Deltawerken

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Praktische opdracht door een scholier
  • 6e klas vwo | 2861 woorden
  • 19 juni 2002
  • 247 keer beoordeeld
Cijfer 6.6
247 keer beoordeeld

Inleiding: In dit werkstuk zullen de Deltawerken centraal staan. Ik ga wat vertellen over hoe deze werken tot stand zijn gekomen, wat het doel van de werken was/is en wat ze allemaal teweeg hebben gebracht. Mijn onderzoek zal zich enkel richten op de provincie Zeeland en dan voornamelijk op de Oosterschelde, maar af en toe zullen ook andere wateren aan bod komen. De hoofdvraag bij mijn opdracht over de Deltawerken luidt: Wat zijn de effecten van de Deltawerken geweest op het gebied van veiligheid, het natuurlijk milieu en de recreatie? De deelvragen die helpen antwoordt te geven op de netgenoemde hoofdvraag luiden als volgt: 1. Wat zijn de Deltawerken? 2. Wat was de aanleiding tot de bouw van de Deltawerken? 3. Wat zijn er met het oog op de bouw van de Deltawerken voor maatregelen genomen met betrekking tot het natuurlijk milieu? 4. Welke gevolgen hebben de Deltawerken gehad op het natuurlijk milieu? 5. Hoe is het met de recreatie gesteld sinds de Deltawerken, en in hoeverre heeft de recreatie effect gehad op het natuurlijk milieu? Ik verwacht dat de deltawerken de veiligheid geboden hebben die we wensten, dat het natuurlijk milieu in sterke mate door de bouw maar ook door de voltooiing ervan is beïnvloed en dat de recreatie als gevolg van de grotere veiligheid en de betere bereikbaarheid van het getroffen gebied verder is ontwikkeld en waarschijnlijk door vervuiling negatief aan het natuurlijk milieu zijn bijdrage levert. De deltawerken zijn door de overheid gebouwd om de bescherming van het deltagebied te vergroten. De aanleiding voor de bouw van de Deltawerken van de watersnoodramp van 1953. Ik denk dat er wel degelijk maatregelen genomen zijn om het natuurlijk milieu te beschermen, maar dat de gevolgen voor het natuurlijk milieu groots waren. De recreatie zal gegroeid zijn en als gevolg daarvan zal de natuur hiervan negatieve effecten ondervonden hebben. Uiteraard zullen na de hoofdstukken mijn ervaringen aan bod komen in de vorm van een evaluatie en de gebruikte bronnen zullen vermeld worden in de bronvermelding. Voor de evaluatie zijn trouwens de antwoorden op de deelvragen en de hoofdvraag te lezen in de conclusie. Hoofdstuk 1: De Deltawerken. De Deltawerken bestaan uit (zie ook atlaskaart 41C/Deltawerken) : - Stormvloedkering Hollandse IJssel (1954-1958) - Zandkreekdam (1957-1960) - Veerse Gatdam (1958-1961) - Grevelingendam (1958-1965) - Volkerakdam (1955-1977) - Haringvlietdam (1956-1972) - Brouwersdam (1963-1972) - Stormvloedkering Oosterschelde (1967-1986) Als gevolg van de bouw van de Stormvloedkering Oosterschelde moest de waterhuishouding achterin de Oosterschelde geregeld worden door een aantal dammen en sluizen: de Compartimenteringswerken. Hiertoe behoren: - Philipsdam (1976-1987) - Oesterdam (1977-1988) - Markiezaatskade (1980-1983) - Bathse Spuikanaal en Spuisluis (1980-1987) Enkele andere grote waterstaatkundige werken die tegelijkertijd met de Deltawerken werden uitgevoerd of als vervolg hierop werden en worden aangelegd zijn: - Schelde-Rijnverbinding (1967-1976) - Zeelandbrug (1963-1965) - Maeslantkering (1989-1997) - Westerscheldetunnel (1997-2002) De Deltawerken zijn een stelsel van waterbouwkundige werken in Nederland gericht op de bescherming tegen stormvloeden en in de tweede plaats op verbetering van de waterhuishouding . De deltawerken vinden hun oorsprong in het Deltaplan. Het Deltaplan bestond uit het bouwen van nieuwe sluizen en dammen (zie boven), dit werd bedacht omdat de dijken in de dichtbevolkte gebieden rond de Rijn, da Maas en de Schelde niet genoeg verhoogd konden worden. Reeds in 1958 was de eerste stormvloedkering klaar. Door de realisatie van het Deltaplan is de kustlijn van ± 700km verkleind tot ± 25km . De Deltawerken zijn gerealiseerd voor een bedrag van 12 miljard gulden ( ≈ € 5,45 miljard), tweederde van dit bedrag werd besteedt aan de Oosterscheldewerken. De Oosterscheldekering is onderdeel van de Oosterscheldewerken en kostte ruim 5 miljard gulden ( ≈ € 2,27 miljard). De Oosterscheldekering is een stormvloedkering en wordt alleen bij te hoog water gesloten. De al bestaande zee- en rivierdijken werden verhoogd tot 5 meter + NAP (Normaal Amsterdams Peil). De geschiedenis van de dijkbouw in Zeeland beslaat een periode van eeuwen. De eerste bedijkingen waren gedurfde pogingen van de mens zich tegen het water te beschermen(zie ook atlaskaart 40A/ landaanwinning), nu tekenen de Deltawerken de menselijke macht ten opzichte van het water, desondanks moeten we ook nu nog waakzaam blijven .
Hoofdstuk 2: Het besluit tot bouwen. Nederland is een land dat door de eeuwen heen geteisterd is door overstromingen. Dit komt natuurlijk doordat een groot deel van Nederland onder de zeespiegel ligt (zie atlaskaart 29A/ Nederland zonder dijken). Dit wordt nog eens versterkt doordat de kleibodems en de veenbodems steeds verder inklinken. Ieder jaar zakt de bodem met zo’ n 20cm ten opzichte van de zeespiegel. Bij studies in 1939 door Rijkswaterstaat werd vastgesteld dat de beveiliging tegen uitzonderlijk hoge waterstanden, zoals die zich gemiddeld éénmaal per enkele eeuwen voordoen, niet voldoende was . Toen al werd een soort Deltaplan ontwikkeld, maar vanwege de grote omvang van de te bouwen werken en de nog aanwezige grote technische problemen werd aan een zeer geleidelijke uitvoering van het plan gedacht. De watersnoodramp van 1953 veranderde deze gedachte, Zuidwest Nederland moest zo snel mogelijk op een goede manier beveiligd worden tegen het water. De watersnoodramp deed zich voor in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Het water overstroomde vele polders, ongeveer 200000 hectare vruchtbaar bouwland kwam onder water te staan evenals vele steden en dorpen. In de dijken ontstonden grote gaten. De gevolgen van de ramp waren reusachtig, 1835 mensen lieten het leven en ruim 72000 werden geëvacueerd. De oorzaak van de ramp was het samenvallen van het springtij (een extra hoge vloed die wordt veroorzaakt door een bepaalde stand van de maan ten opzichte van de aarde) en een zeer heftige noordwesterstorm (er heerste een onafgebroken windkracht 12). Hierbij ontstonden de ongekend hoge waterstanden van 4 tot wel 5 meter boven NAP. Na de ramp werd de Deltacommissie opgericht, deze diende de Minister van Verkeer en Waterstaat te adviseren over de te nemen maatregelen. Binnen vier maanden bracht de commissie haar eerste advies aan de regering uit, voorgesteld werd de zeedijk van het meest bedreigde eiland (Schouwen) tot 5 meter boven NAP te verhogen en om in de monding van de Hollandse IJssel, bij Krimpen aan de IJssel, een stormvloedkering te bouwen .De regering volgde de adviezen gelijk op. Een jaar na de ramp kwam het belangrijkste rapport op tafel, het Deltaplan . In het Deltaplan stond dat in de mondingen van vier grote zeearmen, de monden van Haringvliet, het Brouwershavense Gat, het Veerse Gat, en de Oosterschelde grote afsluitdammen moesten worden gebouwd. Hoofdstuk 3: Maatregelen met betrekking tot het natuurlijk milieu. Ecologische aspecten speelden bij de adviezen van de Deltacommissie geen rol, ondanks dat men zich ervan bewust was dat het plan het einde zou betekenen van de schelpdierculturen. In de Oosterschelde werden in eerste instantie geen maatregelen genomen met betrekking tot het natuurlijk milieu. Het grote overwicht van de civieltechnische aspecten ,bij de opstelling van het eerste Deltaplan, blijkt uit de samenstelling van de Deltacommissie . Van de veertien leden die de commissie telde waren er twaalf civiel-ingenieur, was er één landbouwkundig-ingenieur en was er één econoom. Biologen ontbraken dus. Toch werd een belangrijke maatregel doorgevoerd met betrekking tot de bescherming van het natuurlijk milieu. In de zestiger jaren ging men zich steeds heftiger keren tegen de werken die de schaarse natuurlijke omgeving aan zouden tasten . Er werd een commissie opgericht die moest bekijken wat er met de Oosterschelde moest gebeuren. Na een half jaar kwam de Commissie-Klaasesz met een rappart. In de Oosterschelde kon het beste een half open dam worden gebouwd, een stormvloedkering . Zowel de voorstanders als de tegenstanders, de actiegroepen, van de afsluiting van de Oosterschelde konden zich in dit plan vinden. Het plan was een compromis tussen de twee partijen. Voordat men echter met het plan kon beginnen moesten er een paar werkzaamheden worden teruggedraaid, dit kwam doordat men al met de bouw van de afgesloten dam begonnen was . Deze maatregel tot het maken van een stormvloedkering hield in dat eb en vloed bleven bestaan, daarmee was dit een belangrijke maatregel ten aanzien van de bescherming van het natuurlijk milieu. De Oosterscheldekering was het laatst te bouwen onderdeel van de Deltawerken, een dam zoals de Veerse Gatdam was een afgesloten dam. Dit is te verklaren door de overwegende aandacht die in het begin van het Deltaplan werd besteed aan de veiligheid van de mensen en er totaal niet of slechts in zeer beperkte mate naar de ecologische gevolgen werd gehandeld. Ondanks het “succes” dat de actiegroepen hadden bij de Oosterscheldekering, bleven de al bestaande afgesloten dammen bestaan. Hoofdstuk 4: Gevolgen voor het natuurlijk milieu. De Deltawerken hebben grote gevolgen gehad voor het natuurlijk milieu. Vooral de gebieden die afgesloten geworden zijn hebben een grote metamorfose ondergaan. De afgesloten ecosystemen zijn veranderd in unieke ecosystemen. Hoewel dit het geval is is ook duidelijk geworden dat deze ecosystemen zeer kwetsbaar zijn. Dit komt doordat de geleidelijke overgangen (gradiënten) zijn verdwenen.het feit dat deze overgangen ontbreken maakt de ecosystemen minder goed bestand tegen veranderingen. Schorren, slikken en platen zijn teruggedrongen in omvang en de typische flora en fauna van de vroegere tijden zijn dat ook. Door afsluiting van zee zijn de ecosystemen in die gebieden veranderd tot stilstaande zoet-, brak- of zoutwaterecosystemen. Een voorbeeld hiervan is het Veerse Meer. De ruimte voor rustende broeiende vogelsoorten, evenals hun voedselgebied is verkleind. De trekmogelijkheden van vissen en andere organismen ondervinden hinder van de aanwezigheid van fysieke barrières als sluizen, stuwen en dammen. Ook hier spelen de ontbrekende gradiënten weer een negatieve rol. De natuurlijke biodiversiteit in het water en op het land verliest steeds meer terrein. Veel van de nieuwe watersystemen die ontstaan zijn door de realisering van de Deltawerken kampen met uiteenlopende problemen. Eén van de belangrijkste is de slechte kwaliteit van het water. Over het algemeen is de ecologische samenhang tussen binnen- en buitendijkse natuurgebieden sterk afgenomen . Op de gebieden die nog wel in contact staan met de zee, zoals de Oosterschelde, hebben de Deltawerken minder effect op het natuurlijk milieu gehad. Door de realisering van de stormvloedkering in de Oosterschelde is de getijdenwerking blijven bestaan. Dit bood voor vele organismen een garantie op voortbestaan. Ook de mossel- en oesterteelt zijn voortbestaan ondanks de komst van de Oosterscheldekering. Toch is door de komst van de kering de getijdenwerking iets in kracht afgenomen, de kering zorgt voor handhaving van 77 procent van de oorspronkelijke getijdenwerking .
Hoofdstuk 5: Ontwikkeling en invloed recreatie. De uitvoering van de Deltawerken heeft belangrijke gevolgen gehad voor de functie van Zeeland als recreatie- en vakantiegebied. Niet alleen de ontsluiting van Zeeland door betere wegverbindingen heeft hier aan bijgedragen, ook bij de beslissingen die over de inrichting van het Deltagebied genomen moesten worden kreeg de recreatie veel aandacht. Zo heeft het Veerse Meer als primaire taak een recreatieve functie gekregen. Vooral voor sportvissen, sportduiken en watersporten biedt het Deltagebied goede mogelijkheden . Voor de sportvissers is de Oosterschelde een goede keus, het viswater is daar goed en tevens zeer gevarieerd. Daarnaast geeft het duiken in de Deltawateren een duidelijk beeld van het onderwaterleven. De openluchtrecreatie in het Deltagebied neemt sterk in omvang toe. Dit komt onder andere door het ontbreken van de getijstromen op vele plaatsen, waardoor ook de minder ervaren watersporters gemakkelijker en veiliger een watersport kunnen beoefenen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een sport als plankzeilen. Tevens kan op de drooggevallen zandplaten gerecreëerd worden. Echter zijn vanwege het behoud van de ecologische functies van het Deltagebied, dus ter bescherming van het natuurlijk milieu, regels opgesteld. Deze zijn terug te vinden in de beheersplannen die voor het Deltawateren en het Deltagebied zijn opgesteld. Die plannen moeten er onder andere voor zorgen dat er in het gebied zo min mogelijk wordt vervuild, een negatief gevolg van de recreatie. Recreatieactiviteiten hebben meestal negatieve gevolgen voor de natuur. Zo zijn door de aanleg van bijvoorbeeld jachthavens, verblijfs- recreatiecomplexen en andere voorzieningen plaatselijk natuurgebieden verloren gegaan. In het algemeen is het rond een recreatiepunt onrustig, en dat is nadelig voor de aanwezige vegetatie. Dat de watersporten niet voordelig zijn voor de vegetatie komt voort uit de vervuiling en de verstoring van de balans in het ecosysteem. De vegetatie vissen wordt door het sportvissen aangetast, kortom de recreatie is negatief voor de ecosystemen hun evenwicht wordt er door verstoord. Conclusie: beantwoording deelvragen en hoofdvraag. Beantwoording deelvragen: 1. Wat zijn de Deltawerken? De Deltawerken zijn een door de overheid gefinancierd project, om de veiligheid tegen het water te vergroten. 2. Wat was de aanleiding tot de bouw van de Deltawerken? De watersnoodramp van 1953 was de aanleiding tot de bouw van de Deltawerken. 3. Wat zijn er met het oog op de bouw van de Deltawerken voor maatregelen genomen met betrekking tot het natuurlijk milieu? Er zijn in het begin geen maatregelen genomen met betrekking tot het natuurlijk milieu, pas op het laatst bij de bouw van de Oosterscheldekering werd er veel waarde gehecht aan het natuurlijk milieu. Dat leidde tot herziening van het oorspronkelijke Deltaplan, in de Oosterschelde werd in plaatst van een afgesloten dam een stormvloedkering gebouwd. 4. Welke gevolgen hebben de Deltawerken gehad op het natuurlijk milieu? Als gevolg van de Deltawerken zijn vele gradiënten verdwenen, is de ecologische samenhang in de Deltagebieden verstoord, zijn fysieke barrières gecreëerd en is de biodiversiteit aan het verminderen. Dit geldt voor de gebieden die door de Deltawerken zijn afgesloten van de zee. In de Oosterschelde zijn de effecten minder groot omdat de getijdenwerking daar, ondanks in mindere omvang, is blijven voortbestaan. 5. Hoe is het met de recreatie gesteld sinds de Deltawerken, en in hoeverre heeft de recreatie effect gehad op het natuurlijk milieu? De recreatie is enorm in omvang gegroeid, en tast het ecologische evenwicht aan. Om dit toch zoveel mogelijk tegen te gaan zijn vele regels opgesteld waaraan de recreanten zich dienen te houden. Ondanks die regels wordt het gebied waarin gerecreëerd wordt aangetast. Onder andere door vervuiling. Beantwoording hoofdvraag: Wat zijn de effecten van de Deltawerken geweest op het gebied van veiligheid, het natuurlijk milieu en de recreatie? Door de komst van de Deltawerken is de veiligheid tegen het water vergroot, het natuurlijk milieu veelal aangetast (ook de Oosterschelde maar in mindere mate), de recreatie is door de Deltawerken sterk toegenomen maar laat net als de Deltawerken zelfs zijn sporen in de natuur achter. Evaluatie. Ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat ik benieuw was naar het hoe en waarom achter de Deltawerken. Door deze praktische opdracht ben ik meer te weten gekomen over de watersnoodramp, de natuur en de recreatie in het Deltagebied. Ik wist niet dat in het oorspronkelijke Deltaplan stond dat de Oosterschelde zou worden afgesloten met een gesloten dam. Ook dacht ik dat er in het begin wel rekening gehouden was met de belangen van de natuur, dat dit dus niet het geval was kwam als een verrassing voor me. Ik heb van deze praktische opdracht het volgende geleerd: · Ik moet in het vervolg gerichter gaan zoeken · Ik kan wellicht in het begin iets meer tijd stoppen in het formuleren van de deelvragen, om daar vervolgens slechts kleine wijzigingen in aan te hoeven brengen

Als laatste wil ik zeggen dat ik tevreden ben met het werkstuk als geheel, de toegevoegde plaatjes en verwijzingen zijn mijns inziens verhelderend en ook de toegevoegde atlaskaarten zijn van grote waarde. Logboek. Datum: Plaats: Activiteit: Duur activiteit: 19-11-2001 Thuis Informatie op internet zoeken 30 minuten
23-11-2001 Thuis Hoofdvraag en deelvragen bedenken 20 minuten
25-11-2001 Thuis Plan van aanpak maken 15 minuten
28-11-2001 Thuis Onderzoeksvragen bijstellen (op verzoek docent) 20 minuten
04-12-2001 Thuis Vragen nogmaals bijstellen 15 minuten
12-12-2001 Schoolbieb Informatie (boeken) zoeken, en waarde van informatie bekijken 45 minuten
19-12-2001 Schoolbieb Boeken nogmaals inzien, keuze maken en boeken lenen 50 minuten
22-12-2001 Thuis Nuttige informatie uitfilteren 185 minuten
23-12-2001 Thuis Beantwoorden vragen 215 minuten

24-12-2001 Thuis Laatste vragen bentwoorden, plaatjes zoeken, alles uittypen inhoudsopgave, inleiding maken enz 305 minuten TOTAAL 900 minuten Plan van aanpak. Onderzoeksplan: Hoofdvraag Welke gevolgen hebben de Deltawerken gehad voor het natuurlijk milieu in de Oosterschelde? Deelvragen 1. Wat leidde tot de aanleg van de Deltawerken?2. Wat zijn de Deltawerken?3. Wanneer worden de poorten in de Oosterschelde gesloten? 4. hoe is het met de recreatie gesteld sinds de Deltawerken? Hypothese De Deltawerken is een door de overheid gefinancierd project, en dit project heeft bescherming van Zeeland voor het water tot doel gehad. De gevolgen waren groots omdat bijvoorbeeld zout water op verscheidene plaatsen zoet werd. Werkwijze Informatie zoeken met behulp van informatiebronnen en vervolgens de vragen beantwoorden. Informatiebronnen Ik zal gebruik maken van boeken en internetsites. Presentatievorm Dit alles zal als een schriftelijk verslag worden gepresenteerd. Tijdplan: Informatie zoeken over het onderwerp. 5 uur Week 47 t/m 49
Vragen beantwoorden. 6 uur Week 50 t/m 01 Het verslag inleveren. 0.1 uur Week 02 Bronvermelding. De volgende bronnen zijn aangewend bij het maken van deze praktische opdracht: · De Nederlandse Delta (1982) door: Dr. E.K. Duursma
Ir. H. Engel
Ing. Th. J. M. Martens · Achter dijken en dammen (1983) door: N. van Leeuwen
W. Wolff

I. Wolff · Oosterschelde in en om het water (1979) door: W.Wolff
J. Post
Naast deze boeken heb ik gebruik gemaakt van de volgende internetsites: · http://www.archief.nl/rad/thema/strijd_tegen_het_water/deltacore.htm · http://www2.holland.com/nl/kust/wetenswaardig/deltawerk.html · http://home-1.concepts.nl/~shdon/delt.htm · http://www.waterland.net/verdelta/verdelta.doc · http://www.hsa.nl/oude-site/tc/ct/voorbeelden/deltawrk.html · voor de plaatjes heb ik gebruik gemaakt van de zoekmachine google en daarin heb ik naar plaatjes gezocht, met de zoekopdracht Deltawerken

REACTIES

H.

H.

hallo een heel goed werkstuk hooooooooooooooooor!!!!

10 jaar geleden

R.

R.

Mooi.

5 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.