ADVERTENTIE
Eerste hulp bij leerachterstanden!

Het zijn gekke tijden. Loop jij, om wat voor een reden dan ook, achter met de lesstof? Met deze tips van Examenbundel gaat het jou sowieso lukken om je leerachterstand weg te werken. Het allerbelangrijkste is dat je in jezelf blijft geloven. Jij kan dit! #geenexamenstress

De tips van Examenbundel

Inleiding



Ik moest een praktische opdracht voor Algemene Natuurwetenschappen maken. Ik mocht zelf een onderwerp kiezen. Mijn onderwerp is ons zonnestelsel. Ik ga in mijn praktische opdracht proberen zoveel mogelijk over elke planeet uit ons zonnestelsel op te zoeken.

Ik heb voor mijn praktische opdracht veel informatie verzameld. Ik heb onder andere veel informatie van internet kunnen halen en ook heb ik veel in de Encarta Encyclopedie gewerkt.

Ik hoop dat mijn praktische opdracht er netjes en verzorgd uit komt te zien.







Bronnen



http://www.xs4all.nl/~carlkop/astronet.html

Encarta Winkler Prince Enceclopedie 2001

Copernic 2001 Pro zoekmachine

http://www.nasa.gov/

Lycos zoekmachine voor plaatjes



Onderzoeksvragen



- Wat zijn de belangrijkste gegevens van de verschillende planeten uit ons zonnestelsel?

- Welke astronomen hebben de planeten uit ons zonnestelsel ontdekt?

- Hoeveel manen bezit ons zonnestelsel in totaal?

- Waarin verschillen de planeten van ons zonnestelsel van elkaar?







Ons zonnestelsel algemeen



In het heelal liggen veel melkwegen en elke melkweg bestaat weer uit verschillende zonnestelsels. Ook de aarde ligt in een zonnestelsel. Elk zonnestelsel heeft een ster als middelpunt. Wij noemen die ster de zon.



Om onze zon draaien van het dichtste bij tot het verste weg de planeten: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Deze negen planeten, afgezien van Pluto, bewegen in ongeveer dezelfde baan van westelijke in oostelijke richting om de zon.





Mercurius, Venus, Aarde en Mars zijn vrij kleine planeten die vrij dichtbij de zon staan. Zij worden aardse planeten genoemd. Deze aardse planeten bestaan hoofdzakelijk uit ijzer en steen.



Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus zijn grotere planeten die in een grotere baan om de zon draaien. Deze planeten zijn gasvormige planeten. Zij bevatten hoogstwaarschijnlijk weinig ijzer en steen en veel waterstof, helium, ammoniak en metaal.



Pluto is de buitenste planeet van ons zonnestelsel en lijkt veel op een aardse planeet. Maar omdat deze planeet zo ver weg staat en zo klein is, is er maar weinig over Pluto bekend. Pluto’s baan helt een beetje ten opzichte van de andere planeten.



Ook planetoïden komen voor in ons zonnestelsel. Dit zijn banen, vaak in een cirkel of ovaal van kleine deeltjes die tussen de banen van andere planeten draaien. Men denkt dat meteorieten, wat kleine stukken steen zijn, ontstaan door het botsen van materiaal in die planetoïden. In ons zonnestelsel komen planetoïden veel voor tussen de baan van Mars en Jupiter.





Mercurius

[plaatje0]

Mercurius is de planeet, die in ons zonnestelsel het dichtste bij de zon staat. Mercurius is op aarde bijna niet met het blote oog waar te nemen. Alleen op gunstige streken met gunstig weer.



Mercurius doet er ongeveer 88 dagen over om 1 keer om de zon te reizen. Op Mercurius duurt een jaar dus maar 88 dagen, in plaats de 365 dagen op Aarde. De snelheid die Mercurius in zijn baan om de zon heeft is ongeveer 48 km/s. Gemiddeld ligt Mercurius zo’n 60.000.000 kilometer van de zon af. Maar omdat de baan van Mercurius een ovaal is, heeft de planeet een Perihelium en een Aphelium. Een perihelium in een punt in de baan van een planeet waarbij deze het meest dicht bij de zon is. De afstand planeet – zon is dus het kleinst. Een Aphelium is precies het tegenovergestelde. Dit is een punt in de baan van een planeet waarbij de planeet het verste weg is van de zon. Hier is de afstand planeet – zon dus het grootste. De afstand op het punt Perihelium is bij de planeet Mercurius 46.000.000 kilometer. De afstand op het punt Aphelium is bij de planeet Mercurius ongeveer 70.000.000 kilometer.



Als Mercurius de aarde passeert kan men deze planeet soms zien staan in de baan van de zon met de aarde. Dit komt omdat Mercurius dan tussen de aarde en de zon in komt te liggen. Dit kan echter alleen als de planeet zich in een benedenconjunctie bevindt.



Een conjunctie is als twee planeten in een rechte lijn staan. Dat wil zeggen, als je vanuit de aarde kijkt, een planeet in dezelfde lijn staan als de lijn aarde – zon. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een maansverduistering of een zonsverduistering. Benedenconjunctie houdt in dat de planeet, die tussen de aarde en de zon in staan, dichter bij de aarde staan. Bovenconjunctie betekent dat de planeet, die in een lijn met de aarde en de zon staat, dichter bij de zon staat. Alleen de planeten, die een kleinere baan hebben om de zon dan de aarde (de binnenplaneten) kunnen zowel beneden- als bovenconjunctie hebben. De andere planeten (de buitenplaneten) die een grotere baan om de zon hebben als de aarde, kunnen alleen maar een bovenconjunctie hebben.



De astronomen Schiaparelli en Antoniadi concludeerden uit hun waarnemingen dat Mercurius in 88 dagen één keer om zijn as wentelde. Maar de planeet draaide ook in 88 dagen één keer om de zon. Dat had als gevolg dat de planeet dan elke jaar maar aan één kant belicht zou worden door de zon. De andere helft van de planeet zou dus altijd in het duister zijn. Daarom werd de planeet Mercurius ook altijd getekend met maar één kant verlicht. Maar de beweringen van Schiaparelli en Antoniadi bleken niet waar te zijn. Met de moderne apparatuur is men er achter gekomen dat de planeet Mercurius er 58,65 ± 0,1 dagen over doet om één keer om zijn as te draaien. Dit betekent dat Mercurius in 176 dagen twee keer om de zon draait en drie keer om zijn as. Dat betekent dat een dag van 24 uur op aarde een dag van 4224 uur op Mercurius is. Je zou op Mercurius dus liever geen volle werkweek willen draaien. De beweringen dat slechts één kant van Mercurius belicht zou worden zijn dus ook niet waar.



Mercurius is de kleinste planeet van de negen planeten in ons zonnestelsel. Zijn diameter is 4878 ± 2km. Dit houdt in dat de diameter tussen de 4876 km en 4880 km moet liggen. De massa van de planeet is 3,305 x 10²³ kg. Dit schrijf je volledig uit als 330500000000000000000000 kg. De zwaartekracht op de planeet is 3,7 m/s². Dat is dus maar 38% van de zwaartekracht op aarde (9,81 m/s² in Nederland). Als je op Mercurius dus de lucht in springt, duurt het veel langer voor je weer neer komt. Je wordt met veel minder kracht weer naar de aarde toe getrokken. Doordat de planeet zo dicht bij de zon staat, is het er ook tamelijk warm. Gemiddeld is het op Mercurius 168 °C.



Mercurius heeft een ruw oppervlak. Het oppervlak lijkt een beetje op het oppervlak van onze maan. Er zijn veel kraters en bergen. Dit is waarschijnlijk ontstaan door een planetoïde die heeft ingeslagen op Mercurius. Hierdoor hebben al die kleine deeltjes kraters geslagen in het landschap. Mercurius staat bekend als een “dode planeet”. Dat wil zeggen dat er geen enkele vorm van beweging op de planeet te bekennen is. Er zijn geen vulkanen, ontgassing en er is geen gebergtevorming of inwendige activiteit.





Venus



Venus is de tweede planeet van ons zonnestelsel. Het is een planeet uit de binnenste ringen. De planeet bevindt zich tussen Mercurius en de Aarde in. Venus heeft een gemiddelde afstand van 108,2 ± 0,1 miljoen km van de zon. Venus doet er ongeveer 224,7 dagen over om één keer om de zon te reizen. Deze baan is meer cirkelvormig dan de baan van Mercurius. Venus heeft daarom een kleiner verschil tussen Perihelium en Aphelium. Venus heeft grote verschillen in helderheid. Maar bij de benedenconjunctie, als Venus het dichtste bij de aarde staat, is ze heel goed te zien vanaf de aarde.

Venus is een avond- en ochtendster door haar beweging aan de hemel. Dat betekent dat ze zowel in de ochtend als in de avond te zien is aan onze hemel.

Venus wordt ook wel het tweelingzusje van de Aarde genoemd. Dit komt omdat de massa en de diameter van de planeet erg overeenkomen met die van de Aarde.



Het was erg moeilijk om de rotatietijd van Venus te ontdekken. Vroeger was dit zelfs onmogelijk. Dit kwam omdat Venus een dikke wolkenlaag en atmosfeer heeft. Hierdoor kon je niet een bepaalde krater in de gaten houden en meten hoe lang die krater er één keer over doet om rond te draaien, omdat er dan wolken tussen kwamen. Met de moderne technologie werd het wel mogelijk. Het was mogelijk om van dichtbij een radiosignaal te sturen. Deze kwam dan héél zwak terug; er zo kon er een bepaald punt worden uitgezocht om te meten. Daarna kon men meten hoelang dat punt er over deed om één keer rond te draaien. Zo kwam men achter de rotatiesnelheid van Venus. De rotatietijd bleek 243,0 dagen te zijn. Dat betekent dat de planeet na 243,0 dagen één keer om zijn as was gedraaid. 117 dagen op Aarde is één dag op Venus. Iedere keer als er conjunctie is, heeft Venus dezelfde zijde van de planeet naar de Aarde gekeerd staan.



De gemiddelde straal van Venus is 6051,6 km. Dat noemt men ook wel het zeeniveau van Venus. Alles wat erboven ligt zijn bergen en alles wat eronder ligt dalen. 16% van de planeet ligt onder dat zeeniveau en 24% ligt minstens 1 km hoger dan het zeeniveau.

Er zijn een paar vlaktes op Venus met een naam. Zo heb je de Aphrodite Terra, dat is een hoogland, en je hebt de Ishtar Terra, wat ook een hoogland is. Ishtar Terra is een hoogland, dat ongeveer net zo groot is als heel de Verenigde Staten.





Het oppervlak van Venus is met stenen bezaaid. De vormen van de stenen geven aan dat er op de planeet ook erosie moet plaatsvinden. Dit kan niet door de wind gebeuren omdat de hardste wind die over Venus waait maar een snelheid heeft van 1 m/s. Erosie vindt waarschijnlijk plaats door meteorietinslagen en vulkaanuitbarstingen. Onder sommige hoge delen van de planeet ligt slechts een dunne korst. Dit noemt men de “hot spots”. Op deze plaatsen komt het magma door de korst heen omhoog en zo krijg je een vulkaanuitbarsting.



In augustus 1990 maakte een ruimtesonde Magellan een reis om Venus heen. Die sonde was er in geslaagd om opnamen te maken van het oppervlak van Venus. Ze zagen dat het oppervlak vooral bestaat uit vulkanische vlakten, breuklijnen, bergruggen, kloven, vulkanen en inslagkraters. Het oppervlak was nog vrij jong voor een planeet. Het kon hoogstens 500 miljoen jaar oud zijn. Er werden echter aan het oppervlak geen actieve vulkanen meer gevonden.



Op de planeet Venus is het erg warm. Het is er zo tussen de 450°C en 500°C. Dit is warmer dan op de planeet Mercurius. Ondanks dat de planeet Mercurius dichter bij de zon ligt. De hoge temperatuur op Venus wordt veroorzaakt door de dikke wolkenlaag van Venus. De planeet kan amper haar warmte kwijt door het wolkendek.





Venus werd genoemd naar de Romeinse Godin van de liefde.





Aarde



Ook onze moeder aarde is natuurlijk een planeet van ons zonnestelsel. Het is de op 5 na grootste planeet van ons zonnestelsel. En het is vanaf de zon onze 3e planeet. De aarde heeft één satelliet, dat is de maan, deze draait om de Aarde heen door de aantrekkingskracht van de Aarde. De Aarde is ook de enige planeet uit ons zonnestelsel wat leven bevat.



De Aarde heeft de vorm van een bol, al dacht men dat dat vroeger anders was. Vroeger dacht men dat als je de horizon af zou varen dat je van de aarde af zou vallen. De bolvormige vorm van de Aarde is met het blote oog te zien. Als je op het strand gaat staan en je kijkt de zee op dat zie je dat de aarde een beetje bol loopt. Als de Aarde recht zou lopen zou je nog kilometers verder kunnen kijken.



De massa van de Aarde werd voor het eerst in 1744 door Maskelyne bepaald. Hij ontdekte dat door de aantrekkingskracht van de Aarde met die van een berg te vergelijken. Tegenwoordig zijn er veel betere technieken om dat te doen. In 1798 bepaalde Lord Henry Cavendish een nauwkeurige massa van de Aarde. In 1881 voerde Ph. J.G. van Jolly proeven uit met het doel om de massa te berekenen en hij vond een uitkomst die slechts 2% hoger lag dan de massa die er in deze tijd wordt gebruikt. Tegenwoordig zegt men dat de Aarde een massa heeft van 5,972 × 1024 kg. Dat wordt uitgeschreven als 5972000000000000000000000 kg. De zon heeft ongeveer een drie keer zo’n grotere massa.

[plaatje1]

Het inwendige van de Aarde is voor ons ook vrij bekend.

Plato, een oud geleerde, heeft één van de oudste uitspraken over het binnenste van de Aarde gedaan. Hij zei dat het inwendige van de Aarde bestond uit lava omdat er op sommige plaatsen waar de aardkorst niet sterk genoeg was lava naar buiten kwam.

De seismologie heeft ons geleerd dat de Aarde voor het grootste deel vast is. Maar door de trillingen die bij aardbevingen ontstaan, die door de hele aardbol kunnen gaan, hebben bewezen dat de Aarde bestaat uit verschillende delen. Je kunt de Aarde vergelijken met een steenvrucht. Eerst een buitenlaag, de aardkorst. Dan komt er een tweede laag, dat de aardmantel genoemd wordt en daarna komt eerst de buitenkern en dan de binnenkern.



De aardkorst bestaat ook weer uit twee verschillende soorten. Je hebt de continentale korst en de oceanische korst. Deze namen wijzen zich vanzelf. De oceanische korst ligt onder de zeespiegel en de continentale korst ligt erboven. De aardkorst bestaat vooral uit de elementen zuurstof, silicium, aluminium en ijzer. Deze vier elementen vormen samen 87,4% van de massa en 94,0% van het volume.



De continentale korst is slechts 30 km tot 50 km dik en bestaat vooral uit lichte gesteenten. Dit zijn gesteenten zoals graniet en granodioriet. Omdat er in deze gesteenten vooral veel silicium en aluminium voorkomt noemt men deze gesteenten ook wel sial. Daaronder bevindt zich een tweede laag. Deze tweede laag bestaat uit zwaardere gesteenten zoals basalt en gabbro. Omdat er in deze laag vooral veel silicium- en magnesiummineralen voorkomen noemt men deze laag ook wel de sima-laag. Onder bergen kan de aardkorst iets afwijken. Soms heeft de korst daar wel een dikte van 60 km.



De oceanische korst is veel dunner. Onder de sedimentenlaag van slechts 1 km dikte bevindt zich ongeveer 5 km basalt. Een dikkere oceanische korst ligt vaak onder vulkanische eilanden zoals Hawaï. De aardkorst is onder die eilanden ingedeukt door het gewicht van de vulkanische massa, dat die eilanden heeft gevormd.



De temperatuur op Aarde is zeer laag vergeleken met de temperatuur op Venus en Mercurius. Dit komt niet alleen omdat de Aarde verder van de zon ligt, maar het komt ook omdat de Aarde niet zo’n dik wolkendek heeft als Venus. Wel heeft de Aarde een atmosfeer, net als Venus die heeft, die een gedeelte van de warmte vast houdt. Maar de warmte kan ook weer van de Aarde weg, omdat er geen dik wolkendek is. Het is ook maar goed dat de temperatuur op Aarde laag is, anders zou de mens er niet kunnen leven. Ook heeft de Aarde een ozonlaag. Dit zorgt er voor dat de zon niet rechtstreeks op de Aarde kan branden. Dit zorgt er ook voor dat de temperatuur lager blijft. Deze wordt tegenwoordig zwaar beschadigd door het uitstoten van verschillende gassen zoals aardgas. Veel milieuorganisaties zijn hier erg tegen, een beschadiging aan de ozonlaag kan fatale gevolgen hebben voor het milieu op Aarde. Zo zal het op Aarde warmer worden en kunnen de ijskappen op de polen smelten. Dat kan zorgen voor een forse stijging van de zeespiegel en zo kan er veel land onder water komen te staan. Ook zal het voor dieren lastig zijn zich te kunnen aanpassen aan de temperatuurstijgingen. Zo zullen vogels bijvoorbeeld op verkeerde tijdstippen in het jaar gaan trekken.



De Aarde beweegt in 23,56 uur één keer om haar eigen as. Dat is ook vrij duidelijk want één dag duurt ± 24 uur. Daarbij is het 12 uur nacht en 12 uur dag. Dit komt omdat de aarde bij nacht haar andere zijde naar de zon gekeerd heeft. Als het aan de ene kant van de wereld dag is dan is het aan de andere kant van de wereld dag. De Aarde beweegt zich ook, net als alle andere planeten in ons zonnestelsel om de zon. In haar baan om de zon legt ze 14926002000 km af. Om één keer om de zon te reizen heeft de Aarde 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en 45,97 seconden nodig. Deze tijd noemt men ook wel het tropische jaar.



Mars



Mars is de vierde planeet vanaf de zon in ons zonnestelsel. Het is de eerste planeet van de buitenplaneten. Mars is te herkennen aan zijn rode kleur. De planeet Mars heeft 2 manen.



Mars reist in 779,94 dagen om de zon. Daarbij heeft de planeet een gemiddelde snelheid van 24,13 km/s.



Tegenwoordig zijn veel wetenschappers geïnteresseerd in de planeet Mars omdat er in het oppervlak veel uitgesleten kloven zijn gevonden. Dit wijst erop dat er ooit water op de planeet heeft gestroomd. En dat betekent weer dat er misschien een mogelijkheid van leven mogelijk is. Omdat er in water bacteriën en ééncellige diertjes zouden kunnen leven. Tegenwoordig wordt er veel grondonderzoek gedaan op Mars.



De massa van Mars is 0,1074 keer de massa van de Aarde. Als je dat berekent kom je op 6,414 x 10²³ kg. Dit schrijf je vol uit als 641400000000000000000000 kg.



Mars draait in 24 uur, 237 min en 663 seconden (± 0,004 s) om zijn eigen as. De dagen op Mars duren dus niet veel langer dan een dag op Aarde. Wel verschillen de seizoenen op Mars heel erg.



Mars heeft een oppervlak dat veel op dat van de Aarde lijkt. Ook Mars heeft twee poolkappen. Het is opmerkelijk dat de poolkappen op Mars gedurende de seizoenen van vorm en grootte veranderen. In de lente en zomer krimpen de poolkappen en soms verdwijnen ze zelfs helemaal uit ons zicht en in de herfst en winter groeien de poolkappen weer.

Op foto’s van de ruimtesonde Mariner-7 is te zien dat de poolkappen van Mars erg dun zijn. De kraters die zich ook onder de poolkapper bevinden zijn dwars door de ijslaag heen te zien. Sommige kraters zijn zelfs niet eens bedekt met ijs. Uit onderzoek met de ruimtesondes Viking-1 en Viking-2 bleek dat er een dunne deken van koolzuursneeuw over de dunne ijslaag heen lag waardoor de kappen goed te zien waren. In de zomer verdampt de koolzuursneeuw, maar blijft het dunne ijslaagje liggen.



De temperatuur op Mars is erg laag. Dit komt ook weer omdat Mars weer een stukje verder van de zon ligt dan de binnenplaneten. De gemiddelde temperatuur op de evenaar op Mars is 20°C. Maar in de nacht koelt Mars erg af. In de nacht bereikt Mars op de evenaar soms temperaturen van –80°C. Dat is dus een temperatuurverschil van 100°C. Aan de polen wordt het in de nacht zelf kouder van –100°C. De laagste temperatuur is door de Viking-2 gemeten op één van de polen. De ruimtesonde was toen geland in de Mars-winter en werd bedekt met een laagje ijs. De temperatuur was op dat moment –123°C.



De twee manen van Mars heten Phobos en Deimos. Dat betekent vrees en schrik. Ze zijn zo genoemd omdat de planeet Mars naar de oorlogsgod van de Grieken is genoemd. Allebei de manen zijn eivormig. Ze zijn 1,4 keer zo lang als breed. Ze zijn ook allebei vrij klein. Phobos is ongeveer 27 km lang en Deimos ongeveer 13 km. Ze cirkelen om de planeet heen met hun lange as naar het middelpunt van Mars gericht. Phobos staat op 9380 km van Mars af en doet er 9 uur en 39 minuten over om één keer om Mars heen te reizen. Deimos bevindt zich veel verder van Mars af. Deimos staat op 232460 km van het middelpunt van de planeet af en doet er 30 uur en 19 minuten over om één keer om de roodgekleurde planeet heen te reizen. Op allebei de manen zitten grote kraters. Op Phobos is een zeer grote krater, die Stickney heet, met een doorsnede van 10 kilometer. Deimos is een maan met veel kleine kratertjes en vooral veel stof.



Jupiter



Jupiter is de vijfde planeet in ons zonnestelsel en het is de tweede buitenplaneet. In zijn massa en afmetingen is het de grootste planeet van ons zonnestelsel. Het is niet de helderste planeet van ons zonnestelsel omdat Venus en Mars veel helderder zijn. De gemiddelde afstand van Jupiter tot de zon is 77824002000 km. Maar zijn afstand kan variëren van ongeveer 60020002000 km tot ongeveer 1200020002000 km. De omlooptijd van Jupiter om de zon is 11,862 aardse jaren. Dat is dus ongeveer 4329,63 dagen. Jupiter draait zeer snel om zijn as heen. Hij doet er aan de evenaar maar 9 uur, 50 minuten en 40 seconden over om één keer om zijn as te draaien. Een dag op Jupiter is dus veel korter dan een dag op Aarde. Een volle werkweek op Jupiter zou dus heel erg voordelig zijn. Door de snelle draaitijd om zijn as heeft Jupiter afgevlakte polen gekregen. De diameter op de equator is 1422200 km en door de polen is dat 1332540 km. De massa van Jupiter is 317,8 keer zo groot als die van moeder Aarde. De massa van is dan ook ± 1,9 × 1027 kg. Dit wordt vol uit geschreven als 1900000000000000000000000000 kg.



Jupiter heeft in totaal 16 manen. De vier grootste manen zijn Io, Europa, Ganymedes en Callisto. Deze vier manen zijn ook te zien op het plaatje hiernaast. Ook wordt Jupiter omgeven door een ring. Deze ring bestaat voornamelijk uit stofdeeltjes die om de planeet heen reizen door de aantrekkingskracht. Deze ring is niet veel dikker van 30 km.



De maan Io werd als eerste door door Galili ontdekt. Deze maan is duidelijk zichtbaar met een kleine telescoop. Io lijkt, als je naar haar uiterlijk en vorm kijkt erg op een sinaasappel. De kraters op het oppervlak van deze maan zijn geen inslagkraters van meteorieten, maar het zijn kraters die gevormd zijn door vulkanische uitbarstingen. De vulkanische uitbarstingen ontstaan, doordat de maan Io in zijn baan om Jupiter verschillende wrijvingen kent. Hierdoor wordt er veel warmte gevormd.

Het ruimtevaartuig Galileo dat in 1995 bij Jupiter arriveerde heeft op de maan Io meer dan 100 actieve vulkanen ontdekt. De grootste vulkaan, die Loki heet, is de meest actieve vulkaan in ons hele zonnestelsel. Hij stoot meer energie uit dan alle vulkanen op Aarde samen. De pluimen van de vulkanen op Io stijgen tot 400 km hoog op. Als het zwavel, dat opstijgt, dan op zo’n grote hoogte komt, bevriest het en daalt het weer neer op het oppervlak van Io, waardoor er lichte ringen van stof om de kraters op Io ontstaan.



De tweede maan is Europa. Europa bestaat voornamelijk uit een silicaatkern en een dikke korst van ijs. De dikte van die korst varieert van 10 km tot 50 km. Europa zit vol met barsten. Deze barsten zijn soms wel 10 km breed en enkele honderden meters diep. Deze barsten zijn waarschijnlijk ontstaan doordat het ijs ging barsten en het donkere materiaal dat zich onder het ijs bevindt, zich een weg naar boven heeft gevonden.



De derde en de vierde maan zijn Ganymedes en Callisto. Deze manen lijken erg op elkaar. Ze bestaan uit een mengsel van steen en ijs. Hun oppervlakte zit vol met kraters die ontstaan zijn door het inslaan van meteorieten. Vooral het oppervlak van Callisto heeft veel kraters.



Op Jupiter is het vrij koud. De temperatuur ligt daar rond de –110°C. En ook Jupiter heeft een groot wolkendek. Als je met een telescoop naar Jupiter kijkt, zie je op het wolkendek van de planeet een grote rode vlek. Deze rode vlek is altijd aanwezig. Het is een gigantische wervelstorm die over Jupiter waait en ver boven het wolkendek uit komt.



Hierboven is goed de grote wervelstorm te zien die op foto’s van Jupiter als een rode vlek is aangegeven. Deze wervelstorm waait altijd over Jupiter



Hier links een uitbarsting van een vulkaan op de maan Io. Op deze foto is goed te zien dat er grote stofwolken ontstaan die soms wel tot een hoogte van 400 km kunnen stijgen.



Saturnus



Saturnus is de zesde planeet van ons zonnestelsel en het is de derde buitenplaneet en tevens ook de verst verwijderde planeet die je met het blote oog nog kan zien. Saturnus is heel helder en heeft een matgele kleur. Saturnus vind ik zelf ook de mooiste planeet omdat het een hele mooie brede ringenband om zich heen heeft. De temperatuur op Saturnus is erg laag. Dat ligt zo rond de –140°C. Dit wordt weer veroorzaakt door de afstand van Saturnus naar de zon.



De gemiddelde afstand van Saturnus naar de zon is 1429 miljoen km. De tijd die Saturnus erover doet om één keer om de zon te reizen is heel erg lang, vergeleken de tijd van de Aarde. De omlooptijd is 29 jaar en 167 dagen.

De massa van Saturnus is 95,181 keer de massa van de Aarde. Als je dat berekent kom je op 5,684 x 10^26 kg. Dit kan worden uitgeschreven als 568400000000000000000000000 kg. Maar de dichtheid van de planeet Saturnus is kleiner dan die van de Aarde. Dit komt omdat Saturnus, net zoals Jupiter, een gasvormige planeet is.





Het oppervlak van Saturnus is moeilijk te zien, omdat de ringen een soort waas om de planeet heen vormen. Maar men heeft ontdekt dat het oppervlak van Saturnus veel lijkt op het oppervlak van Jupiter. Alleen zijn de donkere banden in de atmosfeer van Jupiter bij Saturnus veel minder aanwezig, omdat er een dikke nevellaag boven de wolkentoppen van Saturnus hangt.



De aswenteling van Saturnus heeft men kunnen bepalen aan witte vlekken die in bepaalde jaren zichtbaar waren op de planeet. Zo waren die witte vlekken in 1876, 1903, 1933, 1960 en 1990 zichtbaar. De volgende keer dat zo’n witte vlek zichtbaar wordt zal dus waarschijnlijk rond 2020 liggen. De omwentelingstijd van Saturnus is bepaald op 102 uur, 392 minuten en 262 seconden.



Saturnus is de planeet met de sterkste afplatting aan de polen. Deze afplatting is door een telescoop heel duidelijk zichtbaar. Saturnus heeft een beetje de vorm van een ei. De afplatting is ongeveer 9%. Dit is ontstaan doordat de snelheid waarmee de planeet draait aan de polen 30% hoger is dan aan de evenaar.



De ring om Saturnus is een verschijnsel dat de planeet uniek maakt. Het is een platte, cirkelvormige ring, die zich precies op de evenaar van de planeet bevindt. Galileo Galilei nam al in 1610 waar dat er een ring om de planeet heen zat, maar hij hield het voor een lichtverschijnsel van twee manen aan weerszijden van de planeet. Later, in 1655, ontdekte Christiaan Huygens dat het geen lichtverschijnsel van twee manen was. In 1675 zag Domenico Cassini dat de ring om de planeet uit twee delen bestond. Die scheiding in de ring werd de Cassini-scheiding genoemd. Die scheiding had een breedte van ruim 5000 km. In 1838 bleek dat ook het binnenste stuk van de ring kon worden opgesplitst in twee delen. De ringen om Saturnus heen bestaan uit grote en kleine brokken steen, die om Saturnus heen geslingerd worden. De ring blijft op zijn plaats omdat hij wordt aangetrokken, net als de manen, door de planeet.



Omdat Saturnus bijna een volledige gasplaneet is, is het onmogelijk om op deze planeet te kunnen staan. Je zou er zo in de grote gasmassa vallen.



Saturnus heeft in totaal 25 manen. Deze manen variëren van grootte. Met zijn 25 manen is Saturnus dus ook de planeet met de meeste manen van ons zonnestelsel.

De grootste maan van Saturnus heet Titan, die in 1655 door Christiaan Huygens werd ontdekt. Deze maan is zwaarder dan onze maan. Het oppervlak van Titan is niet zichtbaar door de dampkring. Wel weet men dat de gemiddelde temperatuur op Titan –180°C is.

De andere grotere manen zijn Mimas, Thethys, Dione en Rhea. Deze manen zijn vrijwel zuiver rond en zijn bedekt met kraters. Een andere maan, die Enceladus heet, is vrijwel helemaal glad. Op de maan Mimas is een hele grote krater, die bijna éénderde van zijn hele oppervlak in beslag neemt. Thethys heeft een hele grote breuk op zijn landschap dat een vallei vormt van 750 km bij 60 km. De manen Dione en Rhea hebben dezelfde eigenschappen als de maan Io van Jupiter.



Uranus



Uranus is de zevende planeet van ons zonnestelsel, en de vierde buitenplaneet. Uranus is niet meer met het blote oog te zien. Je zou er misschien nog net een glimpje van kunnen opvangen als de omstandigheden heel gunstig zijn. De diameter van Uranus is 512000 km en zijn massa is 14,53 keer de massa van de aarde. Als je dat berekent krijg je 8,677 x 10^25 kg. Als je dat uitschrijft is dat 86770000000000000000000000 kg. Uranus werd in 1781 met toeval ontdekt door een Britse Astronoom William Herschell. Omdat de planeet zo ver weg staat, zijn er veel gegevens pas later ontdekt.

Uranus draait in 84,01 jaar om de zon heen. Hierbij heeft de planeet een gemiddelde afstand van 2,875 miljard km van de zon. De rotatietijd van Uranus is 17,2 uur. Een dag op Uranus is dus korter dan op Aarde.



Ook Uranus heeft een ring om zich heen. Maar het verschil met Saturnus is, dat de cirkel van Uranus verticaal loopt en die van Saturnus horizontaal. Dat is niet te zien op de meeste afbeeldingen. Zo zie je hiernaast een afbeelding van Uranus waar de ring ook gewoon horizontaal lijkt te lopen. De ringen om Uranus bevinden zich op een afstand van 162200 km tot 252600 km boven het wolkendek van Uranus. De ringen hebben een breedte die tussen de 1 en 100 km ligt.



In 1986 werd er door Amerika een ruimtesonde naar de planeet Uranus gestuurd. Deze sonde ontdekte wolkenvelden boven de planeet. Ook ontdekte hij vlekken die leken op stormen en wervelwinden. Sommige stormen bewogen wel met 500 kilometer per uur over de planeet heen. Het zichtbare oppervlak vanuit de sonde liet minder details in het landschap zien dan bij Jupiter en Saturnus.



Uranus heeft zeventien manen. Die manen werden direct buiten het ringenstelsel gevonden. De grootste maan, die Belinda heet, heeft een diameter van 150 km en heeft een reusachtige inslagkrater. De andere maantjes hebben een diameter van 30 km tot 110 km en zijn te klein om details te kunnen vinden. Verder aan de buitenkant bevinden zich de vijf allang bekende manen van Uranus. Deze zijn groter dan de twaalf maantjes die aan de ringen liggen. Die vijf buitenste maantjes heten Miranda, Ariël, Umbriël, Titania en Oberon. Hun diameters liggen tussen de 500 km en 1520 km.





Ook Uranus is een gasvormige planeet, waar het dus niet mogelijk is om op te staan. De planeet bestaat hoofdzakelijk uit methaan, ammonia en andere koolwaterstoffen.





Neptunus



Neptunus is de achtste planeet van ons zonnestelsel en de vijfde planeet in de buitenring. Neptunus werd in 1846 ontdekt. Men dacht na het ontdekken van Uranus, dat er nog een planeet buiten de ring van Uranus zou liggen, omdat Uranus een afwijking had in zijn baan. Er werd berekend waar de planeet ongeveer zou moeten liggen en in de nacht van 23 op 24 september 1846 ontdekte J.G. Galle de planeet Neptunus. Maar uit notities van Galileo Galilei bleek, dat hij de planeet al in 1612/1613 had waargenomen zonder er besef bij te hebben dat het een planeet uit ons zonnestelsel was.



Met het blote oog kan Neptunus niet worden waargenomen. In een telescoop is de planeet te zien als een heel klein blauw groen schijfje. De werkelijke diameter van de planeet is 492500 km. Dat is vier keer zo groot als de diameter van de Aarde. De planeet Neptunus heeft maar een kleine afvlakking aan de polen. Dat geeft aan dat zijn snelheid aan de polen niet zo hoog ligt. De massa van Neptunus is 17,2 keer de massa van de Aarde. Als je dit berekent krijg je 1,027 x 10^26 kg. Dit kan voluit worden geschreven als 102700000000000000000000000 kg. De dichtheid is maar 0,3 keer de dichtheid van de Aarde. Dit komt omdat Neptunus net als Uranus, Saturnus en Jupiter een gasvormige planeet is. Je kunt er dus niet op staan.



Neptunus staat op 4504 miljoen km van de zon. Hij doet er dan ook 164,788 jaar over om één keer om de zon te draaien. Sinds de planeet ontdekt is heeft het dus nog geen één keer helemaal om de zon gedraaid. In 1928 werd ontdekt dat de planeet in ongeveer 16 uur om één keer om zijn as draait. Dat houdt in dat een dag op Neptunus dus maar 16 uur duurt. Toch zou een volle werkweek op Neptunus niet kunnen, want op de planeet werken is onmogelijk omdat je er niet op kan staan.



Neptunus bestaat voor het grootste deel uit waterstof en helium. Verder zijn er nog kleine hoeveelheden methaan, ammonia en water aanwezig. In de atmosfeer van Neptunus komt veel methaan voor, daarom heeft de planeet ook een blauwe kleur. Op het plaatje hierboven is dat goed te zien. De rode gloed is het zonlicht dat wordt gebroken door de atmosfeer en over de planeet verstrooid wordt.



Neptunus heeft acht manen. Eerst dacht men altijd dat Neptunus maar twee manen had, namelijk Triton, de grootste met een diameter van 2700 km, en de tweede maan Nereïde, met een diameter van 300 km. De temperatuur op de maan Triton is ongeveer –235°C. De maan is erg jong, hoogstens 100 miljoen jaar oud omdat er nergens inslagkraters te vinden zijn.



Voyager ontdekte zes nieuwe manen met diameters van 50 km tot 400 km, die op afstanden van 482000 km en 1182000 km buiten het middepunt van de planeet liggen.



Pluto



Pluto is de negende planeet en tevens de laatste ontdekte planeet van ons zonnestelsel. Het is de zesde planeet in de buitenring. In 1930 werd Pluto door C.W. Tombaugh ontdekt. Deze planeet werd zo laat ontdekt, omdat hij zo ver weg ligt en heel erg klein is. Zelfs nu is er nog nooit een sonde op de planeet Pluto geland.



De baan van Pluto om de zon is 39,53 keer groter dan de baan van de Aarde om de zon. De baan van Pluto loopt een beetje anders, dan die van de andere planeten. Hierdoor bevindt Pluto zich op een gedeelte van zijn baan dichter bij de zon dan de planeet Neptunus. Pluto doet er 247,7 jaar over om één keer om de zon te reizen. Dat betekent dat wanneer Neptunus drie keer om de zon heen heeft gedraaid, dat Pluto er twee keer omheen heeft gedraaid.



Men weet erg weinig over de planeet Pluto. Dit komt omdat de planeet zo ver weg ligt en zelfs in een grote telescoop nog niet te zien is als een klein schijfje. Ook de helderheid van Pluto is erg slecht. Omdat de planeet zo ver van de zon ligt, komt er bijna geen zonlicht op en kan er dus ook geen zonlicht van de planeet weerkaatsen. De rotatietijd van Pluto is erg groot. Men heeft deze rotatietijd kunnen ontdekken door veranderingen in de helderheid van de planeet. Pluto doet er 6,3872 dagen over om één keer om zijn as te draaien. Dit is 150,61 uur.



Pluto heeft één maan. Deze maan werd in 1978 door James W. Christy ontdekt in het US Naval Observatory. Die maan kreeg de naam Charon. De maan draait op een afstand van 192000 km in een cirkelvormige baan om de planeet heen. Charon bestaat uit een mengsel van ijs en ammonia. Hierdoor is de temperatuur op deze maan –223°C.



De massa van de planeet Pluto werd bepaald met behulp van zijn maan Charon. De massa van Pluto is 1,3 x 10²². De massa van Charon is 1,8 x 10²¹. Deze twee samen hebben een verhouding met de massa van de aarde van 1/460. Dat is dus heel erg weinig. De diameter van Pluto schat men op 2300 km en die van Charon op 1200 km. Pluto heeft twee poolkappen met ijs en de rest van de planeet heeft een rode kleur.



Anders dan de meeste andere buitenplaneten is Pluto geen gasvormige planeet. Er zou op Pluto geland kunnen worden. Het grootste deel van Pluto bestaat uit methaanijs. Onder die kappen ligt waarschijnlijk een dikke mantel van waterijs en gesteenten. Het gesteente neemt waarschijnlijk zo’n 70% á 80% van de planeet in beslag.



Mijn conclusie



Ik vind dat ik in mijn werkstuk veel heb kunnen vertellen over de verschillende planeten uit ons zonnestelsel. Ik heb met aan het maken van mijn verslag veel tijd besteed aan het opzoeken van informatie en aan het verzorgen van de plaatjes. Ik heb volgens mij ook al mijn onderzoeksvragen kunnen beantwoorden.



Ik heb over alle planeten van ons zonnestelsel zeer veel informatie van encarta en internet kunnen halen. Ik heb veel gekeken op de site van NASA. Wel moest ik daar de informatie vertalen want de site was in het engels. Ik vond het vooral leuk om de tijdsverschillen tussen de verschillende planeten uit te rekenen. Ook vond ik het boeiend om er achter te komen dat men niet eens op elke planeet zou kunnen staan.



In mijn praktische opdracht is ook te lezen welke astronomen verschillende planeten uit ons zonnestelsel hebben ontdekt. Ik vond het vooral bijzonder hoe de planeet Neptunus werd ontdekt omdat deze planeet niet werd waargenomen maar werd berekend waar hij ongeveer zou verschijnen.



Ook het aantal manen uit ons zonnestelsel heb ik gevonden. Het zijn er bij elkaar heel wat, en waarschijnlijk zijn nog niet eens alle manen ontdekt want van de meest verre planeten worden er nog steeds ontdekkingen gedaan.



De verschillen tussen de planeten uit ons zonnestelsel worden in heel mijn verslag heel uitgebreid behandeld. Elke planeet heb ik met veel details kunnen beschrijven. Als je mijn verslag leest kom je vanzelf de vele verschillen tegen tussen de planeten. Het meest grote verschil zit tussen de aardse planeten en de gasvormige planeten.



Ik ben heel erg tevreden met mijn verslag, ik meen zelf dat het er netjes en verzorgd uit ziet. Ik ben met het maken van mijn verslag wel ver over mijn studielasturen heen gegaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

C.

C.

Uhm..Ik weet niet hoor,
maar deze informatie klopt voor GEEN METER!
Ik zit hier in Wvo..Dus kom niet bij me aankloppen dat het wél klopt, maar Omg wat is dit slecht.
Like: Ammomiak..Srsly..Dat zit er niet in..Dat is GIFTIG Dat kán niet...Wat denk je nou? Dat alles wat jij maar roept,..Dat het meteen goed is? Ik heb MEDELIJDEN met de mensen die dit gekopieerd en geplakt hebben..WTF

8 jaar geleden