Klimaatverandering

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 5e klas havo | 7426 woorden
  • 23 maart 2007
  • 44 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 44 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Inhoudsopgave

Inleiding

1. a. Wat is klimaat?
b. Hoe werkt klimaat?
c. Hoe ontstaan klimaatsveranderingen?

2. Welke klimaatsveranderingen hebben in het verleden al plaatsgevonden?

3. Wat waren daar de (vermoedelijke)oorzaken van?

4. Hoe uit de huidige klimaatverandering zich?

5. Hoelang speelt dit al en wat zijn de verwachtingen en mogelijke gevolgen voor de toekomst?

6. Wat zijn de (vermoedelijke) oorzaken van de huidige klimaatverandering?

7. Welke maatregelen worden al genomen en wat zijn hier de resultaten van?


Conclusie

Inleiding

Waarom wij voor het onderwerp ‘klimaatverandering’ kozen, is omdat het nu zo actueel is. Natuurlijk is klimaatverandering iets wat altijd al is, maar het heeft nu zoveel de aandacht omdat Nederland het nu ineens merkt. De winters worden zachter en we hebben eigenlijk nog maar drie seizoenen over.
Omdat mensen nu pas lijken te beseffen hoe schadelijk de CO2-uitstoot is, besloten wij dit onderwerp als thema te kiezen voor onze grote praktische opdracht.

Wij formuleren daarbij de volgende vraagstelling:

Onze hoofdvraag is: Wat zijn de oorzaken en mogelijke oplossingen van de huidige klimaatverandering?

Met het beantwoorden van onze deelvragen en de hoofdvraag zal onze praktische opdracht compleet zijn.

Benjamin Horvers
Maartje Lahaye
Robin Smits

1A. Wat is klimaat?

Het klimaat van een plaats of gebied is het gemiddelde weer. Meestal wordt het gemiddelde genomen over enkele tientallen jaren van temperatuur, vocht, luchtdruk, wind, bewolking en neerslag. Daarnaast wordt gekeken naar dagelijkse en jaarlijkse variaties en hoe vaak extremen voorkomen, zoals hittegolven en zware regen met wateroverlast of overstromingen. Soms worden ook aanverwante grootheden tot het klimaat gerekend, zoals de chemische samenstelling van de atmosfeer en de temperatuur van de diepe oceaan. Op deze manier kan men zien hoe het klimaat zich over een langere periode ontwikkelt.

1B. Hoe werkt het klimaat?

De aarde wordt verwarmd door de zon. Een deel van de zonnestraling wordt teruggekaatst; een ander deel wordt omgezet in warmte. Broeikasgassen zoals waterdamp en CO2 leggen een warme deken om de aarde: ze zorgen ervoor dat een deel van de warmtestraling van de grond wordt vastgehouden. Zonder dat warme-deken-effect zou de aarde veel kouder zijn. Wind en oceaanstromingen spelen een belangrijke rol bij de verdeling van de warmte over de aarde.

Die warmtetransporten zorgen ervoor dat het temperatuurverschil tussen de tropen en de polen niet veel groter is dan waargenomen. De relatie tussen de atmosfeer, de oceaan, het landoppervlak, sneeuw en ijs, en de biosfeer (bomen, plankton, enz) is van groot belang. Om een paar voorbeelden te noemen: planten nemen CO2 op, de oceaan neemt warmte op, ijskappen en woestijnen weerkaatsen zonnestraling sterker dan bos en toendra en smeltend ijs maakt de oceaan minder zout. Deze processen kunnen elkaar versterken of verzwakken. Zo leidt een opwarming van de oceaan tot meer verdamping. Dat versterkt het broeikaseffect waardoor de oceaan nog warmer wordt. De extra verdamping, die optreedt als de oceaan warmer wordt, onttrekt anderzijds ook warmte aan de oceaan en heeft daardoor een koelende werking op het zeewater. Dit is maar 1 van de voorbeelden die laat zien hoe het zich allemaal beïnvloedt als het klimaatsysteem verstoord wordt.

1C. Hoe ontstaan klimaatsveranderingen?

Er zijn verschillende oorzaken die ervoor zorgen dat het klimaat verandert. Zo kan het liggen aan de verschuivingen van continenten en zeestromen, inslagen op aarde van kometen of meteorieten, verhoogde vulkanische activiteit, variaties in de aardbaan, veranderende zonneactiviteit, het chaotisch gedrag van de atmosfeer, veranderend landgebruik en recent de door menselijke activiteiten toegenomen hoeveelheid kooldioxide en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Alles beïnvloedt elkaar waardoor het klimaat niet meer hetzelfde blijft.

2. Welke klimaatsveranderingen hebben in het verleden al plaatsgevonden?

Enkele grote klimaatsveranderingen in het verleden waren:
- De (grote) ijstijd
- De kleine ijstijd
- Vulkaanuitbarstingen
- El Niño
- Warmterecords in de 20ste eeuw
- Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer

De (grote) ijstijd:
Ongeveer 140.000 jaar geleden was Noord-Europa bedekt met een ijskap die zich tot aan de Utrechtse Heuvelrug bevond. De zeespiegel lag ongeveer 120 m onder het huidige niveau. Kort daarop eindigde deze IJstijd waarbij de temperaturen weer stegen. Daarna volgde een nieuwe IJstijd, die ongeveer 100.000 jaar duurde. Ongeveer 18.000 jaar geleden begon een snelle opwarming naar de warmere periode waarin we nu leven.
IJstijden zijn perioden in het verleden waarin het klimaat veel kouder is dan nu. Tijdens de ijstijden breiden de gletsjers zich sterk uit, en vormen grote ijskappen in het hoge noorden. De ijskap van Groenland is slechts een mager restant daarvan. In het koudste deel van de laatste IJstijd was het Amerikaanse continent tot aan de grote meren met ijs bedekt, en in Europa kwam het ijs tot in Denemarken en Noord Duitsland.
In de twee ijstijden daarvoor kwam het ijs ook in Nederland: De Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe zijn de eindmorenes van de ijskap.

De kleine ijstijd:
Periode tussen circa 1450 en midden negentiende eeuw met in Europa veel strenge winters. Met de kleine ijstijd wordt de relatief koude periode bedoeld die duurde van de vijftiende tot en met de 19e eeuw. Gemiddeld lag de temperatuur tijdens de kleine ijstijd in West-Europa zo'n 1 a 2 graden onder de waarden die tegenwoordig worden bereikt. Wereldwijd lagen de gemiddelde temperaturen 0,5 tot 1 graad lager dan tegenwoordig. Met "tegenwoordig" wordt hier de klimatologische periode 1960 tot 1990 bedoeld.
Ook de afgelopen duizend jaar varieerde de temperatuur. Deze periode vóór het duidelijk zichtbaar worden van de huidige klimatologische opwarming, was waarschijnlijk een gevolg van het versterkte broeikaseffect. Opvallend waren in Europa een aantal warmere zomers in de Middeleeuwen en het vaker voorkomen van koude winters in de vijftiende tot achttiende eeuw.

Vulkaanuitbarstingen:
Grote vulkaanuitbarstingen kunnen veel stof in de atmosfeer brengen. Dit stof reflecteert zonlicht en heeft daardoor een koelend effect. Gewoonlijk verdwijnt het stof binnen een paar jaar vanzelf weer uit de atmosfeer.
Satellietwaarnemingen bevestigen dat sterke vulkaanuitbarstingen een flinke invloed kunnen hebben op de warmtebalans van de aarde. Zo wordt de tijdelijke onderbreking van de stijging van de wereldgemiddelde temperatuur in 1992 en 1993 toegeschreven aan de uitbarsting van de vulkaan Pinatubo op de Filippijnen in juni 1991.

El Niño:
El Niño is een onregelmatige, om de paar jaar terugkerende toestand van het klimaat van de atmosfeer en oceaan in de tropische Pacific. Karakteristiek voor El Niño is warmer dan normaal zeewater rond de equator in de oostelijke helft van de Pacific en een lager dan normaal druk verschil tussen Tahiti en Darwin (plaats in Australië).
De omgekeerde toestand, met kouder dan normaal zeewater, wordt La Niña genoemd.
Grote delen van de aarde ondervinden de gevolgen van deze toestand. Wereldwijd zijn El Niño en La Niña de voornaamste bron van veranderlijkheid van het klimaat van jaar tot jaar.
Aan de kust van Ecuador en Peru ontstond de naam voor plotselinge opwarmingen van het zeewater. Oorspronkelijk verwees de term naar de opwarming die elk jaar rond Kerstmis optreedt El Niño betekent: Kerstjongetje. Het kreeg zijn naam van vissers in Peru die geen vis meer vangen als het voedselrijke en visrijke koude water daar verdwijnt.
Geleidelijk verschoof de betekenis, en werden met 'El Niño's' alleen lange periodes van buitengewoon grote opwarming aangeduid. In die periodes, die zich onregelmatig om de paar jaar voordoen, verandert ook het weer: het stortregent in de normaal gortdroge kustwoestijn, waardoor deze tot bloei komt. De regens zorgen echter ook voor enorme erosie en overstromingen, die ontwrichtend werken op de samenleving.

Warmterecords in de 20ste eeuw:
Het wereldklimaat is veranderd in de loop van de 20e eeuw. De gemiddelde wereldtemperatuur aan het aardoppervlak is sinds 1860 met ongeveer 0,6°C toegenomen. Zo n sterke, snelle opwarming is de laatste duizend jaar waarschijnlijk niet eerder voorgekomen. Het is opmerkelijk dat vijf recente jaren (1995, 1997, 1998, 2001 en 2002) in ieder geval de warmste jaren waren sinds 1860 en waarschijnlijk zelfs in de afgelopen duizend jaar.
Door de temperatuurstijging is de bedekking van de aarde met sneeuw en ijs afgenomen.
De zeespiegel is met 10 tot 20 cm gestegen, door opwarming van het zeewater en het smelten van landijs. De hoeveelheid neerslag op gematigde en hogere breedten is toegenomen, terwijl in de subtropen een afname is geconstateerd. Uit waarnemingen van de vegetatie blijkt dat wereldwijd de lengte van het groeiseizoen is toegenomen. Al deze feiten wijzen op een opwarming van het wereldwijde klimaat.
Een recente warmterecord is het jaar 2006. 2006 was een heel apart jaar waarin zowel juli, september en de herfst warmer waren dan in 300 jaar was gemeten.

Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer:
Sinds 1750 is de concentratie van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer met zo'n 30% toegenomen. Deze verandering is toe te schrijven aan de mens die fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas verbrandt. Ook de concentraties van andere broeikasgassen zijn onder invloed van de mens aanzienlijk toegenomen. De hoeveelheid methaan (CH4) is meer dan verdubbeld (145%), lachgas (N2O) is met 15% toegenomen en alle chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) zijn door mensen geproduceerd. Er zijn ook meer stofdeeltjes (aerosolen) in de atmosfeer gekomen. De concentratie van ozon (O3) in de onderste tien kilometer van de atmosfeer (de troposfeer) is verdubbeld. In de stratosfeer daarentegen, op hoogtes tussen 10 en 40 km, is de hoeveelheid ozon juist afgenomen. Deze afname wordt veroorzaakt door chloorverontreinigingen die vrijkomen uit bovengenoemde CFK's.

3. Wat waren daar de (vermoedelijke) oorzaken van?

De (grote) ijstijd en de kleine ijstijd:
Bij de ijstijd waren er verschillende oorzaken. Één hiervan ide de theorie van Milankovich Volgens deze theorie zorgen schommelingen in de stand van de aardas, en periodieke veranderingen in de baan van de aarde voor kleine verschillen in de hoeveelheid zonlicht op aarde. Maar dat is op zichzelf niet genoeg. De ligging van de continenten, vooral op het noordelijk halfrond, dichtbij de polen is ook belangrijk. Dat kan zorgen voor grote besneeuwde oppervlakken die weer zonlicht terug kaatsen.
Volgens de Milankovich theorie zijn er drie belangrijke cycli die de ijstijden bepalen:

- De baan van de aarde rond de zon is niet precies een cirkel, maar een ellips. De eccentriciteit (langgerektheid) van de ellips verandert regelmatig, er zitten cycli in de eccentriciteit van ongeveer 100.000 en 400.000 jaar. Deze cyclus heeft invloed op de afstand aarde-zon.
- De stand van de aardas ten opzichte van het baanvlak schommelt ook regelmatig, tussen een hoek van 22o en 24.5o, met een periode van ongeveer 40.000 jaar. Deze cyclus heeft invloed op de hoek waaronder de zonnestralen de aarde raken op het noordelijk en zuidelijk halfrond.
- Ook de stand van de aardas in de ruimte vertoont een schommeling: de precessiecyclus. Je kunt dit vergelijken met de schommelingen in de draai-as van een tol. Er zit een cyclus van ongeveer 20.000 jaar in. Deze cyclus bepaalt op welk tijdstip in het jaar de aarde het dichtst bij de zon staat.

Vulkaanuitbarstingen:
Vulkanen ontstaan door breuken in de aardkorst, waardoor de losse delen, platen genoemd, kunnen bewegen. Wanneer de platen de platen botsen of uit elkaar getrokken worden, ontsnapt magma uit het binnenste van de aarde op een plaat van een breuk. Er zijn ongeveer 850 actieve vulkanen op de wereld, waarvan de meeste in de halve cirkel rond de stille oceaan liggen. Ook in oceanen kunnen vulkanen zich onder water vormen en uitbarsten.

Hoe werkt een vulkaan: Bij veel vulkanen zit de kraterpijp verstopt met o.a. stenen. De uitgang naar buiten is dus geblokkeerd. Daardoor wordt de druk van het magma steeds groter. Soms verschijnt een rookwolk boven de krater van de vulkaan. De grond begint te trillen. Plotseling klinken er enorme knallen. De blokkering is uit de kraterpijp gevlogen. Stenen en as worden meters hoog de lucht in geslingerd. De as is zo licht, dat hij soms na kilometers pas zakt. Dit noemt men een asregen. Als alles van de blokkering uit de kraterpijp is, kan de magma naar buiten. Zo gauw het magma het aardoppervlak heeft bereikt, wordt het lava genoemd. De temperatuur van die lava ligt tussen de 600°C en 1200°C. Alles wat de lava op zijn weg naar onder tegenkomt, wordt verschroeit. De bovenste laag van de lava koelt heel snel af. De onderste laag blijft nog een tijdje doorstromen. Als alle lava weer gestold is, raakt de kraterpijp weer verstopt. Zo kan de aarde zich weer vervullen tot weer genoeg magma is voor een nieuwe uitbarsting.

El Niño:
Waarschijnlijk begint het er allemaal mee dat er minder koud water uit de diepte opwelt in het oostelijk deel van de oceaan (bij Peru). De themokliene (dat is de grens van warm en koud water op ongeveer 50 tot 200 meter onder water. Het temperatuurverschil tussen deze twee bedraagt ongeveer 10 C º) ligt normaal redelijk hoog maar komt nu veel lager te liggen in het oostelijk deel van de oceaan. In het westelijk deel van de oceaan ligt hij normaal al veel lager. De themokliene ligt nu dan ook minder schuin dan normaal. Dit heeft tot gevolg dat er in het westen minder lucht opstijgt en in het oosten minder lucht daalt. De oostelijke passaatwinden worden hierdoor afgezwakt en dat verklaart waarom het warme zeewater zich van west naar oost verplaatst tijdens El Niño.

Door de zwakkere Passaatwinden wordt de helling in de themokliene kleiner en de opwelling neemt af. Het gebied van warm oppervlakte water wordt daardoor groter en breidt zich uit naar het oosten.

Warmterecords in de 20ste eeuw:
De oorzaken daarvoor zijn een constante zuidelijke wind, warm zeewater door de hete zomer en de opwarming van de aarde door broeikasgassen. Maar nog volstrekt onduidelijk is hoe deze oorzaken zich tot elkaar verhouden. En dan is er nog het toenemende concentratie aan broeikasgassen wat zich in de afgelopen jaren heeft toegespeeld. Het gat in de ozonlaag als gevolg ervan.
Waardoor de straling van de zon minder werd tegengehouden en dus meer warmte op de aarde kwam. Dit alles is door zowel natuur als door menselijke invloed van kracht.

Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer:
De grootste oorzaak is de mens. Omdat de mens fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas verbrandt. Ook de concentraties van andere broeikasgassen zijn onder invloed van de mens aanzienlijk toegenomen. Doordat de gassen van CFK´s er pas jaren erover doet om de ozonlaag te bereiken, had de mens het niet in de gaten dat daardoor de ozonlaag een gat kreeg. Ter gevolge van het broeikaseffect zijn de oceanen ook verwarmd. Hierdoor kan het minder CO2 opnemen dan wanneer het koud water was. Waardoor er dus meer CO2 in de atmosfeer komt.

4. Hoe uit de huidige klimaatverandering zich?

De huidige klimaatverandering uit zich door verschillende factoren.
Wereldwijd merken we dat aan de stijging van de gemiddelde temperatuur. De gevolgen daarvan zijn weer dat we kampen met een zoetwatertekort, zeespiegelstijging en de aantasting van ecosystemen.
De stijging van de gemiddelde temperatuur is dus een groot gevaar.
In Nederland merkten we het dit jaar vooral tijdens de winter. De winter van 2006/2007 was namelijk de warmste winter ooit gemeten, waarvan deze metingen in het jaar 1706 zijn begonnen. De gemiddelde temperatuur lag in de winter van 2006/2007 op 6,5 graden terwijl dat normaal gesproken op 3,3 graden ligt.
Omdat de aarde dus steeds warmer wordt, krijgen we automatisch te maken met het stijgen van de huidige zeespiegel. Over de hele wereld smelt landijs, dat zijn ijskappen en gletschers.
Doordat het landijs is gesmolten, is de zeespiegel in de 20e eeuw 10 tot 20 cm gestegen.
Omdat de klimaatverandering ook de ecosystemen aantast moeten dieren en planten zich kunnen aanpassen. En omdat juist de klimaatverandering veel te snel gaat, kunnen sommige dieren en planten zich niet aanpassen en worden daarom met uitsterven bedreigd.


5. Hoe lang speelt dit al en wat zijn de verwachtingen en gevolgen voor de toekomst?

Deze klimaatverandering is niet uniek. Nog geen 10.000 jaar geleden eindigde de laatste glaciaal. Een glaciaal wil zeggen: Een koudere periode. Tijdens deze periode was het water sneeuw en ijs en lag de zeespiegel 100 meter lager.
Maar nu leven we in het Holoceen, ook wel een interglaciaal genoemd. Een warmere periode. Doordat deze periode 10.000 jaar geleden ontstond, zijn Nederland en België in grote mate gevormd. Zo ontstond ook de Noordzee.

Omdat de mens een onnatuurlijke klimaatverandering veroorzaakt met de grote hoeveelheid CO2 (door verbranding van fossiele brandstoffen die we nodig hebben om energie op te wekken), blijft de warmte hangen.
Daardoor wordt de aarde opgewarmd en krijgen we klimaatveranderingen zoals we die nu meemaken.

Gevolgen voor het weer- en zeespiegel:
Door de klimaatverandering raakt het weer in de war. In de Verenigde Staten uit zich dit door extreem koude winters en bloedhete zomers.
Ook wordt de neerslag extremer. Het regent zelden nog maar een beetje. Als het regent, regent het ook heel hard en dit zorgt voor overstromingen in bijvoorbeeld Bangladesh.
In Nederland kampen we met extreem hoge rivieren en afgelopen herfst was het de natste herfst in decennia.
Ondertussen wordt het zeewater ook opgewarmd. Dit komt omdat het landijs smelt. De zeespiegel is daardoor gestegen met 10 tot 20 centimeter. En als we hier niets aan gaan doen, kan het de komende eeuw zo’n 15 tot 95 centimeter stijgen.
De klimaatverandering wordt veroorzaakt door het versterkte broeikaseffect. De deken rondom de aarde bestaat voor een groot deel uit gassen. Warmte van de zon, kan daardoor niet verdwijnen in de ruimte, daarom is het afgelopen zoveel warmer geworden.
Ook zou de deken rondom de aarde te dik zijn geworden. Dit komt dus door de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals; olie, gas en kolen. Dit hebben we ‘nodig’ voor energieopwekking.
De mens heeft de hoeveelheid CO2 met 30% verhoogd. Verdubbeld dit, dan zal de gemiddelde wereldtemperatuur met 1,4 tot 5,8 graden stijgen. En dat is meer dan de mens ooit heeft meegemaakt.

Gevolgen voor planten en dieren:
Omdat de klimaatverandering nu zo snel gaat, kunnen sommige dier- en plantensoorten het niet bijhouden. Zo gaan bijvoorbeeld vogels eerder broeden, insecten verschijnen eerder en planten bloeien eerder.
Door de verschuiving van de klimaatzones kunnen dieren en planten zich niet aanpassen en kunnen met uitsterven worden bedreigd. In Nederland zal dit leiden tot afname van het aantal soorten dieren en planten.

Gevolgen voor de mens:
Omdat de klimaatverandering zorgt voor hevige neerslag, moeten we ons waterbeheer gaan aanpassen zodat we meer ruimte geven aan rivieren. Zouden we dit niet doen, zouden we veel meer last gaan krijgen voor overstromingen. Helaas is het aanpassen van het waterbeheer niet voor iedere landen makkelijk. Voor ontwikkelingslanden is het een stuk lastiger.
En wat te denken bij mensen die op eilanden wonen? Eilanden in de Pascific worden bedreigd. Dit komt door de stijging van de zeespiegel. Op een gegeven moment zullen deze eilanden in de zee verdwijnen.
Ook is het zo dat als er op één locatie een teveel aan water ontstaat, kan er ergens anders een watertekort ontstaan. En door langere droogteperioden zal het slecht gaan met de landbouw omdat veel gewassen kwetsbaar zijn voor plotselinge temperatuurstijging en droogte.
Niet alleen de landbouwgevolgen zijn een gevaar de mens. Er komen ook steeds meer tropische plagen en ziektes bij. Denk hierbij dan aan de gele koorts en de vijf-daagse-koorts.
Zo vergroten bijvoorbeeld de malariamuggen hun verspreidingsgebied doordat het boven de 16 graden is. In de winter!
En het is niet zo dat het voor Nederland een ver-van-je-bed-show is. In Zuid-Europa zijn al enkele gevallen van malaria geconstateerd.
Een andere kwaal is hooikoorts. Omdat de groei- en bloeiseizoenen verschuiven, zullen enkele planten eerder in het voorjaar stuifmeel ontwikkelen. Hierdoor wordt het hooikoortsseizoen verleng.

De gevolgen op een rijtje:

Bij een klimaatverandering van 1ºC:
• Smeltende gletsjers bedreigen de watervoorziening van 50 miljoen mensen.
• Een kleinere toename van de graanopbrengsten.
• 300.000 extra doden door malaria en andere klimaatgerelateerde ziektes en ondervoeding.
• 80% van de koraalriffen verbleekt en sterft af.
Bij een klimaatverandering van 2ºC:
• 5 tot 10% minder oogstopbrengst in tropisch Afrika.
• 40 tot 60 miljoen meer gevallen van malaria.
• Het aantal hittegolven en tropische stormen zal toenemen.
• 15 tot 40%van alle soorten dieren wordt met uitsterven bedreigd.
Bij een klimaatverandering van 3ºC:
• Iedere 10 jaar een grote droogte in Zuid-Europa.
• 1 tot 4 miljoen mensen lijden onder watertekort.
• 150 tot 550 miljoen extra mensen getroffen door hongersnood.
• De warme Atlantische golfstroom stopt.
Bij een klimaatverandering van 4ºC:
• Oogsten nemen met 15 tot 35% af in Afrika.
• Tot 80 miljoen meer gevallen van malaria.
Bij een klimaatverandering van 5ºC:
• Grote gletsjers in de Himalaya verdwijnen, wat een kwart van de bevolking van China treft.
• Voortdurende verhoging van de zuurgraad in de oceanen. Dit kan leiden tot ernstige verstoringen van de ecosystemen in de zee.
• De zeespiegelstijging bedreigt eilanden en kustregio’s zoals Florida, New York, Londen en Tokio.

6. Wat zijn de (vermoedelijke) oorzaken van de huidige klimaatverandering?

De huidige klimaatverandering bestaat voornamelijk uit de volgende twee hoofdproblemen: het broeikaseffect en de aantasting van de ozonlaag. Ik zal ze in deze deelvraag dan ook apart bekijken.

Het broeikaseffect
Een duidelijke oorzaak van het versterkte broeikaseffect is niet echt aan te wijzen. Meerdere factoren spelen een rol. Zowel natuurlijke als menselijke invloeden.

Natuurlijke invloeden
De zon en de atmosfeer hebben een sterke invloed op ons klimaat. De zon zendt straling uit naar de aarde. Een deel van die energie, in de vorm van licht, weerkaatst op het aardoppervlak of op de atmosfeer en verdwijnt in de ruimte. De rest verwarmt het aardoppervlak.
Door die opwarming gaat de aarde zelf ook straling uitzenden. Een deel van de warmtestraling verdwijnt in de ruimte, een ander deel wordt teruggekaatst door de atmosfeer. Zogenaamde broeikasgassen absorberen de rest van die warmtestraling. Via een, ingewikkeld, natuurkundig proces gaan de broeikasgassen zelf weer warmtestraling uitzenden. De warmtestraling die de aarde daardoor extra toegezonden krijgt noemen we het broeikaseffect. Het natuurlijke broeikaseffect heeft altijd al bestaan. Wat nu, in de volksmond, broeikaseffect wordt genoemd, en waarmee gedoeld wordt op de huidige klimaatverandering, is de versterkte vorm ervan, het versterkte broeikaseffect.
Het oorspronkelijke broeikaseffect is dus een natuurlijk proces. Menselijke invloeden hebben dit effect versterkt.

Menselijke invloeden
Door natuurlijke invloeden kan het klimaat veranderen, maar de huidige verandering gaat sneller dan ooit tevoren. De uitstoot van broeikasgassen door de mensheid is, volgens wetenschapper, de oorzaak van deze versnelling. Deze versterkt het natuurlijke broeikaseffect. De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt.
In de komende honderd jaar is, door wetenschappers, een stijging van 1 tot 3,5 graad Celsius voorspeld, als de uitstoot van broeikasgassen niet beperkt wordt. Een temperatuurstijging van een paar graden lijkt niet veel, maar voor de aarde is het een grote verandering.
De gemeten hoeveelheid CO2 in de atmosfeer is, sinds de industriële revolutie gestegen van ca. 270 naar ca. 370∙10-4 procent. Ook andere broeikasgassen zijn in percentage van voorkomen in de atmosfeer gestegen:

*ppm =10-4 procent

Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen met de helft verminderd wordt, zal het klimaat veranderen, vanwege het na-ijleffect. Als we de uitstoot houden zoals nu, zal de CO2-concentratie de komende twee eeuwen toch stijgen.
Doordat planten en zeeën het gas langzaam opnemen is een temperatuurstijging niet te vermijden.
Aan het versterkte broeikaseffect dragen vooral CO2(koolstofdioxide), CH4(methaan), N2O(stikstofgas), ozon en CFK's (Chloorfluorkoolstofverbin-dingen) bij.

Enkele bewijzen voor het versterkte broeikaseffect:
- De temperatuur op het aardoppervlak is de afgelopen eeuw met 0.3 tot 0.6 graden Celsius toegenomen.
- Gletsjers in de bergen trekken zich terug sinds het begin van de eeuw.
- Er is tien procent teruggang in voorjaarssneeuwbedekking op het noordelijk halfrond.
- Er zijn minder vriesperiodes over grote regio's.
- Vooral de nachttemperaturen zijn gestegen.
- De luchtvochtigheid neemt toe.
- De verdamping in tropische wateren neemt toe.
- De bewolking op grotere hoogte neemt toe.
- De neerslag in gebieden boven de 500 meter neemt toe.
- Rivieren voeren daardoor meer water af, met kansen op overstromingen.

Ook het kappen van grote stukken (regen)woud is indirect een oorzaak van het versterkt broeikaseffect. Het is zo dat bomen de eigenschap hebben om koolstofdioxide (CO2) om te zetten in zuurstof (O2), waardoor de hoeveelheid broeikasgas afneemt. Door het kappen van bossen neemt de hoeveelheid CO2 die wordt omgezet naar O2 af.

De volgende processen zijn mede verantwoordelijk voor het versterkt broeikaseffect
• Het produceren van producten waar een broeikasgas in zit, zoals:
o Koelkasten met CFK’s
o Spuitbussen en drijfgassen
• Het gebruik van verbrandingsmotoren voor vervoermiddelen.
• Het opwekken van energie m.b.v. fossiele brandstoffen.
• De natuurlijke industrie, landbouw.

De meest bijdragende sector aan het broeikaseffect is de industrie. Bij ontzettend veel industriële processen komen broeikasgassen vrij.
Ook het opwekken van energie zorgt voor een enorme uitstoot CO2 en CH4 (methaan). CH4 komt vooral vrij bij de winning en de distributie van aardgas.
De verbranding van fossiele brandstoffen in het verkeer zorgt voor een uitstoot van CO2 en N2. Motoren van auto’s worden dan wel steeds efficiënter en schoner, maar het aantal voertuigen en gereden kilometers blijven elk jaar stijgen. Verder draagt de luchtvaart aanzienlijk bij aan het versterkt broeikaseffect. Dit is de meest energieverslindende vervoerswijze.
Ook de landbouw draagt bij. Bij de spijsvertering van herkauwers produceren bacteriën methaan. Methaan komt ook vrij bij rijstteelt en uit dierlijke mest.
Ook huishoudens en bedrijven verbruiken energie voor verwarming, verlichting, koeling, koken, wassen en noem maar op.
In de afvalsector ontstaat bij het afbreken van organisch afval onder zuurstofarme omstandigheden methaan. Eén molecuul methaan absorbeert veel meer warmte dan één molecuul koolstofdioxide, waardoor een kleine hoeveelheid methaan toch een grote bijdrage aan het broeikaseffect levert.

Het energiegebruik (en dus de bijdrage aan het broeikaseffect) is het hoogst in de industrielanden. De rijkere landen hebben een hoof welvaartspeil bereikt, waardoor de vraag naar energie hoof is en zelfs stijgt. Als de economie van de ontwikkelingslanden gaat groeien, zal daar het energiegebruik toenemen. Uit onderzoeken van de VN blijkt dat we in de ontwikkelde landen de uitstoot van broeikasgassen met 50% moeten beperken om ontwikkelingslanden de ruimte te geven voor economische groei, zonder dat de totale uitstoot stijgt.

Aantasting van de ozonlaag
Vanaf ongeveer 1980 is de dikte van de ozonlaag afgenomen. Op sommige breedtes van het noordelijk halfrond bedraagt de afname nu zo'n 3% ten opzichte van de periode voor 1980, en op sommige breedtes van het zuidelijk halfrond is dat 6%. De laatste jaren is er haast niets afgenomen.
De reden hiervoor is waarschijnlijk dat het toppunt van de concentraties van stoffen die zorgen voor aantasting van de ozonlaag nu ongeveer is bereikt.

Natuurlijke invloeden
Het afbreken van de ozonlaag is niet helemaal te wijten aan menselijke invloeden. Ook natuurlijke invloeden spelen hierin een rol. Bijvoorbeeld vulkanen produceren ook chlooratomen die verdunning van de ozonlaag tot gevolg hebben.
Doordat de lucht in de stratosfeer erg droog is, komen hier over het algemeen geen wolken voor, behalve wanneer de temperatuur daalt tot onder de -80 graden Celsius. Dit is vrijwel alleen mogelijk boven de poolgebieden. Deze wolken noemen we polaire stratosferische wolken, ook wel parelmoer wolken. In deze wolken vinden chemische reacties plaats, waarbij chloor- en broomverbindingen ontstaan, die onder invloed van zonlicht, ook ozon afbreken.
Wel bestaat er zoiets als een natuurlijk evenwicht, waardoor er evenveel ozon bijkwam als dat er verdween. Dat evenwicht is door invloeden van de mens verstoord, waardoor er veel meer ozon afgebroken wordt, dan erbij komt.

Menselijke invloeden
Chloor-, broom- en stikstofverbindingen zijn de grootste veroorzakers van de verminderde concentratie ozon in de stratosfeer.
Sinds het begin van de 20ste eeuw produceert de mens CFK's, halonen, HCFK's, en methylbromide, de meest voorkomende menselijke bronnen van broom en chloor. Omdat CFK’s het meest voorkomen en zij lang in de lucht voorkomen zijn zij het meest bedreigend.

CFK's
Chloorfluorkoolwaterstoffen. Dit zijn geen natuurlijke, maar kunstmatige verbindingen gemaakt door chloor-, fluor- en koolstofatomen samen te voegen. De twee belangrijkste koolwaterstoffen zijn CFK-11 en CFK-12. Deze worden veel gebruikt in spuitbussen en koelkasten. Als deze moleculen in de lucht komen kunnen ze hier zo’n 75 tot 110 jaar blijven zitten. CFK's zijn zo schadelijk omdat de chlooratomen uit dit molecuul zich binden aan een zuurstof-molecuul. Wanneer een CFK-molecuul zich boven de ozonlaag bevind is het niet beschermd tegen UV-straling. Als het wel in contact komt met UV-straling, valt de molecuulverbinding uit elkaar en komen de losse C, F en Cl atomen vrij.
Het chlooratoom botst dan met een O3-molecuul waardoor er een ClO en een O2-molecuul ontstaan. Als er een vrij zuurstofatoom (O) botst met het ClO molecuul wordt het chlooratoom kan het losse chlooratoom weer nieuwe ozon vernietigen. Dit is waarom de CFK's zo'n gevaar zijn, omdat ze steeds weer nieuwe ozon kunnen vernietigen.

Beide problemen, het versterkt broeikaseffect en de aantasting van de ozonlaag hebben het warmer worden van de aarde als gevolg. De oorzaken van beide processen zijn voor een deel terug te vinden in de natuur, maar de problemen die ermee samenhangen, zijn naar mijn idee, te wijten aan menselijke activiteiten, die het natuurlijk evenwicht verstoren.

7. Welke maatregelen worden al genomen en wat zijn hier de resultaten van?

Montreal protocol
Het Montreal Protocol, voluit het Montreal Protocol on Substances That Deplete the Ozone Layer, is een internationaal verdrag dat is opgesteld om de ozonlaag te beschermen. Deze bescherming komt tot stand door de productie van een aantal stoffen waarvan men aanneemt dat ze de ozonlaag aantasten.
Het verdrag werd ondertekend op 16 september 1987 en werd op 1 januari 1989 van kracht. Sindsdien werd het protocol vijf keer herzien, namelijk in 1990, 1992, 1995, 1997, en in 1999.
De inhoud van het verdrag is gegroepeerd rond een aantal gehalogeneerde koolwaterstoffen, zoals halonen en CFK's. Voor elke groep geeft het verdrag een tijdsperiode aan waarbinnen de productie van deze stoffen moet zijn beëindigd. Zo is vanaf 1 januari 2004 het bezit van brandblussers met halonen in de EU verboden.
Op dit moment (2004) hebben 183 landen het protocol geratificeerd, waaronder de gehele Europese Unie.
Onder invloed van het Montreal protocol is het gebruik van ozonlaagafbrekende stoffen sterk teruggedrongen. De concentraties van deze stoffen is inmiddels zelfs aan het dalen. Op termijn zou een herstel van de ozonlaag op kunnen treden. Dit kan alleen pas na 2010 waar te nemen zijn. Een volledig herstel zal minimaal meer dan 50 jaar duren.

Klimaatverdrag
Het, in 1992, in Rio de Janeiro, getekende klimaatverdrag (of UNFCCC, United Nations Framework convention on Climate Change) valt onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties.
Verschillende organen zorgen voor de uitvoering van het verdrag.

De doelstelling van dit verdrag is:
“het stabiliseren van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer op een zodanig niveau, dat een gevaarlijke menselijke invloed op het klimaat wordt voorkomen."

Nederland is een van de 177 landen die in de eerste helft van de negentiger jaren het Klimaatverdrag heeft getekend. Verschillende industrielanden zijn verplichtingen aangegaan onder het Klimaatverdrag. Zo hebben deze landen afgesproken de groei van hun uitstoot van broeikasgassen te stoppen. In 2000 moest de uitstoot zijn teruggedrongen tot het niveau van 1990.
Het klimaatverdrag is aangevuld door het Verdrag van Kyoto.

Verdrag van Kyoto
Het Kyoto-protocol of Verdrag van Kyoto werd in 1997 opgesteld in de Japanse stad Kyoto en regelt de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het is een aanvulling op het Klimaatverdrag.
Daarbij werd afgesproken dat het protocol, negentig dagen nadat 55 landen, die samen 55% van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaken, het hebben getekend in zou gaan. Dat aantal werd in november 2004 bereikt, toen Rusland zich achter Kyoto schaarde. Deze 55 landen produceren gezamenlijk 55 procent van de uitstoot van koolzuurgas. Op 16 februari 2005 trad het protocol daadwerkelijk in werking.

Met het verdrag zijn industrielanden overeengekomen om de uitstoot van broeikasgassen in 2008-2012 met gemiddeld 5% te verminderen ten opzichte van het niveau in 1990. De vereiste verminderingen verschilt van land tot land, gebaseerd op economische kracht, economisch zwakkere landen krijgen lagere reductiepercentages, en huidige uitstoot.
De VS moet 7% verminderen, Japan 6% en de Europese Unie 8%. De EU heeft vervolgens de verminderingen per lidstaat bepaald, in overleg met die lidstaten. Die percentages lopen ver uiteen: Luxemburg moet zijn uitstoot met 28% verminderen terwijl Portugal zijn uitstoot met 27% mag laten stijgen. Nederland moet 6% minder uitstoten, België 7,5%.

Behalve door vermindering van de uitstoot in eigen land biedt het Kyoto-protocol een aantal indirecte mogelijkheden om aan de doelstelling te voldoen:

• Emissiehandel: landen die goed presteren, kunnen hun overschot aan uitstootvermindering verkopen aan degene die zijn doelstelling niet haalt.
• Clean development mechanism: geïndustrialiseerde landen kunnen in ontwikkelingslanden projecten voor duurzame ontwikkeling opzetten. Als daardoor minder broeikasgassen in de atmosfeer komen, mogen ze dat verschil bij hun eigen vermindering rekenen.
• Joint implementation: rijke landen kunnen projecten voor energiebesparing in andere geïndustrialiseerde landen, die wel onder het protocol vallen (vooral in Oost-Europa), financieren om aan hun eigen verplichtingen te voldoen.
• Sinks: bomen absorberen koolstofdioxide. De aanplant van nieuwe bossen draagt ook bij aan de vereiste vermindering.

Veel van de deelnemende landen hebben grote moeite om hun doelstelling te halen. Zo mag Spanje 15 procent meer uitstoten, maar in 2002 werd ruim 40 procent meer uitgestoten. Canada moet 6 procent minder, maar zat in 2002 op 20 procent meer. En ook Nederland (+1,1 procent) zat in 2002 boven de doelstelling. Als landen hun doelstelling niet halen, moeten ze het teveel, vermenigvuldigd met een factor 1,3, na 2012 alsnog wegwerken, bovenop de tegen die tijd afgesproken reductie.

Ieder land probeert op zijn/haar manier aan de toezeggingen te voldoen. Veel CFK’s zijn bijvoorbeeld uit de productie gehaald, er wordt in de wetenschap volop gezocht naar nieuwe manieren voor het opwekken van energie, naar nieuwe brandstoffen en zo veel meer manieren om bij te dragen aan een beter milieu, en toch aan de behoeften van een welvarende maatschappij te kunnen voldoen. Daarbij komen er alsmaar niet milieuorganisaties bij die ook een stuk bewustzijn bij mensen willen creeeren. Meer en meer mensen gaan het klimaatprobleem inzien en dragen bij aan oplossingen door bijvoorbeeld het overstappen op groene stroom.
Hoe dan ook, het kyoto-protocol wordt door ieder land op een andere manier vormgegeven.
Het uiteindelijke resultaat moet dus worden afgewacht.

Conclusie

Naar mijn idee is de hoofdvraag, Wat zijn de oorzaken en mogelijke oplossingen van de huidige klimaatverandering?, in dit verslag heel uitgebreid en volledig beantwoord.
Hoewel de discussies over de mogelijke oorzaken en oplossingen van ons klimaatprobleem om ons heen doorgaan, hebben wij in dit verslag de verschillende mogelijkheden met daarbij de aanknopingen aan gebleken feiten, besproken.
Het lijkt me overbodig om in de conclusie uitgebreid antwoord te geven op de hoofdvraag, simpelweg om dat de hoofdvraag terug te vinden is in twee deelvragen, namelijk: 6. Wat zijn de (vermoedelijke) oorzaken van de huidige klimaatverandering? En 7. Welke maatregelen worden al genomen en wat zijn hier de resultaten van?
Als je het aan mij vraagt, zijn steeds meer mensen, steeds beter op weg wat betreft het klimaat en is er een behoorlijke kans dat de stijgende lijn wat betreft het mileu terugkomt. Wat belangrijk is, is dat grotere landen blijven samenwerken en het handelen uit egoïstische oogpunten wat laten varen. Kleinschalig, wat Nederland in ieder geval betreft, wordt erover gepraat, mensen worden zich er bewust van en ondernemen ook stappen in de goede richting. Het ledenaantal van organisaties als Greenpeace blijft stijgen, mensen verwisselen hun gloeilampen voor spaarlampen. Alle grote veranderingen beginnen met kleine stapjes.

Bronnen Benjamin

Internet
Ik ben begonnen bij www.google.com en van daaruit heb ik de onderwerpen ingetypt en zo kwam ik uiteindelijk tot de sites, die me informatie erover gaven die ik nodig had.

• http://www.knmi.nl/klimaatverandering_en_broeikaseffect/klimaat_en_klimaatverandering/deel_2.html
• http://www.vrom.nl/pagina.html?id=22062
• http://www.mnp.nl/nl/dossiers/klimaatverandering/veelgestelde_vragen/index.html?vraag=1
• http://kiesdetoekomst.nl/content/lessen/leerling/totaal/hoofdvraag_1/inhoud.cnt
• http://www.dow.wau.nl/msa/Natuurkalender/achtergrondinformatie/achtergrond_klimaat.asp#hoe_werkt_het_klimaat
• http://www.knmi.nl/klimaatverandering_en_broeikaseffect/klimaat_en_klimaatverandering/deel_5.html
• http://www.antenna.nl/vanwbl/bk0512.htm
• https://portal.health.fgov.be/portal/page?_pageid=56,512629&_dad=portal&_schema=PORTAL
• http://www.scholieren.com/werkstukken/8023?type=word
• http://www.knmi.nl/VinkCMS/concept_detail.jsp?id=1913
• http://www.falw.vu.nl/Nieuws/index.cfm/home_file.cfm/fileid/5DD01EC6-C29A-DE37-62995A58986C28EC/subsectionid/B931A1C5-EE57-4BB8-834162EDCFBA860A
• http://nl.wikipedia.org/wiki/Kleine_ijstijd
• http://www.knmi.nl/kenniscentrum/el_nino_la_nina.html
• http://www.knmi.nl/waarschuwingen_en_verwachtingen/seizoensverwachting/el_nino/
• http://www.knmi.nl/VinkCMS/news_detail.jsp?id=35658
• http://people.zeelandnet.nl/kielmp/ijstijd.htm
• http://members.chello.nl/p.wijbrans/Oorzaak.htm
• http://members.chello.nl/~p-stortelder/elnino/hoofdstuk1.htm
• http://www.phys.uu.nl/~wwwimau/key_topics/elnino/home.html
• http://www.nd.nl/Document.aspx?document=nd_artikel&id=82055
• http://www.stichtingklimaat.nl/mondiale_afkoeling.htm

Bronnen Robin

Internet
Ik ben aan mijn bronnen gekomen via de zoekmachine “Google”. Vanuit deze site ben ik op verschillende sites gekomen die me erg hebben geholpen bij het beantwoorden van mijn deelvragen.

• http://nl.wikipedia.org/wiki/Klimaatverandering
• http://www.greenpeace.nl/campaigns/broeikaseffect-en-klimaatveran/het-kyoto-verdrag
• http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/infoblok.jsp?infoblok=1201893
• http://www.wnf.nl/index.cfm/ID=BFF195B8-6385-4B3D-802DC7FFAA45DB6D
• http://www.wnf.nl/wnf/website/index.cfm/ID=CDF23F63-6327-47DE-952586F9023318DA
• http://www.wnf.nl/wnf/website/index.cfm/ID=69D2CE55-1F6E-46A2-99FDAA78E3EEDB46
• http://www.mnp.nl/mnc/x-nl-1-c5.html
• http://www.mnp.nl/nl/publicaties/2005/Effecten_klimaatverandering_voor_Nederland.html
• http://www.mediatheek.bibliotheek.nl/content/default.asp?ContextID=13317
• http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/15958293/
• http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/2/2/020207_klimaat_facts.html

Bronnen Maartje

Internet
Ook ik ben begonnen bij “www.google.com” en daar de onderwerpen ingetypt, waarna ik belandde op ontzettend veel verschillende sites, waarvan ik de onderstaande gebruikt heb.

• http://www.kennislink.nl/
• http://scholieren.samenvattingen.com
• http://nl.wikipedia.org
• http://www.knmi.nl/
• http://www.scholieren.com
• http://library.thinkquest.org
• http://home.planet.nl/
• http://www.mnp.nl
• http://www.groenfonds.nl

Cd-rom
• Cd-rom “Klimaatverandering” van Ministerie van VROM

Taakverdeling

De taakverdeling was als volgt:

Door Benjamin
1A. Wat is klimaat?
1B. Hoe werkt klimaat?
1C. Hoe ontstaan klimaatsveranderingen
2. Welke klimaatsveranderingen hebben in het verleden al plaatsgevonden?
3. Wat waren daar de (vermoedelijke)oorzaken van?

Door Robin
Kaft
Inleiding
4. Hoe uit de huidige klimaatverandering zich?
5. Hoe lang speelt dit al en wat zijn de verwachtingen en gevolgen voor de toekomst?

Door Maartje
6. Wat zijn de (vermoedelijke) oorzaken van de huidige klimaatverandering?
7. Welke maatregelen worden al genomen en wat zijn hier de resultaten van?
Conclusie
Inhoudsopgave

Logboek Benjamin

15-02-2007: Groep gemaakt met Robin tijdens les ANW. We wisten alleen niet zo goed waar we ons po over gingen maken. Uiteindelijk werd het met het thema: Klimaatverandering.

22-02-2007: Maartje kwam bij ons in de groep. Verder wisten we nog niet zo goed wat we over het thema gingen doen. Al wel gingen we alvast beetje rondkijken op het internet tot het einde van de les ANW.

01-03-2007: Maartje was niet aanwezig, vanwege botsing met auto. Verder hadden we haar gevraagd voor een taakverdeling. Hierbij had Maartje ook al de deelvragen erbij gemaakt, die ieder van ons moest verwerken. Die ze weer naar ons had gestuurd. Na enkele aanpassingen was iedereen tevreden met de taakverdeling.
We hadden elkaar in contact gebracht via email.
Hier waren we tijdens de les ANW mee bezig.

02-03-2007: Vandaag was ik thuis begonnen met me eerste deelvraag. Hierbij was ik een uurtje mee bezig. Had me eerste deelvraag afgerond. Was ook begonnen met het maken van een logboek. Hiermee was ik 10 minuten mee klaar.

04-03-2007: Vandaag was ik thuis begonnen aan me 2e deelvraag, was niet verder gegaan dan het onderwerp: vulkaanuitbarstingen. Hiermee was ik zo´n anderhalf uur mee bezig. Ook begonnen met een bronnenlijst en daarna me logboek bijgewerkt wat 5 minuten duurde.

05-03-2007: Vandaag deelvraag 2 thuis afgewerkt, duurde ook zo´n anderhalf uur. Daarna nog me bronnenlijst bijgewerkt en me logboek bijgewerkt, duurde 5 minuutjes.

06-03-2007: Vandaag van start gegaan met deelvraag 3. Ben niet verder gegaan dan het onderwerp: vulkaanuitbarstingen. Hiermee was ik een anderhalf uur mee bezig. Verder nog me bronnenlijst en logboek bijgewerkt. Dit duurde zo´n 5 minuten.

07-03-2007: Vandaag was ik pas laat in de avond begonnen met me laatste gedeelte van deelvraag 3. Dit was ook het laatste gedeelte van mijn taak in het werkstuk. Hiermee was ik een uurtje mee bezig. Daarnaast me bronnenlijst en logboek bijgewerkt. Dit duurde zo´n 5 minuten. Eenmaal klaar heb ik het werk opgeslagen op me usb-stick en gemaild naar zowel me eigen email, als die van Robin en Maartje. Ook heb ik aan hun gevraagd of ze het voor me willen uitprinten en bij hun werk willen stoppen. Aangezien ik theorie-examen heb en dus niet zeker weet of ik op tijd in de les ben voor ANW.

Probleem
Wat voor mij een probleem was tijdens dit hele opdracht, was dat dit een grote, brede onderwerp is. Ik had zoveel informatie maar wist in het begin gewoon niet wat ik nou moest opschrijven. Zo ben ik maar gaan kijken, naar welke informatie voor mij het makkelijkst leek en wat voor mij het fijnst uitleg geeft.

suggesties voor verbetering of vervolgonderzoek
Als je een brede onderwerp hebt, weet dan ook echt wat je ermee wilt maken. Want dan zit je niet met te veel informatie opgeschept zodat je niet weet hoe je moet beginnen. Ook een eerdere start maken met het po.

Logboek Robin

15-02-2007: Tijdens deze les werden er groepen gemaakt voor de grote praktische opdracht. Ik besloot om samen met Benjamin te werken aan de praktische opdracht. Ons onderwerp is: Klimaatverandering. Voor de volgende les hebben we afgesproken om al voldoende informatie te verzamelen.

22-02-2007: Maartje is aan ons groepje toegevoegd en deze week waren we vooral bezig met het verzamelen van informatie, wat toch nog lastig bleek te zijn omdat klimaatverandering een breed onderwerp is en dat je daardoor niet goed meer weet wat je wel of niet kunt gebruiken.

01-03-2007: Vandaag was ons groepje niet compleet. Maar via e-mail hebben we gecommuniceerd wat betreft de deelvragen. Ook de taakverdeling is gemaakt.

03-03-2007: Ik heb vandaag thuis gewerkt aan mijn deelvragen. Dat ging best goed, hoewel ik wel het gevoel heb dat mijn twee deelvragen wel wat op elkaar lijken.

04-03-2007: Ik ben verder gegaan met het beantwoorden van mijn deelvragen. Ondertussen houd ik wel gewoon mijn logboek en bronnenlijst bij.

07-03-2007: Mijn deelvragen zijn beantwoord. Nu alleen nog de inleiding en de kaft.

08-03-2007: Tijdens de les hebben we één week uitstel gekregen. Dat was in mijn geval niet heel erg nodig, omdat ik redelijk bij was, maar het geeft wat meer ruimte om alles te ordenen voordat je het inlevert.

15-03-2007: Uiterste inleverdatum

Problemen die zijn voorgekomen:
Het klassieke probleem: Uitstellen. Ik zie nu weer dat we wel wat redelijk laat zijn begonnen met het werken aan de opdracht. We hebben het wel gered, maar het zou fijner geweest zijn als we gewoon een week eerder waren begonnen.
Ook is ons onderwerp ‘klimaatverandering’ erg breed.

Suggesties voor verbetering of vervolgonderzoek:
Doordat we een breed onderwerp hebben, hebben we automatisch ook een breed scala aan informatie. Je weet op een gegeven moment niet meer goed wat bij jouw deelvraag hoort. Daarom is het beter voor een volgende keer om een specifiek onderwerp aan te pakken omdat je dan beter te werk kunt gaan.

Logboek Maartje

22-02-2007: Vandaag besloten dat ik me bij Benjamin en Robin zal voegen, wat betreft de grote praktische opdracht.

01-03-2007: Vandaag was ik ziek thuis. Robin sms-te me terwijl zij met Benjamin bij ANW zat. Ze kwamen niet uit de deelvragen. Ik heb toen de deelvragen bedacht en die tijdens die les, vanuit thuis, doorgemaild.

02-03-2007: Ik heb van Robin een taakverdeling ontvangen, waarin beschreven staat wie wat gaat doen. Later zijn er via e-mail een paar kleine aanpassingen geweest, maar verder was die prima.

14-03-2007: Deze week ontzettend druk gehad met ontzettend veel andere praktische opdrachten. Naast het feit dat ik te laat begonnen ben, was ik er deze week niet eerder aan toegekomen.
Op school tijdens tussenuren 1 uur gewerkt aan deelvraag 6. ’s Avonds thuis 3 uur gewerkt aan deelvraag 6 + deel van 7. ’t Onderwerp is erg complex dus leeswerk en informatie selecteren kostte me ontzettend veel tijd.

15-03-2007: Uiterste inleverdatum, maar toch nog niet klaar.. Zeker 4 uur verder gewerkt deelvraag 7, conclusie en logboek. Toch heb ik het deze dag in kunnen leveren

Problemen
Met het onderwerp had ik niet veel problemen. Het was interessant en naar mijn idee, best goed in verschillende stukken op te delen.
Mijn persoonlijke probleem blijft het uitstellen van werk. Ik had eerder moeten beginnen. Daarnaast ben ik een ontzettende perfectionist als het aankomt op zinsbouw, netheid en volledigheid. Afraffelen vind ik moeilijk en ik combinatie met het uitstellen levert dat ontzettend veel stress op. Waar ik minder tijd voor heb gehad is de conclusie. Misschien wel het meest belangrijke deel van de praktische opdracht.

Suggesties voor de volgende keer
Sowieso wil ik de volgende keer eerder beginnen, zodat ik ook makkelijker aan mijn eigen werkeisen kan voldoen.
Daarnaast denk ik dat iets meer samenwerking en een meer sluitende aanvulling op elkaars werk niet verkeerd zou zijn geweest. Ik heb nu echt het gevoel dat het eindresultaat uit verschillende delen bestaat, dan dat het een geheel is, zoals zou moeten.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.