Het zonnestelsel

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 4e klas vwo | 1677 woorden
  • 21 februari 2002
  • 54 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 54 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Het zonnestelsel

In het heelal liggen veel melkwegen. Iedere melkweg bestaat weer uit meerdere zonnestelsels. Ook de Aarde ligt in een zonnestelsel. Het middelpunt van ieder zonnestelsel is een ster. Meestal noemen we de ster die in ons zonnestelsel staat de zon. Om onze zon draaien 9 planeten. Iedere planeet heeft zijn eigen baan om de zon, dus de ene planeet draait dichter om de zon dan de andere. Zo kunnen we dus een rijtje opnoemen van alle planeten in ons zonnestelsel van de planeet die het dichtst bij de zon ligt tot de planeet die er het verste vanaf ligt: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Iedere planeet heeft andere eigenschappen. Daarom ga ik nu over iedere planeet en over de zon apart iets vertellen.

De Zon


In het middelpunt van ons zonnestelsel staat de zon. De zon lijkt een mooie gladde bol, maar bij een zonsverduistering is te zien dat dit niet zo is. Bij een zonsverduistering staat de maan precies voor de zon. De maan is veel kleiner dan de zon, maar doordat hij veel dichter bij de aarde staat dan de zon, lijkt hij even groot en wordt de zon geheel door de maan bedekt. Als de zon een gladde bol zou zijn, dan zou er niks te zien zijn bij een zonsverduistering, maar dit is niet het geval. Ver buiten deze bol zien we lichte gassen. Deze gassen samen noemen we de corona. Hierboven is een zonsverduistering te zien, met om de maan heen de corona van de zon.

Wanneer je met een speciale filter naar de zon kijkt, kun je vlekken zien zitten. Dit zijn stukken op de zon waar de temperatuur iets lager is. Deze vlekken zijn er niet altijd, ze kunnen soms plotseling ontstaan. Aan de hand van deze vlekken is men erachter gekomen dat ook de zon draait. Het is namelijk zo dat als je deze vlekken een paar dagen volgt, dat ze zich lijken te verplaatsen. Deze vlekken bewegen niet echt, maar ze lijken zich te verplaatsen doordat ook de zon om zijn eigen as draait.

Mercurius

Mercurius staat van alle planeten in ons zonnestelsel het kortst bij de zon. Daardoor is het er erg heet; gemiddeld 168 °C.
Mercurius is vanaf de aarde niet te zien. Dit komt doordat hij erg klein is, maar natuurlijk ook doordat hij tamelijk ver van de aarde staat. Mercurius draait in 88 dagen om de zon, dus als de aarde 1 keer om de zon is gedraaid, is Mercurius dus meer dan 4 keer om de zon gedraaid. Mercurius lijkt erg op onze maan, als je naar het oppervlak kijkt. Dit oppervlak heeft namelijk grote kraters, wat waarschijnlijk is veroorzaakt door kometen.

Venus

Net zoals Mercurius heeft Venus geen manen. Op Venus is het erg heet, gemiddeld 456 °C. Dit is hoger dan op Mercurius, ondanks dat die dichter bij de zon staat. Dit komt doordat er een dikke wolkenlaag om Venus is, die het zonlicht en de warmte op de planeet vasthouden. Venus doet er ongeveer 225 dagen over om rondom de zon te draaien.
Hiernaast is Venus te zien. Op deze afbeelding is de dikke wolkenlaag van Venus ook goed te zien.

Aarde

Vergeleken met Venus heeft de aarde een erg lage temperatuur, ondanks dat de aarde een dampkring heeft die de warmte gedeeltelijk vasthoudt. Maar de aarde heeft niet een dikke wolkenlaag, zoals Venus, die nog een groter gedeelte van de warmte vasthoudt. Daardoor is de temperatuur op de aarde gemiddeld maar 14 °C. De aarde heeft 1 maan, die om de aarde draait.Dit komt door de aantrekkingskracht van de aarde.


Mars

Mars boeit de mens al heel lang, hij is vroeger daarom ook naar de Romeinse God van de oorlog genoemd. Op mars is het veel kouder dan op aarde, gemiddeld –55 °C. Dit komt doordat hij verder weg van de zon staat dan de aarde, maar ook doordat mars geen wolkenlaag heeft die de warmte vasthoudt. Mars heeft 2 manen en doet er 686 dagen over om 1 keer rond de zon te draaien. Door onderzoek is men erachter gekomen dat de rode rotsbodem van mars op sommige plaatsen is uitgesleten, net als een droge rivierbedding. Dit wijst erop dat er ooit water heeft gestroomd op mars.

Jupiter

Jupiter is met een doorsnede van 142.984 km de grootste planeet van ons zonnestelsel. Hiermee is hij ongeveer 11 keer zo groot als de aarde. Ook deze planeet heeft zijn naam te danken aan de Romeinen, zij hebben hem naar hun oppergod genoemd. Jupiter is een grote gasbol en is vaak met het blote oog als een heldere lichtpunt te zien. Jupiter heeft 16 manen en doet er bijna 12 jaar over om 1 keer rond de zon te draaien. Op de afbeelding aan de linkerkant is Jupiter te zien met daarvoor zijn 4 grootste manen. De gekleurde banen op Jupiter zijn wolkenmassa’s, die laten zien dat er sterke atmosferische stromingen aanwezig zijn.
Op Jupiter is het erg koud, namelijk gemiddeld –110 °C. Als je met een sterrenkijker naar Jupiter kijkt, kun je een grote rode vlek zien. Deze Rode Vlek is een gigantische wervelstorm die altijd aanwezig is en ver boven de omringende wolken uitsteekt. Op de afbeelding hiernaast is deze wervelstorm te zien.

Saturnus

Saturnus is een grote planeet, met daaromheen een grote ring.
Saturnus is niet de enige planeet met zo’n ring, maar wel de enige waarvan we de ring vanaf de aarde, met een sterrenkijker, kunnen zien. De brede ring bestaat uit honderden smalle ringen. Deze ringen bestaan uit veel grote en kleine brokken steen, die om Saturnus heen draaien. Deze stenen worden, net zoals een maan, door de aantrekkingskracht van de planeet aangetrokken en b;lijven daardoor om de planeet draaien.
Saturnus is ook een grote gasbol, hij bestaat bijna helemaal uit gas, je kunt dus niet op deze planeet staan. De gemiddelde temperatuur op deze planeet is –140 °C. Saturnus heeft 25 manen, hij heeft dus de meeste manen van alle planeten in ons zonnestelsel.

Uranus

Ook Uranus is een grote gasbol, waarop je dus niet kunt staan of lopen. Net zoals Jupiter heeft Uranus een ringenstelsel. Het verschil met Saturnus is dat bij Uranus de ringen niet horizontaal, maar verticaal staan. Op Uranus is het erg koud; gemiddeld –195 °C. Deze planeet doet er meer dan 84 jaar over om 1 keer rond de zon te draaien. Ook deze planeet heeft erg veel manen, namelijk 17 manen.

Neptunus

Deze planeet is een van de grootste planeten van ons zonnestelsel. De planeet bestaat uit gas en heeft 8 manen. Neptunus heeft, net zoals de aarde een dampkring. Bij Neptunus cirkelen wolkensystemen met grote snelheden om de planeet. Deze systemen bevatten ook grote wervelstormen. De grootste hiervan is ongeveer net zo groot als de aarde.
Hiernaast is Neptunus te zien. De rode kleur aan de zijkant van de planeet is het zonlicht dat door een nevelige laag rondom de planeet wordt verstrooid. De witte plekken zijn de wolken die om de planeet draaien.

Pluto

Pluto is de buitenste planeet van ons zonnestelsel. Het is daarom voor onderzoekers erg lastig geweest gegevens van deze planeet te achterhalen. Doordat Pluto het verste van de zon af staat, is het er erg koud; gemiddeld –235 °C. Pluto bestaat uit een rotsachtige kern, met daaromheen een mantel van waterijs. Pluto is zo klein, dat zelfs de zwaartekracht van de aarde meer invloed heeft op de buur van Pluto, Neptunus, dan de zwaartekracht van Pluto zelf. Hiernaast is een afbeelding van Pluto met zijn maan te zien. Rechts is Pluto te zien, links zijn maan en op de achtergrond de zon.

Sterrenbeelden

Vroeger moest men met behulp van de sterren de windstreken bepalen. Vaak was dat lastig, omdat de sterren willekeurig verdeeld staan. Om dit iets te vereenvoudigen heeft men de sterren in groepen verdeeld en daar een figuur bij verzonnen. Deze figuren leken vaak op dieren, vandaar de namen Grote Beer, Kleine Beer, e.d.
Toch bleef het lastig, omdat sterren bewegen. Men kwam erachter dat één ster altijd op dezelfde plaats staat, namelijk de Poolster. Deze ster wordt zo genoemd, omdat zij loodrecht boven de noordpool staat, waardoor men dus gemakkelijk de windstreken kon bepalen.
Vroeger dacht men dat de zon om de aarde draaide. De zon legde een baan af, dacht men toen. Deze baan wordt de ecliptica genoemd. Deze ecliptica valt samen met een reeks sterrenbeelden, die de zon dus doorloopt. Als je in een bepaalde tijd van het jaar wordt geboren, krijg je het sterrenbeeld waarin de zon op dat moment volgens de ecliptica staat.

De Telescoop

In de loop van de eeuwen zijn er veel verschillende telescopen ontwikkeld. Al deze telescopen kunnen worden verdeeld in twee soorten, die ook nu nog steeds worden gebruikt: Refractoren en Reflectoren. Hieronder heb ik de werking van deze twee soorten en het verschil ertussen uitgelegd.

De Newtonspiegeltelescoop

Deze spiegeltelescoop is ontwikkeld door Isaac Newton en is een Reflector. Bij een refractor wordt gebruik gemaakt van een holle spiegel. Daardoor kan het licht van verre objecten opgevangen worden, zoals het licht van sterren en melkwegstelsels. Het licht dat de holle spiegel ontvangt wordt weerkaatst naar een diagonaal geplaatste spiegel, die het licht naar het oculair weerkaatst.
Het voordeel van spiegeltelescopen is dat de holle lens volledig wordt ondersteunt, waardoor de lens zo groot mogelijk kan worden gemaakt. Hierdoor kan hij meer licht opvangen en is dus veel beter dan een andere telescoop.

De Refractor

Bij een refractor wordt gebruik gemaakt van lenzen. Er bestaan verschillende refractoren, namelijk met een verschillend aantal lenzen. De eenvoudigste, dus met 2 lenzen, is hieronder afgebeeld. Het bolvormige objectief vangt het licht van buiten op en projecteert een omgekeerd beeld. Het oculair vergroot het beeld dat is gevormd door het objectief. Bij een astronomische telescoop wordt geen werkelijk beeld gevormd door het oculair, maar blijft het omgekeerd. Vaak wordt daarom een derde lens aan deze telescoop toegevoegd, zodat het beeld een tweede keer wordt omgedraaid, waardoor de
kijker het object rechtop ziet.
Het nadeel van een refractor is dat het bolvormige objectief alleen aan de buitenkanten vast zit. Dit objectief kan dus niet erg groot worden gemaakt, wat bij de spiegeltelescoop wel kan.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.