ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

De ontdekking van penicilline

In 1928 voerde Alexander Fleming experimenten uit en merkte tot zijn grote ergernis dat zijn bacteriekweken met een schimmel verontreinigd waren. Toen hij de schimmel van dichterbij bekeek merkte hij dat er rond en in de buurt van de schimmel geen bacterie was. Veel onderzoekers van voor Flemings tijd hadden dit ook al gemerkt, maar Fleming was er zo erg benieuwd naar hoe dat nou kon, dat hij zich er helemaal in ging verdiepen.

Hij kwam erachter dat er een bacteriedodende stof in zat, hij noemde deze stof penicilline.



Fleming ging toen extra penicilline produceren zodat hij er mee kon experimenteren, maar dat deed hij nu nog in kleine hoeveelheden. Dit deed hij omdat hij niet meteen te hard van stapel wilde lopen, want hij wist nog niet precies wat hij met deze stof kon bereiken en wat de gevolgen er van waren. Maar hij produceerde nog zo weinig dat het nog niet genoeg was om te zuiveren. Toen er werd geprobeerd om de penicilline zuiver te maken, ging de bacteriedodende stof steeds verloren. Er was dus niet genoeg zuiver penicilline om op mensen uit te testen, en gaven ze de hoop een beetje op.



De herontdekking van penicilline

Maar 14 jaar later werd de penicilline opnieuw ontdekt. Het begon allemaal met de patiënt Harry Lambert, de man lag duidelijk op sterven. Ze vochten al zes weken voor zijn leven. Maar zijn koorts steeg nu pijlsnel. Hij lag te woelen en te ijlen en worstelde met de gevaarlijke koorts. Hij had verschrikkelijke krampaanvallen, en daar kwam nog een onbeheersbare hik bij. Van tijd tot tijd werd hij slaperig, en dan viel hij in een diepe bewusteloosheid.

Alexander Fleming stond naast zijn bed en hij was er van overtuigd dat Harry Lambert niet meer lang te leven had. Hij wist, en met hem de andere artsen ik het St. Mary=s ziekenhuis in Londen, wat er aan scheelde. Microben Buiterst kleine levende organismen- waren zijn lichaam binnengedrongen. Dergelijke aandoeningen werden gewoonlijk veroorzaakt door een bepaalde microbe die iemands lichaam verzwakte of vergiftigde, soms in die mate dat die persoon eraan stierf.

Ze probeerden hem te genezen met de geneesmiddelen die ze kenden, maar hij werd alleen maar zieker.

Al die tijd probeerde Alexander Fleming de microbe op te sporen. De artsen wisten niet welke microbe de ziekte veroorzaakte en voor Lambert bestond er dus geen hoop. Maar in zijn laboratorium werkte Fleming vastberaden verder.

Eerst leek het erop dat Lambert een soort griep had, maar toen verslechterde zijn toestand en alle vreselijke tekenen van de ziekte meningitis doken op. Meningitis Book wel bekend als hersenvliesontsteking- is een infectie van de weke vliezen die rond de hersenen en ruggenmerg liggen, en was maar al te vaak dodelijk.

Fleming gebruikte een holle naald en een injectiespuit en trok daarmee een beetje waterachtig vocht uit Lamberts ruggenmerg. Als hij meningitis had, dan moest de bacterie te zien zijn in het ruggenmergsvocht.



Deze keer kreeg Fleming haar te zien. Het was een ronde microbe die in ketens groeit Bde streptokok- een kwaadaardige microbe die zich snel verspreidt en vaak de oorzaak is van dodelijke ziekten. Dokters hadden toen al successen geboekt bij het doden van streptokokken met nieuwe chemische geneesmiddelen, de sulfonamiden. Ze hadden die ook aan Harry Lambert gegeven, maar totnogtoe zonder resultaat.

Ze konden nog iets proberen, Alexander Fleming had getelefoneerd naar de enige persoon die hem kon helpen. Professor Howard Florey leidde in Oxford een groep wetenschappers die een nieuw geneesmiddel hadden ontwikkeld. Het was gemaakt uit de stof die Alexander Fleming zelf bijna veertien jaar eerder had ontdekt, namelijk de penicilline. Florey reageerde direct, hij gaf Fleming alle penicilline die ze in Oxford hadden.

Het was een erg waardevolle voorraad: als Fleming die had opgebruikt, zou er geen meer overblijven, tenminste niet tot het team in Oxford nieuwe kon maken. En dat was een traag en moeizaam proces dat maanden kon duren. Florey had Fleming precies uitgelegd hoe hij het geneesmiddel moest gebruiken. Dat was erg belangrijk, want penicilline blijft niet lang in het lichaam, en het was van het hoogste belang de voorraad lang genoeg toe te dienen, zodat het nieuwe geneesmiddel zijn werk kon afmaken.

6 augustus 1942 was een historische dag. Op deze dag spoot Alexander Fleming, de man die de penicilline B het wondermiddel dat de medische geschiedenis voor altijd veranderde B had ontdekt, het voor de eerste keer in bij een patiënt. En toen zag hij de ongelooflijke kracht met zijn eigen ogen aan het werk.



Hoe het verder ging met de patiënt Harry Lambert

Fleming spoot het middel in, drie uur later deed hij dat nog eens en die uur daarna weer opnieuw. De hele nacht gingen ze door met de inspuitingen, terwijl de verpleegsters, de andere artsen en Alexander Fleming toekeken.

Terwijl ze dat deden werd Harry Lambert kalmer, de hik verdween en uiteindelijk viel hij in slaap.

Het was nog maar vierentwintig uur na de eerste inspuiting. De dokters konden hun eigen ogen niet geloven, maar de koorts was voor de eerste keer in meer dan zes weken verdwenen. Ze moesten nog zeven dagen door met het geven van de penicilline inspuitingen. Howard Florey was hier in erg duidelijk in geweest.

Het was nu 13 augustus, maar Alexander Fleming maakte zich zorgen. Lambert genas niet meer verder. Zijn temperatuur steeg opnieuw en hij begon weer onsamenhangend te ijlen.

Wat kon hij nu doen??? Hij had de streptokok gevonden in het waterachtige vocht rond Lamberts ruggenmerg, was de penicilline er misschien niet in geslaagd om vanuit het bloed door te dringen naar het ruggenmergsvocht, om daar de streptokokken te doden?

Fleming trok nog een beetje van Lamberts ruggenmergsvocht in een injectiespuit en bracht het vlug naar zijn laboratorium. Hij plaatste het vocht onder een microscoop en controleerde of er sporen van penicilline waren, maar hij vond er geen.

Als de streptokokken niet waren vernietigd in het ruggenmergsvocht, dan zouden ze zich vermenigvuldigen en verspreiden. En dan bestond er voor Harry Lambert geen hoop meer.

Fleming telefoneerde nog eens naar Florey in Oxford. Floreys team van wetenschappers en artsen had immers lange tijd penicilline uitgetest. Hij vroeg of ze het middel ooit direct hadden gespoten in iemands ruggengraatsholte, het kanaal in de ruggengraat waarin het ruggenmerg zich bevindt. Florey antwoordde ontkennend. Fleming zat te twijfelen of hij het zou uit proberen op Lambert. Aan de ene kant kon het zijn leven redden, maar aan de andere kant kon zijn lichaam er zo=n schok door krijgen dat de inspuiting alleen al hem kon doden.

Fleming wist niet dat terwijl hij dat overdacht Howard Florey zelf dat probleem aan het onderzoeken was. Hij had penicilline in de ruggengraatsholte van een konijn gespoten. Fleming wist ook niet dat het konijn onmiddellijk was gestorven.

In Londen bracht Fleming de naald zorgvuldig tussen twee delen van Lamberts ruggengraat, precies in de ruggengraatsholte. Hij spoot de penicilline recht in het ruggenmergsvocht. Daarna moest hij afwachten. Zou Lambert hevig beginnen te rillen, zou hij braken, een beroerte krijgen, of zou Lambert hevig reageren op iets wat zijn lichaam vernietigde? Zou hij dan ogenblikkelijk sterven, zoals het konijn waar Alexander Fleming gelukkig niets van af wist? Hij wist het niet.....

Maar hij zag de verandering met zijn eigen ogen: eerst daalde Lamberts temperatuur, hij ijlde niet meer en hij werd weer helder van geest. Langzaam maar zeker verdwenen alle verschijnselen van koorts en ontsteking en hij kreeg zelfs weer honger.

De volgende dagen kreeg hij nog inspuitingen in zijn ruggenmergsholte. En deze keer zette de verbetering zich door. Volgens medische ervaring van die tijd moest Lambert nu dood zijn, maar een maand later was hij volledig genezen en kon hij het ziekenhuis verlaten.

De meesten van ons zijn opgegroeid in een wereld die altijd penicilline heeft gekend. Je kunt je dus moeilijk de opwinding voorstellen die Alexander Fleming en de andere artsen en verpleegsters van het St. Mary=s-ziekenhuis beleefden toen ze Harry Lambert zagen veranderen. De man die een lange tijd op sterven lag was nu weer helemaal beter geworden en gebleven.

Vóór de genezing van Harry Lambert waren de enige mensen die deze overweldigende opwinding hadden meegemaakt waarschijnlijk de mannen en vrouwen van het wetenschapsteam in Oxford, geleid door Howard Florey. Ze hadden Alexander Flemings penicilline gezuiverd en verbeterd.

Na maanden van vallen en opstaan hadden ze gevonden hoe ze de penicilline lang genoeg in iemands lichaam konden houden om het geneesmiddel zijn levens redden werk te laten verrichten. Ze hadden kracht er van gezien en waren waarschijnlijk de enige mensen die ten volle inzagen hoe belangrijk het was het onbewerkte sap van een schimmel om te vormen tot een geneesmiddel dat miljoenen levens zou redden.

In augustus 1942 zag Alexander Fleming - de wetenschapsman wiens unieke, scherpe waarneming op een septemberdag in 1928 het bestaan van penicilline had geopenbaard- zelf het wonderlijke effect van zijn eigen ontdekking.



Voorgoed verleden tijd

Veel artsen in onze tijd hebben nooit de soorten ziekten gezien die nog maar vijftig jaar gelden voor volle bedden zorgden in de ziekenhuizen. Ze zijn nu voorgoed verleden tijd.

We danken dat aan het aanbreken van het antibioticumtijdperk, waarin geneesmiddelen worden aangemaakt die een microbe gebruiken om een andere te doden. We danken het aan de man die het eersten -en nog altijd het beste - antibioticum ontdekte: de penicilline.

We danken het ook aan de mannen en vrouwen van het Oxford-team door wiens werk het twaalf jaar later mogelijk werd Alexander Flemings penicilline als één van de sterkste geneesmiddelen die ooit gevonden zijn te gebruiken. Voor zijn ontdekking van penicilline deelde Alexander Fleming in 1945 de Nobelprijs voor Geneeskunde met de twee wetenschappers die aan het hoofd stonden van het Oxford-team dat penicilline aan de wereld schonk, Howard Florey en Ernst Chain.

Is penicilline een wondermedicijn? Ja, door penicilline zijn veel ziekten niet meer dodelijk en sommige helemaal uitgeroeid. Penicilline verhindert de opbouw van de celwanden van bacteriën. Sommige ziekten kunnen weer ontstaan omdat ze resistent zijn voor penicilline. Nadelen antibiotica: - Antibiotica hebben een werkingsspectrum. Een smal-spectrum antibioticum bestrijdt maar een tot vijf bacteriesoorten. Een breed-spectrum antibioticum kan tot vijftig soorten bacteriën doden, waaronder ook onschadelijke of nuttige. - En niet iedereen kan penicilline verdragen. - Omdat niet elk antibioticum tegen zuur kan is oraal gebruik vaak niet mogelijk. Het zuur van je maag maakt de tabletten of pillen onwerkzaam. - Bij een antibioticum is niet goed na te gaan of alle ziekteverwekkers dood zijn. Daarom moet je een kuur altijd afmaken. - Er zijn ook ziekteverwekkende bacteriën waartegen penicilline niet werkt, die beschikken een enzym, penicillinase, dat penicilline afbreekt. - Er blijven ziekteverwekkende bacteriën over die resistent zijn voor penicilline. Bij een volgende infectie moet je dan een ander medicijn gebruiken. Hierop zijn oplossingen bedacht: er worden andere soorten antibiotica gemaakt door met penicilline een reactie uit te voeren waardoor een iets gewijzigd penicillinemolecuul ontstaat dat ook iets andere eigenschappen heeft, of door aan de kweekvloeistof stoffen toe te voegen die een beetje anders zijn dan de normale, zodat de schimmel een iets gewijzigde penicillinesoort vormt. Het probleem van resistentie is dus kleiner geworden.



Antibiotica

Infecties die we vandaag nog kunnen genezen met antibiotica, kunnen we over enkele jaren opnieuw dodelijk zijn. Tenzij we nu optreden. Dit is een ernstig probleem dat ieder van ons aanbelangd. Antibiotica worden immers minder doeltreffend omdat we ze te vaak en te slecht gebruiken.

Daarom moeten we op een veilige manier met antibiotica omspringen. Samen, arts, apotheker en patiënt, kunnen we daar in slagen.

De overgrote meerderheid van de infecties, zowel viraal als bacterieel, genezen spontaan na drietal dagen. Dat is bijvoorbeeld meestal het geval bij bronchitis, keelontsteking (angina), middenoorontsteking, diarree. Indien we in zo=n situatie na enkele dagen antibiotica samen nemen, kunnen we ten onrechte de indruk krijgen dankzij die >miraculeuze= antibiotica te genezen, terwijl het eigenlijk om een natuurlijk genezingsproces gaat. Het immuunstelsel van ons lichaam produceert na enkele dagen voldoende antistoffen en verdedigingscellen om de vreemde indringers uit te schakelen.

Bij sommige ernstige bacteriële infecties (zoals hersenvliesontsteking of longontsteking) is ons natuurlijk afweersysteem niet in staat om snel genoeg te reageren. In dergelijke gevallen zijn antibiotica noodzakelijk om de infectie te bedwingen. Enkel een arts kan oordelen over de ernst van een infectie. Om de juiste beslissing te kunnen nemen moet de arts een precieze diagnose te stellen; hij zal soms verdere onderzoeken moeten uitvoeren (zoals bloedonderzoek, radiografie, uitstrijkje van de keel). Hij weegt daarbij de voor- en nadelen af (de mogelijke resistentie, bijwerkingen, enz.) van een behandeling met antibiotica.

Daarom mogen we nooit zonder medisch onderzoek antibiotica gebruiken (bijvoorbeeld een restje antibioticum van een vorige keer). We vragen dus ook geen antibiotica zonder voorschrift aan de apotheker. Dat is zinloos en bovendien bemoeilijkt dit de diagnose van de arts.

Antibiotica zijn alleen actief tegen bacteriën, niet tegen virussen (die bijvoorbeeld griep of een verkoudheid veroorzaken).

Antibiotica bestaan sinds ongeveer 50 jaar. Antibiotica betekent letterlijk: tegen het leven. Het zijn chemische stoffen die worden uitgescheiden door micro-organismen om de groei te beletten van concurrerend micro-organismen. Ze zijn niet actief tegen alle ziekteverwekkers: ze hebben enkel effect op bacteriën maar niet op virussen.

Wetenschappers zijn erin geslaagd om de micro-organismen die antibiotica afscheiden op grote schaal te produceren en de antibiotica af te zonderen. Op die manier produceren ze geneesmiddelen die wij kunnen gebruiken. Sinds 1963 werkt echter nog slechts een nieuwe antibioticaklasse gevonden. We kunnen ons verdedigen tegen de meeste infecties. Door antibiotica genezen we niet sneller. Bij een ernstige bacteriële infectie beletten antibiotica dat de bacteriën zich vermenigvuldigen. Ze geven het lichaam op die manier meer tijd om natuurlijke weerstand op te bouwen en zich te verdedigen.

Voor de ontdekking van antibiotica waren ziekten zoals longontsteking of hersenvliesontsteking vaak dodelijk. Dankzij antibiotica kan men die dodelijke ziekten nu meestal genezen. Het zijn dus erg belangrijke geneesmiddelen.

Er bestaan verschillende types van antibiotica. Sommige zijn slechts actief tegen specifieke bacteriën. We noemen ze daarom selectief. In de mate van het mogelijke zal de arts deze antibiotica voorschrijven omdat ze enkel de schadelijke bacteriën bestrijden die verantwoordelijk zijn voor de infectie, nuttige of onschadelijke bacteriën.

Andere antibiotica hebben een bredere werking en zijn actief tegen meerdere bacteriën. We noemen ze breed spectrum-antibiotica. Soms zijn ze noodzakelijk omdat men de precieze ziekteverwekker niet kent, of omdat er ziekteverwekkers in het spel zijn. Het probleem is ook dat de antibiotica waarover we nu schikken om ernstige infecties te bestrijden, over enkele jaren onwerkzaam dreigen te worden. De bacteriën die verantwoordelijk zijn voor de ziekten worden voornamelijk in toenemende mate ongevoelig voor die antibiotica.



Koorts

Koorts is vaak een van de eerste tekenen van een infectie. Wanneer de infectie voorbij is, verdwijnt ook de koorts. Antibiotica hebben geen enkel rechtstreeks effect op die koorts, ze helpen alleen de infectie te bestrijden.



Infecties

Infecties worden door verschillende micro-organismen veroorzaakt. Micro-organismen zijn niet zichtbaar met het blote oog. Tot de voornaamste behoren bacteriën en virussen. Virussen zijn verantwoordelijk voor heel wat bekende infecties, zoals rode hond, bof en AIDS.

Virussen zijn ook verantwoordelijk voor vele gevallen van verkoudheden, keelpijn en diarree. Antibiotica hebben geen enkel effect op vele bacteriën. Bacteriën liggen aan de basis van onder andere abcessen en sommige vormen van oorontsteking en hersenvliesontsteking (meningitis), longontsteking (pneumonie) en diarree. Bacteriën kunnen worden bestreden met antibiotica.



Bacteriën

Er bestaan miljoenen soorten bacteriën die leven in het water of in de grond. De meerderheid is totaal onschadelijk voor de mens.

Een aantal bacteriën hebben zich echter perfect aangepast aan mensen en dieren. Die bacteriën noemen we >commensalen=, letterlijk tafelgenoten.

Ieder mens is gastheer van miljoenen commensalen die op onze huid leven, in onze mond en het maag-darmkanaal. Men noemt dit ook wel de microbacteriele flora. Zonder het te beseffen mensen dagelijks commensalen uit: door een handdruk, een kus of een hoestbui. Ons lichaam past zich voortdurend aan door antistoffen tegen deze bacteriën te produceren. Met het gevolg dat ze slechts zelden problemen veroorzaken. Meer zelfs, ze stimuleren onze verdedigingsmechanismen. In zekere zin beschermen ze ons tegen andere, mogelijk gevaarlijke bacteriën.

Men kan het vergelijken met een parking: de ongevaarlijke bacteriën waaraan ons lichaam gewend is, ze hebben alle beschikbare plekken ingenomen waardoor er geen plek meer is voor gevaarlijke nieuwkomers.

Slechts een beperkt aantal bacteriën kunnen min of meer ernstige infecties veroorzaken. In dat geval spreken we van pathogenen of ziekteverwekkers.



Resistentie

Bacteriën evalueren permanent om te overleven in een vijandig milieu. In de natuur hebben bacteriën allerlei mechanismen of trucs ontwikkeld om zich te wapenen tegen de natuurlijke antibiotica die door de concurrenten worden afgescheiden. De bacteriën worden met andere woorden resistent tegen de natuurlijke antibiotica. Dit is gewoon een toepassing van de al oude natuurwet van de >het overleven van de sterkste=.

Bovendien geven ze de resistentie door aan hun nageslacht en aan bacteriën die in hun omgeving leven, namelijk: de bacteriën die van nature bij de omgeving leven, de bacteriën die van nature bij de mens voorkomen (de commensalen) en de ziekteverwekkende pathogenen. Ze maken alleen een onderscheid tussen gevoelige bacteriën -die dus vernietigd worden - en ongevoelige bacteriën - die overleven-.

Hoe komt het dat resistente bacteriën steeds talrijker worden? Commensalen die gevoelig zijn voor antibiotica zullen vernietigd worden, maar ze worden snel vervangen door andere bacteriën. Die bezetten met andere woorden de >parkeerplaatsen= die zijn vrijgekomen. Als deze nieuwe commensalen resistent zijn, dan worden wij in toenemende mate drager van resistente bacteriën, die wij ook kunnen overdragen aan onze omgeving. Als een groot deel van de bevolking regelmatig antibiotica krijgt dan blijft er uiteindelijk alleen nog resistente bacteriën over.

Het gebruik van antibiotica bij dieren veroorzaakt slechts in beperkte mate resistentie bij de mens, met name voor sommige bacteriën die bij de mens diarree kunnen veroorzaken.

Het gebruik van antibiotica bevordert de verspreiding van resistente bacteriën.

We kunnen besmet worden door ziekmakende bacteriën die resistent zijn geworden. Onnodige toedieningen van antibiotica veroorzaken dus een risico op resistentie, niet alleen voor diegene die antibiotica krijgt, maar ook voor zijn onmiddellijke omgeving.



Het beste gebruik van antibiotica

Antibiotica zijn heel erg belangrijk bij het bestrijden van ernstige ziektes. Om ze in de toekomst veilig te laten blijven, is het nodig ze minder vaak en efficiënter te gebruiken. De oplossing ligt niet in de ontdekking van nieuwe antibiotica. Ze worden slecht gebruikt en ze verliezen snel hun effect.

Tegenwoordig gebruikt men te vaak antibiotica waardoor ze eigenlijk niet meer nodig zijn om te genezen. Dankzij deze overconsumptie worden er steeds meer bacteriën resistent. Als hier niks aan gedaan wordt, zullen er in de toekomst steeds meer infecties worden veroorzaakt door deze bacteriën en antibiotica kunnen ons dan niet meer helpen genezen.

Voor sommige infecties is antibiotica het enige geneesmiddel. In dit geval moet de inname zo doeltreffend mogelijk gebeuren. Men moet de juiste dosis respecteren zonder een inname over te slaan gedurende de periode die de arts aangeeft.

Als men restjes antibiotica over heeft mag men het nooit bewaren, maar moet men het onmiddellijk na de behandeling bij de apotheker inleveren.

De werking van antibiotica is meestal te merken na twee of drie dagen na het begin van de behandeling, als dit niet het geval is gaat men spoedig terug naar de arts. Kortom, antibiotica moet minder frequent en beter gebruikt worden om de werking ervan voor de toekomst veilig te stellen.



Belangrijkste dingen van antibiotica die goed onthouden moeten worden

- Er wordt te vaak antibiotica gebruikt, ze worden daardoor minder doeltreffend.

- Infecties die we nu nog kunnen genezen met antibiotica, worden er mee bedreigd om over een paar jaar opnieuw dodelijk te zijn.

- De meeste infectieziekten genezen spontaan.

- Antibiotica werkt uitsluitend tegen bacteriën, niet tegen bacteriën.

- De oplossing ligt niet in de mogelijke ontdekking van nieuwe antibiotica.

- Men moet antibiotica minder vaak en beter gaan gebruiken.

- Alleen een arts kan over de ernst van een infectie en de noodzaak van antibiotica oordelen. Er mag nooit antibiotica gebruikt worden zonder advies van een arts.

- Restjes antibiotica moeten terug naar de apotheker en mag niet thuis bewaard worden.



Natuurlijke antibiotica

Nadat Alexander Fleming en zijn collegae in 1945 een Nobelprijs hadden gekregen voor hun onderzoek naar penicilline, werd deze onderscheiding 13 jaar later (1958) toegekend voor een onderzoek op het gebied van plantaardige antibiotica. Professor dr. Virtanen van de universiteit van Helsinki kreeg de prijs voor zijn baanbrekende nieuwe inzichten in de antibiotische stoffen in planten. Professor Virtanen was vooral geïnteresseerd in de waarde van zijn werk voor de landbouw, maar in diezelfde tijd kwam professor dr H. Winter uit Keulen tot vergelijkbare resultaten wat betreft het menselijk en het dierlijk organisme. De onderzoekers troffen in verschillende granen, aardappels, wortels en vrijwel alle liliacaeen, waartoe ook knoflook, daslook en uien behoren en in alle cruciferen sterke antibiotische stoffen aan. Daarmee beschermen deze planten zich op een zeer effectieve manier tegen bacteriën en schimmels. ZO ontwikkelen zich bijvoorbeeld in de urine van iemand die slechts twintig gram waterkers heeft gegeten, in de speciale zwavelverbindingen die voorkomen in de zogenaamde mosterdolie-glycoside planten, sterke antimicrobiele eigenschappen die enkele uren aanhouden. Een ander voorbeeld is HSCN of rhodaanwaterstofzuur, dat in veel cruciferen en in vrijwel alle lookgewassen voorkomt. Aan de chemische formules van deze zuren, de rhodaniden, is goed te zien hoe complex de geneeskrachtige werking van natuurlijke stoffen is. Rhodanide is niet alleen een uitgesproken bacteride stof, maar bevordert ook de wondheling, onderdrukt ontstekingsreacties en heeft een pijnstillende werking. Bovendien heeft het een regulerend effect op de bloeddruk.



De twintig meest gebruikte natuurlijke antibiotica zijn:

- Aloë Vera

- Grapefruitpitten

- Knoflook

- Propolis

- Teatree-olie

- Tijm

- Ui

- Bergamot

- Lavendel

- Oregano

- Kruidnagel

- Bonenkruid

- Jeneverbes

- Kaneel

- Citroen

- Mierikswortel

- Mosterd

- Waterkers

- Goudsbloem

- Lapacho

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

- Antibiotica werkt uitsluitend tegen bacteriën, niet tegen bacteriën. okay?

8 jaar geleden