats waar ze zijn achtergelaten bij de rivier. Maar ze hebben wel een probleem: wie zal er mogen regeren? Ze besluiten aan de goden om een teken te vragen: Romulus ging op de heuvel Palatijn staan, en Remus op de Aventijn. Dan krijgt Remus een teken: er verschijnen zes gieren in de lucht. Remus en zijn aanhangers waren blij: Remus zou koning worden. Maar even later vertoonden zich twee keer zo veel gieren aan Romulus. Romulus en zijn aanhangers vonden dat Romulus koning moest worden. Beide partijen begonnen te vechten. Er ontstond een groot bloedbad, en Remus werd gedood. Romulus stichtte op 21 april 753 v. Chr. de stad die de naam kreeg van zijn stichter: Rome.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.