Anticonceptiemiddelen

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • Klas onbekend | 2982 woorden
  • 25 maart 2004
  • 29 keer beoordeeld
Cijfer 7.4
29 keer beoordeeld

Soorten voorbehoedmiddelen en de werking Gedurende de loop van de tijd zijn de manieren van anticonceptie veranderd. Sommigen worden wel nog gebruikt, anderen niet meer. Omdat ze toch allemaal belangrijk zijn in de samenleving zal ik ze wel allemaal noemen. Schedespoeling Dit is een verouderde methode die tot de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt werd. Na de geslachtsgemeenschap werd met lauw water en azijnoplossingen de schede van de vrouw gespoeld. Men dacht dat met deze spoeling het sperma uit de vagina zou worden verwijderd en de azijnoplossing zou het sperma vernietigen. Deze methode is erg onbetrouwbaar en wordt nog zelden toegepast. Veelvuldig spoelen en gebruik van sterke oplossingen kan gaan irriteren en de normaal aanwezige bacteriën verstoren. Langdurig borstvoeding Ook dit is een verouderde methode die al eeuwen oud is. Bekend is dat de vrouw die haar kind borstvoeding geeft minder kans heeft snel weer zwanger te worden dan een vrouw die geen borstvoeding geeft. Daarom geven sommige vrouwen, vooral in de onderontwikkelde landen, hun kind jarenlang de borst. Door deze langdurige borstvoeding wordt de eerste eisprong na de bevalling soms uitgesteld. Ook dit is een onbetrouwbare methode omdat het tijdstip van de eerste eisprong niet precies te bepalen is.
Coïtus interruptus Deze methode wordt ook wel voor het zingen de kerk uit genoemd en is de oudste manier van anticonceptie. Het is ervoor om te zorgen dat het zaad van de zaadlozing niet in de vagina van de vrouw terecht komt. De man trekt tijdens het vrijen, vlak voor de zaadlozing zijn penis terug uit de vagina. Dit is een zeer onbetrouwbare manier van anticonceptie. Omdat er ook in het voorvocht al zaadcellen zitten. Ook voelt niet iedereen een zaadlozing tijdig aankomen, of wordt een emotioneel moment verstoord door het terugtrekken. Temperatuur meten Op het moment van de eisprong stijgt de lichaamstemperatuur van de vrouw meestal met een halve graad. Als je dus iedere dag de temperatuur meet, kun je merken dat er een eisprong aankomt. Ook aan de afscheiding uit de vagina kun je de eisprong zien aankomen. De afscheiding wordt dikker en je kunt er draadjes van trekken. Een nadeel van deze methode is dat het lastig is om het iedere dag bij te houden. En het is ook geen betrouwbare methode. Persona De persona is een moderne manier van periodieke onthouding. De persona is een apparaatje dat de hormonen die te maken hebben met de eisprong meet. Als je dit iedere dag doet, kun je zien of er een eisprong aankomt. Als er op het apparaatje een rood lampje gaat branden betekent dit dat je beter geen geslachtsgemeenschap kan hebben omdat de kans op zwangerschap te groot is. Als je dit apparaatje een tijdje gebruikt hebt, is het redelijk veilig.
Periodieke onthouding Hierbij hebben man en vrouw geen seks in de vruchtbare periode van 3 tot 4 dagen. Dit is de periode waarin de ovulatie plaats vindt. De ovulatie is het vrijkomen van de eicel uit de eileider. Bij deze methode moet je je lichaam erg goed kennen en heel precies en oplettend zijn. Je moet precies weten hoe je cyclus in elkaar zit. En je moet een regelmatige cyclus hebben. Tot de vijfde dag voor de eisprong, en vanaf de derde dag erna kan er geslachtsgemeenschap plaats vinden zonder voorbehoedmiddel. Om zekerheid te krijgen moet een vrouw een aantal maanden achter elkaar een temperatuurcurve bijhouden. Pas na een poosje valt vast te stellen hoe regelmatig de eisprong verloopt en wanneer er seks kan plaatsvinden zonder voorbehoedmiddel. Condoom Het condoom is de meest gebruikte methode. Het is een 15 centimeter lang cilindervormig zakje, dat eruit ziet als een ballon. Het dient als bedekking. Het condoom doet men om de stijve penis en zorgt er zo voor dat het zaad niet in de vagina kan komen. Een condoom heeft een reservoir om het sperma op te vangen. Een condoom heeft om de opening heen een verdikte rand waaromheen de wand van het zakje kan worden opgerold of afgerold. Na gebruik is het handig het condoom te controleren door het onder de kraan vol water te laten lopen. Condooms zijn gewoonlijk van latex, een rubberachtig materiaal. Tegenwoordig zijn er ook in polyurethaan en onderzoek heeft uitgewezen dat dit sterker is. De condoom is het enige voorbehoedmiddel dat door de man gebruikt kan worden. Condooms zijn makkelijk verkrijgbaar, goedkoop en betrouwbaar, vooral als je ze gebruikt in combinatie met een zaaddodend middel. De condoom is tevens het enige voorbehoedmiddel dat bescherming biedt tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). Nadelen van de condoom zijn dat hij maar 1 keer gebruikt kan worden, en dat het vrijen moet worden onderbroken om de condoom om te doen. Vrouwencondoom Het vrouwencondoom is een soort plastic zakje van 17 cm lang, dat glijmiddel bevat. Het condoom wordt in de vagina gebracht. Het vrouwencondoom eindigt in een soort elastiekje dat om de baarmoedermond zit. Het sluit de toegang af, zodat het zaad er niet in kan. Aan de andere kant wordt dit condoom om de schaamlippen geslagen zodat deze ook beschermd zijn. Een voordeel van het vrouwencondoom is dat je het al een tijdje van te voren kan inbrengen zodat het vrijen niet onderbroken hoeft te worden. En ook dit condoom houdt soa’s tegen. Nadelen ervan zijn dat een niet makkelijk in te brengen is. En veel mensen vinden het een probleem dat ze elkaars huid niet voelen omdat het condoom er tussen zit.
De pil De pil is het meest gebruikte anticonceptiemiddel. De pil bevat de vrouwelijke hormonen (oestrogeen en progestageen) die de menstruele cyclus omleiden. Zo komt er geen eisprong, de baarmoederwand wordt ongeschikt voor innesteling, en de hormonen zorgen ervoor dat er een slijmprop ontstaat die de baarmoederingang ontoegankelijk maakt voor zaad. Er is geen minimumleeftijd voor de pil en hij kan tot de overgang geslikt worden. Bij roken is het beter om na je 35ste een ander anticonceptiemiddel te gebruiken omdat er een verhoogd risico op trombose is. De meeste pilstrippen hebben 21 pillen en een pauzeweek van 7 dagen. Tijdens de pauzeweek ontstaat een bloeding. De gewone pil kan 2 of 3 strippen lang doorgeslikt worden om geen bloeding te krijgen. De driefasenpil past de hoeveelheid hormonen aan bij de fase van de cyclus. Hij bevat verschillende samenstellingen progestageen en oestrogeen. De minipil bevat alleen kleine hoeveelheden progestageen en is minder betrouwbaar. Ook moet je hem exact om de 24 uur innemen. De prikpil is een hele andere variant op de pil. Het is een injectie die alleen progestageen bevat. Deze injectie wordt eenmaal per 10 a 12 weken toegediend. Als de injectie binnen 5 dagen na de menstruatie plaatsvindt is hij meteen veilig. De algemene betrouwbaarheid van de pil is 99%. Zaaddodend middel Zaaddodende middelen zijn in verschillende vormen verkrijgbaar. Zo zijn er tabletten, spuitbussen en pasta’s. Dit middel vormt een barrière voor zaadcellen. Het bevat stoffen die zaadcellen doden. De bescherming begint ongeveer een kwartier na het inbrengen van het middel en is na ongeveer een uur uitgewerkt. Zaaddodende middelen kunnen goed werken, maar heeft vaak jeuk als bijverschijnsel. Het gebruik van alleen zaaddodende middelen is niet erg betrouwbaar, maar als je ze in combinatie met een condoom of pessarium gebruikt, verhogen ze de betrouwbaarheid. Pessarium Een pessarium is een zacht rubber koepeltje, dat een vrouw in haar vagina moet aanbrengen zodat de baarmoedermond bedekt is. De goede vorm en maat van een pessarium wordt door een arts aangemeten. Een pessarium moet worden ingesmeerd met een zaaddodend middel, en moet ongeveer 2 uur voor de geslachtsgemeenschap worden ingebracht, en tot 8 uur na de geslachtsgemeenschap blijven zitten. Na het uitnemen kan het gewassen en weer opnieuw gebruikt worden. Wel moet het met een speciaal middel ingesmeerd worden zodat het elastisch blijft. Het pessarium is redelijk betrouwbaar, en heeft vrijwel geen bijwerkingen. Nadelen zijn dat het pessarium op maat gemaakt moet worden, en dat het moeilijk in te brengen is.
Spiraaltje Het spiraaltje is een anticonceptiemiddel dat de omstandigheden voor het innestelen van een eicel ongunstig maakt. Het spiraaltje wordt ook wel IUD genoemd. IUD staat voor intra uterine device (voorwerp in de baarmoeder) Het spiraaltje is een klein plastic voorwerpje dat in de baarmoeder gezet wordt. Dat wordt door de dokter gedaan. Dit gebeurt meestal in de laatste dagen van de menstruatie omdat de binnenste opening van het baarmoederhalskanaal dan het meest ontspannen is. Er zijn 2 soorten spiraaltjes. Het ouderwetse spiraaltje dat omwonden is met een beetje koperdraad en waar nylon draadjes aanhangen, en het moderne plastic spiraaltje dat een hormoon aan het lichaam afgeeft. Het laatst genoemde spiraaltje heet Mirena, en kan ongeveer 5 jaar in het lichaam blijven zitten. Het voordeel van het spiraaltje is dat je het niet kunt vergeten. Nadelen kunnen zijn dat de menstruaties in het begin heviger kunnen zijn, en dat er sneller infecties aan de geslachtsorganen kunnen optreden. Ook kan het zijn dat een spiraaltje wordt afgestoten doordat de vrouw het niet kan verdragen. Een spiraaltje is op de pil na het meest betrouwbare voorbehoedmiddel. Sponsje Het sponsje bevat een zaaddodend middel en moet in de vagina worden ingebracht. Bij ons is het sponsje niet leverbaar. Norplant Norplant is een middel dat onder plaatselijke verdoving in de huid van de bovenarm van vrouwen wordt ingebracht. Norplant bestaat uit 6 kunstof staafjes met een kunstmatig hormoon dat ervoor zorgt dat er geen eitjes tot rijping komen en dat de baarmoederhals ondoordringbaar wordt voor zaadcellen. Dit middel werkt 5 jaar. Een voordeel van Norplant is dat je er niet veel voor hoeft te doen, je kunt het middel niet vergeten. Het nadeel van Norplant is dat het niet goed te controleren is of het op de goede plaats is ingebracht en dan ontstaan er toch zwangerschappen.
Morning-after Als je de morning-after methode moet gebruiken ben je eigenlijk niet meer bezig met anti-conceptie, daar ben je dan al te laat voor. Je hebt 2 verschillende morning-after methoden. Zo is er de morning-afterpil en het morning-afterspiraaltje. Dit is een methode die gebruikt wordt na het onveilig vrijen of als je het idee hebt dat er iets mis is gegaan. De morning-afterpil moet binnen 24 tot 36 uur na de geslachtsgemeenschap worden genomen. Het spiraaltje kan tot 5 dagen geplaatst worden. De morning-after methoden bevatten zeer veel hormonen en zijn daardoor zeer slecht. Het dient dus echt als noodoplossing. Overtijdbehandeling Ook de overtijdbehandeling is een behandeling die plaatsvindt als je de anticonceptie niet goed hebt uitgevoerd, of als er iets mis is gegaan. Een overtijdbehandeling wordt uitgevoerd tussen de tienden en de zestiende dag na het uitblijven van de menstruatie. De baarmoeder wordt dan schoongemaakt een leeggezogen wat behoorlijk pijn kan doen. In andere landen is er ook nog een overtijdpil verkrijgbaar. Maar die is er in Nederland niet verkrijgbaar. Als het ook voor de overtijdbehandeling te laat is kun je om een abortus vragen. Hierbij wordt het baarmoederslijmvlies met het embryo onder plaatselijke verdoving via de baarmoedermond weggezogen. Sterilisatie Sterilisatie is het onwerkzaam maken van de geslachtsklieren. Sterilisatie is een permanente methode die gebruikt wordt door oudere vrouwen en mannen. Die al kinderen hebben, of die te oud zijn voor kinderen. Door middel van een kleine operatieve ingreep wordt man of vrouw onvruchtbaar gemaakt. Bij een man wordt bij beide zaadleiders een stukje van enkele millimeters weggehaald. Daarna worden de uiteinden dichtgemaakt, zodat ze niet meer aan elkaar kunnen groeien. Zaadcellen worden dan wel nog geproduceerd, maar ze kunnen het lichaam niet meer verlaten en worden dan in de bijballen en in de zaadleiders afgebroken. Bij een vrouw worden de eileiders onderbroeken, waardoor de eicellen niet meer in aanraking kunnen komen met zaadcellen. Een vrouw is na sterilisatie direct onvruchtbaar, maar bij een man duurt dit een tijdje.
Castratie Bij castratie worden de eierstokken bij de vrouw, of de zaadballen bij de man weggenomen. Dit gebeurt echter zelden. Geschiedenis en noodzaak van voorbehoedmiddelen Redenen waarom men voorbehoedmiddelen is gaan gebruiken, is de gezinsplanning, de geboortebeperking. De laatste jaren is er veel veranderd op het gebied van anticonceptie. Vroeger waren er weinig mogelijkheden om te zorgen dat iemand niet zwanger raakte. Grote gezinnen met meer dan 10 kinderen waren dan ook geen uitzondering. Tegenwoordig is dit heel bijzonder. Terwijl er vroeger niet vele middelen bestonden om te voorkomen dat je zwanger werd, zijn er tegenwoordig zoveel methoden dat je altijd wel iets vindt dat bij je past. We weten dat in 1800 voor Christus al anticonceptie werd toegepast. Men stopte allerlei dingen (bijvoorbeeld stenen) in de vagina om bevruchting tegen te gaan. Hieruit blijkt dat voorbehoedmiddelen steeds tot de verantwoordelijkheid van de vrouw zijn geweest. In het oude Egypte gebruikte men een pasta van koolzure soda, honing en gedroogde krokodillenmest, die ze diep in hun vagina stopten om het sperma tegen te houden en te doden. In de 4e eeuw voor Christus schreef Aristoteles over het gebruik van olijfolie of cederolie in de vagina als bescherming tegen zwangerschap. In India gebruikte men in de 8ste eeuw in olie of honing gedoopt steenzout. De Moslims gebruikten in de 12e eeuw al in oliën doordrenkte tampons. De enorme groei van de wereldbevolking en de politieke, sociale en economische gevolgen hiervan hebben zowel bij de overheid als bij de mensen de noodzaak van geboorteregeling duidelijk gemaakt. Volgens de statistieken is de mens hard op weg naar een rampzalig einde als de bevolkingsgroei blijft doorgaan. De wereldbevolking groeit nu met +- 2% per jaar. Dat wil zeggen dat ze in 35 jaar zou verdubbelen. De meeste landen in de ontwikkelde wereld zijn ervan uitgegaan dat woonomstandigheden en opleiding beperkingen opleggen aan de gezinsgrootte. Eén van de eerste voorbehoedmiddelen was het condoom. Oorspronkelijk diende dit ook als bescherming tegen geslachtsziekten. Mannen gebruikten daarvoor de blinde darm van geiten en schapen. Allette Jacobs was de eerste Nederlandse vrouwelijke arts die het pessarium verspreidde. Voor het eerst kregen vrouwen zo zelf beschikking over een voorbehoedmiddel. Margeret Sanger kwam voor de vrouwen op. Ze bleef zoeken naar betere voorbehoedmiddelen. Na vele onderzoeken kwam toen in 1962 de eerste pil op de markt. Anticonceptie in de maatschappij Anticonceptie is erg belangrijk als je niet zwanger wilt worden. Door een voorbehoedmiddel te gebruiken kan men geslachtsgemeenschap hebben zonder dat men in verwachting raakt. Sommige mensen vinden het vanuit hun geloof verkeerd om maatregelen te nemen tegen een mogelijke zwangerschap. Er zijn ook mensen die vanuit hun geloof niets mogen doen om een zwangerschap te voorkomen. Vroeger waren dat veel mensen, nu veel minder. In het oude testament wordt het gezin en het ouderschap als zeer goed beschreven. Het gebruik van de voorbehoedmiddelen neemt toe. De meeste vrouwen met een vaste partner gebruiken de pil. Van de vrouwen tussen de 18 en 30 jaar gebruikt 65% de pil. Slechts 1% van de vrouwen gebruikt uit principiële redenen de pil niet. In Nederland raken meisjes en vrouwen niet zo vaak in verwachting terwijl ze dat niet willen. Ook heeft Nederland het laagste aantal tieners dat zwanger wordt van de wereld. Dat komt omdat voorbehoedmiddelen hier bekend en vergeleken andere landen ook heel gewoon zijn. Ook zijn de voorbehoedmiddelen hier makkelijker te krijgen. Niet alleen het aantal ongewenste kinderen is laag, ook het aantal abortussen is het laagst. In Nederland komen er 5 a 6 per 1000 vrouwen voor een abortus. Terwijl er dit in Engeland 14 zijn, in Zweden 20 en in de USA zelfs 28. Schaamte over de mogelijke ontdekking van voorbehoedmiddelen door familie of vrienden weerhoud sommige jongeren om voorbehoedmiddelen te gebruiken. Soms schamen vrouwen zich ervoor om met een arts te praten over een anticonceptie methode. Ook door afkeurende en veroordelende houdingen kunnen mensen met schuldgevoelens worden opgescheept. Strenge gelovigen zijn nog opgevoed met het idee dat je alleen mag vrijen om kinderen te krijgen. In anticonceptie zien zij seks voor je eigen plezier, en dat is dus zondig en slecht.
Conclusie Mijn conclusie is dat dit werkstuk meer werk was dan dat ik eerder gedacht had. Ik ben begonnen met het zoeken van informatie, en daarna heb ik deze doorgelezen enz. Alle informatie die ik in mijn werkstuk gebruikt heb, heb ik in boeken gevonden. Ik had zelfs zoveel informatie dat ik goed heb moeten selecteren dat ik niet teveel informatie zou gebruiken. Internet heb ik alleen gebruikt om afbeeldingen te zoeken voor mijn werkstuk. Een stuk waaruit duidelijk te blijken is hoeveel informatie ik heb kunnen vinden, en hoe uitgebreid een onderwerp kan zijn is het onderdeel de pil. In het laatste deelaspect. Ik heb ontzettend veel informatie over de pil kunnen vinden, maar ik heb het zo goed mogelijk proberen te beperken. Want alleen al over de pil zou je een heel werkstuk kunnen houden. Ik vond mijn werkstuk leuk en interessant om te maken. Ik ben een hoop nieuwe dingen te weten gekomen. Zoals hoe men de zwangerschap vroeger tegenging, dat Nederland een land is met de minst aantaal ongewenste kinderen enz. Ook van het deelaspect de soorten voorbehoedmiddelen heb ik veel nieuws geleerd. Zo had ik nog nooit van de schedespoeling, de persona, het sponsje en de norplant gehoord. Ik ben tevreden met het eindresultaat van mijn werkstuk. Want op alles wat ik van plan was te gaan onderzoeken in mijn praktische opdracht heb ik een antwoord gevonden. Als ik deze praktische opdracht nog eens moest overdoen, zou ik het weer zo doen. Na de uitleg over de verschillende voorbehoedmiddelen is hier nog een tabel over de betrouwbaarheid van de meest gebruikte anticonceptiemethoden. PERCENTAGE ZWANGERSCHAPPEN NA 1 JAAR
Anticonceptiemethode Zwanger na 1 jaar
Geen 80 – 85 % Zaaddodende middelen 8 – 29 % Mannencondoom 2 – 10 % Pessarium 2 – 19 % Spiraaltje 0,5 – 2 % Na sterilisatie man 0 – 2 % Na sterilisatie vrouw 0 – 1,5 % Anticonceptiepil 0,1 – 0,3 % Bronvermelding - De werking van het lichaam, Dr Christiaan Barnard. Van Holkema en Warendorf, 1981. - Moderne seksualiteit, Dr Michael Carrera. Rostrum. - De pil, Eveline Brandt. Prometheus, 1996. - Biologie voor jou, Gerard Smits en Ben Waas. Malmberg, 3e druk. - Solar deel 1. Wolters-Noordhoff, 1998. - Oh, zit dat zo! Jorg Muller en Dagmar Geisler. Van Holkema en Warendorf, 1993. - Seks en zo, Robbie H Harris. Gothmer, 1995. - Overal te koop, Martine Delfos. Van Waarden, 2000. - Kleine Winkler Prins medische encyclopedie. Elsevier. - Spectrum compact, studie encyclopedie. Uitgeverij het Spectrum, 1990. - Philips media, medische encyclopedie. -
www.google.com -> afbeeldingen.

REACTIES

E.

E.

een heel goed wrkstuk, ik heb er veel aan gehad. Goed zo!!!!!!!!!
Nu nog hopen dat ik een goed cijfer krijg!!!!!!!!

20 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.